OP STAP IN DE BEGIJNENBEEKVALLEI – HET PAPENBROEK IN BEKKEVOORT EN HET K7 ANTI-OVERSTROMINGSSYSTEEM IN DIEST

Uitgelicht

juli 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Neem de kaart er maar weer bij en ga eens op stap in het natuurgebied Papenbroek. Bij Natuurpunt lees ik dat het een gebied is van ergens tussen de 10 en de 50 ha dat ligt in de Begijnebeekvallei. Die vallei is het eerste gedeelte van de Hagelandse vallei en wordt omsloten door min of meer evenwijdig lopende heuvelruggen met intrigerende namen zoals Blakenberg en Luienberg. Op die heuvelruggen is het ook mooi wandelen hoewel je er wel het lawaai van de veel te drukke ‘Staatsbaan’ of N2 Leuvensesteenweg tussen Bekkevoort en Diest moet bijnemen, zeker als je die hier of daar wil oversteken.

Het reservaat zelf ligt juist te oosten de Zandstraat in Assent, een deelgemeente .van Bekkevoort. Het is een tamelijk smalle strook rechts van de Begijnebeek en op de kaart lijkt het niet erg toegankelijk. Maar op het terrein zal je al snel merken dat er wel degelijk een aantal leuke wandelpaadjes zijn voor natuurliefhebbers die goed ter been zijn en op zoek zijn naar een wat ruigere natuurbeleving. Je er een mooie aangeduide luswandeling in en rond maken maar je kan ook helemaal door en dan weer terug.

Natuurpunt: “Het Papenbroek bestaat uit een aaneenschakeling van natte graslanden, ruigten, bos en kleine waterpartijen. De bloemrijke laagveenhooilanden van weleer worden opnieuw in ere hersteld. Het Papenbroek herbergt veel zeldzame en bedreigde soorten. … In 1253 behoorde het Papenbroek toe aan de abdij van Sint-Truiden. De paters of ‘papen’ hadden het voor het zeggen in het gebied, vandaar ook de naam. Centraal in het Papenbroek ontspringt een bekoorlijk watertje, de Gele Gracht, gevoed door helder kwelwater. De naam ‘Gele Gracht’ wordt in oude documenten ‘Geilengracht’ genoemd. Het woord ‘geil’ stond vroeger namelijk voor ‘vruchtbaar’ of ‘welig’.”

Op de Ferrariskaart van 1777 zie ik op de plaats van die gracht de naam ‘Beverbeek’ staan, dus misschien heeft het daarmee ook wel te maken. De Bevermolen die ook op die kaart staat is er niet meer.

Het natuurreservaat Papenbroek maakt tegenwoordig geheel of gedeeltelijk deel uit van de gemeente Bekkevoort maar samen met het dorpje Papenbroek en de Begijnebeek was het eeuwenlang een deel van Diest. Als je op de kaart kijkt zie je dat de vallei ten zuidenwesten van die stad ligt. De reden ken ik niet maar op de kaart van nu is de beek aangeduid als ‘Winterbeek’ terwijl hij op alle oude kaarten de naam Begijnenbeek draagt.

In de beschrijving op de inventaris va onroerend erfgoed lees ik dat hij “behoort tot het Demerbekken  (en) maakt mogelijk deel uit van een voormalige fossiele vallei die zou kunnen doorgetrokken worden naar het westen langs de vallei van de Winge. Sommige auteurs zien hierin een voormalige Demerbedding”. Als dat laatste waar is denk ik dat in de oude tijd het water in de vallei in de richting van Werchter moet zijn gestroomd terwijl het vandaag de dag richting Diest gaat. Wie weet daar meer over?

Om in Diest ter hoogte van de Saspoort aan de Demer te geraken maakt de Begijnenbeek samen met de Gele Gracht een grote lus om de noord van de Kloosterberg, een heuvel van zo’n 50m boven de zeespiegel die daar door de zee als duin is achtergelaten in het ‘Diestiaanse’ tijdperk, dat wil zeggen zo’n 4 tot 10 miljoen jaar geleden. Op oude kaarten zoals die van Villaret (1745) zie je dat de hellingen van de vallei nog grotendeels bebost zijn zoals het ‘Bois du Prince d’Orange’ aan de noordkant en het ‘Bois de Nebauris’ aan de zuidkant maar op de kaart van 1873 is er al heel veel omgezet in akkers met holle wegen naar de vallei. Op de kaart van nu zijn er nog nauwelijks bomen te zien maar wel veel huizen en autowegen. Richting Kloosterberg is er alleen nog een bosje overgebleven dat recent is ingericht als het ‘bosreservaat Gasthuisbos’.

De beek zelf is op de oude kaarten nog een lint met talloze kronkels maar na de Tweede Wereldoorlog is hij bijna volledig rechtgetrokken. Dat dit allemaal samen mede de oorzaak is van overstromingen in de afgelopen jaren hebben de bewoners in de vallei moeten ervaren maar daar kom ik nog op terug.

In de vallei van de Begijnenbeek zelf “vinden we een nog grotendeels oorspronkelijk beemdenlandschap met sporadisch nog perceelsrandbegroeiing. Het Papenbroek is een waardevol natuurgebied.”. Jammer genoeg sta je aan de ingang van het gebied in Assent aan de Zandstraat wel ook aan de voordeur van een in de jaren zeventig aangelegde ambachtszone die ter plaatse het grootste deel van de vallei in een betonzone verandert. Misschien kan die nog eens verhuizen om de historische natuur-eenheid te herstellen?

Het gebied is dankzij het zorgvuldig natuur- en maaibeheer van Natuurpunt-Bekkevoort in zo’n 30 jaar veranderd van een verruigte wildernis van oude turfputten en door de boeren verlaten natte hooilanden, nadien beplant met snelgroeiende populieren, uitgegroeid tot een topnatuurparel met allerlei bloemrijke zeldzame planten die er in het verleden waren en na een lange periode van afwezigheid door verstoring nu de een na de ander weer tevoorschijn komen.

De fotogenieke weiden waar je als bezoeker doorstapt zijn zogenoemde ‘blauwgraslanden’. Volgens Wikipedia is zo’n weide een “associatie uit de klasse van de matig voedselrijke graslanden, een bijzonder soortenrijke plantengemeenschap van schraal nat grasland dat voorkomt op voedselarme, natte gronden, overwegend in beekdalen en laagvenen. De bodem mag noch te voedselrijk, noch te zuur zijn…. Tot het begin van de twintigste eeuw vond men in de laagveengebieden van de Lage landen grote oppervlakten blauwgrasland, alsook in (de randen van) de beekdalen van regio’s met een zandige ondergrond. …. Schattingen over de oppervlakte blauwgrasland in Vlaanderen lopen op tot duizenden hectare…. Door de ‘kwaliteitsverbetering’ van landbouwgronden tijdens de 20e eeuw, waaronder het gebruik van kunstmest, verlaging van de grondwaterstand en verzuring is er nog maar heel weinig bewaard gebleven van dit vegetatietype.

Het herstel van dit soort natuur vergt jarenlang geduldig maaien en afvoeren. Het resultaat mag er zijn en het klopt wat op de website van Natuurpunt-Bekkevoort staat dat de bloemrijke laagveenhooilanden die al 25 jaar in beheer zijn een “ware streling voor het oog zijn”. Die worden alle jaren tweemaal gemaaid en het maaisel wordt gehooid of afgevoerd. Daarbij worden blijkbaar ook zwarte Schotse hebridean-schapen ingezet maar die zijn nu nog niet te zien.want de schapen waar ik foto’s van post zijn wit maar van welke soort ze zijn weet ik niet.

De hoofdzaak is dat alles zo kort en opgeruimd mogelijk de winter in gaat. Daarnaast wordt ook de opslag van wilgen bestreden om verbossing te voorkomen en de vroegere turfputten opengemaakt om te kunnen dienen als poelen voor amfibiën en watergebonden insecten. Omdat het een drassig en dus kwetsbaar landschap is kunnen er geen zware machines gebruikt worden en moet er veel met de hand gebeuren: “elke eerste zaterdag komen vrijwilligers hun handen uit de mouwen steken. In het kader van het project educatief natuurbeheer in Vlaams-Brabant, komen ook de Bekkevoortse scholen regelmatig helpen.” Op de website vind je de agenda met de aangekondigde werkdagen. Ik denk dat ik nog lang niet alles van dit natuurgebied gezien heb en er dus wel weer binnenkort een bezoek ga brengen.

Tegelijkertijd moet natuurlijk ook verhinderd worden dat milieuvervuiling het gebied binnendringt en de bodem aantast.

In de tijd dat de beek nog meanderde diende de vallei als opvangbekken bij zware regen, vooral tijdens de winter, maar omdat het water proper was konden de boeren het meekomende slib gebruiken om hun landjes vruchtbaar te maken zonder dat de natuur verstoord werd. Maar in onze tijd veroorzaken zulke overstromingen zeer grote schade.

Het reservaat werd in 1989 al eens onder water gezet door een ongewenste overstroming van de Begijnenbeek en bijna 20 jaar later was het opnieuw raak. Tijdens een zwaar onweer op 4 juni 2018 werd het hele reservaat herschapen tot een modderpoel waardoor tot ellende van Natuurpunt Bekkevoort jarenlang natuurbeheer op één dag vernietigd werd “door vervuild slib van de hoger gelegen akkers” maar ook door vervuild water uit de overgelopen rioleringen die niet voldoende op de waterzuivering zijn aangesloten. Tegelijkertijd stonden ook in de stad Diest hele straten onder water.

Als natuurbeheerder van graslanden met orchideeën is dat om wanhopig te worden want dat water zit vol met veel te voedselrijke en giftige landbouwresten en met huishoudelijk afval uit de nog niet voldoende aangesloten rioleringen. Maar tegelijkertijd is die beek in het verleden zodanig gekanaliseerd (rechtgetrokken en verdiept) dat ook in de stad Diest straten en kelders blank komen te staan omdat het water niet kan uitvloeien. Blijkbaar is het probleem niet nieuw want ik lees in een aankondiging in juni 2017 bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) dat ze dan al werken hebben uitgevoerd aan de beek en dat ze nog twee extra gecontroleerde overstromingsgebieden gaan aanleggen die begin 2018 moeten klaar zijn.

Ik ben het allemaal al eens ter plaatse gaan bekijken. Als ik het goed begrijp komt het er op neer dat men op de splitsing tussen de Begijnenbeek en de Leugenbeek ten zuiden van Diest en ten noorden van het natuurreservaat het water wil verhinderen om rechtstreeks naar de stad te stromen (via de Begijnenbeek west van de Kloosterberg) maar het wil afleiden naar het natuurgebied Webbekom (via de Leugebeek oost van de Kloosterberg).

Op de kaart zie je op die splitsing aan het eind van de Neerveldweg (grondgebied gemeente Diest) een ‘verdeelcentrum’ met de naam K7. Om een en ander op een ecologisch verantwoorde manier aan te pakken worden niet alleen schuiven en dijken aangelegd maar ook de oude loop van de Begijnenbeek in ere hersteld door die minder diep te maken en er opnieuw bochten in aan te leggen.

