DEN INGHEL  IN HEVERLEE DE OUDSTE BROUWERIJ IN LEUVEN 

Uitgelicht

mei 2021

Ernst GÜLCHER

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

In Leuven-Heverlee kent iedereen uiteraard de Abdij van Park maar wist je dat die abdij – en zekers de vijvers ervan –  zowat de achtertuin zou kunnen zijn van een statig maar tussen alle huizen niet voldoende opvallend oud gebouw aan de Oude Geldenaaksebaan nummer 85 op minder dan honderd meter rechts van de Leeuwenpoort aan de Molenbeek?  ‘Den Inghel’ was in 1102 de oudste brouwerij in het gehucht Vinckenbosch in de streek van Leuven. 

Dat gehucht – tegenwoordig een nogal drukke stadswijk – was in die tijd nog lang geen deel van de stad en de abdij bestond ook nog niet. Over die vroege geschiedenis vind ik niet veel behalve dat de brouwerij onafhankelijk was van de latere abdij maar ook van de heren van Heverlee tot in de tijd van de Hertog van Arenberg. Eigenlijk wist ik niet dat dit kon in die tijd.

In 1584 brandt hij af met de rest van het gehucht – in die tijd waren de gebouwen in Vinckenbosch van hout – en hoe hij er tot die tijd kan hebben uitgezien weten we alleen van een oude figuratieve kaart van 1617 waar het gebouw is afgebeeld maar er wel uitziet als met bakstenen gezet.

Volgens ‘Leuven van Weleer’ wordt hij  “in 1672 terug opgebouwd door abt Libeer de Paepe, deze keer als brouwerij van de Parkabdij. De voorheen onafhankelijke brouwer was vanaf dan pachter … Het bruine en blonde Parkbier wordt nog steeds in licentie gebrouwen (in Ierland) en is te koop bij de Aldi”. 

Op de Villaretkaart van 1745 en andere kaarten zie je de brouwerij overduidelijk aangeduid op zijn huidige plek en wat mij opvalt is dat in die jaren het landschap nog erg landelijk geweest moet zijn met een kronkelende beek, heel weinig omgevingsbebouwing en de drukke stad nog altijd op flinke afstand. In die tijd is het geheel opperduidelijk een deel van het Parkdomein.

Als je heel goed kijkt zie je het jaartal 1672 nog ingebeiteld boven de boogpoort op het binnenhof en ook heel duidelijk onder de poort onder het ronde venster met het wapen van Leuven tussen de hoge vensters aan de straat.

In dat jaar werd en wordt nog altijd de brouwerij omringd door 17de eeuwse gebouwen zoals de voormalige wasserij van de Parkabdij op de hoek van de Abdijdreef en het voormalige Sint-Jorishof aan de overkant (nu de Sint-Norbertusschool tot en met Garage Albert). Over de oorsprong van de naam Ingel’ of ‘Engel’ (al dan niet met een ‘h’ ertussen) heb ik nog niets gevonden.

Over de oudste geschiedenis van Den Inghel blijkt toch iets meer bekend te zijn dan wat blijkt uit de publieke informatie. In de voorbereiding van de restauratie hebben de huidige eigenaar Bart Viaene en zijn echtgenote een zeer degelijke archeologische studie laten maken die hoofzakelijk technisch is maar toch een tipje van de sluier oplicht.

Op grond van nooit gepubliceerde gegevens van de voormalige archivaris van de Parkabdij Felix Maes zou er zeker in 1303 al een ‘broucamme’ gestaan hebben met ene Walter van Lier als brouwer. Die groeide later uit tot herberg “de Enghel”. Brouwerij en herberg waren samen met het omringende gehucht Vinckenbos en de nabijgelegen pachthoeve van de abdij vele jaren het onderwerp van processen tussen de Parkabdij die de heerlijkheid Vinckenbos bezat, de heren van Heverlee en de stad Leuven.

Die strijd eindigde rond 1584 toen het hele gehucht met inbegrip van de brouwerij afbrandde in het geweld van de opstand van de Nederlanden tegen Spanje. Pas na het einde van de tachtigjarige oorlog kon de wederopbouw beginnen. 

In 1643 liet abt Jan Maes de ruïne van de abdijhoeve afbreken maar pas dertig jaar later zag onder abt Libert De Paepe bovenop de blijkbaar bewaarde kelders van de oude Camme de nieuwe brouwerij het licht.

Vanaf daar put ik opnieuw uit ‘Leuven Weleer’: “Het bierbrouwen in pacht duurde niet lang, en Den Inghel kreeg dan ook alras verschillende functies: postkoetshalte (zoals ook De Keizer op de Tervuursesteenweg, De Oude Kantine aan het Arenbergkasteel en De Mol op de Tiensesteenweg), hotel voor het laag volk en het vrouwvolk dat niet mocht overnachten in de abdij als de stadspoorten gesloten waren, kazerne, huis van de rentmeester van de hertog van Arenberg, hospitaal voor trekpaarden, coöperatieve bakkerij Perfecta, viskwekerij/vijverwerken gebroeders Basiel en Antoon Bellefroid, studentenkoten en – de laatste twintig jaar – uiteindelijk voor het eerst: woon-erf.”

Den Inghel aan de Geldenaaksebaan in Heverlee werd gebouwd als fabriek en is zeer lang in  gebruik gebleven voor industriële doeleinden waarbij de woonfunctie duidelijk secundair was. De site is pas sinds halverwege de 20ste eeuw in gebruik en gerestaureerd als een privé-woonst.

Over dat industriële verleden vind ik eigenlijk bijzonder weinig details terug maar ik denk dat dit aan het internet ligt of dat er nog altijd van alles verborgen is in druk uitgegeven teksten en in ongeopende archieven (bijvoorbeeld die van de stad Leuven en van de hertog van Arenberg).

In Leuven Weleer staat een mooie foto van 1913  met de zaakvoerders, de koetsen en de paarden van Volksbakkerij Perfecta die in die tijd in het gebouw gevestigd was. Hoofdstuk III van een recente studie over de ontwikkeling van de voedingshandel in Leuven tijdens tweede helft van de 19de eeuw vertelt dat de bakkerij en vooral de droge voedingssector in totaal in tussen 1860 en 1910 opmerkelijk toenamen.

