OP STAP IN HET BOIS DE LA QUENIQUE IN COURT ST.ETIENNE MET GRAFHEUVELS EN LA PIERRE QUI TOURNE

Uitgelicht

mei 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher@telenet.be

De streek van Court St.Etienne in Waals Brabant ten zuiden van Ottignies biedt heel veel mogelijkheden om tochten te ondernemen op zoek naar mooie natuur en indrukwekkend erfgoed. Zoals je op de bijgevoegde kaart kan zien neem ik op deze luswandeling van ongeveer 6 km lengte als vertrekpunt de gratis parkeerplaats onder aan de afrit van de N25 naar Beaurieux. Ik ga onder het viaduct over de Orne door en sla dan rechtsaf het bospad in. Op de kaart heet het bos Bois de Lausau maar het is beter bekend als het ‘Bois de la Quenique’ omdat er prehistorische grafheuvels gevonden zijn en die gaan we ook zien.

Het bos zelf is privé-bezit zoals alle bossen in de streek. Het is echter niet rechtstreeks van de familie Boël maar van de aanverwante familie Goblet-d’Alviella. Dat wil zeggen dat er zoals altijd veel paden zijn maar slechts enkele waar je als gewone sterveling langs mag en de weg wijst zich dus eigenlijk vanzelf. Na een kwartiertje stappen boven het moerasvalleitje in het geluid van de autoweg stijgen we linksaf het bos in op weg naar die grafheuvels.

Vandaar dalen we af naar Court St.Etienne en komen aan het Parc Goblet opnieuw aan de Orne. In dat park komt dat riviertje aan op la Thyle maar jammer genoeg kunnen we daar niet bij want hoewel de eigenaar van het park de burgemeester van het stadje is houdt hij zijn mooie domein voor het publiek gesloten. Van hier kan je langs de voormalige watermolen rechtstreeks terug naar Beaurieux. In feite zou er hier een heel mooi voetpad langs de Orne kunnen zijn maar aangezien dat er niet is moet je een eindje langs de smalle autoweg en dan kan je het fietspad volgen.

Op deze wandeling zoek ik echter Chemin 24 op die recht naar het zuiden gaat, passeert langs het Chateau de Beau Regard  en dan kruist met  Chemin 9 (de Nivelles). Via die laatste steken we de N25 over en gaan dan via de Chemin nr.12 noordwaarts richting Beaurieux (al die ‘chemins’ en ‘sentiers’ staan op de kaart aangegeven). Onderweg komen we de ‘pierre qui tourne’ tegen maar daar ga ik nog meer over vertellen.

In Beaurieux raad ik je absoluut aan om de Ferme en de Moulin te bezoeken. Over beiden maakte ik al enkele reportages (zie de link). Alles bij elkaar is dit een gemakkelijke wandeling met enkele hellingen, veel afwisseling en ondanks de nabijheid van de snelweg nog tamelijk rustig.

Court St.Etienne – bois des Queniques. Als je het niet weet zie je ze niet maar langs je pad staan tussen de dennenbomen tientallen prehistorische grafheuvels uit de ‘Nieuwe Steentijd’ (2600 – 1600 voor onze jaartelling), het Bronzen tijdperk (1600-650), de eerste IJzertijd  (de ‘Hallstatt-cultuur van 800 – 400) en de tweede IJzertijd (de Kelten – la Tène, 450 – 51). Sinds het einde van de 18de eeuw is er op deze plek al van alles opgegraven waarbij er heel veel vernietigd en geplunderd is.

Zelfs sinds het begin in de 20ste eeuw van systematische archeologische opzoekingen op initiatief van Graaf Eugène Goblet d’Alviella is er door het gebruik van onaangepaste graaftechnieken en vooral door een overgrote focus op voorwerpen zonder belangstelling voor de cultuur waarin ze pasten,  te weinig kennis van deze vroege beschavingen verzameld. Maar de vele in die tijd en nadien ontdekte voorwerpen zoals vuurstenen bijlen, pijlpunten, krabbers, sierraden, wapens, harnassen, paardentuigen en gebakken aardenwerk worden nu nog altijd bewaard in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Al die voorwerpen dienden om de overledenen te vergezellen naar het hiernamaals. Men heeft in de omgeving van de Ferme Rouge langs de Rue de la Quenique omvangrijke velden gevonden met netjes gerangschikte urnen met gecremeerde menselijke resten zo’n veertig centimeter onder het maaiveld waarbij de grafheuvels soms dienden voor de hele nederzetting en dan weer om vooral de leidende klasse bij te zetten.  Het moeten omvangrijke nederzettingen zijn geweest waarbij de culturen – van pro-keltisch tot keltisch  en van vreedzaam boerenvolk tot een volk van krijgslieden – in elkaar overliepen totdat ze rond het begin van de jaartelling door de Romeinen werden weggevaagd.

Ondanks uitvoerig eigentijds onderzoek weet men er blijkbaar eigenlijk nog altijd niet heel veel van behalve dat de streek heel geschikt is om zich te vestigen vanwege zijn steile en zanderige hellingen, verre uitzichten maar ook door de aanwezigheid van vruchtbare leemplateaus en diepe beekvalleien waar de mensen hun water konden halen. Omdat je op het terrein er niets van ziet stel ik voor dat de gemeente hier eens een geillustreerd infobord zou zetten.

Over de betekenis van het woord Quenique vertelt Le Patrimoine Stéphanois ons dat  “La Quenique doit provenir du mot dialectal « quinique » qui signifie « caillou » (steen). Il proviendrait soit de la présence de cailloux dans les sables formant le sous-sol du plateau ou de celle de nombreux outils de silex, vestiges des tribus paléolithiques et néolithiques qui l’ont occupé”.

Vanaf de grafheuvelsite op het hoge plateau gaan we door een diepe holle weg naar beneden in de richting van het stadscentrum. Hier komen drie rivieren samen, la Dyle, la Thyle en de Orne. Wellicht haalden de mensen van vroeger hier hun water en gingen ze daarvoor langs onze holle weg, wie zal het zeggen? Hier moet ooit nog een kapelletje gestaan hebben hoewel het op geen oude kaart staat aangegeven. Maar meer dan enkele resten is er niet meer van te zien.

Verscholen in het bos van de familie Goblet schemeren hellingafwaarts mooie vijvers en de contouren van een kasteel maar daar kunnen we niet naar toe.

Beneden aan de helling komen we uit op de Rue de la Tienne en even verder aan een hek met daarachter een dreef met monumentale moerascipressen. Aan onze rechterkant staat een hoge en lang muur met daarachter het parc Goblet. In dat park komen de Orne en La Thyle samen zegt de kaart maar dat is onbereikbaar buiten ons zicht.

