OP VERKENNING IN DASSENAARDE-ASDONK

Diest – natuurgebied Dassenaarde – in de vallei van het Zwart Water

Het natuurgebied Dassenaarde tussen Averbode, Diest en Tessenderlo  is een van de grotere gebieden die beheerd worden door Natuurpunt. In de folder van Natuurpunt-Diest lees je dat je er kan gaan wandelen via uitgezette wandelingen of via de knooppunten en dat de naam herinnert aan de dassen die er tot eind van de jaren vijftig hun burchten houden. De das is nog niet terug maar tijdens de wandeling in dit landschap zou ik denken dat we dankzij het huidige natuurbeheer dit dier wel opnieuw mogen verwachten en in elk geval staat hij al afgebeeld op de totem aan de ingang van het natuurgebied aan de Asdonkstraat 15, 3294 Diest bij het in 2017 geopende onthaal en jongerencentrum, plaatselijk alom bekend als de ‘Speelpleinwerking Dassenaarde’. Een ander goed vertrekpunt is de Kiewithoeve, Goor 12, 3980 Tessenderlo.

Alle seizoenen maar blijkbaar vooral de herfst zijn goed om dit prachtige gebied met een afwisseling van natte vallei-weiden en droge beboste heuvelruggen te bezoeken want naast een overvloed van planten en dieren passeer je ook heel wat cultuur-historisch erfgoed zoals oefenloopgraven uit de eerste wereldoorlog, een natuurboerderij met de merkwaardige middeleeuwse naam Bolhuis en het 18de eeuwse kasteeltje Groot-Asdonk gelegen in een park in Engelse landschapsstijl aan de rand van het Prinsenbos.

Diest – natuurgebied Dassenaarde – Asdonkstraat 15, Diest – de ingang

De onvoorbereide bezoeker kan even moeite hebben om de juiste afspraakplaats en ingang te vinden want op de kaart wordt de benaming ‘Asdonkstraat’ gebruikt voor een hele reeks van wegen en veldwegen en wie onvoorbereid googelt naar de Asdonkstraat 15 komt gemakkelijk uit op een adres in Tessenderlo een beetje verder naar het oosten dan hetzelfde adres in Diest. Als je geen goede (knooppunten)kaart en richtingsgevoel hebt geeft het ook verwarring tijdens je verkenningstocht. Het gebied ligt op de historische en huidige grens tussen (Vlaams) Brabant en Limburg en de Asdonk is blijkbaar geen donk maar een deel van de meest noordelijke 30 tot 35 meter hoge getuigenheuvel van het Hagenland.

De aan de westkant er naast gelegen Ekelenberg gaat tot 40 meter en aan de overkant van de vallei staat de Blaasberg boven de Demer op een hoogte van 50 meter. In de Romeinse tijd tot in de vijfde eeuw was het een tolpost aan het begin van de ‘Kempenroute’ tussen Diest en Bakel en ik vermoed dat het naamsdeel ‘as’ (een Romeinse munstuk) daaraan te danken is. Aan de zuidkant daalt die heuvel steil af naar de vallei van het Zwart Water dat westwaarts verder stroomt naar de Hulpe en dan naar de Demer. Stroomopwaarts komen aan de oostkant  de Grotebeek en de Kleinebeek op het Zwart Water uit. Op dit punt ben je officieel aan de westkant van de Vallei van de Drie Beken.

Diest – Dassenaarde – het Zwart Water aan de voet van de Asdonk – was hier al een tolbrug in de Romeinse tijd?

Die naam is een beetje verwarrend want dat gaat over de Grote Beek, de Kleine Beek en Middelste Beek en dus niet het Zwart Water. Maar de Middelste beek is eigenlijk de bovenloop van de Kleine Beek.