We zijn nu 2021 en of al die werken al voltooid zijn weet ik niet zeker. Ik lees bij VMM dat “de goede ecologische toestand van de waterloop ten laatste in 2027 moet worden gehaald”. Alleszins zijn er blijkbaar sinds 2018 geen overstromingen meer geweest.maar tegelijkertijd lees ik dat we “door de klimaatverandering … allicht … moeten leren accepteren dat wateroverlast op bepaalde momenten onvermijdelijk zal zijn”.

Begin juli 2021 stonden veel straten in Vlaams- en Waals Brabant weer onder modderwater maar of Diest ook getroffen is heb ik niet gezien. In elk gevam; plan je huis of bedrijf maar niet in overstromingsgebied zou ik zeggen. De overstroomde wijk in Diest was eind vorige eeuw nog een waterbergend moerasdeel van de vallei dus wie daar gebouwd heeft oogst de moeilijkheden die in die tijd gezaaid werden. Daar komt bij dat als gevolg van de klimaatverandering de heftigheid van zulke onweders eerder zal toe- dan afnemen.afgewisseld door lange perioden van overmatige droogte wat al evenmin goed is voor de natuur en de levende wezens die het daarvan moeten hebben. 

 Voor het natuurbeheer zoals in het Papenbroek is het uiteraard van vitaal belang dat de agrarische en rioleringsvervuiling worden aangepakt maar blijkbaar is vooral het eerste nog altijd erg problematisch. Die doos van Pandora doe ik een andere keer nog wel open.

Op foto’s van Natuurpunt-Bekkevoort gezien zie je de tot aan de rand gevulde Begijnenbeek die hier en daar al aan het overlopen is maar uiteindelijk zijn de beheerder er met de schrik afgekomen en is een ramp deze keer uitgebleven.

Conservator Fredric Gabrys meldt dat hij denkt “dat 2018 voorlopig de laatste keer was met modder en massa water in het papenbroek. Bepaalde delen zie je dit nog met veel brandnetel en distels maar dit beperkt zich grotendeels tot het eerste perceel vanaf de Zandstraat. De overige percelen zijn nog ok, weliswaar betekenen die overstromingen met voedselrijk water en slib weer dat we een 10 jaar terug in de tijd worden geslingerd met beheren, dus terug verder verschralen. De percelen verder ten zuiden, ten zuiden van de Gele gracht blijven normaal altijd gespaard van overstromingen. Behalve die keer in sep 1998”. 

De kanttekening is dat het niet zeker is of de beheerders gewoon geluk hebben gehad of dat dit het positief resultaat is van de waterbeheersingsmaatregelen die de Vlaamse Milieu Maatschappij de afgelopen jaren heeft genomen om overstromingen te vermijden door de ecologie van de waterloop te verbeteren en door het water te verhinderen in grote massa’s naar de meest zuidelijke woonwijk van de stad Diest te stromen door het af te leiden naar het natuurgebied Webbekom.

 Op mijn vraag naar de toestand in ‘zijn’ gebied antwoordt beheerder Bert  Vandebosch: “Nu eerder geluk gehad…Te veel water hou je toch nooit tegen. Je kan er wel voor zorgen dat het zo proper mogelijk is en dan is er nog heel veel werk aan de Begijnenbeek en omliggend landschap….. er zijn zeer nuttige werken geweest maar dat ligt stroomafwaarts van het Papenbroek en heeft dus beperkte impact voor ons. Maar water vind ik niet zo erg zolang er geen sediment en mest van de akkers en rioolwater bij zit. In samenwerking met VMM hoopt men in de toekomst wel terug meanders te herstellen in het Papenbroek om nog meer water te bergen en langzaamaan wordt de vuilvracht van de beek gehaald. Ook stroomopwaarts ter hoogte van het industriepark wordt de vallei gedeeltelijk terug afgegraven en gesaneerd.” 

Na al de wateroverlastfoto’s van de laatste tijd ben ik meer dan benieuwd hoe het staat met de tegenmaatregelen op onze waterlopen en – gebruik makend van de gelegenheid –  ben ik maar eens een kijkje gaan nemen aan dat eerder in deze reportage genoemde ‘verdeelpunt K7’ ten noorden van het Papenbroek op de plek waar de Leugebeek zich van de Begijnenbeek afsplitst en ten oosten van de Kloosterheuvel richting natuurgebied Webbekom gaat. Ik toon je enkele foto’s van dit bouwwerk, mooi vind ik het niet maar nuttig is het wel denk ik. 

Dankzij K7 is de vallei van de Begijnenbeek en de Leugebeek tussen het Papenbroek in Bekkevoort en de woonwijk van Poelst in Diest bij het wolkbreuken van deze week niet onder water komen te staan. 

Je kan zien dat het water nog een flink stuk hoger heeft gestaan maar dat het binnen de bedding van beide beken en ook van die van de Gele Gracht gebleven is (die naam staat niet meer op de kaart van nu). Door het ophalen of neerlaten van de stuwen aan het verdeelcentrum wordt met de hulp van de elektriciteit van de torenhoge windmolens in de omgeving de waterstand in de beken geregeld. 

Op dit ogenblik staat het water stroomafwaarts in de Begijnenbeek west een stuk hoger dan dat in de Leugebeek naar het oosten. Maar de hoogte van de stuw bepaalt ook het peil van het water stroomopwaarts en met dat niveau is de beek tot een meter onder de rand gevuld maar het zou dus nog hoger kunnen.

De brede waterplas is wel een enorm verschil met het diepliggende gootje van een paar dagen geleden van voor het onweer waarin nauwelijks enig stroompje te zien was. De oever is flink drassig maar met rubberbotten kom je er goed langs. Voor wandelaars zijn er zelfs knooppunten voorzien en bij een bosje kom je een bord tegen dat je waarschuwt tegen buizerds. De stad meldt zich door een reusachtige Carrefour supermarkt aan de Reustraat ter hoogte van de Romblokstraat maar tenzij je daar je boodschappen wilt doen kan je mooi groen verder langs de beek  richting Provinciaal Centrum Halve Maan hoewel je dan wel tussen de huizen terecht komt. 

Wat mij opvalt is dat het water ferm stroomt maar dat de velden niet overmatig veel tekenen vertonen van erosie. Om het slib vast te houden zijn er op veel plaatsen bloemstroken voorzien waarop ik zelfs korenbloemen zie staan. Tot mijn spijt kom je vanaf hier niet langs de beek naar het natuurgebied Papenbroek zelf. Aan het oude Piëta-kapelletje aan de Neerveldstraat gaat er wel een pad maar dat loopt dood op privéweiden en boomgaarden, een beetje eikenbos en heel wat wildernis. Ik vermoed dat in de komende jaren dit landschap ook wel in natuurbeheer zal worden genomen en dat zou ik een goede zaak vinden. Om je heel dat ingewikkelde watersysteem van de Begijnenbeek en Leugenbeek rondom de Kloosterberg ten zuiden van Diest te laten zien heb ik een kaart bijgevoegd gebaseerd op die van Googlemaps. Daar zie je wel dat je als voetganger hier gemakkelijk in moeilijkheden kan komen als de de bruggetjes niet weet zijn. 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135082

Kloosterberg en vallei van Begijnenbeek

+++

https://www.natuurpunt.be/afdelingen/natuurpunt-bekkevoort

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Blauwgrasland

+++

https://www.hln.be/bekkevoort/zware-ravage-in-papenbroek~a422a074/

+++

Juni 2017 – Overstromingsgebieden en beekherstel voor de …

https://www.integraalwaterbeleid.be › in-de-kijker › ov…

+++

https://www.robtv.be/nieuws/overstromingen-in-wijk-van-poels-in-diest-voorgoed-verleden-tijd-79230

+++

Bijkomende maatregelen aan Begijnenbeek en Leugebeek …

https://holahageland.net › 2019/12/04 › bijkomende-m…

trefwoorden: Bekkevoort, Assent, Begijnenbeek, Leugebeek, Diest, Papenbroek, Natuurpunt, blauwgrasland, natuurbeheer, wateroverlast,

Advertentie

OP VERKENNING IN DASSENAARDE-ASDONK

Diest – natuurgebied Dassenaarde – in de vallei van het Zwart Water

Het natuurgebied Dassenaarde tussen Averbode, Diest en Tessenderlo  is een van de grotere gebieden die beheerd worden door Natuurpunt. In de folder van Natuurpunt-Diest lees je dat je er kan gaan wandelen via uitgezette wandelingen of via de knooppunten en dat de naam herinnert aan de dassen die er tot eind van de jaren vijftig hun burchten houden. De das is nog niet terug maar tijdens de wandeling in dit landschap zou ik denken dat we dankzij het huidige natuurbeheer dit dier wel opnieuw mogen verwachten en in elk geval staat hij al afgebeeld op de totem aan de ingang van het natuurgebied aan de Asdonkstraat 15, 3294 Diest bij het in 2017 geopende onthaal en jongerencentrum, plaatselijk alom bekend als de ‘Speelpleinwerking Dassenaarde’. Een ander goed vertrekpunt is de Kiewithoeve, Goor 12, 3980 Tessenderlo.

Alle seizoenen maar blijkbaar vooral de herfst zijn goed om dit prachtige gebied met een afwisseling van natte vallei-weiden en droge beboste heuvelruggen te bezoeken want naast een overvloed van planten en dieren passeer je ook heel wat cultuur-historisch erfgoed zoals oefenloopgraven uit de eerste wereldoorlog, een natuurboerderij met de merkwaardige middeleeuwse naam Bolhuis en het 18de eeuwse kasteeltje Groot-Asdonk gelegen in een park in Engelse landschapsstijl aan de rand van het Prinsenbos.

Diest – natuurgebied Dassenaarde – Asdonkstraat 15, Diest – de ingang

De onvoorbereide bezoeker kan even moeite hebben om de juiste afspraakplaats en ingang te vinden want op de kaart wordt de benaming ‘Asdonkstraat’ gebruikt voor een hele reeks van wegen en veldwegen en wie onvoorbereid googelt naar de Asdonkstraat 15 komt gemakkelijk uit op een adres in Tessenderlo een beetje verder naar het oosten dan hetzelfde adres in Diest. Als je geen goede (knooppunten)kaart en richtingsgevoel hebt geeft het ook verwarring tijdens je verkenningstocht. Het gebied ligt op de historische en huidige grens tussen (Vlaams) Brabant en Limburg en de Asdonk is blijkbaar geen donk maar een deel van de meest noordelijke 30 tot 35 meter hoge getuigenheuvel van het Hagenland.

De aan de westkant er naast gelegen Ekelenberg gaat tot 40 meter en aan de overkant van de vallei staat de Blaasberg boven de Demer op een hoogte van 50 meter. In de Romeinse tijd tot in de vijfde eeuw was het een tolpost aan het begin van de ‘Kempenroute’ tussen Diest en Bakel en ik vermoed dat het naamsdeel ‘as’ (een Romeinse munstuk) daaraan te danken is. Aan de zuidkant daalt die heuvel steil af naar de vallei van het Zwart Water dat westwaarts verder stroomt naar de Hulpe en dan naar de Demer. Stroomopwaarts komen aan de oostkant  de Grotebeek en de Kleinebeek op het Zwart Water uit. Op dit punt ben je officieel aan de westkant van de Vallei van de Drie Beken.