Auteur Wim Lefrebvre haalt uitvoerig een boek of artikel aan van ‘Hermans – La Boulangerie à Louvain’ waarin staat dat vanwege het toenemende aantal inwoners en door de kleinschaligheid er in 1904 zes broodfabrieken in bedrijf zijn, twee nogal groot (‘de Proletaar’ van de socialisten en ‘het Volksgeluk’ van burgemeester Vanderkelen) en vier wat kleiner. De bakkerij Perfecta stamt ongeveer uit die tijd (maar het preciese jaartal ontbreekt) en of deze bakkerij bij die zes gerekend wordt weet de auteur niet.

Over het reilen en zeilen van deze bakkerij vind ik alleen enkele zaken in de hieronder vermelde ‘Archeologische studie’ van 1993: Perfecta is voor WO-I gesticht als een samenwerkende maatschappij en “Henri Everaerts, bijgenaamd ‘Hanke Perfecta’ (Henke?), nam er het beheer waar. Men beschikte over moderne machines, zoals de kneedmachine … om massaal brood, koeken en wafels te bakken. Toch ging de zaak omstreeks 1929 over de kop”. 

De eigenaar woonde in het gebouw en heeft zeer belangrijke verbouwingen doorgevoerd, vooral aan de achterzijde om zijn grote machine te plaatsen en heeft daar ook een apart ovengebouw laten zetten. Veel (alles?) daarvan is teniet gedaan door restauratie in 1936 (Bellefroid-periode) en de archeologische studie wijdt hier grote aandacht aan.

Op oude foto’s zie je echter nog goed hoe het er in die tijd uitzag. Die foto’s werden door de heer H.Uytterhoeven aan eigenaar Bart Viaene gegeven en met zijn toestemming (dank!) laat ik ze je in deze bijdrage allemaal zien. Hierna vertel ik over de viskweek en de onder puin bedolven kweekbassins. 

Den Inghel in Heverlee trok na de faling van de volksbakkerij Perfecta in 1929 de aandacht van de familie Bellefroid. Over hen ga ik het in een volgende reportage nog eens hebben want in het Leuvense en ver daarbuiten staan zij bekend als kwekers van zoet watervis en waren ze bijna overal in dit deel van de Dijlevallei de eigenaars en dikwijls ook de aanleggers van de vijvers.

Rechts van de dreef valt het begin van de eerste abdijvijver op. De eerste en de tweede vijver dateren uit de 14de eeuw, de derde en de vierde werden eind 17de eeuw gegraven op initiatief van abt Filip van Tuycom.

De uitgestrekte vijvers (ongeveer 13 ha) voorzagen de kanunniken tijdens de talrijke vastendagen van de nodige zoetwatervis. In de 19de en de 20ste eeuw verhuurde Park de vijvers aan viskwekers. Vandaag wordt het vijvergebied met zijn talrijke natuurlijke bronnen gebruikt voor waterwinning.

Om de vis te ‘oogsten’ moesten de vijvers periodiek drooggelegd worden om de spartelende dieren in de modder bijeen te rapen. Het moet hard labeur geweest zijn, vooral in de winter als het vroor.  Vis – vooral karpers – werd opgekweekt in ‘vivaria’ – dat zijn bassins en daarna uitgezet in de grote vijvers. Op oude kaarten zie je zulke bassins nog naast de eerste grote vijver ten zuiden van de kapeldreef maar tot 1800 ook heel duidelijk op een sindsdien verdwenen zijarm van de Molenbeek naar de ‘Kapelbeemd’, dat is het afgesloten bosje links van de kapeldreef tegen de spoorweg, nu aangeduid als ‘kwelwatergebied Abdij van Park’.

De gebroeders Antoon en Baziel Bellefroid kochten Den Inghel in 1933 om het gebouw te restaureren tot een deftig woonhuis en op de vijvers een viskwekerij op te zetten (of ze die huurden of kochten weet ik nog niet). Ze braken de bakkerij af en maakten de veranderingen aan de achtergevel ongedaan.

Bart Viaene: “De familie Wellens-Bellefroid baatte de karperkwekerij nog uit tot aan de val van het IJzeren Gordijn, toen Polen en Tjecho-Slovakije de markt voor zoetwatervis veroverden. Die markt was echter al fel gedecimeerd in de tweede wereldoorlog : de grootste afnemers van karper waren immers de joden! Onder de verflagen van de achterdeur van “Den Inghel” kwam bij schilderwerken de ingekraste tekst tevoorschijn : <slecht leesbare naam> : JUDE!” waaruit kan worden afgeleid dat het leveren aan de Joodse gemeenschap door de Duitse bezettende macht niet werd gewaardeerd maar of het echt tot moeilijkheden heeft geleid weet ik niet.

De koppen van Baziel en Antoon staan (mét Lakense pet) gebeeldhouwd onder de sier-schoorsteenmantel in het gebouw. In Heverlee herinnert men zich nog dat je voor speciale gelegenheden aan Basiel Bellefroid mocht vragen om een een half uurtje op de vijver te roeien.

Jammer genoeg zijn echter ondank fel lokaal  protest de door de Bellefroids aangelegde vivaria verdwenen onder het asfalt van de bezoekersparking. Op de NGI kaart van 1989 zijn ze te zien en samen met het moerasbosje in de Kapelbeemd maken ze dan al deel uit van het statuut van beschermd landschap rond de Parkabdij.

Het voorstel van bewoners van de Geldenaaksebaan – ook sterk verontrust om nog eens meer auto’s in toch al veel te drukke straat – om de zone tot een eigentijds natuurbelevingsgebiedje te hervormen en die parking aan de leggen op de nabijgelegen Philipssite (met de brug over het spoor) stuitte op een veto van de Lodge, de uitbater van de gerestaureerde watermolen. Met een speciaal RUP is de Leibeek verlegd, de historische  waterregeling opgebroken en zijn de bassins opgevuld met bouwpuin. Om overstromingen tegen te gaan zou er tegenwoordig veel meer water uit de vijvers gewonnen worden dan vroeger waardoor het landschap dan ook ferm droger geworden is dan voorheen (zeggen mensen die het kunnen weten in de omgeving).

