OP STAP IN DE BEGIJNENBEEKVALLEI – HET PAPENBROEK IN BEKKEVOORT EN HET K7 ANTI-OVERSTROMINGSSYSTEEM IN DIEST

Uitgelicht

juli 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Neem de kaart er maar weer bij en ga eens op stap in het natuurgebied Papenbroek. Bij Natuurpunt lees ik dat het een gebied is van ergens tussen de 10 en de 50 ha dat ligt in de Begijnebeekvallei. Die vallei is het eerste gedeelte van de Hagelandse vallei en wordt omsloten door min of meer evenwijdig lopende heuvelruggen met intrigerende namen zoals Blakenberg en Luienberg. Op die heuvelruggen is het ook mooi wandelen hoewel je er wel het lawaai van de veel te drukke ‘Staatsbaan’ of N2 Leuvensesteenweg tussen Bekkevoort en Diest moet bijnemen, zeker als je die hier of daar wil oversteken.

Het reservaat zelf ligt juist te oosten de Zandstraat in Assent, een deelgemeente .van Bekkevoort. Het is een tamelijk smalle strook rechts van de Begijnebeek en op de kaart lijkt het niet erg toegankelijk. Maar op het terrein zal je al snel merken dat er wel degelijk een aantal leuke wandelpaadjes zijn voor natuurliefhebbers die goed ter been zijn en op zoek zijn naar een wat ruigere natuurbeleving. Je er een mooie aangeduide luswandeling in en rond maken maar je kan ook helemaal door en dan weer terug.

Natuurpunt: “Het Papenbroek bestaat uit een aaneenschakeling van natte graslanden, ruigten, bos en kleine waterpartijen. De bloemrijke laagveenhooilanden van weleer worden opnieuw in ere hersteld. Het Papenbroek herbergt veel zeldzame en bedreigde soorten. … In 1253 behoorde het Papenbroek toe aan de abdij van Sint-Truiden. De paters of ‘papen’ hadden het voor het zeggen in het gebied, vandaar ook de naam. Centraal in het Papenbroek ontspringt een bekoorlijk watertje, de Gele Gracht, gevoed door helder kwelwater. De naam ‘Gele Gracht’ wordt in oude documenten ‘Geilengracht’ genoemd. Het woord ‘geil’ stond vroeger namelijk voor ‘vruchtbaar’ of ‘welig’.”

Op de Ferrariskaart van 1777 zie ik op de plaats van die gracht de naam ‘Beverbeek’ staan, dus misschien heeft het daarmee ook wel te maken. De Bevermolen die ook op die kaart staat is er niet meer.

Het natuurreservaat Papenbroek maakt tegenwoordig geheel of gedeeltelijk deel uit van de gemeente Bekkevoort maar samen met het dorpje Papenbroek en de Begijnebeek was het eeuwenlang een deel van Diest. Als je op de kaart kijkt zie je dat de vallei ten zuidenwesten van die stad ligt. De reden ken ik niet maar op de kaart van nu is de beek aangeduid als ‘Winterbeek’ terwijl hij op alle oude kaarten de naam Begijnenbeek draagt.

In de beschrijving op de inventaris va onroerend erfgoed lees ik dat hij “behoort tot het Demerbekken  (en) maakt mogelijk deel uit van een voormalige fossiele vallei die zou kunnen doorgetrokken worden naar het westen langs de vallei van de Winge. Sommige auteurs zien hierin een voormalige Demerbedding”. Als dat laatste waar is denk ik dat in de oude tijd het water in de vallei in de richting van Werchter moet zijn gestroomd terwijl het vandaag de dag richting Diest gaat. Wie weet daar meer over?

Om in Diest ter hoogte van de Saspoort aan de Demer te geraken maakt de Begijnenbeek samen met de Gele Gracht een grote lus om de noord van de Kloosterberg, een heuvel van zo’n 50m boven de zeespiegel die daar door de zee als duin is achtergelaten in het ‘Diestiaanse’ tijdperk, dat wil zeggen zo’n 4 tot 10 miljoen jaar geleden. Op oude kaarten zoals die van Villaret (1745) zie je dat de hellingen van de vallei nog grotendeels bebost zijn zoals het ‘Bois du Prince d’Orange’ aan de noordkant en het ‘Bois de Nebauris’ aan de zuidkant maar op de kaart van 1873 is er al heel veel omgezet in akkers met holle wegen naar de vallei. Op de kaart van nu zijn er nog nauwelijks bomen te zien maar wel veel huizen en autowegen. Richting Kloosterberg is er alleen nog een bosje overgebleven dat recent is ingericht als het ‘bosreservaat Gasthuisbos’.

De beek zelf is op de oude kaarten nog een lint met talloze kronkels maar na de Tweede Wereldoorlog is hij bijna volledig rechtgetrokken. Dat dit allemaal samen mede de oorzaak is van overstromingen in de afgelopen jaren hebben de bewoners in de vallei moeten ervaren maar daar kom ik nog op terug.

In de vallei van de Begijnenbeek zelf “vinden we een nog grotendeels oorspronkelijk beemdenlandschap met sporadisch nog perceelsrandbegroeiing. Het Papenbroek is een waardevol natuurgebied.”. Jammer genoeg sta je aan de ingang van het gebied in Assent aan de Zandstraat wel ook aan de voordeur van een in de jaren zeventig aangelegde ambachtszone die ter plaatse het grootste deel van de vallei in een betonzone verandert. Misschien kan die nog eens verhuizen om de historische natuur-eenheid te herstellen?

Het gebied is dankzij het zorgvuldig natuur- en maaibeheer van Natuurpunt-Bekkevoort in zo’n 30 jaar veranderd van een verruigte wildernis van oude turfputten en door de boeren verlaten natte hooilanden, nadien beplant met snelgroeiende populieren, uitgegroeid tot een topnatuurparel met allerlei bloemrijke zeldzame planten die er in het verleden waren en na een lange periode van afwezigheid door verstoring nu de een na de ander weer tevoorschijn komen.

De fotogenieke weiden waar je als bezoeker doorstapt zijn zogenoemde ‘blauwgraslanden’. Volgens Wikipedia is zo’n weide een “associatie uit de klasse van de matig voedselrijke graslanden, een bijzonder soortenrijke plantengemeenschap van schraal nat grasland dat voorkomt op voedselarme, natte gronden, overwegend in beekdalen en laagvenen. De bodem mag noch te voedselrijk, noch te zuur zijn…. Tot het begin van de twintigste eeuw vond men in de laagveengebieden van de Lage landen grote oppervlakten blauwgrasland, alsook in (de randen van) de beekdalen van regio’s met een zandige ondergrond. …. Schattingen over de oppervlakte blauwgrasland in Vlaanderen lopen op tot duizenden hectare…. Door de ‘kwaliteitsverbetering’ van landbouwgronden tijdens de 20e eeuw, waaronder het gebruik van kunstmest, verlaging van de grondwaterstand en verzuring is er nog maar heel weinig bewaard gebleven van dit vegetatietype.

Het herstel van dit soort natuur vergt jarenlang geduldig maaien en afvoeren. Het resultaat mag er zijn en het klopt wat op de website van Natuurpunt-Bekkevoort staat dat de bloemrijke laagveenhooilanden die al 25 jaar in beheer zijn een “ware streling voor het oog zijn”. Die worden alle jaren tweemaal gemaaid en het maaisel wordt gehooid of afgevoerd. Daarbij worden blijkbaar ook zwarte Schotse hebridean-schapen ingezet maar die zijn nu nog niet te zien.want de schapen waar ik foto’s van post zijn wit maar van welke soort ze zijn weet ik niet.

De hoofdzaak is dat alles zo kort en opgeruimd mogelijk de winter in gaat. Daarnaast wordt ook de opslag van wilgen bestreden om verbossing te voorkomen en de vroegere turfputten opengemaakt om te kunnen dienen als poelen voor amfibiën en watergebonden insecten. Omdat het een drassig en dus kwetsbaar landschap is kunnen er geen zware machines gebruikt worden en moet er veel met de hand gebeuren: “elke eerste zaterdag komen vrijwilligers hun handen uit de mouwen steken. In het kader van het project educatief natuurbeheer in Vlaams-Brabant, komen ook de Bekkevoortse scholen regelmatig helpen.” Op de website vind je de agenda met de aangekondigde werkdagen. Ik denk dat ik nog lang niet alles van dit natuurgebied gezien heb en er dus wel weer binnenkort een bezoek ga brengen.

Tegelijkertijd moet natuurlijk ook verhinderd worden dat milieuvervuiling het gebied binnendringt en de bodem aantast.

In de tijd dat de beek nog meanderde diende de vallei als opvangbekken bij zware regen, vooral tijdens de winter, maar omdat het water proper was konden de boeren het meekomende slib gebruiken om hun landjes vruchtbaar te maken zonder dat de natuur verstoord werd. Maar in onze tijd veroorzaken zulke overstromingen zeer grote schade.

Het reservaat werd in 1989 al eens onder water gezet door een ongewenste overstroming van de Begijnenbeek en bijna 20 jaar later was het opnieuw raak. Tijdens een zwaar onweer op 4 juni 2018 werd het hele reservaat herschapen tot een modderpoel waardoor tot ellende van Natuurpunt Bekkevoort jarenlang natuurbeheer op één dag vernietigd werd “door vervuild slib van de hoger gelegen akkers” maar ook door vervuild water uit de overgelopen rioleringen die niet voldoende op de waterzuivering zijn aangesloten. Tegelijkertijd stonden ook in de stad Diest hele straten onder water.

Als natuurbeheerder van graslanden met orchideeën is dat om wanhopig te worden want dat water zit vol met veel te voedselrijke en giftige landbouwresten en met huishoudelijk afval uit de nog niet voldoende aangesloten rioleringen. Maar tegelijkertijd is die beek in het verleden zodanig gekanaliseerd (rechtgetrokken en verdiept) dat ook in de stad Diest straten en kelders blank komen te staan omdat het water niet kan uitvloeien. Blijkbaar is het probleem niet nieuw want ik lees in een aankondiging in juni 2017 bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) dat ze dan al werken hebben uitgevoerd aan de beek en dat ze nog twee extra gecontroleerde overstromingsgebieden gaan aanleggen die begin 2018 moeten klaar zijn.

Ik ben het allemaal al eens ter plaatse gaan bekijken. Als ik het goed begrijp komt het er op neer dat men op de splitsing tussen de Begijnenbeek en de Leugenbeek ten zuiden van Diest en ten noorden van het natuurreservaat het water wil verhinderen om rechtstreeks naar de stad te stromen (via de Begijnenbeek west van de Kloosterberg) maar het wil afleiden naar het natuurgebied Webbekom (via de Leugebeek oost van de Kloosterberg).

Op de kaart zie je op die splitsing aan het eind van de Neerveldweg (grondgebied gemeente Diest) een ‘verdeelcentrum’ met de naam K7. Om een en ander op een ecologisch verantwoorde manier aan te pakken worden niet alleen schuiven en dijken aangelegd maar ook de oude loop van de Begijnenbeek in ere hersteld door die minder diep te maken en er opnieuw bochten in aan te leggen.

We zijn nu 2021 en of al die werken al voltooid zijn weet ik niet zeker. Ik lees bij VMM dat “de goede ecologische toestand van de waterloop ten laatste in 2027 moet worden gehaald”. Alleszins zijn er blijkbaar sinds 2018 geen overstromingen meer geweest.maar tegelijkertijd lees ik dat we “door de klimaatverandering … allicht … moeten leren accepteren dat wateroverlast op bepaalde momenten onvermijdelijk zal zijn”.

Begin juli 2021 stonden veel straten in Vlaams- en Waals Brabant weer onder modderwater maar of Diest ook getroffen is heb ik niet gezien. In elk gevam; plan je huis of bedrijf maar niet in overstromingsgebied zou ik zeggen. De overstroomde wijk in Diest was eind vorige eeuw nog een waterbergend moerasdeel van de vallei dus wie daar gebouwd heeft oogst de moeilijkheden die in die tijd gezaaid werden. Daar komt bij dat als gevolg van de klimaatverandering de heftigheid van zulke onweders eerder zal toe- dan afnemen.afgewisseld door lange perioden van overmatige droogte wat al evenmin goed is voor de natuur en de levende wezens die het daarvan moeten hebben. 

 Voor het natuurbeheer zoals in het Papenbroek is het uiteraard van vitaal belang dat de agrarische en rioleringsvervuiling worden aangepakt maar blijkbaar is vooral het eerste nog altijd erg problematisch. Die doos van Pandora doe ik een andere keer nog wel open.

Op foto’s van Natuurpunt-Bekkevoort gezien zie je de tot aan de rand gevulde Begijnenbeek die hier en daar al aan het overlopen is maar uiteindelijk zijn de beheerder er met de schrik afgekomen en is een ramp deze keer uitgebleven.

Conservator Fredric Gabrys meldt dat hij denkt “dat 2018 voorlopig de laatste keer was met modder en massa water in het papenbroek. Bepaalde delen zie je dit nog met veel brandnetel en distels maar dit beperkt zich grotendeels tot het eerste perceel vanaf de Zandstraat. De overige percelen zijn nog ok, weliswaar betekenen die overstromingen met voedselrijk water en slib weer dat we een 10 jaar terug in de tijd worden geslingerd met beheren, dus terug verder verschralen. De percelen verder ten zuiden, ten zuiden van de Gele gracht blijven normaal altijd gespaard van overstromingen. Behalve die keer in sep 1998”. 

De kanttekening is dat het niet zeker is of de beheerders gewoon geluk hebben gehad of dat dit het positief resultaat is van de waterbeheersingsmaatregelen die de Vlaamse Milieu Maatschappij de afgelopen jaren heeft genomen om overstromingen te vermijden door de ecologie van de waterloop te verbeteren en door het water te verhinderen in grote massa’s naar de meest zuidelijke woonwijk van de stad Diest te stromen door het af te leiden naar het natuurgebied Webbekom.

 Op mijn vraag naar de toestand in ‘zijn’ gebied antwoordt beheerder Bert  Vandebosch: “Nu eerder geluk gehad…Te veel water hou je toch nooit tegen. Je kan er wel voor zorgen dat het zo proper mogelijk is en dan is er nog heel veel werk aan de Begijnenbeek en omliggend landschap….. er zijn zeer nuttige werken geweest maar dat ligt stroomafwaarts van het Papenbroek en heeft dus beperkte impact voor ons. Maar water vind ik niet zo erg zolang er geen sediment en mest van de akkers en rioolwater bij zit. In samenwerking met VMM hoopt men in de toekomst wel terug meanders te herstellen in het Papenbroek om nog meer water te bergen en langzaamaan wordt de vuilvracht van de beek gehaald. Ook stroomopwaarts ter hoogte van het industriepark wordt de vallei gedeeltelijk terug afgegraven en gesaneerd.” 

Na al de wateroverlastfoto’s van de laatste tijd ben ik meer dan benieuwd hoe het staat met de tegenmaatregelen op onze waterlopen en – gebruik makend van de gelegenheid –  ben ik maar eens een kijkje gaan nemen aan dat eerder in deze reportage genoemde ‘verdeelpunt K7’ ten noorden van het Papenbroek op de plek waar de Leugebeek zich van de Begijnenbeek afsplitst en ten oosten van de Kloosterheuvel richting natuurgebied Webbekom gaat. Ik toon je enkele foto’s van dit bouwwerk, mooi vind ik het niet maar nuttig is het wel denk ik. 

Dankzij K7 is de vallei van de Begijnenbeek en de Leugebeek tussen het Papenbroek in Bekkevoort en de woonwijk van Poelst in Diest bij het wolkbreuken van deze week niet onder water komen te staan. 

Je kan zien dat het water nog een flink stuk hoger heeft gestaan maar dat het binnen de bedding van beide beken en ook van die van de Gele Gracht gebleven is (die naam staat niet meer op de kaart van nu). Door het ophalen of neerlaten van de stuwen aan het verdeelcentrum wordt met de hulp van de elektriciteit van de torenhoge windmolens in de omgeving de waterstand in de beken geregeld. 

Op dit ogenblik staat het water stroomafwaarts in de Begijnenbeek west een stuk hoger dan dat in de Leugebeek naar het oosten. Maar de hoogte van de stuw bepaalt ook het peil van het water stroomopwaarts en met dat niveau is de beek tot een meter onder de rand gevuld maar het zou dus nog hoger kunnen.

De brede waterplas is wel een enorm verschil met het diepliggende gootje van een paar dagen geleden van voor het onweer waarin nauwelijks enig stroompje te zien was. De oever is flink drassig maar met rubberbotten kom je er goed langs. Voor wandelaars zijn er zelfs knooppunten voorzien en bij een bosje kom je een bord tegen dat je waarschuwt tegen buizerds. De stad meldt zich door een reusachtige Carrefour supermarkt aan de Reustraat ter hoogte van de Romblokstraat maar tenzij je daar je boodschappen wilt doen kan je mooi groen verder langs de beek  richting Provinciaal Centrum Halve Maan hoewel je dan wel tussen de huizen terecht komt. 

Wat mij opvalt is dat het water ferm stroomt maar dat de velden niet overmatig veel tekenen vertonen van erosie. Om het slib vast te houden zijn er op veel plaatsen bloemstroken voorzien waarop ik zelfs korenbloemen zie staan. Tot mijn spijt kom je vanaf hier niet langs de beek naar het natuurgebied Papenbroek zelf. Aan het oude Piëta-kapelletje aan de Neerveldstraat gaat er wel een pad maar dat loopt dood op privéweiden en boomgaarden, een beetje eikenbos en heel wat wildernis. Ik vermoed dat in de komende jaren dit landschap ook wel in natuurbeheer zal worden genomen en dat zou ik een goede zaak vinden. Om je heel dat ingewikkelde watersysteem van de Begijnenbeek en Leugenbeek rondom de Kloosterberg ten zuiden van Diest te laten zien heb ik een kaart bijgevoegd gebaseerd op die van Googlemaps. Daar zie je wel dat je als voetganger hier gemakkelijk in moeilijkheden kan komen als de de bruggetjes niet weet zijn. 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135082

Kloosterberg en vallei van Begijnenbeek

+++

https://www.natuurpunt.be/afdelingen/natuurpunt-bekkevoort

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Blauwgrasland

+++

https://www.hln.be/bekkevoort/zware-ravage-in-papenbroek~a422a074/

+++

Juni 2017 – Overstromingsgebieden en beekherstel voor de …

https://www.integraalwaterbeleid.be › in-de-kijker › ov…

+++

https://www.robtv.be/nieuws/overstromingen-in-wijk-van-poels-in-diest-voorgoed-verleden-tijd-79230

+++

Bijkomende maatregelen aan Begijnenbeek en Leugebeek …

https://holahageland.net › 2019/12/04 › bijkomende-m…

trefwoorden: Bekkevoort, Assent, Begijnenbeek, Leugebeek, Diest, Papenbroek, Natuurpunt, blauwgrasland, natuurbeheer, wateroverlast,

Advertentie

L’ETANG DE PECROT – LA FABULEUSE HISTOIRE

Uitgelicht

Mei 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

L’Etang de Pécrot – kaart

De vijver van Pécrot (Gréz-Doiceau) aan la Petite Marbaise vlak langs de spoorlijn tussen Leuven en Ottignies is één van die plekken in onze streek waar ik altijd weer naar terug ga. Ik heb er al veel over geschreven omdat ik het een mooie maar ook uitdagende combinatie vindt tussen de inspanningen van een plaatselijke visclub en de natuurorganisaties.

Ik dacht dat ik er al veel over wist maar dankzij enkele vrienden uit de omgeving (dank aan Béatrice Denis) weet ik nu dat er door de ASBL PECROT DEMAIN ENSEMBLE al even geleden een mooi boek gemaakt is met tekst en foto’s over de geschiedenis van de vijver met de titel LA FABULEUSE HISTOIRE DE L’ETANG DE PECROT. Ondertussen staat het geheel ook op het internet en dankzij de inspanningen van Marie-Christine & Jean-François Misonne van GELURA (zie de link) kan je het allemaal zelf lezen bij je thuis of met behulp van een app op de bordjes die sinds enige tijd langs de oevers van de vijver en de vallei zijn neergezet.

Dat verhaalt begint zo : ‘’ En 1952, Monsieur Bellefroid (pisciculteur) demande l’autorisation de créer un étang à Pécrot. En effet, à ce moment, toute la vallée de la Dyle (Gastuche, Archennes, Pécrot et Weert-Saint-Georges) est dédiée à la reproduction de poissons. La Marbaise passait à cette époque au milieu du terrain actuel de l’étang. Un chemin de promenade la longeait d’ailleurs. Mr Bellefroid fera dévier la rivière estimant qu’il y avait suffisamment de sources pour alimenter l’étang. Vous pouvez encore voir cette déviation de nos jours. Lorsque vous prenez le sentier vers l’étang (en suivant les panneaux fléchés), la Marbaise est à votre droite. Au bout ce sentier, en passant le petit pont, vous constaterez que la Marbaise fait un coude vers la gauche. Elle ne rejoindra à aucun moment l’étang.”

Je kan dat inderdaad op oude kaarten nog zien. De familie Bellefroid is sindsdien uit het zicht verdwenen maar de vissen zijn gebleven en het natuurbeheer heeft zich ook ontwikkeld. Hierna vertel ik meer  over deze spannende geschiedenis.

De vijver – lees ik in  het verhaal ‘LA FABULEUSE HISTOIRE DE L’ETANG DE PECROT’ in Pecrot Ensemble Demain – wordt door de heer Bellefroid zo’n twintig jaar uitgebaat als visvijver maar na een grote droogte in 1976 heeft hij er genoeg van en overtuigt de gemeente Gréz-Doiceau om de site aan te kopen.

Vier later vraagt en krijgt de VZW Amis du Parc de la Dyle de toestemming om er de natuur te beheren en twee jaar daarna, we zijn dan 1882, krijgen een twintigtal vissers toestemming om hun sport op de vijver uit te oefenen.

Eind jaren 80 is het water nergens meer dieper dan 30 cm. Om hem opnieuw interessant te maken voor de visvangst moet hij worden uitgediept tot 1,5 meter, een dure ingreep (750.000 fr) waarvoor “le collège communal marque son accord à condition que le comité des pêcheurs participe à hauteur de 50.000 francs par an pendant 9 ans, le reste étant pris en charge par la commune. Ce contrat a été parfaitement tenu par le comité des pêcheurs qui comptait alors une bonne soixantaine de membres. Les berges furent nettoyées”.

In de jaren daarna moeten opnieuw grote kosten gemaakt worden om de verdroging tegen te gaan maar ook om een heel aantal bomen aan weerskanten van de vijver te vellen. In de winter van 1997/98 spant de natuurvereniging zich samen met de vissers in om de natuur van het eiland in de vijver te verbeteren en nadien worden ook de nog overblijvende populieren langs de vijver verwijderd en de oevers zo ingericht dat ze voor de vissers aantrekkelijk zijn.

Tegen die tijd zwemmen er toch heel wat soorten vissen rond zoals.

