HET MARGIJSBOS AAN DE IJSE – MET KASTEEL EN WATERMOLEN

Uitgelicht
Loonbeek – aan de voet van het Margijsbos ligt het Kasteel van Loonbeek – verborgen in de ochtendmist

Ter inleiding

Loonbeek is – zegt Wikipedia – “een dorp in de Belgische provincie Vlaams-Brabant en een deelgemeente van de gemeente Huldenberg”. Het dorp ligt langs de weg van Leuven naar Overijse maar de meeste passanten zullen het zelfs niet opmerken denk ik. Die weg is smal,  bochtig en vreselijk gevaarlijk, er staan overal huizen langs en autobestuurders, motorfietsen en autobussen proberen er zo snel mogelijk langs te komen in hun haast om naar Brussel te komen (of terug; tip: blijf met je fiets weg van de steenweg en zoek de rivier op, het leven is al kort genoeg). Binnenkort of ooit gaan ze die weg eindelijk verbreden en rechttrekken en daarvan zal het misschien wel veiliger worden maar niet mooier.

En toch is dit het dal van de rivier de IJse en een paradijsje voor wandelaars en fietsers die het smalle pad langs het water weten te vinden.  Zoals overal in de vallei kan mist hier lang blijven hangen en dat geeft kans op een reeksje wat ietwat mysterieuze foto’s maar ik hou daar wel van, ook al omdat mist bijdraagt aan de afwezigheid van het lawaai van ijverige mensen en hun machines. Loonbeek is het beste vertrekpunt om het Margijsbos te verkennen en in dat bos met zijn statige beuken en holle wegen zal je de mist in zon zien veranderen.

Sint Antonius kerk Loonbeek

Samen met het Rodebos aan de Laan is het Margijsbos op de helling aan de overkant van de rivier de IJse tussen Loonbeek en Huldenberg een zeer oud en waardevol natuurgebied met mooie holle wegen, taluds, bronnen en een rijke flora en fauna. In de Romeinse tijd was hier al een nederzetting en de eerste voorganger van het huidige indrukwekkende kasteel van Loonbeek wordt in de 13de eeuw vermeld. 

Het is een publiek toegankelijk privébos van zo’n 90 hectare en op de kaart van het wandelnetwerk Zuid-Dijleland zie ik een aantal knooppunten met behulp waarvan je het kunt verkennen: 25, 26, 216, 219, 220 en 223.

Ik vertrek bijna altijd vanaf de parking in de bocht van de Sint Jansbergsesteenweg (N253) onder het witte Sint Antonius kerkje. Het kleine éénbeukige gotische kerkje werd gebouwd in de 15de eeuw en is herhaaldelijk verbouwd, onder meer in de 18de eeuw door de kasteelheren Van der Vorst, dan de bewoners van het kasteel.

Het grootste deel van het bos is in handen van privé-eigenaars, met name de familie Verstraeten die het kasteel bewoont. Dat kasteel met het omliggende park is niet toegankelijk en hetzelfde geldt voor de ‘Normandische’ villa midden in het bos en enkele andere huizen die je er ook tegenkomt. Maar voor de rest ben je vrij om de vele paadjes te volgen zoals je wil.

Loonbeek – Margijsbos – oprijlaan naar de villa Malou

Ik ga altijd op zoek naar het stenen kruis dat op een hoog punt op een sokkel staat. en dan naar boven tot op het plateau waar je een prachtig uitzicht krijgt op de vallei van de Laan en de Dijle tot in Sint Agatha Rode. Vandaar kan je dan linksaf terug richting Neerijse om via een hele mooie holle weg of via een andere mooie veldweg aan de rivier te komen. Je krijgt vol zicht op de Sint Pieter en Pauwel kerk van Neerijse met zijn twee torens zonder uilen. Via de oude brouwerij Sint Pieters (Bruffaerts met bijbehorende hoeve De Biesbemd), de verlaten camping Les Chalêts, de visvijver en het al even verlaten tramviaduct kom je op je gemak weer terug aan de molen. Op het laatste stuk kom je ook nog langs een speelbos of weide. Het is leuk om te weten dat het oude watermolengebouw onlangs flink gerestaureerd is hoewel het molenrad zelf nog op fondsen wacht om weer in bedrijf gesteld te worden.

Het bos zelf bevat naast majestueuze beuken, hoog oprijzende naaldbomen, massieve inheemse en Amerikaanse eiken, dwarsgestreepte boskersen, berkstoven, holle wegen, steile hellingpaadjes ook nog het een ander aan geschiedenis zoals een bunker uit WO-II en een kruis dat NIET van Charles Lepoigne is. ‘Cousin Charles’ (Charlepoeng) verzette zich tussen 1790 en -99 met enig succes tegen de Franse bezetting maar dan werd hij verraden en na een gevecht gevangen en onthoofd in het Margijsbos.