Den Inghel is sinds 1994 officieel beschermd als monument. Het erfgoeddossier bevat een minieme beschrijving maar (nog?) geen info over geschiedenis wat jammer is omdat uiteraard sinds de (her) bouw in 1672 de omgeving wel heel erg veranderd is. Die bescherming omvat het hoofdgebouw met inbegrip van de oude paardenstallingen die ook al dateren uit de tijd van Abt De Paepe. Dankzij lezer Jan Hollevoet kan ik je een figuratieve kaart laten zien van 1617 waarop je Den Inghel en omgeving ziet staan. Merk op dat  het dus gaat om een beeld uit de tijd dat het gebouw en de rest van Vinckenbos afbrandde en wederopbouw nog niet in zicht. Nog een kaart, maar dan uit 1769 toont de hele site waarbij Den Inghel duidelijk een deel is van het Parkdomein en je ook de vivaria (visvijver) in de kapelbeemd opperduidelijk ziet. 

Bij de bescherming van een privéwoning als monument zijn er onvermijdelijk discussies over de restauratie, de herbestemming en  het bewaren van de authenticiteit (nog afgezien van de vraag wie dat allemaal gaat betalen). Juist toen Bart Viaene en zijn huisgenoten het gebouw aangekocht hadden kregen ze te horen dat het als monument beschermd zou worden en dat ze er dus niets meer aan mochten doen zonder uitdrukkelijke toestemming.

Gelukkig was het gebouw al een woonhuis geworden dus er kon niet meer geëist worden dat het een industriële vestiging zou blijven. De vernieuwing van de vensters zorgde voor enige problemen maar dankzij de vastberadenheid en de inspanningen van de bewoners/eigenaars en met de hulp van de zeer uitvoerige archeologische nota van 1993 is een en ander toch in orde gekomen.

Ik denk dat het de moeite waard zou zijn als de mensen van de wijk ter gelegenheid van een Open Monumentendag ook eens hun licht zouden mogen opsteken over wat ik beschouw als een supergeslaagde, zeer authentieke met privé-middelen ondernomen restauratie van een eeuwenoude site tot een eigentijdse eersteklaswoning die geschikt is voor co-housing. 

Een en ander met uitzondering van de enorme zolder die nooit voor iets anders gebruikt is dan voor het bewaren van de grondstoffen (bloem) en er geen toestemming gegeven is om die te herbestemmen en dienovereenkomstig in te richten. Dat is ongebruikelijk want er zijn talloze beschermde monumenten waar die zolders met veel respect zijn heringericht. En eigenlijk is dat wel nodig want al dat schitterende houtwerk staat nu onbeschermd (onverwarmd) bloot aan de buitenlucht en dat is er op de duur niet goed voor en erg slecht als er eens een te laat ontdekt lekje is.

Ik vind dat je zo’n zolder tenminste van buiten onder de dakpannen zou moeten kunnen isoleren en dan van binnen kunnen verwarmen en aangenaam maken zonder ook maar iets aan het eikenhouten binnenwerk te veranderen. Maar dan moet je natuurlijk eerst wel toestemming krijgen om zo’n grote ruimte voor iets zinvols te gebruiken.

En zo blijft er altijd nog wel iets te doen. Voorbijgangers hebben dat niet altijd in de gaten en komen soms met gemakkelijke kritiek maar uit ervaring weet ik ook dat restaureren één zaak is maar dat het onderhouden in de goede staat een werk is van alle jaren dat nooit stopt en altijd weer heel veel aandacht en geld kost. Met dank aan Bart Viaene en zijn huisgenoten die deze inspanning dan toch al meer dan dertig jaar op zich nemen.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://heverlee.weleer.be/geldenaakse-baan/1679

+++

Wim Lefebvre – De ontwikkeling van de voedingshandel in Leuven tijdens de …

http://www.ethesis.net › leuven › leuven_hfst_3

+++

Abdij van ’t Park…ing!? – PDF Gratis download – DocPlayer.nl

https://docplayer.nl › 10845919-Abdij-van-t-park-ing

+++

https://www.nieuwsblad.be/cnt/gtteknml

Buurt wil geen parking op kweekvijver 

+++

Abdij van Park – Je ziet er vandaag de dag enkel nog …

https://www.facebook.com › AbdijvanPark › posts › je-zi…

+++

Kwistig met kennis – Erfgoedcel Leuven

https://www.erfgoedcelleuven.be › getfile › bestand

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/42568?fbclid=IwAR0H8GjsH-hlYZ2gADSeQuHzHCp7rnnjgF1inFny0ZrEQSkbr786aBix8Uw

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/1826

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/42067

+++ 

+++

Het huis “De Engel” Geldenaakse Baan 85, Heverlee – Archeologisch onderzoek naar de evolutie van de inwendige structuur; A.Maesschalck 1993 (niet gepubliceerd)

Reeks van kaarten en oude foto’s

trefwoorden: den inghel, bart viaene, perfecta, bellefroid, heverlee, abdij van park, bakkerij, brouwerij, viskweek, erfgoed,

Advertentie

HEVERLEE – PARKVELD BLIJFT NATUURLIJK

Heverlee – het Parkveld blijft Natuurlijk – zicht vanaf de Geldenaaksebaan (tip: langs die baan een dichte houtkant met grote bomen plaatsen)

Al gehoord van het Parkveld in Leuven/Heverlee? Je vind het tussen de Parkabdij en Heverleebos. Het is een voor landbouw bestemd natuurgebiedje maar het wordt bedreigd door plannen om er huizen en bedrijven op te zetten. Neem de kaart er  even bij en dan zie je onmiddellijk dat het hier gaat om de laatste open groene ruimte vanaf de vijvers van de abdij en de Petrusberg tot aan het arboretum van Heverleebos aan de Naamsesteenweg. Het is dankzij Patrick Weckhuizen en Annouk van Vlierden dat ik het heb leren kennen en overtuigd ben dat het Parkveld natuurlijk moet blijven.

Het Parkveld zelf is niet zo heel groot, ongeveer 34 hectares maar samen met de Abdij van Park, het Heilig Hart Instituut en het Sint Albertuscollege spreken we toch al over enkele honderden hectares open ruimte.

In deze omgeving kan je nu nog altijd enkele  flinke staptochten maken zonder auto’s tegen te komen. Je kan in zuidelijke richting doorsteken naar het Heverleebos of in noordelijke richting het domein van de abdij verkennen. Op beide mogelijkheden kom ik hierna nog terug maar eerst vertel ik iets over de geschiedenis van dit boeiende gebied.