Pak de kaart er even bij en dan zie je dat het natuurgebied  op de grens tussen Vlaams-Brabant en Limburg ligt en begrensd wordt door het dorp Engsbergen in het noorden, Molenstede in het zuidwesten en Diest en Schaffen in het zuidoosten. Naar het noorden kom je via Tessenderlo in de Kempen, naar het zuiden zit je in het Hageland. De Asdonk is geologisch en landschappelijk gezien geen donk maar een getuigenheuvel zeggen mijn bronnen er losjesweg bij zonder verdere toelichting. Ik reken op de specialisten om me te corrigeren in mijn hierna volgende kort-door-de-bocht uitleg van wat ik begrepen heb over het verschil tussen beiden en het belang daarvan.

In onze streken is een donk een heuvel  ontstaan in het laatste gedeelte van de ijstijden zo’n 15.000 jaar geleden. Vanwege het poolklimaat was er in die tijd weinig begroeiing en stonden de rivieren in de winter droog door de vorst. Daardoor had de wind vrij spel om duinen van opgewaaid zand op te blazen aan de lijzijde van een rivierbedding. In later tijd werd de bedding opgevuld met andere door het water meegesleurde materialen en – zeker in de meanders – ook met moerassig laagveen. De donken bleven uitsteken en werden dikwijls al vroeg bebouwd. Natuurpunt beheert langs Dijle en Demer een aantal van die moerasgebieden.

Diest – Dassenaarde – koeien in de weide rond het Bolhuis

Een getuigenheuvel of Diestiaanheuvel is iets totaal anders, veel en veel ouder en van een andere samenstelling. Vlaamse getuigenheuvels zijn ontstaan tijdens het geologische tijdperk Mioceen, zo’n 23 tot 5 miljoen jaar geleden. In die tijd kwam met de stijging van de Alpen ook in ons land de bodem omhoog waardoor de banken van zand en ijzerzandsteen uit de (Diestiaanse) zee boven water kwamen te liggen. In de loop der tijden spoelde het zachte zand met de Dijle, Demer en andere rivieren tussen de harde ijzerzandsteenknollen uit en zo ontstond het Hageland. In de rivierdalen vormden zich in de tijd al dan niet moerassige zandlemige graslanden, later dikwijls ontgonnen tot vruchtbare akkers. Maar de ijzerzandsteen bleef zichtbaar als een echte steile rand langs de vallei.

De Asdonk is zo’n steilrand(je). In geologische termen wordt dit een ‘cuesta’ genoemd en in mensentermen heet dat ‘tafelberg’, een term die we allemaal kennen vanuit het Zuid-afrikaanse Kaapstad. Vanaf de Klappijstraat aan het Zwart Water en de Grote en Kleine beek zie je die rand overduidelijk liggen, zeker als je weet dat het hoogteverschil slechts een meter of tien bedraagt en je niet kijkt op een hoge rotswand maar op een glooiende helling.

De bochtige greppeltjes bovenop de Dassenaardeheuvel in het natuurgebied Dassenaarde in Diest vallen nauwelijks op in de natuur en zijn blijkbaar vooral aantrekkelijk voor mountainbikers. Dat is erg jammer want ze behoren wel degelijk tot ons nationaal oorlogserfgoed. In het erfgoeddossier lees ik dat ze door de Duitse troepen als loopgraven in de harde ijzerzandsteen aangelegd (uitgehakt) zijn bij de komst van de Fliegerbeobachter Schule West naar het in de vallei gelegen vliegveld van Schaffen in 1917.

Diest – Dassenaarde – Dassenaarde Heuvel – het hoogste punt van de Asdonk – door de mens gebruikt voor militaire doeleinden

Duitse piloten werden daar opgeleid in het herkennen van militaire infrastructuur vanuit de lucht. Het zijn dus ‘oefenloopgraven’ en ze zijn nooit echt aangevallen. Om die reden is de hoekige en bochtige structuur nog enigszins te herkennen. Die hoeken dienden om impact van exploderende bommen en handgranaten in de loopgraven te verminderen. Midden in de structuur moet nog een cirkelvormig platform staan dat mogelijk diende om luchtafweergeschut op te stellen en er zijn nog wat grote gegraven cirkels maar dat alles is moeilijk om nog te zien. Er moet ook nog een ondergrondse schuilplaats zijn maar die is onvindbaar afgesloten en wordt nergens voor gebruikt wat een beetje jammer is in de tijd dat zulke plekken worden herbestemd als overwinteringsplaats voor vleermuizen.