Loonbeek – holle weg in het Margijsbos

Over de ijse

De IJse is net zoals de Voer en Laan een zijriviertje van de Dijle. Voor wie (zoals ik) de drie nogal evenwijdig lopende beken niet altijd uit elkaar kan houden: de Voer stroomt een beetje noordoostelijker tussen Leuven en Tervuren. De Laan stroomt ten zuidoosten tussen Sint Agatha Rode en Rosières/Rixensart. Al die beekdalen zijn nog altijd wel mooie groene routes naar Brussel op voorwaarde dat wij mensen ophouden er nog huizen en al wat daarbij hoort neer te zetten.

De IJse mondt uit in het natuurreservaat de Doode Bemde iets voorbij het kasteel van Neerijse. De bron ligt in het Zoniënwoud ten zuiden van Brussel op de grens tussen Sint-Genesius-Rode en Hoeilaart. Vlakbij, aan de Ganzepootvijver, staan nu nog altijd de ruines van de Priorij van Groenendaal. Daar vind ik het altijd wel erg mooi. Voor fietsers en wandelaars is het riviertje vooral aantrekkelijk tussen Neerijse en Huldenberg omdat je er daar overal langs kan. In Huldenberg stroomt hij door groen maar ontoegankelijk privégebied. Stroomopwaarts vanaf Overijse kan je er volgens mij nergens meer langs vanwege de bebouwing.

Zoals alle rivieren in onze streken is de IJse van nature zeer kronkelig maar in de dorpen en ter hoogte van alle watermolens (ik ken er vijf, zijn er meer?) zijn de oevers over een flinke afstand en met hoog liggende oevers kaarsrecht getrokken om het water aan de molen te kunnen opstuwen. Als gevolg daarvan kampen Huldenberg en Loonbeek regelmatig met overstromingen want pas in Neerijse in het natuurgebied kan het water uitvloeien.

Langs de IJse in Lonbeek aan Bertelsheide

 De in het verleden veroorzaakte zware verontreiniging is ondertussen wel weer gestopt hoewel ik lees dat er nog te veel riolerings-overstorten op de rivier uitkomen om waterplanten in de rivier te krijgen. Er kan dus weer gevist worden hoewel ik er nog niet veel hengelaars gezien heb anders dan op de visvijver aan de Kamstraat richting Neerijse.

Net als jagen is vissen kennelijk erg leuk voor wie het doet. Of het voor de vissen ook een sport is weet ik niet. Aan de brug bij Bertelsheide staat een bord aan de rivier als ‘bericht aan de hengelaars’ met de mededeling dat ‘op vraag van de hengelsport zelf’ gevangen vissen ‘voorzichtig’ moeten worden teruggezet, dat je ze niet mag meenemen om ze op te eten maar dat je ook geen aasvisjes mag gebruiken. Dat alles moet dienen om lopende herstelprogramma’s voor zeldzame vissoorten te ondersteunen en om zeldzame en kwetsbare vissen die hier leven, zoals de Kopvoorn, de Rvierdonderpad en de Beekforel beter te beschermen. Het wachten is op de echte forellen zoals die er zijn op de riviertjes in Waals-Brabant.

Merkwaardig genoeg zitten er geen bevers op deze rivier voor zover ik weet en ik zie ook nergens sporen van deze dieren.

In 2012 maakte Peter Lombaert een documentaire ‘De IJse van bron tot monding’ maar of die nog ergens te zien is weet ik niet

Margijsbos – zeg niet dat geen natuurbos is …

Over het bos

Net als het Rodebos boven de Laan in Terlanen is het Margijsbos aan de IJse in Loonbeek een heel mooi bronbos met een zanderige en leemachtige bodem op een onderlaag van klei. Het is moeilijk om je dit nu nog voor te stellen maar geologisch nog niet zo héél lang geleden (zo’n 50 miljoen jaar terug) was het hier nog allemaal zee en toen die wegtrok kwamen er duinen zoals je die thans aan de Noordzee aantreft maar dan wel zonder al die appartementsgebouwen want de mens was nog niet aangekomen.

Anders dan het Rodebos is het Margijsbos niet een erkend natuurreservaat beheerd door de Vlaamse overheid maar een privébos in het bezit van de bewoner van het kasteel aan de watermolen.

Dat zie je ook wel aan de manier waarop het beheerd wordt, het is allemaal wat woester en minder in natuurvakjes verdeeld, er lopen geen schapen rond om heide te beheren en er staan geen borden om je te vertellen wat je hier allemaal kan zien en wat je mag en niet mag. In het verleden is er duidelijk massa’s naaldhout geplant maar ook veel loofhout zoals beuken, dwarsgestreepte kerselaars en inheemse en amerikaanse eiken. Wat mij altijd weer opvalt zijn de magistrale berkenstoven. Esdoorns en tamme kastanjes staan overal in het rond maar ik denk niet dat die ooit geplant zijn. Ik kan er nooit achter komen of en hoe en door wie dit bos eigenlijk beheerd wordt behalve dat er af en toe bomen gezaagd worden om brandhout te leveren (maar ook niet heel veel).