·        Ziverkarper – Carpe amour blanc et argenté (Hypophthalmichthys molitrix)

·        Lederkarper – Carpe Cuir (Cyprinus carpio carpio)

·        Gewone karper – Carpe Commune (Cyprinus carpio)

·         Spiegelkarper – Carpe Miroir (Cyprinus carpio carpio)

·        Blankvoorn – Gardons (Rutilus rutilus)

·        Ruisvoorn – Rotengle (Scardinius erythrophthalmus)

·        Winde – Ide mélanote (Leuciscus idus)

·        Zeelt – Tanche (Tinca tinca)

·        Kroeskarper – Carassins (Carassius carassius)

·        Brasem – Brèmes (Abramis brama)

·        Snoek – Brochet (Esox lucius)

·        Snoekbaars – Sandre (Sander lucioperca)

·        Paling – Anguille  (Anguilla anguilla)

·        Baars – Perche  (Perca Fluviatilis)

Of die er allemaal spontaan komen of worden uitgezet en wat de verhouding daartussen is weet ik nog niet. Veel van die vissen kunnen een verbazende omvang bereiken maar om ze in klaargemaakte vorm te willen proeven moet je in een restaurant zijn want op de L’Etang de Pécrot worden ze wel opgehaald maar ook weer terug in het water gezet om de te vermijden dat de visstand vermindert.

Nauwelijks is het natuurinrichtingswerk gedaan of er dient zich een nieuwe fase aan. Overeenkomstig de nieuwe Europese regelgeving op de verbetering van de waterkwaliteit zet de Région Wallonne zich vanaf eind 2000 in om aan de oostkant van de vijver van Pécrot buizen in te graven om het huishoudelijk afvalwater af te voeren. Op aandringen van Oscar Maricq van het Département Nature et Forêts (DNF) wordt bij die gelegenheid – ook al weer tegen hoge kosten – een ‘monnik’ geplaatst om het waterpeil te regelen en de uitstroom van vissen te vermijden. De visclub moet ook een nieuw toiletgebouw zetten om zich op de riolering aan te sluiten. 

De aanleg van het rioleringssysteem levert massa’s aarde op. Om enorme hoge afvoerkosten te voorkomenen wordt de grond ter plaatse gebruikt om de fragiele oevers aan beide zijden van het water te vergroten en te verstevigen.  Om arbeidskosten te besparen worden de werken uitgevoerd door de leden van de visclub zelf. Een deel van het hout wordt afgevoerd aan de plaatselijke boer maar met grote massa’s houtsnippers van wilgen – afkomstig van onderhoudswerken en aangevoerd door de gemeentearbeiders – worden de oevers ‘ontmodderd’. Reeksen in de grond geslagen oeverpaaltjes – eveneens van wilg – zorgen voor stabilisatie. 

Aan de kant van de Rue Cyrille Bauwens (langs het spoor) worden ook nog dure stabilisatiewerken uitgevoerd om het afglijden naar het water bij regen te verhinderen.

Wie vandaag terugkijkt op de veel te droge zomers van de laatste jaren kan het zich niet voorstellen maar in 2010 komt heel de omgeving van de vijver onder water te staan. In het boekje ‘La Fabuleuse Histoire de l’Etang de Pécrot’ zie je spectaculaire foto’s van een tot een bergstroom aangezwollen kolkende Marbaise en de ondergelopen visclub. Maar blijkbaar heeft dat toch geen grote schade opgeleverd want ik lees daar toch niets over.

In onze tijd vestigen de bevers zich in het riviertje. Dat is kennelijk een delicate materie want het boekje zegt daarover niet zo heel veel konkreets. Wie mijn teksten van de afgelopen jaren gevolgd heeft kent mijn bewondering voor de beheersystemen met horizontale buizen die de gemeente Gréz-Doiceau (?) jarenlang in de beek heeft geplaatst om deze nijvere dieren met hun dammen het water te laten stabiliseren maar ook om te voorkomen dat ze het waterpeil altijd maar verder verhogen. 

Voor zover ik weet hebben ze voor de vijver nooit een probleem opgeleverd – integendeel denk ik want de zomers zijn inderdaad veel te droog als gevolg van de opwarming van het klimaat en bovendien eten bevers geen vis  – maar blijkbaar houden enkele boeren in de omgeving niet van ze en tot mijn pijnlijke verbazing zijn al die installatie weggehaald en de dammen ook.

Aangezien bevers beschermde dieren zijn en de vallei valt onder de Europese regelgeving op natuurbehoud vind ik dat niet kunnen dus ik verwacht dat er een ferme oplossing wordt uitgewerkt in het voordeel van de bevers.

In het boekje ‘La Fabuleuse Histoire de l’Etang de Pécrot’ van de ASBL PECROT DEMAIN ENSEMBLE vind je helemaal op het einde twee hele mooie kaarten over wat toch een van de belangrijkste zaken in dit vis- en natuurverhaal is : het grotendeels ondergrondse systeem van de waterzuivering. 

Wat je er van ziet zijn aan de kant van Florival het grote zuiveringsstation en naast de brug over de Dijle een pompstation om het gezuiverde water aan de rivier terug te geven. Maar aan de kant van Pécrot staat er ook een onopvallend gebouwtje aan het begin van La Petite Marbaise en op de kaart zie je dat dit moet dienen om al het huishoudelijk afvalwater van de huizen rond de vijver met een persleiding op te pompen naar het stroomopwaarts gelegen zuiveringsstation.

Voor meer gegevens zou je terecht moeten kunnen op de website van de Société Publique de Gestion de l’Eau (SPGE) http://www.spge.be/fr/index.html?IDC=1. Maar ik vind daar niets over Gréz-Doiceau dus dat zal nog even moeten wachten.

Een van de vissers vertelde me dat het waterpeil van de vijver gevaar loopt door het stroomopwaarts oppompen (captage) van (drink)water maar daar heb ik nog geen bijzonderheden over gevonden.

Daarmee ben ik zo ongeveer rond met dit reeksje. Om het karakter van deze unieke vijver te handhaven is een maximale samenwerking tussen de vissers, de natuurliefhebbers en de gemeente nodig en ik neem aan dit hier ook wel goed verloopt.

Als buitenstaander waag ik me toch aan een paar ‘knelpunten’ die volgens mij gemakkelijk te verhelpen zijn.

Dat van de bevers heb ik al genoemd. Het tweede punt is het beheer over het unieke veldje van dotterbloemen (en andere voorjaarsbloeiers) op het moerasje aan de ingang. Iemand (?) heeft daar hout op gestapeld en een grote hoeveelheid maaisel op gestort. Daar kan dat veldje absoluut niet tegen en dat kan je ook zien. Dat zou dringend moeten worden weggehaald of een tiental meters verplaatst.

Het laatste knelpunt betreft de beschoeiing langs de oevers zoals die gemaakt is tijdens de werken vorig jaar. Het ziet er wel mooi recht uit maar zo’n ‘muur’ van loodrechte planken verhindert de migratie van amfibieën en zal zelfs moeilijkheden opleveren voor (jonge) watervogels denk ik. Hier en daar zullen er dus openingen (of zoiets) gemaakt moeten worden om de natuur een handje te helpen maar dat kan toch geen probleem zijn. Ik heb al vermeld dat men voor die versteviging in het verleden levende wilgentakken in de grond plaatste en dat ziet er toch veel natuurlijker uit (en biedt ook mogelijkheden voor schaduw).

Ik kom hier graag en uit de reacties te zien geldt dat ook voor anderen in onze streek. Dat leidt natuurlijk ook tot heel wat meer bezoekers dan in het verleden en vissers en natuurliefhebbers zijn het er kennelijk roerend over eens dat dit niet mag leiden tot het verstoren van de rust en de natuur. Op je mountainbike mag je in elk geval het gebied niet in zo te zien aan de grote borden die op veel plaatsen zijn opgehangen. Feestvierders zijn ook niet welkom met uitzondering van het traditionele jaarlijkse evenement van de visclub.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://biodiversite.wallonie.be/fr/262-etang-de-pecrot.html?IDD=251659108&IDC=1881http://www.etangdepecrot.com/

+++

http://www.pecrot.be/1952-a-1985/

+++

+++

http://biodiversite.wallonie.be/fr/262-etang-de-pecrot.html?IDD=251659108&IDC=1881

+++

http://www.etangdepecrot.com/

+++

https://www.facebook.com/P%C3%A9crot-Demain-Ensemble-asbl-1801514173496967

Zie ook:

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/2020/06/30/letang-de-pecrot-en-de-vallei-van-la-dyle-en-la-marbaise/  (nederlands)

+++

https://ernstguelcher.blogspot.com/2020/09/letang-de-pecrot-grez-doiceau.html (frans)

Trefwoorden : L’Etang de Pécrot, natuurbeheer, vis, brochet de la dyle, les amis du parc de la dyle, pécrot demain ensemble,

ORP-JAUCHE – LE PARADIS VAN KALKGROEVE TOT NATUURRESERVAAT

Uitgelicht

Januari 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Orp-Jauche – een vlinder in het Paradijs

Orp-Le-Grand vind je na zowat een kwartier rijden vanuit Leuven langs de E40 vanaf afrit 26. Het is samen met Orp-Le-Petit, Jauce en nog enkele dorpjes sinds 1977 deel van de fusiegemeente Orp-Jauche. Ooit was deze streek deel van het hertogdom Brabant en in de taal van die tijd stond ORP voor DORP en zoals in zoveel Brabantse dorpen bevond je in die tijd hier al in een toen al eeuwenlang grotendeels ontbost open golvend landschap met veel akkers en vierkantshoeves maar ook kerken, kloosters, kastelen, watermolens en zelfs een echte grot.

Over die rijke geschiedenis moet ik nog meer horen en zien, net als over het riviertje La Petite Gette dat dwars door het dorp kronkelt (met nog het klein vogelreservaat La Jaucière) op weg naar de Gette, de Demer en de Dijle.

In de 19de en 20ste eeuw heeft het dorp een industrieel aanzien gekregen, onder meer door de vestiging van een suikerfabriek en de aanleg van een spoorlijn

En toch kan je hier op zoek naar het paradijs. Sinds ik een jaar of wat geleden de ‘Réserve Naturelle Du Paradis’ in Orp-Jauche heb ontdekt ga ik er af en toe graag eens naar toe omdat het een bijzonder mooie plek is met als extra bijzonderheid dat het er niet meer om de paar maanden helemaal van uitzicht verandert omdat nijvere natuurinrichters er ‘iets anders’ van willen maken.

Orp-Jauche – Réserve Naturelle du Paradis – pak een krijtje uit de wal

Groot is deze voormalige industriële krijt- en mergelgroeve niet, ik denk niet meer dan zo’n 2,5 hectare.

Maar op de smalle paadjes langs de hoge steile wanden of aan het kleine meertje in de diepte ben je heel even wel erg verwijderd van de grote drukte in de rest van de wereld.

Tot 1899 was deze krater een heideachtige helling in de vallei van La Petite Gette en deel van de mooie natuur in die tijd. Op de Ferrariskaart van 1777 zie je die helling ingetekend. Maar vanaf dan werd er tot 1956 op  industriële schaal kalk uitgegraven als grondstof voor de cementindustrie en ging het er vele decennia heel wat minder paradijselijk aan toe.

Op de NGI-kaart van 1969 staat de groeve er overduidelijk op. In het dorp wordt aan bezoekers verteld dat de naam ‘Paradis’ ontstond doordat men de lijken van dode dieren in de kalk verbrandde, blijkbaar in een soort van geloof dat die dan op een goede plek in de hemel zouden belanden …. Of er ook mensen werden verbrand krijg ik niet te horen maar het zou hier dus evengoed de Hel of Vagevuur hebben kunnen heten.

Er worden door de plaatselijke jeugd nog wel stiekem vuurtjes gestookt maar de natuur heeft al lang komaf gemaakt met al dat menselijk gedoe.

Orp-le-Grand Réserve naturelle le Paradis (winters zicht op de vogelkijkhut)

Wat in de jaren zestig een stoffige witgrijze woestijn geweest moet zijn is nu prachtig bebost en vanuit de vogelkijkhut kan je het meertje bewonderen hoewel ook dat langzaam aan door de begroeiing dreigt te worden ingepalmd ware het niet dat de vrijwilligers van de Conservatoire Naturel de la Commune d’Orp-Jauche regelmatig op hun natuur-werkdagen de handen uit de mouwen steken om als die wildgroei een beetje in goede banen te leiden.

Dankzij deze vrijwilligers is de groeve nu een ‘ware oase in een regio met grootschalige landbouw’ en de beschrijvingsfiche waarmee dit paradijs officieel door het Waals Gewest wordt uitgeroepen als ‘Site de Grand Intéret Biologique’ somt op wat je er zo allemaal kunt vinden aan soorten vegetatie en uiteraard gaat het dus om alles wat het in ons klimaat wil doen op zuivere kalkgrond waaronder zeer zeldzame, zeker in de streek zelf. Daarnaast is er nog de indrukwekkende vliegende kruipende en zwemmende dierenwereld. Voor de kenners verwijs ik naar de inventaris die in de fiche is opgenomen. Om het zelf allemaal te ‘spotten’ is natuurlijk heel wat geduld nodig. Naar de twintig soorten aangetroffen mossen en korstmossen kan je wel nu al gaan zoeken en ik heb ook heel wat tongvaren gezien. In de winter is het een paradijs voor zwammen.

Voor een deskundige gids op dit erg zorgvuldig beheerde natuurreservaat kan je terecht bij de vzw ‘la Petite Jauce’ waar je je ook kan aanmelden voor de werkdagen. Er moet ook honing te verkrijgen zijn denk ik van zowel solidaire als honingbijen want er staat een bijenhotel aan de ingang en een imkershut een beetje verderop met een mooie totem erbij.

In geologische opzicht gaat het hier om de krijtbodem van een ondiepe tropisch warme zee met de respectabele ouderdom (op mensenmaat, want geologisch is het niets) van 100 miljoen jaar geleden in de periode die de geologen het ‘(Laat-)Krijt’ noemen.

Orp-Jauce – Le Petit Paradis – de wand van de groeve is nauwelijks nog te zien

Dat is de derde fase van het  ‘Secundair’ (Mesosoïcum) na het ‘Trias’  en ‘Jura’ (achtereenvolgens 250 miljoen en 210 miljoen jaar geleden).

Het materiaal bestaat uit de veelsoortige en veelkleurige samengedrukte stoffelijke kalkresten van de schelpdieren van die tijd. Onder dat krijt ligt een sokkel van vulkanisch stollingsgesteente uit het ‘Primair’ (Paleozoïcum) van 500-250 miljoen jaar geleden. In feite is die sokkel de helling van een oeroud ooit opgestuwd maar daarna afgesleten gebergte en dat maakt dat ons land ruwweg de vorm heeft van een schuine schotel met de hoge kant in het oosten en de lage kant aan het strand.

Het krijt ligt op dat gesteente en in de regio Leuven vind je dat dus diep onder de grond en wordt er drinkwater uit opgepompt terwijl het in hoog-Limburg boven de grond komt en uitgegraven is in de beroemde mergelgrotten in de heuvels rond Maastricht.

In Orp komt de kalk juist niet aan de oppervlakte maar is afgedekt door niet heel dikke lagen zand uit latere geologische tijden waarin de zee nog enkele malen terugkwam en een laagje vruchtbare leemstof dat door de wind vanuit de Noordzee werd aangevoerd in de laatste ijstijden. In de kalk zit van alles, bijvoorbeeld vuursteen en mineraal glauconiet. Klompen vuursteen of silex komen dikwijls voor in kalksteen en bestaat uit cryptokristallijn siliciumdioxide (kwarts) en veel (chemisch gebonden) water. Het is erg hard, laat zich gemakkelijk splijten maar in poedervorm kan het leiden tot stoflongen wat in een groeve uiteraard erg gevaarlijk is. Mineraal glauconiet vormt zich in ondiep warm zeewater door langzame verwering van klei tot een blauwgroen gesteente. Het wordt tot de mica’s gerekend en is perfect splijtbaar langs de kristalvlakken.

Orp-le-Grand – la reserve naturelle du Paradis – vuurstenen in de wand van krijt

Er zijn veel minerale fossielen gevonden in de groeve en de eerste mensen in deze omgeving waren de eersten om er werktuigen (en sierraden?) van te maken.

Sinds onheugelijke tijden is dit een streek met een vruchtbare bodem met krijt en splijtbare vuurstenen in de ondergrond en een riviertje in de vallei. Dat trekt mensen aan en in de regio zijn dan ook veel sporen gevonden. De archeologen weten al lang dat in de nabijheid van de kalkgroeve in het laatste deel van  het stenen tijdperk – zo’n 4000 jaar geleden – mensen gewoond hebben van de stam van de ‘Michelsbergers’.

In deelgemeente Enines is een wal opgegraven waarin men vuurstenen voorwerpen gevonden heeft en ook scherven van potten die typisch zijn voor deze cultuur. Vondsten van dit volk zijn niet zeldzaam in onze streken want er zijn ook Michelsbergersites in het Meerdaalwoud, Ottenburg en Chaumont-Gistoux.

Dichter bij de groeve is echter ook een site gevonden van de zogenoemde ‘Magdaleners’. Het Magdalénien is een cultuur die 18.000 jaar geleden begon en 8.000 jaar later eindigde met het einde van de laatste ijstijd. De mensen leefden van de jacht op grotere zoogdieren en zijn bekend door hun ‘klingen’, dat wil zeggen kleine vuurstenen voorwerpen en later ook harpoenen van ivoor. Ze leefden in tenten maar ook in grotten en hun muurschilderingen zijn te vinden in Lascaux en Altamira. In België zijn er slecht twee sites van dit volk gevonden, in Kanne (Luik) en Orp-Jauche.

Sinds 2018  wijzen archeologische vondsten echter ook op het bestaan van een 200.000 jaar geleden door de Neanderthalers begonnen vuursteennijverheid want er is in de krijtrotsen niet ver van de groeve een site gevonden die lijkt op een ‘open mijn’.

Orp-Jauche – le Paradis

Behalve stenen voorwerpen  zijn daar ook dierlijke beenderen gevonden en er wordt nog gezocht naar menselijke overblijfselen. Om meer te weten over deze vondsten kon je tot 2013 terecht in Orp in het plaatselijke museum voor archeologie maar sindsdien is dit museum overgebracht naar het Provinciaal Domein van Hélécine.

In de omgeving van Orp-Jauche kan je ook de grotten van Folx-les-Caves bezoeken en daarover heb ik al een uitvoerig verhaal op mijn blog gepost.

Het industriële verleden van deze krijtgroeve en dat in dezelfde periode van de gemeente zijn ongetwijfeld goed gedocumenteerd. Maar het internet en de vriendelijke plaatselijke toeristische dienst tonen zich terughoudend voor wie naar gegevens zoekt om antwoorden te vinden of het in die niet zo oude tijd ook een paradijs was.

In 1865 veranderde met de opening van de spoorlijn tussen Landen en Tamines het dorp in ijltempo van een historische landbouwgemeenschap in een bruisend industrieterrein. Wie waren de uitbaters van de kalkgroeve, waar kwamen ze vandaan en met wiens geld werd de uitbating gefinancierd? Waar ging al die cement naar toe? Hoeveel mensen werden hier aan het werk gezet en wat kregen ze ervoor als beloning? In de groeve staat nog één geheimzinnige grenssteen met het opschrift DM maar wat dit betekent weet ik niet.

Naast de cimenterie kwamen er fabrieken om suiker, dakpannen, bier, melk, landbouwmachines en allerlei andere metaalproducten te vervaardigen.

Orp-le-Grand – in de industrie kijk je best vooruit: hier hangt al een boor voor het geval de zee opnieuw tot hier zou stijgen

Er is ongetwijfeld geld verdiend en hard gewerkt maar het geld is niet in het dorp gebleven denk ik want nog geen honderd jaar later zijn de fabrieken bijna allemaal gesloten en de eigenaars vertrokken en is de landbouw opnieuw zowat de enige werkgever naast vrije beroepen, lokale ambtenaren, winkeliers, caféhouders, ambachten, enig toerisme en een stroom van pendelaars naar Brussel, Luik of Namen. De 11de eeuwse Romaanse kerk Saints-Martin-et-Adèle heeft al de wisselingen van de tijd doorstaan en geldt als de grootste bezienswaardigheid.

Het stadje ziet er wel nog altijd uit als een industriële site. De nostalgie is tastbaar nog lang nadat alle grootgrutters hun fabrieken gesloten of verplaatst hebben. Midden door het dorp is nu een mooie groenzone rond het voormalige station langs de vroegere spoorweg en het riviertje La Petite Gette waar je rustig kan wandelen met of zonder hond. De treinsporen zijn er nog maar met de trein raak je er niet meer. De rails zijn nu een parkachtig fiets- en wandelroute (RAVEL).

Ik denk dat het in die ‘goede oude tijd’ hier een hels lawaai moet zijn geweest met een luchtkwaliteit die je je kunt verbeelden door de heftige uitstoot van schoorsteengassen te vermengen met het roet van stoomlocomotieven en wit krijtstof uit de groeve. Misschien zijn er nog foto’s van?

Dankzij een schenking van de familie de Hemptinne aan de Sociale Dienst van Namen krijgt Orp in 1935 een sanatorium voor tuberculose-patiënten, ofwel mensen – zeker mijnwerkers – die stoflongen hebben opgedaan door het inademen van kiezelstof (silica, siliciumdioxide en kwarts) met longkanker als gevolg. Na het wegtrekken van de industrie en de uitvinding van de antibiotica wordt dit centrum in 1974 een verzorgingsthuis voor zwaar mentaal- en fysisch gehandicapten.

Orp-le-Grand – het voormalige stationsgebouw – nu het centrum in een groene zone

Orp-Jauche – la Réserve naturelle du Paradis – met de trein kom je er niet meer

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw doet de Tiense Suikerraffinaderij, dan eigenaar van de achtergelaten put, nog een ferme poging tot natuurbederf met een plan om op die plek haar bedrijfsafval te gaan storten. De tijden zijn echter veranderd en de nieuwe generatie dorpsgenoten besluit dat deze hel vermeden moet worden. Er wordt een vzw uit de grond gestampt ‘la Petite Jauce’ die er – ongetwijfeld na vele hoofdbrekens en slapeloze nachten – in slaagt om de gemeente de site te laten overnemen en er een natuurreservaat van te maken.

En zowaar, zoals in veel (alle?) oude groeves waar natuurbewuste buurtbewoners zich het lot van aantrekken wint het paradijs het op de hel want dit is het begin van het ‘Conservatoire Naturel d’Orp-Jauche’ dat bestaat uit de groeve, een achter het stationsgebouw gelegen moeraszone (reservaat La Jaucière naast de visvijver) en de brede treinstrook tussen de beiden. Dat reservaat moet ik ook nog bezoeken maar dat is voor een andere keer. De groeve is vrij toegankelijk zolang je de natuur niet stoort en op de paadjes blijft.

Mijn ervaring is dat je er zelden iemand tegenkomt tenzij je komt op een werkdag voor de beheerders. Dan worden de talrijke kalkrijke hooilandjes gemaaid,  de paden vrijgemaakt en rode kornoelje gesnoeid. Regelmatig worden ook de aanduidingsborden opgeknapt en de afval langs de vijver opgeruimd. Ik zag ook op hun werkprogramma dat de orchideeën worden vrijgemaakt. Die heb ik er nog niet gezien maar uiteraard past de orchis wel in deze biotoop.