Voor één keer pak ik Wikipedia er eens bij: De bewezen stamreeks begint met Albert Jean Goblet die in 1719 in Avesnelles overleed en wiens dochter op 28 oktober 1668 werd gedoopt, eerste vermelding van dit geslacht. Op 21 april 1838 werd Albert Goblet (1790-1873) door koningin Maria II van Portugal verheven tot graaf d’Alviella, nadat hij als buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van België aan het Hof te Lissabon in 1837 naar Portugal was getrokken om de koningin van raad te voorzien. Op 20 november 1838 werd hij ingelijfd in de Belgische adel onder de naam Goblet d’Alviella met de titel van graaf voor alle mannelijke afstammelingen. Hij werd de stamvader van de Belgische adellijke familie Goblet d’Alviella die ministers en andere bestuurders voortbracht. Door het huwelijk van zijn achterkleinzoon Félix met Eva Boël (1883-1956), dochter van senator Gustave Boël, ging de familie tot de rijkste families van België behoren met veel grond in Court-Saint-Étienne waar een afstammeling burgemeester is.”

Voor mij niet gelaten tijdens de boswandeling maar eigenlijk begrijp ik niet dat je als gekozen burgemeester (Michel Goblet d’Alviella) vandaag de dag nog alle bossen en parken in je gemeente als afgesloten privéterrein van je familie beschouwt en je zowat tienduizend mogelijke kiezers het moeten stellen met een paar wandelpaden er tussen door.

Hierna steken we aan de Moulin d’Haut de Orne over en gaan zuidwaarts richting Château Beau Regard. Vanuit het Bois de la Quenique zijn we aangekomen aan de achterkant van het Parc Goblet en staan we nu aan de brug over de Orne aan de Rue de Beaurieux.  Het opvallende witgegeschilderde gebouw aan de oever is de voormalige Moulin d’Haut. Het niet zo’n heel oude watermolen. Ik vind hem na enig zoekwerk voor de eerste keer op de ‘Carte du Dépôt de La Guerre’ van 1865 en volgens Molenechos is het een korenmolen geweest van voor 1880 met een bovenslag waterrad. Het rad is er niet meer maar het molenhuis zie je nog altijd boven de rivier. De binneninstallatie is verwijderd, het gebouw is niet beschermd, er is geen molenaar en het is niet toegankelijk tenzij je je auto er wil laten repareren want het is nu een garage. Daarvoor was het blijkbaar een tijd in gebruik als het gemeentelijk slachthuis.

Aan de overkant van de rivier staat ook nog de hoeve die er ooit bijhoorde maar ik begrijp dat die zal worden afgebroken om plaats te maken voor woningen. De bomen op het perceel zijn al gekapt. Heel blij word ik daar niet van en dus ga ik maar snel verder naar het zuiden langs een mooie groene holle veldweg (Chemin 24). Het mooie rose landhuis aan de rechterkant bevindt zich op het domein de Beauregard en om er meer over te weten kom ik al weer terecht bij de familie Boël: “Cette luxueuse demeure entourée d’un parc de 8 hectares est également située à Court-Saint-Etienne, pas loin du Chenoy. Elle est habitée aujourd’hui par Jacques Boël, son propriétaire. Jusqu’en 1975, elle l’était par son père Max (1901-1975) qui, ingénieur agronome et forestier, était le super-régisseur du Chenoy” (zie de link).

Op de kaart van 1989 zie je de contouren van het mooie domein zeer duidelijk. Maar zoals overal in deze streek is het voor de gewone sterveling-natuurliefhebber afgesloten met grote hekken en dus gaan we maar verder. Bij de kruising met de Chemin de Nivelles gaan we naar links richting van het geluid van de N25.

Na het tunneltje onder de weg komen we door een mooie holle weg terecht aan een beetje merkwaardige wand van kleine stenen met daartussen op de grond een grote zandsteen met een bord erbij dat je vertelt dat deze steen ronddraait als tijdens de kerstnacht in de kerktoren van Court St.Etienne de klok van twaalf slaat. Hoe oud dit verhaal is, of iemand de steen ooit heeft zien draaien en waarom dat nu precies gebeurt met kerstmis kan ik nergens vinden maar enig opzoekingswerk leert dat blijkbaar op veel plaatsen in Wallonië en Frankrijk eenzelfde verhaal de ronde doet, zeker als er toeristen in de buurt zijn.

De archeologen zijn het er ook nog niet helemaal over eens maar het lijkt toch waarschijnlijk dat deze brok  van vier ton, na door de natuur te zijn achtergelaten door water of ijs,  in de oude tijden door onze voorouders in de oude steentijd naar hier gebracht werd (op rollende boomstammen) als een dolmen of megaliet om rechtopgezet op een bijbehorende kleinere steen rituele plechtigheden te houden. Dat zou kunnen passen in het vermoeden dat deze holle weg al van heel oude datum is, zeker al lang voordat er nog maar iemand gehoord had van kerstnachten en zo en de kerkklokken ook nog niet waren uitgevonden. Een lezer vertelt me trouwens dat hij uit ervaring weet dat je vanaf de steen Court St.Etienne niet kan zien en de klokken niet hoort. Maar aangezien stenen toch geen ogen en oren hebben kan dat niet echt een probleem zijn denk ik.

Wel is het zo dat eind december de dagen weer langer beginnen te worden en dat is sinds de oudste tijden altijd overal gevierd in onze streken. Ik vind er niets over maar ik veronderstel dat deze wisseling van het seizoen wellicht de aanleiding is voor de mythe van het draaien van de steen hoewel ik ook een verhaal vind over de aanwezigheid van een schat onder zo’n steen die alleen gezien kan worden tijdens het draaien (maar als je die dan probeert te kapen krijg je de steen op je hoofd). De steen lag blijkbaar vroeger op de akker boven de weg en de huidige opstelling dateert van 2017. Op oude foto’s ziet ‘La Pierre qui Tourne’ (en Wallon ‘el pîre qui toûne’) er wel veel natuurlijker uit, nu vind ik het nogal kaal en weinig fotogeniek en het infobord maakt je niets wijzer.

Een lezer uit Mont Saint Guibert stelt zich de vraag hoe de druïden van vroeger precies wisten waar ze zo’n vanop afstand aangevoerde loodzware heilige steen rechtop wilden zetten en komt voor de dag met de theorie van Ernst Hartmann en Manfred Curry.

Volgens hen wordt deze besluitvorming bepaald door een aanvoelen van botsingen tussen de elektromagnetische golven van onze planeet aarde op bijzondere ondergrondse plekken waaraan dan door de ouden mythische eigenschappen werden toegekend. De theorie heeft fanatieke aanhangers maar stuit op evenzoveel sceptisme bij moderne wetenschappers die echter het tegendeel ook niet kunnen bewijzen noch een betere verklaring hebben kunnen geven in deze zaak die in het stenen tijdperk toch van vitaal belang moet zijn geweest. Overigens zijn veel van de latere tempels, kerken en kruisbeelden gebouwd op plekken waar zulke stenen stonden dus er moet toch iets van ‘vibratie’ te merken zijn geweest.

We laten het stenen tijdperk met rust en vervolgen onze weg naar het mooie dorp Beaurieux met zijn middeleeuwse  ‘ferme’ en ‘moulin’ en nog een handvol bezienswaardigheden. Om die te leren kennen verwijs ik je echter naar de reportage die ik hierover al eerder maakte (zie de link bij deze tekst).