Margijsbos – klein steil paadje

De stormen van de afgelopen tijd lijken ook in dit bos ferm huisgehouden te hebben want ik zie veel omgevallen stammen en afgebroken kruinen. Tegenwoordig moeten bossen van deze omvang een door het Vlaams Gewest goedgekeurd beheerplan hebben en dat moet bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) op een register vermeld staan maar daarover heb ik nog niets gevonden.

In het Margijsbos is nooit een bosarchitect aan het werk geweest hoewel op oude kadasterkaarten de paden wel worden aangeduid met deftige namen zoals Keijserstraat, de Kapelledreef, de Molenweg en de Sentier De Weert. Er was en is nog altijd één geregistreerde openbare voetweg die dwars door het bos van de rivier naar het plateau gaat: de Margijsbosweg. Op die oude kaarten is nauwelijks een wegpatroon te ontdekken maar richting onze tijd ziet het er iets georganiseerder uit met als meest herkenbaar punt het kruisje op de zes-ster midden in het bos.

Er staan hier en daar huizen in, kennelijk vergund en gebouwd in de tijd dat zoiets nog kon. Maar zolang je van de bewoning weg blijft is al de rest wel toegankelijk en kan je genieten van de rust, de stilte, de steile hellingpaadjes en de holle wegen. In een uur of twee kan je de meeste wel verkennen en de kans is klein dat je iemand tegenkomt (anders dan een eenzame fietser of iemand die de hond uitlaat). Reken wel op een beetje drassigheid, zeker in de winter.

Nog een op te lossen raadsel: op de Ferrariskaart van 1771 (blad 94, Neerijssche) heet het hier al Margijsbos. Is dat een verbastering van ‘Tergijs – bos aan de IJse’? Wie helpt ….?

Margijsbos – het mysterieuze stenen kruis

Charlepoeng

Het Margijsbos bevat het een en ander aan geschiedenis. Langs de Margijsbosweg kom je nog een telefoon-bunker uit WO-II tegen hoewel er op deze plek nooit gevochten is voor zover ik kan nagaan.

Midden in het bos staat een natuurstenen kruisje op een sokkel. Waarom de bewoners van de in het bos gebouwde witte Normandische villa, de familie Malou, dat daar gezet hebben blijft een mysterie. Een ding staat ondertussen wel vast, het is niet het historische kruis om Charlepoeng te herdenken want dat staat al vele jaren een beetje verborgen achter de kapel aan het scoutscentrum De Kluis in Sint-Joris Weert.

Zoals iedereen in de streek weet verzette de Brusselse nijveraar Charles Lepoigne zich onder de koosnaam ‘Cousin Charles’ zich tussen 1790 en -99 met enig succes tegen de Franse bezetting maar dan werd hij verraden en na een gevecht midden in de nacht gevangen in het Margijsbos. Zijn afgehakte hoofd stond een tijdje op een paal op de Grote Markt in Brussel heb ik gehoord maar dat lijkt niet helemaal te kloppen.

Om de een of andere reden doet Big Billy, de merkwaardigste tamme kastanje in het Margijsbos en de wijde omgeving, op de een of andere manier aan dit voorval denken maar ga die zelf maar eens bekijken.

Hoewel onze held Franstalig was en zich altijd heeft beschouwd als een officier in dienst van de Oostenrijkse keizer werd hij jarenlang naar voren geschoven als een voorvechter van de Vlaamse onafhankelijkheid. Het verhaal is in 1994 uitvoerig beschreven in het boek ‘Cousin Charles de Loupoigne’ van Erik Martens en G.Janssens de Varebeke dat je nog in de bibliotheek kan vinden

Loonbeek – Margijsbos – Big billy de Tamme kastanje

Over het kasteel van Loonbeek en de Normandische villa Malou

Verborgen achter de gevel van het koetshuis en omringd door hoge hekken staat het kasteel. In 1500 wordt ridder Jan van der Vorst eigenaar van het kasteel van Loonbeek, het bos, de watermolen, de kapel en enkele pachthoven. Samen met een deel van het dorp worden de gebouwen in 1579 door de Geuzen in brand gestoken. De familie Van der Vorst blijft echter eigenaar tot het begin van de 19de eeuw en laat het kasteel heropbouwen en belangrijke veranderingen aanbrengen tot in de 18de eeuw: er wordt onder meer rondom een bakstenen muur opgetrokken.

Op de poort naast het koetshuis staat hun wapenschild:  een schild met daarin gebeiteld vijf kruiswijs geplaatste ringen met twee naar elkaar gewende kraaien op een takje, links en rechts van de bovenste ring. Dat wapenschild is ook te zien op de watermolen.

