DE EZELSWEG AAN DE IJZERENBERG IN HERENT MOET OPEN BLIJVEN

Uitgelicht

juni 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Ik denk dat er weinig voetwegen in Vlaanderen zijn die al een eigen Facebookpagina hebben maar.die van de ‘Vrienden van de Ezelsweg’ in Herent is zeker een.van de meest actieve die ik al gezien heb. Het gaat over een verhaal dat helaas in onze soms ongastvrije op privé-eigendom gerichte streken al te vaak voorkomt. Een eigenaar sluit op eigen gezag om persoonlijke redenen een veel gebruikt en al heel oud wandelpad over zijn grote terrein af met borden ‘verboden toegang’, hekwerk en prikkeldraad en de wandelaars.moeten maar zien hoe ze op een andere manier rond dat terrein heen komen.

Het verschijnsel is van alle tijden maar jammer genoeg worden er meer en meer voetwegen op die manier ontoegankelijk gemaakt en het lijkt er op dat sinds de uitbraak van de COVID-pandemie met het stijgend aantal mensen op zoek naar natuurbeleving, meer en meer eigenaars op deze manier reageren.

Maar tegelijkertijd blijkt dat de wandelaars van nu zich niet altijd meer zo gemakkelijk laten doen en vinnig reageren op de afschaffing van hun geliefde wandeltraject en er zelfs een zaak voor de vrederechter voor over hebben om hun gelijk te halen.

Haal de kaart er even bij en dan zie je dat de Ezelsweg een heel mooie en oude holle weg is aan de oostkant van de woonwijk Schoonzicht in Winksele (Herent) .Die wijk was tot in de jaren zeventig nog deel van het Bertembos en toen kon dat nog maar dat is een ander verhaal. Via de Ezelsweg kan je via dat Bertembos een hele mooie natuurwandeling om die wijk heen maken waarbij je – tot mijn verrassing – nauwelijks huizen ziet. Via die Ezelsweg kan je ook vanuit die wijk onmiddellijk aansluiten op het wandelfietspad richting Leuven-Gasthuisberg en de stad zelf.

Als de Ezelsweg afgesloten wordt kan dat allemaal niet meer en moeten de bewoners (en andere bezoekers) verder maar via de drukke Brusselsesteenweg aan de noordkant zien hoe ze zich verplaatsen. Reden genoeg om mijn en jouw aandacht te trekken en omdat ik graag als voetganger op verkenning ga heb ik op de bijgevoegde kaart het trajectje uitgezet om rond Schoonzicht te wandelen door een heel mooi stuk van Bertembos dat ik zelf nog niet kende.

Hoe oud is die Ezelsweg en waar komen de ezels vandaan?.De Ezelsweg in Herent (Winkele) is volgens mij de oudste holle weg in die omgeving. Op de Villaretkaart van 1745 en de Ferrariskaart van 1777 staat hij er overduidelijk op maar ik vermoed dat er veel oudere kaarten zijn waar je hem ook kan vinden. Hij ligt aan de zuid-west kant van de IJzerenberg. Die heuvel dankt zijn naam aan het feit dat de ondergrond bestaat uit ijzerzandsteen. In feit is dat ook het geval voor het iets verderop gelegen Bertembos. In Bertembos zijn ook holle wegen en sommige daarvan zijn veroorzaakt door vroegere ontginningen van die steen.

Of er ooit een ontginning van ijzerzandsteen is geweest op de IJzerenberg weet ik nog niet. Het zou geprobeerd zijn wordt mij verteld maar nooit een succes geworden. Tegelijkertijd lees ik dat in 1365 de stad Leuven ijzerzandsteen liet aanvoeren vanaf de Rosselbergh (Roeselberg) in Herent voor de fundering van de tweede stadsmuur.

Op de kaart zie je dat IJzerenberg, Mollekensberg en Rosselberg één geheel vormen en ik heb een kaart gevonden waarop vindplaatsen van ijzerzandsteen in die omgeving staan aangeduid.  Dat zegt uiteraard allemaal niets over de ouderdom van de Ezelsweg maar omdat hij zo diep is durf ik te vermoeden ik dat hij toen al in gebruik was. Voeg hier aan toe dat Winksele als dorp al in verschillende documenten vermeld wordt vanaf 1133, dan is de Ezelsweg wellicht al zo’n duizend jaar oud.