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://www.patrimoine-stephanois.be/wp/

+++

http://www.patrimoine-stephanois.be/wp/les-promenades-2/

+++

Nécropoles celtes – Le Patrimoine stéphanois

http://www.patrimoine-stephanois.be › …

+++

http://biblio.naturalsciences.be/associated_publications/anthropologica-prehistorica/anthropologica-et-praehistorica/ap-114/ap114_113-137.pdf

+++

http://vandervaart-verschoof.com/archeology/findsfriday/court-st-etienne-la-ferme-rouge-tombelle-4/

+++

Mariën, M.-E., 1958, 142. Trouvailles du Champ d’Urnes et des Tombelles hallstattiennes de Court-Saint­Etienne (Monographies d’Archéologie Nationale 1), Brussels: Musées Royaux d’Art et d’Histoire.

+++

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=1346 Moulin d’Haut

http://www.frerealbert.be/fortunes/boel/le-patrimoine-immobilier-des-bol/

 +++

La Pierre-qui-tourne ou « el pîre qui toûne » – Le Patrimoine …

http://www.patrimoine-stephanois.be ›

+++

https://fr.wikipedia.org/wiki/R%C3%A9seau_Hartmann

+++

Réseau Hartmann – Bienvenue dans le monde des Pierres

https://www.lithomaria.eu › reseau-…

 +++

https://www.blogger.com/ zoek op trefwoord: beaurieux, court st.etienne

Trefwoorden: 

Court St.Etienne, Beaurieux, moulin, moulin d’haut, château beauregard, boël, goblet d’alviella, tombelles, bois de la quenique, la pierre qui tourne,

Advertentie

OP STAP IN GREZ-DOICEAU – LANGS LE TRAIN NAAR MORSAINT EN BIEZ

Uitgelicht

april 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Gréz-Doiceau – le Train

Gréz-Doiceau vormt samen met Beauvechain een heel mooi wandelgebied juist over de taalgrens aan de zuidkant van het Meerdaalwoud. En als je dan nog verder naar het zuiden gaat kom je in de streek van Chaumont-Gistoux en Jodoigne. Wie in Vlaanderen een beetje genoeg heeft van de drukte en de platgetrappelde paden in onze veel te schaarse natuurgebieden en op zoek is naar een plek om een beetje rustig van de mooie natuur en erfgoed te genieten en ook openstaat voor een ‘bonjour’ en een praatje met de erg vriendelijke bewoners, kan ik heel de streek bijzonder aanbevelen. Zoals overal in Brabant biedt de Toeristische Dienst van Gréz-Doceau een aantal wandeltrajecten aan in het centrum en in de deelgemeenten en in overleg heb ik beloofd om die eens af te stappen om foto’s te nemen en die te voorzien van een beetje meer inhoudelijk commentaar dan dat er nu bijstaat en met telkens een overzichtelijk plannetje om je de weg te wijzen.

Haal de kaart er even bij en dan zie je dat het grondgebied van deze gemeente zo’n 55 km² bestrijkt en sinds de fusie van 1977 naast het centrum bestaat uit de deelgemeenten of gehuchten Néthen, Gastuche, Archennes, Florival, Pécrot, Bossut-Gottechain, Biez, Hèze en Cocrou. Hier en daar sta je boven op het plateau maar meestal ben je op stap in de dalen van de grote en kleine rivieren en beken die allemaal op weg zijn naar La Dyle: Le Train, Le Piétrebais, Le Pisselet, Le Lembais, Le Glabais, Le Ruisseau de Hèze, maar ook Le Ruisseau de La Néthen en La Grande et la Petite Marbaise. De streek is al heel lang ontgonnen door de landbouw maar er is toch nog wel wat bos ten vinden, meestal in handen van adellijke families en om die reden dikwijls nog niet toegankelijk (dikwijls bezet door jagers): Bois de Laurensart, Bois de Beausart, Bois de Bercuit. Maar aan de noordkant sluit de gemeente aan op het Meerdaalwoud dat met uitzondering van het domein van Savenel volledig toegankelijk is.

Gréz-Doiceau – le Piétrebais

Helaas zijn de twee tramlijnen (le vicinal) door de gemeente (lijn Leuven-Jodoigne en Jodoigne-Wavre) verloren gegaan maar in de vallei van La Dyle kom je via de vier treinstations Pécrot, Florival, Archennes en Gastuche onmiddellijk in topnatuurgebied en je hebt dus echt geen auto nodig om daarvan te profiteren. Echte autostrades zijn er hier niet dus dat is ook mooi meegenomen.

Net als in Vlaanderen wordt wel veel nieuwbouw gezet en dikwijls op de mooiste hellingen. Dat veroorzaakt asfaltering van paden, de bouw van sportterreinen, het aanbrengen van schuttingen en anti-inbraakborden (‘les voisins veillent’) en het lawaai van bladblazers, bosmaaiers, maaimachines, heggescharen en kettingzagen maar anderzijds is de tuincultuur in Waals-Brabant een stuk natuurvriendelijker dan aan de andere kant van de taalgrens en het respect voor oude huizen en gevels is best wel groot.

In deze reportage ga ik vanaf de Place Communale in het centrum van Grez-Doiceau langs de Train met een ommetje langs het Château naar het zuiden naar het gehucht Morsaint. Daar steek ik de rivier over en maak de tamelijk steile klim naar ‘de butte’ van Biez met zijn mooie Eglie Saint Martin die je van overal in de omgeving ziet. Daarna daal ik af en steek via een smal paadje tussen de voormalige Moulin de Pir®oir en het Château opnieuw de rivier over terug naar het punt van vertrek. Deze wandeling gaat langs comfortabele paden en is maar zo’n 4 km lang maar er zit dus wel een steil stuk in. Als je dat wilt vermijden kan je ook onderlangs de kerk in Biez de Chemin de Vicinal volgen maar dan mis je de mooie vergezichten.

Grez-Doiceau – Place Communale Ernest Dubois – een monumentale linde

 We vertrekken op la Place Ernest Dubois tussen de Eglise Saint-Georges en de pastorie, beiden geklasseerd als erfgoed-monument. Als er zich iets minder auto’s zouden langs wringen op weg langs de N240 van Waver naar Jodoigne zou je hier best ook heel je vrije dag kunnen doorbrengen want zowat ieder gebouw op dit plein en in de omgeving staat op de Waalse lijst van bouwkundig en cultureel erfgoed en er zijn ook enkele café’s die er gezellig uitzien. Dat dit mooie plein niet al lang parkeervrij (en bordenvrij) gemaakt is vind ik jammer want ik zie op de kaart een publieke parking ietsje verderop. Fietsen doen ze hier kennelijk niet aan want er is er zelfs geen één te zien. Zelfs de monumentale zomerlinde op het plein is door auto’s ingesloten. Hij doet het nochtans goed denk ik maar hij staat niet op de erfgoedlijst. Of hij daar ooit geplant is als ‘vrijheidsboom’ of om welke andere reden kom ik niet te weten maar het lijkt wel eker te zijn dat hij er voor 1930 als een tijd stond.