Diest – Dassenaarde – het Zwart Water aan de voet van de Asdonk – was hier al een tolbrug in de Romeinse tijd?

Die naam is een beetje verwarrend want dat gaat over de Grote Beek, de Kleine Beek en Middelste Beek en dus niet het Zwart Water. Maar de Middelste beek is eigenlijk de bovenloop van de Kleine Beek.

Pak de kaart er even bij en dan zie je dat het natuurgebied  op de grens tussen Vlaams-Brabant en Limburg ligt en begrensd wordt door het dorp Engsbergen in het noorden, Molenstede in het zuidwesten en Diest en Schaffen in het zuidoosten. Naar het noorden kom je via Tessenderlo in de Kempen, naar het zuiden zit je in het Hageland. De Asdonk is geologisch en landschappelijk gezien geen donk maar een getuigenheuvel zeggen mijn bronnen er losjesweg bij zonder verdere toelichting. Ik reken op de specialisten om me te corrigeren in mijn hierna volgende kort-door-de-bocht uitleg van wat ik begrepen heb over het verschil tussen beiden en het belang daarvan.

In onze streken is een donk een heuvel  ontstaan in het laatste gedeelte van de ijstijden zo’n 15.000 jaar geleden. Vanwege het poolklimaat was er in die tijd weinig begroeiing en stonden de rivieren in de winter droog door de vorst. Daardoor had de wind vrij spel om duinen van opgewaaid zand op te blazen aan de lijzijde van een rivierbedding. In later tijd werd de bedding opgevuld met andere door het water meegesleurde materialen en – zeker in de meanders – ook met moerassig laagveen. De donken bleven uitsteken en werden dikwijls al vroeg bebouwd. Natuurpunt beheert langs Dijle en Demer een aantal van die moerasgebieden.

Diest – Dassenaarde – koeien in de weide rond het Bolhuis

Een getuigenheuvel of Diestiaanheuvel is iets totaal anders, veel en veel ouder en van een andere samenstelling. Vlaamse getuigenheuvels zijn ontstaan tijdens het geologische tijdperk Mioceen, zo’n 23 tot 5 miljoen jaar geleden. In die tijd kwam met de stijging van de Alpen ook in ons land de bodem omhoog waardoor de banken van zand en ijzerzandsteen uit de (Diestiaanse) zee boven water kwamen te liggen. In de loop der tijden spoelde het zachte zand met de Dijle, Demer en andere rivieren tussen de harde ijzerzandsteenknollen uit en zo ontstond het Hageland. In de rivierdalen vormden zich in de tijd al dan niet moerassige zandlemige graslanden, later dikwijls ontgonnen tot vruchtbare akkers. Maar de ijzerzandsteen bleef zichtbaar als een echte steile rand langs de vallei.

De Asdonk is zo’n steilrand(je). In geologische termen wordt dit een ‘cuesta’ genoemd en in mensentermen heet dat ‘tafelberg’, een term die we allemaal kennen vanuit het Zuid-afrikaanse Kaapstad. Vanaf de Klappijstraat aan het Zwart Water en de Grote en Kleine beek zie je die rand overduidelijk liggen, zeker als je weet dat het hoogteverschil slechts een meter of tien bedraagt en je niet kijkt op een hoge rotswand maar op een glooiende helling.

De bochtige greppeltjes bovenop de Dassenaardeheuvel in het natuurgebied Dassenaarde in Diest vallen nauwelijks op in de natuur en zijn blijkbaar vooral aantrekkelijk voor mountainbikers. Dat is erg jammer want ze behoren wel degelijk tot ons nationaal oorlogserfgoed. In het erfgoeddossier lees ik dat ze door de Duitse troepen als loopgraven in de harde ijzerzandsteen aangelegd (uitgehakt) zijn bij de komst van de Fliegerbeobachter Schule West naar het in de vallei gelegen vliegveld van Schaffen in 1917.

Diest – Dassenaarde – Dassenaarde Heuvel – het hoogste punt van de Asdonk – door de mens gebruikt voor militaire doeleinden

Duitse piloten werden daar opgeleid in het herkennen van militaire infrastructuur vanuit de lucht. Het zijn dus ‘oefenloopgraven’ en ze zijn nooit echt aangevallen. Om die reden is de hoekige en bochtige structuur nog enigszins te herkennen. Die hoeken dienden om impact van exploderende bommen en handgranaten in de loopgraven te verminderen. Midden in de structuur moet nog een cirkelvormig platform staan dat mogelijk diende om luchtafweergeschut op te stellen en er zijn nog wat grote gegraven cirkels maar dat alles is moeilijk om nog te zien. Er moet ook nog een ondergrondse schuilplaats zijn maar die is onvindbaar afgesloten en wordt nergens voor gebruikt wat een beetje jammer is in de tijd dat zulke plekken worden herbestemd als overwinteringsplaats voor vleermuizen.

De totale omvang is groter en ingewikkelder dan je zo zou denken, de lengte van de loopgraaf is 150 m. en de diepte moet oorspronkelijk 1,80m geweest zijn. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de helling nog niet volledig bebost en hadden de soldaten zicht op Schaffen. Naar aanleiding van de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2014 werd enig archeologisch onderzoek verricht en de beboste zone rond de loopgraaf gekapt om ze beter zichtbaar te maken. Bij die gelegenheid werden ook twee zichtassen vanuit de loopgraaf op de omgeving opengemaakt: op de zuidwestelijke flank van de heuvelrug werd het zicht op de Zwartwaterhoeve gecreëerd en in zuidoostelijke richting is de zichtas op Schaffen vrijgemaakt.

Diest -Dassenaarde – vanuit de vallei van het Zwart Water kijk je over het Bohuis op de bosrand van de Asdonk

Uit het erfgoeddossier maak ik op dat de loopgraven wel als erfgoed beschouwd worden maar officieel niet als monument beschermd zijn. Er staat een infobordje bij maar ik denk dat het in dit geval beter zou zijn om het geheel ook een beetje te restaureren en onderhouden om ze op termijn te behouden, al was het maar door periodiek de bladeren, ander natuurresten en menselijk afval er uit te halen want zoals het er nu bijligt is het nauwelijks meer herkenbaar. Vanuit de lucht zie je er in elk geval niets meer van. Om de vorm te laten zien heb ik aan de afbeeldingen de plattegrond uit het erfgoeddossier toegevoegd.

Natuurboerderij het Bolhuis is het centrale punt in het natuurgebied. De privé-bioboerderij van Kurt Sannen en zijn gezin vervult een belangrijke rol bij het beheer en de dieren die je ziet grazen worden hier in de winter op stal gehouden als dat nodig is. Op de Ferrariskaart van 1777 zie je dat er in die tijd nog praktisch geen bebouwing was in de vallei en is er van het Bolhuis ook niets te zien maar hij moet er dan toch al geweest zijn want volgens de archeologen stamt hij uit de late middeleeuwen. Ik zie de hoeve samen met het kapelleke voor de eerste keer overduidelijk op de kaart Vandermaelen van 1845. Het is een typische Kempense langgevelhoeve met funderingen van streekeigen ijzerzandsteen met muren die tot het einde van de 19de eeuw volledig uit leem bestonden. Sindsdien is er baksteen tegenop gebouwd en kan je alleen binnen nog enkele overblijfselen van de lemen muren zien. Als je er meer over wil weten kijk je maar eens op de Bolhuis-website.

Diest – Dassenaarde – het Bolhuis

Over de afkomst van de naam heerst enige geheimzinnigheid maar volgens mij heeft het alles te maken met de term ‘bolwerk’ of versterking tegen vijandelijke aanvallen. Zoals overal in grensgebied was het hier in de oude tijd dikwijls nogal onveilig en moesten de boeren zichzelf en hun vee proberen te beschermen. In de omgeving vind je de Waelenhoeve wat wijst op omwalling en de Schanshoeve. Er was ook hoeve de Mot maar die is niet tot in onze tijd geraakt. In de vallei zijn in en sinds de 80jarige oorlog een aantal verschansingen of schansen aangelegd waarvan de Schans van Dassenaarde vlak langs het Bolhuis liep en in het veld zou je er nog overblijfselen van moeten kunnen zien van bij het infobord dat Natuurpunt er bij geplaatst heeft. Op een luchtfoto zie de contouren van de schans heel duidelijk. Een archeologische nota uit 2016 (ter gelegenheid van geplande infrastructuurwerken nabij de Klappijstraat) bespreekt de schansen tamelijk uitvoerig maar vermeldt de precieze plek niet.

Maar op de kaart Vandermaelen zie je de Dassenaarde-schans zeer duidelijk staan als een met palissaden of wallen afgezet klein perceel waarbinnen in tijd van nood het vee kon worden bijeengedreven. Op diezelfde kaart zie je nog zo’n constructie een beetje verder naar het oosten met de naam Schans Maison de Campagne. Bij opgravingen zijn vondsten gedaan zoals houten palen, vermoedelijk voor een brugje en geldmunten uit die tijd.

Diest – Dassenaarde – vanuit de vallei van het Zwart Water kijk je op de bosrand van de Asdonk en op de schans

Sinds Ferraris is de streek lang opmerkelijk onbewoond gebleven maar op de kaart van nu en op het terrein zie en hoor je de bewoonde wereld toch wel oprukken, vooral vanuit het noordelijke Engsbergen (met een opvallende concentratie in het Prinsenbos) en het aan de westkant gelegen Molenstede. In het zuidoosten heeft aan de Rodestraat het vliegveld van Schaffen een flink deel van de natuur opgeslokt. Aan de Klappijstraat juist ten zuiden van het reservaat van Natuurpunt toont de kaart nog niet zoveel huizen maar vanuit de weiden zie ik er toch heel wat staan waarvan veel nieuwbouw van heel recente datum. Zo te zien is in de komende jaren de grootste bouwdruk te verwachten vanuit Engsbergen en ik lees dat het daarbij vooral gaat om villa’s van rijkere mensen die rustig willen wonen in deze bosrijke streek. Tot nu gaan drukke autowegen zoals de N127 Turnhoutsebaan en de  N174 er omheen.

Uit de literatuur begrijp ik dat door het zanderige en dikwijls erg natte karakter van de bodem het gebied niet van aard was om massaal mensen aan te trekken en dat de gronden in het verleden tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw vooral gebruikt werden als weides en hooilanden, of kleine akkertjes op ontgonnen drogere heidevelden waarbij de nabij gelegen Abdij van Averbode ook een belangrijke rol speelde voor de visvangst in de vele vennen waarvan er nu nog slechts enkele over zijn. Toch hebben archeologen op de hogere gedeelten vondsten (grafvelden) gedaan uit het stenen tijdperk, de latere metaaltijden en nederzettingsresten uit de vroege middeleeuwen.

Diest – Dassenaarde – zicht op de vallei vanuit het Bolhuiskapelletjelletje op de Asdonk

De Romeinen gebruikten de Asdonk als tolpost en die werd tot in de 11de eeuw overgenomen door ridders in de tijd dat de Karolingische hofmeiers hierlangs reisden. Die ridders werden ook aangetrokken door de vele drinkwaterbronnen in dit gebied. Rond 1300 proberen Diestse aristocraten op de hellingen wijn te verbouwen maar die poging wordt in 1500 gestaakt wegens de tegenwerking van de natuur maar ik denk ook vanwege het onveilige karakter van deze natuurlijke grens tussen de elkaar niet goed gezinde Hertog van Brabant, de Graven van Loon en het Prinsbisdom Luik en later het begin van 80jarige oorlog.