Met de Franse revolutie raakt het erfgoed in verval, het kasteel wordt gebruikt als boerderij en grote delen worden gesloopt.

Met de oprichting van de nieuwe Belgische staat doet een nieuwe adellijke familie haar intrede, eerst Graaf Florimond de Quarre en daarna via erfenis de grafelijke familie De Ribeaucourt.

margijsbos – kasteel van Loonbeek

In 1923 wordt het aangekocht door de Brusselse industrieel A. Smits die midden in het Margijsbos een ruime villa in Normandische stijl laat bouwen als woonst. Sindsdien wordt het domein onder opeenvolgende eigenaars steeds verder versnipperd.

Sinds enkele jaren heeft het kasteel nieuwe bewoners – de familie Verstraeten – die zorgvuldig het geheel hebben gerestaureerd waarbij oude nog bestaande fragmenten opnieuw in ere zijn hersteld. Op de Ferrariskaart zijn 4 vijvers te zien waaronder een ‘huisvijver’ met twee eilandjes waarop de kasteelgebouwen staan. Die vijvers zijn vermoedelijk uitgegraven tussen 1755 en 1770 maar in de eeuwen nadien verdwijnen ze een voor een uit de kaarten. In 1864 wordt ook de huisvijver als weide ingetekend. Waarschijnlijk  zijn ze niet echt gedempt maar gewoon door slecht onderhoud verland zoals iedere vijver doet. Toch denk ik dat met de restauratie ook werk gemaakt is om een deel van vijvers weer te herstellen want door het hek zie je waterspiegels van enige omvang.

De toegangspoort naar het kasteel via het koetshuis blijft onverbiddellijk gesloten voor nieuwsgierige ogen maar blijkbaar kan je af en toe toch eens bezoeken ter gelegenheid van Open Monumentendag.

De villa Malou ligt op het hoogste punt midden in het bos. Vanuit de verte zie je de witte achtergevel en aan de voorkant is de parkachtige omgeving beplant met monumentale bomen. Verscholen in het bos liggen nog de restanten van de vroegere wateraanvoer naar de villa en aan de IJse vind je nog de restanten van de dam vanwaar in de eerste helft van de vorige eeuw met een generator de villa van elektriciteit werd voorzien.

Langs de Margijsbosweg staan nog twee woningen waarvan een zomerhuis met een mooie vijver. Beiden zijn privé en net als de villa dus niet open voor het publiek.

een Normandische villa midden in het Margijsbos

De watermolen

Zoals overal in het stroomgebied van de Dijle zijn er al sinds de middeleeuwen watermolens op het riviertje de IJse. Als je wilt kun je in deze streek een ‘watermolenwandeling’ organiseren van Loonbeek naar Sint-Joris Weert naar Hamme Mille, Bierbeek en dan terug naar Leuven via de Abdij van Park en het Arenbergkasteel in Heverlee, en dat allemaal zonder auto’s tegen te komen (maar niet in één dag denk ik). Voor zover ik weet is er echter langs de IJse niet één meer in werking. Zowel in Huldenberg als in Neerijse zijn de molens ontmanteld en omgebouwd tot woonhuis.  Maar in Loonbeek is de molen er nog wel en meer dan dat, de bedoeling is om hem in de niet al te verre toekomst opnieuw ‘maalvaardig’ te maken.

Deze molen wordt voor het eerst vermeld in 1495 en is dan de ‘banmolen’ van de heerlijkheid Loonbeek, dat wil zeggen dat de dorpelingen verplicht zijn om hun graan op deze plek te laten malen en daarvoor een belasting te betalen aan de heer van het er tegenover gelegen kasteel. Ridder Jan van der Vorst koopt heel deze heerlijkheid met kasteel, molen en dorp (enkele pachthoeves) en al op in 1500 en zijn nakomelingen blijven de eigenaars tot in 1811 wat opmerkelijk lang is als je weet dat de Fransen al voor 1800 de molenban afschaften en bijna alle geestelijke en adellijke eigendommen in beslag namen als ‘openbaar goed’.

Het wapenschild van de familie van der Vorst is nog altijd zichtbaar vanaf de weg op de gevel van de watermolen.

Het gaat er niet altijd vredig aan toe want rond 1579 verwoesten de geuzen het kasteel, de molen en een groot deel van het dorp en pas in de 17de eeuw zal de wederopbouw voltooid worden. Joannes Bruffaerts – een naam die in dit verhaal nog een keer voorkomt maar dan als bierbrouwer  – treedt in februari 1692 in het huwelijk met Maria Guns uit Neerijse. Waarschijnlijk woonde hij met zijn gezin in Loonbeek. Zijn zoon Petrus is dan de molenaar en in die tijd is dat een belangrijk beroep want hij brengt het zelfs tot schepen en baron Joannes van der Vorst treedt op als de doopheffer van Petrus’ eerste zoontje.