Het monumentale neoklassieke gemeentehuis op de hoek met de Rue de jodoigne is gebouwd in 1885 met onder meer de plaatselijke ‘calcaire grésieux’. Iets verder op deze wandeling komen we nog een oude steengroeve tegen. De pastorie er naast dateert uit de 18de eeuw en de Romaanse kerk op het plein is in 1782 gebouwd door de Abdij van Valduc in Hamme-Mille als de opvolger van zijn 12de eeuwse voorganger. In de brochure van de toeristische dienst lees ik dat: ‘L’intérieur, mérite l’attention de par son maître-autel, ses stalles du XVIIe siècle, son grand Christ du XIIIe et sa chaire de vérité du XVIIe. Vous pourrez également y admirer une lignée de Sainte Anne gothique, des statues de Saint Roch et de Saint Nicolas (XVIIe) et des céramiques de Max vander Linden ainsi que de très belles boiseries et un banc de communion. Elle fut jadis le centre de pélerinage dédié à Saint Marcoul (tableau et statue)’.

Gréz-Doiceau – L’Eglise Saint-Georges

Het is het de moeite waard om een rondje om de kerk te stappen. Diep beneden je zie je de rivier stromen in een opgemetselde bedding tussen steile grauwe muren van oude nogal haveloze deels begroeide gebouwen.  Volgens de kaart Vander Maelen van 1845 kijk je hier op een molen en een brouwerij. In de directe omgeving staan er nog vier brouwerijen aangeduid. Hoeveel daarvan nog in gebruik is weet ik nog niet, om er meer van te zien moet je aan Rue Lambermont zijn maar je moet wel erg lang zijn om over de omheiningen te kijken. Het prozaische anti-overstromingsmuurtje langs de kade vertelt je dat deze problematiek een wat minder toeristisch hoofdstuk vormt in ons verhaal over Le Train. Ik kom daar nog op terug.

Ik volg even de aanwijzing van de touristische dienst: « Passez devant l’église pour déboucher dans la rue de la Barre et tournez à gauche. Au coin se trouve une maison du XVIIIe  siècle, dite maison espagnole, qui a gardé son aspect d’origine. Dans la rue de la Barre (No 7, 8, 9) se trouvent de belles maisons villageoises du XVIIIe siècle. Juste avant le pont, prenez le chemin à droite qui suit la rivière dit quai Saint Michel. Une allé d’aubépines rend cette partie du parcours très agréable. » Aan de overkant staat nog een bijzonder monumentale boom (zomerlinde) bij een heel mooi statig wit huis (Avenue Compte Jean Dumonceau 1). Even verder staat een al even monumentale treurwilg.

De rivier is op dit stuk helemaal gekanaliseerd hoewel de oevers wel afgeschuind en groen zijn. Het water is helder. Ik lees dat de waterkwaliteit varieert van ‘goed’ tot ‘slecht’ en over het algemeen ‘gemiddeld’ is. Op de door de Contrat-de Rivière-Dyle-Gette gepresenteerde kaartjes kan ik niet zien of en waar er waterzuiveringsstations zijn maar blijkbaar zijn er de laatste jaren wel op een aantal plaatsen  collectoren geplaatst om het rioolwater op te vangen. Sinds de natuurwaarden beter worden beschermd, zwemt er in toenemende mate weer vis in het water zoals donderpad, baars, stekelbaars en –  ondersteund door een programma van herintroductie – ook weer forel. Er wordt dan ook uitgebreid gevist maar zo te zien aan de borden niet zonder vergunning van de plaatselijke visautoriteiten.

Grez-Doiceau – Le Train aan de achterkant van de kerk

Speciaal voor de vissers zijn de autoriteiten in Grez-Doiceau al enkele tientallen jaren geleden begonnen met het aanleggen van rotsachtige ‘drempels’ in de rivier ter hoogte van de aansluiting van de Piétrebais op de Train en sinds 2016 worden die ook op andere stukken aangebracht met de steun van de Provincie Waals-Brabant. Wie goed kijkt zal zien dat de rotsblokken zo zijn geplaatst dat het water aan de oevers vertraagd wordt terwijl de snelstroom midden door de rivier gaat. Daarmee dienen de stenen ook als middel om erosie tegen te gaan en zorgen ze voor zuurstof in het water. Ik vind het mooi gedaan omdat het de rivier een natuurlijker uiterlijk geeft ondanks de rechtgetrokken bedding.  

Le Train in Gréz-Doiceau ziet er uit als een onschuldig riviertje maar als je even op het internet zoekt naar het verband met ‘inondation’ krijg je een waslijst van rampenmeldingen wanneer na een zwaar onweer het water weer eens in de straten staat. Een systematisch overzicht heb ik nog niet gevonden maar het is duidelijk dat na een grote ramp in het jaar 2002 (misschien ook al eerder) tot en met 2020 zowat ieder jaar en dikwijls in de zomer er groot alarm is, dramatische verhalen en foto’s gepubliceerd worden en er maatregelen en plannen worden aangekondigd om toekomstig ongemak te voorkomen.

De stenen drempels in de rivierbedding worden blijkbaar op veel plaatsen gelegd sinds 2016, ik lees dat er ook veel werk gemaakt wordt van het onderhoud van de oevers en het ruimen van slib, afval en bomen en andere obstakels die in de rivier terecht komen. Er wordt ook opgetreden tegen lieden die nog altijd hun brandstoftanks en andere vuiligheden op de rivier lozen. Daarnaast worden telkens plannen voorgesteld om opvangbekkens aan te leggen op laag gelegen plekken maar die vergen zeer grote investeringen, houden al te dikwijls geen rekening met de natuur-ecologische opvattingen van deze tijd, geven geen garantie op voldoende werking en stuiten op groot verzet van de plaatselijke bevolking, zowel natuurliefhebbers als boeren. Is dit een probleem van onze tijd of was het er al in de middeleeuwen? In de historische databank van Echarp (Tarliers en Wauters) vind ik er niets over en oudere mensen vertellen dat in hun tijd er geen overstromingen waren.

Le Train – niet altijd kalm en onschuldig

Op de Villaret-kaart van 1745 zie je Le Train en al zijn zijrivieren in talloze kronkels door de vallei gaan. Alleen op plekken waar er molens zijn is de waterloop stroomopwaarts over een korte afstand rechtgetrokken om te kunnen stuwen. Honderd jaar later is die toestand op de kaart Van Der Maelen nog altijd zo. De kronkels vertragen de stroomsnelheid en als het debiet toch te groot werd kon het teveel over de weiden en de moerassen in de vallei wegvloeien zolang dit nodig was. Op eigentijdse kaarten zie ik nog wel kronkels maar er zijn ook op veel plaatsen verdwenen doordat de bedding rechtgetrokken is, hetzij om het land te kunnen bewerken, hetzij om huizen te bouwen en wegen aan te leggen. Dit is bijvoorbeeld het geval ter hoogte van Bonlez, juist ten zuiden van het centrum van Gréz-Doiceau. Ook op de Piétrebais hebben veel kronkels plaatsgemaakt voor woningen en wegen. De Piétrebais komt in een rechte goot aan op Le Train aan de Pont d’Arcole juist voordat de rivier het stadscentrum bereikt. Het water wordt dus gewoon veel te snel afgevoerd en stropt aan de eerstvolgende ‘flessenhals’ 

Het probleem wordt verergerd door de toenemende ‘verharding’, lees nieuwbouw, asfaltering, betegeling en betonnering door huizen en wegen en door de veranderende klimaatomstandigheden (die laatste zorgen op hun beurt ook voor het tegendeel: de verdroging doordat de regen wegblijft). De oplossing lijkt toch te zijn om de vallei terug te geven aan de rivier, de bochten weer aan te leggen, de oevers af te schuinen en vooral alles te doen om de ‘natuur-van-toen’ weer te herstellen en voor die aanpak zijn er ondertussen heel wat goede voorbeelden voor wie ze weet te vinden.