Heverlee – het Parkveld – holle weg naar de andere kant – dit is een oude Romeinse heirbaan

Zoals overal in onze streek is het Parkveld Heverlee in de geologische geschiedenis gevormd als een met vruchtbaar leem overdekte zeezandvlakte met lagen van drinkzuiver water in de niet-zo-diepe ondergrond van zeeklei. Op het einde van de laatste ijstijd, zo rond 15.000 voor onze jaartelling is het een boomloze grazige toendra maar naarmate het warmer wordt begint het pioniersbos op te komen met berken, wilgen en dennen gevolgd door eiken, haagbeuken elzen, lindes en essen.

Met de komst van de eerste boeren begint rond 5000 voor Christus de landbouwontginning. Deze neemt een grote vlucht na de oprichting van de Abdij van Park in 1128. Naast graan worden er ook wijngaarden en fruit- en groentetuinen aangelegd. Op de Villaretkaart van 1745 en de Ferrariskaart van 1777 zie je het Parkveld liggen ten zuiden van de vijvers van de Abdij van Park als een brede en diepe strook van onbebost akkerland. De akkers reiken ver tot waar nu het Heverleebos is (ten zuiden van de E40). De Bierbeekpleindreef staat er ook op. Het gebied ten noorden van die dreef  waar nu het Heilig Hart instituut is en de kazerne Cdt de Hemptinne, is nog volledig bebost (le Bois de L’Abbaye).

Leuven/Heverlee – Parkveld op kaart Ferraris 1777

Er is op de kop van het Parkveld ook nog een klein bosje tussen de holle weg en de Geldenaaksebaan met het ‘Gasthuys’. Die grote hoeve stond vier eeuwen lang op de plaats waar nu Trappen Behets is. Hij floreerde samen met het Parkveld maar wordt in 1880 afgebroken. In heel de wijde omgeving zijn in die tijd nauwelijks huizen te bespeuren. Honderd jaar later (Poppkaart 1879) is de bebouwing nauwelijks toegenomen. Zelfs op een NGI-kaart van 1939 staan er nog niet veel huizen maar op een soortgelijke kaart in 1950 is de naoorlogse bouwexplosie duidelijk te zien en is het ‘terrain d’exercise’ de kazerne geworden die er nu nog staat.

Op een luchtfoto van 1971 is heel deze kant van Heverlee  bebouwde kom geworden met naast het Parkveld alleen nog groenstrookjes op het terrein van het Heilig Hart en de militairen. Op een soortgelijke foto in 2017 staat het industrieterrein er op en is de bebouwing overal nog flink toegenomen. Alle toegangswegen tot Leuven waarop je nu alle dagen met je auto in de file staat staan ook al op die oude kaarten maar zijn dan nog veldwegen met uitzondering van de ‘Chaussée de Namur’, nu de Naamsesteenweg.

Leuven-Heverlee – Parkveld – luchtfoto 2017

Als kers op de auto-taart is er uiteraard ook in de jaren zeventig de E40 bijgekomen met zijn geronk waarvan je nu kilometers ver dag en nacht kan genieten. Stilstand is achteruitgang zeggen ze in Leuven maar ondertussen weten we wel dat het nodig is om de groei vooral te zoeken in kwaliteit en niet in volume en geluid.

Tot aan de Franse revolutie behoort het Parkveld in Heverlee toe aan de Abdij van Park met het Gasthuishof als pachthoeve. In die tijd is het beheer van het veld al deel van de  ‘Tafels van de Heilige Geest’. Dat is een liefdadigheidsinstelling die sinds de vroege middeleeuwen instaat voor hulpbetoon aan de plaatselijke allerarmsten. De Tafel van de Heilige Geest begint overal als een kerkelijke instelling, maar komt in later tijd langzaamaan en zeker na de Franse revolutie volledig onder het toezicht van het stadsbestuur. Vanaf 1796 heet het even de ‘Commissie der Burgerlijke Godshuizen en vanaf 1925 wordt het de ‘Commissie van Openbare Onderstand’ die we tot voor kort kenden als het  Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).

Het armenbestuur in Leuven bezit in de 19de eeuw heel wat weilanden en bossen, in totaal voor meer dan 50ha. In 1834 zijn er in Heverlee nog bijna geen huizen, meer dan de helft van de grond is in gebruik als akkerland, grote delen zijn bos en bijna een tiende is weiland. Slecht de helft van die grond is privé-eigendom, de andere helft behoort aan het stad en wordt verhuurd voor de beoefening van gemeenschappelijke (‘gemene’) land- en tuinbouw, zowat de voorloper van wat we vandaag opnieuw zien gebeuren in het kader van de ‘stadslandbouw’. De stedelingen mogen hun dieren (meestal) schapen in de bermen laten weiden of in het naseizoen op de velden laten grazen (nabeweiding, door de Leuvense gemeenteraad in 1852 geformaliseerd als het ‘droit de parcours ou de vaine pâture’).

tussen Abdij van Park en Parkveld: de klassieke ‘volkstuintjes’ zorgen voor het sociale weefsel

Heel de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw zijn dan ook voor het vruchtbare Parkveld een tijd van grote bloei van de lokale intensieve land- en tuinbouw met de kweek van allerhande ‘primeurs’, de eerste groenten van het seizoen gevolgd door alles wat de natuur aan voedsel kan opbrengen. Het is de tijd van de ‘poeikeskermis’ (bij het oogsten van de radijzen en wortelen) en de vroegmarkten. In de twintigste eeuw doen de conservenfabrieken hun intrede (Marie Thumas) en de grote groenteveilingen op het grondgebied van Heverlee.

Op het Parkveld in Heverlee loopt de glorietijd van lokale groenteteelt ten einde wanneer in 1965 de warenhuisketen G.B. de Leuvens Groente- en Fruitveiling opkoopt en de stedelingen van hun tuintjes overschakelen op de supermarkt. Het Leuvense OCMW houdt vast aan de erfpacht voor de lokale boeren maar begint binnenskamers aan andere bestemmingen te denken. In 1977 wordt het gewestplan opgemaakt en krijgt een stukje landbouwgrond op het Parkveld naast het militair terrein plotseling de rode kleur van bouwzone.

