OP STAP IN TOURINNES-LA-GROSSE, LUSWANDELING LANGS DE KERK, TWEE KAPELLEN EN EEN MOLEN

Uitgelicht

Voorjaar 2021

Ernst Gülcher

Contact: Ernst.Guelcher (at) telenet.be

Ter inleiding bij een mooie luswandeling in Tourinnes-la-Grosse

Tourinnes-la-Grosse – luswandeling Eglise St.Martin, Chapelle du Rond Chêne, Chapelle Saint-Corneille, Moulin Wuyts – 6km

Dit is ter inleiding van mijn verkenning van een wandeling in Beauvechain, vooral in Tourinnes-La-Grosse en Mille. Ik vertrek op de Place Saint Martin waar ik niet alleen aandacht besteed aan het plein, de kerk, het kanon, de pastorie en het cultureel en parochiaal centrum maar ook aan het er achter gelegen oude voetbalterrein, nu een speelterrein voor jongeren en een parking met nogal krachtige muurschilderingen. In de kerk bewonder je ook de keramiek van Max Vanderlinden. Vandaar neem ik de Ruelle Collin en de Ruelle Sainte Barbe naar de Chapelle du Rond Chêne. Dat is een gekasseide veldweg met grootse uitzichten over het landschap maar ook met een afslag naar een fantastisch diepe holle weg die al héél oud moet zijn en aangeeft dat in de Romeinse tijd, in de middeleeuwen en nog lang daarna de mensen hier langs passeerden en zich minder waagden in de laaggelegen en dikwijls moerassige valleien. Vanaf de kapel du Rond Chêne – ooit een oord voor de melaatsen – ga ik naar La Chapelle Saint Corneille. Dat kan via het de Rue Jules Coisman door het gehucht Mille maar ik neem een paar veldwegen door het boerenlandschap ten noorden ervan. Aan de mooi gerestaureerde kapel St.Corneille staat ook de in ruïneuze staat verkerende hoeve vierkanthoeve Vercammen. De kerk en de kapellen waar we langs komen zijn erg bekend en ik heb er al veel over geschreven (zie de links) maar eigenlijk is de aanleiding van deze tocht de voormalige watermolen Wuyts (officieel le Moulin Crèvecoeur) op de kruising tussen de Rue du Grand Brou en de Rue du Moulin vlak bij het dorp.

Tourinnes-La-Grosse – Place Saint Martin met de oude waterpomp

Die aanleiding is het verhaal van Els Coremans uit Oud-Heverlee dat haar voorouders, de molenaarsfamilie Wuyts veel molens bezaten waaronder de Moedermeulen in Gelrode, een windmolen in St.Pieters Rode, de afgebroken windmolen van Bierbeek en dus ook Le Moulin Crèvecoeur op La Néthen in Tourinnes-la-Grosse. Het was mij al opgevallen dat de stiel van molenaar voorbehouden is aan families maar het grote gebouw aan de ingang van het dorp (vlakbij de camping) had ik zelfs nog niet herkend als een voormalige watermolen en dus besteed ik er op deze wandeling ruim aandacht aan. Het is een heel mooie tocht langs oude huizen en schitterende uitzichten in het boerenland van Beauvechain met zijn twee heel kleine beken, Le Ruisseau de La Néthen en de Mille en met zijn vriendelijke bewoners want bijna iedereen die je tegenkomt is best bereid om een praatje te maken en dat is ook wel leuk hoewel ik mijn oren goed moet openzetten want het plaatselijk dialect is hier nog de leidende melodie. Op de in het album bijgevoegde kaart zie je het traject en in totaal zou het toch niet langer zijn dan 6 km. Er zijn daar veel veldwegen dus wie wil kan de tocht naar wens inkorten of langer maken.

Tourinnes-la-Grosse

Tourinnes-la-Grosse in het dal van het riviertje ‘La Nethen’ is – volgens Wikipedia – sinds 1977 een deelgemeente van Beauvechain in Waals Brabant juist over de taalgrens. In het Vlaams zou het ‘Deurne’ heten maar dat zegt natuurlijk niemand en in het Waals ‘El Grosse Tourenne’ (en wie zegt dat nog?). ‘Deurne’ zou kunnen komen van het Germaanse woord ‘thurina’:  ‘braamstruik’ of ‘doornenhaag’. ‘La Grosse’ is aan Tourinnes in de 19de eeuw toegevoegd vanwege de imposante omvang van de toren van de  ‘Eglise Saint Martin’, een van de oudste kerken in onze streek.

Tourinnes-la-Grosse – dorpsplein, kerk en scheepskanon uit de eerste wereldoorlog

Samen met Beauvechain maakt Tourinnes tot aan het einde van de 10de eeuw deel uit van het kleine graafschap Brunerode. Gravin Alpayde van Hoegaarden schenkt beide dorpen (en omgeving) aan de Luikse Bisschop Notger en zo worden zij in de middeleeuwen een enclave van het prinsbisdom Luik in het hertogdom Brabant. Dat is tegen de zin van de hertogen die ettelijke keren en soms met geweld proberen om de enclave ten eigen bate op te doeken met telkens flink wat akelige gevolgen voor de dorpelingen. In 1635 valt het Frans-Hollandse leger de streek binnen en zowat heel de rest van die eeuw is een tijdperk van grote verpaupering en vernieling als gevolg van de strijd tussen de grootmachten van die tijd (net als heel de rest van de grote omgeving trouwens, het is overal hetzelfde verhaal). Het scheepskanon  aan de kerk dateert wel van enkele eeuwen later en wie kan al vertellen waarom dat er staat? Tijdens de Franse revolutie worden ze samengevoegd tot één gemeente om vervolgens in 1841 opnieuw gescheiden te worden. De plaatselijke Eglise Saint-Martin is een van de oudste kerken in onze streken en een van de weinig die nog dateert van het Karolingische tijdperk. Het schip wordt gebouwd in de 10de eeuw en het koor omstreeks 1250. De opvallende massieve maar niet erg hoge donjon-toren is van dezelfde periode maar een precieze bouwperiode heb ik nog niet kunnen vinden (wie helpt?). Gelegen bovenop een heuvel domineren de kerk en de omliggende historische gebouwen heel de omgeving (met soms merkwaardige effecten) en als er even niet veel auto’s op het dorpsplein staan kan je gemakkelijk verbeelden te zijn verplaatst naar een eeuwenoud verleden. Ik vind het heel jammer dat de mensen hier hun auto niet op de parking achter de kerk zetten want nu is het moeilijk om stijlvolle foto’s te nemen. Tot ver in de omgeving is het dorp bekend om zijn ‘fêtes de la Saint-Martin’ die alle jaren plaatsvinden in de maand november met theater- en muziekvoorstellingen tentoonstellingen bij honderden mensen in het dorp zelf en de omliggende dorpen.

Tourinnes-la-Grosse – de hertog van Brabant?

Sinds 1946 en nog eens extra in 2002 is heel het centrum beschermd als uitzonderlijk monument en gezien de absurde bouwwoede van de mensen van nu in onze regio is dat maar goed ook. Ik begrijp dat er sinds enkele jaren heftig plaatselijk protest is tegen plannen om achter de oude ‘vicarie’ het veld voor de schapen vol te bouwen (wie weet daar meer over? Zie de link). Met de auto kun je de kerk bereiken maar te voet kom je er best langs de stenen trap die vertrekt aan het café Relais St. Martin aan de Rue de Beauvechain 56, 1320 Tourinnes-la-Grosse. Overigens is niet alles nostalgie in dit dorp, op de parkeerplaats achter de kerk vind je zeer eigentijdse muurschilderingen die – mooi of aartslelijk is een kwestie van smaak – getuigen van de kunstzinnige aanwezigheid van een erg eigentijdse generatie. En midden op het plein staat naast de oude waterpomp een voor de toekomst geplante opvolger van de door beschadiging van de wortels gesneuvelde ‘marronnier’ met een wel heel eigentijds gedicht van Julos Beaucarne.

L’Eglise Saint-Martin

De ‘Eglise Saint-Martin’ in Tourinnes-la-Grosse kan je van bijna overal zien in de vallei van het riviertje ‘la Nethen’ en hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn wel heel dikke toren. De voordeur is in beginsel altijd open want de kerk is een ‘Eglise Ouverte’. De laatste keer dat ik kwam foto’s nemen was er juist een heel muzikaal koor aan het oefenen en er worden dikwijls concerten gegeven. Het interieur is opvallend sober en ademt om die reden een enorme rust uit. Sedert de bouw in de vroege middeleeuwen is heel de streek voortdurend geteisterd door onlusten maar de kerk heeft dat allemaal weten te overleven.

Tourinnes-la-Grosse – L’Eglise Saint-Martin


Voor zover ik kan nagaan is er alleen in 1640 een grote brand geweest waarna vooral de zijbeuken opnieuw moesten worden opgetrokken. Of bij die gelegenheid de toren ook door de arbeid van plaatselijke metselaars zijn dikke vorm gekregen heeft en sindsdien ‘la Grosse’ aan de dorpsnaam is toegevoegd is een verhaal waarvoor ik bevestiging zoek. Door de eeuwen heen zijn er wel een aantal verbouwingen en aanpassingen doorgevoerd maar in 1954 is onder leiding van Professor R. Lemaire bij een grote restauratiecampagne het gebouw opnieuw in zijn oorspronkelijke toestand gebracht. Als gevolg daarvan ziet alles er uit alsof het nog maar net gebouwd is, zeker de binnenzijde aan het imposante gewelfde metselwerk van de toren en de houten constructies in het middenschip. Achter de kerk sta je binnen de muren van de eeuwenoude begraafplaats waar alles ook zo goed als in perfecte staat wordt gehouden en het onderhoud op ecologische wijze gebeurt. De mooie brandschilderingen in de ramen staan symbool voor het feit dat Saint-Martin in zijn tijd opkomt voor de armen. Saint-Martin (Sint-Maarten) wordt rond het jaar 316 geboren in Tours waar hij later ook bisschop wordt en is een van de populairste middeleeuwse heiligen. Zijn sterf- en feestdag valt op 11 november en zijn leven staat in het teken van de liefdadigheid nadat hij als jong Romeins soldaat (de helft van) zijn mantel afstaat aan een blinde bedelaar. Als heilige is Sint-Maarten vooral belangrijk voor de boeren en zijn feestdag was vroeger de datum waarop de oogst binnengehaald moest zijn en het vee op stal ging. Op 11 november werden grote Sint-Maartensvuren ontstoken. Ironisch genoeg gaat dit gebruik terug op een Germaans feest ter ere van Wodan (maar dat geldt voor bijna alle christelijke feesten denk ik). De dorpelingen brachten dankoffers en brandden reinigende vuren om de vruchtbaarheid van het land en vee te bevorderen. Op die dag werden ganzen geslacht. Dat laatste gaat terug op de overlevering dat Saint-Martin zich niet waardig genoeg vond voor het ambt van bisschop en zich in een ganzenhok verstopte toen als zijn aanhangers hem komen ophalen om hem in Tours op de troon te doen zetelen. Maar omdat die dieren altijd veel laweit maken tegen verstoorders, werd zijn schuilplaats ontdekt en kon hij zijn roeping niet ontgaan. Ik denk niet dat ganzen zich ooit zullen laten bekeren en nederig zijn ze zeker niet, maar als je bewaking nodig hebt kan ik ze aanbevelen. Even iets rechtzetten: het kanon aan de voordeur is géén luchtafweer maar een Duits scheepskanon uit de eerste wereldoorlog dat als oorlogstrofee door Graaf de Hemricourt de Grunne aan de dorpelingen werd geschonken uit dank voor hun gastvrij onthaal tussen 1914 en -18.

Tourinnes-la-Grosse – de ‘bedelaarskist’ van Saint-Martin

Max van der Linden

Ben ik oneerbiedig door te stellen dat de echte heilige van Tourinnes la Grosse, Nodebais en de gemeente Beauvechain niet Saint-Martin is maar – naast Julos Beaucarne – Max van der Linden? Geboren in Nodebais op 1 juni 1922 op de familiehoeve d’Agbiermont en eveneens daar overleden op 25 november 1999, heeft hij met zijn persoonlijkheid en met zijn keramiek een enorm en blijvend stempel gedrukt op zowat de hele wijde omgeving. In zowat iedere kapel en kerk en in en aan talloze andere gebouwen in Beauvechain en buurgemeenten kom je zijn werken tegen en ik heb aan dit album een kaart toegevoegd met een typische ‘max-van-der-linden-wandeling’. Het eerste wat mij telkens opvalt is dat ze altijd zowel erg gedetailleerd-herkenbaar zijn als gebaseerd op de heel gewone zaken die er in het leven van mensen toe doen: het dagelijks leven op het platteland, de familie, de muziek, geboorte, huwelijk en dood, de hoop op beterschap en solidariteit en de angst voor eenzaamheid en chaotische verandering maar dat alles doordrongen van een diepe christelijke spiritualiteit die altijd weer leidt naar een onverwoestbaar optimistische kijk.

Tourinnes-la-Grosse – Max van der Linden – dit is een van mijn favoriete werken van de kunstenaar

Als mens is Max van der Linden zijn hele leven bewonderd door zijn vermogen om mensen bij elkaar te brengen en als zodanig is het logisch dat hij beschouwd wordt als de grondlegger en bezieler van de jaarlijkse Fêtes de la Saint-Martin (met in 2019 de 54ste editie). Tot in 2015 waren de meeste van zijn werken te bewonderen in zijn atelier in de Ferme D’Agbiermont maar na de verbouwing in meerdere woningen van de hoeve konden zij daar niet langer blijven en door het groot publiek bekeken worden. De VZW “Max van der Linden” die het werk beheert sloot in 2018 een overeenkomst met de gemeente Beauvechain en de plaatselijke kerkfabriek. Als gevolg daarvan zijn heel veel wereldse werken van de kunstenaar nu te zien in de zaal Vert Galant in het gemeentehuis van Beauvechain terwijl de meeste sacrale stukken te bewonderen zijn in de kerk Saint-Martin in Tourinnes la Grosse. Enkele werken zijn nog op de hoeve (zoals “La Maison de mes Amis) en niet vrij toegankelijk maar of daarvoor nog altijd een oplossing gezocht wordt weet ik niet. Er is een speciale website http://www.maxvanderlinden.be/ maar daar heb je niets aan omdat die al vele jaren op non-actief gezet is en volgens mij beter opgeheven zou worden als hij niet gedeblokkeerd kan worden. Als er iemand is die nog eens kan vertellen waar en hoe je info kan vinden over de betekenis van de afzonderlijke werken van de kunstenaar (of over het verhaal waarin ze passen), vooral die in de kerk, ben ik zeer dankbaar.

Tourinnes-la-Grosse – Rue de la Bruyère Saint-Martin

La Rue de la Bruyère

Tourinnes-La-Grosse. Om vanaf L’Eglise Saint Martin naar La Chapelle du Rond Chêne te gaan, volg ik vanaf het parochiale centrum ‘Le Beau Vignet’ (vroeger de pastorie), de begraafplaats, de beschilderde elektriciteitskast en het kruisbeeld op de hoek de kasseien van de Rue de la Bruyère Saint Martin in noordelijke richting. Op het plein staat nog de oude pomp van 1861 en ik vraag me af hoe diep die wel gaat om hier op de heuvel water op te halen. Sinds wanneer beschikt men hier over een eigentijdse waterleiding? De naam van de straat zie je op de kaart op veel plaatsen in het dorpscentrum en hij stelt me voor een raadsel want een ‘heideachtig landschap’ is hier nergens te zien maar wellicht was het hier in de oude tijd wel veel droger dan nu. In deze straat staan veel huizen op de erfgoedlijst waarvan we er op deze wandeling drie passeren. De oude ‘vicarie’ naast het kerkhof dateert uit het einde de 18e, begin 19 eeuw. Het is een statig maar een beetje vervallen gebouw, half verborgen achter zijn indrukwekkende omheiningsmuur maar er zijn grote restauratiewerken aan de gang en ik ben benieuwd wat daarvan het resultaat gaat zijn. Daarnaast staat een al even statig woonhuis, dat uit dezelfde tijd stamt en oorspronkelijk een boerderij was. Nu is het een privé-woning en kantoor en met stevige hekken afgesloten. Een beetje verderop staat een in dit dorp nogal uit de toom vallende grote begin 20ste eeuwse villa die je onmiddellijk herkent als een typisch doktershuis. Wie er nu woont weet ik niet maar het was lang de praktijk van dorpsdokter Duchesne lees ik in het erfgoeddossier. Ik kom altijd weer onder de indruk van de indrukwekkende rij monumentale bomen die aan de rechterkant staan aan de rand van de schapenweide. Ik dacht aan eiken maar een lezer zegt dat het lindes zijn.

Tourinnes-la-Grosse – Ruelle Sainte Barbe

Zoals ik al eerder verteld heb is het die wei die de projectontwikkelaars graag nog zouden willen volbouwen tegen het protest van de plaatselijke bevolking in. Zo’n project gaat inderdaad wel heel erg in tegen het landelijke erfgoedkarakter van dit dorpscentrum dus ik reken er op dat het niet doorgaat. Is er iemand die de laatste stand van zaken kan vertellen? Op de hoek van de weide slaan we rechtsaf de Ruelle Collin in en dan staan we onmiddellijk helemaal buiten de bebouwing tussen de akkers. Hierna volg ik vanaf hier de Ruelle Sainte Barbe om een heel eind verder buiten het dorp uit te komen bij la Chapelle du Rond Chêne. Dat die kapel zo ver verwijderd staat van het centrum is geen toeval maar aan dat verhaal kom ik nog toe.