Het huidige molengebouw dateert uit de 18de eeuw (en een kern uit de wederopbouw in de 17de eeuw). In diezelfde periode wordt de IJse stroomopwaarts rechtgetrokken over een lengte van 700 meter op een iets hoger niveau om de molen meer water te geven en dat is vandaag de dag nog altijd de toestand. Het verval is toch niet erg groot voor een molen van deze omvang: nooit meer dan een meter. In zijn beste tijd kon het waterrad daarmee twee steenkoppels aandrijven.

Wanneer de Franse republikeinen in 1794 in onze gewesten de macht overnemen worden alle heerlijke rechten afgeschaft en dus ook de belasting op het malen van het graan samen met de verplichting om het graan op één bepaalde molen te laten malen.

Loonbeek Margijsbos – watermolen op de IJse

Blijkbaar stond de familie Van der Vorst tamelijk goed met de Franse bezetter want het duurt nog tot 1811 voordat de molen samen met het kasteel moet worden afgestaan om als ‘publiek goed’ om te worden verkocht. In 1901 verkoopt kasteelheer graaf Adolf de Ribeaucourt de molen aan molenaar Petrus Bosschaerts. Of de molen in die tijd echt rendabel is weet ik niet maar zeker tijdens de oorlogsjaren hebben de Duitse troepen er flink van geprofiteerd.

Petrus’ zoon Felix verkoopt na op zijn beurt een lange loopbaan als molenaar het geheel in 1952 aan een zekere Guillaume Wijnants, een handelaar in Neerijse. Met deze laatste doet de moderne tijd zijn intrede in de molen. Hij vervangt onmiddellijk het waterrad door een turbine. Of er al in die tijd niet meer gemalen wordt op de steenkoppels, kan ik niet meteen terugvinden maar het is zeker dat eerst op de dieselmotor en later op elektriciteit wordt overgeschakeld om drie dan hypermoderne cilinderwalsen en twee aan elkaar gekoppelde plansichters (heen en weer gaande zeven om gemalen graan te zeven).  Al deze installaties zijn nu nog in het molengebouw aanwezig maar sinds de uitbating even voor 1970 definitief werd stopgezet staat alles ferm weg te roesten.

Sinds die tijd hebben Guy Vloeberghs en zijn vrouw de molen gekocht en bovenop de grondvesten van de stal tegenover het molengebouw een nieuw woonhuis laten bouwen.

Watermolen van Loonbeek – eens was dit hypermodern

Vanaf het begin is het hun droom om de molen opnieuw maalvaardig te maken. In 1990 beginnen de eerste restauratiewerken, met name herstellingen aan de buitenmuren. Dankzij hun toewijding staat de molen met zijn omgeving sinds 1994 op de lijst van beschermde monumenten.

Of ze erin zullen slagen nog bij leven en welzijn mee te maken dat hun droom van 1990 zal uitkomen weet ik echter niet zeker. Die droom was en is nog altijd om de molen opnieuw maalvaardig te maken. Als ik het goed begrepen heb gaat het er daarbij om de turbine opnieuw op gang te krijgen ofwel een nieuw waterrad te plaatsen zodat de twee maalsteenkoppels opnieuw graan zouden kunnen malen. De sinds 1952 geïnstalleerde moderne cilinderwalsen en hun toebehoren mogen blijven staan maar het is niet de bedoeling om die te restaureren, slechts om het bederf te stoppen en de machinerie een beter aanblik te geven.

Maar zover is het dus nog lang niet. Na de eerste dringende restauratiewerken zoals het herstellen van de buitenmuren van het molengebouw heeft Guy de erfgoeddiensten wel kunnen overtuigen van het belang om deze molen te restaureren. Vlaams minister Geert Bourgeois van Onroerend Erfgoed kent in november 2013 een premie van 155.000 euro toe voor de restauratie waarbij in een eerste fase de daken van de schuur en het molengebouw worden aangepakt.

Na een openbare aanbesteding wordt de uitvoering van deze werken toevertrouwd aan het architectenbureau Sabine Okkerse in Oudenaarde. Die werken zijn ondertussen gedaan en daarmee is voorkomen dat het dak (het grootste gedeelte ervan) nog verder instort omdat het houtwerk totaal verrot is.

In 2014 wordt de molen opengesteld op monumentendag ter gelegenheid van het feit dat hij in dat jaar samen met de omgeving wordt opgenomen op de lijst van beschermde monumenten. Ook de monumentale kastanjeboom valt onder die bescherming en wordt in 2016 zelfs bevorderd tot ZEN-boom. De afkorting staat voor erfgoed Zonder Economisch Nut dat met subsidie in stand gehouden kan worden.