Gréz-Doiceau – langs Le Train – een geit klaar voor de modeshow

Gréz-Doiceau aan Le Train. Vanuit het centrum staan we nu op le Pont d’Arcole op de plek waar het riviertje Le Piétrebais uitmondt in Le Train. De brug dankt blijkbaar zijn naam aan een inwoner van het dorp met de naam Thiry en in 1872 staat hij nog aangeduid als “le pont du Noir Trou” en dat zou betekenen dat er toen een sluisje was. Het zou de oudste brug zijn in het dorp waarlangs de oude weg tussen Jodoigne en Waver passeerde. Dat moet dan toch heel lang geleden zijn want op mijn oude kaarten (Villaret 1745) ziet het er zo niet uit (hoewel je je het oude tracé wel kan voorstellen).

De kasseien op het pleintje komen waarschijnlijk uit de nabijgelegen steengroeve richting Morsaint waar we nog zullen langskomen. Langs de Avenue Comte Jean Dumonceau kom je bij het Château van Gréz. Jean-Baptiste Dumonceau, graaf van Bergendael speelde een belangrijke rol als maarschalk van de Hollandse troepen in de tijd van Napoléon en hij en/of zijn erfgenamen waren in die tijd de eigenaars.

Het kasteel is volgens de gemeentelijke toeristische dienst “sans conteste le monument le plus important de la vallée du TrainSitué le long du Piétrebais dont les eaux alimentent ses douves le château fut habité par les seigneurs de Grez dont la première lignée pourrait remonter à la fin du Xe siècle. Le donjon trapu et garni de meurtrières est le seul vestige de l’époque féodale. Ses murs ont une épaisseur de 1,45 m à la base et il ne reçut sa toiture qu’au XVIe siècle. A côté se situe l’entrée primitive du domaine où l’on accédait par un pont-levis. Sa grande porte cochère surmontée d’une magnifique pointe de pignon à volutes de style Renaissance est remarquable. Dans la maçonnerie son gravés les armes des van den Berghe et des Liminghe. La seule tour ronde subsistante est un colombier remarquable avec 500 boulins et son échelle tournante intérieure. Le château, rectangulaire et limité à l’origine par quatre tours d’angle a subi d’importantes modifications au XIXe siècle. Il est actuellement séparé en deux habitations distinctes (propriétés privées) ».

Gréz-Doiceau – Château

Sinds de vroegste middeleeuwen was hier de burcht van zeer hooggeplaatste heersers over de omgeving en ook na de verbouwing tot het complex dat je nu ziet in de 19de eeuw is het de eigendom gebleven van voorname families. In de tiende eeuw is Grez een klein graafschap met graven waarvan er tenminste één (Werner de Greis) beroemd is geworden als een geducht strijder in de eerste kruistocht met de bestorming van de stad Jerusalem onder Godfried van Bouillon. Nadien lijkt het er op dat de hertog van Brabant de macht van de leden van dit ridder-geslacht iets heeft willen beperken door hen niet meer als ‘graaf’ te vermelden en ook door in het kader van het Charter van Kortenberg in 1372 met de burgers van het nabijgelegen dorp een pact te sluiten over een zekere zelfstandigheid. Om alles te weten over deze ingewikkelde geschiedenis verwijs ik je naar de link van Echarp onder deze bijdrage. De naam van die burcht en seigneurie in de documenten van de Hertog van Brabant  – Greis, nadien Grez – wijst er op dat er al in die tijd kalksteen-groeven waren.

Wie het nu bezit weet ik nog niet. Jammer genoeg zie je er niet veel van want de privé-bewoners van nu hebben kennelijk niet graag in hun erfgoed geïnteresseerde voorbijgangers aan of op hun terrein en hebben – zoals dikwijls het geval is – het domein omringd met een dichte begroeiing. Toen ik laatst even iets naderbij kwam om toestemming te vragen om toch een foto te maken werd ik vanuit de verte meteen bestraffend aangeroepen door een dame die juist uit haar auto stapte. Om er meer over te weten is het dus waarschijnlijk wachten op een gunstige gelegenheid zoals een open monumentendag denk ik. Of is er iemand in Gréz-Doiceau die een introductie kan bezorgen bij de kasteelbewoners?

Grez-Doiceau – Quai Michel

Vanaf de Pont d’Arcole volgen we het pad naar het zuiden richting Morsaint langs de rivier. Dankzij Thierry Spreutel weten we ondertussen dat de brug zijn naam dankt aan een buurtbewoner Thiry en dat hij nog in 1872 de naam droeg van ‘le pont du Noir Trou’. Dat zou er dan weer op wijzen dat er in die tijd nog een sluisjes was. Het is een heel mooi natuurtraject. Langs de kasseien van de Quai Saint-Michel staan mooie huisjes. Bij een ervan kijkt een geit ons nieuwsgierig aan. In de oude tijd moet hier nog een aan het kasteel toebehorende ‘fabrique des cloux’ (ijzeren nagels, later nog motoren) gestaan hebben aan een klein groevetje zie ik op de oude kaarten. De kasseien maken plaats voor een veldweg die op de kaart ‘chemin des Prés Sains’ heet. De gezonde weiden zijn nu akkers geworden maar zo te zien niet van een biologische hoeve. Jammer genoeg staat er ook een helemaal niet bij het natuurlijke landschap passende gloednieuwe megastal. Op de geploegde helling daarachter staat een groot gebouw omgeven door mooie bomen waaronder een monumentale kastanje: het vroegere hospice van Pery (zie de link naar het erfgoeddossier), nu een verzorgingscentrum voor bejaarden. Aan een brugje gaat aan de overkant het ‘Sentier de la Bar’ – dat is voor de terugweg. Onmiddellijk daarna staat verborgen achter een dichte begroeiing aan de overkant de watermolen ‘Franc Moulin’ die nu een niet toegankelijke privéwoning is. De informatie over die molen is een beetje verwarrend maar als ik het goed begrepen heb gaat het over de vroegere ban-molen van Grez die al heel oud is. Hij was voor de helft van de Hertog van Brabant en voor de andere helft van de Seigneur de Grez (Piétrebais). De huidige gebouwen van de molen zouden dateren van 1773 en later. In het erfgoeddossier vind je een mooie foto maar vanaf het pad zie je er bijna niets van.