Dan duurt het nog tot 2002 dat de bestuurders besluiten dat de landbouw niet meer past in hun focusactiviteit. Het OCMW verkoopt een aantal percelen aan vastgoedontwikkelaar Extensa en aan de intercommunale Interleuven. In 2007 wordt in het Ruimtelijk Structuurplan voor Leuven het Parkveld benoemd als ‘strategisch project’ met aan de zuidkant van de Abdij van Park een residentiële wijk en aan de andere kant een uitbreiding van de industriezone Haasrode. Tussen de huizen en de bedrijven wordt een smalle  groene ‘bufferzone’ voorzien met de welluidende maar nogal misleidende naam  ‘Parkbos’.

Leuven-bos Heverlee – Pakrveld blijft – bomen om onder te wandelen en veld om samen je groenten te telen

Op de website van Extensa vind je heldere afbeeldingen van de door de ondernemer gewenste toestand en kan je je ook verdiepen in hun visie van de vooruitgang. Om tot dit besluit te komen en het doen uitvoeren is en wordt in die tijd en nadien zwaar en met sukses gelobbiet tot op het niveau van de Vlaamse Bouwmeester. In april 2009 keurt de gemeenteraad van Leuven haar Ruimtelijk Uitvoeringsplan goed, in mei bevestigd door de Provincie Waals-Brabant,  en logischerwijze had dit het einde van het Parkveld moeten zijn maar zo is het toch niet gegaan.

Het Parkveld in Heverlee is ondanks de massieve bouw-lobby tienjaar later nog altijd bijna ongewijzigd groen. Buurtbewoners en een hele reeks milieu- en natuurbezorgde organisaties tekenen in 2009 onmiddellijk protest aan en nog in november van hetzelfde jaar velt de Raad van State een vernietigend arrest waarin gesteld wordt er ook nog zoiets is als het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dat gebiedt dat voordat Leuven op eigen gezag een bedrijventerrein van meer dan 5 ha afbakent er eerst overeenstemming moet bereikt worden met de Vlaamse overheid over de regio als ‘regionaalstedelijk gebied’.

Heverlee – Parkveld – je ziet het wel: Extensa is tot hier gekomen ….

Wat betreft de woonwijk weigert nadien de Raad voor Vergunningsbetwistingen de vergunning voor de bouw vanwege de slechte mogelijkheden van ontsluiting (lees: er is geen goede mogelijkheid voor een toegangsweg). Daarmee is heel het dossier geblokkeerd. Blijkbaar doet het stadsbestuur van Leuven in de jaren nadien telkens pogingen om toch te mogen doordoen maar tot nu toe zonder succes.  In 2018 – we zijn dan dus alweer jaren verder – is de stad blijkbaar wel klaar geraakt met haar plannen als ‘regionaalstedelijk gebied’ maar is de politieke spanning over het dossier zodanig te snijden dat de Vlaamse regering in juli van dat jaar besluit om het Parkveld in Heverlee te laten zoals het is en er geen uitbreiding van woongebied of industrie toe te laten.

Addertje onder het gras is dat Extensa’s woningen nog altijd in beginsel wél mogen en dat sindsdien de bouwpromotor er in geslaagd is om zich via de aankoop van een stuk grond een mogelijke toegangsweg te verschaffen als het stadsbestuur daar de vergunning voor wil geven. Enkele eerder onteigende woningen staan er ondertussen verlaten en vervuild bij. Maar ondertussen is het mooie bosje waar de woningen moeten komen nu al jaren bezet door de aktievoerders en die hebben ook een grote moestuin aangelegd met mooie zonnebloemen onder de benaming ‘Samentuin’.

Leuven-Heverlee – Het Parkveld blijft – en dit is de Samentuin

In augustus 2017 verschijnen voor de eerste keer de tentjes voor het sindsdien jaarlijkse ‘Fiesta Partigiani’ festival onder de slogan ‘het Parkveld blijft Natuurlijk’ en twee jaar later lijkt het er op dat dit evenement tot een veelbezochte en bezongen traditie aan het uitgroeien is met veel muziek, gezelligheid maar ook met nadenken over de toekomstige bestemming van ‘hun’ gebiedje. Om die reden worden in 2018 en 2019 twee wandelingen georganiseerd om op basis van een zelfgemaakte kaart met ‘bestemmingsplan’ de mogelijkheden te onderzoeken.

Op die kaart staat niet alleen het Parkveld zelf maar ook het militaire terrein en het Kriekenbos, tot aan de weiden aan het Heilig Hart en de Parkveldkant van Heverleebos. Dat is al heel wat maar het omvat ook de omgeving van de Parkabdij, de Petersberg en het Sint Albertuscollege. Ik schat dat je dan toch beschikt over een oppervlakte van zowat een derde van Heverleebos ofwel zo’n 200 hectare. Het wordt één grote plek voor fietsers en voetganger: gemotoriseerd verkeer mag er niet in of door tenzij het er moet zijn (zoals de boeren) of op bestaande wegen zoals de Geldenaaksebaan.

Parkveldwandeling – op kousenvoeten langs het Sint Albertuscollege

In die vruchtbare ruimte gaat het vooral over op de stad gerichte land- en tuinbouw: kleinschalig, duurzaam, biologisch, demonstratieprojecten van oude en nieuwe gewassen, oude en nieuwe technieken, korte-keten projecten, grote en kleine samentuinen, streekprodukten, een mozaieklandschap met bloemenweiden, boomgaarden en hagen, kinderboerderijen, teelt van kleinvee (kippen, schapen) en grote dieren zoals koeien en paarden. Voor bevloeiing dienen de ondergrondse waterlagen.

Daarnaast is er het Stadsbos Parkveld: een wandelbos om de natuur te beleven of tot rust te komen (zitjes), een speelbos voor kinderen (met toestellen zoals in het Everzwijnbad in het Meerdaalwoud en/of om kampen te bouwen zoals in Heverleebos) en grote gasten (zoals de touwklimzone aan De Kluis of voor de bouw van boomhutten), een hondenlosloopzone, een zone voor BBQ en paalcamping en tenslotte ook een plek voor asverstrooiing in de natuur.

Het gedemilitariseerde Kriekenbos wordt een Sportbos waar je kan koersen op de betonbanen en/of joggen tussen de bomen. De Geldenaaksebaan en de industriezone worden afgeschermd met brede houtkanten en rijen hoge bomen.

En aangezien je altijd mag dromen: de kazerne wordt omgebouwd tot Cultureel Centrum Parkveld (zoals de Borre in Bierbeek).

Heverlee Parkveld – Bierbeekpleindreef – het Engels Kerkhof0

En niet onbelangrijk: er komt een voetgangerstunnel onder de E40 ter hoogte van de Neringenweg en de E40 snelweg wordt met anti-geluidsschermen uitgerust of overkapt.