In 1499 komt Diest samen met de Asdonk in het bezit van Graaf Engelbrecht II van Nassau en dat zal zo blijven tot het einde van de 18de eeuw. Het domein, in de omgeving van de Dassenberg, heet nog steeds Prinsenbos. Op de Ferrariskaart van 1777 is het aangeduid als  een uitgestrekt gebied met bossen, natte en droge heide, weiden, hooilanden en vennen met hier en daar brede dreven beplant met eiken of beuken, met tussenliggende akkers.

Het ontginningsproces komt echt op gang met Arnold Cox die in 1753 zo’n 80 hectare van het gebied opkoopt aan de kant van de Brabantse Hoek op de grens met Limburg. Cox was drossaard van Diest, stammend uit een aanzienlijk Maaslands geslacht.

Zijn nakomelingen, de familie van den Hove, de huidige eigenaars, stammen van hem af.

Diest – Dassenaarde Groot Asdonk – het landhuis met hoeve

Op die hoek (aan de oostkant) staat een kasteeltje met de naam Groot-Asdonk. Het werd in 1760 gebouwd als hoeve en in het begin van de 19de eeuw vergroot tot ‘huis van plaisantie’ (een buitenhuis).

Tussen 1806 en 1810 werd door Guillaume-François van den Hove om het landhuis op een oude rechthoekige kleiwinning een park in Engels-Chinese landschapsstijl van 6 ha aangelegd, een “verrukkelijk labyrint van eilandjes, landtongen, kanaaltjes, heuveltjes, uitbundig slingerende paden tussen bemoste walletjes, rododendronmassieven en enkele zeldzame soorten eik”. Op de NGI-kaart van 1939 zie je het ‘Engels Hof’ in volle glorie. Op die kaart zie je ook de rij imposante zomereiken die op de dreef tussen het gebouw en het park de grens markeren tussen de huidige provincies (Vlaams-) Brabant en Limburg en die zo oud kunnen zijn als de kasteelhoeve.

In het erfgoeddossier vind je een uitgebreide beschrijving van de gebouwen en het park waarbij gezegd wordt dat de meeste versieringen er niet meer zijn maar dat er wel een aantal bijzondere bomen staan. Het kasteelterrein en het park zijn niet afgesloten en dankzij een vriendelijke bezoeker kwam ik er achter dat de centrale dreef vrij toegankelijk.  Maar als privéwoning lokt het niet om er zomaar rond te wandelen en het Engels Hof zelf is wel verboden toegang. Vanaf de Asdonkstraat valt op dat de vijvers zowat helemaal droog liggen maar wat de reden daarvan is heb ik nog niet kunnen achterhalen. Het park is nu meer een aan zichzelf overgelaten bos dan een lusttuin. Het omliggende domein is aan de Limburgse kant (het noorden) grotendeels verkaveld maar aan de kant van Brabant (het zuiden) bijna helemaal openbaar natuurgebied geworden. Aan de Asdonkstraat staat een klein AVM kapelletje dat bekend is als afspraakplaats voor verliefden.

Diest – Dassenaarde – Asdonkstraat ter hoogte van kasteeldomein Groot Asdonk – Maria kapelletje

Dankzij vriendelijke voorbijgangers weet ik ondertussen dat de dreef van oude eiken op de bovengenoemde grens wel degelijk publiek toegankelijk is. Het landhuis is wat minder groot dan in mijn verbeelding maar het is wel een heel mooi gebouw om in te wonen denk ik. Ik hoor dat het pas weer onlangs bewoond is na een periode van leegstand en dat de nieuwe bewoners, het echtpaar Norbert Van Den Hove D’Ertsenryck nog altijd telgen van dezelfde familie zijn als in het verleden.

Het park ligt aan de andere kant van een bruggetje waarop met grote letters ‘privé-bezit – verboden toegang’ staat. Dat er geen tempeltje meer is had ik al gelezen. Rododendrons zijn nog wel te zien en ik neem aan dat de bijzondere bomen uit het erfgoeddossier zoals Rode Beuk, Amberboom, Tulpenboom, Weymouthden, Corsicaanse den, Levensboom, Zilveresdoorn en verschillende soorten eiken er ook nog staan maar tussen de wildernis kan ik ze niet onderscheiden. Langs de Eikendreef met twee rijen bomen aan beide kanten zijn veel van de eiken al gesneuveld want er staan veel beuken tussen en enkele volwassen Hollandse lindes. Aan het landhuis zelf staan de zomereiken nog wel heel mooi formidabel overeind. In enkele van de vijvers in de omgeving van het landhuis staat nog een beetje water maar blijkbaar is het peil al decennia lang dramatisch laag. Of er plannen zijn om dit stukje erfgoed op een of andere manier te herwaarderen weet ik niet. Maar met de ervaring in het kasteeldomein van Meldert (bij Hoegaarden) is er misschien voor Natuurpunt wel een uitdaging om er iets moois van te maken.

Dassenaarde Groot-Asdonk – het Engels Hof – NGI-kaart 1939

De hoeve die tegen het landhuis aan staat is altijd bewoond gebleven en was tot voor kort ook nog een echte boerderij. Ik heb begrepen dat hij binnenkort ook mooi gerestaureerd zal worden door het echtpaar dat er nu de eigenaar van is.

De onvoorbereide bezoeker geeft er zich best rekenschap van dat de grens die je hier oversteekt tegenwoordig wel heel vreedzaam is maar een beetje verwarrend. De Asdonkstraat ligt hier dus op het grondgebied van Engsbergen/Tessenderloo en even niet meer op dat van Diest/Molenstede en als je GPS dat niet weet sta je misschien wel op de verkeerde plek. Zo erg is dat niet want het bos is hier heel erg mooi en groot en met de kaart in de hand kan je er de hele dag op verkenning.

Ten noorden van de Asdonkstraat is alles verkaveld maar aan de zuidkant sta je midden in het topnatuurgebied. Ik lees dat het beheer hiervan in handen is van de Vlaamse overheid, dus van het Agentschap voor Bos en Natuur (ANB) maar uit infoborden die hier en daar staan begrijp ik dat delen ervan door Natuurpunt beheerd worden. Aan eiken bij het Engels Hof hangt een NP-bord ‘niet storen – niet betreden’ en op een hoek lijkt Natuurpunt aan het werk te zijn in en aan een droge parkgracht. Aan de straat hangt een bord “verboden jacht” dus jagers zul je hier niet tegenkomen (hoop ik). Hier gaat de tocht langs grote weiden en hooilanden met paarden, schapen en een enkele koe. Aan het einde van de Asdonkstraat ga je onder een hoogspanningskabel door en kom je aan het Goor bij de Kiewithoeve (niet te verwarren met de veel verder naar het oosten gelegen Kievithoeve aan de Meilrijk).

Op de website lees ik dat de gerestaureerde hofstee dateert van 1922 en vroeger een manege herbergde. Sindsdien is de hoeve omgebouwd tot een brasserie-restaurant.  In de winter kom je weinig volk tegen maar in de zomer is het vast heel druk. Toch denk ik dat er nog hoeve-activiteiten zijn maar misschien horen die wel bij de er vlak achter gelegen Hoeve Het Goor.

Diest Dassenaarde-Asdonk – de Kiewithoeve

Of Kiewit een plaatselijke benoeming is van Kievit weet ik niet maar het uitgestrekte weidelandschap met houtkanten rond de hoeve is wel typisch voor deze vogels. In elk geval is dit een ideale plek om deze kant van Dassenaarde/Groot-Asdonk te verkennen. Rond en ten westen van de hoeve zie ik op de kaart nog een heel aantal plekken met boeiende namen zoals de Prinsendreef, (Goor)loop, Huffelkensbeek en Bottesvijver. Op het terrein heb ik wat moeite om de waterlopen te benoemen want zowat alle weilanden zijn omgeven door greppels of diepe ferm geruimde grachten waarin het weinige water dat er in staat wel lijkt af te stromen naar het zuiden richting Grote Beek en Zwart Water. Op weg vanuit de Prinsendreef naar de Bottesvijver kom ik langs enkele grote heidevelden die kennelijk beheerd worden door het ANB want alleen met grote machines kan je daar zo’n gemillimeterde fantasieloze vlakte van maken, een echt heidegazon goed om er de golfsport op te beoefenen.  Maar een jaar later piepen de jonge berken er al weer doorheen. Ik hou van groepjes berken in een heideveld en een leuk stel schapen. We zijn in Diest en de prins van de Prinsendreef verwijst voor een keer niet naar de Prins de Merode maar naar Prins Willem van Oranje. Op enkele plaatsen kom je ook nog gebouwtjes tegen die ooit hoevetjes waren maar nu als woning of buitenverblijf dienen. Een lezer wijst er op dat er een probleem van zonevreemdheid en bouwen-zonder-vergunning is in het gebied en blijkbaar is dit vooral het geval ten zuiden van de vallei aan de kant van Schaffen.

Diest – Dassenaarde Asdonk – heidebeheer door het ANB

De Huffelkensbeek tussen de Kiewithoeve en het Bolhuis heb ik wel kunnnen vinden maar met de Bottesvijver had ik wat meer moeilijkheden. Het grote ven juist ten zuiden van de Asdonkstraat is bij nader inzien meer een ondergelopen weiland dan een echte vijver. De naam ‘Botte’ komt kennelijk in de streek wel voor maar meer heb ik daarover nog niet kunnen vinden. De vijver met die naam zie ik op de Kaart Vandermaelen van 1846 en die van Popp van 1842 juist ten noorden van de Asdonkstraat en dan staat er duidelijk nog water in. Op de kaarten staan iets naar het westen ook nog de Witte vijver en de Eendevijver aangegeven maar veel water lijkt daar dan al niet meer te zijn. Aan deze vijvers herinneren nu alleen nog de namen ‘Witte Weyerstraat’ en ‘Eendewyer’ Voetweg 164. Voetweg 135 Bottes Vijver – die men dus beter Bottes Weyer had genoemd – loopt tussen de vroegere Witte Vijver en de verdwenen Bottesvijver door. De dijkstructuren die je hier ziet zijn blijkbaar niet van de vroegere vijver maar een overblijfsel van het laatste Molensteedse zandduin, de zogenaamde ‘zandberg’ van Molenstede’ dat einde jaren zestig afgegraven is ten koste van een grote kolonie zwaluwen in de hoge zandwand.

Tussen de bomen verscholen staat ook een mooi huis maar dat komt pas voor op de topografische kaart van 1969. De vlonderpaden herinneren de bezoeker er aan dat de ondergrond hier dus nog wel steeds nat en drassig is. Het erfgoeddossier vertelt dat de vijvers en vennen aan deze kant op de heuvelachtige flank van de vallei in het verleden veelal eigendom waren van de Abdij van Averbode en in de natte heide werden gegraven en ingericht voor de visvangst omdat de abdij “die omwille van de door de kerk voorgeschreven visdagen veel vis consumeerde”.