De totale omvang is groter en ingewikkelder dan je zo zou denken, de lengte van de loopgraaf is 150 m. en de diepte moet oorspronkelijk 1,80m geweest zijn. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de helling nog niet volledig bebost en hadden de soldaten zicht op Schaffen. Naar aanleiding van de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2014 werd enig archeologisch onderzoek verricht en de beboste zone rond de loopgraaf gekapt om ze beter zichtbaar te maken. Bij die gelegenheid werden ook twee zichtassen vanuit de loopgraaf op de omgeving opengemaakt: op de zuidwestelijke flank van de heuvelrug werd het zicht op de Zwartwaterhoeve gecreëerd en in zuidoostelijke richting is de zichtas op Schaffen vrijgemaakt.

Diest -Dassenaarde – vanuit de vallei van het Zwart Water kijk je over het Bohuis op de bosrand van de Asdonk

Uit het erfgoeddossier maak ik op dat de loopgraven wel als erfgoed beschouwd worden maar officieel niet als monument beschermd zijn. Er staat een infobordje bij maar ik denk dat het in dit geval beter zou zijn om het geheel ook een beetje te restaureren en onderhouden om ze op termijn te behouden, al was het maar door periodiek de bladeren, ander natuurresten en menselijk afval er uit te halen want zoals het er nu bijligt is het nauwelijks meer herkenbaar. Vanuit de lucht zie je er in elk geval niets meer van. Om de vorm te laten zien heb ik aan de afbeeldingen de plattegrond uit het erfgoeddossier toegevoegd.

Natuurboerderij het Bolhuis is het centrale punt in het natuurgebied. De privé-bioboerderij van Kurt Sannen en zijn gezin vervult een belangrijke rol bij het beheer en de dieren die je ziet grazen worden hier in de winter op stal gehouden als dat nodig is. Op de Ferrariskaart van 1777 zie je dat er in die tijd nog praktisch geen bebouwing was in de vallei en is er van het Bolhuis ook niets te zien maar hij moet er dan toch al geweest zijn want volgens de archeologen stamt hij uit de late middeleeuwen. Ik zie de hoeve samen met het kapelleke voor de eerste keer overduidelijk op de kaart Vandermaelen van 1845. Het is een typische Kempense langgevelhoeve met funderingen van streekeigen ijzerzandsteen met muren die tot het einde van de 19de eeuw volledig uit leem bestonden. Sindsdien is er baksteen tegenop gebouwd en kan je alleen binnen nog enkele overblijfselen van de lemen muren zien. Als je er meer over wil weten kijk je maar eens op de Bolhuis-website.

Diest – Dassenaarde – het Bolhuis

Over de afkomst van de naam heerst enige geheimzinnigheid maar volgens mij heeft het alles te maken met de term ‘bolwerk’ of versterking tegen vijandelijke aanvallen. Zoals overal in grensgebied was het hier in de oude tijd dikwijls nogal onveilig en moesten de boeren zichzelf en hun vee proberen te beschermen. In de omgeving vind je de Waelenhoeve wat wijst op omwalling en de Schanshoeve. Er was ook hoeve de Mot maar die is niet tot in onze tijd geraakt. In de vallei zijn in en sinds de 80jarige oorlog een aantal verschansingen of schansen aangelegd waarvan de Schans van Dassenaarde vlak langs het Bolhuis liep en in het veld zou je er nog overblijfselen van moeten kunnen zien van bij het infobord dat Natuurpunt er bij geplaatst heeft. Op een luchtfoto zie de contouren van de schans heel duidelijk. Een archeologische nota uit 2016 (ter gelegenheid van geplande infrastructuurwerken nabij de Klappijstraat) bespreekt de schansen tamelijk uitvoerig maar vermeldt de precieze plek niet.