Op basis van deze voorstellen zijn er zoals gezegd minstens twee verkenningstochten mogelijk, een naar de zuidkant en een andere naar de noordkant.

Wat de zuidelijke wandeling betreft kan je op enkele plaatsen doorsteken naar Heverleebos en dan ligt heel het Meerdaalwoud voor je open. Een luswandeling brengt je vanaf de Samentuin Parkveld langs een prachtige beukendreef naar het einde van de Milseweg waar je de holle weg oversteekt naar het sinds vorig jaar publiek toegankelijke bos van de kazerne Cdt de Hemptinne. Wat die kazerne zelf betreft heb ik begrepen dat hij zal worden afgedankt. Geef toe dat dit wel flink zou schelen in het landschappelijk uitzicht want erg mooi zijn al die gebouwen en hekken niet.

Heverlee bouwt – zicht op de hockeyclub

Langs de hockeyclub en de sporthal kom je naar de lindendreef van het Heilig Hart die eindigt op het cirkelvormige kloosterkerkhof. Vandaar ga je via het Engels Kerkhof langs het domein van de Zusters van de Jacht naar het voormalige boswachtershuis met dezelfde naam, tegenwoordig alom gekend als ‘Brasserie 500’ en naar het arboretum Heverleebos.

De lindendreef tussen de weiden van het Heilig Hart met het ronde begraafplaatsje aan het einde is zeer de moeite waard, ook al vanwege omdat het als stukje religieus boserfgoed van belang is. Het domein van de Zusters van de Jacht is jammer genoeg nog niet toegankelijk maar ondanks de grote gebouwen ziet het er daar wel mooi groen uit, ook al omdat men de hoge bomen heeft laten staan. De begraafplaats en het Brits militair kerkhof zijn oasen van rust maar wist je dat de militairen voor de aanleg van het oorlogskerkhof twee echte originele grafheuvels uit het stenen tijdperk hebben ‘opgeruimd’? Daar heeft iedereen nu spijt van maar gedane zaken nemen geen keer en om nu nog grafheuvels te vinden moet je verder het Heverleebos in.

Vanaf de brasserie keer je terug door het speelbos en het bos met de hondenlosloopzone (‘D Trollenbos) langs de E40. Aan het einde ga je links langs de Neringenweg, volgt even de holle weg tot aan de schaatsbaan en dan ben je terug op het punt van vertrek. Het is een heel mooie gemakkelijke wandeling met veel afwisseling en mogelijke varianten waar je toch wel twee uur mee bezig bent.

heverleebos: hondenlosloopzone

Vanaf de dag dat er eindelijk eens iemand werkt van maakt om de geluidsoverlast van de autoweg te dempen met efficiënte schermen of hem zelfs helemaal te overkappen (zelfs in Antwerpen gaan ze dat doen dus waar wachten we op?), dan is het zelfs een zeer idyllische tocht. Tot zo lang doe je er goed aan om oordoppen mee te nemen als je op stilte gesteld bent. En een tip als we het dan toch over die autoweg hebben: kan er de aan de hondenlosloopzone tussen Ondernemingenweg/Neringenweg en de Damendreef dringend een voetgangerstunneltje geboord worden onder de E40 om rechtstreeks aan de andere kant te komen?  Zoals het nu is moet de voetganger veel te ver omlopen tot op en langs de expresweg.

Ere wie ere toekomt, onze bosbeheerders (‘Boswachter Marc’ van het Agentschap voor Natuur en Bos) doen er alles aan om van dit stukje bos een paradijsje voor natuurliefhebbers te maken (hoewel ik wat gemopper hoor over het kappen van bomen, vooral de Amerikaanse eiken). Vlak langs de E40 ligt een mooie hondenlosloopzone. Even verder kunnen kinderen van alle leeftijden zich uitleven en ergens diep in het bos verscholen ligt ook nog een amfibiepoel. Het arboretum is een hoofdstuk op zich waar ik het in deze bijdrage nog niet over ga hebben en voor je inwendige mens kan je terecht in het voormalige boswachtershuis ‘De Jacht’ aan de Naamsesteenweg.

Heverlee – het Parkveld – een bos van lichtende beuken

De verkenningstocht in noordelijke richting gaat langs de Abdij Van Park. Geef je er rekenschap van dat je dus op dit onverwacht grote veld zonder voorbereiding al vier uur nodig hebt om er als voetganger/natuurliefhebber rond te dwalen en dat je al die tijd geen auto tegenkomt. Op dit traject hoeven we ons niet af te vragen wat je met dit gebied allemaal voor moois zou kunnen doen want dat is allemaal al grotendeels ingevuld door de mannen en vrouwen van het domein van de Abdij van Park die met de restauratie van de grote gebouwen van hun velden en vijvers een paradijs gemaakt hebben waar je van de natuur en cultuur geniet en ondertussen je eigen groenten kunt kweken en je meel kan aankopen bij een echte watermolen uit de oude en toekomstige tijd.

Om snel van het Parkveld in Heverlee naar de Abdij van Park te komen loopt het pad even door het mooie speelbos met nog een merkwaardige beukendreef maar dan kom je noodzakelijkerwijs op de openbare weg voordat je in de Abdijstraat het brugje over de leibeek oversteekt en aan de vijvers komt. Het op de kaart aangegeven paadje door het woonwijkje Petrusberg is afgesloten. Op onze verkenning kom je langs de villa die – wordt mij verteld – Extenso zojuist heeft weten op te kopen om de vergunning te krijgen om de toegangsweg aan te leggen om de bouwplannen te kunnen realiseren (Proficiat!).

nu nog prikkeldraadnatuur maar de schietstand zou een scoutlokaal kunnen worden met een fietspad op rechts

Aan de overkant van de weg staat de voormalige schietstand van de kazerne en daar zijn plannen om er scoutslokalen te vestigen (hopelijk zonder al dat prikkeldraad) en een fietspad te maken. Vanaf hier is de rest van de route allemaal goed nieuws. Zelfs als de nieuwe beiaard even niet zou luiden is de eeuwenoude abdij en omgeving een toonbeeld van eigentijds opbloeiend leven voor mens en dier en eerlijk gezegd ben ik nogal onder de indruk wat er daar allemaal verwezenlijkt wordt in deze spannende tijden. De vijvers staan vol water met allerhande vogels er in en er boven, waaronder een nest Zwarte Zwanen. De watermolen gaat binnenkort weer draaien zegt de ober in de brasserie maar hij weet niet wanneer (ik wed op Open Monumentendag).