In alle seizoenen is een bezoek de moeite waard. In de winter geniet je van spectaculaire uitzichten en in de zomer van het uitbundige groen. Trek wel goed schoeisel aan en zorg dat je in een beetje goede conditie bent want het pad is smal en er zijn steile stukjes met grote traptreden. Ik was er een keer bij sneeuw en vrieskoude en het was behoorlijk glad. Verdwalen zal je er niet want er is maar één pad en dat gaat heel de groeve rond.

Orp-Jauche – Le Paradis – kaart NGI 1969
Orp-Jauche – Le Paradis – kaart OSM

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://users.skynet.be/beauchamp/Velo/BPB/Folz-les-Caves.html (enkele cijfers en feiten uit het industrieel verleden)

Orp-Jauche – Rendez-vous au Paradis, pour un petit entretien – Vlan

https://www.vlan.be/…/b9712978170z-1-article_vlan-rendez-vous…

http://www.petitejauce.be

et sur la page Facebook «Petite Jauce :

https://www.facebook.com/PetiteJauce/

Orp Jauche – Réserve naturelle le Paradis

https://www.lesoir.be/art/orp-4-000-ans-avant-jesus-christ-le-michelsberg-periode_t-19940524-Z0831R.html

https://www.rtbf.be/info/regions/detail_l-homme-de-neandertal-taillait-la-pierre-a-orp-jauche-il-y-a-200-000-ans?id=9888883

http://domainehelecine.be/fr/le-chateau/le-musee-archelogique.html

Orp-Jauche – Réserve naturelle du Paradis – ogen in de wand

Trefwoorden: Orp-le-Grand, Orp-Jauche, petit paradis, groeve, mijnwerker, geologie, kalk, natuurbeheer, natuurreservaat, erfgoed, geschiedenis, industrie, station, la petite jauche, prehistorie, magdaleners, michelsbergers,

OP STAP IN DE NATUUR: DE ROTTE GATEN IN MEERBEEK

Uitgelicht

November 2020, Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Meerbeek – het avonturenpad in de Rotte Gaten

Er zijn nog zekerheden in deze verbijsterende tijd van chaos en verwarring. Een daarvan is het natuurgebiedje ‘Rotte Gaten’ van Natuurpunt in Meerbeek/Kortenberg. Het heeft zijn naam niet gestolen. Verborgen tussen eigentijdse villaatjes, bedrijven en autowegen beheert Natuurpunt tussen de Broekstraat en Wijnegemhofstraat sinds 1998 een adembenemend mooi moerasgebiedje waar je als gewone wandelaar nauwelijks door kan vanwege al die spiegelende verraderlijke poeltjes en kriskras in het rond liggend dood hout.

Midden in de vallei van de Molenbeek ga je op zoek naar ijsvogels in een totaal nat broekbos met elzenbossen, staande en vallende berken, nog wat populieren, ruigtes, moerassige graslanden, veenmoerassen en zanderige kalkbodems waar je altijd maar moet hopen dat je er niet inzakt met rubberbotten en al.

Meerbeek (Kortenberg) – natuurreservaat Rotte Gaten – houtworstelaars

Het gebied is vergeven van bronnetjes en kwelwater en in het verleden hebben onze nijvere voorouders heel wat mislukte pogingen gedaan om dat water enigszins te verdrijven met het graven van poelen, drainagegrachten (rabatten) en ophogingen door het storten van zand en steengruis. Een deel van het gebied was vroeger hooiweide en een ander deel hakhoutbos en in recente tijden heeft men er – zoals overal in Vlaanderen – populieren geplant. In het oostelijk deel werd turf gewonnen.

Maar ondanks al deze menselijke pogingen leverde de Molenbeek op zijn beurt de nodige tegenwerking op door tijdens heftige of langdurige regenval buiten zijn oevers te treden en heel het gebied mooi onder water te zetten. Veertig jaar geleden moet er veel meer open water geweest zijn dan tegenwoordig maar vandaag de dag moet de natuurliefhebber het doen met een hele menigte poelen en één recent uitgegraven vijver die moest dienen om eenden te lokken om die dan dood te schieten tot algemeen vermaak van de jagers. Het schuilhuisje van de jagers staat nog langs die vijver maar er zit geen dak meer op en het is zowat totaal bedekt met klimop. Het is zelfs moeilijk te vinden maar ik wel een heel mooi een beetje geheimzinnig plekje.

Meerbeek – Rotte Gaten – jagershut

Sinds Natuurpunt het beheer heeft zijn de Rotte Gaten de comfortabele thuisbasis voor heel wat dieren. De ijsvogel broedt er tussen de wortels van omgevallen bomen. Het gebied herbergt een populatie reeën en je vindt er een pak vogels: zwarte specht, buizerd, boomklever, matkop, houtsnip, kerk-, rans-, bos- en steenuil. Bijzonder in de Rotte Gaten is ook de wijde verspreiding van de maretak. In het voorjaar wordt het gebied bontgekleurd door de prachtige voorjaarsflora. In de winter trekt vooral de rijkdom aan mossen en zwammen de aandacht. In de zomer tref je er orchideeën aan en in het najaar de herststijlloos.

Als je alles wil weten over het natuurreservaat Rotte Gaten in Meerbeek ga je natuurlijk mee met de sterke man en conservator van dit moerasgebiedje Paul van Leest en hij zal je vol geestdrift uitleg geven over ‘zijn’ jungle, de rijkdom ervan maar ook over de gevaren om daar onvoorbereid proberen binnen te dringen.

Paul schreef een prima tekst over het gebied als terreinstudie om natuurgids te worden en aangezien deze (nog) niet op het internet te raadplegen is hoop ik dat hij mij vergeeft dat ik er schaamteloos uit put om iets meer te vertellen over dit gebied. Zijn verhandeling bevat ook een aantal kaartjes maar om die zelf te zien zal je Paul moeten contacteren (hij stuurt het wel graag op denk ik).

Het natuurgebied in zijn geheel ligt iets ten noorden van Meerbeek tussen de Wijnegemhofstraat en de Schoonaardestraat met de Molenbeek aan de noordzijde en de Zoobeek aan de zuidkant. Waarom die beek zo heet leg ik nog uit.

Meerbeek – Rotte Gaten – de visvijver

Daarvan is iets minder dan de helft eigendom van en beheerd door Natuurpunt, in totaal 22 hectare en officieel natuurreservaat sinds 1998.

Er zijn vier delen. Het eerste is een zeer nat historisch elzenbroek dat in 1974 met Brussels bouwafval 2 meter werd opgehoogd en beplant met ondertussen al weer merendeels gerooide populieren waarvan het kruinhout overal in het rond ligt te rotten (avontuurlijk).

Het tweede deel is een lange maar smalle hooiweide. Op deze weide vind je tegenwoordig dankzij een doorgedreven maaibeheer in de zomer orchideeën en in het najaar de heel zeldzame herfststijlloos.

 Het derde deel gaat richting Molenbeek en is een ook zeer nat gebiedje met in het midden de al genoemde eendenjacht-vijver van de jaren 60. Een bordje vertelt je dat dit de thuisbasis is van de Rotten Gaten ijsvogels.

Het vierde deel is een echt moeras met trilveen aan deze kant van de van de Molenbeek dat gevaarlijk is om te betreden maar ik ben er nog niet geweest en zou ook niet weten hoe je er komt, zelfs niet met hoge rubberlaarzen. Aan de overkant van die Molenbeek is alles nog in privébezit op een héél klein stukje na dat van Natuurpunt is.

Voor wie wil weten waar al dat water vandaan komt: “De Rotte Gaten bevinden zich in het overgangsgebied tussen de zandleemstreek van laag België in het noorden en het Brabants Leemplateau in het zuiden. De bodemoppervlakte is leem. Een kilometer naar het zuiden bevindt zich de ‘Brabantse steilrand’ met een hoogteverschil van meer dan 40 meter.

Meerbeek (Kortenberg) – natuurreservaat Rotte Gaten – aan de grote vijver

Dit veroorzaakt een nogal sterke kwel. Het grondwater van de hoger gelegen delen stuit op een ondoordringbare kleilaag (Ieperiaan) en wordt in de ‘Brusseliaan’ laag (zand) meegevoerd naar de Rotte Gaten, waar deze laag ondiep ligt en soms aan de oppervlakte komt (dagzomen). Tussendoor gaat het water door kalkrijke lagen, zodat het uiteindelijk kalkrijk is en er daardoor in de Rotte Gaten kalkminnende planten voorkomen.” Om die planten te zien moet je er in het warme seizoen zijn.

Hoe de Rotte Gaten in Meerbeek er in de Middeleeuwen bijlagen is blijkbaar niet geweten maar volgens geschiedkundigen zouden er tussen het broekbos dan al hooiweiden hebben gelegen waar de Meerbeekse boeren hun vee op hielden.

Vanuit het natuurreservaat kijk je op de dorpskerk waarvan de toren gebouwd werd in de 13de eeuw. Zijn patroonheilige Sint-Antonius moest de boeren helpen om hun varkens en ander vee tegen de moeraskoortsen te behoeden. Het dorp zelf vierde in 2017 zijn 900 jarig bestaan en in de nabijheid is een Romeinse nederzetting gevonden. De eerste vermelding van het dorp (als Merbecka) dateert uit een kerkelijk document uit 1117.

Meerbeek – Rotte Gaten – zicht op de kerk vanuit het natuurgebied

De naam verwijst (hoogstwaarschijnlijk) naar het feit dat de eerste huizen al zo dichtbij aan het water en moeras stonden en dat de Molenbeek in die tijd een echte grens vormde (meer = grens).

Meerbekenaars worden door die van Kortenberg papboeren genoemd en het dorp zit vol van geschiedenis en oude verhalen maar daarvoor moet je ergens anders terecht (Wikipedia geeft een groot aantal bronverwijzingen).

De Rotte Gaten zijn te zien op de Ferrariskaart van 1775 en in die tijd wordt het gebied gebruikt als hooiland en om er hakhout te laten groeien. De eigenaars van die weiden mochten één keer het gras afdoen en vanaf september mochten alle arme dorpelingen hun koeien erop zetten. In die tijd graven de boeren de rabatten en de vijvers die we nu nog zien om van het kwelwater af te geraken (de Rotte Gaten).

Kennelijk hielp het allemaal niet veel want zo’n honderd jaar later lijkt alles nog altijd moeras te zijn.  In de twintigste eeuw wordt een deel van het terrein met bouwafval opgehoogd en worden elzen en populieren aangeplant zoals dat overal in Vlaanderen is gebeurd in dit soort gebied waardoor er veel oorspronkelijke natuur onherstelbaar beschadigd is.

Meerbeek (Kortenberg) – Rotte Gaten – maretak in de populier

Het natuurbeheer stelt zich ten doel om de natuurlijkheid en de biodiversiteit in het gebied te vergroten, vooral door een natuurlijke en onverstoorde (drainage, vervuiling) waterhuishouding op te bouwen. Het hooiland moet zich ontwikkelen tot een ‘vochtig schraalgrasland’ en waar bomen willen groeien zou deze zich tot een eikenhaagbeukenbos moeten ontwikkelen. Het eerste begint orchideeën op te leveren maar hoever het met dat bos gaat in deze moerasjungle kan ik niet zeggen (het bos lijkt me er veel te nat voor).

Wat mij wel opvalt is dat een te groot stuk van dit mooie gebied is ingepalmd door een bedrijf van tweedehands bestelauto’s (meer oud-ijzer) en privébewoning en dat vind ik jammer, ook al omdat er achter de ferm afgesloten vijver een grote poel is die je nu alleen op de kaart en vanuit de lucht kan zien. Hoe lang wordt dit hier nog geduld?

Sla aan de ingang van natuurreservaat Rotte Gaten in Meerbeek (Kortenberg) in de Broekstraat onmiddellijk even linksaf en je belandt meteen in een nogal modderige zone met het in 2018 geopende “avonturenpad met natuurspeelplaatsen voor kinderen”. Die modder is ondertussen opgedroogd en begroeid.

Meerbeek – natuurreservaat Rotte Gaten – avonturenpad

Na drie jaar voorbereiding is het dan toch gelukt om een terreintje van enige omvang mooi vrij te maken en te ‘beplanten’ met flink uit de kluiten gewassen houten toestellen naast en tussen een tweetal smalle lange plankenpaden waar je aan beide kanten in het (ondiepe) water (het “moeras”) kan vallen als je zin hebt in een nat pak. Zelfs kinderen kunnen elkaar hier moeilijk passeren en volwassenen zijn zeker te dik en te stijf. Die moeten het dan maar doen met de massief houten rustbank.

Voor wie nog niet zou weten dat je hier in de natuur bent is er ook nog een heel mooi bijenhotel neergezet. Het geheel is opgebouwd in overleg met allerlei instanties zoals de plaatselijke jeugdraad na het verkrijgen van de nodige bouwvergunningen en wordt bekostigd door de gemeente Kortenberg die daarvoor 63000 euro op tafel legde.

Het succes hangt natuurlijk af van de kinderen die hier willen ravotten en ondertussen iets opsteken over de natuur. Bij mijn eerste bezoek waren er toch al twee héél kleine kindjes die naast elkaar aandoenlijk stonden te bibberen op het plankenpad terwijl pappa een foto maakte. Maar sindsdien is het volop in gebruik genomen denk ik. Ondertussen staat er ook een bord waarop je leest dat er een ‘blote voeten pad’ is om je zintuigen te prikkelen.

Zoals overal in de natuurgebieden is er hier ook nood is aan natuuropvoeding van volwassenen in de omgeving en is er zeker een onderhoudsploeg van vrijwilligers aan het werk om regelmatig afval op te ruimen.

Meerbeek – op de kop van de paaltjes in de Rotte Gaten

Uit de Rotten Gaten facebookpagina begrijp ik dat er wel flink gewerkt wordt door de dappere vrijwilligers om alles in goede staat te houden, bijvoorbeeld door het wegruimen van bomen die omvallen en de weg versperren maar ook om het pad vrij te houden van zaken die de zintuigen wel prikkelen maar niet op aangename wijze zoals bramen en brandnetels.

Je bent altijd welkom om te komen helpen maar zo op het zicht is er geen probleem en ik zie zelfs nergens afval. Het vlonderpad door het ‘moeras’ (meer een ondergelopen bos) is wel een avonturenpad op zichzelf geworden omdat het in deze tijd van het jaar bedekt is met bladeren en als gevolg spekglad, een beetje riskant als je daar als stijve topzware volwassene met je fototoestel overheen moet zien te geraken. Misschien is het beter om hier op sokken of blote voeten overheen te gaan?

Meerbeek – Rotte Gaten – terwijl de opa’s en oma’s op avontuur gaan rusten de kinderen uit

Over het ‘waarom’ van heel deze installatie put ik even uit een bericht van de Jeugdraad van Kortenberg op 8 november 2016: “… wij vinden het belangrijk om de belangen van kinderen en jongeren uit de gemeente ter harte te nemen. Speeltuinen, speelzones, speelweides zijn belangrijke plaatsen voor ravottende en spelende kinderen … het feit dat zo’n natuurlijk terrein zal gebruikt worden voor het inrichten van een avontuurlijke speeltuin met de nadruk op het gebruik van voornamelijk natuurlijke middelen spreekt ons erg aan. We geloven in het feit dat het avonturenpad zodanig zal opgebouwd worden dat kinderen zowel op en aan de speelelementen kunnen ravotten, maar ook in en rondom de bomen in het natuurgebied zelf”.

Het is een hele mond vol maar ik vind wel dat Natuurpunt er ruimschoots in geslaagd is om er iets moois van te maken. Je bent hier inderdaad in de natuur, zij het op veel te kleine schaal. Ik reken er op dat kinderen als ze volwassen zijn niet gaan eisen dat heel hun omgeving mooi platgewalst wordt en ontdaan van bladeren en alles waarin de natuur verschilt van de mensen van nu met hun overdadige behoefte aan comfort en properheid.

Meerbeek – het plankenpad in de Rotte Gaten en het bijenhotel

Bij het bijenhotel zou Natuurpunt ook nog eens een bordje kunnen hangen om uit te leggen hoe je zoiets maakt als een klus om er in de eigen tuin ook een te zetten.

We zullen zien hoe lang de constructies opgewassen zijn tegen het gezamenlijk geweld van natuurkrachten (water) en opgroeiende volwassenen. Voorlopig heeft alleen de wilgenhut het alweer begeven maar die bestaat dan ook uit dunne takken en dat houdt nooit lang.

Vanwege dat avonturenpad vertrekken de meeste bezoekers aan de kruising tussen de Schoonaardestraat en de Broekstraat. De inwoners van Meerbeek komen er natuurlijk ook op een paar manieren vanuit het centrum van hun dorp dat juist ten zuiden van het natuurgebied ligt. Maar ik ben ook al eens helemaal aan de andere kant vertrokken vanaf de Wijnegemhofstraat die ten westen van de Rotte Gaten Meerbeek verbindt met Erps Kwerps.

Het is een nogal onopvallende toegang met indrukwekkende knotwilgen langs een privéwoning met tuin met shetland-ponies, schapen en een boomgaard. Aan het begin staat een bordje ‘Voetweg 17’ die op mijn OSM kaart even later verandert in ‘Voetweg 32’ en als je dan richting zuid oost doorsteekt naar ‘Buurtweg 12’ zit je al midden in het gebied want zo groot is het niet. Hou die namen en nummers maar even vast want later in dit hoofdstuk zijn die van groot belang voor diegenen die grotere delen van deze omgeving willen verkennen.

Meerbeek – hou de schaapjes op het droge in de Rotte Gaten

Dat het gebied aantrekkelijk is voor kinderen merk ik al meteen want terwijl ik nog wat schapen en daarna het een en ander aan dood hout en zwammen sta te fotograferen in een stukje bos dat volgens mij al een beetje ontdaan is van de populieren is om er op de duur anders te gaan uitzien, wordt ik zowat overvallen door een enthousiaste groep kinderen (met gemaskerde juffen) die mijn fotoplek als hun speelterrein beschouwen. Gezien de corona-maatregelen maak ik dat ik wegkom van het vrolijk gekwetter en ga een kijkje nemen aan de Zoobeek.

Het natuurgebiedje Rotte Gaten in Meerbeek wordt aan de noordkant afgegrensd door de Molenbeek en het ligt dan ook in de vallei van de Molenbeek samen met alle andere natuurgebieden in de ‘Groene Vallei’. Aan de zuidkant stroomt de Zoobeek.

Die zie ik voor het eerst op de Kaart Vandermaelen van 1864 als een soort van kanaaltje dat van de omgeving van de Wijnegemhofstraat tussen Everberg en Meerbeek naar het noordoosten stroomt en aan de Schoonaardestraat in de Molenbeek uitkomt. Er staan pijltjes op die kaart om de stroomrichting aan te geven.

Meerbeek – Rotte Gaten – de Zoobeek

De bron ligt nog iets verder naar het zuiden aan de Dorpsstraat aan een plek die aangeduid staat als ‘Ravin’. De huidige grens tussen Everberg en Meerbeek volgt vandaar de kronkels van de waterloop. Dat kronkelende zuidstuk is vandaag niet meer te zien maar het staat ook op Atlas van de Buurtwegen van 1840 en heet daar ‘Soy Riyole’. Op de kaart van 1939 staat de Zoobeek aangeduid als Ruisseau De Soo. Of dat ‘de Soo’ eerder stond voor ‘des eauxs’ weet ik niet maar het zou ook kunnen verwijzen naar de ‘zooi’ (Soy) die met het riool meekomt.

Dat laatste lijkt me waarschijnlijk want ik vermoed dat de beek geen natuurlijke waterloop is maar een in de 19de eeuw uitgegraven als ‘vloedgroebe uitgegraven gracht om het dorp Meerbeek tegen wateroverlast te beschermen. Ik zie er altijd een beetje water in maar van het internet begrijp ik dat de Zoobeek regelmatig geruimd moet worden om wateroverlast in het centrum van Meerbeek te voorkomen. Bovendien is er blijkbaar een probleem van chemische vervuiling omdat het regenwater van de E40 in de beek terecht komt en strooizout, rubber, zwerfvuil en benzeen meesleurt.

Meerbeek – Rotte Gaten – populieren met maretak langs de Zoobeek

Als je zo langs de beek wandelt zal je echter daarvan niet direct iets merken want de natuur tiert er welig en het paadje is echt wel avontuurlijk vanwege al die omgevallen bomen. In het verleden zijn hier veel populieren gezet maar die zijn stilaan aan het verdwenen. Ik zie er toch een enkele tongvaren en dat wijst op proper maar voedselrijk water. Op veel plaatsen hangt er maretak in als teken dat de bodem kalkrijk is en dat je in warmere seizoenen wel van een mooie bloemenpracht kan genieten met onder meer orchideeën. Voor de herfststijlloos moet je er in het najaar zijn.

Hier en daar komen de weiden tot aan de beek en op een ervan zie ik hele dikke varkens met vlekken. Ze lijken me heel braaf te zijn en volgens de kenners zijn het ofwel gevlekte hangbuikzwijnen of Nieuwzeelandse kunekune varkens. Je ziet er een op de foto in de hoop dat er onder de lezers een kenner is (of de eigenaar want die leest misschien ook mee).

Meerbeek – Rotte Gaten – wat voor soort varken ben ik?

Vanaf de Zoobeek kom je terug aan ingang aan de Wijnegemhofstraat via een mooi plankenpad op Voetweg 32. Dankzij Paul Van Leest herinner ik me  dat de Atlas van de Buurtwegen van 1840 een onderscheid maakt tussen buurtwegen (Chemins, 3,5 m breed) en voetwegen (Sentiers, 1,75 m breed).

Die Atlas vormt nog altijd het referentiepunt voor de voetgangerspaden van tegenwoordig en ik heb voor de gelegenheid een plattegrondje bij de foto’s gevoegd waarop je de paden van vandaag ziet op de ondergrond van die oude kaart van 1840. Wat mij opvalt is dat de nummers van vandaag dezelfde zijn als die op de Atlas en dat het traject ook dikwijls nog hetzelfde is hoewel er hier en daar wel het een en ander verlegd is, ook de bedding van de Molenbeek lijkt mij een beetje veranderd te zijn.

Rotte Gaten – Atlas van de buurtwegen 1840 met verbinding tussen prinsendreef en rotte gaten

Als ik er geen voetgangers had zien ingaan had ik Buurtweg 17 niet opgemerkt maar langs het populierenbos aan de overkant van de straatweg gaat – volgens mij nog niet zo lang – een smal paadje langs de weide  waarlangs je zonder problemen mooi doorsteekt naar Everberg, de Prinsendreef en het daarachter gelegen Plantsoenbos (Warandebos) en de Abdij van Kortenberg.

Die verbindt Voetweg 32 in het natuurgebied met Voetweg 59 en die laatste komt mooi aan op de Wolvestraat en dan ben je op 100 meter van de Prinsendreef. Er staan bordjes bij en als je de Wijnegemhofstraat overgestoken bent volg je die en je neus tussen het populierenbos (rechts) en de koeienweiden (links) in de richting van de kerk van Everberg die je schuin links voor je ziet.