Maar op de kaart Vandermaelen zie je de Dassenaarde-schans zeer duidelijk staan als een met palissaden of wallen afgezet klein perceel waarbinnen in tijd van nood het vee kon worden bijeengedreven. Op diezelfde kaart zie je nog zo’n constructie een beetje verder naar het oosten met de naam Schans Maison de Campagne. Bij opgravingen zijn vondsten gedaan zoals houten palen, vermoedelijk voor een brugje en geldmunten uit die tijd.

Diest – Dassenaarde – vanuit de vallei van het Zwart Water kijk je op de bosrand van de Asdonk en op de schans

Sinds Ferraris is de streek lang opmerkelijk onbewoond gebleven maar op de kaart van nu en op het terrein zie en hoor je de bewoonde wereld toch wel oprukken, vooral vanuit het noordelijke Engsbergen (met een opvallende concentratie in het Prinsenbos) en het aan de westkant gelegen Molenstede. In het zuidoosten heeft aan de Rodestraat het vliegveld van Schaffen een flink deel van de natuur opgeslokt. Aan de Klappijstraat juist ten zuiden van het reservaat van Natuurpunt toont de kaart nog niet zoveel huizen maar vanuit de weiden zie ik er toch heel wat staan waarvan veel nieuwbouw van heel recente datum. Zo te zien is in de komende jaren de grootste bouwdruk te verwachten vanuit Engsbergen en ik lees dat het daarbij vooral gaat om villa’s van rijkere mensen die rustig willen wonen in deze bosrijke streek. Tot nu gaan drukke autowegen zoals de N127 Turnhoutsebaan en de  N174 er omheen.

Uit de literatuur begrijp ik dat door het zanderige en dikwijls erg natte karakter van de bodem het gebied niet van aard was om massaal mensen aan te trekken en dat de gronden in het verleden tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw vooral gebruikt werden als weides en hooilanden, of kleine akkertjes op ontgonnen drogere heidevelden waarbij de nabij gelegen Abdij van Averbode ook een belangrijke rol speelde voor de visvangst in de vele vennen waarvan er nu nog slechts enkele over zijn. Toch hebben archeologen op de hogere gedeelten vondsten (grafvelden) gedaan uit het stenen tijdperk, de latere metaaltijden en nederzettingsresten uit de vroege middeleeuwen.

Diest – Dassenaarde – zicht op de vallei vanuit het Bolhuiskapelletjelletje op de Asdonk

De Romeinen gebruikten de Asdonk als tolpost en die werd tot in de 11de eeuw overgenomen door ridders in de tijd dat de Karolingische hofmeiers hierlangs reisden. Die ridders werden ook aangetrokken door de vele drinkwaterbronnen in dit gebied. Rond 1300 proberen Diestse aristocraten op de hellingen wijn te verbouwen maar die poging wordt in 1500 gestaakt wegens de tegenwerking van de natuur maar ik denk ook vanwege het onveilige karakter van deze natuurlijke grens tussen de elkaar niet goed gezinde Hertog van Brabant, de Graven van Loon en het Prinsbisdom Luik en later het begin van 80jarige oorlog.

In 1499 komt Diest samen met de Asdonk in het bezit van Graaf Engelbrecht II van Nassau en dat zal zo blijven tot het einde van de 18de eeuw. Het domein, in de omgeving van de Dassenberg, heet nog steeds Prinsenbos. Op de Ferrariskaart van 1777 is het aangeduid als  een uitgestrekt gebied met bossen, natte en droge heide, weiden, hooilanden en vennen met hier en daar brede dreven beplant met eiken of beuken, met tussenliggende akkers.