Er is geen reden om aan te nemen dat hij al die tijd niet door velen gebruikt werd en wellicht – maar dat is een pure veronderstelling – hebben onze voorouders daarbij ezels als lastdieren  gebruikt en heeft hij daaraan zijn naam te danken. Op de Villaretkaart is er in die tijd nog bijna niets aan bebouwing en honderd jaar later is dat op de kaart Vandermaelen (1846) en de NGI-kaart van 1873 nog altijd zo. Op die laatste staat de Ezelsweg wel opperduidelijk aangegeven.onderaan het ‘Montagne de Fer’.

Ik doe een beroep op lezers met kennis van de plaatselijke geschiedenis om mijn beweringen te weerleggen of aan te vullen want de ouderdom van een publiek toegankelijk voetpad is belangrijk voor de vraag of je een oeroude verbinding voor je privé-van-nu  naar je toe kan trekken en afsluiten voor dat publiek.

De Ezelsweg is een holle weg die waarschijnlijk al zo’n duizend jaar oud is en al die tijd gebruikt is door wie – al dan niet per ezel – van Winksele naar Terbank moest gaan of wie op de IJzerenberg iets moest doen. Sinds de jaren 70 wordt hij door de bewoners van de wijk Schoonzicht gebruikt om een luswandeling te maken door het aan hun huizen grenzende Bertembos.

Van wie er al die tijd de eigenaar van was maakte niemand ooit een probleem. Dat veranderde in 1991 toen de heer Victor Spaes en zijn echtgenote een groot deel van de IJzerenberg, tot dan eigendom van de heer Bruylants, aankochten om er een kunstpark van te maken. Of de Ezelsweg onder aan de helling geheel of gedeeltelijk bij die aankoop was inbegrepen is nog altijd officieel niet uitgemaakt.

Volgens de nieuwe eigenaar staat het zo in zijn plannen maar om de echte waarheid te achterhalen is nader kadastraal onderzoek nodig.

Op zich lijkt het al vreemd dat een zo oude openbare en overduidelijk weg zomaar verkocht zou kunnen worden maar blijkbaar heeft niemand daar in die tijd vragen bij gesteld. In elk geval, de berg werd aan de kant van de Brusselse Steenweg 129 van het huis van de vroegere burgemeester van een toegang voorzien om kunst-tentoonstellingen en soortgelijke evenementen te kunnen organiseren die tegen betaling van een entreegeld bezocht kunnen worden. Bij die gelegenheid kan de bezoeker de kunstwerken ook aankopen.

De nieuwe eigenaar had natuurlijk kunnen weten dat dit aan de kant van de openbare holle weg problemen zou kunnen opleveren maar blijkbaar bleven die de eerste twintig jaar uit, vooral omdat vanaf de Ezelsweg de tenstoongestelde voorwerpen niet te zien waren en onbereikbaar omdat er geen verbinding was naar de hoger gelegen helemaal beboste helling.

In 2016 liet de eigenaar wel een hek zetten aan de ingang aan het fietspad met het doel om mountainbikers te weren.

De eerste tentoonstelling ging door in 2009 (begrijp ik uit de website van de organisatoren) maar in 2018 besloot de nieuwe generatie (Bruno) Spaes echter de zaken ambitieuzer, en professioneel-zakelijker aan te pakken door het oprichten van een VZW IJzerenberg en door de aankoop van enkele percelen aan de overzijde van de Ezelsweg met het doel om ook aan die kant kunstvoorwerpen ten toon te stellen die ook duidelijk vanaf het pad te zien zijn.

Dat was een ferme uitbreiding en sindsdien is het dan ook mis gegaan. In 2019 werd het wegje voor de eerste keer al eens tussen mei en oktober afgesloten. Een groot buurtprotest werd beantwoord met de belofte dat het ‘tijdelijk’ zou zijn.

In 1920 bleef het stil maar dat was omdat vanwege de COVID-crisis er geen tentoonstellingen doorgingen. Wel probeerde de eigenaar van het kunstenpark ‘zijn’ holle weg ontoegankelijk te maken door hem (gelijk de boeren dat op ruwe wijze doen) op te vullen met boomstammen en andere obstakels. Dat was niet verstandig want passanten maakten er prompt sporen omheen en het houtwerk werd door plaatselijke bewoners opzij gelegd.

Ondertussen was er toch door de ‘Vrienden van de Ezelsweg’ een rechtszaak opgestart voor de vrederechter.