Ruelle Sainte Barbe

Op deze etappe van onze verkenningstocht in Tourinnes-la-Grosse (Beauvechain) stappen we langs de Ruelle Sainte Barbe richting la Chapelle du Rond Chêne. Over die kapel kom ik nog uitgebreid te spreken. Je bent hier aan de zuidkant van het Meerdaalwoud op het plateau dat je op oude kaarten aangeduid ziet als de Keiberg (zie de link naar mijn reportage over de keiberg). Die keien zijn daar miljoenen jaren geleden achtergelaten door de grote rivieren van toen en ze bezorgen de boeren last bij het ploegen. Die boeren zijn hier tot mijn verwondering duidelijk nog van de zeer onecologische grootschalige industriële stempel want er zijn nauwelijks bomen te zien, geen enkele heg en op de akkers spelen mais, suikerbieten en aardappelen de hoofdrol. Naast de veldwegen is zelfs geen stukje groen overgelaten om te vermijden dat het slib van de akkers er op terecht komt en richting dorp vloeit.

Tourinnes-la-Grosse – een wel zeer diepe holle weg

Zeldzame planten moet je hier dus niet verwachten en of er veel soorten dieren in dit landschap kunnen overleven betwijfel ik, ook al omdat het jagersgilde in deze streken nog wel erg opvallend actief is. De weg is hier en daar hol en op één plaats is er een indrukwekkende diepte geplaveid met kasseien. Dat duidt op zeer grote ouderdom en als je op de kaart kijkt zal je zien dat in de oude tijden de verbindingen vanuit Leuven met Jodoigne en Tienen hier over dit plateau gingen. In het verhaal over de Chapelle du Rond Chêne kom ik daar nog op terug. Ik hoop dat iemand van de streek me nog eens kan vertellen waarom deze veldweg genoemd is naar de heilige Barbara van Nicomedia. Deze schone Kleinaziatische dame leefde volgens de overlevering zo rond het jaar 300. Haar heidense pappa Dioscurus sloot haar op in een toren om haar te vrijwaren tegen de jonge mannen in de omgeving. Om haar helemaal aan de openbaarheid te onttrekken kreeg ze een eigen badhuis met twee ramen. Maar omdat ze zich in het geheim tot het christendom bekeerde vroeg ze om een derde raam om de heilige drievuldigheid te eren. Haar boze vader folterde haar vanwege die bekering maar als bij wonder genazen al haar letsels in de nacht. Wikipedia: “Uiteindelijk onthoofdde hij haar eigenhandig, maar werd daarop zelf door de bliksem dodelijk getroffen”. Blijkbaar gebeurde dat op 4 december want op die datum wordt ze als heilige gevierd door een hele reeks van uitoefenaars van gevaarlijk beroepen zoals brandweerlieden, geniesoldaten en wapensmeden, infanteriesoldaten en artilleristen, mijnwerkers, dakdekkers, bouwvakkers, steenhouwers, metaalgieters, telegrafisten maar ook van boeren, beiaardiers, hoedenmakers, gevangenen, stervenden en tenslotte ook van jonge meisjes. Op onze veldweg lijkt alleen haar bescherming van boeren en andere passanten tegen bliksem en storm van mogelijk belang te zijn want in die omstandigheden kan het op dit kale plateau wel gevaarlijk zijn denk ik.

Tourinnes-la-Grosse – Ruelle Sainte Barbe


La chapelle du Rond Chêne

Vanuit Tourinnes-la Grosse ben ik via la Ruelle Sainte Barbe aangekomen bij La Chapelle Du Rond Chêne helemaal op het einde van de Rue du Coulot op de kruising met de Rue du Stocquoi in het Waalsbrabantse dorpje Mille (deel van Hamme-Mille, Beauvechain). Daar staat zowat aan de bron en waterbekken van de Ruisseau ‘Le Mille een robuust maar sober gebouwde kapel met de naam ‘Chapelle Notre Dame du Rond-Chêne’. Over die kapel heb ik al veel geschreven, de laatste keer nog maar kort geleden in mijn verhaal over de wandeling op de Keiberg en het zuiden van het Meerdaalwoud (zie de link). Voor aandachtige lezers heb ik even weinig nieuws maar toch enkele vragen. Binnen lees je dat er hier al een kapel stond in 1358 en dat in die tijd op de kruising een dikke eik (Chesne) gestaan moet hebben. Het huidige gebouw in (ooit witte maar nu vuildonkere) Gobertange kalkzandsteen in klassieke stijl dateert van 1768 en dat staat ook (met enige moeite) te lezen in een steen in de boog boven de voordeur. Niet voor niets betekent ‘le Culot’ zoveel als ‘helemaal aan de rand’ want vanaf de 15de tot de 18de eeuw mochten de elders verdreven lepralijders uit het dorp hier hun geloof komen belijden vanuit hun ‘gesloten centrum’ met de naam ‘Cortil des Lattes’ (een met een schutting omheind terreintje) dat hier ergens in de buurt was (waarschijnlijk ten noordoosten van de kapel, maar het staat niet op de topografische kaarten die ik heb). Later werd deze kapel samen met de nabijgelegen ‘Chapelle de Saint-Corneille’ een belangrijk passeerpunt voor pelgrims.

Beauvechain – la Chapelle du Rond Chêne

Ter ere van de Heilige Maagd wordt er nog altijd elke zondag in de maand mei een rozenhoedje gebeden en op 15 augustus is er een hoogmis. Het oorspronkelijke Mariabeeld is in 1978 gestolen dus wat er nu staat is een kopie. De kapel wordt duidelijk in ere gehouden door de buurtbewoners want er staan bloemen en een harmonium. Sinds 1994 is hij beschermd als monument. Waarom veel van de ruitjes al jaren lang gebroken zijn en wanneer ook de binnenkant weer eens gerestaureerd wordt en aan de buitenkant het wit van de gobertange weer tevoorschijn zal worden gehaald zal worden weet ik niet. Waar de eik naar toe is me ook een raadsel.  Er staan wel twee esdoorns en op een foto van 2014 staat er nog derde maar die is sindsdien gesneuveld. Zo’n mooie eeuwenoude kapel verdient wel een staanplaats in een kring van robuuste eiken om de al dan niet devote voorbijganger de weg te wijzen. Ik stel voor dat er twee jonge eikjes geplant worden zodat die groot zijn tegen de tijd dat de esdoorns het laten afweten. Kan er niet iemand van het dorp een initiatief in die richting nemen? Maar dan zou de kapel ook wel op en iets groter stukje eigen terrein mogen staan want zoals het nu is lijkt hij wel erg slachtoffer te zijn van de behoefte aan akkergrond.

La ferme d’Evrard

Ik blijf nog even staan aan la Chapelle du Rond Chêne in Beauvechain. Enkele honderden meters verder staat nog de in de 18de eeuw gebouwde vierkantshoeve ‘Ferme du Rond-Chêne’ maar of dat nu hetzelfde is als de vroegere ‘Ferme de Stakenborg’ die al in 1356 vernoemd wordt, moet ik nog uitvinden.

Mollendaalbos – omgeving Brise Tout en Keiberg – zicht op la Chapelle du Chêne Rond en Ferme D’Evrard

Op de kaart Vandermaelen van 1856 zie ik wel op die plek “Château Sainte Barbe” en dat verwijst ook naar een versterkte woning. De kapel ligt aan de bron van de Ruisseau de Mille op de grens tussen het Hertogdom Brabant en het Prinsbisdom Luik waarvan Beauvechain in die tijd nog altijd een kleine enclave is (Parti du Pays de Liège). Heeft de Chemin Sainte Barbe zijn naam aan het château te danken of andersom? Zoals ik al vertelde beschermt deze heilige wel de soldaten maar blijkbaar niet de smokkelaars en ik vang geruchten op dat de enclave in die tijd juist voor hen een paradijs was tenzij je betrapt werd en dan wel in de misère kon belanden. Wie meer weet over al deze raadsels mag het graag zeggen Rond de kapel vind je infoborden over het belang van de ‘arbres isolés’ op het kruispunt van holle wegen in een open boerenlandschap en over het belang van die wegen voor de natuur. En als troost voor iedereen die altijd opnieuw problemen heeft met de juiste naam (ik verwar die met de ‘Chapelle au Chêneau’ in Longueville): op die kaart staat heel uitdrukkelijk ‘Chapelle du Rond Chêsne’. Als je aan de kapel de vriendelijke herdershond (Lara) tegenkomt geef hem dan een aaitje want daar houdt hij van. Hij is helaas wel erg oud geworden en hoort en ziet niet meer zo goed. Zijn baas is Paul Evrard van de hoeve die naast de kapel staat. Paul is ver over de tachtig en altijd in voor een praatje. Hij weet alles over deze streek en ik denk dat alle akkers rond de kapel van hem zijn. Zijn hoeve zie ik pas voor het eerst op de NGI-kaart van 1969. Een laatste raadsel: op oude kaarten, voor de eerste keer op die van Vandermaelen van 1846 zie ik dat het eigenlijk de streek iets ten noorden van La Chapelle Du Rond Chêne is die ‘misère’ heet en niet het gehucht zelf. Aan de Rue Mollendaal staan op die kaart twee hoeves aangeduid als Ferme de la Petite Misère en Ferme de la Grande Misère.

Beauvechain – zicht op de Rue de Mollendaal – ferme de la petite misère en ferme de la grande misère – gezien vanuit la Chapelle du Grand Chêne

Vanaf de kapel zie je beide hoeves staan. Het is van hier een heel mooi uitzicht die kant uit want aan de Rue de Mollendael (met kasseien) is er nog geen lintbebouwing en dat is zeldzaam tegenwoordig. Er is wel een aanvraag om nieuwe stallen te mogen bouwen dus ik vrees dat er verandering op komst is. Het woord ‘misère’ tref je in Waals-Brabant dikwijls aan op plaatsen waar in de oude tijd de oogsten gemakkelijk mislukten door droogte, vorst of een teveel aan water of waar er voortdurend plunderende troepen voorbij kwamen. Toch denk ik dat ‘la Misère’ aan La Chapelle du Rond Chêne vooral slaat op de leprozenkolonie en het ‘cortil des lattes’ waarbinnen die zieken moesten blijven. Op  het infobord zie je waar dat cortil geweest moet zijn.

La Mille et ces inondations

Beauvechain. Om van la Chapelle du Rond-Chêne naar la Chapelle Saint-Corneille te stappen zijn er twee mogelijkheden. Neem de kaart (in het fotoalbum) er maar bij en dan zie je dat de eerste en kortste gaat langs  la Ruisseau de Mille en dan via de Rue Jules Coisman rechtstreeks naar de kapel. Langs die straat staan nog wel enkele oude boerderijen maar nieuwe huizen en de auto’s nemen het straatbeeld over en om die reden neem ik liever enkele veldwegen iets noordelijker, de Rue de Stocquoy, Rue(elle) Jules Coisman en de Ruelle Simon dwars door het akkerlandVlakbij la Chapelle du Rond Chêne sta je echter in de Rue du Culot aan een tamelijk nieuw uitziend ‘bassin d’orage’ en daar wil ik het even over hebben. Dat bekken maakt me nieuwgierig want de bron van het kleine beekje Le Mille is op deze plek dus hoe kan je daar nu al wateroverlast verwachten?

mille – bassin d’orage

In de infofolder van het Contrat de Rivière Dyle-Gette lees ik dat de naam van het gehucht en het beekje Mille afstammen van de combinatie van het oude Frankische woord ‘haima’ dat ‘woning’ betekent en het Germaanse woord ‘Melna’ dat staat voor ‘fijn zand’. Dus de mensen wonen hier op een ondergrond van fijn zand en geologisch is dat volstrekt juist want het hele plateau bestaat uit oud zeezand met een toplaag van fijne leemstof. Op de Villaretkaart van 1745 zie je dat er alleen aan de rechterkant van het stroompje enkele hoeves zijn en verder overal weiden. Boven de bron was er in die tijd nog wel een en ander aan bos. Op de kaarten van vandaag zie dat de oevers aan beide kant helemaal volgebouwd zijn en het bos is nergens meer te bekennen. Bij heftige regenval kan het water niet anders dan tussen de gekanaliseerde smalle en dikwijls gebetonneerde kanten op grote snelheid naar beneden stromen en dat doet het dan ook. Er zijn elk jaar overstromingen op de laagste punten en met de klimaatverandering hebben die eerder de neiging om te verergeren dan te verbeteren. Hier en daar zijn er nog wel plekken om het teveel aan water op natuurlijke wijze over de weiden te laten uitvloeien maar als ik de berichten goed begrijp zien de overheden als belangrijkste oplossing om op een aantal plaatsen ‘bassins d’orage’ aan te leggen en die aan de bron van de Mille is daar blijkbaar  een van de eerste van hoewel het denk ik tot 2017 geduurd heeft om plannen van 1998 te voltooien. Dergelijke bassins kosten veel om aan te leggen en stuiten bijna altijd op onteigeningsproblemen met de omwonenden. Bovendien is het niet alleen water dat meekomt bij onweer maar ook erg veel achtergelaten afval en slib van de hoger gelegen akkers. Dat slib komt ook terecht in de ondergrondse rioleringssystemen en dat zorgt voor extra moeilijkheden. De installatie waarvan ik je enkele foto’s toon is in feite bedoeld om vooral dat slib tegen te houden en moet dus ook regelmatig gereinigd worden.

zicht op Le Mille aan de Ferme de Rond Chêne

Maar als ik zie dat de hellingen van de omringende akkers overal nog zeker tien meter hoger liggen dan de beekbedding en dan ook zie hoe de akkers geploegd worden denk ik dat de strijd tegen de erosie hier nog lang niet gewonnen is.

De Keiberg

Beauvechain – Tourinnes-La-Grosse. Ik ben op weg van La Chapelle du Rond Chêne naar La Chapelle Saint-Corneille. Ik kies er voor om niet via de lintbebouwing in het gehucht Mille te gaan maar via enkele veldwegen iets noordelijker, de Rue de Stocquoy, Rue(elle) Jules Coisman en de Ruelle Simon dwars door het akkerlandEen deel van dit traject heb ik al beschreven in mijn reportage over de Keiberg en het bosreservaat ‘le Renissart’ (zie de link). Het is een (naar mijn goesting veel te) open akker-landschap dat veel aan aantrekkelijkheid voor mens en dier zou winnen als de boer van de verderop gelegen Ferme des Biches zich zou laten overhalen om groen- en bloemstroken langs het pad aan te leggen, hagen te laten groeien zoals in de oude tijd en rijen bomen zou hebben langs de randen van zijn grote percelen met hier en daar een echte hoogstamboomgaard. Ik vind het moeilijk om te begrijpen waarom moderne bedrijfsgerichte boeren van nu zoals op deze plek dat niet doen want het gaat om de aanleg van zogenoemde ‘kleine landschapselementen’ en je hoeft er zelfs helemaal niet je grootschalige aanpak voor te wijzigen naar kleinschalige biologische landbouw. Voor aanleg en onderhoud krijg je premies (nog afgezien dat er tegenwoordig heel wat natuurorganisaties zijn met vrijwilligers om een handje toe te steken). Ik vrees dat het gebruik van grote hoeveelheden insecten- en onkruidverdelgers op dit plateau wel nogal zware gevolgen heeft voor de waterkwaliteit van het kleine riviertje Le Mille waarover ik het gisteren heb gehad.

een bloempje op de Keiberg

Zeldzame planten kom je hier niet tegen maar gelukkig wel hier en daar bloempjes die erg goed tegen grote hoeveelheden stikstof kunnen en zelfs als bemesters worden gezaaid. Reeën zie je wel uit de verte (nooit dichtbij want daarvoor wordt er teveel gejaagd) maar hazen zie ik nooit meer in deze omgeving, die worden systematisch afgeschoten. Zwarte kraaien zie je hier massaal en in de zomer kan je veldleeuweriken spotten. Veel andere soorten zie ik hier niet. Mais, suikerbieten en andere veevoedergewassen zijn toonaangevend naast aardappelen en af en toe vlas. Dat laatste kleurt de akkers tijdens de bloei wel heel mooi blauw. In mijn Keiberg-reportage vertel ik ook over onze voorouders die hier woonden en werkten in het stenen tijdperk en over de meteoriet die in 1863 in deze omgeving ergens ‘op de straatstenen’ is ingeslagen. Het ging om een brok van 14,5 kilo en dat moet een flinke knal gegeven hebben. Het waren echter niet die van de Rue de Culot maar van de Chemin de Ramiers een beetje verderop richting Beauvechain.

La Chapelle Saint-Corneille

La Chapelle Saint Corneille staat op het grondgebied van Beauvechain. Maar als je niet door de mand wil vallen als vreemdeling moet je wel weten dat de mooie holle weg ‘La Ruelle de la Chapelle Saint-Cornélis’ behoort tot het gehucht Mille. Neem de kaart er even bij en dan zie je dat je er als voetganger komt vanaf het domein Valduc in Hamme-Mille of vanuit het Meerdaalwoud langs de Milsebaan langs de Ferme des Biches. Lang voor de bouw van de kapel moet hier in de Romeinse tijd de weg naar Tienen gelopen hebben die in het Meerdaalwoud bekend staat als de ‘Tiense Groef’ maar daar zie je nu niets meer van.