Onderweg heb je een prachtig zicht op de kasteelgebouwen op enige afstand enmet zeer ernstig kijkende koeien in de voorgrond in de weiden die er omheen liggen.

De voorgeschiedenis van het kasteel van Merode in Everberg gaat terug tot de vroege middeleeuwen wanneer de oudste heren Van Rotselaar van Everberg een waterburcht bezitten op de Everberg.

Everberg – Kasteel de Merode aan de Prinsendreef

Nadat deze verlaten wordt, waarschijnlijk wegens een brand, bouwt de familie de Montenaken in de 14de eeuw in de moerassige bronvallei van de bovenloop van de Molenbeek (Aderbeek en Wasbeek) het Hof van Montenaken. Door een huwelijk komt dit in handen van de familie de Rubempré.

Op 17de -eeuwse prenten zie je een renaissancekasteel met trapgeveltjes en hoektorentjes met een slotgracht er omheen. In 1704 trouwt Louise-Brigitte prinses van Rubempré en Everberghe met graaf Philibert François de Mérode Montfort en sindsdien is de familie de Merode de eigenaar. In de 18de eeuw krijgt de Franse architect Neuville opdracht om het kasteel om te vormen tot een classicistisch gebouw in de stijl van Lodewijk XVI. Rond 1850 worden de grachten gedempt en het Engels landschapspark met vijver aangelegd.

Sindsdien zijn er nog voortdurend verbouwingen geweest – met nog een landhuis – maar om die allemaal te beschrijven zal ik eerst nog eens een kans moeten krijgen om de rijkdommen op dit privédomein met eigen ogen te zien, misschien tijdens een Open Monumentendag. Of de familie er nog lang gaat blijven wonen is blijkbaar onzeker want iemand in de omgeving wist me al een tijd geleden te vertellen dat er onenigheid is onder de erfgenamen van de laatst overleden Graaf de Merode maar wat er daarvan waar is kan ik niet zeggen.

Vanuit de Rotte Gaten in Meerbeek naar de Prinsendreef in Everberg

Op het internet vind ik geen recente berichtgeving over een en ander. Voorlopig moeten we het dan maar doen met het zicht op de voorgevel met de prachtige Zwarte Notelaar en Plataan aan het toegangshek en het ernaast gelegen hoveniershuis. Het Warandebos (Plantsoenbos) aan de Kortenbergse kant van de Prinsendreef is gelukkig wel al sinds enige jaren vrij toegankelijk en je kunt daar ook de in 1840 gebouwde ijskelder zien die ondertussen ingericht is als winterverblijf voor vleermuizen. Via dat bos kom je aan de Abdij van Kortenberg.

Voorlopig moet je nog dezelfde weg terug om weer in de Rotte Gaten te belanden want een lus maken  via de noordkant van het kasteel terug te keren is nog niet mogelijk.

Even voorbij het kasteel kom je aan de Aderbeek aan mooie vijvers en een brede parkdreef maar die is afgesloten met een ijzeren hek met de vermelding ‘verboden toegang’. Dat is jammer want op oude en nieuwe kaarten zie je dat die dreef helemaal aan de andere kant uitkomt op de Wijnegemhofstraat en we zullen nog zien dat er daar ook al zo’n verboden toegang hek staat.

Die dreef is nochtans ver van de gebouwen verwijderd en passerende wandelaars hoeven de privacy van de kasteelheer niet of nauwelijks te schenden. Je moet er natuurlijk wel de moto’s en de bendes wielertoeristen uithouden en ook het achterlaten van afval en het maken van lawaai beperken, maar dat is overal zo in de natuur en daar zijn allerlei creatieve mogelijkheden voor ontwikkeld. Ik geef ook toe dat ik eigenlijk in deze tijd niet meer zo aangepast vind als een grootgrondbezitter niet een paar paden op zijn terrein open maakt voor de buurtbewoners en andere wandelaars.

Van de Rotte Gaten in Meerbeek naar de Abdij van Kortenberg – maar daarvoor moet dit hek wel open ….

Terug langs dezelfde weg ben ik de Molenbeek overgestoken op de Wijnegemhofstraat en sta aan de achteringang van het kasteeldomein van de familie De Merode. Een klein beetje verder zie je het Wijnegemhof waarnaar de straat genoemd is (zie de link).

Bijna recht tegenover het hek aan de Merode-parkdreef kom je aan Voetweg 50 naar de Leuvensesteenweg (je hoort en ziet die wel zeer overmatig). Het is een mooie veldweg op de rand van een overduidelijk broekbos met op één plaats een visvijver waar de eigenaar een manshoog en hermetisch afgesloten hek heeft rond gezet, kennelijk om te voorkomen dat de vissen ontsnappen denk ik dan. Zijn oud ijzer gooit hij wel buiten zijn terrein in de natuur.

Maar de paar zijweggetjes die ik als voetwegjes op een van mijn open street maps zie – nummer 9 en nummer 51 – zijn op het terrein nergens meer te zien. Dat is niet zo best want ze staan beiden geregistreerd op de Atlas van de Buurtwegen van 1840 en ik vind nergens dat ze officieel zijn afgeschaft.

Voetweg 9 staat aangegeven op alle latere kaarten maar de eerlijkheid gebiedt om te vertellen dat Voetweg 51 tot aan de Molenbeek richting Rotte Gaten alleen op die historische Atlas is aangegeven en niet meer op de latere kaarten. En zelfs op de Atlas staat er géén bruggetje over de beek om de verbinding te maken met Voetweg 32 die in het natuurgebied ligt (en die op dat traject ook wacht op heraanleg tot aan de beek, ongetwijfeld was dat bruggetje er in de oude tijd wél)).

Van de Rotte Gaten in Meerbeek naar de Abdij van Kortenberg – de Molenbeek aan de Wijnegemhofstraat

Heel deze uitweiding dient om duidelijk te maken dat je hier dus staat op een plek waar 200 meter nieuwe voetweg plus een brugje over een smalle waterloop een wonderbaarlijke uitbreiding zou zijn van de autoloze wandelmogelijkheden in de Groene Vallei van het ene natuurgebied naar de andere maar vooral een magnifieke luswandeling rond het kasteeldomein van de Merode zou mogelijk maken op voorwaarde dat in dat park de twee hekken van de doorgangsdreef worden opengezet.

Op de plek waar nu die voetweg ontbreekt is juist een perceel bos gekapt en het ziet er naar uit dat je met een beetje zin voor avontuur en rubber laarzen wel tot aan de beek kan komen (ik heb het niet gedaan). Wie de eigenaar is van het gekapte perceel weet ik niet maar het zou kunnen dat de hele noordkant ook nog behoort tot de familie De Merode en ik hoor dat er in het verleden wel beloften zijn gedaan (wanneer en van wie aan wie?) om dit stukje voor voetgangers open te stellen maar dat die blijkbaar in de vergeethoek zijn geraakt (waarom?).

Van de Rotte Gaten in Meerbeek naar de Abdij van Kortenberg – voetweg 50 – zicht op het broekbos aan de Molenbeek

Of er op dit ogenblik gesprekken aan de gang zijn over deze doorgang heb ik niet kunnen achterhalen maar – zoals dikwijls  – wat nog niet is kan komen en dan is het een kwestie van goede wil, geduld met een beetje gevoel voor de noodzaak om aan de mensen van nu een beetje meer mogelijkheden in de natuur te bieden.

Ik heb begrepen dat in de gemeente Kortenberg werk gemaakt wordt van een inventarisatie van de ‘Trage Wegen’ en ik bepleit dat het open maken van deze doorgang daarbij zou worden betrokken in goed overleg tussen de gemeente en de familie op het kasteel ((Werner de Merode: “Onze eerste taak bestaat eruit een voorbeeld voor anderen te zijn”) .

Daarmee ben ik rond met deze verkenning van het natuurgebied Rotte Gaten. Binnenkort kom ik er wel terug want er zijn voortdurend nieuwe ontwikkelingen te melden.

Meerbeek – Rotte Gaten – kaart OSM

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/rotte-gaten

+++

https://www.facebook.com/RotteGaten

+++

Paul van Leest – Rotte Gaten – terreinstudie – december 2015 – onuitgegeven, auteur te contacteren via: https://www.facebook.com/RotteGaten/

+++

https://adoc.pub/deelbekkenbeheerplan-deelbekken-leibeek-weesbeek-molenbeek-a.html

+++

w w w.ko rte nb e rg.b e

www.kortenberg.be › zoeklicht-2016-01

Van de Rotte Gaten in Meerbeek naar de Abdij van Kortenberg – lag hier ooit voetweg 51 naar de Molenbeek?

+++

+++

PDF]Page 1 ) rK- Kortenberg, 8 november 2016 Betreft; Inrichten …

https://www.kortenberg.be/jeugdraad-advies-inrichten-avonturenpad-en-toegankelijk…

+++

https://www.routeyou.com/nl-be/location/view/48102615/wijnegemhof

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135116

Kasteeldomein Merode

Meerbeek – de mooiste knotwilgen in de Rotte Gaten staan aan de ingang aan de Wijnegemhofstraat

trefwoorden: rotte gaten, meerbeek, everberg, natuurpunt, moeras, merode, wijnegemhof, erfgoed, natuurbeheer, molenbeek, zoobeek,

HET GROOT EIKENBOS – DEEL VAN BERTEMBOS

bertembos – een majestueuze oprijlaan

Aan de overzijde van de (Bertembosweg) in Bertem kom je in het Eikenbos/Grevensbos. Dit bosgedeelte is een stuk kleiner dan Bertembos en op de kaart zie je dat grens tussen de gemeente Bertem en die van Kortenberg-Meerbeek er van noord naar zuid dwars door gaat. Het Meerbeekse deel heet Grevensbos en dankt (waarschijnlijk) zijn naam aan het feit dat het lange tijd het privébezit was van de grafelijke familie De Merode met hun kasteel in Everberg. Het Bertemse deel ten westen van de Bosstraat heet op de kaart Eikenbos en als ik het goed begrijp was dit ook lange tijd een privébos met verschillende eigenaars. Volgens het beheerplan van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) zijn zowel Grevensbos als Eikenbos vanaf 1996 bijna helemaal in handen gekomen van het Vlaams Gewest. De omvang is 47 ha en bij het ANB spreken ze over het ‘domeinbos’ of over ‘Groot-Eikenbos’ wanneer het gaat om deze kant van de Bosstraat. Ik zie af en toe ook de benaming ‘Groot-Bertembos’ voor het geheel van het boscomplex. Om het helemaal onoverzichtelijk te maken: op de Ferrariskaart van 1777 heten Grevensbos en Eikenbos samen Bertembosch en wat nu Bertembos heet, staat daar nog vermeld als De Gemeyntebosch.

Op de kaart zie je dat je er vanuit Bertem op twee manieren gemakkelijk komt: via de holle weg (de Vernageltstraat) naast de feestzaal Bertembos aan de Bosstraat en sinds 2012 ook vanaf het speelbos Vossenhol op het Meilaarsveld aan de altijd draaiende schotelantennes van Belgocontrol/Skeyes.

Bertembos – Grevensbos – een niet te missen zwavelzwam

Vanuit het noorden kom je er minder gemakkelijk want aan de noordwestrand stuit je sinds 1970 op het onsympathieke meer dan twee meter hoge hek met een massieve muur er achter. Daarachter staan de barakken van het naturistenkamp AthenaHelios. Ik gun hen al de zon die ze nodig hebben maar vanwege dit kamp moet je aan deze kant een heel eind omlopen als je rond het bos wil stappen en zulke omheinde ontoegankelijke terreinen in onze spaarzame bosnatuur vind ik niet meer van deze tijd. Het ziet er van buiten eigenlijk uit als een concentratiekamp. Weet iemand hoe lang dat daar nog gaat blijven? In het noorden grenst het bos aan de akkers van de dertiende-eeuwse Augustijner (vierkants)hoeve en de hoge radiomast op de Bovenberg. Die berg is 75m hoog en in 1930 werden er drie zendmasten opgetrokken. Als ik de informatie goed begrepen heb werden die in het begin van de Tweede Wereldoorlog opgeblazen en de huidige hoge mast is dus van recenter datum. De grote en als monument beschermde gesloten vierkantshoeve is uiteraard veel ouder. Zijn geschiedenis gaat terug tot in de 13de eeuw en geldt als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Augustijner priorij van Terbank die in 1203 werd opgericht door hertog Hendrik I van Brabant. De hoeve – ook bekend als Bertemboshoeve – bestond in die tijd uit lemen gebouwen en voor de uitbating ervan werden 51 ha vruchtbare leemgrond in de toen nog sterk beboste omgeving ontgonnen. Op de Ferrariskaart van 1777 zijn nog visvijvers te zien maar in 1850 waren die in staat van verlanding en in 1970 is heel het terrein opgehoogd.

Bertem – Grevensbos/Eikenbos – Augustijnerhoeve

 De hoeve bleef in het bezit van de Augustijnen tot aan de Franse revolutie. Daarna kwam hij in handen van verscheidene elkaar opvolgende adellijke families.  Na 1850 werden de huidige gebouwen neergezet en opnieuw grote delen van Bertembos gerooid in die mate dat – ook al door het ontstaan van het gehucht Bertembos – de noordelijke en zuidelijke kant van het bos van elkaar gescheiden raakten. Zoals veel industrieel-agrarische hoeves in het Vlaamse land is dit stukje erfgoed aan de buitenzijde jammer genoeg niet zo heel fotogeniek tenzij voor wie een liefhebber is van silo’s, eigentijdse betonnen bijgebouwen en stallingen, een mestvaalt en moderne landbouwmachines die elke gelijkenis missen met hun middeleeuwse voorgangers. Alleen van grote afstand kan ik er een foto van maken die min of meer het erfgoedkarakter van de gebouwen eer aandoet. Met vol respect voor de landbouwsector stel ik voor dat als de deze boer er ooit mee ophoudt, deze mooie hoeve met zijn landerijen nu eens niet wordt omgezet in bouwterrein of in een manege voor paardenliefhebbers maar in een biologisch landbouwbedrijf en onthaalcentrum voor Bertembos. Een deel van de maisvelden kan dan terug bebost worden, kwestie van on-ontginning om de toestand van de voorbije eeuwen een beetje te herstellen …… of is dit een onrealistische gedachte (nu uiteraard maar de toekomst zal het wel uitwijzen!)? Wat denkt de lezer hierover?

Bertembos – Groot Eikenbos – iedereen in Bertem weet natuurlijk waar ik deze foto nam (?)

Net zoals Bertembos is het Groot-Eikenbos aan de westkant van de bosweg in Bertem door de boswachters officieel opgedeeld in een aantal bospercelen. Als je de details in het beheerplan van het Agentschap voor Bos en Natuur (ANB) wilt kunnen begrijpen (wat er groeit, wat er omgevormd en gekapt gaat worden, hoe de percelen beheerd worden) moet je absoluut weten over welk deel van het bos ze het hebben en waar het te vinden is. Maar zoals ik ook zei over Bertembos, die namen staan slechts sporadisch op de kaart en in het beheerplan zelf vind ik voor het Groot Eikenbos wel een lijst met de namen maar geen enkel kaartje of ander gemakkelijk toegankelijk middel om te weten over welk deel van het bos de beheerders het hebben. Er zijn er twaalf: Hertwinkel, Bovenberg, Augustijnbos, Greven(s)bos, Eikenbos, Zevenslapers, Vleugt, Cruyningenbos, Mutsenbos, Lange Lo, Hellegracht en De Tomme. Op de topografische kaart van 1989 (zie de afbeelding) zie je aan de zuidkant van links naar rechts Tomme (op een plek waar geen bos is), Lange Lo, Vleugt, Grevensbos en Eikenbos. Daar staat ook de intrigerende naam Hollander op een plek waar wel bos is maar blijkbaar is dat geen erkend bosperceel. Helemaal buiten het bos zie je op rechts nog een klein bosplekje met de naam Hellegat.

 Aan de noordkant zie je – een heel eind naar links aan de hoeve op een plek waar aan de westkant een beetje bos is – Zevenslapers. Het godshuis van de Zeven Slapers in Leuven wordt in 1437 gesticht als een eerbetoon aan zeven broers die in Turkije nabij Efeze door de Romeinse keizer in een grot werden opgesloten omdat ze hun geloof niet wilden afzweren. Maar toen veel later de grot weer openging kwamen de broers er gezond en wel uit (er zijn blijkbaar veel varianten op de legende dus als jij er andere weet?).

Bertembos – Groot eikenbos – aan het Pachthof van de 7 Slapers

Misschien dankten ze dit godswonder aan het drinken van wijn? De voormalige vierkants-pachthoeve 7 Slapers is namelijk tegenwoordig een sympathiek wijnverkoopbedrijfje aan de Goedestraat in Meerbeek maar er staan zoveel nieuwgebouwde huizen rond dat je van daar het ver teruggedrongen Eikenbos zelfs niet meer kan zien. Je ziet op de kaart ook Hertwinkel (wie verloor zijn of haar hart in deze hoek?) en Bovenberg (waar de radiomast staat).

Het Augustijnenbosperceel staat niet bij naam vermeld maar ligt naast de Augustijnenhoeve denk ik. Blijft over de plaatsbepaling van Cruyningenbos en Mutsenbos. In het beheerplan lees ik dat het Mutsenbos een privébos (NV Liesbeth) van iets minder dan 3,5 ha is op het grondgebied van de gemeente Kortenberg en dat er sinds 2008 een kleine open plek (0,2) ha met interne bosrand zou moeten zijn. Het ligt naast een holle weg die blijkbaar enkele decennia geleden werd opgevuld als stortplaats van de gemeente Meerbeek. Aan de overkant van die weg ligt het Cruyningenbos, ook privé (Kestemont), eveneens in de gemeente Kortenberg, met een omvang van 5,5 ha. Dat bos staat vol met uitheemse bomen (Amerikaanse eiken begrijp ik) en zal worden omgevormd tot een inheems loofbos. Er zijn een aantal holle wegen en ik ken twee echt open natuurplekken, een privé paarden- en schapenweide ten zuidoosten van het naturistencentrum en een andere met een bosrand op grondgebied Bertem langs de Vernageltstraat. Maar met deze informatie durf ik toch de plaats van deze twee bospercelen op de kaart niet aan te geven maar er is vast wel een Bertemse lezer die kan helpen. Als je houdt van diepe holle wegen is het Groot Eikenbos echt de moeite.

Bertem – Grevensbos/Eikenbos – van holle wegen

Is er ooit ijzer(zandsteen) gewonnen in het Groot Eikenbos in Bertem en hebben de holle wegen daarmee iets te maken? In een studie van de KUL (zie de link hieronder) van 2003 over het voorkomen van ‘gesloten depressies’ (zeg maar natuurlijke of mensgegraven historische grote komvormige putten) in de bodem van de gemeente Bertem staat te lezen dat “de 5 depressies die in de omgeving van het Grevensbos-Eikenbos liggen, exploitatiegroeves van ijzerzandsteen zouden zijn … als grondstof gebruikt voor een hoogoven die op het einde van de 19de eeuw in Leefdaal voorkwam”. Vlak achter het Speelbos het Vossenhol is er zo’n diepe kom maar waar de andere zijn heb ik nog niet gevonden. Over het ontstaan van het Hageland met zijn Diestiaanse heuvels van ijzerzandsteen heb ik een kleine uitleg gedaan in andere hoofdstukken. In de streek van Bertem zouden de steenbanken echter te broos zijn om als bouwsteen te dienen en exploitatie was alleen nuttig om de ijzererts en het zand te winnen. Over die hoogoven in Leefdaal – de eerste in Vlaanderen (!) – vind ik in het erfgoeddossier dat hij in 1840 of enkele jaren eerder moet zijn opgericht door F.lemaire en Jules Meunier en in 1848 al weer werd stilgelegd omdat het ijzergehalte van het erts niet hoog genoeg was maar ook omdat het zware materiaal (erts en brandstoffen) allemaal met paardenkarren over de weg aan- en afgevoerd moest worden, ook al wegens het ontbreken van een bevaarbare waterloop. In 1851 wordt de oven verkocht. In 1836 vraagt een zekere Jacques Verheyden uit Sint-Joost-ten-Node een concessie aan voor de ontginning van ijzererts in Leefdaal, Everberg, Meerbeek en Kortenberg maar of hij er ooit aan begonnen is weten we niet. In 1840 vraagt de heer Guilbert (Gilbert et Cie?) een concessie aan voor het ontginnen van ijzererts in Bertem. De gemeente verpacht hem een terrein van 3 ha tegen 400 frank per ha in het Gemeentebos (Bertembos) en de concessie wordt goedgekeurd bij K.B. van 22 juli 1840.

Groot Eikenbos – Bertembos – ijzerzandsteen

Dit erts was bestemd voor verwerking in Leefdaal. Het bij de bronnen vermelde artikel van Willy Brumagne over deze ijzerwinning heb ik nog niet maar dankzij zijn dochter Anne weten we er toch al wat meer over: “De hoogoven stond in het veld tussen de Everbergsesteenweg, de Tervuursesteenweg en de E40, op de plek waar nog lang een ruïne van een boerderij heeft gelegen, en er later een rugbyveld was. Ik ken die plek nog als ‘ ’t Fabriekske’. Mijn vader heeft het er over in zijn boek ‘Leefdaal 1780-1855. De moeilijke geboorte van een nieuwe tijd’. Het gietijzer werd langs het station van Leuven naar kanonnengieterijen in Luik en naar Frankrijk gestuurd. De belangrijkste reden van de teloorgang blijkt toch dat de markt voor gietijzer kleiner werd, over een gebrek aan een waterloop schrijft mijn vader niet. En er was de concurrentie van de Waalse industrie. Er was een concessie voor ontginning in het gemeentebos van Bertem, maar er werd ook in Leefdaal en in Winksele ontgonnen. In het boek ‘Terug naar Leefdaal’ dat mijn broer Jos vorig jaar schreef op basis van de teksten die mijn vader achterliet, staat een foto waarop mijn moeder als kind poseert in de weide achter hun boerderij op de Tervuursesteenweg. De boerderij die de fabriek verving, is op de achtergrond te zien.” Met deze aanwijzing ben ik zelf eens gaan kijken op de kaart en het terrein. En jawel: de plek van de fabriek is precies aangegeven op de NGI-kaarten van 1981 en 1989, op de OSM kaart vind je het ‘Fabriekspad’ en op de topografische kaart Bertem-Leuven staat er ook ‘Fabriek’; de fabriek zelf vind je als ‘Haut-Fourneau’ aangeduid op de kaart Vandermaelen van 1846 langs wat nu de Everbergsesteenweg heet. Op het terrein is het pad gemakkelijk te volgen en volgens mij kan de fabriek best gestaan hebben naast de vloedgroebe waar nu een wel charmant buitenhuis staat.

Leefdaal – zicht op de voormalige hoogoven om erts uit het Bertembos te bewerken

Wie in die tijd verantwoordelijk is voor de uitbating van groeves in het Groot Eikenbos is nog verborgen in de mist van de pre-internet (?) geschiedenis en ik denk dat er voor de KUL nog een mooie onderzoeks-uitdaging is.