Hoe het zal gaan in de toekomst is me niet helemaal duidelijk. Aan de ene kant zijn er berichten over besparingen en ingediende dossiers die veel tijd vragen. Aan de andere kant is er een zeer positieve reactie vanuit de Erfgoeddiensten dat als gevolg van een in 2016 goed gekeurd beheerplan voor de molen alle daarin opgenomen werken mogen worden uitgevoerd zodra de aanvragen vanwege de eigenaar daarvoor zijn binnengekomen (en dat ze daarop aan het wachten zijn). Dat klinkt hoopvol maar nu zijn we al een stukje in 2020 en er lijkt niet veel te veranderen voor zover ik kan zien. Om heel eerlijk te zijn zie ik ook niet goed hoe je als privé-eigenaar 30 jaar en langer kan wachten om je erfgoed volgens (officieel goedgekeurd) plan te restaureren tenzij je miljonair bent natuurlijk. Passie is noodzakelijk voor dit soort projecten maar zelfs de meest gedreven mens moet het toch opgeven tegen de tijd en de lengte van procedures.

Watermolen van Loonbeek – van deze katrol hangt alles af

Om de maalderij weer in werking te stellen zal er ook een zogenaamde ‘vistrap’ moeten worden aangelegd om de vissen in de IJse de kans te geven om stroomopwaarts te zwemmen zoals gebeurd is bij de molens van Rotselaar op de Dijle en op de molen van Terlanen op de Laan. Naar mijn beste weten is daar nog geen sprake van.

En tenslotte ben ik ook niet zeker of na al die jaren van stilstand de maalrechten voor deze molen nog wel gelden en die heb je nodig om de rivier te mogen opstuwen tot het overeengekomen ‘pegelpeil’.

Langs de IJse onderaan het Margijsbos – de amfibie-poel

De IJse onderlangs het Margijsbos tussen de watermolen en de brouwerij

Een beetje voorbij de molen stuit je op het gemeentelijk speelterrein voor kinderen. Het ligt er verlaten bij. Het bord van de jeugddienst van de gemeente Huldenberg vraagt bezoekers om de speeltoestellen in orde te houden maar ik zie er helemaal geen en het enige wat kapot is, is het bord zelf. Aan de volgende brug is de amfibiepoel aan Bertelsheide weer een beetje vrijgemaakt. Ik heb nog altijd een beetje andere voorstelling van een ‘parel’ maar je kan hem weer zien en op het infobord lees je wat de bedoeling is. Mijn korte zoektocht op het internet naar de laatste stand van zaken in en over deze poel levert niets op maar misschien is er een lezer die de juiste weg weet? Even later stuit ik op een nieuw raadsel, een gloednieuw blinkend metalen bord aan de overkant van de rivier met het opschrift ‘laten we gaan’. Slaat dit op de promotie van het voetbal in Huldenberg, op de bevordering van de trage wegen of op plaatselijke aktie ten voordele van het klimaat? Dank aan wie er alles over kan vertellen!

Margijsbos IJse stroomafwaards na de watermolen

Bertelsheide

Tussen Neerijse en Loonbeek kom je ook nog Bertelsheide tegen waar in 2009 op initiatief van de VZW Planteenbos door plaatselijk jong en oud een bos geplant is met inheemse boomsoorten en fruitbomen op een perceeltje van 1 ha. Bij die gelegenheid werd het perceel beplant met zomereik, es, zwarte els en in de rand sleedoorn, meidoorn, gelderse roos, spork, rode kornoelje en hazelaar. In 2011 is een deel van de aanplant vervangen vanwege de droogte en daarna zijn de meeste essen afgestorven door de ‘essenziekte’ en in 2015 vervangen door zwarte els, zomereik, winterlinde en Ratelpopulier. Als bos-demonstratieproject kan het tellen en het infobord staat er nog maar sindsdien hoor je er niet veel meer over. Hoe het staat met de fruitbomen kan je best in de zomer eens komen bekijken denk ik.

Langs de IJse onderlangs het Margijsbos – hier reed ooit Zwarte Jean tussen Tienen en Tervuren

Zwarte Jean

Het verhaal over de stoomtram (en later dieseltram) ‘Zwarte Jean’ valt een beetje buiten het bestek van het Margijsbos. Hij verbond vanaf het begin van de 20ste eeuw tot in de jaren 60 de steden Tienen en Jodoigne met Brussel/Tervuren/Vossem. Grote delen van die trambedding zijn nog altijd zichtbaar in het landschap en stukken daarvan zijn de laatste jaren opnieuw in gebruik genomen als wandelpad, meestal lopend door natuurgebieden. Al heel wat jaren kun je vanaf het station van Sint-Joris Weert de trambedding volgen via de Doode Bemde tot aan het kasteel van Neerijse. Je kunt hem vandaar verder volgen langs de IJse tot in Loonbeek en dan omhoog naar het plateau van Duisburg aan de Rootstraat. Vandaar ga je verder – soms via mooie omwegen – naar Vossem.