Mille – La Chapelle Saint-Corneille

De Milsebaan is ook zeer oud. Die gaat dwars door het Meerdaalwoud en dan langs het kerkhof en de kerk van Blanden richting Leuven waar je hem opnieuw tegenkomt als holle weg ter hoogte van het Parkveld. Langs deze weg gingen de edelen, de kooplieden en de pelgrims. Hij is een belangrijke verbinding totdat in 1757 de steenweg tussen Namen en Leuven wordt aangelegd. De kapel wordt in 1460 gebouwd door Heer Willem van Bierbeek en zijn echtgenote Elisabeth de Berchimont en is sindsdien meermaals gerenoveerd. Op de Villaretkaart van 1745 zie je hem staan maar de naam zie ik pas op de op de kaart Vandermaelen van 1854. Hij staat op de kruising met de Rue Jules Coisman (gefusilleerd vrijheidstrijder) en is gewijd aan de heilige Cornelis die het tot Paus bracht maar toch in de woelige tijden van toen in 253 aan zijn einde kwam door onthoofding of ontbering. Cornelius betekent ‘zo sterk als een hoorn’ en op het platteland wordt hij vereerd als de beschermheilige voor de grote en kleine dieren met horens maar ook tegen epilepsie (de Corneliusziekte), krampen en zenuw- en oorkwalen. In Brabant noemt de volksmond hem ook Sint Knillis en zijn gedenkdag is op 16 september. Elk jaar gaat in Mille op initiatief van alle omliggende parochies op de 4de zondag na Pasen een kleurrijke processie uit om Sint Corneille te vieren en op andere zondagen worden de deuren geopend zodat je de binnenzijde kunt bewonderen. De keramiekwerken in de kapel zijn duidelijk van de hand van eigentijds devoot kunstenaar Max van der Linden. Sinds 1990 is de kapel beschermd als monument. Aan de kapel kan je onder een enorme linde op een bankje je dagelijkse beslommeringen even opzij zetten. Of die linde ook beschermd is weet ik niet maar ik hoop van wel.

Beauvechain – Mille – Chapelle St-Corneille

Hof Ter Cammen

De gemeente Beauvechain is bekend om zijn mooie oude Brabantse vierkantshoeves. De bekendste en grootste daarvan zijn la Ferme de Grayette en de Ferme de Wahenges maar er zijn er veel meer tot in het centrum van het dorp en de verschillende deelgemeenten zoals Tourinnes-la-Grosse en Nodebais. Hoeveel er zijn in Hamme-Mille zou ik niet precies weten (wie helpt?). Een ervan staat recht tegenover la Chapelle Saint Corneille: het Hof ter Cammen. In het erfgoeddossier lees ik dat de hoeve gebouwd wordt in 1665 en dat er in 17de en 18de eeuw belangrijke verbouwingen zijn geweest. Wie hem gebouwd heeft wordt niet vermeld en over de eigenaar(s) vind ik ook niets. Het was een pachthoeve (métairie) maar waarom hij zo heet blijft duister. Werd er bier gebrouwen (het woord ‘Cammen’ wijst daarop), werd er vlas ‘gekamd’ of heeft het te maken met de manier van bouwen van de topgevel in het schuurdak (een houten ‘kamstructuur’ opgevuld met kalk)? Wie er meer over weet mag het graag zeggen. Sinds het jaar 2000 (?) is de hoeve ‘inscrit comme monument’ op de Waalse inventaris van waardenvol bouwkundig erfgoed. Maar terwijl la Chapelle Saint Corneille in  zeer goede staat verkeert is de boerderij er uiterst slecht aan toe. Blijkbaar waren de gebouwen in de 17de en 18de eeuw nog helemaal in orde en zelfs op een oude foto van 1981 ziet het hoofdgebouw er nog in redelijk goede staat uit. Ik heb lang gedacht dat er niemand meer woont maar dat is blijkbaar nog wel het geval. De troosteloze staat van de hoeve getuigt van de noodzaak om na bescherming als monument ook toe te zien op restauratie en daarvoor ook de nodige publieke middelen te verschaffen. Op een foto die ik vijf jaar geleden nam zie je dat het dak van de schuur naar beneden hangt en diezelfde foto kan je vandaag ook nemen, zij het dat alles nog verder vervallen is.

Mille – Hof Ter Cammen – de binnenkoer met de oude pomp en mesthoopplek

Daar staat tegenover dat je nog kan zien dat in vroeger tijden de mesthoop en de drinkwaterput en pomp op dergelijke hoeves zich gebroederlijk naast elkaar op de binnenplaats bevonden. Die schilderachtige maar niet erg gezonde toestand wordt meestal na eigentijdse restauratie al dan niet decoratief weggewerkt door de nieuwe eigenaars-van-nu (niet-boeren) die liever geen onhygiënische toestanden recht aan hun voordeur hebben. Van de traditionele notelaar die op dergelijke plekken werd geplant om de insecten weg te houden is op deze plek dan weer niets meer te bespeuren. Ik pleit ervoor dat de diensten verantwoordelijk voor de erfgoedbescherming wat meer initiatief zouden tonen om te vermijden dat Hof ter Cammen binnenkort alleen nog op foto’s te zien is. Misschien kan de gemeente er ook eens wat aandacht aan besteden? het zou toch wel leuk zijn als hoeve en kapel samen voor de komende generaties bewaard blijven en eventueel zelfs met een gezamenlijke bestemming. Wie heeft een oplossing?

Le moulin Crèvecoeur – Wuyts

Ik kom toe aan het laatste aandachtspunt in deze luswandeling in Tourinnes-la-Grosse en zoals beloofd gaat deze over de voormalige watermolen Crèvecoeur (Wuyts) op de kruising tussen de Rue de Grand Brou en Rue du Moulin juist aan de ingang van het dorp vanuit Hamme-Mille. Vanaf  het pleintje met de kasseien en op de Open Streep Map is de tot een smalle goot gekanaliseerde Le Ruisseau de la Néthen nauwelijks meer te zien maar dat is wel nog het geval op de NGI-kaart van 1989.

Tourinnes-la-Grosse – Moulin Wuyts

De molen zelf zie ik voor de eerste keer aangeduid op de Villaretkaart van 1745 dus die kan best heel veel ouder zijn. In de databank van Molenechos wordt hij beschreven als een bovenslagrad watermolen om koren te malen en dat betekent dat er in die tijd ter plekke een groot verval moet zijn geweest wat je op de oude kaart kan vermoeden omdat stroomopwaarts La Néthen dan al rechtgelegd is om te kunnen stuwen terwijl de beek stroomafwaarts nog in vele kronkels verder stroomt. In 1884 en 1901 werd hij nog flink vergroot. In 1907 kwam er een petroleummotor gevolgd door een armgasmoter (‘gaz pauvre’) in 1920 maar in die tijd werd er ook nog gemalen met waterkracht. Waarom hij de naam draagt van ‘moulin Crèvecoeur’ weet ik niet want bij de eigenaars-molenaars vanaf 1834 vind ik alleen de naam van de plaatselijke familie Maisin en Wuyts. Hubert Joseph Napoléon Wuyts-Sallets – molenaar te Haasrode – koopt de molen in 1932 en ik denk dat Joseph Evarist Anastasia Wuyts-Steeno vanaf 1950 de laatste molenaar was want hij wordt aangeduid als ‘molenaar te Tourinnes-la-Grosse’. Wanneer hij er mee opgehouden is weet ik niet maar sindsdien is het bovenslagrad en binnenwerk verwijderd en het grote bakstenen gebouw omgebouwd tot privéwoning met verscheidene appartementen. Als je het weet herken je het gebouw wel als een voormalige molen maar ik moet eerlijk toegeven dat ik er al vele jaren passeer en maar pas sinds kort weet dat het vroeger een molen was en wel dankzij Els Coremans, telg van een bekende molenaarsfamilie (Vertessens) die in het verleden goed bevriend was en nog is met de familie Wuyts en we samen eens een kijkje zijn gaan nemen. Dankzij een heel oude maar nog springlevende en heel vriendelijke dame in het huis tegenover de molen weten we nu dat ‘Wuyts’ in Tourinnes-La-Grosse wordt uitgesproken als ‘Wiets’ en dat hij als zodanig nog leeft in de herinnering.

Tourinnes-la-Grosse – Moulin Wuyts

Met Els ga ik binnenkort nog andere molens bezoeken je gaat er nog van horen. Le Ruisseau de la Néthen is maar heel kleine beek. Ik heb even geteld hoeveel watermolens er gebouwd zijn en ik kom tot zes (!): Sint-Joris Weert (Molens Vanden Bempt), Néthen (domein Savenel), Hamme-Mille (Les Claines), Hamme-Mille (Valduc), Tourinnes-la-Grosse (Crèvecoeur-Wuyts) en Beauvechain (Moulin de Robermont). Ze zijn er nog allemaal maar alleen die in Sint Joris Weert is nog in bedrijf. In die van Valduc zijn alle installaties er nog maar de nieuwe eigenaar houdt niet van bezoekers op zijn domein en heeft alles ferm afgesloten wat ik helemaal niet meer van deze tijd vind. De molen in Tourinnes is niet echt beschermd maar hij staat wel ‘inscrit comme monument’ in de Waalse inventaris van het waardenvol bouwkundig erfgoed. Einde van het verhaal op deze tocht.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche (Place Saint Martin, Rue de la Bruyère Saint-Martin, Rue de La Haye – Tourinnes-la-Grosse)

+++

http://tourinnes-lotissement.org/ NON au lotissement à côté de l’église de Tourinnes-la-Grosse tourinnes-lotissement.org (Réagissez au permis d’urbanisation introduit pour un lotissement de 17 maisons dans le coeur du village de Tourinnes-la-Grosse)!

Tourinnes-la-Grosse – L’Eglise Saint Martin in kerststemming

+++

Over de Eglise St.Martin’ met een beschrijving van het interieur:

Inventaire du patrimoine culturel immobilier

spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/…/25005-INV-0060-02

+++

Saint-Martin : https://nl.wikipedia.org/wiki/Martinus_van_Tours

+++

Max van der Linden – Fêtes de la Saint-Martin tourinnes.be/oeuvres-max-van-der-linden-nl/?lang=nl

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0126-02 (pomp)

+++

Tourinnes-la-Grosse – het dorpsplein

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0062-02 (Parochiaal centrum, Place Saint-Martin 1)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0180-01 (doktershuis Duchesne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0181-01

(Rue de la Bruyère Saint-Martin 25)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0084-02 (ancienne vicairie, Rue de la Bruyère – Saint Martin)

+++

Tourinnes-la-Grosse – zicht op de pastorie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbara_van_Nicomedi%C3%AB

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0061-02 (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

la Chapelle du Rond Chêne met de hond Lara

Pieter Evers

(intérieur de la Chapelle du Rond Chêne)

+++

+++

https://www.tijd.be/dossiers/nergens-zonder-weg/nergens-zonder-weg-in-tourinnes-la-grosse/10232185.html (ferme Evrard)

+++

La Nethen – Protégeons notre rivière ! www.crdg.eu 

+++

De Mille op de grens tussen (Hamme)Mille en Tourinnes-la-Grosse

Expropriations contre les inondations – La Libre www.lalibre.be › Régions › Brabant

+++

«Marre d’être inondés depuis vingt ans» (Beauvechain) www.lavenir.net › cnt › marre-d-etr..

+++

Beauvechain Le deuxième des trois bassins d’orage … www.lesoir.be › art › beauvechain-l…

+++

Beauvechain : “On en a marre des inondations” – DH Les … www.dhnet.be › … › Brabant wallon

+++

Mille – Hof Ter Cammen

COMMUNE DE BEAUVECHAIN www.beauvechain.be › form_pcdn_bilan_actions

+++

BEAUVECHAIN Enquête publique à Hamme-Mille Le bassin … www.lesoir.be › art › beauvechain-e…

+++

Beauvechain : “On en a marre des inondations” – DH Les … www.dhnet.be › … › Brabant wallon

++++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25005-INV-0023-02?fbclid=IwAR2mPmzOT1x6xEoOAToHeUpyVA79GRrvjAqO4mM8EQ4RlVUC8Q8jHX712Tw (Chapelle Saint-Corneille)

+++

Mille – la Chapelle Saint Corneille

http://www.hesbayebrabanconne.be/sites/default/files/b2_promenade_dame_et_mlin.pdf

+++

http://walloniebelgietoerisme.be/nl/content/processie-saint-corneille

+++

https://www.destinationbw.be/fr/procession-saint-corneille-hamme-mille-1

+++

http://www.heiligen.net/heiligen/09/16/09-16-0253-cornelius.php

+++

http://spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25005-INV-0024-02 (hof ter cammen)

+++

Molenechos: https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=2153 (moulin Crèvecoeur-Wuyts)

Tourinnes-la-Grosse – Le Moulin Wuyts

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0194-01 (moulin Crèvecoeur-Wuyts)

+++

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/2020/12/13/verkenning-over-de-keiberg-ten-zuiden-van-het-meerdaalwoud-mollendaalbos-van-la-chapelle-du-rond-chene-in-tourinnes-naar-het-bosreservaat-le-renissart-en-dan-terug-via-brise-tout-de-rachierhoeve-en-d/ +++ https://www.lpi.usra.edu/meteor/metbull.php?code=24038&fbclid=IwAR0fHkkcGz77fX2cWzoucM5zemw_csVq1jyQiZmdK0MDHe9kQb_VYpecf1w

trefwoorden :

beauvechain, tourinnes, chapelle du rond chêne, chapelle saint-corneille,  saint-martin, bierbeek, waterwandeling, brunerode, église, max van der linden, nodebais, chapelle gosin, keramiek, keiberg, mille, culot, hof ter cammen, moulin wuyts, crèvecoeur, evrard,

Tourinnes-la-Grosse – de lammeren worden al groot

Verkenning over de Keiberg ten zuiden van het Meerdaalwoud/Mollendaalbos van La Chapelle du Rond Chêne in Tourinnes naar het bosreservaat Le Renissart en dan terug via Brise Tout, de Rachierhoeve en de Sint Bernarduskapel aan de Oude Geldenaaksebaan.

Uitgelicht

December 2020 – Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Keiberg – toch nog een vogeltje

De aanduiding ‘Keiberg’ of ‘Cayberg’ zie ik voor het eerst op de topografische kaart van 1904 juist aan de rand van het bos op de hoogtelijn van 100m maar eigenlijk dekt de naam het hele plateau tussen Bierbeek-Mollendaal en Tourinnes-la-Grosse. Die keien zijn daar  zo’n 25 miljoen jaar geleden (mioceen) achtergelaten door de grote rivier die daar in die tijd stroomde in de tijd dat het land nog veel lager lag en het klimaat veel warmer (op zijn Spaans).

De wind en de wolken zijn gebleven maar van die rivier is vandaag de Mille er nog met de Ruisseau de la Néthen en in wijder perspectief Le Train en de keien hinderen de boeren bij het ploegen van hun door het veel later tijdens de ijstijden neergedaalde leemstof vruchtbaar gemaakte akkers. En dus heet het hier Keiberg, zo simpel is dat.

Kenners van de prehistorie zoeken hier ook nog naar heel andere keien, namelijk de vuurstenen ‘artefacten’ die onze voorouders uit het stenen tijdperk hier na gebruik als afval hebben achtergelaten zoals speerpunten, bijlen en voorgevormde stenen om dierenvellen zacht te maken door de vezels te ‘schrabben’. Op je wandeling op de hierboven genoemde veldwegen kom je op het laagste punt vlak voor een hol weggetje nog door een diepte die het overblijfsel is van een ongeveer vijfduizend jaar geleden put waaruit de boeren van toen hun kalk en leem haalden als om hun zure bosakkertjes vruchtbaar te maken om gewassen te kunnen kweken.

beauvechain – keiberg – de boer aan het werk – is dit nu de landbouw van de toekomst?

In die tijd was dat nog niet de grootschalig en industrieel geteelde mais, de suikerbieten, de patatten  en de huidige granen maar vooral groenten en vruchten om in de eigen nederzetting te kunnen overleven. Hofdieren liepen nog vrij rond en het gebruik van onkruidverdelgers en chemische meststoffen was nog niet uitgevonden. Er moeten toen heel wat meer dieren en planten geweest zijn dan nu. Misschien kweekten ze toen ook al wel vlas.

Nu ziet het er allemaal nogal kaal uit. Maar dankzij de in opkomst zijnde moderne duurzame biolandbouw-cultuur komt de natuur misschien wel weer terug. Kwestie verandering van geest en van tijd voor zover we die nog hebben denk ik.

Sinds de Middeleeuwen vielen grote delen van dit plateau onder het gezag van de Abdij van Valduc in Hamme-Mille maar in de 19de eeuw kocht de Hertog van Arenberg grote delen van dit bezit op en in de poort van de even verderop zichtbare Ferme des Biches – voor zover ik weet zowat het enige boerenbedrijf in deze omgeving aan de Franstalige kant – zie je nog een steen die daaraan herinnert. In de weekends zie je soms wel wat auto’s aan het vliegpleintje voor miniatuurvliegtuigen van de Aéroclub de Wavre.

Keiberg – zicht van Chapelle du Rond Chêne op Stocquoi

De Keiberg, het uitgestrekt open boerenlandschap ten zuiden van het Meerdaalwoud en de Rue de Mollendael op de taalgrens tussen Bierbeek en Beauvechain biedt alle mogelijkheden voor spannende verkenningstochten.

Deze laat ik beginnen aan het einde van de Rue du Culot op de kruising met de Rue du Stocquoi in het Waalsbrabantse dorpje Mille (deel van Hamme-Mille, Beauvechain). Daar staat zowat aan de bron van de Ruisseau ‘Le Mille een robuust maar sober gebouwde kapel met de naam ‘Chapelle Notre Dame du Rond-Chêne’.

Binnen lees je dat er hier al een kapel stond in 1358 en dat in die tijd op de kruising een dikke eik (Chesne) gestaan moet hebben. Het huidige gebouw in (ooit witte maar nu vuildonkere) Gobertange kalkzandsteen in klassieke stijl dateert van 1768 en dat staat ook (met enige moeite) te lezen in een steen in de boog boven de voordeur.