Maar we hebben er in elk geval enkele van de mooiste diepe holle wegen in onze streek aan overgehouden hoewel ondankbare opvolgende generaties wel een aantal van die kommen en de wegen hebben gebruikt om hun afval te storten. Diezelfde wegen zijn natuurlijk ook gebruikt om het hout uit het bos weg te slepen maar tegenwoordig dienen ze alleen als natuurbiotopen.

Het Groot Eikenbos in Bertem herbergt niet alleen eiken en beuken maar het is ook een van de weinige bossen waar je nog een echt volwassen berkenbos vindt. Het slechte nieuws is dat je snel moet zijn als je er nog iets van wil zien want het is sterk in verval en ik heb de indruk dat de boswachters het ook aan het weghalen zijn. Uit het beheerplan begrijp ik dat de aanwezigheid van oude ruwe berken betekent dat de bodem extra droog en zanderig is en dat je daar ook bosbessen en struikheide moet verwachten. Eén ding weet ik zeker, mijn fototoestel vindt een berk de mooiste boom die er is.  Ik zag ooit adembenemende majesteitelijke berkenbossen in en rond Moskou en heel Scandinavië staat er vol mee. Bij ons groeien ze ook erg goed maar toch vind je hier nauwelijks echte berkenbossen.

Bertembos – berkenzwam

Omdat berken bekend staan als gemakkelijk en snel groeiende bomen die altijd als eersten een open plek veroveren, vraag ik mij af hoe dat komt, temeer omdat berken ook hoog en dik worden en heel mooi hout opleveren (en niet in het minst omdat ze ook van die fameuze ‘maserknollen’ ontwikkelen die bij kunstenaars-op-zoek-naar-fineerhout goud waard zijn). De verklaring is simpel: alle bosbouwers-van-bij-ons vertellen je dat het geen zin heeft om berken aan te planten want ‘er is geen markt voor’ tenzij je ze kweekt voor het brandhout maar  daar zul je geen geld aan overhouden. Met andere woorden, niemand plant ze en dus hebben wij geen berkenbossen. Wil je iets kopen in berkenhout, dan ga je best naar IKEA want die hebben allang door dat markten gemaakt worden door de reclame en prijzen berkenhout aan als hét rustgevend middel om in je huis- en slaapkamer duurzaam aan stress en haastigheid te ontkomen en het kost nog niet veel ook. Dus ik vrees dat we het in onze bossen voorlopig nog zullen doen met berken die door gebrek aan licht staan te kwijnen, omvallen, in fotogenieke stukken uiteen breken en een wonderbare voedingsbasis vormen voor allerhande mossen, zwammen en allerhande dieren met vleugels en/of poten. Ik hoop voor dat de boswachters in Bertembos toch maar eens een paar hectaren echt berkenbos aanplanten zodat onze kleinkinderen kunnen genieten van het verblindende licht van al die witte stammen. En misschien kan de gemeente Bertem  de berk een plaats als ‘koesterboom’ geven? Waar je berken ziet moet je ook zoeken naar vliegenzwammen.

Bertembos – Groot Eikenbos – wanneer de berken verdwijnen, vertrekken de vliegenzwammen ook

De draderige wortels  van de zwamschimmel vlechten zich om de al even draderige uiteinden van de wortels van de berk waardoor die meer voedsel en water kunnen opnemen uit de bodem. Als ‘beloning’ voedt de berk de vliegenzwam met suikers en dan groeit de zwam sneller. Ze hebben dus allebei iets aan deze verhouding en dat wordt ‘leven in symbiose’ genoemd. Berkenzwammen houden ook van berken maar maken ze helemaal  dood en eten ze op totdat er niets van over is. Dat heet parasitisme. Zo gaat dat in de natuur. Heel veel dieren ben ik in Bertembos nog niet tegengekomen maar in deze berkenwildernis struikelde ik bijna over een haastige moeder ree die zich met haar jong uit de voeten maakte.

Waar holen zijn verwacht je vossen maar op een grijze vriesochtend kom je in het Speelbos ‘Het Vossenhol’ in Bertem vooral veel vrolijk dravende honden tegen om samen met hun kuierende bazen van de natuur te genieten. Een van de bazinnen is een beetje bezorgd want ‘er is jacht zoals elke zaterdag’ en ik moet haar geruststellen dat je met statieven uitgeruste fototoestellen wel schiet maar niet op honden en andere levende wezens. Het speelbos en bijbehorende weide aan de zuidkant van het Bertembos dat ‘Eikenbos’ of ‘Grevensbos’ heet bestaan sinds 2012 als een gezamenlijk initiatief van de gemeente Bertem en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Op een oppervlakte van 5 hectaren is er voor alle soorten recreanten van alles te beleven in of rond de schuilhut.

Bertem – Bertembos – Grevensbos – ik kwam de fee in het vossenhol tegen

De door de plaatselijke jongeren zelf bedachte toestellen zijn toch wel vooral voor kinderen denk ik. Het verharde pad is dan weer toegankelijk voor rolstoelgebruikers en op de speelweide zijn enkele ecologische plekjes te vinden zoals struiken voor vogels en vlinders, een kleine fruitboomgaard en heuveltjes waar bloemen kunnen bloeien. Vanuit Bertem kom je er gemakkelijk te voet of met de fiets maar sinds maart van 2017 is er ook een kleine autoparking aan de ingang onder de radarinstallaties van Belgocontrol. Vooral op warme zomerdagen is het op de weide maar ook op de smalle toegangswegen erg druk. En terwijl de kinderen de klimtotempalen, het treintje, de klimdieren en de kwelgeesten uitproberen gaan de ouderen op verkenning in het bos naar de holle wegen, het naturistenkamp Helios, de radiomast op de Bovenberg en de Augustijnenhoeve.

Bertembos is bekend om zijn wilde kersenbomen en vlak aan de ingang van het Vossenhol staat een heel bos van die bomen op een perceel dat in het verleden blijkbaar flink is opgehoogd.  Er zijn dikke en hoge exemplaren bij maar er zou volgens het beheerplan ook een bij moeten zijn met een monumentale stamomvang van meer dan drie meter en een hoogte van 32 meter. Of het die op de foto is ben ik echter niet zo zeker van.

Bertem – Groot Eikenbos – wilde kers groeit tot in de hemel

Vanuit het speelbos kijk je uit op een staaltje indrukwekkende luchtvaart-technologie. De twee enorme altijd draaiende installaties zijn hier in 1985 op deze hoogte van 94 meter geplaatst door Belgocontrol, het autonoom overheidsbedrijf dat sinds 1998 belast is met de luchtverkeersleiding en de opleiding van luchtverkeersleiders en technisch personeel dat zorg draagt voor installatie en onderhoud van de luchtvaart-infrastructuur. Belgocontrol veranderde in 2018 van naam in Skyes, voor zover ik zien vooral met de bedoeling zich op een meer eigentijdse manier aan het grote publiek voor te stellen. Maar essentieel is de taak hetzelfde gebleven: de maatschappij staat samen met Eurocontrol en de militaire luchtvaartautoriteiten in voor de veiligheid in het Belgisch luchtruim en op de luchthavens en controleert alle vliegbewegingen rondom Brussels Airport. Het hoofdkwartier is in het CANAC (Computer Assisted National Air Traffic Control Center) in Steenokkerzeel en wat je in Bertem ziet zijn de twee radartorens op 350 meter van elkaar. De ene (grote) is de hoofdtoren en de andere dient als ‘back-up’. Samen bestrijken ze een gebied met een straal van 260 km (Parijs-Dover-Leeuwarden-Frankfurt) tot op een hoogte van ongeveer 20 km (60.000 voet). De primaire radar verschaft informatie over de afstand, de vliegrichting en de snelheid van het vliegtuig. De secundaire radar zendt pulsen uit die door een transponder aan boord van het vliegtuig worden beantwoord met gegevens over de hoogte, over de identiteit en bijzonderheden zoals eventuele alarmmeldingen.

Bertembos – Groot Eikenbos – op deze plek geen vliegtuig te zien of te horen

Aan de voet van deze radar met slechts het geluid van een boerentractor in je rug besef je dat niet maar tussen 1988 en 2018 ging het om ongeveer 20 miljoen vluchten en dat aantal lijkt niet af te nemen want ik lees dat in 2018 alleen al er weer meer dan een miljoen vluchtbewegingen bij kwamen. Tegen einde 2019 zou het bedrijf ongeveer 900 mensen tewerkstellen. In de woelige tijden van nu met aanslagen en andere problemen waaronder niet in het minst de protesten tegen de lawaaioverlast,  is het niet verwonderlijk dat de maatschappij moeilijke tijden doormaakt maar dankzij de technische knowhow en het engagement van de verkeersleiders is er in al die tijd geen enkel vliegtuigongeluk gebeurd. Met behulp van deze radarinstallaties wordt sinds enige tijd ook het weer voorspeld maar hoe dat dan in zijn werk gaat weet ik nog niet (wie helpt?) en of je sindsdien als natuurgids ook beter op die voorspellingen kunt afgaan dan in de goede oude tijd betwijfel ik een beetje. Nogal belangrijk in deze tijd van energie opwekking anders dan met fossiele brandstoffen is dat tot kilometers verwijderd van deze radar-installaties geen windturbines mogen gebouwd worden omdat die zouden kunnen interfereren met de werking van de radar. Ondertussen valt het mij op dat het rond de radartorens opvallend stil is terwijl overal in de omgeving de vliegtuigen luidruchtig heen en weer vliegen. Twintig miljoen vluchten is voor de een reden tot grote fierheid maar voor anderen is het een levensechte nachtmerrie en voor ons klimaat moet er dringend gezocht worden naar andere vervoersmiddelen, zoveel heb ik er toch al van begrepen.

Met deze opmerkelijke bedenking vanuit het stille natuurspeelbos Vossenhol sluit ik dit hoofdstuk over Bertembos af maar het spreekt vanzelf dat ik hier binnenkort wel weer terugkeer.

Bertembos en Grevensbos-Eikenbos – NGI-kaart 1989 met namen van de bospercelen in het Gemeentebos en het Groot Eikenbos; ontbreken Mutsenbos en Cruyningenbos

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Over het Bertemboscomplex en zijn verleden:

http://onroerenderfgoed.github.io/la2001/ankerplaatsen/a20041.html

Over het ijzerzandsteen:

https://aow.kuleuven.be/geografie/toekomstigestudenten/onderzoek/gillijns/index.html

98351_Relicta 13_01_Yzerzandsteen.indd – OAR https://oar.onroerenderfgoed.be › publicaties › RELT › RELT013-001

Beschermingsdossier – Openbare Onderzoeken | Onroerend …https://openbareonderzoeken.onroerenderfgoed.be › bijlagen

IJzerontginning te Leefdaal – Willy Brumagne (auteur), Eigen Schoon en de Brabander, Jrg. 56 (1973) nr. 11-12, p. 425-428

Over de Augustijnenhoeve: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/211165

het bosbeheerplan:

Klik om toegang te krijgen tot ubp_bertem_rapport.pdf

http://www.bomeninfo.nl/berk.htm

Vliegenzwam | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be › files › vliegenzwam

Bertembos – Groot Eikenbos – kom dat tegen in de natuur …!

https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=22576 (over de berkenzwam)

www.speelbosvossenhol.blogspot.com.

Voor een plannetje:

Speelbos ’t Vossenhol – plannetje – Gemeente Bertem

https://www.bertem.be › Vrije tijd › Spelen in Bertem

Over de kersenboom:

http://www.monumentaltrees.com/nl/bel/vlaamsbrabant/kortenberg/8731_hetvossenholinbertembos/

Over Belgocontrol: https://www.belgocontrol.be/nl/

https://www.belgocontrol.be/documents/10180/11113/Annual-report-2016_NL.pdf/c0702f24-1b29-4b89-bb65-1dc95071f717

https://ops.skeyes.be/belgocontrolbecomesskeyes

https://ops.skeyes.be/meteo-catalog;jsessionid=FthpyXFbStFBqIZW3QGPXwhd.undefined

Over de interferentie van windturbines met radarinstallatie:

windturbines & vliegtuigen – awacss

www.awacss.be/2008_04_27_windmolen_vliegtuigen.htm

om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Bertembos – het Groot Eikenbos – deze eik herken je van ver

trefwoorden: bertem, bertembos, groot eikenbos, grevensbos, natuurbeheer, natuurgebied, geschiedenis, erfgoed, ijzernijverheid, vossenhol, eurocontrol

BERTEMBOS

Bertem – Bertembos – een oude holle weg

Vanaf de Koeheide aan het einde van de Oude Baan in Bertem kom je te voet (of met de fiets) via de Bertemse Heideweg via heel mooie en diepe holle wegen heel snel omhoog naar het er achter gelegen Bertembos. Vanuit Leuven kom je er ook vanaf de Terbankstraat in Heverlee maar dan moet je langs de Gasthuisberg over de E314 en dan het pad vinden naar en door de mooie door het Regionaal Landschap Dijleland gerestaureerde en door Natuurpunt beheerde holle weg.

Zomer of winter, het maakt niet uit, ik hou in ieder seizoen van de bossen in Bertem. Jammer genoeg is het grote Bertemboscomplexs sinds vele jaren in tweeën gesplitst door de (Bertem)Bosstraat, een drukke baan tussen Veltem en Bertem en zijn er maar weinig mogelijkheden om over te steken en weer direct tussen de bomen te komen. Wie niet heel grote afstanden in één keer wil afstappen doet er goed aan om eerst de ene kant verkennen en de volgende keer de overzijde te doen.

Anders dan het Groot Eikenbos (Eikenbos samen met Grevensbos) aan de andere kant van de Bosstraat was Bertembos eeuwenlang een gemeentebos waar de mensen er zorg voor droegen dat het aan hun houtbehoeften moest blijven voldoen. Het is een oud bos waar landbouwactiviteiten beperkt zijn gebleven en de bosbodem dus niet verstoord is. In het voorjaar zie je dat goed aan de voorjaarsbloeiers, in het najaar herinneren de Salomonszegel en de vele soorten zwammen je hier aan. De ontginningen ten zuidoosten van het bos op de plekken die je op de kaart ziet met de namen Bertembosveld en Koeheide dateren van de late middeleeuwen. De noordoostelijke grens – nu op de kaart te zien als de Zwanenberg –  is in 1661 en 1780 afgebakend met de grens van de Vrijheid of ‘Kuip’ van Leuven tijdens het ‘Ancien Régime’. Ongeveer op de hoogtelijn van 80m op de topografische kaart stuit je nog op één van de weinige arduinen grenspalen met (misschien, want niet meer herkenbaar) het wapenschild van Leuven.

Bertembos – de grenspaal met Leuven – de beeltenis kan ik niet meer lezen maar in het stadsarchief heb ik een soortgelijke afbeelding gevonden

Ten oosten daarvan kom je op enkele plaatsen oeroude diepe in onbruik geraakte holle wegen tegen en ook een primitieve ’boswal’. Met dat soort wallen bakenden onze Karolingische en Middeleeuwse voorouders de percelen af waarop hun vee in het bos mochten komen grazen. Het beweiden van bossen is samen met het recht van sprokkelen een zeer oud gebruiksrecht, van belang voor de arme boeren/dorpelingen om aan extra inkomsten te geraken. Maar zo’n recht druist uiteraard tegen de belangen van de adellijke bos bezittende families omdat het zowel de houtproductie als de jacht stoort en in een hertogelijk ‘vrijwoud’ zoals het Meerdaalwoud is het dan ook al vroeg afgeschaft. Om in Bertembos de sporen te zien van dit soort relicten volg je best de wat kronkeliger paadjes die vooral het gevolg zijn van de activiteit van mountainbikers, maar zolang je je hond bij je houdt en zelf op die paadjes blijft denk ik dat het voor de natuur weinig kwaad kan.

De ondergrond van het plateau van Bertembos (en van het gehele Bertemboscomplex) waarvan de hoogste gedeelten tot zo’n 95m reiken bestaat uit glauconiethoudende lagen van grof zand die in onze streken zo’n twintig tot drie miljoen jaar geleden werden afgezet door de zee bovenop (of met daartussen) een nog veel oudere water-ondoordringbare laag (of lagen) zeeklei. Glauconiet is een groen mineraal, een waterhoudende verbinding tussen ijzer en kiezel met vier tot tien procent kali of kalihydroxyde. Het vormt zich alleen in warm ondiep zeewater in de nabijheid van de kust.

Bertem – Bertembos – van oude wallen

Het betekent vooral dat de zanden ijzerhoudend zijn. Ze zijn meestal roestig geoxideerd en dikwijls aaneengekit tot de ijzerzandsteenbanken die zo kenmerkend zijn voor het Hageland. Het plateau staat in onze tijd bekend als de Diestiaanse heuvelrug die tussen Leuven en Sterrebeek de noordrand vormt van het Brabants leemplateau.  Het leem is als fijn stof door de wind aangevoerd tijdens de laatste ijstijd zo’n 15.000 jaar geleden maar in Bertembos is de leemlaag meestal beperkt gebleven tot minder dan één meter. Het bos ligt op de waterscheiding tussen Voer (naar het zuiden), de Molenbeek en de Weesbeek  (naar het noorden) en de Woluwe (verder naar het westen).  In de loop van de tijden is de leem van de hellingen de vallei in gespoeld. Waar nog leem te vinden is groeien meestal loofbomen, op de droge zanderige stukken zal je meer naaldbomen aantreffen. In het bos zelf zijn er geen natuurlijke waterlopen of bronnen. Water wordt wel afgevoerd via erosiegeulen (vloedgroebes) en de vele holle wegen maar die laatste zijn niet door de natuur maar door de mensen gemaakt. Wat de bosbomen betreft behoort het Bertems Gemeentebos zowel qua soorten als leeftijdsopbouw van de boométages (de boomkruinen) tot de rijkste en meest gevarieerde in de hele streek. Zomereiken, wintereiken, beuken en haagbeuken tref je in alle maten aan en hier en daar ook linde. Zelfs als je niets van bomen weet zal je zien dat het bos volstaat met wilde kersenbomen (boskers, zoete kers).

Bertembos – kerselaars – onmiskenbaar vanwege hun dwarse bast

Ze vallen erg op door hun dwarsgestreepte bast. Dit soort bomen werd vroeger heel veel aangeplant maar omdat ze alleen gedijen bij veel licht, hebben ze het in onze huidige hooghoutbossen nogal moeilijk en dat kan je in Bertembos ook wel zien omdat er veel tegen de grond liggen of staande aan het sterven zijn. Samen met het aan de andere kant van de Bosstraat gelegen Grevens/Eikenbos wordt het Bertembos door de Vlaamse overheid beheerd. Daarvoor heeft het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in samenwerking met de gemeente Bertem in 2007 een uitgebreid beheerplan uitgewerkt. In dat plan vind je alles tot in details. Het is een zeer uitgebreid document dat bijzonder veel informatie bevat over het verleden en heden en over alle maatregelen die de beheerders nemen om het bos duurzaam in stand te houden maar de hoofdlijn is dat men zo weinig mogelijk ingrijpt. Bij mijn laatste bezoek valt het mij wel op dat er toch wel veel gezaagd is en wordt en krijg ik de indruk dat de hoeveelheid dood hout vermindert, toch buiten het bosreservaatgebied aan de oostkant (maar ik kan mis zijn).

Ik zoek altijd naar die beheerplannen op het internet en gelukkig kan je dat over Bertembos gemakkelijk vinden. Er staat in dat Bertembos is opgedeeld in 10 bospercelen (bestanden) en dat elk van die bestanden een eigen karakter heeft (zoals voor bodem en bostype/begroeiing) en dienovereenkomstig beheerd wordt: Bedellenbos, Remken Pantgat, Waeroyveld, Hooiweg, Korenmonster, Paviljoen en Heide.

Bertembos – kant van de Eikentop

Drie percelen vormen samen een bosreservaat: Eikentap, Koeienbos en Vossenkuil. Het zijn historische namen die dikwijls verwijzen naar de vroegere eigenaar of naar historisch gebruik van het bos. Boswachters onder elkaar kennen en gebruiken die namen, maar als geïnteresseerde bezoeker is het moeilijk om te weten waar die percelen zich bevinden want op de wandelkaart (al dan niet topografisch) komen ze niet voor wat ik absoluut betreur, zeker nu zelfs de namen van de voetwegen staan aangeduid. Zelfs in het beheerplan vind ik geen actuele kaart met die percelen. We moeten het doen met een tamelijk primitief handgetekend kaartje van omstreeks 1960 waar ze niet allemaal opstaan en het zelfs niet zeker is of ze allemaal nog bestaan (een groot stuk van het perceel Korenmonster ligt nu onder de villawijk Schoonzicht denk ik). Om die reden voeg ik naast dat historische kaartje aan de reeks foto’s in dit hoofdstuk een aangepaste kaart toe waarop ik de namen naar beste weten duidelijk vermeld heb. Alleen het perceel ‘Heide’ heb ik niet kunnen vinden maar ik vermoed dat dit verwijst naar de ‘Schapenheide’ tussen Bertembos en de Bosstraat en niet naar de Koeheide want die wordt in het beheerplan afzonderlijk behandeld. Met deze kaart heb je iets aan de wetenschap dat Bertembos (dus de oostkant van de Bosstraat) in 2007 in totaal een omvang heeft van 105 ha en dat het bijna helemaal de eigendom is van de Gemeente Bertem. Alleen een deel van het Waeroyveld is eigendom van de Kerkfabriek van Herent en de Vlaamse Watermaatschappij is eigenaar van het omheinde perceeltje binnen het Hooiveld waarop de watertoren staat. Voor het jachtpaviljoen geldt een recht van opstal en de woning is verhuurd aan een privé-persoon.

Bertembos – voormalig jachthuis en watertoren

Wie in Bertem wil meedoen aan de veilingen voor de aankoop van brandhout in Bertembos moet ook weten waar de vergunde kaplocaties in het bos zijn denk ik666 en als je als natuurliefhebber op zoek bent naar en getipt wordt over de locatie van speciale planten, zwammen of bomen moet je de perceelsnamen zeker ook kennen. Of mijn kaartje wel helemaal overeenstemt met de werkelijkheid moet ook nog wat onderzocht worden. Klopt het dat er op de Schapenheide nu populieren en koeien kunnen staan en waarom zijn er twee Augustijnenstraten? Ik doe een beroep op de deskundigen in Bertem zoals Tony Hulst en Eric Malfait om licht in de bospercelenduisternis te brengen. We kunnen het natuurlijk ook aan de boswachters vragen.

Deze kwestie is bijvoorbeeld van belang om te weten welk delen van het Bertemboscomplexs sinds 2002 als een van de 40 in ons land uitgekozen  ‘speciale beschermingszones’ afgebakend zijn onder de Habitatrichtlijn 92/43/EEG  (deel van het Europese Natura 2000-netwerk). Die richtlijn ‘beoogt het behoud van de biodiversiteit en streeft naar de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken’. Die van Bertem hebben reden om fier te zijn op hun bos want in het beheerplan lees ik dat Bertembos (dus het historische gemeenschapsbos) er helemaal onder valt.  Aan de overkant van de Bosstraat is in de voormalige privébossen de natuurtoestand ook heel goed maar vallen enkele percelen toch niet (meer) onder het Europese niveau van topnatuur (vooral de delen die op het grondgebied van Kortenberg liggen).