Het traject tussen het kasteel van Overijse en Loonbeek wordt wat minder vaak bewandeld maar toch is het echt de moeite waard. Voor een groot deel loopt het langs het riviertje de IJse (dus dat is zeker mooi) en daar is zelfs nog een echte oorspronkelijke brug waar je op de tramdijk klimt en die dan richting Loonbeek kan volgen. Maar aan de overzijde van de IJse richting Neerijse zit de doorgang potdicht, kennelijk omdat het vroegere tracé aan een privé-eigenaar verkocht is. In Neerijse stopte de tram vroeg in de morgen aan de tramstatie aan de herberg De Près, bijgenaamd ‘A la Salle d’Attente du Vicinal’ en eigendom van de ernaast gelegen melkerij Emmerechts. Het witgeschilderde hoekhuis kan je nog zien op 50 meter van een bushalte met de toepasselijke naam ‘oud station’. Vandaar stapten de mensen via de Prins de Bethunelaan en het in 1775 gebouwde Lindenhof naar het kasteel van Neerijse. In Loonbeek is van Zwarte Jean niet veel meer te zien. De plaats waar de spoorweg over de Sint-Jansbergsteenweg liep en waar de halte stond wordt nog altijd ‘den tram’ genoemd.

Loonbeek aan de IJse – houd goed uw vis

De visclub

Aan de brug ter hoogte van de Kamstraat pik ik nog een mooi zicht mee op de vijver van de IJseclub Neerijse. Daar zijn nu nauwelijks hengelaars te zien maar op hun facebookpagina wemelt het van stoere mannen, jongens met een enkele vrouw en massa’s enorm grote vissen. De club beschikt volgens de eigen informatie over een rijk bestand aan grote brasem, kruiskarper, giebel en snoek. Je kan er als lid of tegen dag/nacht vegoeding karpers vangen tot 18kg. Alles wordt streng gecontroleerd en ik neem aan wat je hier vangt ook mee naar huis mag nemen en opeten.

Margijsbos – aan de IJse – de oude bierbrouwerij Bruffaerts aan de Biesbemd (http://www.biesbemd.com/location.html)

Over de brouwerij en de camping

Aan de brug over de IJse aan de visclub staat aan beide zijden van de Kamstraat een bezienswaardigheid. Het vervallen gebouw aan de rivier is de voormalige watermolen en brouwerij Sint Pieter, gebouwd door de familie Decoster en voor het eerst vermeld in 1762. In het begin van de 20ste eeuw nam de familie Bruffaerts de zaak over en bracht het lokale bier op de markt onder verschillende namen zoals Christmas, Spéciale Bruffaerts, Overlord Pale Ale, Staf Ale en St Pieters White and Super. Je kan via het internet nog etiketjes op de flessen kopen heb ik gezien. Vlak naast de brouwerij stond ook rond 1825 al een hoeve waar de bedienden van de bouwerij vlees, zuivel en groenten gingen halen waarmee ze in die tijd betaald werden. Er werden melkkoeien, schapen en varkens gekweekt en allerlei groenten, onder meer en vooral witloof. Die hoeve is er nog op nr.33 en heeft zich omgevormd tot een gastvrije en natuurvriendelijke  Bread & Breakfast met de naam Biesbemd. Zo heette de omgeving hier vroeger. Het woord ‘Bemd’ komt van beemd en betekent land of veld. De ‘Bies’ groeit welig langs de oever en werd gedroogd om er mee te kunnen vlechten. De straat heette vroeger Molenstraat maar is nadien veranderd in Kamstraat wat ‘brouwerij’ betekent’. Tot mijn verbazing vind ik niets over deze site op de inventaris van waardenvol bouwkundig erfgoed en dat vind ik ook jammer want de brouwerij ziet er toch nogal verkommerd uit en verdient volgens mij een waardige herbestemming zoals gebeurde met de andere brouwerij in Neerijse, De Kroon.

langs de IJse in Neerijse – de voormalige camping Les Chalêts

Aan de overzijde van de straat staat nog altijd het receptiegebouw van de Camping en Caravaning ‘Les Chalêts’. Er is geen ‘stort van bemoste stacaravans’ meer te zien maar de eens zo bloeiende camping is sinds 2013 gesloten wegens ‘zonevreemdheid’ en uit wat ik lees begrijp ik dat de uitbater er als een van de weinige campinghouders in onze streken niet in geslaagd was om zijn kampeerterrein in natuurgebied te doen regulariseren. Het geheel ziet er altijd maar droeviger uit maar nu staat er een bord met een aanvraag tot verkaveling dus ik denk dat er gebouwd gaat worden. Even verder stuit ik opnieuw op aankondigingen over de opheffing van geregistreerde maar niet meer zichtbare voetwegen. Dat maakt mij altijd ongerust maar ter plekke kan je niet goed zien waar het op slaat, voor meer info moet je langs het gemeentehuis in Huldenberg (!) en de termijn voor bezwaarschriften is juist verlopen.