Niet voor niets betekent ‘le Culot’ zoveel als ‘helemaal aan de rand’ want vanaf de 15de tot de 18de eeuw mochten de elders verdreven lepralijders uit het dorp hier hun geloof komen belijden vanuit hun ‘gesloten centrum’ met de naam ‘Cortil des Lattes’ (een met een schutting omheind terreintje) dat hier ergens in de buurt was (waarschijnlijk ten noordoosten van de kapel, maar het staat niet op de topografische kaarten die ik heb).

Beauvechain-Mille – la Chapelle du Chêne Rond chapelle du rond chêne

Zoals veel kapellen op belangrijke kruispunten was deze kapel samen met de nabijgelegen ‘Chapelle de Saint-Corneille’ een belangrijk passeerpunt voor pelgrims. Ter ere van de Heilige Maagd wordt er nog altijd elke zondag in de maand mei een rozenhoedje gebeden en op 15 augustus is er een hoogmis. Het oorspronkelijke Mariabeeld is in 1978 gestolen dus wat er nu staat is een kopie.

De kapel wordt duidelijk in ere gehouden door de buurtbewoners want er staan bloemen en een harmonium. Sinds 1994 is hij beschermd als monument. Waarom veel van de ruitjes gebroken zijn weet ik niet en waar de eik naar toe is me ook een raadsel.  Er staan wel twee esdoorns maar zo’n mooie eeuwenoude kapel verdient wel een staanplaats in een kring van robuuste eiken om de al dan niet devote voorbijganger de weg te wijzen.

Ik stel voor dat er twee jonge eikjes geplant worden zodat die groot zijn tegen de tijd dat de esdoorns het laten afweten. Bovendien lijkt het mij wel een goed idee om de kapel een stuk meer ruimte te even tussen al die akkers.

Wie de eigenaar van de kapel is weet ik nog altijd niet maar het is blijkbaar niet de gemeente Beauvechain. Het probleem is dat het bouwwerk dringend een grondige onderhouds- en opknapbeurt nodig heeft.

Beauvechain – La Chapelle du Rond Chêne – de torenspits is aan het verweren

Niet alleen dat de ruiten gebroken zijn maar aan de binnenkant zijn er  barsten in de muur en problemen met het hout in het dak. Maar of er al een restauratiedossier is heb ik nog niet achterhaald.

Zelf nam ik ook nog een foto van de spits en daar zie je dat onder het kruis het zinkwerk weg is en de houten paal staat te rotten. Dat kruis gaat het niet lang meer volhouden vrees ik.

En als ze dan toch werken gaan doen is het de moeite waard om de donkere verweringslaag van de witte gobertange aan de buitenkant te verwijderen, dan komt die ook weer beter tot zijn recht.

Enkele honderden meters verder staat nog de in de 18de eeuw gebouwde vierkantshoeve ‘Ferme du Rond-Chêne’ maar of dat nu hetzelfde is als de vroegere ‘Ferme de Stakenborg’ die al in 1356 vernoemd wordt, moet ik nog uitvinden.

Op de kaart Vandermaelen van 1856 zie ik wel op die plek de aanduiding  “Château Sainte Barbe” en dat verwijst ook naar een versterkte woning. De kapel ligt op de grens tussen het Hertogdom Brabant en het Prinsbisdom Luik waarvan Beauvechain in die tijd altijd een kleine enclave is gebleven (Parti du Pays de Liège).

Beauvechain – la Ferme du Rond Chêne

Rond de kapel vind je infoborden over het belang van de ‘arbres isolés’ op het kruispunt van holle wegen in een open boerenlandschap en over het belang van die wegen voor de natuur.

En dit nog: ‘Stocquoi(y)’ is een oud woord voor kapvlakte waarin de wortels van de bomen nog aanwezig zijn. De kapel staat op de Ferrariskaart van 1771 samen met het sindsdien (bijna) verdwenen Bois de Stocquoy waarover ik het later op deze verkenning nog even zal hebben.

En als troost voor iedereen die altijd opnieuw problemen heeft met de juiste naam (ik verwar die met de ‘Chapelle au Chêneau’ in Longueville): op die kaart staat heel uitdrukkelijk ‘Chapelle du Rond Chêsne’ en diezelfde naam staat op de deur (zij het zonder de ouderwetse ‘s’).

Als je aan de kapel de vriendelijke herdershond (Lara) tegenkomt geef hem dan graag een aaitje want daar houdt hij van maar hij is helaas wel erg oud geworden en hoort en ziet niet meer zo goed. De eigenaar van Lara is de ook al niet meer zo jonge boer Paul Evrard van de naar hem noemende Ferme Evrard aan de kapel, een vierkantshoeve van recenter datum.

Mollendaalbos – omgeving Brise Tout en Keiberg – zicht op la Chapelle du Chêne Rond en Ferme D’Evrard en de hond Lara

Officieel staat de kapel juist op het grondgebied van Tourinnes-la-Grosse maar in de omgeving staat het gehucht rond de kapel al sinds mensenheugenis ‘La Misère’. Die naam komt dikwijls voor op landbouwplateau’s in Wallonië en wijst waarschijnlijk naar een verleden waarin de mensen voor hun overleving afhankelijk waren van het klimaat waarin de oogst goed of slecht kon zijn. Op zulke plekken (bijvoorbeeld op het plateau van Bossut-Pécrot) zijn dikwijls kapellen en pelgrimswegen waarin en waarlangs de mensen boete konden doen voor hun zonden.

Op oude kaarten, voor de eerste keer op die van Vandermaelen van 1846, zie ik dat het eigenlijk de streek iets ten noorden van La Chapelle du rond Chêne is die ‘misère’ heet en niet het gehucht zelf. Aan de Rue Mollendaal staan op die kaart twee hoeves aangeduid als Ferme de la Petite Misère en Ferme de la Grande Misère. Vanaf de kapel zie je op het terrein de straat en een heel aantal boerderijen maar of die ‘ongeluks’-hoeves daarbij zijn moet ik nog uitvinden (of woont er een lezer in een hoeve met die naam?).

Het is van hier wel en mooi uitzicht die kant uit want aan de Rue de Mollendael (met kasseien) is er nog geen lintbebouwing en dat is zeldzaam tegenwoordig. Jammer genoeg is er een aanvraag in de maak om nieuwe stallen te mogen bouwen dus ik vrees dat er verandering op komst is.

Beauvechain – Keiberg – de ree voelt zich thuis in het boerengrasland

Toch denk ik dat ‘la Misère’ aan La Chapelle du Rond Chêne vooral slaat op de leprozenkolonie en het ‘cortil des lattes’ waarbinnen die zieken moesten blijven.

Op diezelfde kaart (Vandermaelen) staan nog opvallende aanduidingen: de kapel wordt vermeld als ‘Chapelle de Notre Dame du Culot’ en de ferme du Rond Chêne heet op oude kaarten ‘Château Sainte Barbe’. Ten oosten van de hoeve ligt het Champ de Ste Barbe en aan die kant ligt ook de Ruelle Ste Barbe. In een oude toeristische tekst lees ik dat dit een eerbetoon is aan deze heilige die door haar vader onthoofd werd en de patrones is van de kanonniers, de genietroepen en de brandweerlieden. Er is veel gevochten in deze streek maar of dat er iets mee te maken heeft weet ik nog niet. ‘Culot’ betekent niet alleen ‘uithoek’ maar is ook de achterzijde (kulas) van een kanon.

Beauvechain – Bierbeek – Mollendaalbos – ingang van het bosreservaat veldkant van de Renissart

De wandelaar staat er niet bij stil maar sinds 1995 is het bos-complex Meerdaalwoud aangewezen als ‘bosreservaat’ met 7 deelreservaten waarvan die in het Mollendaalbos getooid zijn met de namen ‘Pruikenmakers’, ‘Mommedeel’ en ‘Veldkant van de Renissart’. De Renissart is 19 ha groot en het ligt aan de rand van de akkers op de Keiberg ten noordoosten van de ‘Ferme des Biches’ (haal de kaart er maar bij). Je mag en kan er niet in maar vanaf de modderige dreef op de Keiberg en het padje langs en dwars door de bomen zie je dat het steil afdaalt vanaf het plateau.

Er staan vooral beuken van meer dan 100 jaar oud maar ook veel andere inheemse en uitheemse bomen waarvan sommige bijzonder zijn zoals Wilde appels. Het bosbeheerplan van 2007 spreekt ook over een perceeltje oude olmen (iepen) maar ik denk niet dat die er nu nog zijn.

Het reservaat is ook een goede biotoop voor salamanders zegt het beheerplan maar pogingen om een poel aan te leggen zijn blijkbaar mislukt omdat bij het graven de water ondoorlatende bodemlaag beschadigd is dus het water blijft niet meer staan.

Het is een ‘integraal’ reservaat, dat wil zeggen dat het bos na een ‘inleidend beheer’ voortaan aan zichzelf wordt overgelaten. Er wordt wel nog gejaagd vanaf de jachtkansels die je vanuit het veld ziet staan aan de bosrand, vooral op reeën maar tegenwoordig ook op everzwijnen, zelf met drukjachten in het bos wat ik eigenlijk geen goed idee vind met het oog op de rust in het bos maar ook op alle passanten op zoek naar een vreedzame natuurbeleving.

Mollendaalbos – bosreservaat veldkant van de Renissart – de beuk is geveld door de storm en keert terug naar de natuur

In het Meerdaalwoud werd het laatste everzwijn in 1957 afgeschoten maar sinds enkele jaren zijn ze terug – en zeker in dit afgelegen reservaatje dat zo lekker dicht tegen de mais gelegen is – en het voorwerp van heftige discussie tussen voor- en tegenstanders van wildbeheer door middel van afschieten (je kan ze ook vrij gemakkelijk vangen, ik heb hier al eens een vangkooi gezien).

In het bos moet nog een oude dassenburcht zijn maar ik denk niet dat die alweer bevolkt is. Tip aan de boswandelaar: hou in deze omgeving toch echt je hond aan de lijn want anders kan je wel in moeilijkheden komen want wilde varkens en honden is geen goede combinatie.

Het reservaat heeft last van de industriële boerenbedrijvigheid op het plateau want er sijpelen op grote schaal meststoffen, pesticiden en herbiciden in. Pogingen om een deel van die velden terug in het bos op te nemen zorgden enkele jaren geleden voor grote spanningen op dit deel van de taalgrens en ik denk dat er niets van komt.

De boer – ik neem aan die van la Ferme des Biches – is zelfs niet bereid om tussen de bosrand en zijn akkers de ondertussen gebruikelijke groene strook aan te houden en dat wijst op de nood aan aanvullende wetgeving om het ecologisch potentieel van het reservaat echt tot ontwikkeling te brengen. Aan de Vlaamse Mollendaalkant zijn die groenstroken er wel.

Mollendaalbos – vanaf Brise Tout kan je de zon in het water zien schijnen

In het bos kom je ten noorden tegen het bosreservaat uit op een brede dreef. Die volg je tot op de hoek van het bos totdat je aan een bareel en een picknictafel komt. Aan de zuidkant kant kijkt je uit op Beauvechain (in de verte zie je de toren van de Sint Sulpiciuskerk), naar het noorden vertrekt een brede bosdreef naar het voormalige boswachtershuis Brise Tout van de Hertog van Arenberg met de kleine bosparking.

Het is een héél mooie beukendreef die lang nog vrij rustig was maar tegenwoordig wel is ontdekt door ruiters (die hebben wel een afgezonderd spoor) , joggers en mountainbikers en  op zaterdagmorgen kan je zelfs een heel hondengezelschap tegenkomen.

Niet voor niets heet het hier op de boskaart (de omheining)  ’Schoonzicht’ want tussen de hoge beuken heb je een prachtig zicht op de open vlakte. Even verder kom je aan de (omheining en bosperceel) Luikergrens wat je er opnieuw aan herinnert dat in de oude tijd hier een echte grens was, namelijk die tussen Brabant en de enclave van Beauvechain-Tourinnes van het Prinsbisdom Luik.

Tegenwoordig heeft de dreef blijkbaar geen naam meer maar op de Kaart Vandermaelen van 1846 heet hij Route de la Frontière de Liège.

Mollendaalbos – Luikergrensweg – zicht op Keiberg en Beauvechain

De huidige taalgrens steek je over aan oosteinde van de dreef waar de picknicbank staat.  Vroeger was dit het ‘Rendez-vous des Pauvres’ en nu is het de gemeentegrens van Bierbeek naar Beauvechain. Soms kan je het ook horen aan het gebrul van jagers aan de Franstalige kant. Als je mensen tegenkomt kun je altijd kiezen uit ‘goedendag’ en/of ‘bonjour’ en dat is in deze omgeving trouwens de goede gewoonte die stedelingen een beetje uit het oog hebben verloren.

De stammen van een aantal beuken langs de bosdreef lijken wel een beetje gedraaid te zijn in de lengterichting. Dit heet ‘torsie’ en je kom het vaak tegen in het Meerdaalwoud. Tot nu toe heb ik er nog geen goede verklaring over gehoord. Volgens sommigen komt het van de wind maar anderen spreken dat tegen en zeggen dat het genetisch bepaald is. Als zo’n grote beuk wordt afgezaagd komt soms plotseling aan het licht dat de reus van nu begonnen is als een bundel van wel tien kleine boompjes die in de loop der jaren tot één stam zijn vergroeid.

De dreef kan behoorlijk drassig zijn maar ook stralen in het vroege zonlicht. In de winter staan de kanten vol zwammen.

Over het boswachtershuis weet ik eigenlijk niets behalve dat het in de tijd van de hertog van Arenberg een van de vele ‘maisons de garde’ was en mooi gerestaureerd is door de huidige privé-bewoners. Maar er is dus veel meer over te zeggen en misschien is er een lezer die kan helpen?

Mollendaalbos – het voormalige boswachtershuis Brise Tout – nu privéwoning en mooi gerestaureerd

Vanaf Brise Tout ga je via de Sint-Joris Weertstraat naar de Oude Geldenaaksebaan. Aangekomen op de kruising voorbij de nogal prozaische betonnen boerenstallen met ganzen, een paard in de wei en een groot bord ‘frietjesmachine’ geef je er rekenschap van dat je hier staat aan een holle weg die in de oude tijd de officiële verbinding was tussen Leuven en Jodoigne. In Leuven vind je hem terug als de holle weg ten westen van het Parkveld.

Op de kaarten zie ik hem voor het eerst op die van Villaret (1745) en van Ferraris (1771) maar daar ligt de Nieuwe Geldenaaksebaan met aansluiting op de Bevekomstraat/Rue de Mollendael  er al vlak naast. Beide wegen passeren de historische grens tussen het Hertogdom Brabant en enclave Beauvechain van het Prinsbisdom Luik, nu de gemeentegrens én officiële gewest- en taalgrens. Of de kasseien uit die tijd zijn weet ik niet.

Het Rachierhof staat ook al op de Ferrariskaart. Het stond er vele jaren bij als een ruïne, naar ik me heb laten vertellen door een koppig volgehouden herbestemmings- en restauratie-conflict tussen de erfgoeddiensten en de eigenaars (onbevestigd).

Maar sinds 2017 is die restauratie dan toch begonnen en tegenwoordig ziet het er uit als nieuw.

Bierbeek-Mollendaal – Oude Geldenaaksebaan – Rachierhof

Ik vind het wel mooi gedaan maar het gaat wel honderd jaar duren voordat het weer wat lijkt op een oude vierkantshoeve denk ik en het is natuurlijk ook duidelijk geen boerderij meer. Het gebouw straalt voor mij de spanning uit tussen het behoud van waardenvol erfgoed en woonbehoeften van onze tijd.

Op de website van de gemeente Bierbeek lees ik het volgende: “Aan de rand van het Mollendaalbos ligt een heel oude boerderij, het Rachierhof. Van deze boerderij dateren de eerste gegevens reeds van 1401. Toen was ze eigendom van de (Cisterciëncer) abdij van Valduc (Hamme-Mille). Lange tijd bestond het Rachierhof uit lemen gebouwen met bakstenen onderbouw. In 1753 werd een nieuw witgekalkt woonhuis gebouwd, de schuur is 80 jaar jonger (1832). Ondanks enkele nieuwere gebouwen is het grondplan van de hoeve sinds 250 jaar ongewijzigd gebleven. Het pachthof maakte tot 1918 deel uit van het bezit van de hertogen van Arenberg. De boerderij werd uitgebaat door de familie Wackers, tot een tiental jaar geleden.”

Sinds 1999 is de hoeve beschermd als monument, in het beschermingsbesluit wordt gesproken over ‘de hoeve Denonville’ maar of dit slaat op de huidige eigenaar(s) weet ik niet. In de oude tijd moet het landschap er hier heel charmant hebben uitgezien met hagen en boomgaarden. Misschien komen die nog terug want ik zie nog enkele bomen en de aanzet van een tuin in de omgeving wordt het uitzicht toch gedomineerd door de mais.

Bierbeek-Beauvechain – Oude Geldenaaksebaan – Sint Bernarduskapel

Waar even verder de Oude Geldenaaksebaan een holle weg wordt kan je met een trappetje met 20 treden naar links naar een tussen de bomen nauwelijks zichtbare kleine kapel. Merkwaardig genoeg vind ik hem niet op de toch heel uitgebreide lijst met waardenvol bouwkundig erfgoed in Bierbeek.

Hij wordt wel goed verzorgd (beter dan La Chapelle du Rond Chêne in elk geval).  De kapel is – om mij nog onbekende redenen – gebouwd door Remy Bosmans in 1896, dan de eigenaar van het Rachierhof en dat ook blijkt uit het opschrift op de gevelsteen “RBM / CLW / 1896” (wat CLW betekent weet ik niet).