Bertem – Bertembos – koeien tussen de populieren op de Schapenheide

Niet alleen is heel de streek landschappelijk waardenvol maar Bertembos scoort ecologisch bijzonder goed. Het is een oud ongestoord bos met ongeschonden leembodems. Het bevat allerlei soorten bomen van ongelijke leeftijd en omvang met Zomereiken, Wintereiken, Beuken maar ook Linden en de dikste en oudste Zoete Kerselaars van ons land (met stamomtrekken van 3,5 meter oa in Koeienbos en Remken Pantgat). Ondanks de afwezigheid van bronnen zijn 260 plantensoorten gevonden (natuurplanten, tip: probeer dat graag in je tuin!) waaronder enkele zeldzame en minder vaak voorkomende soorten zoals Vleugeltjesbloem, Eénbes en Dubbelloof. Daar hoort een bloempje bij en daarvoor kom je best in de lente wanneer grote delen van Bertembos (maar vooral de Eikentap) wit en roze gekleurd zijn door de massaal bloeiende bosanemonen.

In het bosbeheerplan staat een tabel met alle types topnatuurgebieden die voorkomen in de ‘valleien van Dijle, Laan en IJse met aangrenzende bos- en moerasgebieden’. Elk type heeft een nummer met een beschrijving en ook een overzicht van de ‘bedreigingen, beheermogelijkheden en de herstel- en ontwikkelingskansen’. In Bertembos komen officieel twee bostypes voor: type 9120 en 9160. Het eerste staat voor ‘Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex (hulst) of soms Taxus’. Het tweede omvat ‘Eikenbossen van het type Stellario-Carpinetum’.

Bertembos – bosanemonen

Voor de gewone bosbezoeker zegt zulk vakjargon niet veel maar als je moet weten wat er in het Bertembos zou kunnen groeien als je de natuur zijn gang laat gaan moet je iets weten over de aard en staat van de bodem.

Type 9120 komt voor op tamelijk droge voedselrijke zand- en leemgrond. Dat vind je op de hogere delen. Voor type 9160 mag het wel wat natter zijn en dat vind je in laaggelegen delen zoals de valleien en in de buurt van waterlopen. Voor beide typen is erg belangrijk dat er een flinke stabiele vochtige humuslaag aan de oppervlakte ligt. Het soort bomen dat je dan kan verwachten zijn (na Boswilgen en Berken die er altijd het eerste doorkomen) Zomereiken en Wintereiken, Beuken, Esdoorn, Es, Boskers, Haagbeuk, Linde, Hazelaar, Gelderse roos en – niet te vergeten – Hulst. Omdat in onze bossen de volwassen bomen bijna nooit spontaan opkwamen maar aangeplant zijn herken je een natuurlijk bostype echter het beste aan de bosplanten die er onder groeien. In Bertembos kijk je dan in de zomer maar eens uit naar Adelaarsvaren, Blauwe bosbes, Kamperfoelie, Valse Salie, Meiklokjes en Dalkruid voor bostype 9120 en voor type 9160 naar Grote muur, Salomonszegel, Slanke Sleutelbloem, Gele dovenetel en Bosanemonen. Maar naarmate de natuur verstoord is als gevolg van menselijk gewroet, ontwatering en door luchtvervuiling zullen die allemaal verdrongen worden door Bramen en Brandnetels en die dragen dan nog niet eens vruchten (te donker onder de bomen) maar stekelen ferm. Ik houd niet van bramen maar reeën blijkbaar wel wordt me verteld. Over de kwetsbaarheid van Bertembos voor natuurverstoring en wat er tegen te doen ga ik het nog hebben.

Bertem – toegang tot de Koeheide via de holle weg vanuit Leuven

Bertembos is erkend als Europese topnatuur en dat is historisch gezien eigenlijk een klein wonder, ook al omdat de grote stad Leuven met al zijn woonbehoeften zo nabij is. In het beheerplan en op andere plaatsen lees ik dat het bos ‘uiterst gevoelig is’ voor verzuring vanuit de lucht en voor vermesting door inspoeling vanuit ‘hoger gelegen plateau en aangrenzende akkers’. Het kan ook verloren gaan door verdroging door waterwinning en drainage en verarming door intensieve recreatie, begrazing, erosie, overexploitatie of door voortschrijdende klimaatverandering. Die kwetsbaarheid geldt niet in de eerste plaats voor de bomen want die kunnen wel wat hebben zolang ze niet onoordeelkundig gekapt worden, bijvoorbeeld om plaats te maken voor monotone aanplantingen met naaldhout, beuken of amerikaanse eik, of door de omzettting van bospercelen in akkers, huizen of wegen waardoor het bos ontboomd of versnipperd wordt. De degradatie laat zich vooral zien bij alles wat er onder groeit omdat de typische natuurplanten verdwijnen als er zware machines over rijden of als ze overwoekerd worden door bramen of door agressieve struiksoorten zoals Amerikaanse vogelkers. Als bezoeker-wandelaar (en mountainbiker) is dit een erg goede reden om op de paden te blijven, vooral geen nieuwe padsporen bij te maken en geen vuilnis achter te laten. Om schade te voorkomen en om historische schade te herstellen beveelt het beheerplan over Bertembos aan om in het kader van zogenoemd ‘nulbeheer’ zo weinig mogelijk in te grijpen en zoveel mogelijk ‘spontaan herstel’ de beste kansen te geven.

Bertembos – als je me aanraakt grijp ik je vast

Maar in het beheerplan wordt ook uitgelegd dat dit in de praktijk toch heel wat bedrijvigheid met zich zal meebrengen, bijvoorbeeld om de vogelkers en het overtal van amerikaanse eiken te bedwingen en om te vermijden dat beuken niet een te grote duisternis op de bosbodem veroorzaken. Bij vorige bezoeken had ik de indruk dat er in Bertembos niet veel bomen geveld meer worden voor de houtopbrengst (vroeger was dat wel degelijk het geval) en dat de beheerders alle dood hout laten liggen. Maar dit jaar vinden er wel degelijk grote vellingswerken plaats zo te zien (horen) aan de machines en de aantallen bomen die op stapels liggen. Het zou dus wel kunnen zijn dat men de terugdringing van amerikaanse eik en beuken probeert te versnellen. Of er ook echt open gras- of heideplekken gemaakt worden zoals in Heverleebos kan ik niet zien maar ik denk het eigenlijk niet want ik zie nergens van die grote geplagde oppervlakten. Wel zie ik wat minder dood hout liggen dan een tijd geleden (maar ik kan dat mis hebben).

Een groot deel van het bos is sinds 2007 afgebakend als bosreservaat. Het gaat om de bospercelen Koeienbos, Vossenkuil en Eikentap  aan de oostkant (zie het kaartje). Samen hebben die een omvang van 86ha. Dat die percelen een hoge natuurwaarde hebben voel je als bezoeker ook wel als je er rondwandelt: hoge en dikke en dus oude bomen in veel soorten en allerlei bijzondere planten die je kan zien als je in het juiste seizoen komt. Voor vogelspotters is dit deel van het bos een paradijsje maar ook als niet-kenner hoor en zie je de spechten, bosuilen, buizerds, boomklevers en allerlei andere zangvogels.

Bertembos – koraalzwam of kroontjesknotszwam?

Het nattere gebiedje aan de zuidoostkant aan het begin van de herstelde holle weg naar Leuven (Natuurpunt) werd tot 1980 nog als stort gebruikt maar daar zie je niets meer van. Ik lees dat het hier in feite ging om de opvulling van een ‘bomput’, dat is in dit geval geen bomkrater na een bombardement maar een plek waar men na de oorlog de overtollige munitie onschadelijk maakte door gecontroleerde ontploffingen. In dat verband lees ik ook dat er bij zulke putten tijdens de Tweede Wereldoorlog afweergeschut stond opgesteld om de militaire luchthaven van Hever te beschermen en dat ze nadien ook door Sabena gebruikt werden om afval te storten, vaak ‘met verrassende technische vondsten’. Wie meer hierover weet mag het graag zeggen.

Ik ben nog altijd op zoek naar de oorsprong van de betekenis en naam van de Armenlosweg en de Bertemboslosweg. De eerste is met naam aangeduid met zijn rechthoekige vorm op de Openstreetmap. De naam van de tweede vind ik op geen enkele kaart maar hij wordt genoemd in het beheerplan en in het erfgoeddossier als deel van “het roerig microreliëf … in het zuiden van het bos (met) de oostwest gerichte ‘Bertemboslosweg’ … een niet meer gebruikte en verscheidene malen onderbroken holle weg, die zich naar het oosten toe in twee parallelle armen splitst die dicht bij elkaar blijven”. Op de OSM-kaart is hij duidelijk zichtbaar en op het terrein eveneens.

op weg naar Bertembos – de Armenlosweg

Het moeten oude holle wegen zijn want ze zijn hier en daar erg diep. De Bertemboslosweg begint aan het jachtpaviljoen en de Armenlosweg komt daar ook vlak langs. Dat is geen toeval want er moet daar een oude bronput zijn zo ongeveer op de plek waar nu de watertoren is. Vermoedelijk dienden beide wegen voor het uitslepen van bomen maar ze kunnen ook verband houden met een ijzerertsontginning waarvoor in 1840 door de gemeente Bertem aan ene Gilbert Cie een concessie werd gegeven. In eerste aanleg ging die concessie over 0,5 ha maar waar de juiste plek kan ik niet terugvinden op de kaart (wie helpt?). Maar waar het woord (Armen)losweg vandaan komt blijft voor mij een raadsel waarvan ik hoop dat iemand in Bertem dat kan oplossen (iets voor de Heemkundige kring?). En misschien kan die iemand dan ook vertellen waar de naam van de Warotweg vandaan komt? En als je dan toch op de kaart kijkt zie je dat de bosopslorpende villawijk Schoonzicht in de jaren zestig niet gezet is door die van Bertem maar juist over de gemeentegrens door die van Leuven (Herent-Winksele). Dat pleit dus voor het behoud van de gemeentelijke zelfstandigheid denk ik.

Bertembos en Grevensbos-Eikenbos – NGI-kaart 1989 met namen van de bospercelen in het Gemeentebos en het Groot Eikenbos; ontbreken Mutsenbos en Cruyningenbos

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Over Bertembos en zijn verleden:

http://onroerenderfgoed.github.io/la2001/ankerplaatsen/a20041.html

Over het ijzerzandsteen:

https://aow.kuleuven.be/geografie/toekomstigestudenten/onderzoek/gillijns/index.html

het bosbeheerplan:

Klik om toegang te krijgen tot ubp_bertem_rapport.pdf

om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Bertembos – de centrale dreef en niet de Armenlosweg

Trefwoorden: bertem, bertembos, natuurbeheer, geschiedenis, erfgoed

DE HAZENBERG IN OPVELP (BIERBEEK) – OP ZOEK NAAR DE WASPLAATJES

Opvelp – Hazenberg – hollewegenwandeling – Hazenberg

De Hazeberg (of Hazenberg op de kaarten) in het dorpje Opvelp (deel van Bierbeek). Daar moet je heen als je wilt genieten van de mooiste uitzichten op de wijde omgeving van de bovenloop van de Velpe en de Mollendaalbeek. Je bent hier op een hoogte van 100 meter boven de zeespiegel op de noordrand van het plateau van Beauvechain. Het Remmelenbos met radiomast er vlak naast ligt nog 5 meter hoger en dan volgen op het plateau het Champ de Beaumont en het Champ d’Onsom. In de verte lonkt in zowat een rechte lijn over de kerktoren van Opvelp aan de Neervelpsestraat de  watertoren van Bierbeek met zijn beroemde wereldbol.  Veel verder naar rechts schemert achter het Bois de Peer (Perrebos) de bosrand van het Meerdaalwoud die ongeveer op dezelfde hoogte ligt. Onder je kijk je bijna door de dakramen van de gemoderniseerde monumentale vierkantshoeve het Berkenhof en op de mooie paarden in de weide daaronder. Het veel respectvoller gerestaureerde Jezuïtenhof in de dorpskern van Opvelp kan je van hier juist niet zien. In het najaar zijn op een mooie zaterdag de akkers in de omgeving vervuld van geknal en echte-mannen-gebrul. Kennelijk wordt er gejaagd op de ondertussen erg schaars geworden hazen waaraan de berg misschien zijn naam te danken heeft. Het zou ook kunnen dat de naam verwijst naar het woord ‘hezi’ of ‘hési’, een Oudfrans woord dat verwant is aan het Oudnederlandse woord ‘hees’. Dan kom je uit bij ‘heester’ ofwel struik of struikgewas en kan je besluiten dat in de tijd van het hertogdom Brabant in de middeleeuwen de Hazeberg begroeid was met lage struiken of bomen die het moeten hebben van een beetje droge grond.

Opvelp – hollewegenwandeling – Hazenberg – roos – eglantier

Wat dat betreft is er sinds die oude tijd dan niet erg veel veranderd op deze plek want in de holle weg boven de Hazeberg staat het vol struiken en ook de weiden op de berg zijn omzoomd met struikgewas. Daar zijn veel rozen bij maar ook andere stekelige soorten die misschien wel eeuwen lang moesten dienen om het grazende vee binnen de perken te houden. Sinds de pony’s van Natuurpunt op de weide staan hebben de beheerders toch maar wat eigentijdse afrastering gezet.

Het natuurgebiedje is niet zo heel groot, twee grasgroene hellingen met aan de bovenkant een holle weg, samen goed voor zo’n zes (?) ha topnatuur. Ik lees dat in de oude tijd de helling een zogenoemde ‘gemene weide’ was, dat wil zeggen dat de dorpelingen hier hun dieren vrij konden laten grazen. Sinds het begin van de jaren 90 wordt de berg beheerd door de afdeling Velpe-Mene van Natuurpunt en dat kan je er goed aan zien. Geologisch sta je hier bovenop een zanderige en kalkachtige top van een duin aan de rand van een inham of rivierdelta (de ‘oer’-Train, zie het boek ‘Miradal’) aan een oeroude zee. De lagen leemstof die de Noordenwind er in de laatste ijstijd door de noordenwind bovenop gelegd heeft zijn doorheen de tijd naar beneden gespoeld naar de akkers en dat merk je wel goed op het glibberige pad vanuit Opvelp. Het is hier droog en omdat er door de eeuwen heen ook nooit gemest is, bleef het grasland arm aan stikstof en fosfor

Opvelp (Bierbeek) – Hazenberg – Dassenburcht onder bescherming van Natuurpunt

Dat betekent dat er heel wat soorten planten en struiken willen groeien typisch zijn voor dit soort bodem of die je op andere plaatsen niet meer zal vinden zoals gewone ereprijs, kleine bevernel, vogelmelk, biggekruid, duizendguldenkruid, agrimonie, aardaker, knooppkruid, echt walstro, rapunzel en grasklokje. Om de mooie kleuren te zien en de vele vlinders te bekijken moet je hier in de lente en de zomer komen. Zangvogels zoals de Geelgors voelen zich in dit landschap thuis. In het herfstseizoen hangt er hier en daar nog een roos tussen de dorens en staan er alleen nog maar enkele gele bloempjes en zowaar een blauwe korenbloem op de veldweg (de ‘Moordenaarsweg’). Het stalletje voor de pony’s staat leeg want de dieren staan een eind verder op de tweede weide. Hier wordt niet gejaagd dus hazen zijn hier vast nog wel. In de holle weg zijn grote holen voor de vossen en er is zowaar ook een echte dassenburcht. Een beetje verder staat een plukje eikvaren en daarna stuit je zowaar op een echte ratelpopulier. Toch is het reservaat bij kenners het meest beroemd om zijn ‘wasplaten’ en daarvoor moet je er juist in het najaar zijn hoewel november al een beetje laat is.

Wasplaten op de heling van de Hazenberg in Opvelp (Bierbeek). Natuurpunt is terecht fier op de wasplaten die groeien in sommige van de graslanden die de organisatie in beheer heeft. Wasplaten (Hygrocybe) zijn heel kleine plaatzwammetjes en groeien alleen maar op voedselarme (schrale) weiden die nooit worden omgeploegd of op een andere manier verstoord door bemesting anders dan door de natuurlijke mest van de enkele dieren die nodig zijn om na het hooien het gras zo kort mogelijk te houden.

Opvelp – Hollewegenwandeling – Hazenberg – zwam – wasplaatje in november

Er is lang gedacht dat ze vooral dienen om dode grasresten en oude humus op te ruimen maar uit recent onderzoek blijkt dat ze mogelijk ook in symbiose leven met mossen en/of kruiden. Natuurliefhebbers beschouwen wasplaatjes als de ‘orchideeën’ onder de paddenstoelen en dat heeft er vooral mee te maken dat ze op zich niet zo heel zeldzaam zouden moeten zijn maar dat bij ons in Vlaanderen ze nauwelijks meer kunnen voorkomen vanwege de intensieve landbouw en veeteelt in onze streken waar hun natuurlijk milieu al eeuwen lang afgebroken wordt.  Er zijn in Vlaanderen 39 soorten wasplaten bekend en daarvan staan er slechts 6 niet op de Rode Lijst. Ze houden wel van kalkachtige grond hoewel er blijkbaar ook zuurminnende soorten zijn. Het goede nieuws is dat je ze ook in je gazon of paarden (of schapen/geiten) weide kan krijgen als je dat op de juiste manier onderhoudt (dus niet betreedt, mest of sproeit en absoluut het mos laat staan). Wasplaten kunnen goed tegen de kou maar slecht tegen uitdroging. Om die reden zie je ze pas aan het einde van de herfst tussen oktober tot eind december. Een paar nachten lichte vorst kunnen ze wel verdragen. Ze zijn heel klein en groeien laag tegen de grond verborgen tussen het gras maar je herkent ze aan hun felle gele, rode of oranje kleur (hoewel er ook minder opvallende soorten zijn) en hun vettig of kleverig uiterlijk. In het Engels worden ze ‘waxcaps’ genoemd vanwege hun wasachtig uiterlijk. Op de Hazenberg moet ik er altijd erg naar zoeken maar als ik er dan enkele opmerk, zie ik ze plotseling overal in het rond staan en dat is best spannend.  Om ze te fotograferen is dan weer een heel ander paar mouwen en om ze per soort te benoemen begin ik zelfs niet aan, dat laat ik aan de specialisten over.

Opvelp (Bierbeek – Hazenberg – wasplaatje
Opvelp (Bierbeek) – Hazenberg – wasplaatje – sneeuwzammetje

Op de Hazenberg komen zeker vijf soorten voor waarmee dit gebiedje officieel beschouwd wordt als een ‘wasplatengrasland’. Naast het papegaaizwammetje kom je zeker ook de zwartwordende wasplaat, het sneeuwzwammetje, de gele wasplaat en de weidewassplaat voor. Op de Hazenberg komen ook enkele andere unieke soorten zwammen voor zoals aardtongen en knotszwammen.

De Hazenberg in Opvelp (Bierbeek). Een lezer reageert op in een eerdere bijdrage over de Hazenberg dat de berg vol staat met bramen en dat ‘ik daar ook maar eens een foto van moet maken’. Dankzij het zorgvuldig beheer van Natuurpunt heb ik in het reservaat veel minder bramen gezien dan bijna overal elders in Vlaanderen’s overbemeste natuur dus ik denk dat hij zich van plaats vergist. Bovendien werkt Natuurpunt heel hard om de bramen in toom te houden. Dit is hard en ondankbaar werk en helpende handen zijn steeds welkom.

Toch is het wel zo dat de holle weg aan de bovenkant grenst aan een akker van een niet-biologische boer die het kennelijk niet al te nauw neemt met natuurbehoud want hij gooit zijn gewasresten over de rand op de helling die van Natuurpunt is en dat is niet zo best voor de plaatselijke natuurwaarden (veroorzaakt bramen en brandnetels en het is ook lelijk). Anderzijds is er wel een brede groene rand tussen de akker en de helling dus dat is dan weer goed nieuws. In elk geval heb ik op die helling toch naast eikvaren ook dalkruid gezien dus zo slecht is het daar nog niet gesteld. Naast wasplaatjes kom je op de Hazenberg ook gele zwammetjes tegen die met rechtopstaande stengels recht uit de grond omhoogkomen en geen hoed hebben. Dit zijn gele knotszwammen (Clavulinopsis helveola).

Opvelp (Bierbeek) – Hazenberg – geen wasplaatje – Gele knotszwam

Ze zijn typisch voor dit soort mosachtige schrale graslanden en om die reden ook zeldzaam.  Ze lijken wel wat op koraalzwammen, vooral op het ‘Kleverig koraalzwammetje’ (Calocera viscosa) maar die tref je vooral aan op sterk vermolmde stronken en stammen van naaldbomen en die zijn er hier niet. Ik heb ze niet gezien maar op de Hazenberg zouden ook nog ‘aardtongen’ (meest voorkomend geslacht: Geoglossum) kunnen voorkomen. Die lijken wel op knotszwammen maar ze zijn nooit geel, eerder bruinzwart of groen. In de holle weg kwam ik op de stam van een van de vele vlierstruiken ook nog een zeldzame zwarte trilzwam (Exidia nigricans) tegen. Daarmee sluit ik deze verkenningstocht af. Jammer genoeg stuit het pad bovenlangs de Hazenberg aan het einde op borden verboden toegang. Het pad zelf gaat gewoon verder maar de privé-eigenaars (van de akker en van het bos) willen blijkbaar niet dat wandelaars enkele tientallen meters verder stappen langs de bosrand naar de volgende openbare veldweg om de volledige luswandeling vol te maken. In vind dat die houding niet meer past in onze tijd waar mensen nood hebben aan voetwegen en natuurbeleving.

Opvelp (Bierbeek) – De Hazenberg – Kaart NGI 1989

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hazeberg – Molensteen – Blauwschuurbroek | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/hazeberg-molensteen-blauwschuurbroek

http://www.natuurpuntoostbrabant.be/node/245

https://dichterinopvelp.weebly.com/septiemen-voor-opvelp.html

https://www.natuurpunt.be/pagina/wasplaten

https://www.natuurpunt.be/pagina/aardtongen

https://www.natuurpunt.be › pagina › knotszwammen

Oorsprong van het woord hezi: http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=ONW&id=ID2487

Opvelp – hollewegenwandeling – Hazenberg – Ratelpopulier

Trefwoorden: natuurpunt, natuurreseservaat, natuurbeheer, opvelp, bierbeek, hazenberg, hazeberg, hezi, wasplaatje, knotszwam, das, erfgoed

HET WALENBOS IN TIELT-WINGE

Walenbos – het pad vanuit Houwaart

Het Walenbos aan de Brede Motte (zijriviertje van de Demer) ten zuidoosten van  Houwaart en Tielt (beiden Tielt-Winge) is een van mijn favoriete natuurplekken om op stap te gaan met het fototoestel in de aanslag. Voor de meesten is het bos een beetje te nat maar er zijn mooi aangelegde wandelpaden en met rubberbotten kom je er overal wel langs.