Het ontginningsproces komt echt op gang met Arnold Cox die in 1753 zo’n 80 hectare van het gebied opkoopt aan de kant van de Brabantse Hoek op de grens met Limburg. Cox was drossaard van Diest, stammend uit een aanzienlijk Maaslands geslacht.

Zijn nakomelingen, de familie van den Hove, de huidige eigenaars, stammen van hem af.

Diest – Dassenaarde Groot Asdonk – het landhuis met hoeve

Op die hoek (aan de oostkant) staat een kasteeltje met de naam Groot-Asdonk. Het werd in 1760 gebouwd als hoeve en in het begin van de 19de eeuw vergroot tot ‘huis van plaisantie’ (een buitenhuis).

Tussen 1806 en 1810 werd door Guillaume-François van den Hove om het landhuis op een oude rechthoekige kleiwinning een park in Engels-Chinese landschapsstijl van 6 ha aangelegd, een “verrukkelijk labyrint van eilandjes, landtongen, kanaaltjes, heuveltjes, uitbundig slingerende paden tussen bemoste walletjes, rododendronmassieven en enkele zeldzame soorten eik”. Op de NGI-kaart van 1939 zie je het ‘Engels Hof’ in volle glorie. Op die kaart zie je ook de rij imposante zomereiken die op de dreef tussen het gebouw en het park de grens markeren tussen de huidige provincies (Vlaams-) Brabant en Limburg en die zo oud kunnen zijn als de kasteelhoeve.

In het erfgoeddossier vind je een uitgebreide beschrijving van de gebouwen en het park waarbij gezegd wordt dat de meeste versieringen er niet meer zijn maar dat er wel een aantal bijzondere bomen staan. Het kasteelterrein en het park zijn niet afgesloten en dankzij een vriendelijke bezoeker kwam ik er achter dat de centrale dreef vrij toegankelijk.  Maar als privéwoning lokt het niet om er zomaar rond te wandelen en het Engels Hof zelf is wel verboden toegang. Vanaf de Asdonkstraat valt op dat de vijvers zowat helemaal droog liggen maar wat de reden daarvan is heb ik nog niet kunnen achterhalen. Het park is nu meer een aan zichzelf overgelaten bos dan een lusttuin. Het omliggende domein is aan de Limburgse kant (het noorden) grotendeels verkaveld maar aan de kant van Brabant (het zuiden) bijna helemaal openbaar natuurgebied geworden. Aan de Asdonkstraat staat een klein AVM kapelletje dat bekend is als afspraakplaats voor verliefden.

Diest – Dassenaarde – Asdonkstraat ter hoogte van kasteeldomein Groot Asdonk – Maria kapelletje

Dankzij vriendelijke voorbijgangers weet ik ondertussen dat de dreef van oude eiken op de bovengenoemde grens wel degelijk publiek toegankelijk is. Het landhuis is wat minder groot dan in mijn verbeelding maar het is wel een heel mooi gebouw om in te wonen denk ik. Ik hoor dat het pas weer onlangs bewoond is na een periode van leegstand en dat de nieuwe bewoners, het echtpaar Norbert Van Den Hove D’Ertsenryck nog altijd telgen van dezelfde familie zijn als in het verleden.

Het park ligt aan de andere kant van een bruggetje waarop met grote letters ‘privé-bezit – verboden toegang’ staat. Dat er geen tempeltje meer is had ik al gelezen. Rododendrons zijn nog wel te zien en ik neem aan dat de bijzondere bomen uit het erfgoeddossier zoals Rode Beuk, Amberboom, Tulpenboom, Weymouthden, Corsicaanse den, Levensboom, Zilveresdoorn en verschillende soorten eiken er ook nog staan maar tussen de wildernis kan ik ze niet onderscheiden. Langs de Eikendreef met twee rijen bomen aan beide kanten zijn veel van de eiken al gesneuveld want er staan veel beuken tussen en enkele volwassen Hollandse lindes. Aan het landhuis zelf staan de zomereiken nog wel heel mooi formidabel overeind. In enkele van de vijvers in de omgeving van het landhuis staat nog een beetje water maar blijkbaar is het peil al decennia lang dramatisch laag. Of er plannen zijn om dit stukje erfgoed op een of andere manier te herwaarderen weet ik niet. Maar met de ervaring in het kasteeldomein van Meldert (bij Hoegaarden) is er misschien voor Natuurpunt wel een uitdaging om er iets moois van te maken.