Op de website van de gemeente Bierbeek lees ik dat de huidige eigenaar de familie Denonville is. In de kapel staan ook beelden van Sint-Antonius en het Heilig Hart. De beelden van St-Egidius en H.Rita zijn ontvreemd. Aan de muur hangt een tekst van Jos Beel i.v.m. herdenking van 900 jaar St-Bernardus.

De heilige Bernardus van Clairveaux werd in 1090 geboren als telg van een hoogadellijke uiterst christelijke familie, was lang een Franse abt en is – samen met zijn broers – de belangrijkste vertegenwoordiger van de orde van de Cisterciëncers.

Hij was een van de machtigste geestelijken uit zijn tijd, moet een enorme overtuigingskracht in stem en geschrift hebben gehad, gekoppeld aan een onvermoeibare zin voor actie, speelde een grote rol als rondreizend diplomaat in het bijleggen van Pauselijke schisma’s binnen de kerk en was zelfs voor zijn tijdgenoten een niet altijd onbesproken fundi in zijn diep-mystieke soberheid predikende geloofsovertuiging.

Beauvechain – zicht op de Rue de Mollendaal – ferme de la petite misère en ferme de la grande misère – gezien vanuit la Chapelle du Rond Chêne

Uit liefde voor de Maagd Maria trad hij onverbiddellijk (zij het niet wreedaardig voor zover ik het lees) op tegen ketters maar ook tegen mede-priesters die probeerden om in de verklaring van het Christelijke geloof enige argument van de rede en het verstand in te bouwen.

Op oudere leeftijd predikte hij energiek de Tweede Kruistocht en hoewel zijn oproep massaal gevolgd werd maakte dat bijna een einde aan zijn loopbaan want al de verantwoordelijkheid voor de mislukking van dat avontuur werd in zijn schoenen geschoven.

Voor het gewone hardwerkende sobere godvrezende kerk- en boerenvolk dat van al dat gedoe van de machtigen niet veel goeds te verwachten heeft, is hij door zijn acetische vurigheid de hoeder geworden van de oogst en van de hof en weidedieren. Ik zie dat er sinds mijn laatste bezoek een bezoeker is langsgekomen die dat op het bord aan de deur heeft afgebeeld met een varken en een kip.

Vanwege de honingzoetheid van zijn stem is hij de patroonheilige voor de bijenteelt. Maar pas op: hoewel hij dikwijls met een wit hondje wordt afgebeeld is hij is niet de Bernardus waar de sint-bernardshonden naar genoemd zijn: dat was Bernardus van Menthon, een kluizenaar in de Alpen († 1081; feest 28 mei). Je kunt als heilige niet alles hebben. Zijn feest is op 20 augustus.

tussen Bierbeek en Beauvechain – de Oude Geldenaakse baan

Langs de Oudegeldenaakse baan zet ik mijn tocht voort naar La Chapelle du Rond Chêne in Beauvechain. De holle weg is een van de mooiste die ik ken in de wijde omgeving. De bermen zijn onlangs nog eens gemaaid en gesnoeid, naar mijn gevoel zelfs een beetje te veel en te kaal. Ik vermoed dat hij beschermd is en door de gemeente Bierbeek onderhouden wordt.

Maar volgens mij rijden er nog altijd tamelijk brede landbouwvoertuigen door om op het plateau te komen. Bovendien ploegen de boeren aan beide kanten tot tegen de bermrand aan en de afwezigheid van groene grasranden geeft zowel erosie als een instroming van chemische produkten.

Eenmaal dat je aan het einde van de donkere tunnel op het plateau komt merk je dat de de Rachierhoeve zijn naam niet gestolen heeft want ‘rachier’ betekent ‘rooien om te ontginnen’ (lees ik).

Je staat in een totaal open landschap waar buiten de bosrand van het Mollendaalbos zowat geen één nabije boom meer te bespeuren valt en dat in de winter één grote lappendeken is van keurige mechanisch aangeharkte akkers en in de zomer één grote verzameling van suikerbieten, maïs en granen.

Bij mooi weer is het wel fotogeniek maar het mist natuurlijkheid. In het begin van de vorige eeuw waren die akkers er ook maar waren ze veel kleiner en omgeven door hagen denk ik en ik zou daar wel eens prenten van willen zien want die moeten volgens mij bestaan.

tussen Bierbeek en Beauvechain – de Oude Geldenaakse baan

Nu valt het landschap op door enorme waterplassen op de wegen en uitzichten tot op alle kerktorens in de omgeving maar ook de afwezigheid van vogels en vogelgeluiden anders dan kraaien. Het is er onnatuurlijk stil afgezien van het gebrom van grote landbouwmachines en het overvliegen van grote en kleine vliegtuigen van de luchtmachtbasis Beauvechain.

Reeën zie je hier wel maar everzwijnensporen al bijna niet meer want de boeren hebben zo’n hekel aan die dieren dat ze alles wat jager is hebben gemobiliseerd om er korte metten mee te maken.

Ondertussen zijn we opnieuw de grens overstoken en gaan we dwars door het eind 19de eeuw verdwenen Bois de Stocquoi in de richting van de kapel. Van dat bos rest alleen nog een heel klein en er nogal onplezant en afgerasterd uitziend privébosje van hoofdzakelijk dode sparren. Het is ferm afgesloten en ik heb gehoord dat er tussen de bomen al tientallen vallen zijn aangetroffen om vossen te vangen, iets dat ook in Wallonië illegaal is maar natuurlijk wel nodig als je zelf wilt jagen op je de tamme patrijzen en fazanten die je even eerder illegaal zelf hebt losgelaten.

Op de horizon zie je de Rue de Mollendael met zijn beroemde kasseien. Ik heb al gewezen over de bezorgdheid over de mogelijke bouw van nieuwe stallen en uiteindelijk lintbebouwing. Voorlopig wordt het uitzicht alleen belemmerd door een enorme berg van suikerbieten.

Daarmee ben ik terug aan La Chapelle du Rond Chêne en aan het einde van deze verkenningstocht.

Keibergwandeling tussen Beauvechain en Mollendaal – kaart OSM

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

bronnen

Algemeen

Meerdaalwoud – Heverleebos – Egenhovenbos – Natuur en Bos

www.natuurenbos.be › sites › default › files › beheerplan…

PDF

Het beheerplan is ook raadpleegbaar via www.meerdaalwoud.be.

+++

Miradal, Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud, Davidsfonds/Leuven 2009, nog verkrijgbaar via infocentrum@vhm.be of te raadplegen in iedere goede bibliotheek rond het Meerdaalwoud

Chapelle du Rond Chêne

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true

(la Chapelle du Rond Chêne)

Beauvechain – La Chapelle du Rond Chêne aan het einde van la Rue du Culot – daarachter begint La Misère

+++

(la Chapelle du Rond Chêne)

+++

Pieter Evers

+++

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbara_van_Nicomedi%C3%AB

Rachierhof

Rachierhof

https://www.bierbeek.be/rachierhof

Het Rachierhof – Gemeente Bierbeek

http://www.bierbeek.be › … › Boerderijen in Bierbeek

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200115

Hoeve Rachierhof | Inventaris Onroerend Erfgoed

inventaris.onroerenderfgoed.be › erfgoedobjecten

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/468

Hoeve Rachierhof | Inventaris Onroerend Erfgoed

inventaris.onroerenderfgoed.be › aanduidingsobjecten

Kapel Sint Bernardus

http://www.heiligen.net/heiligen/08/20/08-20-1153-bernardus.php)

https://www.bierbeek.be/kapel-van-sint-bernardus

Bierbeek – Oude Geldenaaksebaan – Sint Bernardus-kapel

trefwoorden: Meerdaalwoud, Mollendaalbos, Keiberg, Bierbeek, Beauvechain, Rachierhof, Kapel Sint Bernardus, La Chapelle du Rond Chêne, Oude Geldenaaksebaan, erfgoed,

DE PERREKAPEL IN BEAUVECHAIN OP DE GRENS MET BIERBEEK (OPVELP)

Beauvechain – de Perrekapel – hij bestaat echt of wat dacht je?

De Perrekapel op de grens tussen Beauvechain en Bierbeek/Opvelp). Net als de rest van Brabant staat de streek van Bierbeek en Beauvechain vol met kleine kapelletjes. Sommigen daarvan zijn zelfs beroemd zoals de Gosin-kapel in Nodebais vanwege de keramieken van Max Vanderlinden of alleszins heel bekend om hun ouderdom zoals la Chapelle Saint Corneille en la Chapelle au Rond Chêne in Mille. In diezelfde omgeving staat er ook nog de Sint-Bernarduskapel in de holle weg voorbij het gehucht Mollendaal en het Rachierhof. Minder bekend maar misschien belangrijk in het verhaal dat volgt is de heel charmante Kapel van het Heilige Aanschijn (ofwel Karmel-kapel) vlakbij de vroegere windmolen op de kruising tussen Oude Geldenaaksebaan en de Smisstraat in Bierbeek-dorp. En zo kan je nog wel even doorgaan en dat is ook de moeite waard want al deze kapellen lenen zich voor mooie natuurwandelingen en maken deel uit van verleden en heden van onze streek. Maar wie in Bierbeek of Beauvechain (laat staan daarbuiten) kent de Perrekapel? Lezer Wouter van den Bril stelde me deze week deze vraag en omdat ik er nog nooit van had gehoord ben ik uit nieuwsgierigheid maar eens snel op zoek gegaan om foto’s te maken en er iets meer over te weten te komen.

Even dacht ik met een compleet mysterie te maken te hebben maar al vrij snel zijn de sluiers opgelicht.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel

De kapel zelf heb ik gevonden. Hij staat aan de rand van het Perrebos tussen de bomen. Vanuit het veld zie je er niets van. Op oude kaarten zal je hem niet vinden maar op de Open Street Map (internet) en de meest recente gedrukte topografische kaarten van het NGI staat hij aangegeven met een kruisje zowat midden tussen de Perrestraat in Opvelp en de Rue de Mollendael in Beauvechain maar wel juist aan de Franstalige kant van de taalgrens. Op de kaart staat er geen enkele pad naartoe aangegeven maar op het terrein wandel je er wel gemakkelijk naar toe vanaf de Rue de Mollendael en daar stuit je zelfs op een verroest bordje ‘promenade vers la chapelle’ hoewel je op die plek een bramenveld zou in moeten gaan om er te geraken. Gelukkig wisten jagers me de juiste weg te wijzen. Je komt er ook te voet door het bos vanaf de Perrestraat maar dan moet je over privéterrein. De kapel ligt in een privébos en is overduidelijk een privé-kapel. Anders dan alle andere kapelletjes in de omgeving is het er een met een volledige kruisweg hoewel op het terrein al de mooie prenten met bramen overwoekerd zijn. Die kruisweg vind je op bijna geen enkele kaart aangegeven, alleen maar in een hoekje van de NGI-kaart Beauvechain-Tienen blad 32/7-8) waar je de kruisjes ziet staan in het ‘Bois de Peer’. Over de kapel zelf vind je zelfs na grondig zoekwerk slechts één verwijzing op het internet van een groepje hondenwandelaars in 2014 die er ook niets van weten en zich afvragen wat die kapel hier staat te doen en wie hem gezet heeft. In Beauvechain is hij zelfs helemaal onbekend.

Beauvechain – het eerste bewijs dat de Perrekapel inderdaad bestaat en dat je op de goede weg bent

Voordat ik verder inga op het  verleden en heden van de Perrekapel tussen Bierbeek en Beauvechain zoek ik nog naar een verklaring van het woord ‘Perre’. De kapel staat in het Perrebos. Historische namen in onze streken zijn altijd verbonden met het landschap, het gebruik of met de eigenaars en dat is op deze plek niet anders: achter Vuilenbos, Smisveld, Zwartenhoek, Stoquoi, Culot, Hazenberg en La Misére verbergen zich verhalen die de moeite waard zijn om te bewaren. Bossen worden dikwijls naar vroegere eigenaars genoemd zoals het nabijgelegen Remmelenbos dat op de kaart Vandermaelen van 1846 als ‘Bois Philippe’ ou ‘Reemelenbosch’  staat aangeduid. Hoewel de naam ‘Vandeperre’ tamelijk gebruikelijk is lijken Perrebos en Perreveld niet te verwijzen naar een historische meneer (of familie) Perre, Pierre of Peter (en ook niet naar een ‘peerd’ of ‘paard’) maar naar het vlak er boven gelegen gehucht Perre. De naam komt niet voor op de oude kaarten voor zover ik die kan raadplegen maar dankzij studiewerk van Opvelps natuurgids Rik Convents weten we dat het vermoedelijk zoiets betekent als ‘omheinde plaats’ of ‘afgesloten ruimte’, afkomstig van het Middelnederlandse ‘perrik’ en het Latijnse ‘parricus’ waaraan we ook het woord ‘park’ en ‘perk’ (en ‘beperkt’, ‘beperken’ en misschien ook ‘perceel’) te danken hebben. De naam ‘Vandeperre’ of ‘Perre’ ontstaat dan doordat de plaatselijke bevolking er dat van maakt door een verschijnsel dat taalkundigen ‘klinkerrekking’ noemen. Het Perreveld staat voor de eerste keer op de kaart Vandermaelen, de huizen in de buurt staan 100 jaar later op de NGI-kaart van 1969 vermeld als het gehucht Perre en op diezelfde kaart is het Perrebos verfranst tot ‘Bois de Peer’ (wat taalkundig op niets slaat).

Beauvechain op de grens met Bierbeek (Opvelp) – judaspenning aan de Perrekapel

Ongetwijfeld waren gehucht en veld in het verleden van een omheining voorzien (waarschijnlijk nog altijd) maar of dit ook zo was voor het bos weten we niet (nu niet meer in elk geval). Alle aanvullingen en andere bedenkingen welkom. Deze namiddag vertelde me iemand nog dat het woord perre in Bierbeek ook een draaihekje is om ergens binnen te geraken. Ik heb over die kapel ondertussen ook al wat andere aanwijzingen binnengekregen.

Mijn verhaal over de ‘geheimzinnige’ Perrekapel tussen Beauvechain en Opvelp (Bierbeek) levert vanuit Beauvechain niet zoveel geen inhoudelijke reactie op maar vanuit Bierbeek is krijg ik best wel veel commentaar waarvoor dank. Daaruit maak ik op dat de kapel met de kruisweg met zijn 14 fiere staties oorspronkelijk is opgericht in 1987 door Opvelpenaar en (naar ik vermoed) dan eigenaar van het Perrebos, Roger Branson, vermoedelijk bijgestaan door Omer Abts, eveneens van Opvelp, als dank voor de genezing van een dierbaar familielid. De kapel wordt toegewijd is aan ‘O-L-Vrouw-van-de-Wonderdadige-Medaille’, of ook wel de kapel van ‘Jezus en Maria’ genoemd. Haar beeld staat aan de voorkant van de kapel achter het glas. Je kan het niet heel goed meer zien maar het is mooi. Wie het gemaakt heeft weet ik niet. De beelden aan de achterkant zijn die van de patroonsheiligen Sint Antonis (Antonius van Padua) en Sainte Rita. Op stenen platen aan de zijmuur staat in een mooi handschrift ‘en souvenir de notre cher Doyen A.Englebert 1993’ en ‘medestichters Jeanne Ombelet, +12-02-1996 echtg. Jules Boogaarts’.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel – St.Antonius en Ste.Rita

Pastoor (l’Abbé) André Englebert was in die tijd deken van Beauvechain dus ik vermoed dat hij de kapel, gelegen op zijn grondgebied,  ingezegend heeft. De andere namen zijn in de streek bekend maar ik weet er nog niets over.

Het Christusbeeld in de glazen nis bovenop de kapel is een processie beeld dat in 1906 is aangekocht door de Opvelpse pastoordeken Camiel Weicherding. Zelfs vanaf de grond valt op dat het een heel mooi gelaat heeft met blonde haren en gekleed is in een lang wit gewaad. Op het hoofd staat een gouden stralenkrans en daarin zou de volgende inscriptie moeten staan ‘EENVOUD LIEFDE BETROUWEN’. Lezer Koen Herregodts vertelt dat het destijds op kermiszondag uitgedost werd “met een prachtig kleed in rode veloers, op een berrie geplaatst en door het dorp gedragen tijdens de kermisprocessies op Drievuldigheidszondag”, dat is ieder jaar op de eerste zondag na Pinksteren. Bij die gelegenheid werd de berrie gedragen op de schouders van de jongens van de Boeren Jeugd Bond (B.J.B.). Na de processie werd het altijd opgeborgen op de kleine zolder van de Opvelpse parochiezaal. Op een kwade dag is het bij die gelegenheid in stukken gebroken. De brokstukken hebben vele jaren lang op de zolder gelegen en zouden waarschijnlijk bij een opruiming verloren gegaan als Roger Branson niet had gevraagd aan en de toestemming had gekregen van de toenmalige kerkfabriek om het te mogen bewaren en te laten restaureren.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – de Perrekapel

Zo gebeurde en na de restauratie is het beeld in de speciaal aangebrachte dakkapel geplaatst tijdens een eucharistieviering ter gelegenheid van het hoogfeest van OLVrouw Hemelvaart op 15 augustus 1997. Bij die gelegenheid werd de vernieuwde kapel ingezegend door pastoordeken Fons D’Hoogh uit Bierbeek (overleden in 2013).