Dit is een ‘domeinbos’, dat wil zeggen dat het niet beheerd wordt door een privéeigenaar, een natuurorganisatie of een gemeentelijke OCMW maar dat het Vlaams Gewest de eigenaar is en het beheer in handen van het Agentschap voor Natuur een Bos en je er af en toe echte boswachters kan tegenkomen.

Ik vind dat die hier echt heel goed werk doen. Sinds het bos in 1989 officieel tot natuurreservaat is uitgeroepen is er hard gewerkt om de natuurlijke toestand van het door vorige generaties in de 19de eeuw gedraineerde moerasweidelandschap met populieren-aanplantingen te herstellen.

Het is nu een echt broekbos met hier en daar hooilandjes. In het vroege voorjaar tref je er overal de typische ‘voorjaarsbloeiers’ aan zoals speenkruid, sleutelbloemen, bosanemonen, dotterbloemen, muskuskruid, goudveil, boshyacinten, pinksterbloemen en kruipend zenegroen en nog veel meer. Waarom er ook zoveel (voor dit soort bossen atypische) maagdenpalm voorkomt heb ik nog niet uitgevonden.

Tielt-Winge – Walenbos – kan de eigenaar zijn of haar auto eens even komen ophalen? volgens kenners: Citroën CV11 Staffcar van de 2de wereldoorlog

Nu in de herfst is het bos vooral een goudgeel gekleurde bemoste wildernis met massa’s paddenstoelen. In totaal heeft het Walenbos een oppervlak van ongeveer 500 hectare waarvan 350 beheerd wordt door de Vlaamse overheid. Het is niet alleen beschermd als natuurgebied maar ook als cultuurhistorisch landschap en dat is maar goed ook want rondom het bos dringen de eigentijdse woon- en rijbehoeften zich naast de industriële landbouw ferm op.

Het Walenbos is topnatuur met een nat karakter met water van allerlei soorten en kleuren en wie behoefte heeft aan een beetje mysterie kan er het hele jaar wel terecht. Maar zeker nu we midden in het seizoen van de mysterieuze bossen zitten kan je wel eens even gaan kijken bij de auto die de een of andere mysterieuze bestuurder hier ooit heeft weten achter te laten. Heel veel is er niet meer van over dus het moet al een tijdje geleden zijn.

Ik heb nog gezocht naar menselijke overblijfselen maar die lijken er niet (meer) te zijn dus of het een poging was om een gestolen voertuig te verbergen of het rampzalig einde van een romantisch begonnen avontuur onder de maretakken in de populieren aan de rand van het bos weet ik niet.

Tielt-Winge – het Walenbos – geen koraalzwammetjes maar kroontjesknotszwam

Het kan natuurlijk ook zijn dat iemand gewoon van zijn of haar oude afgekeurde auto af wilde maar in dat geval heeft die persoon er toch wel veel moeite voor moeten doen want zo toegankelijk is dit bos nu ook weer niet en zeker niet voor gemotoriseerde voertuigen. Het valt me wel op dat er geen nummerplaat is achtergebleven maar dat is eigenlijk altijd zo met voertuigen die stiekem in onze bossen worden achtergelaten.

Genoeg over auto’s, daar zijn er al veel te veel van. Op de Ferrariskaart van 1777 en de Villaretkaart van 1745 zie je dat in die tijd het Walenbos helemaal of toch nauwelijks bos was, toch niet in de klassieke zin van het woord toen een echt bos nog met bomen bezaaid was. Op de Villaretkaart staat met grote letters ‘Le Brouck du Commune de Hauwaert et de Tielt’ en ook op de Ferrariskaart is het grotendeels als moeras ingetekend. Bij Ferraris is in het midden van het bos de naam ‘Waelembosch’ ingetekend dus stelt zich de vraag of er in die tijd ‘Walen’ in de streek werkten – zoals op veel plaatsen in wat nu Vlaams-Brabant is – of dat dit toch verwijst naar wal-achtige ophogingen in het landschap.

Volgens de hieronder vermelde INBO-studie kunnen er in het Walenbos restanten worden aangetroffen van aarden wallen die in de Middeleeuwen rond bospercelen werden aangelegd. Op die restanten zou je dan nog oude hakhoutstoven van Haagbeuk moeten kunnen zien. Ferraris is dikwijls een beetje onnauwkeurig maar in dit geval kan term ‘Waelem’ verwijzen naar ‘omwald’. Zolang niemand met een betere oplossing komt vind ik dit de beste verklaring voor de naam van het Walenbos. De Walen zijn er in elk geval niet meer en naar  die wallen met haagbeuken moet ik nog eens op zoek.

Tielt-Winge – Walenbos – is dit nu zo ‘waelem’? (een middeleeuwse wal met haagbeuken rond het bosperceel)

Met zijn omvang van zowat 500 hectare is het Walenbos een van de belangrijkste natuurgebieden in het Hageland en wat meer is: het is er opvallend stil (zelfs geen vliegtuigen!).

In het erfgoeddossier waarin het bos beschreven wordt als cultuurhistorisch landschap lees ik: “Het Walenbos is gelegen ten noorden van Sint-Joris-Winge, tussen Houwaart en Tielt. Naar het zuiden gaat het over in een hellingbos op de noordelijke flank van de Roeselberg en Alsberg, waar een hoogteverschil van meer dan 50 meter zich manifesteert, tot op bijna 80 meter boven de zeespiegel. Talrijke diepe holle wegen dalen eraf naar de vroegere beemden. Op bepaalde plaatsen komt hier diestiaanzandsteen aan de oppervlakte. De heuvelrug van Roeselberg tot Alsberg vormt tevens de scheiding tussen de valleien van de Brede Motte en de Winge. Naar het oosten grenst het Walenbos aan het Grootbroek met de Leigracht of Heergracht, destijds gekenmerkt door beemden en perceelsrandbegroeiing.”

In de middeleeuwen is het bos van Godfried van Brabant en nadat hij in de Guldensporenslag sneuvelt, van zijn dochter Blanche. Die sterft kinderloos in 1331 en sindsdien volgt opdeling in steeds meer perceelseigenaars (kerkelijke en openbare instellingen voor de grotere percelen, landbouwers voor de kleinere gronden).

Tot in de 18de eeuw wordt de natte grond vooral gebruikt als hooiland of als weide. Op de venige plekken wordt tot in het begin van de 20ste eeuw turf gestoken en de ontstane putten kan je vandaag nog zien. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw worden de hooilanden verlaten en begint het bos overal op te komen zowel spontaan als door aanplantingen op de hogere gedeelten.

Tielt-Winge – Walenbos – toch een nat bos …..

 Vanaf die tijd begint ook de drainage-begreppeling die je vandaag nog overal ziet. Het bosbeheer wordt in die tijd gekenmerkt door middelhout en hakhout voor de lokale houtmarkt. Bij de boomsoorten kiest men dikwijls voor Zwarte els, uiteraard omdat die zeer goed tegen water kan.

In onze tijd worden grote delen van het bos beplant met snelgroeiende populieren maar blijkbaar levert deze activiteit niet genoeg op want deze periode wordt gevolgd door decennia van verwaarlozing. Het bos ontwikkelt zich tot een natuurlijker bosgebied en vanaf de jaren 1980 begint de overheid percelen aan te kopen. Sinds 1989 wordt het Walenbos erkend als natuurreservaat met een beheerplan dat zich vooral richt op spontane bosontwikkeling door ‘nulbeheer’.

Als je er vandaag rondwandelt zie je op veel plaatsen echter ook de terugkeer van graslanden en dat betekent dat er alle jaren gehooid en/of begraasd moet worden om bomen op die plekken het groeien te beletten.

Ik lees dat de beheerders er ook alles aan doen om de stabiliteit van het kalk- en ijzerrijke kwelwater te waarborgen en gezien de klimaatsontwikkelingen en het menselijk waterverbruik  is dat misschien best wel een ferme uitdaging.

Hiermee sluit ik dit reeksje af. In de lente kom ik zeker terug want dan bloeien de gele dotterbloemen in het roestbruine water en dat is een fotogenieke belevenis.

Tielt-Winge – Walenbos – de ANB-wandelkaart met knooppunten

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Meer over het Walenbos:

Klik om toegang te krijgen tot 171906.pdf

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135081

https://www.natuurenbos.be/walenbos

https://www.tielt-winge.be/gidsendetail.aspx?id=173

Zie ook http://ernstguelcher.blogspot.be/ met trefwoorden walenbos, natuurbeheer, erfgoed, motte, bron

Link om oude en nieuwe kaarten over elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Tielt-Winge – Walenbos – dotterbloemen in roestbruin kwelwater

Trefwoorden: tielt-winge, houwaert, walenbos, natuurbeheer, erfgoed, motte, rabatten, bron

HERFST IN HET KASTANJEBOS IN HERENT

Herent – welkom in het Kastanjebos

Het Kastanjebos van Natuurpunt ligt tussen (een beetje boven) Herent en Veltem-Beisem en om het te verkennen kun je je fiets of auto kwijt op de kleine ingangsparking aan de Lipselaan die er dwars doorheen loopt. Het is een heel mooi niet zo heel groot bos (iets minder dan 50 hectares) en je trekt best watervast schoeisel aan want nat en vochtig is het hier altijd, zeker in de herfst en winter. In het bos ontspringt de Lipsebeek die langs de noordkant richting Tildonk meandert. Vroeger moet het hier nog veel natter geweest zijn maar sinds hier in 1968 een drinkwaterwinning gevestigd werd is de waterspiegel met meer dan een meter gezakt en dat betekende het einde van het kalkrijke kwelwater.

De naam is een mysterie want er zijn veel soorten bomen maar nauwelijks kastanjes. Op de Villaretkaart van 1745 heet het ‘Bois de L’Enfer’. Op de Ferrariskaart van 1778 wordt naast Castanienbosch ook gesproken over ‘Speckbosch’ en het is hier en daar inderdaad spekglad. In die tijd was het bos wel een flink stuk groter.

Het Kastanjebos valt onder de Europese topnatuurregelgeving Natura 2000 en dat is zeker terecht sinds Natuurpunt het beheer in handen heeft. Aan de drainagegrachten kan je zien dat in het verleden hier veel pogingen zijn gedaan om aan economisch bosbeheer te doen en nog voor de laatste keer na de Tweede Wereldoorlog door de aanplant van goedkope en snelgroeiende Canada-populieren. Er staan er nog wel veel maar ze zijn kennelijk op hun einde want de omgevallen exemplaren liggen overal in het rond.

Herent – Kastanjebos

De exploitatie is vervangen door natuur ‘nulbeheer’ en overal ligt en staat stervend en dood hout in het rond bedekt met mossen en zwammen. Daartussen groeien nieuwe bomen van allerlei soorten en die worden ook al flink groot. Blijkbaar hebben de beheerders er voor gekozen om de populieren niet weg te halen maar ze aan de natuur terug te geven terwijl het nieuwe bos zich spontaan ontplooit. Ik hou heel erg van deze manier om de fouten van historisch bosbeheer te herstellen en ik denk dat het ook heel goed is voor de biodiversiteit, ook al omdat het zorgt voor stabiliteit in de natuurontwikkeling.

Rond het bos liggen mooi gemaaide hooilanden, grotendeels maar  niet allemaal in handen van Natuurpunt. In het bos wandel je op je gemak hoewel er erg weinig paden zijn. Daarbuiten vind ik de mogelijkheden beperkt omdat de bewoonde wereld (huizen, wegen) zich ferm opdringt hoewel er toch minder nieuwbouw gezet is dan ik enkele jaren geleden verwachtte vanwege de verkavelingsborden in de omgeving. Ik denk wel dat je naar het westen zowat autoloos naar de buren in de Groene Vallei kan stappen in het Silsombos maar naar de Molenbeekvallei zie ik onvoldoende voetwegen. Aan de oostkant stuit je onverbiddellijk op de Mechelsesteenweg.

Herent – Kastanjebos – fietspad tussen Veltem en Buken

Je kan wel heel mooi langs smalle en groen omrande trage wegen tot aan de steenweg, daar over steken dan bijvoorbeeld naar bioboerderij De Wakkere Akker of naar Bertembos.

Wie van stilte houdt moet wel voorbereid zijn op de zeer laag overkomende vliegtuigen die naar het nabije Zaventem afdalen.

De weg om als natuurorganisatie zoals Natuurpunt een waardenvol natuurgebied te kunnen beschermen met behulp van het ‘statuut van erkend natuurreservaat’ loopt niet over rozen. Het juiste jaartal vind ik niet direct maar in de jaren 90 (ik vermoed in 1995) krijgt het bos voor de eerste keer een officiële erkenning als natuurreservaat (het statuut van erkend natuurreservaat nr. E-109 “ Kastanjebos “). Heel veel moet de lezer zich daar niet bij voorstellen want in die tijd gaat het slechts om een oppervlakte van iets minder dan 3,5 ha.

Op 30 januari 2002 komt er een eerste uitbreiding waardoor de omvang van het reservaat ongeveer 29 ha wordt. In het ministerieel besluit lees ik dat die erkenning loopt tot 8 november 2023.

Herent – Kastanjebos – wollige bundelzwam

Op 19 november 2013 keurt Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege opnieuw een uitbreidingsbesluit goed door aan het reservaat ‘een biologisch waardevol gebied van 20 hectare dat in eigendom en beheer is van de vzw Natuurpunt’ toe te voegen. In het advies van de Minaraad van 2010 lees ik dat de “uitbreiding van het reservaatproject … belangrijk en gerechtvaardigd .. (is) ..door de aanwezigheid van Europees beschermde habitats, de biologisch waardevolle vegetaties en de goede kansen op verdere natuurontwikkeling. Het algemene streefbeeld dat met dit project beoogd wordt, lijkt congruent te zijn met de feitelijke toestand en de natuurpotenties”. Op die potentiële natuurontwikkeling en op het bijbehorende beheer kom ik nog terug (maar jammer genoeg heb ik het beheerplan niet want dat lijkt niet openbaar te zijn). Of er op dit ogenblik nieuwe aanvragen voor uitbreiding van  het reservaat in behandeling zijn heb ik niet kunnen vinden.

Om erkend te worden als natuurreservaat moet er naast geduld, doorzettingsvermogen en veel administratie wel voldaan worden aan alle mogelijke technische  voorwaarden en is er een uitgebreid beheerplan nodig.

Herent – Kastanjebos – knotwilgen in de herfstzon

Voordelen van die erkenning zijn het recht op subsidies voor natuurbevorderende activiteiten maar – zeer belangrijk – ook het recht op voorkoop als er in de omgeving percelen worden aangeboden. Zo te zien zijn er nog wel gronden in de onmiddellijke omgeving die daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen. Naast opdringende bebouwing worden de natuurwaarden in het bos sinds 1969 vooral bedreigd door verdroging vanwege de grondwaterwinning in functie van de drinkwatervoorziening, zie hieronder.

Op oude kaarten zie je dat het Kastanjebos in Herent van nature een moerasbos is. Op de Villaretkaart van 1745 heet het ‘Bois de L’Enfer’ en dat duidt er op dat het gevaarlijk was om er in te gaan. Op de NGI-kaart van 1969 zijn grote delen ervan als moeras ingekleurd. Op verkenning valt het op dat er nu nergens water te zien is. De drainagegrachten van vroeger liggen droog en in de Lipsebeek kan je je voeten ook niet nat maken. Is er sprake van verdroging door het oppompen van grondwater voor de drinkwatervoorziening en zou het kunnen dat dit probleem verergert met de verandering van het klimaat?

Herent – Kastanjebos – drinkwaterwinning verlaagt het grondwaterpeil

Sinds 1969 pompt de Watergroep in het Kastanjebos grondwater op voor de drinkwatervoorziening in de streek van Haacht. Sinds oktober 1988 beschikt de maatschappij over een milieuvergunning om per dag 4.800 kubieke meter op te pompen aan een gemiddeld jaardebiet van 1.752.000 kubieke meter per jaar. Daarvoor zijn 6 putten geslagen in de ‘freatische’ ondergrond van Brusseliaans zand met een diepte van 30 tot 40 meter. Dat is veel water en het lijkt diep en veilig maar het wil gewoon zeggen dat die massa niet van onder een waterondoordringende laag wordt weggepompt en het dus in wezen gaat om een winning van oppervlaktewater.

Als gevolg daarvan is in de loop van de jaren  daardoor de grondwaterspiegel al structureel gedaald met 1 meter. Omdat de vergunning begin 2019 verliep vroeg de maatschappij een hervergunning aan voor een jaardebiet van 1.200.000 kubieke meter en 3.300 kubieke meter per dag met de mogelijkheid in piekperiodes toch tot 4.800 kubieke meter per dag te mogen oppompen op voorwaarde dat na zulke piekperiodes bij wijze van ‘milderende maatregel’ (waaronder ook ‘monitoring’) een ‘rustperiode’ wordt ingelast waarin teruggekeerd wordt naar 3.300 kubieke meter.

Herent – Kastanjebos – geen water in de Lipsebeek

Als ik het goed begrijp is die vergunning ondertussen goedgekeurd en gaat het oppompen onverminderd verder (hoewel ik begrijp dat de massa opgepompt water wel ver blijft onder het maximaal vergunde debiet).

Een van de belangrijkste redenen dat Kastanjebos deel is van het Europese natuuurproject Natura 2000 en valt onder de Habitatrichtlijn is juist omdat het nog een van de weinige plekken in Vlaanderen is waar kalkrijk kwelwater naar boven komt waardoor zeer zeldzaam geworden plantensoorten zich hier nog kunnen handhaven. Nu dat kwelwater er niet meer is wordt de kalkvoorraad ook niet meer aangevuld en omdat de natuur zich altijd aanpast kan het niet anders dan dat op de duur het bos en de omringende hooilanden van karakter gaan veranderen waarbij ondanks het zorgvuldig en afgewogen natuurbeheer het aantal ‘banale’ planten zal toenemen ten opzichte van de zeldzame soorten.

Ik vermoed dat de beheerders zich hier ernstig zorgen over maken maar ik vind nog geen studies in de een of andere richting. Het blijft afwachten en ‘al bij al blijft het een vochtig tot nat bos met de eigenschappen van een essen-eikenbos’. Vraag is uiteraard ook wat de gevolgen kunnen zijn als de perioden van droogte als gevolg van de klimaatverandering zich blijken te bestendigen.

Herent – Kastanjebos – mos in bloei

Het bos is in de erfgoed – landschapsatlas van 2001 opgenomen als ‘ankerplaats’ die ‘aansluit bij de zogenaamde fossiele Vlaamse vallei’. Over die vallei vertelde ik al iets in de bijdrage in deze blog over het Hellebos in Kampenhout.  Op de kaart kan je de meanders nog zien als een groene slinger tussen het Floordambos in het westen en het Kastanjebos in het  oosten. Hier liep in het late Pleistoceen meer dan 10.000 jaar geleden in de laatste ijstijd de brede bedding van de woeste (Beneden/Zuidelijke) Dijle. De rivier sleet zich zo’n 10 meter diep  door tientallen miljoenen oude horizontale lagen van fijn zeezand, grof zand, grind en kalksteen. In de loop van de tijd raakte de bedding verstopt door zijn eigen erosie aangevuld met aangewaaid leemstof dat door de regen vanaf de helling werd aangevoerd.

Heel de streek is ferm volgebouwd maar een deel van de valleibossen en velden is overgebleven en sindsdien beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn als onderdeel van het Natura 2000 project ‘Valleigebied tussen Melsbroek, Kampenhout, Kortenberg en Veltem (BE2400010) ofwel de ‘Groene Vallei’.

Van de hoogteverschillen zal je als bezoeker niet veel zien denk ik. In het rond het bos gaan de hoogtelijnen tussen 20 en 30 meter. In het zuiden kan je wel het veel hoger gelegen Bertembos (tot op 90 meter) zien met de radiomast op 75 meter. Dat is de ‘steilrand’ die de overgang is tussen het heuvelachtige Brabants leemplateau en de vlakke zandleemstreek van Laag België.

De bosbodem in het Kastanjebos bevat dus veel zand en leem en is vooral in de winter en voorjaar erg drassig. Het bos is een relict van het grote bosgebied, waarvan tot in de 19de eeuw ook het Silsombos en het Kareelbos deel uitmaakten.

Herent – Kastanjebos – geef me de vijf (wollige bundelzwam?)

In de 19de eeuw is het versnipperd doordat het middelste deel gerooid werd. Na 1900 werden aan de rand van de twee delen bos nog percelen bos gerooid en omgezet in weiland of bebouwd. Dwars door het bos loopt wel de erg drukke betonbaan tussen Winksele en Buken en een veel minder druk baantje (geheel of gedeeltelijk fietspad) van Veltem naar Buken.

Rond het bos liggen akkers die blijkbaar al van zeer oude datum zijn. Op de Ferrariskaart is er een ontginning met de raadselachtige aanduiding ‘Cse Waelenhoeck’. Wie kan iets meer vertellen over de Walen die hier gewoond en gewerkt hebben? Aan de oostkant ligt de Sint-Benedictushoeve. Het landschap is erg afwisselend en het bos zelf is van hoge bio-ecologische waarde omdat het al erg oud is. Het bos heeft – ook vanwege de kalk en het zuivere water – een waardenvolle voorjaarsflora. In de hooilanden kom je in het najaar de bloeiende herfsttijloos tegen.

In dit gebied beheert Natuurpunt zowel een aantal bospercelen als een aantal ‘soortenrijke’ hooilanden. Zoals overal in Vlaanderen stonden het natte bos en weiden enkele jaren geleden nog vol met na de Tweede Wereldoorlog aangeplante populieren en hoewel je er in het bos nog veel ziet staan zijn ze van de hooilanden weggehaald om plaats te maken voor een rijke flora en fauna. Om de bloemenpracht op die hooilanden te zien moet je het gebied uiteraard in het voorjaar en in de zomer bezoeken.

Herent – Kastanjebos – het woord is aan de kenners van paddenstoelen ….

Naast margrieten, zompvergeetmenietjes en boterbloemen komen dan ook pinksterbloemen, echte koekoeksbloemen, ratelaar, bosorchis en zowaar knolsteenbreek tevoorschijn. In het najaar bloeit de herfsttijloos (Colchicum autumnale) maar tot mijn schande moet ik bekennen dat ik daar tot nu toe nog geen foto van heb kunnen maken maar gelukkig heeft NP Herent me er toch een bezorgd. Om die graslanden niet te laten verruigen wordt er meerdere keren per jaar gehooid. Zoals altijd bij Natuurpunt kan je daaraan meewerken op de werkdagen voor vrijwilligers (zie facebookpagina van Natuurpunt Herent).

Herent – Kastanjebos – Herfsttijloos – foto Jos Vanden Eede (NP Herent)

Ik lees dat er daarnaast zwarte ouessantschapen worden ingezet. Dat zijn hele kleine schapen die van oorsprong uit Bretagne komen. Bij mijn bezoek heb ik die toch niet gezien maar blijkbaar staan ze op een andere weide. Op de foto’s zie je witte schapen samen op de weide met een hele troep vrolijke bruin-zwarte gehoornde Belgische hertegeiten.