Diest – Dassenaarde – dit is dus niet de Bottes vijver maar een ondergelopen heideveld met schapen

In de 19de eeuw verdwenen ze ten voordele van de landbouw of werden opgevuld. Het huidige natuurbeheer waarbij Natuurpunt de traditionele hooilanden en heidevelden met maaien en nabegrazing met schapen in stand houdt draagt bij tot de capaciteit van de vallei om water vast te houden en dat is wel belangrijk om de huizen in de omgeving te vrijwaren. Waar er in dit  natte broekgebied populieren stonden zijn die weggehaald en worden de oorspronkelijke bosjes van zwarte elzen hersteld. Op een infobord aan de Asdonkstraat lees ik dat je op de natte plekken allerlei zeldzaam geworden waterplanten aantreft zoals drijvende waterweegbree, waterlepeltje, kikkerbeet en waterviolier maar daarvoor zal ik in het voorjaar moeten terugkomen.

Tot slot zoom ik even in op het beheer van Natuurpunt Diest in hun natuurgebied. In april 2002 wordt het voor de eerst erkend als ‘natuurreservaat E-250 Dassenaarde’ voor een oppervlakte van zo’n 30 ha, twee jaar later wordt nog eens zo’n 10 ha erkend en begin 2018 volgt opnieuw een aanvraag tot uitbreiding maar hoe het daar mee staat weet ik niet precies. Uit de folder begrijp ik dat de afdeling nu zo’n 60 ha in beheer heeft. In het gebied treft de bezoeker een hele reeks infoborden aan en wat het beheer betreft vat ik even kort samen wat ze er zelf over zeggen:  in de vochtige venige broekdelen worden de hooilanden met houtkanten van Zwarte els en Zomereik hersteld.

Diest – Dassenaarde – Natuurpunt Diest legt een heideschraal grasland aan

Dat betekent dat de recente populierenaanplantingen plaats moeten maken opdat de dotterbloemen opnieuw kunnen groeien en bloeien. Het vergroten van de mogelijkheden om in de bodem water vast te houden is een absolute prioriteit. Poelen en greppels worden zo zuiver mogelijk gehouden. Op de drogere zandgronden worden de heide ook weer opengemaakt om meer licht te krijgen en de natuurlijke eiken-berkenbosjes hersteld. Tenminste één soortenarm bos is omgevormd tot een schraalgrasland met soorten zoals struikheide, bosbes, schapenzuring, brem, vogelpootje en zandblauwtje. Rond de open plekken worden brede houtkanten van inheemse struiken en bomen aangelegd en een oude meidoornhaag hersteld zodat deze opnieuw kan dienen als veekering. Oude zomereiken worden behouden maar Amerikaanse eiken worden geleidelijk verwijderd. Amerikaanse vogelkers wordt bestreden. Het maaibeheer mikt op alle gronden op verschraling van de bodem en om die reden zie je ook veel schapen. Om al die planten en bijbehorende dieren te zien moet ik het voorjaar terugkomen denk ik. De winter is de tijd voor de grote werken en een daarvan is van heel recente datum: sinds vorig weekend is tijdens de ‘dag van de natuur’ met een menigte van enthousiaste vrijwilligers een perceel gemengd bos met Zwarte Elzen, Berk, Zomereik, Grauwe Abeel en Es  van minstens 1625 bomen vlak bij de beek aangeplant. Deze aanplant kon volgen na de voltooiing van een groot opgezet ruimingsprogramma om de beek weer proper te maken.  Het heeft de naam meegekregen van ‘Twee-bekenbos’ omdat het gelegen is aan de samenvloeing waar de Grote en de Kleine beek zich verenigen tot het Zwart Water. Met deze hoopvolle bebossingsactie sluit ik deze eerste verkenningsreeks over het natuurgebied Dassenaarde/Groot Asdonk af maar ik ga er zeker nog terugkomen. Met dank aan Natuurpunt Diest voor alle hulp bij deze reportage!

Dassenaarde – kaart Natuurpunt

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/dassenaarde#edit-replace-wrapper

https://www.facebook.com/groups/110718735616709/ (natuurpunt Diest)

https://www.facebook.com/groups/267247303425535/ (natuurpunt Dassenaarde)

DST3028 – Loket | Onroerend Erfgoed

https://loket.onroerenderfgoed.be › notas › archeologienotas › bijlagen

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/134484 (hoeve Groot-Asdonk)

Diest – Dassenaarde – de natuur wordt niet alleen beheerd met schapen maar ook met paarden

Groot Asdonk met “Engelsen Hof” | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be › nieuws › groot-asdonk-met-engelsen-hof-201…

http://www.verasdonck.nl/Introduction/kleine foto’s/Asdonk te Diest.pdf:

https:www.kiewithoeve.be

http:/www.bolhuis.be/

https://sites.google.com/site/schansenbrabant/home

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/301862

link om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Diest – Dassenaarde – rond het Bolhuis – zin in een ezeltocht?

Trefwoorden: diest, dassenaarde, asdonk, natuurpunt, natuurgebied, natuurreservaat, erfgoed, geschiedenis, kiewit, loopgraven, bolhuis, zwart water, vallei van de drie beken, hageland, van den hove

DIEST – DE VESTINGSTAD MET WALLEN, EEN CITADEL EN VEEL NATUUR

Diest – vestingwerken – kaart NGI 1873
Diest – citadel – let op de schietgaten

Diest is al heel lang een met wallen omringde stad. Strategisch gelegen langs de bevaarbare Demer, de handelsweg tussen Brugge en Keulen en een aantal andere wegen kent de stad een enorme bloei in de Middeleeuwen als een van de belangrijkste steden van het hertogdom Brabant. Al in 1360 is Diest helemaal omringd met aarden wallen met 8 stadspoorten en 30 ijzerzandstenen verdedigingstorens. Na een periode van goed onderhoud en uitbreiding wordt het systeem in 1705 door de Fransen gedeeltelijk gesloopt en in 1782 besluit Keizer Jozef II dat het geheel moet worden ontmanteld. Desondanks blijft een groot gedeelte van de middeleeuwse omwalling tot in de 19de eeuw bewaard. Maar tussen het einde van de 18de en het einde van de 19de eeuw onderneemt de nieuwe Belgische staat grootscheepse pogingen om Diest opnieuw tot een oninneembare vestingstad te maken. De reden voor deze merkwaardige herwaardering is dat op 2 augustus 1831 Koning Willem van Oranje een ultieme poging doet om ons land te veroveren. De Tiendaagse Veldtocht loopt voor hem op een mislukking uit maar het maakt de Belgische militaire overheid duidelijk dat een vastberaden aanval vanuit het noorden door de Kempen moeilijk tegen te houden is. Tijdens die veldtocht wordt Diest door de Nederlanders bezet en alleen een Franse tussenkomst kan erger verijdelen.  Er wordt een systeem van forten gepland op de lijn tussen Schelde en Maas en daarbij wordt Diest omwille van zijn strategische ligging uitgebouwd als een echte vestingstad. Op 14 mei 1835 worden de werken voor Diest, geraamd op 3.600.000 frank, door het parlement goedgekeurd. Neem de kaart van 1873 er even bij en dan zie je aan de westkant de citadel liggen en aan de noordzijde het fort Leopold. Rond de hele stad ligt een indrukwekkende cirkel van grachten langs een geheel van wallen en vestingwerken. Deze cirkel wordt ‘kernvesting genoemd. In de jaren daarna begint dat patroon te verdwijnen onder de aanleg van wegen en huizen. Op de open street map van nu zie je er met enige moeite alleen nog een stuk van dat bewaard is gebleven tussen de Leopoldsvest (nu de Omer Vanaudenhovelaan) aan de kant van Webbekoms Broek en de Halve Maan, vanaf in het noorden het fort Leopold tot de Begijnenbeek en de Linden-windmolen in het zuiden. In het erfgoeddossier (zie de link) staat de site echter duidelijk afgebeeld.

off Diest – vestingwerken – achter de deur loert het monster

De vestingwallen van Diest – ook wel ‘kernvesting’ genoemd – om ze te onderscheiden van de citadel en het fort Leopold – zien er op oude kaarten uit als een indrukwekkend bouwwerk: een onregelmatige veelhoek met twaalf zijden (fronten) opgetrokken uit dubbele aarden wallen met goed gevulde brede grachten. De totale lengte is 3800m rond de stad en volgt het tracé van de middeleeuwse omwalling. Vijf toegangspoorten met verdedigingswerken leiden naar de binnenstad, de Schaffensepoort, de Antwerpsepoort, de Hasseltsepoort, de Leuvensepoort en de Zichemsepoort. Een tweede vooruitgeschoven verdedigingslinie en een overstromingsgebied moeten beletten dat de wallen en poorten rechtstreeks onder vuur kunnen worden genomen. De Demer, de Zwartebeek en de Koeibeek worden daarvoor gebruikt. In de Sluispoort waar (tot in 1960) de Demer de stad instroomt wordt een ‘waaiersluis’ ingebouwd’ om in geval van nood het Webbekomsbroek in 48 uur helemaal onder water te zetten.

Van diezelfde tijd dateert ook de bouw van de ‘Grote Steunbeer’, de zowat 40m lange schutsluis over de vestinggracht (nu de Nieuwe Demer). Met de bouw wordt begonnen in 1937 en in het erfgoeddossier lees je dat het in die tijd allemaal militaire toptechnologie van de eerste orde was. Als alles in 1844 bijna klaar is blijkt heel het concept al weer achterhaald en een mooi bewijs voor de stelling dat ‘militairen altijd de vorige oorlog voorbereiden’. Een aanval vanuit Nederland zit er niet meer in en uit de andere richting begint een oorlog tussen Frankrijk en Pruisen op te doemen. Erger is ook dat de ontwikkeling van de artillerie niet tegen te houden is: De Frans-Duitse oorlog in 1870/71 toont aan dat kleine versterkte steden zoals Diest het geen drie dagen uithouden tegen het krachtige en doelgerichte geschut met getrokkken loop dat sinds 1860 zijn intrede doet. Tegelijkertijd krijgen de burgerlijke bestuurders van Diest alsmaar meer last van heel dit defensietechnisch systeem dat als een traumatisch keurslijf rond hun stad sluit en alle moderne vooruitgang op het vlak van verkeer, industrie, stadsontwikkeling en stadsuitbreiding in de weg staat. Sinds 1871 gaan in de stad meer en meer stemmen op om gedaan te maken met de militaire site die niet meer wordt onderhouden en waarvan de grachten een vieze stank verspreiden. Het fort Leopold is nauwelijks militair in gebruik genomen, de citadel wordt gedeclasseerd in 1895 en de ontmanteling van de wallen start in 1904 met de afbraak van de Leuvensepoort, gevolgd door de Hasseltsepoort en de stationsomgeving. Dit keurslijf-trauma zal lang de verdere ontwikkelingen bepalen.