Neerijse – de Kleineholleweg naar het Margijsbos

Over de holle weg

Via de Kleine Hollestraat – een indrukwekkende zeer diepe holle weg – gaat het steil omhoog tot aan de bovenrand van het Margijsbos. Op de kaart met het ‘Wandelnetwerk Zuid-Dijleland’ staat dit trajectje aangegeven tussen de knooppunten 216-219-220-215. In de winter is hier alles somber groen met varens, mossen en zwammen maar als de lente doorbreekt komen de voorjaarsbloeiers uit de grond omhoog. In het verleden is hier nogal wat zware steenslag gestort om de bodem vast te houden dus wees niet verbaasd als je over halve muren en vloeren moet klauteren. Bewonder vooral de grote bomen die zich amechtig vastklampen in de steile wanden. Opvallende soorten zijn hier de wilde boskersen met hun dwars gestreepte schors en de grillige robinia’s met grote bulten in hun bast. Robinia’s werden vroeger overal aangeplant op steile stukken omdat hun wortels de grond vasthouden. Ik vind ze erg mooi en ze zijn erg nuttig voor vlinders en bijen maar eigentijdse natuurliefhebbers beschouwen ze als ‘exoten’ en halen ze weg. In een natuurbeheerde zandgroeve zijn ze natuurlijk erg lastig maar in een holle weg of langs een spoordijk zijn ze perfect op hun plaats.

Neerijse – de Kleine Holleweg – van toen de boer er nog door moest

De bosrand

Aan de bosrand op het plateau kom je langs grote paardenweiden, boerenakkers, een enkele boomgaard en enkele grote villa’s van tamelijk recente datum. Op de horizon heb je een mooi zich op de vallei van de Dijle en Laan en vooral op de hoeve Celongaat ten zuiden van Sint Agatha-Rode. Deze Semi-gesloten hoeve genaamd “Withof” uit de 17de-18de eeuw is met zijn bakhuis sinds 1996 beschermd als monument. Samen met de hoeve Hinnemeure is de omgeving ook beschermd als dorpsgezicht omdat het omringende beemdenlandschap er nog altijd redelijk ongerept bijligt met zijn natuurhoogwaardige afwisseling van bouw- en cultuurgrasland, natte ruigten, rietvelden, oude knotbomen en essenhakhout en aanplantingen van populieren en eiken. Als je hier rechtdoor gaat kom je in Ottenburg uit maar het Margijsbos ligt hellingafwaarts. Er zijn enkele bospaden maar de belangrijkste is de Margijsbosweg.

Loonbeek – Margijsbos – zicht op de vallei van de Laan – hoeve Celongaet

Daarmee ben ik aan het eind van deze reportage gekomen en kan ik je alleen maar aanraden zelf maar eens een kijkje te nemen in het Margijsbos.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://onroerenderfgoed.github.io/la2001/ankerplaatsen/a20043.html

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135099 (Margijsbos)

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/43315

https://www.natuurpunt.be/nieuws/rapport-levende-beken-vlaanderen-20160823#.V712w49OK71

https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/bekkens/dijle-en-zennebekken/gebiedsgerichte-werking/speerpuntgebieden/ijse

https://docplayer.nl/11852369-Poelen-parels-in-het-landschap.html

https://www.facebook.com/ijseclub/

http://www.biesbemd.com/location.html

https://www.biesbemd.com/index.html

Loonbeek – Margijsbos – kaart OSM met wandellus

https://www.etwie.be/publicatie/de-brouwerij-en-mouterij-st-pieter-te-neerijse

http://www.trekkings.be/grdijlelandetappe5.html

https://www.yumpu.com/nl/document/read/17141001/00-overzicht-trage-wegen-neerijsepdf-bloggenbe/5

Klik om toegang te krijgen tot Brochure-Charlepoeng.pdf

http://www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=984

https://plannen.onroerend.erfgoed.be/plannen/200/bestanden/1009

watermolen van loonbeek en omgeving – Plannen …

plannen.onroerenderfgoed.be › plannen › bestanden

http://docs.vlaamsparlement.be/pfile:id=1147401

Schriftelijke vraag

docs.vlaamsparlement.be › pfile

Watermolen van Loonbeek – familiewapen van der Vorst in de gevel

http://www.planteenbos.be/loonbeek.php Loonbeek 2009 – planteenbos.be www.planteenbos.be › loonbeek

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/43314 Hoeve Celongaet met bakhuis | Inventaris Onroerend Erfgoed

inventaris.onroerenderfgoed.be › erfgoedobjecten

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/43315

Parochiekerk Sint-Antonius | Inventaris Onroerend Erfgoed

inventaris.onroerenderfgoed.be › erfgoedobjecten

margijsbos hout berk stoof – dit zie je niet dikwijls

trefwoorden: margijsbos, loonbeek, ijse, watermolen, kasteel, erfgoed, geschiedenis, charlepoeng, bruffaerts, brouwerij, biesbemd, malou, vorst, holle weg, sint antoniuskerk