Gréz-Doiceau – langs Le Train richting Morsaint – in de verte de voormalige watermolen

Op een van mijn foto’s zie je hem van een afstand aan de overkant van de rivier. In Molenechos vind ik de molen wel onder deze naam maar op een andere plek (Rue de la Barre) en met een er niet op lijkende foto maar het kan zijn dat er verwarring is doordat er in deze omgeving sinds de oudste tijden veel molens hebben gestaan. De rivier is hier en daar toegankelijk vanwege de plekjes met borden van de visclub. In een bosje een beetje verder zie je als ‘privé’ aangeduide vijvers en als je goed kijkt kan je al vermoeden dat het gaat om een vroegere steengroeve. Op de kaart Vandermaelen van 1846 staat deze plek aangeduid als ‘carrière des pierres à paver’. Dus waarschijnlijk zijn de kasseien op het pad nog uit die tijd. Of de stenen in de muur van de donjon van het Château uit deze groeve zijn gehaald weet ik niet maar hij moet al heel oud zijn. De productie van kasseien begon hier in het begin van de 19de eeuw en ik lees dat de groeve toen al heel lang verlaten was. Het gewonnen materiaal bestaat uit ‘quartzite gedinien’, gevormd door kalkachtige afzettingen (vissen, schelpen) in de warme zee tijdens het zeer boeiende geologisch tijdperk van het ‘devoon’ zo’n 400 miljoen jaar geleden. Nadien bedekt met dikke lagen zand zijn die afzettingen door de druk chemisch omgevormd tot rotsachtige harde kalk-houdende bleekgrijze, blauwige, soms groenachtige of witte harde zandsteen. In de oude tijd werd dit met de hand gewonnen en weggevoerd maar naarmate de groeve dieper werd moesten er paarden aan te pas komen en kon men ook het water niet meer met emmers de baas. In 1839 sloot de eigenaar een overeenkomst met de molenaar van de molen van Pirroir (of Piroir, aan de Rue de Basse Biez) om het water weg te pompen maar in 1856 was het er mee gedaan. De ondertussen alweer verdwenen (en/of gerecupereerde) kasseien van de weg tussen Waver en Jodoigne kwamen voor een groot deel van hier lees ik (details in Echarp, zie de link). Ik denk dat in die tijd het landschap er hier heel wat minder idyllisch moet hebben uitgezien dan nu en of het toen echt zo ‘gezond’ was betwijfel ik een beetje.

Gréz-Doiceau – een voormalige steengroeve langs Le Train

Boven op de helling aan de overkant zie je hoog op de heuvel de l’Eglise Saint Martin van Biez maar daar komen we nog wel. Het dal wordt breder en in de weiden staat een rij indrukwekkende wilgen. Langs de rivier grazen de koeien en paarden in de weiden. Op het einde staat op het einde van de winter een groot stuk onder water maar het pad blijft droog en is zelfs niet modderig.

Vandaar kun je rechtdoor naar het zuiden langs het heel mooie ‘Sentier de Bonlez’ maar dat valt een beetje tegen omdat je aan het einde terecht komt aan de Rue de Bonlez, een smalle maar toch beetje te drukke autoweg waar je niet meer afgeraakt tot aan het helemaal afgesloten en onzichtbare Château de Bonlez  waar je dan links kan om ook al weer tussen de auto’s terug naar Gréz-Doiceau te komen. 

Van de belangrijkste historische bezienswaardigheid in deze omgeving is helaas niets meer te zien. Ik lees in Echarp: “Ce qui est plus important et incontestable, c’est la précieuse trouvaille faite, vers 1860, au Champ de Présenne, près de Morsain, à 1,300 m. S. de l’église paroissiale, à l’est du grand chemin conduisant à Bonlez, dans un terrain appartenant à M. Rouchaux. Il y eut là, évidemment, une villa romaine. » Onder de leiding van de toenmalige eigenaar van le Château de Gréz, Graaf Du Monceau werd een zeer grote ruïne blootgelegd van 16 bij 6 meter met beschilderde muren van verscheidene kamers en zuilen en een oven. Het veld ligt aan de rechterkant van ons pad maar de ruïne heeft men achteraf maar weer begraven om de boerenactiviteit te kunnen voortzetten. Waar het precies is weet ik nog niet, zelfs vanuit de lucht is er niets te zien tussen de ploegsporen en het gras.

Grez-Doiceau – langs Le Train op weg naar Morsaint – een wal van knotwilgen

Echarp : « les nombreux débris trouvés en cette occasion servirent aux fondations des nouveaux bâtiments de la ferme Rouchaux, à Morsain; M. Du Monceau a toutefois conservé : deux grandes tuiles, de 35 c. sur 53; deux grandes dalles, de 40 c. sur 26; trois carreaux, de 22 c. de diamètre, du genre de ceux qui, par leur superposition, formaient des piliers; trois rondelles en terre cuite, dont 2 de 29 c. et 1 de 25 c. de diamètre, rondelles qui formaient des colonnettes; de larges briques épaisses de 2 c., d’autres débris de maçonnerie, le fragment de pierre meulière mentionné plus haut, neuf échantillons de peintures murales etc.». Wellicht bevinden die zich nog op het kasteel. De Ferme de Morsaint (ik denk dat het nu een manege is) staat een beetje verder op de Rue de Bonlez 6 en is ingeschreven op de Waalse inventaris van het bouwkundig erfgoed (zie de link voor de technische beschrijving). Ik heb er echter nog geen foto van.

De naam Morsaint heeft voor een keertje niets te maken met een heilige maar verwijst naar een plaatselijke chef met de naam Morc(h)e die hier rond het jaar 1000 zijn ‘heim’ ofwel ‘hain’ of huis zou hebben gehad. Hij was een van de vele ‘fiefs’ in de streek van Gréz en we weten van hem omdat rond het jaar 1000 de echtgenote van Graaf Werner van Grez verschillende huizen (manses) afstond aan de Abdij van Gembloux waarvan twee in Morceshem tegen een jaarlijkse belasting van ’10 sous de Louvain et 4 poules’. Zijn opvolgers worden opnieuw genoemd in 1530 maar dan heten ze al ‘de Morchain’, nadien vervormd tot ‘Morsain(t)’. Naar het zuiden richting Bonlez kom je in de Rue de Royenne maar waar die naam vandaan komt weet ik nog niet. Op de kaart zie je op deze plek ook de naam ‘Basse-Biez’ maar waar nu precies de grenzen zijn kan ik niet zien.

Morsaint

Op deze tocht gaan we richting (haute)-Biez en l’Eglise Saint Martin. Over Biez als dorp vind ik niet direct zo heel veel informatie. De naam betekent Berk en dat zou rond 1200 naar ‘berg’ verwijzen en niet naar de boom. Ik lees dat rond 1200 Biez nog toebehoorde aan Guillaume de Piétrebais die een vazal was van het Prinsbisdom Luik maar dat het honderd jaar later in handen kwam van Ridder Rodolphe de Greis (Grez) en het daarmee deel uitmaakte van het hertogdom Brabant. Sinds 1977 is het dorp officieel deelgemeente van de fusiegemeente Gréz-Doiceau. 