Diest – vestingwerken – ik zie zelfs een lindenboom op deze vroegere militaire wal

Op oude foto’s zie je dat de hele verdedigingsgordel overdekt is met bomen en struiken. In de tijd van de aanleg had dat niets te maken met liefde voor de natuur maar alles met het militaire concept. In het erfgoeddossier lees ik dat overeenkomstig een reglement van 18 mei 1852 de verdedigingswerken beplant worden met hoogstamloofbomen, hakhout en hagen. In vredestijd kan al dit hout dienen voor de verkoop en in oorlogstijd voor alles wat de militairen zelf aan hout nodig hadden en dat is in die tijd erg veel.  Maar het moet ook dienen als obstakel tegen de aanvaller en om die reden wordt massa’s meidoorn aangeplant. In de winter van 1855, -56 en -57 worden 5271 eiken, 704 olmen (iepen), 1.584 beuken, 4.100 elzen, 6.800 wilgen en 19.125 meidoorns aangeplant. Op dat ogenblik staat er aan de voet aan de stadszijde van de hoofdwal al een volledige hoogstambeplanting. Nadat de stadswallen hun militaire bestemming verloren werd heel dit vestingbos spontaan door de Diestenaars in gebruik genomen als stadspromenade. En als je vandaag wandelt op het weinige dat van die promenade is overgebleven en je realiseert dat tegenwoordig zo’n bos met veel zorg en liefde in stand gehouden en beheerd wordt, ligt de vraag voor de hand hoe het mogelijk is dat onze grootouders zoveel energie hebben gestoken in de bijna-totale opruiming ervan want dit is wat gebeurd is. Vooral nadat de Diestse bestuurders in 1929 de militaire overheid hebben kunnen overtuigen om het grootste deel van de site aan de stad te verkopen (te ruilen tegen een schilderij om precies te zijn) hebben ze er alles aan gedaan om de wallen af te graven om er van alles mee te doen (wegen, huizen, parkeerplaatsen) zonder enig oog te hebben voor de natuur- of erfgoedwaarde ervan. Wie de details van dit treurige verhaal wil weten leze het erfgoeddossier er maar eens op na. Wat opvalt is dat de ontmanteling van de Diestse vesten door de lokale bestuurders telkens opnieuw hardnekkig maar tevergeefs bestreden is door alle natuur- en erfgoedorganisaties van die tijd. Tot begin jaren 1960 ijverden de Vereniging tot behoud van Natuur- en Stedenschoon en de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen samen met soms prominente Diestenaars in talloze interventies voor het behoud van de Diestse stadswallen. Maar noodgedwongen dienden ze zich telkens neer te leggen bij voldongen feiten.

Diest – vestingwerken – een beetje gehavend

Zo goed als alles wat in 1929 door de staat werd afgestaan aan de stad is sindsdien verdwenen en zo wilde het stadsbestuur dat ook. Dankzij de inbreng van de militaire overheid  – dan de eigenaar van dat traject – in een speciale onderzoekscommissie in 1933 zijn de ‘noordelijke en de noordoostelijke fronten’ om ‘historische redenen’ bewaard gebleven. Maar ik lees in het erfgoeddossier dat dit echter niet wegnam “dat bij de aanleg van de stadsring de basis van de hoofdwal werd afgegraven, de bastions verminkt of genivelleerd zoals tegenover stadion en Begijnhof gebeurde voor de aanleg van parkings. Naast de Sluispoort kwam er een doorbraak voor de tramlijn naar Beringen. De sloop van de Schaffensepoort, die door de Duitsers zwaar was beschadigd, kon slechts in extremis in 1951 door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen worden verhinderd”. De tram is ondertussen alweer verleden tijd. De omgeving van de voormalige Hasseltsepoort wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog omgevormd tot badplaats en daarbij wordt de wal gesloopt hoewel de vorm van de grachten bewaard blijft. Uiteindelijk raakt dit gedeelte van de vestingwerken dan toch in mei 1996 (!) beschermd als erfgoedlandschap, als stadsgezicht en als monument onder de benaming ‘19de eeuwse verdedigingsgordel’. Sindsdien zijn enkele delen in meer of mindere mate gerestaureerd en ziet het er naar uit dat er nog grote plannen op stapel staan. Om je te ter plekke een idee te vormen hoe het er oorspronkelijk uitzag moet je wel veel verbeelding, een kaart en enig inzicht in militaire vestingbouw hebben want ook zonder ooit beschoten te zijn ziet het er behoorlijk gehavend uit en info-borden staan er maar hier en daar en niet op de beste plekken.  Maar het is er wel mooi wandelen en soms ook wel spannend. Sinds 1994 is het gebiedje eigendom van het Vlaams Gewest en grotendeels geïntegreerd in het provinciaal domein Halve Maan. Het natuurbeheer wordt gedaan door het Agentschap voor Bos en Natuur (ANB). Behalve de Halve Maan zelf bestaat de verdedigingsgordel uit een vooruitgeschoven verdedigings-schiereiland (ravelijn) met de Petrolpoort en het Boerenkrijgpleintje; het sluizencompleks met de Saspoort en de Grote Steunbeer (en de Teerlings) en de Schaffensepoort (zie de kaart). De Petrolpoort is gerestaureerd maar jammer genoeg afgesloten uit vrees voor vandalisme.

Diest – Vestingwerken – Schaffensepoort
Diest – NGI-kaart 1904 – Schaffensepoort; Saspoort, Grote Steunbeer, Teerlings; Ravelijn Petrolpoort

De Schaffensepoort in de vestingwallen van Diest is de enige die de verwoesting heeft overleefd, zij het op het nippertje nadat plannen in 1951 om hem te slopen nadat de Duitse troepen tijdens de oorlog hem ernstig hadden beschadigd niet doorgingen vanwege verzet van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. In het erfgoeddossier vind ik er een uitgebreide en lezenswaardige beschrijving van maar een niet ingewijde lezer zou ook goed gediend zijn met een gedetailleerde  tekening om te weten hoe de poort er uitzag, waarvoor alles moest dienen en wat er nog van over is (met inbegrip van een aantal bastions in de omgeving). Bij de foto’s vind je de plattegrond in detail (min of meer) op de NGI-kaart van 1904. Maar ook daar kan je niet zien waar en hoe de kanonnen stonden opgesteld. Uit de beschrijving begrijp ik dat er behalve de poort zelf een heel aantal flankerende verdedigingswerken werden gebouwd zoals kazematten (wikipedia: “een tegen vijandelijk vuur gedekte en van schietgaten voorziene ruimte voor de opstelling van een vuurwapen, aanvankelijk deel uitmakend van een vesting”) en beschermingsmuren (keermuren) maar veel daarvan is nadien afgebroken of nauwelijks meer zichtbaar. In de omgeving van de poort vind je nog open deuren en die geven toegang tot een op het oog doodlopende binnenplaats met ruimtes waaruit ik begrijp dat ze gediend (kunnen) hebben voor de opslag van buskruit of kanonnen. De rotzooi valt nog mee maar uit de graffiti begrijp ik dat het hedendaags gebruik enigszins anders is. Tussen de magazijnen en de poortbatterijen zou er een bomvrije gang moeten zijn maar die heb ik niet gevonden (er zijn ook veel gesloten deuren). De juiste ligging van al deze ruimten en poorten ten opzichte van elkaar is me niet duidelijk en ik ga dat nog eens deftig moeten navragen (aan wie?). De poort is gedeeltelijk gerestaureerd. Hij verbindt echter niets meer want aan de stadskant kijkt hij uit op de binnenring en aan de buitenkant loopt hij droevig dood op de spoorweg. Op oude foto’s zie je dat de poort nog diende als wandel- en fietsverbinding maar die is niet meer functioneel, kennelijk omdat bezoekers nu de voorkeur geven aan de comfortabeler overgang aan de Grote Steunbeer. Er gaan echter nog altijd voetpaden tussen de Schaffensepoort en het sluizencompleks. Maar een verlaten stuk erfgoed en gebrek aan toezicht wekt natuurlijk vandalisme op. Het geheel maakt een beetje een vervallen indruk en is volgens mij dringend toe aan een zinvolle herbestemming. Maar misschien is die ook in de maak? Wie er meer over weet mag het graag zeggen. Hier in de omgeving staan ook nog enkele van de oorspronkelijke beuken en die zijn wel indrukwekkend dik. In de poort kan je nog zien dat de er vroeger een houten ophaalbrug was aan de buitenkant over de Zwarte Beek want de katrollen zitten er nog. De zwaar vernagelde eikenhouten deuren zijn er nog wel. Om reden die ik niet ken is op sommige oudere topografische kaarten van vorige eeuw de poort niet op de juiste plaats weergegeven maar op de open streetmap en op de NGI-kaart van 1904 staat hij er wel goed op.

Diest – Grote Steunbeer – ik ben een kleine maar dappere Grote kwikstaart en zal mijzelf en mijn kleintjes wel verdedigen
Diest – vestingwallen – Petrolpoort en Boerenkrijgpleintje – de achterkant van het zitkanon

Het gedeelte van de vestingwallen in Diest dat tegenwoordig ‘Boerenkrijgpleintje’ heet, is in feite de enig overgebleven ‘ravelijn’ in wat eens een indrukwekkend vestingsysteem was. Op de kaart zie je dat vlak naast het sluizencompleks van de Saspoort en Grote Steunbeer een omwald schiereilandje uitsteekt met vijf hoeken. Het ligt wat lager dan de er achter gelegen hoofdwal en is bereikbaar door een bomvrije poort door die wal. Er stonden kanonnen op om de sluizen te verdedigen en te beletten dat aanvallers daar de rivier zouden oversteken. De poort staat bekend als de ‘Petrolpoort’. In de poort bevinden zich achter zware deuren twee vroegere kruitmagazijnen maar hij dankt zijn naam aan het feit dat er later petroleum werd opgeslagen voor de eerste stadsverlichting. Het pleintje erachter dankt zijn naam aan een spectaculaire ontsnapping op deze plek tijdens de Zuid-Nederlandse boerenopstand van 1798 tegen de Franse bezetting. De poort is mooi gerestaureerd en het pleintje is aangelegd als een natuurgebiedje. De twee kanonnen op de wallen ervan zijn uitgevoerd in ijzerzandsteenkleurig roestbruin Cortenstaal en van ver zichtbaar. Als je er dichtbij komt en goed kijkt zie je dat je er in kan zitten (als je niet bang bent dat het plotseling zou kunnen afgaan want dan kom je in de Demer terecht). Het origineelste element op de site is echter het monumentale generfde blad dat vrijwilligers van Webbekoms Broek in elkaar hebben gezet met resthout. Het is 16 meter breed en vier meter diep maar je moet wel weten dat het een nieuw gemaakte weergave is van het origineel dat enkele jaren geleden door vandalen in brand gestoken is tot er niets van overbleef. Uit bezorgdheid voor vandalisme is de poort sindsdien afgesloten en kan je het parkje alleen bereiken via een paadje vanaf de hoofdwal. Zo te zien aan het lange gras komen er op het ogenblik bijna geen bezoekers en dat is wel jammer want er staat toch een mooi uitgevoerde picknictafel en een heus bijenhotel. Ter overweging: als je er op een gemakkelijke manier wat meer sociale en vreedzame controle over wil hebben is het misschien beter om er een hondenlosloopzone van te maken? Het terrein is daar uitermate geschikt voor en ik denk dat je daar veel hondenbezitters in Diest een groot plezier mee zou doen. En voor de sociale controle op de vestingwallen is er niets beter dan honden en bazen die nu al van ’s morgens héél vroeg tot na ’s avonds in het schemerduister vreedzaam samen op wandel zijn op de vestingwallen denk ik.