Dan zou je verwachten dat tot die tijd alles blijft zoals het is (zo is de wet bij juridische betwistingen) maar in mei 2021 stonden er plotseling aan de twee kanten afgesloten ijzeren poorten afgezoomd met prikkeldraad en strenge verbodsborden. Dat leidde tot publieke aandacht maar ook tot een heftige reactie van kwade onbekenden waarbij vooral het prikkeldraad het moest ontgelden om de weg weer open te maken; de hekken zelf werden niet beschadigd (interessante vraag in moeilijke tijden: ben je een vandaal als je een onwettig geplaatste barrière op je weg openmaakt?).

Sindsdien kan je er weer door en hebben het buurtcomité en/of de gemeente ook fraaie borden gezet om de zaak uit te leggen en om tot een redelijk compromis op te roepen.

Zo’n compromis is natuurlijk niet moeilijk als iedereen van goede wil is. Als de eigenaar aanvaardt dat op de historische holle weg op zijn terrein een erfdienstbaarheid van openbare doorgang rust (dat is heel gebruikelijk) kan het buurtcomité aanvaarden om over die weg een ‘peterschap’ te aanvaarden van onderhoud en toezicht.

De verbinding vanaf de holle weg naar de kunstwerken kan worden afgesloten en de kunstwerken zelf kunnen worden verborgen achter hagen van bosrozen of andere mooi maar stekelig ondoordringbaar struikgewas (overigens is er langs dat pad nog nooit een kunstwerk beschadigd dus je moet de gevaarkans niet opdrijven om je gelijk te bepleiten).

En langs de holle weg kunnen borden gezet worden om de aandacht te trekken van mensen die ook het erboven gelegen park zouden willen bezoeken langs de officiële toegang (en de catalogus aankopen). En als de eigenaar dan ergens over de holle weg een mooie Chinese boogbrug laat zetten om van de ene kant van zijn park naar de andere kant te komen zou toch iedereen tevreden moeten zijn.

En dan kan de eigenaar alle bewoners van Schoonzicht eens uitnodigen op een verzoenings-open deur dag in zijn park in plaats van de zaak uit te vechten met eindeloze rechtszaken waarbij dure advokaten elkaar met juridische haarkloverijen proberen af te troeven om hun ‘eigen gelijk’ binnen te rijven waarbij er vooral verliezers zullen zijn en het kunstpark zeker imago-schade zal oplopen.

Ik vind de koppige houding van de eigenaar in schril contrast staan met het alom geprezen privé-kunstpark van het Whitehouse van Salve Mater in Lovenjoel en ik vind het ook raar dat noch op de facebookpagina, noch op de website van de IJzerenberg er ook maar iets over deze controverse gezegd wordt. Ik vermoed dat de kunstenaars er ook niets over te horen krijgen en ik vraag mij ook af of het in die publiciteit vaak genoemde Museum M wel voldoende geïnformeerd is.

Voor de volledigheid besluit ik deze reportage met een bijdrage over het deel van het Bertembos waar deze wandeling langs gaat. Voor de Schoonzichtlluswandeling moet de Ezelsweg open blijven. Bertembos is een geliefde natuurplek om op stap te gaan vanuit Bertem, Leuven maar ook vanuit de gemeente Herent (Winksele). Ook al om die reden is het Ezelsweggetje een veel gebruikte holle weg.

Dit is zeker zo sinds in de jaren zestig van de vorige eeuw het er aan grenzend deel van Bertembos verkaveld werd tot een villawijk die we sindsdien kennen als ‘Schoonzicht’. Gedane feiten maken geen keer en tegenwoordig is het eeuwenoude boscomplex tegen zo’n ingreep beschermd. Als dat deel van Bertembos tot de gemeente Bertem zou hebben behoord was het waarschijnlijk ook niet gebeurd maar dit perceel ligt juist aan de kant van wat sinds 1977 de gemeente Herent is maar toen nog bij Leuven hoorde.

Tot die tijd bleef Bertembos-Eikenbos-Grevenbos sinds de middeleeuwen min of meer bewaard in de vorm die we vandaag kennen met uitzondering van 18de en 19de eeuwse  veranderingen zoals de aanleg van de Bosstraat en nog wat ontbossing aan de kant van de Augustijnerhoeve.