De restauratie van de oude gebouwen gaat nog altijd voort en daarbij hoort ook de stalling waarin de Wikke gevestigd is. Het bio-tuinbouwbedrijf en winkel van Wonen en Werken is nu tijdelijk ondergebracht in een houten gebouwtje aan de ingang van het kerkhof en staat dus even rechts van de Norbertuspoort. Van buiten zie je er niets aan maar die poort is ondertussen volledig gerestaureerd en omgetoverd tot een hypermoderne muziekbibliotheek. Hij staat op top 3 lijst om in oktober de Vlaamse Onroerend erfgoedprijs te krijgen en je kan je stem nog uitbrengen.

Aan de andere kant kom je een gloednieuwe (nou ja, hij staat hier nog niet zo lang) melkmachine tegen van ‘BoerEnCompagnie’, het kleinschalig gemengd bio-landbouwbedrijf dat – zo staat het bij een prachtig filmpje (zie de link) – “zich tot doel stelt om samen met mensen stappen te zetten in de richting van duurzame landbouw”. De koeien leveren het beste rundsvlees dat er maar is en je kan het hier kopen. Iemand fluistert me toe dat de dieren allemaal namen krijgen dus je moet wel weten wat aan het doen bent als je aan de BBQ zit.

Abdij van Park – BoerEnCompagnie aan het werk

Vanaf de Norbertuspoort gaan we tussen het kerkhof en BoerEnCompagnie naar de herdenkingsboom voor Zeef Van Bragt van de Vrienden van de Abdij van Park. Ik heb Zeef nooit gekend maar een Japanse honingboom (Sophora japonica) is een van de mooiste bomen die ik ken dus ik ga zeker over honderd jaar nog eens een kijkje nemen (eerder ook al hoor). Wat er met de voormalige voetbalvelden gaat gebeuren weet ik eigenlijk niet maar nu dienen ze kennelijk als zelfverklaarde vrolijke hondenlosloopzone. Het smalle pad loopt boven langs de beekvallei. Zo te zien aan het kortgemaaide gras nemen de Vrienden van de Abdij het maaibeheer zeer ernstig.

Aan de spoorweg neem ik een kijkje bij de twee voetganger/fietstunnels richting Korbeek-Lo en geniet zoals altijd van de muurschilderingen. Het pad leidt ons (bijna) richting duivel tot vlak aan de Meerdaalbosweg maar je kan er jammer genoeg niet onderdoor (tunneltje niet nodig bevonden bij de aanleg kennelijk want toen werd er nog niet gefietst naar het werk). Langs maisakkers en aardappelvelden zoeken we het pad rond het Sint Albertus College. Ik denk dat op deze plek industriële landbouw geen toekomst heeft want de stad is te nabij.

Abdij van Park gezien vanaf het Sint Albertuscollege

Voor mijn onscherpe ogen ziet het er uit als potentieel bouwterrein en is de enige manier om dat te veranderen de omvorming tot een gebied voor kleinschalige biolandbouw en veeteelt zoals beoefend door BoerEnCompagnie. Wie gaat het hier winnen, de toren van de Abdij van Park en omgeving of de daar achter oprijzende building van de Philipssite? Wat ik hier ook mis zijn bomen, houtkanten, heggen en hagen en al dat nog nodig is om van een kale vlakte een natuurplek te maken voor mens en dier. In het Sint Albertus college heeft men kennelijk begrepen dat de jongeren van nu en morgen de natuur gaan nodig hebben want alles rond de gebouwen ziet er mooi groen uit en het wandelpad is zelfs omzoomd met takkenrillen die door de leerlingen gestapeld worden tijdens de pauzes (wordt mij verteld).

Via de toegangsdreef met monumentale beuken kom je op de kale Geldenaaksebaan (waarom staan daar geen bomen langs?) en steek je langs de torenhoge electriciteitsmast (die hier strikt genomen niet zonevreemd is maar wel in een vreemde zone staat) dwars het veld over om terug aan de ijsbaan te komen. Ik hoor dat die ijsbaan op de duur van het veld zal vertrekken om op een andere plek te moderniseren en uit te breiden.

Parkveldwandeling – familie geit aan het Sint Albertuscollege

Midden op het Parkveld in Heverlee torent inderdaad binnen een omheining een hoge elektriciteitsmast uit boven een hele verzameling metalen cylinders en dozen. Het staat er niet bij maar dit is geen elektrische centrale om energie te produceren maar het is een hoogspanningsstation, een soortement transformator maar dan wel een erg grote. Zulke stations – zegt mijn bron – zijn een grote verzameling brommende machines, draden buizen, isolatoren, schakelaars en nog van alles. Hier wordt de hoogspanning van de bovenleiding omgezet van 70.000 naar 10.000 volt om dan via ondergrondse kabels naar elektriciteitscabines te worden geleid. In die cabines wordt de 10.000 volt omgezet naar 380 volt driefasig en 230 volt eenfasig en dan gedistribueerd naar de aansluitingen voor huizen en fabrieken in de omgeving, in dit geval vooral die op de aangrenzende industriezone. Op de website met de webkaart van het hoogspanningsnet staat ‘bouwjaar onbekend’ wat natuurlijk onzin is en er staat ook niet bij waarom deze reuzetransformator nu juist op deze plaats gezet is midden in het veld tussen de aardappels. Dit soort machinerie kan als ‘openbare nutsvoorziening’ blijkbaar overal geplaatst worden en dus ook in een volgens het Gewestplan of Ruimtelijke Ordeningsplan aangeduid landbouw- of natuurgebied.

Parkveld – hoogspanningsmast

Uiteraard zou het logischer zijn geweest om deze transformator binnen de industriezone van Haasrode te zetten maar waarschijnlijk dachten de oprichters dat de industriezone wel naar het Parkveld zou komen want de tijdsgeest was in die tijd nog zo. Behalve dat hij nogal bijdraagt aan de visuele vervuiling kan zo’n toren niet veel kwaad tot op de dag dat er een ongeluk gebeurt. Binnen de transformator is er een enorme warmte-ontwikkeling die gekoeld moet worden met olie. Of die olie milieuvervuilende stoffen bevat, weten we nog niet, het zou plantaardige olie zijn en ‘dus’ niet giftig wordt me verteld. Ik hoop dat het waar is en ik ga dat ook nog verder onderzoeken. Er zijn heel wat veiligheidssystemen maar als er op een dag toch brand ontstaat en die olie weglekt, loopt anders het grondwater onder het Parkveld grote schade op en kan de stad Leuven wel eens zonder drinkwater komen te zitten heb ik begrepen.