Dassenaarde Groot-Asdonk – het Engels Hof – NGI-kaart 1939

De hoeve die tegen het landhuis aan staat is altijd bewoond gebleven en was tot voor kort ook nog een echte boerderij. Ik heb begrepen dat hij binnenkort ook mooi gerestaureerd zal worden door het echtpaar dat er nu de eigenaar van is.

De onvoorbereide bezoeker geeft er zich best rekenschap van dat de grens die je hier oversteekt tegenwoordig wel heel vreedzaam is maar een beetje verwarrend. De Asdonkstraat ligt hier dus op het grondgebied van Engsbergen/Tessenderloo en even niet meer op dat van Diest/Molenstede en als je GPS dat niet weet sta je misschien wel op de verkeerde plek. Zo erg is dat niet want het bos is hier heel erg mooi en groot en met de kaart in de hand kan je er de hele dag op verkenning.

Ten noorden van de Asdonkstraat is alles verkaveld maar aan de zuidkant sta je midden in het topnatuurgebied. Ik lees dat het beheer hiervan in handen is van de Vlaamse overheid, dus van het Agentschap voor Bos en Natuur (ANB) maar uit infoborden die hier en daar staan begrijp ik dat delen ervan door Natuurpunt beheerd worden. Aan eiken bij het Engels Hof hangt een NP-bord ‘niet storen – niet betreden’ en op een hoek lijkt Natuurpunt aan het werk te zijn in en aan een droge parkgracht. Aan de straat hangt een bord “verboden jacht” dus jagers zul je hier niet tegenkomen (hoop ik). Hier gaat de tocht langs grote weiden en hooilanden met paarden, schapen en een enkele koe. Aan het einde van de Asdonkstraat ga je onder een hoogspanningskabel door en kom je aan het Goor bij de Kiewithoeve (niet te verwarren met de veel verder naar het oosten gelegen Kievithoeve aan de Meilrijk).

Op de website lees ik dat de gerestaureerde hofstee dateert van 1922 en vroeger een manege herbergde. Sindsdien is de hoeve omgebouwd tot een brasserie-restaurant.  In de winter kom je weinig volk tegen maar in de zomer is het vast heel druk. Toch denk ik dat er nog hoeve-activiteiten zijn maar misschien horen die wel bij de er vlak achter gelegen Hoeve Het Goor.

Diest Dassenaarde-Asdonk – de Kiewithoeve

Of Kiewit een plaatselijke benoeming is van Kievit weet ik niet maar het uitgestrekte weidelandschap met houtkanten rond de hoeve is wel typisch voor deze vogels. In elk geval is dit een ideale plek om deze kant van Dassenaarde/Groot-Asdonk te verkennen. Rond en ten westen van de hoeve zie ik op de kaart nog een heel aantal plekken met boeiende namen zoals de Prinsendreef, (Goor)loop, Huffelkensbeek en Bottesvijver. Op het terrein heb ik wat moeite om de waterlopen te benoemen want zowat alle weilanden zijn omgeven door greppels of diepe ferm geruimde grachten waarin het weinige water dat er in staat wel lijkt af te stromen naar het zuiden richting Grote Beek en Zwart Water. Op weg vanuit de Prinsendreef naar de Bottesvijver kom ik langs enkele grote heidevelden die kennelijk beheerd worden door het ANB want alleen met grote machines kan je daar zo’n gemillimeterde fantasieloze vlakte van maken, een echt heidegazon goed om er de golfsport op te beoefenen.  Maar een jaar later piepen de jonge berken er al weer doorheen. Ik hou van groepjes berken in een heideveld en een leuk stel schapen. We zijn in Diest en de prins van de Prinsendreef verwijst voor een keer niet naar de Prins de Merode maar naar Prins Willem van Oranje. Op enkele plaatsen kom je ook nog gebouwtjes tegen die ooit hoevetjes waren maar nu als woning of buitenverblijf dienen. Een lezer wijst er op dat er een probleem van zonevreemdheid en bouwen-zonder-vergunning is in het gebied en blijkbaar is dit vooral het geval ten zuiden van de vallei aan de kant van Schaffen.