Diest – vestingwerken – het loze vissertje in de kanonskelder

Waar de Demer aankomt op de stad bevindt zich de Saspoort (ook Sluispoort of Demerpoort genoemd). Op de Ferrariskaart van 1770 zie je de rivier op de dan nog middeleeuwse  wal aankomen dus er is dan al zeker een poort. Bij de bouw van de 19de eeuwse verdedigingsgordel maken de militairen er een echte waterpoort van die geopend en gesloten kan worden met een voor ons land unieke ‘waaiersluis’, dat is een systeem met twee deuren dat zo gebouwd is dat het tegen de stroming in gesloten kan worden. Daarmee kan men van dan af de waterstand van de Demer in de binnenstad regelen maar ook Webbekoms broek binnen 48 uur onder water zetten (door ook de schutsluis van de Grote Steunbeer te sluiten). Het systeem gaat in 1960 verloren doordat met een betonnen keermuur al het water van de rivier voortaan via de Grote Steunbeer om de stad heen wordt geleid om overstromingen in de stad tegen te gaan maar ook om de stank van het stroomopwaarts (vooral in Tienen en Landen) vervuilde water niet meer te hoeven opsnuiven. In de jaren daarna is de Demerbedding (de Oude Demer) stilaan ingebuisd of gewoon opgevuld. Op de NGI-kaart van 1989 is er aan de oostkant van de binnenstad geen open water meer te zien. Maar de tijden, opvattingen en gewoontes veranderen en dankzij een groots opgezet project is tussen 2012 en sinds 2016 de Demer in de stad weer grotendeels vrijgemaakt en de Begijnenbeek op die bedding aangesloten waardoor er weer water doorheen komt. In 2018 blijkt echter dat die beek in tijden van droogte zonder water valt en dat leidt opnieuw tot problemen van stank en vuiligheid. Het wachten is nu op de uitvoering van de in dit openleggingsproject aangekondigde fase om de ondertussen gedeeltelijk gerestaureerde Saspoort weer vrij te maken door de betonnen dam weg te nemen en te vervangen door een ‘regelbare constructie’ om Demerwater rechtstreeks in de stad te krijgen. Ik neem aan dat men dan opnieuw een waaiersluis zal moeten installeren want van de oude sluis zijn alleen nog de komvormige uitsparingen (aan de Omer van Audenhovelaan) over. Dat zou trouwens volgens mij een erg goed idee zijn want het was de enige sluis van dit type in ons land en het is zonde dat hij verdwenen is. Om te weten hoe zo’n sluis werkt open je best een van de onderstaande links.  Hoe het met die plannen zit weet ik niet, er zijn studies gedaan en de uitvoering was aangekondigd voor 2019 maar ik heb er geen details over gevonden. Op het ogenblik wijst niets op binnenkort startende werken op de site. Toch één bedenking: mensen zullen nog moeten leren om geen afval in de rivier te laten komen want dat loopt allemaal strop aan sluizen en molens op de rivier en is moeilijk te verwijderen.

Diest – vestingwerken – Saspoort – dit was de Demerbedding ingang stad tot 1960 (in de toekomst wellicht opnieuw, nu komt water in de stad nog via de Begijnenbeek)

De laatste fase  in dit ambitieuze project gaat over de aangekondigde werken aan de Grote Steunbeer. Op de Ferrariskaart van 1770 zie je de Demer de stad Diest in gaan op de plek waar nu de Saspoort is. Ook de Zwarte Beek gaat de stad in maar een beetje noordelijker. Bij de aanleg van de wallen in de 19de eeuw gaat de Demer nog door de dan gebouwde Saspoort maar zie je op de kaart ook twee dikke muren staan dwars over de gracht waar de rivier tussendoor stroomt. Die muren zijn er nog altijd. Die aan de linkerkant (gezicht naar de stad)  is massief en houdt het water tegen van de kant van de Halve Maan (kijk maar eens hoe hoog dat staat als je er bent). De rechtermuur heeft dikke vooruitgeschoven ronde peilers (‘beren’) waartussen links en rechts een betonnen muur is gebouwd met in het midden een houten schutsluis waardoor de Demer de vestinggracht kan vullen en desgewenst heel de omgeving onder water kan zetten (in combinatie met het afsluiten van de waaiersluis in de Saspoort om heel de rivier te blokkeren). Deze muur kennen we als de ‘Grote Steunbeer’. Op de NGI-kaart van 1939 gaat de tram er ook nog over door een opening in de wal. Sinds 1960 is de Saspoort afgesloten en moet de hele Demer ongecontroleerd door die sluis. Aan de rechterkant van die muur was een overloop met houten balken om bij te hoge waterstand water te kunnen afvoeren naar de Zwarte Beek die ondertussen uit de stad verlegd werd naar het noorden. Dat systeem was bekend als de ‘Teerlings’ vanwege zijn dobbelsteenachtige peilers maar in 1960 is het gebetonneerd en nu niet meer herkenbaar. Het was een ingenieus systeem maar niet meer functioneel omdat de oude sluis niet meer werkt. Maar dat gaat binnenkort (?) veranderen als de plannen van de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) in uitvoering gaan om met de Saspoort ook de Steunbeer eens flink aan te pakken en het sluizensysteem te herstellen met regelbare stuwen. Eenmaal klaar zal de Demer echt terug door de stad kunnen stromen maar zal het ook mogelijk zijn om de wachtbekkens van Webbekoms Broek beter te benutten. Hoe het er precies zal uitzien weet ik nog niet. Ik vind wel een fiche uit 2014 van een studiebureau over een dan gemaakte bouwhistorische studie met enkele mooie illustraties over hoe de toekomst er zou kunnen uitzien ter voorbereiding van een later op te maken bouwtechnisch (restauratie) ontwerp. De studie zelf krijg ik niet te zien maar die fiche wijst ook op een belangrijk op te lossen knelpunt: dat van de vismigratie. Uit een op dat onderwerp gerichte omvangrijke studie blijkt dat de stroming aan de Steunbeer te sterk is voor vissen om tegenop te zwemmen en dat de Zwarte Beek een problematisch alternatief is (maar kunnen de vissen dan binnenkort niet door de stad?). Zelf vraag ik mij ook af hoe het zit met de kanovaarders op de Demer. En om deze bijdrage af te sluiten is er een belangrijk voorstel van het Diestse ‘BOESD VOOR DIEST’ om van de gelegenheid gebruik te maken om in de Steunbeersluizen een waterkrachtcentrale in te bouwen om elektriciteit op te wekken. Kortom, er zal nog veel gestudeerd en gepalaverd moeten worden denk ik voordat de werken echt beginnen maar veelbelovend is het zeker.

Diest – vestingwerken – de Demer stroomt door de Grote Steunbeer – (vijvers Halve Maan zijn op rechts)

Het Provinciaal domein Halve Maan – de laatste schakel in het verdedigingssysteem  – in Diest dankt niet alleen zijn bestaan maar ook zijn naam aan de vestingwallen uit de 19de eeuw. Bezoekers die het niet weten zullen het niet opmerken maar als je op oude kaarten kijkt dan zie je op die plek een zeer merkwaardige uitsteeksel dat in militaire kringen bekend staat als een ‘lunet’ maar dat absoluut niet lijkt op een hele of halve maan. Die lunet was een vooruitgeschoven versterkt vestingwerk met wallen, kanonnen en schietgaten dat met een beschermde weg verbonden was met de er achter gelegen hoofdwallen maar van waaruit Webbekoms Broek kon bestookt worden als er dan toch vijanden van daar probeerden door of over het water te komen. Er moet in die tijd een holle weg geweest zijn tot aan de Hasseltse Poort. Daarvan moet zelfs nog een restant zichtbaar zijn ter hoogte van Café de Zwaan aan de Vervoortstraat in de richting van de Halve Maan. Op de kaart van 1939 is de lunet er nog in volle glorie maar tijdens de Tweede Wereldoorlog is het hele terrein omgevormd tot zwemplaats en solarium en op de kaart van 1969 is het vestingwerk nog slechts vaag zichtbaar.  Zijn er nog Diestenaars die weten vanaf wanneer je op deze plek mocht zwemmen? Stond in die tijd het ronde ‘Wit Torentje’ daar al als de toegangsplek waar je inkom moest betalen en hoeveel was dat dan? Diestenaar Nicholas Roelandts vertelt ons dat dit het huis van de vijverkabouter is, een raar klein mannetje dat daar van 1821 tot 1982 woonde en leefde van eendeneieren en wilgenblaadjes. In de jaren 80 is hij verhuisd naar Geetbets na een lang aanslepende erfeniskwestie. Ik hou het er even op dat het torentje gebouwd moet zijn in de jaren vijftig maar wie weet er meer over? Tegen die tijd zijn aan die kant ook alle wallen afgegraven maar de vorm van de grachten is wel gedeeltelijk bewaard gebleven en je kan dat zien door kaarten uit de verschillende perioden naast (op) elkaar te leggen. Op zonnige weekends kan het hier tegenwoordig bijzonder druk zijn maar op alle andere ogenblikken is dit deel van de vroegere vestinggrachten een mooie opvallend rustige groene gordel met waterpartijen, snaterende vogels (vooral eenden in stadstenue maar ook meerkoeten, waterhoenen en reigers), vissers, enkele joggers en honden die hun bazen uitlaten. Zelfs op het parkeerterrein staan bomen en dat zie je in Vlaanderen nog veel te weinig. Tijdens mijn bezoek was de brandweer aan het oefenen op de vijver.