Een lezer met jachtrechten in het gebied wijst er in een wat onverwachte negatieve reactie op dat het Perrebos met delen van de omgeving de privé-eigendom is van de huidige eigenaar van de vierkantshoeve Berkenhof en dat je er dus niet zonder toestemming door mag wandelen en dat het zeker ongewenst is om daar in groep veel lawaai te komen maken (ik dacht niet daar al voor te hebben opgeroepen maar soit). Hij heeft natuurlijk een punt op het vlak van overlast maar dat is overal zo in de natuur. Maar aan de andere kant is het ook zo dat traditionele bospaden openbaar zijn zolang ze niet met de wettelijk voorgeschreven borden zijn afgesloten.

Het is een probleem dat je wel vaker tegenkomt met jagers: die hebben nu eenmaal niet zo graag pottenkijkers in hun jachtgebied en komen dan aandragen met de boodschap dat het ecologisch waardevol en kwetsbaar gebied is en dat er dus beter niemand komt.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – in het Perrebos – bij een kruisweg stel ik me toch iets anders voor

Wat betreft het Perrebos klopt deze redenering niet echt. Het is een bos van allemaal mooie dennen, een perceel met essen, nog een perceel met populieren en wat boskersen die daar ooit geplant zijn om hout op te leveren maar verder geen speciale natuurwaarde hebben. Op een paar stukjes van het bos staat wat gemengd loofhout en dat is op natuurvlak wel interessanter maar op zich niet kwetsbaar.

De ondergrond bestaat uit een woekergewas van bramen dus zo ecologisch is dat ook al niet. Het terrein is op zichzelf helemaal niet kwetsbaar, toch niet zolang je er niet met moto’s en quadsen doorrijdt en zelfs dan, het is nogal droog en kan best wel wat hebben. Er lopen dieren rond, vooral van het soort waar jagers op hun manier van houden zoals reeën en vossen (en eventueel everzwijnen). Er is geen bosrand en het bos is omringd door maisakkers en soortgelijke moderne landbouwbiotopen die ecologisch eigenlijk bedorven zijn.

Ik heb ze daar zien en horen jagen: de klassieke drijfjacht waarbij tientallen brullende en trappelende mannen op een lijn en vergezeld van hun voor de gelegenheid loslopende honden de weinige hazen die er nog zijn en wellicht ook vogels (fazanten? patrijzen?) moeten opjagen opdat andere mannen met geweren die op hun gemak kunnen afmaken.

In feit is deze manier van jagen geweldig verstorend voor de natuur om het alle dieren opjaagt en niet alleen degenen die ‘beheerd’ moeten worden. In feite is het merkwaardig dat het afsteken van vuurwerk op oudejaarsnacht op zo grote bezwaren stuit en het geknal van jachtgeweren nauwelijks.

 In feite zou het de moeite waard zijn om heel dit gebied over te laten aan een organisatie zoals Natuurpunt of – in dit geval Natagora – om er een echt natuurgebied van te maken. In de omgeving komen er hier en daar de dassen weer terug naar hun oude burchten en dat  is een belangrijke meerwaarde voor de natuur en waar die zich vestigen is bescherming ook echt wel nodig. Dat wil zeggen dat passerende wandelaars  hun honden ferm aan de moeten lijn houden (net als de jagers overigens).  Maar dassen moeten vooral beschermd worden tegen de kwade wil van boeren en buitenlui die dassen nog altijd als een kwaad beschouwen en ze vergiftigen of die tot taak hebben de holle wegen te ‘onderhouden’ en daarbij uit onachtzaamheid de dassenholen vernielen.

Maar in een natuurgebied kan er alleen nog eventueel eens gejaagd worden uit noodzaak in het kader van wildbeheer  en dat is lang zo leuk niet als de jaarlijkse sportjachtpartijen.

In elk geval is het Perrebos ontoegankelijk vanwege de bramen dus zonder pad kan je er in elk geval niet door en dat lijkt me ook een goed idee want het is waar dat bezoekers overlast bezorgen, ook al door hardnekkig hun afval achter te laten en door hun honden los te laten lopen.

Beauvechain op de grens met Opvelp – Een biovarkensbedrijfje vlak naast de Perrekapel

De kapel zelf ligt echter helemaal op een hoekje aan het eind van een kennelijk openbaar pad vanaf de Rue Du Mollendael  achter een bordje ‘Promenade de la Petite Chapelle’ voorbij een gloednieuw bio-varkensbedrijf(je) en is omringd door klassieke maisakkers dus ik zie niet goed wat je als rustige natuurliefhebber langs die kant kan misdoen als je er eens een kijkje gaat nemen. Er komt nauwelijks volk langs, er staat een vuilnisbak (met één doos met het opschrift patisserie) maar er is opvallend weinig afval te zien, er zijn geen sporen van vuurtjes en zelfs graffiti  kom je er nauwelijks tegen.

De oprichter van de kapel, Roger Branson is de zoon van Florent Branson, geboren in Opvelp. Florent had een bloeiende beenhouwerij in Leuven maar in Opvelp was hij bekend als jager ‘den duc’. Roger is zijn zoon (Den jonge Duc) en hij zal trouwen met Monique Leclercq de jongste dochter van Maurice Leclerq van de welbekende Opvelpse vierkantshoeve Berkenhof (lebecq). De familie Leclerq levert tot 1964 generatie na generatie de burgemeester voor het tot dat jaar zelfstandige Opvelp. Na de inzegening in 1997 zijn er nog tot in de jaren 2004-2005 regelmatig vieringen gehouden, telkens op 15 augustus maar ook wel bij andere gelegenheden. De bedoeling was om gelovigen van beide kanten aan de taalgrens bijeen te brengen en ik begrijp dat dit in beperkte mate ook wel is gelukt.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – vanit het Perrebos – zicht op het Remmelenbos

Roger Branson, ondertussen op de gezegende leeftijd van 81 jaar schrijft hierover zelf het volgende: “Er bestaan nog vele foto’s en dia’s en echte schilderingen van de kruisweg. Op 15 augustus kwamen mensen uit de streek bidden en de mis volgen. De mis werd zelfs geleid door drie pastoors. Mensen uit Bevekom en Opvelp kwamen de mis volgen. Na de viering werd een glas gedronken en wafels uitgedeeld die door Monique waren gebakken. Monique heeft zelf Jezus in de bovenkapel geplaatst met en in de schup van een bulldozer. Op de laatste viering hebben al de aanwezigen Maria op hun schoot genomen en omarmd, het was gelijk een afscheid van onze lieve vrouw. Het dagblad L’Avenir was ook telkens aanwezig met een verslag over het verloop. Na de mis bleven Walen en Vlamingen in gesprek met elkaar … En met kerst hing de verlichte komeet in de bomen en je kon de ster zien branden tot in Opvelp. Tijdens het opkuisen zijn we verjaagd geworden door een drietal jongeren met slechte bedoelingen en we zijn niet meer durven terug te gaan. En zo is er een einde aan gekomen.” Van andere kanten hoor ik dat het zingen tot op de Hazenberg te horen was en de hierboven aangehaalde op natuurbehoud gestelde jager klaagt zeer uitdrukkelijk over het ‘lawaai’ van deze openluchtvieringen. Dat lijkt me opnieuw nogal kort door de bocht en zeker als het gaat om vieringen die georganiseerd worden door en/of met toestemming van de eigenaar van het stuk natuur zelf, in dit geval het Perrebos. Of mag je nu zelfs in je eigen bos niet meer zingen?

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel

Aan die vieringen namen blijkbaar ook mensen deel die voordien betrokken waren bij Bohan-broederschap in de Karmel-kapel in Bierbeek maar dat moet ik nog eens verder uitzoeken.

Waarom na al die inspanning om zo’n groot bedevaartsoord te bouwen de actieve vieringen al weer zo snel verloren zijn gegaan is me niet duidelijk. Het kan toch niet alleen een kwade tussenkomst van jongeren zijn die de deelnemers zo heeft afgeschrikt? Tot nader orde houd ik het er op dat in de wisseling van de tijdsgeest de traditionele godsdienstuitoefeningen de jongere generaties niet meer op dezelfde wijze aanspreken. Aan de andere kant komen er rond de in de omgeving gelegen kapellen (Au Chêne-Rond, Corneille) nog alle jaren mensen samen. Misschien is het ook zo dat de taalgrens meer en meer een echte grens geworden is die mensen uit de naastgelegen gemeenten nog maar moeilijk oversteken, laat staan om contact te zoeken met bewoners aan de andere kant.

Hoe het ook zij, met het verloren gaan van de vieringen en met het ouder worden zijn Roger en zijn vrouw nog wel langs gekomen maar het onderhoud van de kapel was er teveel aan. Maar, zegt Roger “als het mag kan er terug een pareltje van gemaakt worden”. Monique is sinds 2014 overleden en ik denk dat Roger sindsdien hun kapel niet meer bezocht heeft. Dus er is geen andere mogelijkheid dan dat een volgende generatie het zou overnemen.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel (een van de staties)

Alleszins is het toch wel jammer dat het geheel er nu verloren en vervallen bijstaat. De kapel zelf zal het nog wel een tijd uithouden want die is opvallend robuust gebouwd op een soort rots van arduinen natuursteenbalken die nu allemaal zwaar bemost zijn. De prenten op de staties zijn nauwelijks meer zichtbaar maar ze zijn vastgemaakt aan stevige betonnen palen die wel voor de eeuwigheid lijken bedoeld te zijn. Het hout van de banken is verrot maar de betonnen draagsystemen trotseren probleemloos de tand des tijds. Onder de bramen bloeien nog de bloemen van de vroegere tuinaanleg. De beelden staan in hun glazen nissen alsof er toch af en toe eens iemand langs komt om ze schoon te maken. Ook als je niet gelovig bent en niets moet hebben van kapellen is het een plek waar je als voorbijganger kunt zitten en in de natuur even tot rust  komen. In elk geval, op deze plek in het bos stoor je daar helemaal niets en niemand mee. Misschien kunnen die van Beauvechain en van Bierbeek binnenkor eens samen een initiatief nemen om dit stukje recent verleden een zinvolle herbestemming te geven?

Beauvechain – Perrekapel met kruisweg op de topografische kaart Beauvechain-Tienen (blad 32/7-8)

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://www.dogsfriendly.be/mijnforum/index.php?topic=12485.0

link om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

mijn reportages op facebook en de daarop binnengekomen reacties

Beauvechain – vanaf de Perrekapel kijk je op de Chapelle au Rond-chêne

Trefwoorden: opvelp, bierbeek, beauvechain, kapel, perrebos, roger branson

DE HAZENBERG IN OPVELP (BIERBEEK) – OP ZOEK NAAR DE WASPLAATJES

Opvelp – Hazenberg – hollewegenwandeling – Hazenberg

De Hazeberg (of Hazenberg op de kaarten) in het dorpje Opvelp (deel van Bierbeek). Daar moet je heen als je wilt genieten van de mooiste uitzichten op de wijde omgeving van de bovenloop van de Velpe en de Mollendaalbeek. Je bent hier op een hoogte van 100 meter boven de zeespiegel op de noordrand van het plateau van Beauvechain. Het Remmelenbos met radiomast er vlak naast ligt nog 5 meter hoger en dan volgen op het plateau het Champ de Beaumont en het Champ d’Onsom. In de verte lonkt in zowat een rechte lijn over de kerktoren van Opvelp aan de Neervelpsestraat de  watertoren van Bierbeek met zijn beroemde wereldbol.  Veel verder naar rechts schemert achter het Bois de Peer (Perrebos) de bosrand van het Meerdaalwoud die ongeveer op dezelfde hoogte ligt. Onder je kijk je bijna door de dakramen van de gemoderniseerde monumentale vierkantshoeve het Berkenhof en op de mooie paarden in de weide daaronder. Het veel respectvoller gerestaureerde Jezuïtenhof in de dorpskern van Opvelp kan je van hier juist niet zien. In het najaar zijn op een mooie zaterdag de akkers in de omgeving vervuld van geknal en echte-mannen-gebrul. Kennelijk wordt er gejaagd op de ondertussen erg schaars geworden hazen waaraan de berg misschien zijn naam te danken heeft. Het zou ook kunnen dat de naam verwijst naar het woord ‘hezi’ of ‘hési’, een Oudfrans woord dat verwant is aan het Oudnederlandse woord ‘hees’. Dan kom je uit bij ‘heester’ ofwel struik of struikgewas en kan je besluiten dat in de tijd van het hertogdom Brabant in de middeleeuwen de Hazeberg begroeid was met lage struiken of bomen die het moeten hebben van een beetje droge grond.

Opvelp – hollewegenwandeling – Hazenberg – roos – eglantier

Wat dat betreft is er sinds die oude tijd dan niet erg veel veranderd op deze plek want in de holle weg boven de Hazeberg staat het vol struiken en ook de weiden op de berg zijn omzoomd met struikgewas. Daar zijn veel rozen bij maar ook andere stekelige soorten die misschien wel eeuwen lang moesten dienen om het grazende vee binnen de perken te houden. Sinds de pony’s van Natuurpunt op de weide staan hebben de beheerders toch maar wat eigentijdse afrastering gezet.

Het natuurgebiedje is niet zo heel groot, twee grasgroene hellingen met aan de bovenkant een holle weg, samen goed voor zo’n zes (?) ha topnatuur. Ik lees dat in de oude tijd de helling een zogenoemde ‘gemene weide’ was, dat wil zeggen dat de dorpelingen hier hun dieren vrij konden laten grazen. Sinds het begin van de jaren 90 wordt de berg beheerd door de afdeling Velpe-Mene van Natuurpunt en dat kan je er goed aan zien. Geologisch sta je hier bovenop een zanderige en kalkachtige top van een duin aan de rand van een inham of rivierdelta (de ‘oer’-Train, zie het boek ‘Miradal’) aan een oeroude zee. De lagen leemstof die de Noordenwind er in de laatste ijstijd door de noordenwind bovenop gelegd heeft zijn doorheen de tijd naar beneden gespoeld naar de akkers en dat merk je wel goed op het glibberige pad vanuit Opvelp. Het is hier droog en omdat er door de eeuwen heen ook nooit gemest is, bleef het grasland arm aan stikstof en fosfor

Opvelp (Bierbeek) – Hazenberg – Dassenburcht onder bescherming van Natuurpunt

Dat betekent dat er heel wat soorten planten en struiken willen groeien typisch zijn voor dit soort bodem of die je op andere plaatsen niet meer zal vinden zoals gewone ereprijs, kleine bevernel, vogelmelk, biggekruid, duizendguldenkruid, agrimonie, aardaker, knooppkruid, echt walstro, rapunzel en grasklokje. Om de mooie kleuren te zien en de vele vlinders te bekijken moet je hier in de lente en de zomer komen. Zangvogels zoals de Geelgors voelen zich in dit landschap thuis. In het herfstseizoen hangt er hier en daar nog een roos tussen de dorens en staan er alleen nog maar enkele gele bloempjes en zowaar een blauwe korenbloem op de veldweg (de ‘Moordenaarsweg’). Het stalletje voor de pony’s staat leeg want de dieren staan een eind verder op de tweede weide. Hier wordt niet gejaagd dus hazen zijn hier vast nog wel. In de holle weg zijn grote holen voor de vossen en er is zowaar ook een echte dassenburcht. Een beetje verder staat een plukje eikvaren en daarna stuit je zowaar op een echte ratelpopulier. Toch is het reservaat bij kenners het meest beroemd om zijn ‘wasplaten’ en daarvoor moet je er juist in het najaar zijn hoewel november al een beetje laat is.

Wasplaten op de heling van de Hazenberg in Opvelp (Bierbeek). Natuurpunt is terecht fier op de wasplaten die groeien in sommige van de graslanden die de organisatie in beheer heeft. Wasplaten (Hygrocybe) zijn heel kleine plaatzwammetjes en groeien alleen maar op voedselarme (schrale) weiden die nooit worden omgeploegd of op een andere manier verstoord door bemesting anders dan door de natuurlijke mest van de enkele dieren die nodig zijn om na het hooien het gras zo kort mogelijk te houden.

Opvelp – Hollewegenwandeling – Hazenberg – zwam – wasplaatje in november

Er is lang gedacht dat ze vooral dienen om dode grasresten en oude humus op te ruimen maar uit recent onderzoek blijkt dat ze mogelijk ook in symbiose leven met mossen en/of kruiden. Natuurliefhebbers beschouwen wasplaatjes als de ‘orchideeën’ onder de paddenstoelen en dat heeft er vooral mee te maken dat ze op zich niet zo heel zeldzaam zouden moeten zijn maar dat bij ons in Vlaanderen ze nauwelijks meer kunnen voorkomen vanwege de intensieve landbouw en veeteelt in onze streken waar hun natuurlijk milieu al eeuwen lang afgebroken wordt.  Er zijn in Vlaanderen 39 soorten wasplaten bekend en daarvan staan er slechts 6 niet op de Rode Lijst. Ze houden wel van kalkachtige grond hoewel er blijkbaar ook zuurminnende soorten zijn. Het goede nieuws is dat je ze ook in je gazon of paarden (of schapen/geiten) weide kan krijgen als je dat op de juiste manier onderhoudt (dus niet betreedt, mest of sproeit en absoluut het mos laat staan). Wasplaten kunnen goed tegen de kou maar slecht tegen uitdroging. Om die reden zie je ze pas aan het einde van de herfst tussen oktober tot eind december. Een paar nachten lichte vorst kunnen ze wel verdragen. Ze zijn heel klein en groeien laag tegen de grond verborgen tussen het gras maar je herkent ze aan hun felle gele, rode of oranje kleur (hoewel er ook minder opvallende soorten zijn) en hun vettig of kleverig uiterlijk. In het Engels worden ze ‘waxcaps’ genoemd vanwege hun wasachtig uiterlijk. Op de Hazenberg moet ik er altijd erg naar zoeken maar als ik er dan enkele opmerk, zie ik ze plotseling overal in het rond staan en dat is best spannend.  Om ze te fotograferen is dan weer een heel ander paar mouwen en om ze per soort te benoemen begin ik zelfs niet aan, dat laat ik aan de specialisten over.