De nieuwe wijk ligt op het vroegere bosperceel ‘Korenmonster’ en ondanks de huizen is de omgeving er nog opvallend landelijk. In het omringende bos staan volgens mij een paar van de oudste bomen van Bertembos. Op je wandeling komen we aan de westkant vanaf de statige dreef met de naam ‘Armenlosweg’ langs de ‘Warotweg’ (op de kaart ook aangeduid als voetweg 66). Het zijn namen waarvan ik nog altijd de betekenis zoek (wie helpt?).

Je gaat daar bovenlangs en uiteindelijk over een diepe vallei die deze wandeling bijzonder aantrekkelijk maakt, ook omdat je daar bomen passeert met bijzondere vergroeiingen. Een ervan – een enorme boskers – heeft de grootse maserknol die ik ooit gezien heb en zou om die reden best de meest kostbare boom van het bos kunnen zijn. Maserknollen zijn hun gewicht in goud waard om te gebruiken als kunstfineer voor kostbare siermeubelen. Maar beter is uiteraard om de boom gewoon te laten staan in de natuur hoewel hij er niet meer zo levend uitziet vrees ik. Ik kom ook nog een reusachtige berkenzwam tegen maar voor de bosanemonen zal ik vroeg in het volgend jaar moeten terugkomen.

De huizen zijn dikwijls dichtbij maar je ziet ze nauwelijks. Op het einde staan de akkers kleurig afgezoomd met margrieten en tenslotte kom ik ook nog een weide met schapen tegen. Dit deel van Bertembos kende ik nog niet maar het is best de moeite waard.

Daarmee rond ik deze reportage alweer even af maar ik beloof om er nog op terug te komen want het gaat tamelijk spannend worden begrijp ik van allerlei berichten op de facebookpagina van de ‘Vrienden van de Ezelsweg’.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://www.facebook.com/EzelswegHerent

+++

IJZERENBERG VZW STAATSBLAD PUBLICATIES en …

www.staatsbladmonitor.be › bedrijfsfiche

 12-03-2018

+++

http://heemkundeherent.be/erfgoed-2/

+++

https://www.vlaanderen.be/publicaties/diestiaan-ijzerzandsteen-van-demergotiek-tot-restauratieproblematiek

+++

+++

Populaire trage weg dwars door domein kunstencentrum …

www.nieuwsblad.be › cnt › dmf20210506_93873971

6 mei 2021 — De populaire trage weg Ezelsweg in Winksele is sinds afgelopen … de trage weg bevindt zich namelijk op privé-eigendom van IJzerenberg.

+++

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/05/06/buurtweg-herent/

Buurtprotest tegen afgesloten trage weg in Herent: “Moet ook op privé-domein toegankelijk blijven”

+++

+++

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/?s=bertembos

+++

https://ernstguelcher.blogspot.com/  – zoek op trefwoord Bertembos

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Warrelknoest (maserknol)

Trefwoorden: Ezelsweg, Herent, Winksele, Schoonzicht, Bertembos, IJzerenberg, toegankelijkheid, voetweg, holle weg,

Advertentie

HET GROOT EIKENBOS – DEEL VAN BERTEMBOS

bertembos – een majestueuze oprijlaan

Aan de overzijde van de (Bertembosweg) in Bertem kom je in het Eikenbos/Grevensbos. Dit bosgedeelte is een stuk kleiner dan Bertembos en op de kaart zie je dat grens tussen de gemeente Bertem en die van Kortenberg-Meerbeek er van noord naar zuid dwars door gaat. Het Meerbeekse deel heet Grevensbos en dankt (waarschijnlijk) zijn naam aan het feit dat het lange tijd het privébezit was van de grafelijke familie De Merode met hun kasteel in Everberg. Het Bertemse deel ten westen van de Bosstraat heet op de kaart Eikenbos en als ik het goed begrijp was dit ook lange tijd een privébos met verschillende eigenaars. Volgens het beheerplan van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) zijn zowel Grevensbos als Eikenbos vanaf 1996 bijna helemaal in handen gekomen van het Vlaams Gewest. De omvang is 47 ha en bij het ANB spreken ze over het ‘domeinbos’ of over ‘Groot-Eikenbos’ wanneer het gaat om deze kant van de Bosstraat. Ik zie af en toe ook de benaming ‘Groot-Bertembos’ voor het geheel van het boscomplex. Om het helemaal onoverzichtelijk te maken: op de Ferrariskaart van 1777 heten Grevensbos en Eikenbos samen Bertembosch en wat nu Bertembos heet, staat daar nog vermeld als De Gemeyntebosch.