Diest – Dassenaarde Asdonk – heidebeheer door het ANB

De Huffelkensbeek tussen de Kiewithoeve en het Bolhuis heb ik wel kunnnen vinden maar met de Bottesvijver had ik wat meer moeilijkheden. Het grote ven juist ten zuiden van de Asdonkstraat is bij nader inzien meer een ondergelopen weiland dan een echte vijver. De naam ‘Botte’ komt kennelijk in de streek wel voor maar meer heb ik daarover nog niet kunnen vinden. De vijver met die naam zie ik op de Kaart Vandermaelen van 1846 en die van Popp van 1842 juist ten noorden van de Asdonkstraat en dan staat er duidelijk nog water in. Op de kaarten staan iets naar het westen ook nog de Witte vijver en de Eendevijver aangegeven maar veel water lijkt daar dan al niet meer te zijn. Aan deze vijvers herinneren nu alleen nog de namen ‘Witte Weyerstraat’ en ‘Eendewyer’ Voetweg 164. Voetweg 135 Bottes Vijver – die men dus beter Bottes Weyer had genoemd – loopt tussen de vroegere Witte Vijver en de verdwenen Bottesvijver door. De dijkstructuren die je hier ziet zijn blijkbaar niet van de vroegere vijver maar een overblijfsel van het laatste Molensteedse zandduin, de zogenaamde ‘zandberg’ van Molenstede’ dat einde jaren zestig afgegraven is ten koste van een grote kolonie zwaluwen in de hoge zandwand.

Tussen de bomen verscholen staat ook een mooi huis maar dat komt pas voor op de topografische kaart van 1969. De vlonderpaden herinneren de bezoeker er aan dat de ondergrond hier dus nog wel steeds nat en drassig is. Het erfgoeddossier vertelt dat de vijvers en vennen aan deze kant op de heuvelachtige flank van de vallei in het verleden veelal eigendom waren van de Abdij van Averbode en in de natte heide werden gegraven en ingericht voor de visvangst omdat de abdij “die omwille van de door de kerk voorgeschreven visdagen veel vis consumeerde”.

Diest – Dassenaarde – dit is dus niet de Bottes vijver maar een ondergelopen heideveld met schapen

In de 19de eeuw verdwenen ze ten voordele van de landbouw of werden opgevuld. Het huidige natuurbeheer waarbij Natuurpunt de traditionele hooilanden en heidevelden met maaien en nabegrazing met schapen in stand houdt draagt bij tot de capaciteit van de vallei om water vast te houden en dat is wel belangrijk om de huizen in de omgeving te vrijwaren. Waar er in dit  natte broekgebied populieren stonden zijn die weggehaald en worden de oorspronkelijke bosjes van zwarte elzen hersteld. Op een infobord aan de Asdonkstraat lees ik dat je op de natte plekken allerlei zeldzaam geworden waterplanten aantreft zoals drijvende waterweegbree, waterlepeltje, kikkerbeet en waterviolier maar daarvoor zal ik in het voorjaar moeten terugkomen.