Opvelp (Bierbeek – Hazenberg – wasplaatje
Opvelp (Bierbeek) – Hazenberg – wasplaatje – sneeuwzammetje

Op de Hazenberg komen zeker vijf soorten voor waarmee dit gebiedje officieel beschouwd wordt als een ‘wasplatengrasland’. Naast het papegaaizwammetje kom je zeker ook de zwartwordende wasplaat, het sneeuwzwammetje, de gele wasplaat en de weidewassplaat voor. Op de Hazenberg komen ook enkele andere unieke soorten zwammen voor zoals aardtongen en knotszwammen.

De Hazenberg in Opvelp (Bierbeek). Een lezer reageert op in een eerdere bijdrage over de Hazenberg dat de berg vol staat met bramen en dat ‘ik daar ook maar eens een foto van moet maken’. Dankzij het zorgvuldig beheer van Natuurpunt heb ik in het reservaat veel minder bramen gezien dan bijna overal elders in Vlaanderen’s overbemeste natuur dus ik denk dat hij zich van plaats vergist. Bovendien werkt Natuurpunt heel hard om de bramen in toom te houden. Dit is hard en ondankbaar werk en helpende handen zijn steeds welkom.

Toch is het wel zo dat de holle weg aan de bovenkant grenst aan een akker van een niet-biologische boer die het kennelijk niet al te nauw neemt met natuurbehoud want hij gooit zijn gewasresten over de rand op de helling die van Natuurpunt is en dat is niet zo best voor de plaatselijke natuurwaarden (veroorzaakt bramen en brandnetels en het is ook lelijk). Anderzijds is er wel een brede groene rand tussen de akker en de helling dus dat is dan weer goed nieuws. In elk geval heb ik op die helling toch naast eikvaren ook dalkruid gezien dus zo slecht is het daar nog niet gesteld. Naast wasplaatjes kom je op de Hazenberg ook gele zwammetjes tegen die met rechtopstaande stengels recht uit de grond omhoogkomen en geen hoed hebben. Dit zijn gele knotszwammen (Clavulinopsis helveola).

Opvelp (Bierbeek) – Hazenberg – geen wasplaatje – Gele knotszwam

Ze zijn typisch voor dit soort mosachtige schrale graslanden en om die reden ook zeldzaam.  Ze lijken wel wat op koraalzwammen, vooral op het ‘Kleverig koraalzwammetje’ (Calocera viscosa) maar die tref je vooral aan op sterk vermolmde stronken en stammen van naaldbomen en die zijn er hier niet. Ik heb ze niet gezien maar op de Hazenberg zouden ook nog ‘aardtongen’ (meest voorkomend geslacht: Geoglossum) kunnen voorkomen. Die lijken wel op knotszwammen maar ze zijn nooit geel, eerder bruinzwart of groen. In de holle weg kwam ik op de stam van een van de vele vlierstruiken ook nog een zeldzame zwarte trilzwam (Exidia nigricans) tegen. Daarmee sluit ik deze verkenningstocht af. Jammer genoeg stuit het pad bovenlangs de Hazenberg aan het einde op borden verboden toegang. Het pad zelf gaat gewoon verder maar de privé-eigenaars (van de akker en van het bos) willen blijkbaar niet dat wandelaars enkele tientallen meters verder stappen langs de bosrand naar de volgende openbare veldweg om de volledige luswandeling vol te maken. In vind dat die houding niet meer past in onze tijd waar mensen nood hebben aan voetwegen en natuurbeleving.

Opvelp (Bierbeek) – De Hazenberg – Kaart NGI 1989

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hazeberg – Molensteen – Blauwschuurbroek | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/hazeberg-molensteen-blauwschuurbroek

http://www.natuurpuntoostbrabant.be/node/245

https://dichterinopvelp.weebly.com/septiemen-voor-opvelp.html

https://www.natuurpunt.be/pagina/wasplaten

https://www.natuurpunt.be/pagina/aardtongen

https://www.natuurpunt.be › pagina › knotszwammen

Oorsprong van het woord hezi: http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=ONW&id=ID2487

Opvelp – hollewegenwandeling – Hazenberg – Ratelpopulier

Trefwoorden: natuurpunt, natuurreseservaat, natuurbeheer, opvelp, bierbeek, hazenberg, hazeberg, hezi, wasplaatje, knotszwam, das, erfgoed

OP WATERWANDELING IN BIERBEEK

Bierbeek – waterwandeling

Tip: doe eens de Waterwandeling in Bierbeek. Die is beschreven in een verbroederings-brochure van de gemeente Bierbeek uitgegeven in 2018 als initiatief van de verenigingen Verbroederingscomité Ona-Bierbeek, Protos en Natuurpunt Velpe-Mene. De brochure benadrukt het wereldwijde belang van water voor het leven van mens en natuur en van het belang om er op een zorgzame manier mee om te gaan.  Tekst en foto’s nemen je mee op een tocht van 7,5 km langs een aantal punten in de gemeente die op een of andere manier met het thema ‘water’ verbonden zijn en als je het kaartje erbij neemt zie je er al meteen enkele typische water-namen opstaan zoals de Molenbeek (Mollendaalbeek), Café ‘In de Molen’, Ruisbroekmolen, Wittebeek, Waterstraat, Beekstraat, Wilgenstraat, Merenloop en de Borre. Niet op het wandelkaartje maar alom aanwezig is uiteraard de beroemde wereldbol van de watertoren van Bierbeek, een wel heel treffend symbool voor de  idee dat drinkbaar water van wezenlijk belang is voor iedereen op onze kwetsbare planeet. In die brochure vind je ook de namen en contactgegevens van de mensen die bij het project betrokken zijn en ze zullen je graag rondleiden. In de hierna volgende tekst stap ik het tracé van de wandeling af en probeer er op mijn eigen manier iets over te vertellen. De naam Bierbeek heeft alles te maken met water want – tot spijt van velen en ondanks de legende – heeft deze niet te maken met het plaatselijk gebrouwen bier maar met het Oudgermaanse bir, birre of borre en dat betekent ‘bron’. Wel is het zo dat je voor het brouwen van bier bijzonder zuiver water nodig hebt.

Bierbeek – de Mollendaalbeek op weg naar de Ruisbroekmolen

Bierbeek ligt laag onder het plateau van het Meerdaalwoud/Mollendaalbos en krijgt water vanuit vele bronnen waarvan de belangrijkste gelegen is in Mollendaal waar de Mollendaalbeek – volgens sommigen de Molendaalbeek – ontspringt die na de voormalige watermolen (nu ‘Café in de Molen’) aan de 12de eeuwse Sint Hilariuskerk verder stroomt naar de binnenkort weer werkende Ruisbroekmolen, onder de E40 en de spoorlijn doorgaat, aan kasteel Vijverhof  van naam verandert in Molenbeek en dan richting Abdij van Park en de Dijle gaat. Vlakbij de bron is het natuurreservaat Zwartebos van Natuurpunt, beroemd om zijn vele zeggesoorten. Heel dit gebiedje valt onder de regelgeving van het Europese Natuurprogramma Natura 2000 dus de Vlaming doet hier niet meer wat hij (zij) wil, hoewel je dat niet overal zou zeggen. Vanwege al dat zuiver water is deze streek al in de prehistorie bewoond en dat levert heel wat archeologische vondsten op.

Om de Mollendaalbeek in Bierbeek verder stroomafwaarts te volgen steek je bij de kerk de Dorpsstraat over en ga je een allersmalst steegje in met een pijltje ‘Walterpad’. Op de Zalige Walter kom ik nog terug.

Bierbeek – langs de Mollendaalbeek: het Boulevarreke

In de achtertuin van het linkse huis ligt kunstgras maar als je daar voorbij bent sta je meteen in de volle natuur langs de beek. Vroeger was het smalle pad zeer modderig maar Natuurpunt heeft hier een door de gemeente en provincie gefinancierd gloednieuw vlonderpad gelegd met de naam ‘Boulevarreke’ dat de bochten van de beek volgt. In het voorjaar staat de vallei vol bloemen, in het najaar geniet je vooral van het licht tussen de zwarte elzen en wilgen. Het water lijkt proper te zijn maar of er hier al vis op zit weet ik niet. In het dorp wordt ferm bijgebouwd dus hoe al die eigenaars hun afvalwatering laten zuiveren is een belangrijk probleem maar gelukkig zijn ze allemaal op de riolering aangesloten en wordt het afvalwater naar de zuiveringsinstallatie in Haasrode gepompt. Aan de Vinaafstraat richting Opvelp heeft Aquafin in het jaar 2000 een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RZWI) gebouwd maar omdat er in deze gemeente veel verspreide woningen zijn die moeilijk kunnen worden aangesloten op een centraal rioleringssysteem zijn er sinds de jaren 90 veel inspanningen gedaan om individuele waterzuiveringsinstallaties of rietvelden aan te leggen. Sinds enkele jaren wordt ook gewerkt aan systemen om het afvalwater te scheiden van het regenwater. In de beek zie je hier en daar nog buizen uitsteken maar ik denk niet dat die nog echt moeten dienen (je zou dat ook zien en ruiken). Toch zou ik maar niet van het water drinken want ondertussen zijn we toch al ver van de bron verwijderd en enkele akkers gepasseerd waar de boeren de biolandbouw nog niet hebben ontdekt zo te zien aan de mais.

Bierbeek – Schotteshof

Aan het einde van het vlonderpad zien we op rechts op enige afstand het Schotteshof. Op de gemeentelijke website lees ik dat deze hoeve vroeger het Hof van Herbais heette en later Hof ter Meren. In 1611 werd Theodoor Schotte de eigenaar en sinds die tijd heet de hoeve naar hem en hangt zijn wapenschild  boven de poort. Zoals alle Brabantse vierkantshoeves uit die woelige tijden is ook deze omgeven door een stevige omheiningsmuur met schietgaten en een degelijk af te sluiten vierkante poorttoren. Alleen de stallingen dateren uit de 17de eeuw, het woonhuis is in de 20ste eeuw verbouwd. Zowel de hoeve als het omringende landschap zijn als dorpsgezicht beschermd.

Na het vlonderpad komen we langs enkele typische populierenbossen. Populieren worden door bijna alle natuurbeheerders zo systematisch opgeruimd dat we misschien wel binnenkort de overgebleven aanplantingen als erfgoed moeten beschermen. Tot ver in de 20ste eeuw gebruikten de boeren in heel Vlaanderen de natte weiden naast de beek om hun vee te laten grazen en om het gras te hooien. Naarmate de zware machines hun intrede deden raakten die modderige hooilandjes buiten gebruik en werden ze massaal beplant met snelgroeiende populieren, meestal voor de luciferindustrie.

Bierbeek – populierenbos

Populieren kunnen veel water verdragen maar vanwege de onoordeelkundige manier waarop de planters te werk gingen, onder meer door het aanplanten van slecht gekweekte soorten gingen veel van die bomen ook weer vroegtijdig dood tenzij (of ondanks dat) ze uitermate zwaar behandeld werden met pesticiden, aangevuld door onkruidverdelgers om de bodem ‘proper’ te houden. Om die reden en ook omdat ze ‘niet-van-hier’ zouden zijn (er zijn wel degelijk inheemse soorten) worden ze nu bestreden in het kader van het herstel van de hooilandjes. Omdat mensen mensen zijn, wordt daarbij ook wel flink overdreven. Goed gekweekte populieren groeien uit tot magnifieke bomen met een heel mooi zacht strooisel. Ondanks hun grote kruinen laten ze veel licht door dus op de bodem kan nog heel wat groeien, zeker in het voorjaar als de voorjaarsbloeiers uitkomen. Ze worden niet oud en met hun zachte witgevlamde hout trekken ze heel veel zwammen en insecten aan en voor spechten en roofvogels zijn ze een bijzonder aantrekkelijke biotoop. Reigers maken hun nesten bovenin deze bomen. En als ze dood gaan hebben ze de neiging om langzaam ‘in elkaar te zakken’ in plaats van onverwacht om te vallen en de omgeving te verpletteren zoals andere bomen doen. Het eerste populierenbos waar je op deze waterwandeling langskomt is naar verluidt een privébos van het OCMW van Bierbeek.  Daarna kom je langs bossen die de eigendom van Natuurpunt zijn. Ik heb hier al een paar keer gestaan in het gezelschap van een andere privé-eigenaar uit dezelfde gemeente die tegen de algemene mening in nog altijd fel gelooft in zijn populieren en zelfs het recht heeft verkregen om ondanks de Natura-2000 regels op zijn terrein deze soort bomen te mogen aanplanten vanwege hun ecologische betekenis. Als je dus een populierenbos beheert, geniet dan van het geritsel van de bladeren en zaag het maar niet te snel om zou ik zeggen. Het hout is trouwens fantastisch geschikt om er rustgevende plafonds van te maken of splintervrij speelgoed.

Bierbeek – De Ruisbroekmolen – een site in beweging

Op Open Monumentendag 2017 kon iedereen een kijkje gaan nemen in de Ruisbroekmolen in Bierbeek onder het motto ‘Ruisbroekmolen, meer dan 750 jaar unieke beleving’. Hoe molenaar Philippe Sergeant het allemaal voor elkaar krijgt om in enkele jaren tijd alle overheidsinstanties warm te maken voor de zinvolle herbestemming van zijn unieke beschermde site midden in natuurgebied weet ik nog altijd niet (ik ben ferm jaloers want in Oud-Heverlee lukt dit niet met ons stationnetje) maar ik vind het wel erg bewonderingswaardig. De restauratie van de oude molen is nog lang niet voltooid maar de installaties van de veel recentere graanhandel zijn al grotendeels omgebouwd en herbestemd voor alle mogelijke doeleinden. Er worden brood, taart en pizza’s gebakken lees ik op de website, er worden streekproducten aangeboden en in de silo komt de dorpsbrouwerij Bierbeek. Je kunt er workshops met kinderen organiseren of vergaderingen, studiedagen en ‘businessmeetings’ (het industriepark van Haasrode is vlakbij) met diner achteraf in het nabijgelegen Berkenhof met een afsluitend wandeltochtje langs de vroegere spaarvijver van de molen.

Bierbeek – Ruisbroekmolen – waterrad

 Als je geen zin hebt in een wandeling kan je een fiets huren (tandem) en binnenkort ook scooters om de streek te verkennen. Bij terugkomst staat het terras gereed met een streekbiertje.

En als je dat allemaal te vermoeiend vindt kun je ook nog terecht in de groepspraktijk die ook nog op de site gevestigd is. Zelfs de graansilo’s worden in de toekomst opgewaardeerd door ze om te bouwen tot de Dorpsbrouwerij Bierbeek. Hoe dat er gaat uitzien moet ik allemaal nog zien maar het lijkt mij een echt eigentijdse uitdaging. En dat allemaal in de nabijheid van een authentieke opnieuw werkende eeuwenoude watermolen waar je van alles kunt leren over de zin en het hoe van het verbouwen en malen van graan voor ons dagelijks brood. Wie graag ziet hoe mooie dromen dankzij hard en vastberaden mensenwerk  tot werkelijkheid worden gebracht kan zeker terecht in de Ruisbroekmolen. Wie er alles over wil weten kan het lezen in het hoofdstukje over de molen op deze blog.

Bierbeek – Ruisbroekmolen – de silo wordt dorpsbrouwerij Bierbeek

De vijfde etappe van de waterwandeling in Bierbeek gaat van de Mollendaalbeek via het Hooghof Meeren naar de Witte Beek. Op de Ferrariskaart (177) zie ik het hof vermeld aan wat nu de Noéstraat is. Er staat op die plek nog altijd een huis, zij het helemaal nieuw gebouwd (op Googlemaps: Noéstraat 1). Aan de ingang van een paardenweide val ik languit van een bruggetje in de Merenloop omdat ik even niet uitkijk. In deze tijd van het jaar staat er daar geen water in maar dat is wel eens anders zoals we nog zullen zien. De Witte Beek gaat niet over water maar over melk. Aan de overkant van de Hoogstraat stond er vroeger (tot wanneer?) een melkfabriek en het water om de tanks de spoelen werd in de Merenloop geloosd. Aan deze kant van de straat kan je sinds 2011 meedoen aan het zelfoogst bio-landbouwbedrijf CSA ‘De Witte Beek’. CSA staat voor ‘Community Supported Agriculture’, ofwel door de gemeenschap gedragen ‘korte keten’ landbouw, in dit geval tuinbouw. Wie boerin-zaakvoerder Jen(nifer) Nold en haar team wil leren kennen kijkt best eens op haar facebookpagina en op de website. Daar vind je ook hele mooie foto’s en reportages. In het kort komt het er op neer dat dorpsgenoten-deelnemers een jaarabonnement nemen aan het begin van het seizoen en dan heel het jaar door op het kleine bedrijf verse groenten mogen komen oogsten op het ogenblik dat die rijp zijn: allerlei soorten vruchten, sla en andere bladgroenten, tomaten, courgetten, pompoenen, kool, peulvruchten, aardappelen,  en kruiden.

Bierbeek – CSA ‘De Witte Beek’
Bierbeek – de serres van CSA ‘De Witte Beek’

Het harde werk om dat allemaal te zaaien, te planten en te wieden wordt door de boer(in) zelf gedaan en dat betekent zes op zeven dagen van de week 10 uur werken. Het abonnement is een aandeel in de werkingskosten van het bedrijf en verschaft inspraak maar ook een deelname in het risico als de weersomstandigheden tegenwerken. Ik lees dat er op dit ogenblik 40 CSA-boerderijen in Vlaanderen zijn dus voordat iedere gemeente er een heeft is er nog een flinke uitdaging.