Tussen de bomen geldt het ‘nulbeheer’ dat zich beperkt tot het af en toe weghalen van uitheemse bomen en het kappen van hakhout.

Herent – Kastanjebos – geiten en schapen samen om het hooiland kort de winter in te grazen

Tenzij bomen op het pad dreigen te vallen wordt er niet gezaagd en niet opgeruimd en dat kan je echt wel zien want overal ligt het dood hout in het rond met inbegrip van dikke omgevallen populieren. Een lezer stuurt me merkwaardig genoeg een foto van een ‘geringde’ tamme kastanjeboom. Een boom wordt geringd om hem te laten doodgaan. Of kastanje een boomsoort ‘van hier‘ is, is voer voor heftige discussie maar in dit bos horen er toch wel een paar te staan vind ik. Ondertussen hoor ik vanuit Natuurpunt Herent dat het geen kastanje is maar een geringde Amerikaanse eik.

Voor kenners van zwammen is het bos een paradijs want dit geeft kansen aan zeldzame soorten zoals de zalmzwam, schubbige oesterzwam, oranjerode hertenzwam, grootporiehoutzwam, kleverige knolamaniet en witte berkenboleet.

Hierbij kom ik aan het einde van deze verkenningsreeks over het Kastanjebos in Herent. Ik ga hier zeker in het voorjaar terugkomen en ook de omgeving verder verkennen, beloofd.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.natuurpunt-herent.be/beheerwerken

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/kastanjebos#

https://www.facebook.com/npherent/

https://www.minaraad.be/themas/biodiversiteit/aanvraag-tot-erkenning-van-uitbreiding-van-het-erkend-natuurreservaat-e-109-kastanjebos-te-herent

Over de grondwaterwinning, een zeer uitvoerige studie om de hevergunningsaanvraag te onderbouwen:

[PDF]

project-mer grondwaterwinning – LNE.be

https://mer.lne.be › merdatabank › uploads › merkennis4312

Herent – Kastanjebos – bomen op je pad

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135096

Bron     : Ankerplaats ‘Kastanjebos’. Landschapsatlas, A20039, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001

Kastanjebos — Landschapsatlas 2001 2001 documentation

onroerenderfgoed.github.io › ankerplaatsen

link naar nieuwe en oude kaarten om die over elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Herent – Kastanjebos – ydille van berken

Trefwoorden: herent, kastanjebos, waterwinnng, natura 2000, natuurreservaat, natuurbeheer, natuurpunt, erfgoed

HET HELLEBOS IN KAMPENHOUT

Kampenhout – Hellebos – toch een klein beetje herfstzon

Het Hellebos in Kampenhout vind je op de kaart ten noorden van de N21 Haachtsesteenweg aan de zuidwestkant van het dorpscentrum. Het ligt tussen Kampenhout en Perk op het grondgebied van de deelgemeenten Kampenhout-Berg en Kampenhout-centrum. Je herkent het onmiddellijk aan de merkwaardige hoefijzervormige vorm. Het is een mooi loofbos met eeuwenoude eiken, zwarte elzen, boskersen en opmerkelijk veel volwassen essenbomen en ook nog altijd veel populieren, zowel staande als liggende exemplaren. Op de Ferrariskaart (1777) en Villaretkaart (1745) is het duidelijk te zien.

Het is via de Europese Habitat richtlijn als topnatuur beschermd als onderdeel van het Natura 2000 project ‘Valleigebied tussen Melsbroek, Kampenhout, Kortenberg en Veltem (BE2400010) ofwel de ‘Groene Vallei’. Het sluit aan op het Torfbroek dat juist ten zuiden van de Haachtsesteenweg ligt. Sinds 1996 is het als reservaat erkend met Natuurpunt Kampenhout als koesterende beheerder.

Kampenhout – Hellebos – kaart Ferraris 1777

Op de kaart zie je al direct de namen van enkele beken en leibeken die langs of door het bos stromen zoals de Molenbeek, de Veerlebeek, de Lellebeek maar eerst en vooral de Barebeek. Die ontstaat in Perk(Steenokkerzeel) en kronkelt vandaar via een ingewikkeld en dikwijls ook erg verstedelijkt parcours in een stroomgebied van zo’n 70 km naar Muizen om juist ten zuiden van het Mechels Broek op de Dijle aan te komen.

De beste ingang om het Hellebos te verkennen is aan de watermolenstraat in het gehucht Lelle aan de bijna onzichtbare restanten van een middeleeuws kasteel, het tot woonhuis gerenoveerde gebouw van een voormalige hoeve en brouwerij en het begin van de Molenbeek die echter niet meer langs de molen gaat want die staat een beetje verder aan de ingang aan de ingang van het bos.

Op al die geschiedenis kom ik nog wel terug. Tussen de ijzers van het hoefijzer zie ik het ‘Herderveld’, een naam die staat voor het dichtst bij het bos gelegen gedeelte. Het meer naar de steenweg gelegen gedeelte zie je op de NGI-kaart van 1989 en oudere kaarten als ‘Bekerveld’. Het veld wordt gedeeltelijk begraasd door de limousin-koeien van een boer op de velden van Natuurpunt maar richting Haachtsesteenweg zijn er nog de klassieke boerenakkers.

Kampenhout – Hellebos – het Herderveld

Uit opgravingen blijkt dat heel dit gebied beschouwd moet worden als een belangrijke archeologische site en dat dit met zich meebrengt dat die akkers ook tot grasland zullen worden omgevormd om niet meer te hoeven ploegen.

Als je de kaart bekijkt kan je zien dat dit bos samen het westelijk gelegen Floordambos (aan de E19) en het oostelijk gelegen  Torfbroek, Terbronnen en het Silsombos een groene slinger is in het voor de rest flink volgebouwde landschap. Die slinger is een overblijfsel van de vallei van de (Beneden/Zuidelijke) Dijle zoals die liep in het late Pleistoceen meer dan 10.000 jaar geleden tijdens de laatste ijstijd. De rivier sleep een bochtige vallei van zo’n 10 meter diep uit door tientallen miljoenen oude horizontale lagen van fijn zand, grof zand, grind en kalksteen.

Kampenhout – Hellebos – verdwaald en omgevallen

De bedding moet ooit heel breed geweest zijn en gevuld met een snelstromende enorme watermassa. Op de duur is dat alles verzand maar de meanders zijn nog altijd zichtbaar in het landschap en bekend onder de naam ‘Groene Vallei’. De hoogteverschillen zijn in het landschap voor de bezoeker niet echt goed te zien maar de Barebeek ten westen van het Hellebos ligt op een hoogte van zo’n 10 meter.

Pak de topografische kaart van 1939 er graag even bij. Dan zie je dat het Bekerveld en het Herderveld ten westen van het bos liggen tussen de beboste ‘hoefijzer-poten” op een helling tot op 21 meter juist boven het dorpje Lelle.  Aan de zuidoostkant van de Haachtsesteenweg gaat de heuvelrug nog tot boven de 30 meter met een helling aan de noordkant richting Torfbroek. Het Hellebos ligt samen met het Duistbosch en het Château de Ribeaucourt duidelijk op de gebogen helling binnen de meander en dat kan heel goed de historische verklaring zijn voor de naam: een hellend bos.

Kampenhout – Hellebos en Lelle – NGI kaart 1939 – met hoogtelijnen

Daarbij komt dat het bos naast droge plekken ook heel wat natte gedeeltes heeft en misschien waren die in de oude tijd wel wat moerassig. In onze streken wordt het woord ‘helle’ historisch ook gebruikt om moeras aan te duiden (als moeilijk en gevaarlijk toegankelijk: ‘hels’). De naam Helle zie ik voor de eerste keer op de topografische kaart van 1873 (de Helle), vervolgens op die van 1904 (de Helle Bosch) en vanaf 1939 heet het Hellebos(ch).

Dat het dorpje Lelle op oude kaarten voorkomt als ‘Lille’ verwijst naar het woord ‘little’ en duidt er op dat het in de geschiedenis een klein maar economisch en strategisch belangrijk oord was. Ik moet nog uitvinden of het dorp op een zogenoemd ‘donk’ ligt. Naar mijn mening heeft het woord Lelle dus – ondanks de geldende opvatting – niets te zien met Helle maar dat kan ik ook helemaal mis hebben. Op de geschiedenis van dorp en bos kom ik nog terug.

Kampenhout – Hellebos

De onvoorbereide bezoeker merkt het niet op maar dankzij Tine Bergmans van Natuurpunt Kampenhout en haar collega’s Walter Sevenants en Hubert Gulinck  kom ik er achter dat het Hellebos en het dorpje Lelle een eerste klas historische en archeologische site is. Onder het Herderveld en Bekerveld wijzen opgravingen uit dat hier al sinds de prehistorie mensen gewoond en gewerkt hebben.

Aan de andere kant van Lelle kom je aan de Watermolenstraat het bos in langs een oude muur die ligt aan een raadselachtig kaal veld waarop een oud verwaarloosd gebouw staat. Op de hoek staat een mooi gerenoveerd oud huis met de afdruk van een molensteen, een schenkkan en een bierpul in de gevel. Dit is ‘Herberg in de Molensteen’,  gebouwd in 1740 in lokale zandsteen. Het maakt deel uit van een in drie eigendommen gemaakte voormalige hoeve met brouwerij en herberg uit de 18de eeuw.

Kampenhout – Hellebos – niet de oude watermolen aan de Watermolenstraat maar de voormalige driedelige hoeve en brouwerij

Van het middeleeuwse kasteel op het veld zijn de muur en koetshuis na de afbraak in 1832 door de laatste eigenaar M.Dellafaille d’Huysse de enige overgebleven resten.  Op de Ferrariskaart van 1777 en op de Villaretkaart van 1745 zie je het ‘Château de Lille’ de herberg en de kasteelhoeve heel duidelijk liggen. De kasteelhoeve is er nog wel. De Romaanse kapel die op de kaart staat aangegeven is in 1909 ingestort en nadien afgebroken.

Op beide kaarten zie je het dorpje Lille (Leele) en de Molenbeek zoals die toen nog liep. Je ziet ook vijvers aan en in de buurt van het kasteel en op de Villaretkaart zie je duidelijk de ‘moulin’ ingetekend. De beek is sindsdien rechtgetrokken en een stuk verder het bos in gelegd. De vijvers zijn gedempt maar op de plaats van het huidige waterzuiveringsstation toch weer ietwat zichtbaar gemaakt.

Kampenhout – Hellebos – aan de Watermolenstraat – wat er nog rest van het kasteel van Lelle: het koetshuis en de kasteelhoeve

De watermolen dateert al van vroeg in de 14de eeuw, het huidige gebouw is uit de 17-18de eeuw en het  onderslagrad heeft gewerkt tot rond 1900. Vandaag dient het molengebouw als privéwoning en je kan hem vinden een beetje verscholen achter in de tuin op de plek waar de watermolenstraat het bos ingaat (watermolenstraat 3). Ik zal naar het Hellebos terug moeten gaan om nog veel meer over dit alles te kunnen vertellen want ik ben nog niet dicht genoeg bij het molengebouw kunnen gaan om er foto van te  maken.

De kasteelsite staat op de inventaris van waardenvol bouwkundig erfgoed maar is op geen enkele wijze beschermd. En nu vind ik toch wel een heel recente advertentie (juni 1919) waarin het veld als  ‘goed gelegen bouwgrond met historisch koetshuis’ te koop wordt aangeboden en er blijkbaar al een verkavelingsvergunning is verleend! Zo raak je je erfgoed natuurlijk wel kwijt denk ik dan ….. het zou mij verwonderen als daartegen in Kampenhout geen protest is.

Kampenhout – Hellebos

Het Hellebos is nog in volle ontwikkeling. Het behoort tot de grotere natuurgebieden en breidt zich volop uit. Halverwege 2019 slaagde Natuurpunt er in om nog eens 22 ha graslanden en oude structuurbossen aan te kopen en begin oktober zijn die door de Vlaamse regering officieel als natuurgebied erkend. Ik moet nog uitvinden over welk gebied het precies gaat (ik vind er geen aanduidingskaartje van) maar met een omvang van 100 ha in totaal is het bos nu al het grootste natuurgebied in de streek.

Natuurpunt is in elk geval van plan om een wandelpad langs de Barebeek aan te leggen en hoopt op termijn het bos uit te breiden tot 170 à 180 ha (ik denk naar het noorden in de richting van het Moorbos). Uit wat ik lees begrijp ik dat er ook nog kansen zijn op het Herderveld en het Bekerveld.

Kampenhout – Hellebos – Barebeek

Dat het Hellebos met het dorp Lelle een belangrijke archeologische site is heb ik al verteld in de tekst over het kasteel. Er is ook al veel onderzoek gedaan ten noorden en oosten van Lelle op het laaggelegen Bekerveld en het wat hogere Herderveld. Samen vormen die velden een gebied van 61 ha en hoewel de onvoorbereide bezoeker het niet zal zien zijn er daar resten gevonden van menselijke aanwezigheid vanaf de periode van de nieuwe steentijd (zij het slechts enkele verspreide vondsten), de Romeinse tijd, de Merovingische tijd en de hele periode van de Middeleeuwen.

Met behulp van een hele reeks technieken, waaronder het graven van proefsleuven hebben de archeologen in 2012 een mogelijk grafveld uit de vroege middeleeuwen ontdekt in het Bekerveld en een nederzetting en mogelijk grafveld uit de Romeinse tijd op de top en oostflank van het Herderveld. Van de Romeinsen zijn dakpannen, scherven en ‘fibulae’ (mantelspelden) gevonden maar het blijft onzeker of er ook echt een Romeinse weg over het veld liep.

Kampenhout – Het Hellebos breidt zich uit

In het onderzoeksrapport (zie de link hieronder) wordt gezegd dat “ploegdieptes dieper dan de bouwvoor (30-40cm) … vanuit archeologisch oogpunt (dienen) te worden vermeden, omdat archeologische resten zich direct onder de bouwvoor kunnen bevinden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Romeinse vindplaats, waar tijdens ploegen materiaal naar boven komt. In dat kader zou akkerland omgezet kunnen worden in grasland. Voorts kunnen percelen voorgedragen worden voor bescherming bij Natuurpunt, aansluitend bij reeds door hen in beheer zijnde gebieden”.

Hoe ver het daarmee staat weet ik niet maar dat is dus goed nieuws voor Natuurpunt en ook voor de natuurliefhebber want de akkers waarover gesproken wordt zien er op dit ogenblik nog niet echt uit als biolandbouw in tegenstelling tot de biologische veeteelt die er zich vlak naast bevindt.

Kampenhout – Hellebos – aan de tonderzwammen herken je de boom

Op zowel de Ferrariskaart (1777) als de Villaretkaart (1745) zie je dat heel het bosgebied ten westen van het dorpje Lelle is ingetekend als het domein van het ‘Chateau de Perck’. Het kasteel van de graaf van Perk is een van de indrukwekkendste heerlijkheden in de omgeving van Brussel. Het kasteel kan je vanuit het Hellebos niet zien, het huidige gebouw dateert uit de 17de, 18de en 19de eeuw maar er stond al een kasteel rond het jaar 1400. Tussen 1833 en 2007 is het de eigendom van de grafelijke familie de Ribeaucourt maar thans is het overgenomen door graaf Paul de Lannoy.

90 ha weiden, bossen, gronden en vijvers rond het kasteel zijn ferm afgespannen om bezoekers te weren en ook in het Hellebos zelf zijn grote gedeelten nog altijd verboden toegang. Vroeger was het Hellebos-boscomplex nog veel groter maar in de jaren 50 en 60 zijn zowel het Duistbos als het Zonnebos aan de overkant van de Molenbeek tot woonwijken verkaveld.

Kampenhout – Hellebos – een bomput langs de Ribeaucourtdreef aan de Molenbeek en het Zonnebos

In het Hellebos is de Ribeaucourtdreef ondertussen eigendom van Natuurpunt maar het bos ten oosten ervan nog niet. In dat bosgedeelte bevinden zich een aantal zogenoemde ‘bomputten’, geslagen door Duitse  V1 raketten in de Tweede Wereldoorlog. Zulke putten zijn in natuuropzicht opzicht potentieel zeer kostbare biotopen, ook al omdat er water in staat. Jammer genoeg worden ze de door de aan de Molenbeek wonende villabewoners van het Zonnebos gebruikt om hun tuinafval en andere rotzooi te storten.

Voor de rest van dit verhaal neem je best de topografische kaart er even bij (afbeelding met de namen van de beken zoals op die kaart vermeld). Aan een ijzeren hek op het einde van de Ribeaucourtdreef gaat de Molenbeek – eigenlijk meer een kanaaltje – samen met het pad naar rechts. Evenwijdig aan het pad loopt een tweede kanaaltje zowat onder het hek door, dat is de Veerlebeek.

Kampenhout – Hellebos – kaart OSM

Naast elkaar stromen ze verder totdat enkele honderden meters verder de Veerlebeek naar links gaat en vrijwel onmiddellijk op de Barebeek uitkomt die op zijn beurt onder een smeedijzeren hek doorstroomt (de beek komt vanaf de onzichtbare kasteelvijvers). Ook dat hek is potdicht en er staat een grote houten jachtstoel bij.

Vandaar stromen Molenbeek en Barebeek strak evenwijdig naar het noorden. Het geheel ziet er erg kunstmatig uit en dat was ook de bedoeling in de tijd dat het kasteel van Perk gebouwd werd, namelijk de late 17de eeuw en vroege 18de eeuw toen alles draaide om barok, rationaliteit en sterke beheersing van de natuur.

Als in de nabije toekomst dit deel van het bos onder het beheer van Natuurpunt komt, dan is er op deze plek net zoals bijvoorbeeld in Meldertbos in Hoegaarden een uitdaging hoe je eigentijdse natuuropvattingen en adellijke erfgoedstructuren met  elkaar kan verzoenen.

Kampenhout – Hellebos – de Veerlebeek komt aan op de Barebeek

Tot zover met enkele succesverhalen over dit mooie natuurgebied. Helaas is er nog een ongemakkelijke uitdaging om het helemaal tot zijn recht te doen komen: de slipschool van de politie die tegen beter weten in nog altijd een deel van het bos bezet.

Op de NGI-kaarten vanaf 1969 zie je dat zo ongeveer 12 hectares in de noordelijke poot van het hoefijzer ingetekend als is als een militair domein met hekken, wegen en bunkers. Sinds de jaren 50-60 van de vorige eeuw is dit terrein jarenlang door het leger gebruikt als munitiedepot en oefenterrein. Eind van de vorige eeuw verloren de militairen hun belangstelling en logisch gezien had het terrein in die jaren teruggegeven moeten worden aan het bos maar die kans is gemist.

In 1996 nam de Rijkswacht (later de Federale politie) het in gebruik als slipschool. Bezwaarschriften vanwege natuurorganisaties en omwonenden tegen vergunningsaanvragen werden in die tijd genegeerd.

Tot op de dag van vandaag zorgt de school voor heel veel hinder op het vlak van licht; lawaai en uitstoot en er is een vermoeden van vervuiling van de bodem en het grondwater.

Kampenhout – Hellebos – Slipschool Federale politie – foto RingTV

Sinds 9 mei 2016 beschikt de politie zelfs niet meer over een geldige milieuvergunning maar de activiteit wordt gewoon voortgezet. Rond de jaarwisseling van 2017 op 2018 werden op het terrein zelfs een heel aantal bomen zonder vergunning gekapt.

In de huidige opvattingen over het Hellebos als waardenvol natuurgebied en in het licht van de regelgeving op de zonevreemdheid moet deze slipschool uiteraard dringend naar een andere locatie verhuizen. Maar blijkbaar staat de politie als overheidsinstelling boven de wet. Ik lees dat de gemeenteraad van Kampenhout op 25 april 2019 besliste dat het de beleidsmatig gewenste ontwikkeling voor dit gebied de omvorming naar natuurgebied is.

Maar ondertussen doet de school gewoon verder en probeert de politie opnieuw een vergunning te verkrijgen, onder meer door een ontheffing te vragen van de plicht om een milieu effect rapport (MER) te produceren.

Ik heb er geen foto’s van gemaakt maar je moet zelf maar eens gaan kijken om je ervan te overtuigen dat het voortbestaan van deze school in dit bos volstrekt misplaatst is. Hoe sneller hij vertrekt, des te beter is het voor de natuur en de natuurliefhebber.

Daarmee ben ik aan het einde van deze eerste verkenning gekomen en neem ik mij voor om in het voorjaar terug te gaan om er meer over te weten te komen.

Kampenhout – Hellebos – de Molenbeek

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20191004_04643912?articlehash=00F0437F8FCD11F884A17ED234E491CB0A96FF3D9D6AF69C496B9CF2E3E426C2601C91D527C7DEB3D41013B54D49D6382D9D2E4728F47850AC355CA08FD9B206

(hellebos wordt grootste natuurgebied in regio)

https://www.ringtv.be/nieuws/uitgebreid-hellebos-één-van-de-grootste-natuurgebieden-vlaams-brabant

https://natuurpuntkampenhout.wordpress.com/natuurgebieden-2/rotbos/

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/torfbroek-en-hellebos

http://www.natuurpuntkampenhout.be/

Kampenhout – Zicht op het Hellebos over het Herdersveld

Klik om toegang te krijgen tot STUA023-001.pdf

Een archeologische evaluatie en waardering van een middeleeuwse site te Lelle (Berg Kampenhout)

Over het begrip ‘helle’

https://www.dbnl.org/tekst/_naa002198701_01/_naa002198701_01_0004.php

over herberg ‘in de molensteen’

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/39877

over de watermolen – met oude foto’s

http://www.molenechos.org/molen.php?nummer=2543

over het kasteel Dellafaille

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/39876

https://www.kampenhout.be/Van%20Steelantwandelpad

Kampenhout – Hellebos – een eikenfeestje

https://www.immoweb.be/nl/zoekertje/bouwgrond/te-koop/kampenhout/1910/id8209710

luchtfoto op googlemaps van de site

https://www.google.be/maps/place/Watermolenstraat,+1910+Kampenhout/@50.9258752,4.5237378,412a,35y,39.37t/data=!3m1!1e3!4m5!3m4!1s0x47c3e0ab7a533cfb:0xed04b91751e8bff0!8m2!3d50.9295653!4d4.5246951

over het kasteel Ribeaucourt

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135077

Kampenhout – Hellebos – Veerlebeek en Molenbeek evenwijdig – recht is recht

https://natuurpuntkampenhout.wordpress.com/2018/05/05/herlocatie-slipschool-is-noodzaak-voor-hellebos/

https://www.ringtv.be/nieuws/kampenhout-stapt-naar-rechter-slipschool-met-niets-orde

https://www.hln.be/in-de-buurt/kampenhout/gemeenteraad-stemt-slipschool-weg-en-wil-voluit-voor-natuur-gaan~ad0bc090/

http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1466858

Anti slipcursus in ‪Kampenhout | Resultaten in ‪Kampenhout‎

Advertentiewww.pronto.com/‎

Kampenhout – Hellebos

Trefwoorden: hellebos, kampenhout, ribeaucourt, barebeek, watermolen, archeologie, geschiedenis, lelle, slipschool, dellafaille, kasteel, natuurpunt, natuurbeheer