Diest – Vestingwerken – Halve Maan – wit torentje – het valt zo op dat het niemand opvalt

Sinds 1960 staat hier ook een hele mooie windmolen. De Lindenmolen op de resten van de vroegere vestingwallen van Diest tegenover de Halve Maan dankt zijn naam aan de vroegere stadsarchivaris Gilbert Van der Linden. Op diens initiatief schenkt molenaar Felix Alen in 1958 zijn molen aan de stad. In 1960 wordt hij vanaf de Mierenberg in Assent naar zijn huidige standplaats overgebracht en heropgericht in zijn oorspronkelijke vorm, zij het met wieken en een trap van een soortgelijke afgebroken windmolen in Eindhout. Oorspronkelijk staat deze in 1742 gebouwde molen op de Doodsberg in Schaffen dus hij heeft al heel wat verhuizingen meegemaakt. Het is een zogenaamde ‘staakmolen’ (ook ‘standerdmolen’ of ‘standaardmolen’ genoemd) op een ‘open voet’ met een heel brede kast. Zulk type molens zijn er onze streken al heel lang en die met een grote kast worden ook wel ‘moedermolen’ (of oneerbiedig: ‘dikke molen’) genoemd. Zulke grote kasten zijn tot het jaar 1800 gebruikelijk en van al die moeders is de Lindenmolen de grootste in Vlaanderen. Sinds Petrus Alen de molen koopt in 1886 hebben vier generaties van die familie er het molenaarsberoep uitgeoefend. Wel schakelt Felix Alen in 1953 over op elektriciteit om te malen en dat heeft geduurd tot 1987. Na de verhuis naar Diest wordt de molen een plaatselijke bezienswaardigheid maar hij wordt pas opnieuw maalvaardig nadat de Provincie Vlaams-Brabant er de eigenaar van is geworden. In 2003-2004 voert Adriaens Molenbouw bv uit Weert belangrijke herstellingswerken uit voor een totaalbedrag van € 209.000, incl. B.T.W. Zo worden o.m. de wiekenas, de kruisplaten en de schoren vervangen. Op 29 mei 2005 wordt de molen feestelijk ingehuldigd maar helemaal maalvaardig is hij pas sinds 2011 (in die tijd met Noach van Opstal als vrijwillig molenaar). Sindsdien wordt hij ook regelmatig opengesteld voor het grote publiek. De molen is al beschermd als monument sinds 1944 en sinds 1977 is hij dat ook op zijn nieuwe plek in Diest.  In  2017 wordt bij een inspectie door de Monumentenwacht vastgesteld dat vitale verbindingen in de houten molenkast ernstig zijn aangetast door de grote klopkever en dat er dringend nieuwe restauratiewerken nodig  zijn om hem veilig te laten draaien. De molen wordt stilgelegd en de provincie Vlaams Brabant maakte een bedrag van 127.000 euro vrij. De werken hebben natuurlijk een beetje vertraging opgelopen maar molenaar Willem Huyskens laat me zojuist (juli 2019) weten dat ze bijna gedaan zijn en de molen officieel heropend wordt op Open Monumentendag op 15 september dus dat is heel goed nieuws. Alvast één tip: loop nooit onder de molen wanneer de wieken draaien want dan kan je een slag van de molen krijgen en dat is nog erger dan een zonneslag!

de Lindenmolen

Na een hele reeks over de vestingwallen kan ik niet uit Diest weg zonder enige aandacht voor de het spin in het vestingweb, de als monument beschermde citadel op de Allerheiligenberg. Heel fotogeniek vind ik hem helaas niet (in vergelijking bijvoorbeeld met die in Namen) en dat komt vooral door de vele voor mij gesloten hekken, de algehele afwachtende verlatenheid maar ook door allerlei eigentijdse gebouwen en niet te vergeten de parkeerplaatsen die vooral bedoeld lijken te zijn om snel naar het er vlak onder gelegen stadscentrum te kunnen afdalen. Over zijn geschiedenis kan je ruimschoots terecht via de bijgevoegde links en daar vind je ook allerlei mooie oude en nieuwere foto’s en kaarten. Vanaf 1953 is het eerste Bataljon Paratroepen er gevestigd maar in 2011 komt hij leeg te staan (op het museum na). De stad Diest wordt dan de nieuwe eigenaar en is sinds die tijd op zoek naar een nieuwe bestemming. Om de leegstand tegen te gaan wordt de site door veel organisaties gebruikt zoals het Rode Kruis, een radio-amateurclub en een fotografieclub. De terreinen worden ook gebruikt voor cultuur en sportevenementen zoals de Citadel’arte, de Gladiator Run en als aankomstplaats voor de wielerwedstrijd ‘Dwars door het Hageland’. In mei 2015 keurde de gemeenteraad van Diest een masterplan voor de Citadel-site goed maar sindsdien lijkt er nog niet veel vooruitgang in het dossier te zijn, ook al vanwege de kosten die een herbestemming met zich mee brengen. Er zijn vergevorderde maar blijkbaar onzekere (verlaten?) plannen om er tegen 2023 een ziekenhuis op te bouwen en ook plannen voor sociale woningbouw of sociale economie. Je kan er zalen huren of zelfs de hele citadel en daar is een reglement voor met de nodige aanvraagformulieren. Blijkbaar raakt men er nog niet meteen uit want in 2018 is er een stuurgroep opgericht met vertegenwoordigers van alle partijen om mooie projecten te inventariseren die ook goed overeenkomen met het karakter van de citadel als beschermd monument. De Vlaamse Bouwmeester is er bij geroepen en om de kosten te dekken zal er wellicht gezocht worden naar samenwerking met privé-investeerders als partners (projectontwikkelaars). Er wordt ook gedacht aan een sporthal of toch een evenementenhal. Ook aan de Diestenaars is al eens hun mening gevraagd en bij die gelegenheid heeft iemand voorgesteld om er een grote wind- en zonne-energiecentrale van de maken. Ik hoop maar dat het allemaal vooral zal draaien om natuur, erfgoed, kunst en cultuur met respect voor de oude gebouwen. Misschien kunnen die van Diest eens inspiratie zoeken in Namen? Maar van mij mag er best ook een restaurant komen met zicht op de stad en de Demer.

Diest – citadel – hoofdingang naar de parkings

Ondertussen wordt er gewerkt aan een beheerplan van de 22 hectare groen die door het Agentschap voor Natuur en Bos rond de site onderhouden wordt en dat op de kaart staat als het Citadelpark maar in feite het Citadelbos moet worden genoemd. Op de hellingen rond de citadel in Diest ligt een echt bos van 22ha groot en dat heeft – in tegenstelling tot de wat verlaten citadel zelf  – duidelijk een mooie bestemming gekregen als wandelnatuurgebied. Ik lees dat het sinds 2011 in de goede handen is van het Vlaams Gewest, meer bepaald het Agentschap voor Bos en Natuur (ANB) en de boswachters doen er alles aan om er iets leuks van te maken. Het staat op de kaart als ‘park’ maar het is een echt historisch bos dat aangelegd is in de tijd van de bouw van de 19de eeuwse verdedigingsgordel. Sinds het einde van de militaire activiteiten heeft het zich spontaan ontwikkeld tot een loofbos met veel soorten bomen, planten met daartussen open plekken. Een aantal van de oorspronkelijke beuken – ondertussen meer dan 150 jaar oud – staan er nog altijd en worden ook gekoesterd hoewel ze stilaan toch beginnen af te takelen en hier en daar als dood hout verder leven. Je moet het weten om het nog te zien maar die zijn strategisch neergezet op 9 meter van elkaar in een plantverband dat je in een natuurbos niet zal tegenkomen: een ‘quinconce’ ofwel zoals de vijf ogen op een dobbelsteen om ruimte te maken en vooral om er tussendoor te kunnen schieten op mogelijke aanvallers. Maar er staan ook allerlei andere soms oude bomen zoals essen en eiken (olmen of iepen heb ik niet meer gezien) en indertijd werden ook allerlei doornstruiken zoals meidoorn aangeplant om de toegang moeilijk te maken. Omdat het bos sinds het begin ontoegankelijk was, er nooit gemest en gesproeid is en omdat de bodem door al die bouwwerken nogal kalkrijk is, is het ook een paradijs voor allerlei bijzondere planten, mossen, paddenstoelen, vogels, insecten (bijen, vlinders, kevers) en zoogdieren zoals vleermuizen, vossen en marters en op de bakstenen muren kan je ook zoeken naar bijzondere varens. En het ANB zou het ANB niet zijn als het niet van het vroegere voetbalplein en de stormbaan grote zogenaamde ‘heideschrale graslanden’ zou proberen te maken waar je dus ook allerlei mooie zeldzame bloemen mag verwachten. Orchideeën heb ik nog niet gezien maar de ratelaar was al uitgebloeid toen ik er was en nu is alles zeker gehooid. Er moet ergens een speelveld zijn maar een hondenlosloopzone ben ik niet tegengekomen en hier en daar mogen er ook wel wat bankje komen bij de vele info-bordjes aan de mooie uitzichten op de diepe grachten waar je vooral niet moet invallen. De militaire toestellen zijn er niet meer wat ik eigenlijk wel jammer vind in deze erfgoed-omgeving. Ik weet niet of het nog gedaan wordt maar ik lees dat in 2012 in de week van het bos het ‘biodiversiteitsleger’ is opgericht om de ‘historische strijd’ aan te gaan voor meer biodiversiteit. Daar mogen we nu dan ook wel de strijd tegen de klimaatverandering aan toevoegen en nog wat bondgenoten zoeken denk ik.

off Diest – citadel – hier werden geen bomen geplant
Diest – citadel – citadelbos – eiken en zoete kers
off Diest – citadelbos – zicht op het vroegere voetbalplein (nu een heideschraal grasland)

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/134472

 (specifiek over de beplanting)

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/126646

Klik om toegang te krijgen tot haalbaarheidsstudie-citadel-diest_tcm5-74296.pdf

https://www.toerismediest.be/routes-23/063/vestenwandeling

https://www.toerismediest.be/routes-23/063/vestenwandeling

met info en oude foto’s

https://www.toerismediest.be/detail-183/zitkanonnen-boerenkrijgplein/

Natuurmonument op Boerenkrijgplein heropgebouwd na brand | Hola …

https://holahageland.net/…/natuurmonument-op-boerenkrijgplein-heropgebouwd-na-…

https://nl.wikipedia.org/wiki/Waaiersluis

Demer stroomt opnieuw door Diest — Vlaamse Milieumaatschappij

https://www.vmm.be/nieuws/archief/demer-stroomt-opnieuw-door-diest

https://holahageland.net/tag/grote-steunbeer/

Ge zè van Diest as… Public Group | Facebook

https://www.facebook.com/groups/219365358265023/…/1032380820296802/https://www.facebook.com/TurbulentHydro/

Evaluatie van vismigratie in de Demer in Diest – Onderzoeksoutputs … 

https://pureportal.inbo.be/…/evaluatie-van-vismigratie-in-de-demer-in-diest(42d8fd9b…

https://www.vlaamsbrabant.be/vrije-tijd-cultuur/provinciedomeinen/halve-maan-diest/index.jsp

www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=180

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/41644

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/12174

https://radio2.be/vlaams-brabant/binnenkort-weer-veilige-lindenmolen-in-diest

https://www.hln.be/in-de-buurt/diest/lindenmolen-wordt-deze-zomer-hersteld~a0e6d930/

https://www.hln.be/in-de-buurt/diest/lindenmolen-kan-in-mei-weer-draaien~aa6e17dc/

https://www.toerismevlaamsbrabant.be/producten/bezoeken/…/lindemolen/

De Citadel | Erfgoed in Diest

https://www.toerismediest.be/detail-134/de-citadel/

Citadel – Diest, mijn stad 2018 – Projecten – Over de stad – Stad Diest

https://www.diest.be/citadel

Klik om toegang te krijgen tot brochure-citadel-diest-2014-WEB_tcm5-74297.pdf

Klik om toegang te krijgen tot 150519_Masterplan_Citadel_Diest___deel_1.pdf

https://www.diest.be/nl/49/content/25/citadel.html

Citadel – Verhuur van zalen – Zelf iets organiseren – Vrije tijd – Stad Diest

https://www.diest.be/nl/1090/content/4143/citadel.html

Citadel moet nu bestemming krijgen | Diest | In de buurt | HLN – HLN.be

https://www.hln.be › In de buurt › Diest – 15 sep. 2018

https://www.natuurenbos.be/citadel

om oude kaarten online op je scherm te krijgen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

trefwoorden: diest, demer, vesting, citadel, wallen, schaffensepoort, saspoort, grote steunbeer, petrolpoort, boerenkrijgpleintje, halve maan, lindenmolen, natuurbeheer, erfgoed