Tot slot zoom ik even in op het beheer van Natuurpunt Diest in hun natuurgebied. In april 2002 wordt het voor de eerst erkend als ‘natuurreservaat E-250 Dassenaarde’ voor een oppervlakte van zo’n 30 ha, twee jaar later wordt nog eens zo’n 10 ha erkend en begin 2018 volgt opnieuw een aanvraag tot uitbreiding maar hoe het daar mee staat weet ik niet precies. Uit de folder begrijp ik dat de afdeling nu zo’n 60 ha in beheer heeft. In het gebied treft de bezoeker een hele reeks infoborden aan en wat het beheer betreft vat ik even kort samen wat ze er zelf over zeggen:  in de vochtige venige broekdelen worden de hooilanden met houtkanten van Zwarte els en Zomereik hersteld.

Diest – Dassenaarde – Natuurpunt Diest legt een heideschraal grasland aan

Dat betekent dat de recente populierenaanplantingen plaats moeten maken opdat de dotterbloemen opnieuw kunnen groeien en bloeien. Het vergroten van de mogelijkheden om in de bodem water vast te houden is een absolute prioriteit. Poelen en greppels worden zo zuiver mogelijk gehouden. Op de drogere zandgronden worden de heide ook weer opengemaakt om meer licht te krijgen en de natuurlijke eiken-berkenbosjes hersteld. Tenminste één soortenarm bos is omgevormd tot een schraalgrasland met soorten zoals struikheide, bosbes, schapenzuring, brem, vogelpootje en zandblauwtje. Rond de open plekken worden brede houtkanten van inheemse struiken en bomen aangelegd en een oude meidoornhaag hersteld zodat deze opnieuw kan dienen als veekering. Oude zomereiken worden behouden maar Amerikaanse eiken worden geleidelijk verwijderd. Amerikaanse vogelkers wordt bestreden. Het maaibeheer mikt op alle gronden op verschraling van de bodem en om die reden zie je ook veel schapen. Om al die planten en bijbehorende dieren te zien moet ik het voorjaar terugkomen denk ik. De winter is de tijd voor de grote werken en een daarvan is van heel recente datum: sinds vorig weekend is tijdens de ‘dag van de natuur’ met een menigte van enthousiaste vrijwilligers een perceel gemengd bos met Zwarte Elzen, Berk, Zomereik, Grauwe Abeel en Es  van minstens 1625 bomen vlak bij de beek aangeplant. Deze aanplant kon volgen na de voltooiing van een groot opgezet ruimingsprogramma om de beek weer proper te maken.  Het heeft de naam meegekregen van ‘Twee-bekenbos’ omdat het gelegen is aan de samenvloeing waar de Grote en de Kleine beek zich verenigen tot het Zwart Water. Met deze hoopvolle bebossingsactie sluit ik deze eerste verkenningsreeks over het natuurgebied Dassenaarde/Groot Asdonk af maar ik ga er zeker nog terugkomen. Met dank aan Natuurpunt Diest voor alle hulp bij deze reportage!

Dassenaarde – kaart Natuurpunt

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/dassenaarde#edit-replace-wrapper

https://www.facebook.com/groups/110718735616709/ (natuurpunt Diest)

https://www.facebook.com/groups/267247303425535/ (natuurpunt Dassenaarde)

DST3028 – Loket | Onroerend Erfgoed

https://loket.onroerenderfgoed.be › notas › archeologienotas › bijlagen

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/134484 (hoeve Groot-Asdonk)

Diest – Dassenaarde – de natuur wordt niet alleen beheerd met schapen maar ook met paarden

Groot Asdonk met “Engelsen Hof” | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be › nieuws › groot-asdonk-met-engelsen-hof-201…

http://www.verasdonck.nl/Introduction/kleine foto’s/Asdonk te Diest.pdf:

https:www.kiewithoeve.be

http:/www.bolhuis.be/

https://sites.google.com/site/schansenbrabant/home

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/301862

link om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Diest – Dassenaarde – rond het Bolhuis – zin in een ezeltocht?

Trefwoorden: diest, dassenaarde, asdonk, natuurpunt, natuurgebied, natuurreservaat, erfgoed, geschiedenis, kiewit, loopgraven, bolhuis, zwart water, vallei van de drie beken, hageland, van den hove