Wie in Bierbeek een huis bouwde in de Waterstraat onder aan de Merenloop heeft blijkbaar grote kans op wateroverlast als het eens hard regent en dat onaanzienlijke slootje plotseling aanzwelt tot een snelstromend modderig erosiemonstertje. Het beekje ontspringt in een hooggelegen bron boven in het Mollendaalbos aan de Mommedeel en stroomt dan via het smalle Duivenbos en het akkerland over een lengte van bijna 3km recht naar het noorden tot het ter hoogte van de Ruisbroekmolen in de Mollendaalbeek aankomt. Op de topografische kaart van 1981 zie je de naam ‘Meren’ staan waar nu de Waterstraat is maar er zijn dan nog geen huizen in de brede als moeras aangegeven zone langs de beek. Op dezelfde kaart in 1989 zijn die er wel en sindsdien is de bebouwing in die omgeving ferm toegenomen aan beide kanten van de straat en in de diepte. Veel details vind ik er niet onmiddellijk over maar het is duidelijk dat sinds het jaar 2000 er heel wat maatregelen genomen zijn of nog moeten worden genomen om het teveel aan water en modder uit de kelders en de rioleringen weg te krijgen.

Bierbeek – Brasserie MoeMMedel

In 2017 schrijft de Provincie Vlaams-Brabant nog een aanbesteding uit voor het onderhoud van de beek omdat er ‘regelmatig wateroverlast’ is. Met de veranderende klimaatomstandigheden kan het probleem eerder groter worden dan kleiner. Erosie op deze hellingen kan alleen worden vermeden als de boeren de oevers van de beek afschermen met groenstroken en – vooral – hagen en hun manier van ploegen aanpassen. Om een teveel aan water op te vangen zijn bufferbekkens aangewezen en moet vermeden worden om de wegen te betonneren of asfalteren. En voor de rest moeten gemeentebesturen ophouden met vergunningen af te geven aan bouwheren, promotoren en architecten om huizen te bouwen in potentieel overstromingsgebied denk ik, anders blijft het toch dweilen met de kraan open en draait de gemeenschap voor de kosten op. Tenzij de Heilige Bonifatius aan de Brasserie MoeMMedel er iets aan kan doen. Met water lijkt hij niet veel te maken te hebben hoewel na zijn dood het wonderlijk ontstaan van een zoete bron aan hem wordt toegeschreven.

Bierbeek – de Merenloop van boven gezien – let ook op de richting van de ploegvoren om je te realiseren hoe snel het water naar het dal afloopt

Op de foto zie je de bovenloop van de Merenloop. De waterwandeling gaat merkwaardig genoeg hier niet rechtdoor maar linksaf via het Windmolenpad naar de Borre en dan door de Speelpleinstraat naar het Bergenhof. Van de windmolen hebben we alleen nog een foto. Het was een zogenaamde staakmolen met open voet die al gebouwd werd voor het jaar 1830 en hij staat bekend als de Molen van Meren, Molen Daems en Molen Wuyts. In de 18de eeuw is hij gebouwd door de molenaar en latere eigenaar van de Ruisbroekmolen om te kunnen malen in tijden van waterschaarste. Op de Poppkaart van 1842 zie je hem staan ter hoogte van het kapelletje op de kruising tussen de Oude Geldenaaksebaan en de Smisstraat. De laatste molenaar is Désiré Van Autgaerden (1872-1945). Hij huurt de molen in Meren in 1904 maar verhuist in 1918 naar een nieuwe eigendom:  de watermolen aan de kerk, nu Café De Molen. In  1920 wordt de windmolen op Meren verkocht door de eigenaars J.Wuyts-Sallets (maalder-burgemeester te Bierbeek-Haasrode) aan Emile Demey en verhuist hij naar Houthem (bij Ieper/West-Vlaanderen) waar hij in 1940 door het Britse leger in brand wordt geschoten en vernield. Het eveneens op de Poppkaart aangegeven windmolenpad (Sentier du Moulin) loopt langs een aantal groene achtertuinen en komt dan uit op het heel wat minder groene sportterrein aan CC-de Borre.

Bierbeek – kruising Speelpleinstraat met Oudegeldenaaksebaan – rechts het Bergenhof

Toch lijkt mij zo’n sportterrein best wel een uitdaging om sportiviteit in een mooi groen kader te plaatsen, bijvoorbeeld met hagen en bomen. Aan de Borre zoeken we rechtsaf de kasseien op van de Speelpleinstraat op weg naar de Bergenhof aan de Geldenaaksebaan. Het is een mooie ongetwijfeld zeer oude holle kasseienbaan maar hoe hij vroeger heette heb ik niet kunnen vinden (op de atlas van de buurtwegen: chemin nr.5, dan zou het de Blandestraat <Popp> – nu de Bergenstraat – kunnen zijn, dus de oude verbinding tussen Blanden/Haasrode en Bierbeek). Op deze plek zou je ook de wat hoger gelegen Eggestraat kunnen nemen, een mooi veldwegeltje  evenwijdig aan de Speelpleinstraat.

De volgende etappe gaat van het Bergenhof naar het Schavaaienhof. Op de website van de gemeente Bierbeek lees ik dat het Bergenhof  gelegen is in het gehucht Meren: “Het was eertijds een heerlijkheid van de heren van Bergen (van den Berghe), leenman van de Baronie van Bierbeek. In de tweede helft van de 18de eeuw werd de boerderij grondig heropgebouwd op oude fundamenten. Boven de deur in Franse stijl vinden we de datering 1762. De stallingen dateren van 1678. In 1863 werden grote gedeelten van de landerijen verkocht, het resterende deel werd tot 1964 als boerderij uitgebaat. Nadien werd het grondig gerestaureerd en gerenoveerd om in te wonen. Merkwaardig genoeg komt de hoeve niet voor op de lijst van waardenvol bouwkundig erfgoed. Hoe oud de hoeve op de splitsing is weet ik niet maar op de oude kaarten staat hij ook al aangegeven. Je kan aan de bijgebouwen en heel de omgeving wel zien dat hier nu een manege gehuisvest is.

Bierbeek – Bergenhof van de achterzijde gezien

Via de holle weg naast de manege gaan we de helling op naar het Schavaaihof.

Vlak voordat we daar aankomen kom je een reeks zeer indrukwekkende oude en grillige haagbeuken tegen. Ze zijn zeker meer dan honderd jaar oude en volgens mij zou het goed zijn om ze als erfgoed te beschermen.

Als Schaveienhof komt de villa voor het eerst voor op de NGI-kaart van 1969. Ondanks zijn bouwvorm met trapgevels die doen denken aan het Spaans Dak aan het Zoet Water in Oud-Heverlee is het geen historische adellijke woonst maar een in onze tijd gezette schilderachtige notariswoning maar of je er nog altijd terecht kan voor huwelijksakten en testamenten weet ik niet (ik hoor van wel). Vergeet niet een kijkje te nemen aan het privé-kapelletje. De naam ‘Schavei’ of ‘Schavaai’ is – zeggen die van Bierbeek – plaatselijk dialect voor een plek waar de dorpelingen vroeger het hout voor hun takkenbossen kwamen snijden of hakken om de kachels en de broodovens warm te houden. Volgens specialisten is het woord een vervorming van het Romaanse ‘scavéé’, op zijn beurt afgeleid van het Latijnse ‘Escavata’. Dat betekent ‘groeve’ maar hoewel er daarvan veel zijn in deze omgeving weet ik nog niet wat brandhout en afgravingen met elkaar te maken hebben. Overigens komt het woord ook op andere plaatsen in Vlaanderen voor. Maar wat en of  er verband is met het woord ‘schavuit’ weet ik ook niet.

Bierbeek – Schavaaihof
Bierbeek – monumentale haagbeuken in de holle weg naar het Schavaaihof

De holle weg tussen het Schavaaihof en het Bordingenhof heet sinds kort Kapelweg maar sinds eeuwen staat hij bekend als ‘Wingeldoorn’. Dat betekent zoiets als een ‘vlechtwerk van doornstruiken’ dat moet dienen om het vee tegen te houden ofwel om een nederzetting te beschermen. Je vindt het terug als Doornik, Deurne en het nabijgelegen Tourinnes-(la-Grosse.

Op de kruising tussen de Oudegeldenaaksebaan en de Wingeldoorn staat op rechts een monumentale Gladde Iep (Ulmus Minor). Ook als je niets van iepen kent kan je het zien aan de merkwaardige bladvorm waarbij de ene helft van het blad iets kleiner is dan de andere helft. Waarom en door wie deze boom zo’n honderd jaar geleden op deze plek gezet is moet ik nog ontdekken. Maar de weg van Leuven naar Geldenaken (Jodoigne) was eeuwen lang een belangrijke route voor soldaten, kooplieden, geestelijken en adellijke dames en heren. Wellicht diende de Iep als ‘bakenboom’ 0p de topografische kaart van 1904 staat hij aangegeven maar zonder de gebruikelijke aanduiding ‘arbre’. Hoe deze boom de tijd zo lang heeft overleefd is voor mij een raadsel want iepen in onze streken lijden al lang aan de dodelijke iepenziekte. Bovendienworden bomen van deze omvang meestal geveld lang voordat ze zo’n hoogte bereiken of op andere manier uit de weg geruimd door hem te beschadigen (met een tractor bijvoorbeeld of door wegenwerken). Omdat hij tussen andere bomen staat is hij wel minder vatbaar voor bliksem denk ik.

Bierbeek – Bordingenhof

Het Bordingenhof of Bordegemhof aan de Bevekomsestraat is zowat de oudste vierkantshoeve in de streek. Hij stamt uit de tijd van de Franken en wordt voor het eerst vermeld in 1389 als een leen van de heerlijkheid Bierbeek met de Abdij van Villers als eigenaar. In dat jaar verkoopt de abdij de hoeve en bijbehorende gronden aan Aleydis van Raetshoven, dochter in een zeer aanzienlijke familie waarover ik echter nog niets naders heb teruggevonden. Drie eeuwen later, in 1700, wordt de hoeve verkocht aan de president van het Driutiuscollege of College voor Kassel in Leuven. Die president is een van de nazaten van Rector Professor Michel Drieux die in 1559 bij testament zijn woning, privébibliotheek en tuin bestemt als een prestigieus universitair college voor de studie van filosofie, religie en rechten. Het college laat de hoeve tussen 1724-1762 volledig heropbouwen. Afgaande op het jaartal in de gevel wordt het woonhuis in 1772 verbouwd. Zowel op de Villaretkaart van 1745 als die van Ferraris van 1777 kan je de hoeve duidelijk zien. De naam ‘Bordingen’ of Bordegem verwijst naar de ‘mensen van Bordo’, waarschijnlijk afstammelingen van de oude Frankische nederzetting op die plaats: mensen die woonden aan de bron.

We gaan via de Processieweg langs de Molenbeek naar Café de Molen en de Sint Hilariuskerk, het einde van deze waterwandeling. Eeuwenlang heette het pad tussen het Bordingenhof en de beek in de volksmond ‘Kalverweg’ wat een verbastering lijkt te zijn van ‘Calvariepad’, het pad om naar de kerk en het kerkhof te gaan (volgens anderen beleefden vele jonge Bierbekenaars hier stiekem hun eerste ‘kalverliefde’). Sinds kort is het omgedoopt  in ‘Kerkweg’ . Iemand vertelt me dat gebeurd is omdat deze naam de officiële naam zou zijn zoals aangeduid op de Atlas van de Buurtwegen van 1840 maar dat klopt niet want daar heet het slechts ‘Sentier 94’. Op de kaart Popp van 1842 heet het wel ‘Sentier de L’Eglise’. Aan de andere kant van het brugje heet het langs de beek ‘Processieweg’.

Bierbeek – Sint Hilariuskerk

De als monument beschermde kerk dateert uit de 12de eeuw en is een van de best bewaarde voorbeelden van de overgang van de Romaanse naar de Gotische stijl. Patroonheilige Sint Hilarius wordt gevierd op 13 januari (zijn sterfdag in het jaar 368), vooral om zijn gaven op het vlak  van bevallingen, genezing van kinderen, genezing van reumatiek en veeziekten en de strijd tegen ketterijen en de duivel. Toch denk ik dat in Bierbeek een andere heilige nog bekender is: de Zalige Walter, de ongetwijfeld vroomste telg uit het adellijk geslachten van de heren van Bierbeek.

Geen van beiden hebben iets met water te maken, anders dan om te dopen of gedoopt te worden,  maar dat is wel anders met het beroemde ‘Café de Molen’ vlak tegenover de kerk. Volgens de legende zou er samen met de watermolen al in 1500 een afspanning geweest zijn. In het kort bestek van deze bijdrage beperk ik me tot de legende waarin Keizer Karel het dorp aan zijn huidige naam helpt. Het café stond in die tijd bekend om zijn zuippartijen van de mannelijke dorpelingen. Aangezien klachten van de vrouwen en donderpreken van de pastoor niets uithaalden werd Keizer Karel V in Mechelen erbij gehaald en wat nu volgt kan je nalezen op de website van het molenaarsgeslacht Van Autgaerden (zie de link): “Op een zondag, na de jacht in de bossen van Heverlee en Meerdael, ging Keizer Karel na de hoogmis van tien uur, gekleed als boer, het café binnen en plaatste zich in het midden van de gelagzaal op een bank.

Bierbeek – Café in de Molen vroeg in de morgen

De bierpot werd gevuld en doorgegeven aan de burgemeester die er een ferme slok aan gaf en met de woorden ”geef hem voorts” doorgaf aan de volgende. Telkens als de bierpot bij de vreemdeling kwam was de bierpot leeg en dat duurde zo een tijdje tot dat de meeste mannen een stuk in hun kraag hadden en luidruchtig de vreemdeling begonnen te plagen en uit te lachen. Plotseling sprong die woedend recht en riep “Ik ben Keizer Karel, geef dat voorts!” terwijl hij de boer die naast hem zat een duchtige oorveeg gaf en hem verplichtte hetzelfde te doen met zijn buurman enzovoorts. Uiteindelijk deed hij de brouwer de vaten bier uit de kelder halen en beval ze uit te gieten in de beek zodat deze plotseling een schuimende bier-beek werd”. Uit de beschrijving van de molen in het tijdschrift Molenecho’s (zie de link) maak ik op dat de molen gebouwd werd in de 18de eeuw en werkte tot in 1972. Het café opende in of kort na de Eerste Wereldoorlog en groeide uit tot een waarlijk dorpscentrum. Het ging er wel rustiger aan toe dan in de legende maar het gebeurde in het begin toch nog vaak dat de vrouwen hun rumoerige mannen uren na de hoogmis moesten gaan ophalen. Of daarbij oorvijgen werden uitgedeeld wordt discreet verzwegen en ik heb het nooit zien gebeuren. Het dorpscentrum is beschermd als dorpsgezicht maar de molen is niet afzonderlijk beschermd als waardenvol bouwkundig erfgoed terug wat ik wel vreemd vind.

Met deze bijdrage zijn we rond met de waterwandeling maar Bierbeek heeft nog veel te bieden dus ik ga zeker nog terugkomen.

Bierbeek – aan het einde van Hooghof Meeren kijken de paarden naar mij wanneer ik in de Merenloop val

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Waterwandeling Bierbeek – Duurzame dorpen, door water verbonden; uitgave van de gemeente Bierbeek in samenwerking met Verbroederingscomité Ona-Bierbeek, Protos, Natuurpunt Velpe-Mene naar aanleiding van 20 jaar verbroedering Ona-Bierbeek, november 2018, verkrijgbaar bij de dienst toerisme in de Borre, Speelpleinstraat 10, 3360 Bierbeek

https://www.demorgen.be/tech-wetenschap/bierbeek-voorziet-afgelegen-huizen-van-individueel-waterzuiveringssysteem~b46c9859/

http://www.stemderbomen.nl/pages/artikelen/art_populier.htm

https://www.bierbeek.be/het-schotteshof

http://www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=963

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/41547

het beheersplan:

https://plannen.onroerenderfgoed.be/plannen/213/bestanden/885

ook:

https://ruisbroekmolen.be/

www.dewittebeek.be

https://www.facebook.com/dewittebeek/

https://www.facebook.com/jen.nold.3

http://www.vanautgaerden.be/geschiedenis/molens/bierbeek.htm

http://www.molenechos.org/verdwenen/molen.php?nummer=2944

Het Bergenhof – Gemeente Bierbeek

https://www.bierbeek.be › Home › Vrije tijd

over de Iep op de kruising tussen Oude Geldenaaksebaan en de Wingeldoorn

https://wilde-planten.nl/gladde%20iep.htm

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200109

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/462

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/200109

Over het Bordingenhof

Driutiuscollege: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/4216

https://www.bierbeek.be/het-bordingenhof

http://www.heiligen.net/heiligen/01/13/01-13-0368-hilarius.php

https://www.bierbeek.be/sint-hilariuskerk

http://www.uwstamboomonline.nl/passie/sites/index.php?mid=13795&kid=121&pagina=tekstpaginawww.vanautgaerden.be

Het geslacht Van Autgaerden tussen Gete & Dijle

http://www.molenechos.org/molen.php?nummer=2062

om in te zoomen op oude en nieuwe kaarten en die over elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Bierbeek – de Kalverweg en de Processieweg zijn al een heel oude baantjes tussen het Bordingenhof en de Sint Hilarius-kerk

Trefwoorden: bierbeek, waterwandeling, mollendaalbeek, ruisbroekmolen, csa wittebeek, merenloop, bergenhof, schavaaihof, wingeldoorn, bordingenhof, sint-hilariuskerk, café de molen, erfgoed, geschiedenis.