Op de kaart zie je dat je er vanuit Bertem op twee manieren gemakkelijk komt: via de holle weg (de Vernageltstraat) naast de feestzaal Bertembos aan de Bosstraat en sinds 2012 ook vanaf het speelbos Vossenhol op het Meilaarsveld aan de altijd draaiende schotelantennes van Belgocontrol/Skeyes.

Bertembos – Grevensbos – een niet te missen zwavelzwam

Vanuit het noorden kom je er minder gemakkelijk want aan de noordwestrand stuit je sinds 1970 op het onsympathieke meer dan twee meter hoge hek met een massieve muur er achter. Daarachter staan de barakken van het naturistenkamp AthenaHelios. Ik gun hen al de zon die ze nodig hebben maar vanwege dit kamp moet je aan deze kant een heel eind omlopen als je rond het bos wil stappen en zulke omheinde ontoegankelijke terreinen in onze spaarzame bosnatuur vind ik niet meer van deze tijd. Het ziet er van buiten eigenlijk uit als een concentratiekamp. Weet iemand hoe lang dat daar nog gaat blijven? In het noorden grenst het bos aan de akkers van de dertiende-eeuwse Augustijner (vierkants)hoeve en de hoge radiomast op de Bovenberg. Die berg is 75m hoog en in 1930 werden er drie zendmasten opgetrokken. Als ik de informatie goed begrepen heb werden die in het begin van de Tweede Wereldoorlog opgeblazen en de huidige hoge mast is dus van recenter datum. De grote en als monument beschermde gesloten vierkantshoeve is uiteraard veel ouder. Zijn geschiedenis gaat terug tot in de 13de eeuw en geldt als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Augustijner priorij van Terbank die in 1203 werd opgericht door hertog Hendrik I van Brabant. De hoeve – ook bekend als Bertemboshoeve – bestond in die tijd uit lemen gebouwen en voor de uitbating ervan werden 51 ha vruchtbare leemgrond in de toen nog sterk beboste omgeving ontgonnen. Op de Ferrariskaart van 1777 zijn nog visvijvers te zien maar in 1850 waren die in staat van verlanding en in 1970 is heel het terrein opgehoogd.

Bertem – Grevensbos/Eikenbos – Augustijnerhoeve

 De hoeve bleef in het bezit van de Augustijnen tot aan de Franse revolutie. Daarna kwam hij in handen van verscheidene elkaar opvolgende adellijke families.  Na 1850 werden de huidige gebouwen neergezet en opnieuw grote delen van Bertembos gerooid in die mate dat – ook al door het ontstaan van het gehucht Bertembos – de noordelijke en zuidelijke kant van het bos van elkaar gescheiden raakten. Zoals veel industrieel-agrarische hoeves in het Vlaamse land is dit stukje erfgoed aan de buitenzijde jammer genoeg niet zo heel fotogeniek tenzij voor wie een liefhebber is van silo’s, eigentijdse betonnen bijgebouwen en stallingen, een mestvaalt en moderne landbouwmachines die elke gelijkenis missen met hun middeleeuwse voorgangers. Alleen van grote afstand kan ik er een foto van maken die min of meer het erfgoedkarakter van de gebouwen eer aandoet. Met vol respect voor de landbouwsector stel ik voor dat als de deze boer er ooit mee ophoudt, deze mooie hoeve met zijn landerijen nu eens niet wordt omgezet in bouwterrein of in een manege voor paardenliefhebbers maar in een biologisch landbouwbedrijf en onthaalcentrum voor Bertembos. Een deel van de maisvelden kan dan terug bebost worden, kwestie van on-ontginning om de toestand van de voorbije eeuwen een beetje te herstellen …… of is dit een onrealistische gedachte (nu uiteraard maar de toekomst zal het wel uitwijzen!)? Wat denkt de lezer hierover?

Bertembos – Groot Eikenbos – iedereen in Bertem weet natuurlijk waar ik deze foto nam (?)