Op de Villaret-kaart van 1746 staan er nog maar heel weinig huizen op en rond de beroemde ‘butte van Biez’ en honderd jaar later zijn het er nog altijd niet veel. Ook vandaag is – anders dan in zusterdorp Hèze – de bebouwing bescheiden maar daar lijkt verandering in te komen want het is duidelijk dat de belangstelling om villa’s met uitzicht op de vallei te bouwen flink groot is. In de Rue de Beau Site zie ik plakkaten van bezorgde buurtbewoners over geplande bouwprojecten en vlak onder de historische kerk is een weelderige villa gebouwd die zowel het zicht op de kerk als dat op het dal ferm belemmert. Voor het ogenblik kan je vanaf de helling tussen de huizen nog wel in het dal kijken maar als de bebouwing toeneemt en de nieuwe bewoners hun tuinen afsluiten met hagen en schuttingen (zoals de gewoonte is)  gaat die mogelijkheid verloren. En bovendien kijk je dan vanaf de rivier niet meer op een groene natuurhelling maar op gebouwen, een aspect van landschapsverandering dat naast ontbossing en grondverharding bij het afleveren van bouwvergunningen systematisch over het hoofd gezien wordt.

Gréz-Doiceau – Biez – Rue du Beau Site

Dwars door het dorp liep vroeger de buurttram waarvan nu nog de ‘Chemin de Vicinal’ over is die ik op een afzonderlijke verkenningstocht in de verf zal zetten. In de tijd van en voorafgaand aan die tram waren de dorpsbewoners heel wat minder welgesteld dan tegenwoordig want ik lees dat rond 1852 100 van de 650 dorpelingen, onder wie de meeste leden van de plaatselijke protestantse gemeenschap wegens de armoede naar de Verenigde Staten emigreerden samen met honderden lotgenoten uit Gréz. Hun afstammelingen zouden vandaag nog in de staat Wisconsin terug te vinden zijn als deel van een actieve Belgische kolonie. Aan de ingang van de Rue Royenne staat een bordje ‘Musée 40-45’ maar waar het is weet ik nog niet en op het internet vind ik er niets over.

De Eglise Saint Martin is onbetwist het hoogtepunt van deze verkenningstocht in Biez. Neem de kaart er even bij en dan zie je dat je vanaf de honderd meter hoge heuvel (butte) uitkijkt over de gehele omgeving zoals Morsaint, le Bercuit, le Centry, Archennes, Gréz, Bossut en Cocrou. Bij helder weer zou je zelfs de zuidrand van het Meerdaalwoud moeten kunnen zien.

In het erfgoeddossier lees ik het volgende: “Bien campé au sommet de la colline, édifice de style classique construit en brique et calcaire gréseux en 1772 (soubassement, base de la tour, encadrement des baies et des trous de boulin, chaînages d’angle, corniche) et restauré à la fin du 19e siècle. Tour ouest semi-engagée entre deux annexes courbes; nef unique de deux travées, et, dans un même volume rétréci en arrondis, choeur d’une travée droite suivi d’un chevet en abside. Sacristies aux nord-est et sud-est. Remontée en 1893, tour de trois niveaux séparés par des bandeaux. Rez-de-chaussée en moellons assisés et pierre de taille, dont le noyau provient de l’église précédente. » In 2010 zijn er opnieuw uitvoerige restauratiewerken gedaan waarbij schilderingen in de linker muur  zijn blootgelegd die in de tijd van de Franse revolutie voor de veiligheid waren verborgen.

Grez-Doiceau – de Sint Maartens kerk van Biez

Sinds wanneer er hier al een kerk staat weet ik nog niet maar ik vermoed al in de 12de eeuw. De parochiale registers van Biez beginnen op 14 februari 1616 en ik begrijp dat ook de inwoners van Hèze hier de mis bijwonen maar dat die van Morsaint en andere dorpen in de omgeving officieel naar de Eglise Saint-Georges in Grez-Doiceau zouden moeten. Maar op de website www.egliseinfo.be lees ik dan weer dat de kerk nu tot de pastorale eenheid van Dion behoort. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk en de kerkgeschiedenis is ook al niet rechtlijnig zullen we maar zeggen. Ik ben er nog niet binnen geweest want het is jammer genoeg niet een ‘Eglise Ouverte’ maar het interieur moet erg mooi zijn. Op het kerkplein binnen de muren heeft het oude kerkhof blijkbaar wel plaats moeten maken voor een parking maar de poort en de oude bomen zijn gebleven. Rond de kerk zie je nog verscheidene 18de en 19de eeuwse grafstenen, waarvan één voor Grégorius Van Dormaal, pastoor in Biez en overleden in 1789. Juist buiten het bereik van onze wandeling vind je op nr.17 in de Rue de Beau Site nog de pastorie en op nummer 12 een eveneens als erfgoed beschermde hoeve. Op nummer 30 sta je voor het vroegere 19de eeuwse  gemeentehuis en dorpsschool. Het is nu ‘la maison de quartier de la butte de Biez’ en wordt samen met de mooie boekenkast beheerd door de VZW ‘les amis de la Butte de Biez asbl’.

We zijn toe aan de laatste etappe in onze rondtocht vanuit Grez langs Le Train naar Morsaint en Biez. Ik kijk nog even bij het kruisbeeld op nummer 38 van de Rue du Beau Site. Het komt van het kerkhof in Audergem en staat hier sinds 1952 onder een vrijheidslinde.  Vanaf de kerk nemen we een heel klein hol paadje naar beneden met de naam ‘Chemin de la Bar’. Het komt beneden uit op de ‘Chemin Vicinal’, ofwel de bedding van de vroegere tram

Gréz-Doiceau – Biez – afdalng naar le Moulin du Pirroir

Even verder rechtdoor staan we op de Rue de Basse Biez recht tegenover de gebouwen van de voormalige Moulin de Pir(r)oir. De deur is potdicht want het is nu een ontoegankelijke privéwoning maar hij wordt al genoemd in het jaar 1312. In die tijd was het een korenmolen met een onderslagrad boven Le Train. De molenaar moest in die tijd een cijns betalen aan het Kapittel van Cambrai (Kamerijk) en een jaarlijkse vergoeding van 10 mudden graan aan de prior van Basse Wavre op voorwaarde dat die iedere zondag een hoogmis zou zingen. Wikipedia: In Vlaanderen was één mud gelijk aan 6 zakken (= 12 halsters = 24 veertellen = 48 meukens = 96 achtelingen = 384 pinten = 218 liter).”  In de 19de eeuw kwamen de molenaars-eigenaars van de familie Devroye. In 1934 eeuw neemt de familie Bogaerts het over. In 1829 wordt op de andere oever een hennepbreek-watermolen opgericht.

De huidige gebouwen stammen vooral uit de 19de eeuw. In 1914 wordt het gebouwencomplex vergroot. In die tijd wordt er ook elektriciteit opgewekt maar dat stopte al kort na de eerste wereldoorlog. Ik vermoed dat in die tijd ook het onderslagrad vervangen werd door een gietijzeren turbine. Die is nog aanwezig samen met een deel van de binneninstallatie. Alles zou in goede staat zijn en de molen is ‘inscrit comme monument’ op de Waalse Inventaire du Patrimoine Culturale. In 1944 is de molen nog eens vergroot maar in die tijd werd er gemalen met een elektrische motor en niet op waterkrachtDe laatste molenaar was Jean Ghislain Bogaerts en ik begrijp dat sinds 1980 de molen niet meer maalt. Het erfgoeddossier : « Dans un pré à l’ouest, vanne de régulation du ruisseau posée sur piliers de pierre bleue ». Die heb ik nog niet gezien. 