Waarom er hier nergens dwars over het veld een regulier wandelpad is weet ik niet. Tenzij je nu dwars over de akker stapt moet je helemaal omlopen via de Geldenaaksebaaan en de IJsbaan om terug aan de Parkveld-Samentuin te komen.

laatste huis aan de kant van de industriezone – zicht op een blinde fabrieksmuur

Ronddwalend over het Parkveld geef ik me er rekenschap van dat het dan toch zo is dat een vastbesloten en goed organiserend groepje gewone mensen zich met succes kunnen verzetten tegen de doorgedramde ambitieuze politiek-gesteunde plannen van bouwspeculanten en bedrijfsleiders die ooit dachten dat het wel een goed idee zou zijn om nog maar eens een lap landbouwgrond en wat braakliggend bos toe te voegen aan de stadsverstening en dat ze dat wel even zouden regelen. We leven in een alsmaar ingewikkelder wordende tijd van afschuwelijke regelgeving en gecompliceerde ellenlange procedures maar wie zich niet laat doen kan de balans dus ook in een andere richting duwen met behulp van diezelfde procedures in het vertrouwen en de verwachting dat je steun kan mobiliseren en dat de tijdsgeest zich in jouw richting zal plooien. Dat is natuurlijk wat op het Parkveld gebeurt: de nood aan natuur wordt alsmaar voelbaarder en naarmate we meer natuur kwijtspelen geven steeds meer mensen zich er rekenschap van dat in de pleidooien over ‘economische groei’, ‘technologische vooruitgang’ en ‘jobs’ de prioriteit moet komen te liggen op de kwaliteit, de maatschappelijke draagkracht,  de kwaliteit van het milieu en de bevordering van de natuurlijke omgeving. Ondertussen is daar ook het klimaat bijgekomen. .De moed gevende uitdaging lijkt me nu te zijn: ‘maak er iets moois van’. De boeren werkten al die jaren dapper verder, er is de ‘samentuin’ en de bomen groeien op als buffer tegen het opwarmende klimaat. Maar bouwpromotor Extensa heeft zijn stempel gezet in de vorm van braakliggend terrein met enkele verlaten gebouwen waar nu het vuil zich opstapelt en is nog niet aan het einde van zijn plannen. Dat kan anders, dat moet anders. Ik ben wel benieuwd waar dit allemaal op gaat uitdraaien!

Leuven-Heverlee – Parkveld blijft Natuurlijk – natuurlijk!

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.facebook.com/pg/parkveld/events/

Parkveld blijft natuurlijk https://www.parkveld.org/

Voor een ‘reis door de tijd’ met historische kaarten: https://www.geopunt.be/ (om de ontwikkeling van de huizenbouw te zien)

Parkveld blijft … natuurlijk Public Group | Facebook

https://www.facebook.com/groups/parkveldgroep/345729875543432/

Parkveld blijft natuurlijk

http://www.parkveld.org/

Parkveld organiseert ‘verzet-feestje’ – Leuvenactueel

www.leuvenactueel.be/parkveld-organiseert-verzet-feestje/

http://www.extensa.eu/parkveld.html

Abdij van Park – Norbertuspoort (met fiets en boodschappentas)

Wint Norbertuspoort Abdij van Park in Heverlee onroerenderfgoedprijs …

https://radio2.be/…/wint-norbertuspoort-abdij-van-park-in-heverlee-onroerenderfgoed&#8230;

https://architectura.be/nl/dossiers/restauratie/30536/historisch-poortgebouw-omgetoverd-tot-hoogtechnologische-muziekbibliotheek

https://www.facebook.com/notes/parkabdij/wij-zijn-de-vrienden-van-de-parkabdij/10155529476573876/

Filmpje van De BoerEnCompagnie is een kleinschalig, gemengd landbouwbedrijf binnen het domein van de abdij van Park op de rand van Leuven dat zich tot doel stelt om samen met mensen stappen te zetten in de richting van een duurzame landbouw. Vandaag kijken we even mee na het melken: https://www.facebook.com/wim.desaeytyd/videos/10215259798991758/UzpfSTc1MjI0NjAzODc1OjEwMTU2ODcwNjYyNTk4ODc2/?__tn__=%2Cd%2CP-R&eid=ARAwwTnJ2V2eM2ViM-5wtc8S4PZPYFsmc-jFWOrPVijZQyNycDr890h9Ez2NFB2gIVJ23IOcSqkvyHKJ

Boerencompagnie – Home | Facebook

https://www.facebook.com › Places › Heverlee › Urban Farm

Boerencompagnie cvba – Bio Mijn Natuur

https://biomijnnatuur.be/biopunten/boerencompagnie-cvba

Abdij van Park – De Wikke doet gewoon voort onder de toren

De Wikke | Wonen en Werken

www.wonen-en-werken.be › Diensten

Abdijwinkel De Wikke – Bio Mijn Natuur

https://biomijnnatuur.be/biopunten/abdijwinkel-de-wikke

De Wikke | Voedselteams – Lekker eten van dichtbij

https://www.voedselteams.be/producent/de-wikke

De Wikke – Home | Facebook

https://www.facebook.com › Places › Heverlee › Fruit & Vegetable Store

De Wikke – Visit Leuven

https://www.visitleuven.be/nl/abdijvanpark/partners/dewikke

Meer info over ons Belgische hoogspanningsnet vind je op de interactieve kaart van Elia:

https://webkaart.hoogspanningsnet.com/index2.php?fbclid=IwAR1_TEjmV1DOXYH7RzecgKjR_xEg3wfKi-6tX9Ayf5h00_BjtenjSVlekIY#12/50.8861/4.7321

Leuven-Heverlee – Parkveld blijft natuurlijk – herbestemmingsplan – kaart OSM

trefwoorden: leuven, heverlee, parkveld, abdij van park, boerencompagnie, wikke, geschiedenis, wandeltip