Vanaf de molen volgen we even de straatweg richting Gréz-Doiceau totdat we linksaf een klein paadje met een wel erg grote schutting kunnen volgen naar een bruggetje over de rivier waarna we naar rechts gaan terug naar het vertrekpunt. Einde van deze tocht.

off Gréz-Doiceau-Morsaint-Biez 4km

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

village Grez-Doiceau – Tourisme Grez-Doiceau

www.otl-grez-doiceau.be/villGrezHistoireFr.php

+++

http://www.otl-grez-doiceau.be/promFr.php (nos promenades)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche

(via zoekopdracht: alle erfgoedgebouwen op de Place Dubois) 

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0038-02

Place E. Dubois 2, GREZ-DOICEAU (Grez-Doiceau) 

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0206-01 (gemeentehuis)

Gréz-Doiceau – gemeentehuis en pastorie

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0036-02 (l’Eglise Saint-Georges)

+++ 

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche (Rue de la Barre, Rue Henri Bruneau, Rue Fontaine, Quai Saint Michel))

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0059-02

(‘Spaanse’ hoekwoning Quai Saint-Michel 6) 

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0045-02

(Avenue Compte Jean Dumonceau 1 – aan de brug)

Gréz-Doiceau – Avenue Comte Jean Dumonceau

+++

http://www.crdyle-gette.be/site/etat-des-lieux-qualite/733-le-train-a-grez-doiceau.html 

+++

https://www.yumpu.com/fr/document/view/45916375/le-train-a-grez-doiceau-contrat-de-riviere-dyle-gette

 +++ 

http://www.echarp.be/twcwav20.php 

+++

Grez-Doiceau – Décision de principe du conseil pour …

www.lesoir.be › art › %2Fgrez-doic…

28 aug. 2003 — Le conseil communal de GrezDoiceau de mardi a pris la décision de principe de … Cette décision intervient un an après les terribles inondations des 27 et 28 … Ils ne concernent ni le Train, ni le Piétrebais, mais des affluents.

Grez-Doiceau – Décision de principe du conseil pour aménager trois bassins d’orage ou zones inondables

Grez-Doiceau – Le Train met een aangelegde drempel van steenblokken

+++

Se protéger contre les risques d’inondation par ruissellement …

www.grez-doiceau.be › actualites

Site de GrezDoiceau … Avec elles, revient le risque d’inondations boueuses lors des premiers orages … Check-list INONDATION (Je suis inondé, que faire ?)

00

+++ 

https://www.lalibre.be/regions/brabant/grez-doiceau-la-zone-d-immersion-temporaire-est-imminente-57548eae35702a22d80e9ae6

+++

http://sybilledecoster-bauchau.com/grez-doiceau-ma-commune/ 

+++

http://www.crdg.eu/site/index.php?option=com_content&view=article&id=733:le-train-a-grez-doiceau&catid=72:etat-des-lieux-qualite&Itemid=150

Gréz-Doiceau – Biez – brugje over Le Train

 +++

La province de Brabant wallon retire sa demande de permis …

www.rtbf.be › info › regions › detai… 

+++

La lutte contre les inondations continue à Court-Saint-Etienne …

lacapitale-brabant-wallon.sudinfo.be › …

27 jan. 2019 — les communes de GrezDoiceau et de Court-St-Etienne, les assureurs et les riverains.

+++ 

https://prezi.com/mzdajdb8bbtl/lutte-contre-les-inondations-a-grez-doiceau/

La Belgique touchée par les inondations: Les pompiers …

www.lalibre.be › belgique › la-belgi…

24 jun. 2016 — … Dans l’entité de GrezDoiceau, la chaussée de Jodoigne ainsi que les .. 

+++.

Le cours d’eau du Train pollué aux hydrocarbures à Grez …

www.rtl.be › … › Régions › Brabant

10 sep. 2020 — Cette fois, c’est le Train à Grez Doiceau qui est impacté. Une fuite s’est produite dans une ancienne citerne à mazout proche.

Gréz-Doiceeau – le Train aan de Pont d’Arcole

+++

Inondations, orages, mini-tornade: la nuit a été mouvementée …

www.lesoir.be › article › 2020-08-14

14 aug. 2020 —  Dans la région de Wavre, GrezDoiceau et Ottignies/Louvain-la-Neuve, les services de secours ont aussi …

+++

Grez-Doiceau en zone inondable (Grez-Doiceau) – Lavenir.net

www.lavenir.net › cnt

24 aug. 2010 — La Région wallonne recense les zones à risque d’inondationGrezDoiceau n’en manque pas, avec le Train.

+++ 

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0037-02

(le Château) 

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0045-02

 (Avenue Comte J. Dumonceau 1, GREZ-DOICEAU (Grez-Doiceau))

Grez-Doiceau – nog een monuentale Zomerlinde aan de rue Saint Georges langs Le Train

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0047-02 (ferme) 

+++

http://www.otl-grez-doiceau.be/villGrezHistoireFr.php#:~:text=En%201209%20il%20est%20fait,*scabinor*%20de%20*gravia.

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0055-02 (hospice aan de Rue des Béguinages)

Gréz-Doiceau – Rue des Béguinages – het oude hospice – de boom is een monumentale kastanje

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0235-01 (watermolen ‚ Le Franc Moulin)

+++

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=1335

(watermolen, le Franc Moulin) 

+++ 

http://www.geolsed.ulg.ac.be/geolwal/geolwal.htm

(Une introduction à la-GEOLOGIE de la WALLONIE)

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Devoon

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0195-01

(Ferme de Morsaint – Rue de Bonlez 6, Gréz-Doiceau) 

+++

http://www.netradyle.be/biez.htm

Gréz-Doiceau – L’Eglise Saint-Martin – de ceder aan de kerk

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0009-02

(l’Eglise Saint-Martin)

Adresse principale : Rue de l’Eglise Saint-Martin, GREZ-DOICEAU (Biez)

+++

https://www.dhnet.be/archive/l-eglise-saint-martin-restauree-51b7e648e4b0de6db99660a1

+++

https://www.egliseinfo.be/lieu/13/biez/saint-martin—biez

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0131-01

(maison communale)

Biez – het oude gemeentehuis aan de Eglise Saint-Martin

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0133-01

(calvaire rue du Beau site 38)

+++

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=705

(Moulin du Piroir, met mooie foto’s van de aan de straat onzichtbare delen)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25037-INV-0128-01

(moulin Pirroir)

Gréz-Doiceau – Moulin du Pirroir

Trefwoorden : Gréz-Doiceau, le Train, Morsaint, Biez, Château, moulin, l’Eglise Saint Martin, inondation, carrière, villa romain,