Net zoals Bertembos is het Groot-Eikenbos aan de westkant van de bosweg in Bertem door de boswachters officieel opgedeeld in een aantal bospercelen. Als je de details in het beheerplan van het Agentschap voor Bos en Natuur (ANB) wilt kunnen begrijpen (wat er groeit, wat er omgevormd en gekapt gaat worden, hoe de percelen beheerd worden) moet je absoluut weten over welk deel van het bos ze het hebben en waar het te vinden is. Maar zoals ik ook zei over Bertembos, die namen staan slechts sporadisch op de kaart en in het beheerplan zelf vind ik voor het Groot Eikenbos wel een lijst met de namen maar geen enkel kaartje of ander gemakkelijk toegankelijk middel om te weten over welk deel van het bos de beheerders het hebben. Er zijn er twaalf: Hertwinkel, Bovenberg, Augustijnbos, Greven(s)bos, Eikenbos, Zevenslapers, Vleugt, Cruyningenbos, Mutsenbos, Lange Lo, Hellegracht en De Tomme. Op de topografische kaart van 1989 (zie de afbeelding) zie je aan de zuidkant van links naar rechts Tomme (op een plek waar geen bos is), Lange Lo, Vleugt, Grevensbos en Eikenbos. Daar staat ook de intrigerende naam Hollander op een plek waar wel bos is maar blijkbaar is dat geen erkend bosperceel. Helemaal buiten het bos zie je op rechts nog een klein bosplekje met de naam Hellegat.

 Aan de noordkant zie je – een heel eind naar links aan de hoeve op een plek waar aan de westkant een beetje bos is – Zevenslapers. Het godshuis van de Zeven Slapers in Leuven wordt in 1437 gesticht als een eerbetoon aan zeven broers die in Turkije nabij Efeze door de Romeinse keizer in een grot werden opgesloten omdat ze hun geloof niet wilden afzweren. Maar toen veel later de grot weer openging kwamen de broers er gezond en wel uit (er zijn blijkbaar veel varianten op de legende dus als jij er andere weet?).

Bertembos – Groot eikenbos – aan het Pachthof van de 7 Slapers

Misschien dankten ze dit godswonder aan het drinken van wijn? De voormalige vierkants-pachthoeve 7 Slapers is namelijk tegenwoordig een sympathiek wijnverkoopbedrijfje aan de Goedestraat in Meerbeek maar er staan zoveel nieuwgebouwde huizen rond dat je van daar het ver teruggedrongen Eikenbos zelfs niet meer kan zien. Je ziet op de kaart ook Hertwinkel (wie verloor zijn of haar hart in deze hoek?) en Bovenberg (waar de radiomast staat).

Het Augustijnenbosperceel staat niet bij naam vermeld maar ligt naast de Augustijnenhoeve denk ik. Blijft over de plaatsbepaling van Cruyningenbos en Mutsenbos. In het beheerplan lees ik dat het Mutsenbos een privébos (NV Liesbeth) van iets minder dan 3,5 ha is op het grondgebied van de gemeente Kortenberg en dat er sinds 2008 een kleine open plek (0,2) ha met interne bosrand zou moeten zijn. Het ligt naast een holle weg die blijkbaar enkele decennia geleden werd opgevuld als stortplaats van de gemeente Meerbeek. Aan de overkant van die weg ligt het Cruyningenbos, ook privé (Kestemont), eveneens in de gemeente Kortenberg, met een omvang van 5,5 ha. Dat bos staat vol met uitheemse bomen (Amerikaanse eiken begrijp ik) en zal worden omgevormd tot een inheems loofbos. Er zijn een aantal holle wegen en ik ken twee echt open natuurplekken, een privé paarden- en schapenweide ten zuidoosten van het naturistencentrum en een andere met een bosrand op grondgebied Bertem langs de Vernageltstraat. Maar met deze informatie durf ik toch de plaats van deze twee bospercelen op de kaart niet aan te geven maar er is vast wel een Bertemse lezer die kan helpen. Als je houdt van diepe holle wegen is het Groot Eikenbos echt de moeite.

Bertem – Grevensbos/Eikenbos – van holle wegen

Is er ooit ijzer(zandsteen) gewonnen in het Groot Eikenbos in Bertem en hebben de holle wegen daarmee iets te maken? In een studie van de KUL (zie de link hieronder) van 2003 over het voorkomen van ‘gesloten depressies’ (zeg maar natuurlijke of mensgegraven historische grote komvormige putten) in de bodem van de gemeente Bertem staat te lezen dat “de 5 depressies die in de omgeving van het Grevensbos-Eikenbos liggen, exploitatiegroeves van ijzerzandsteen zouden zijn … als grondstof gebruikt voor een hoogoven die op het einde van de 19de eeuw in Leefdaal voorkwam”. Vlak achter het Speelbos het Vossenhol is er zo’n diepe kom maar waar de andere zijn heb ik nog niet gevonden. Over het ontstaan van het Hageland met zijn Diestiaanse heuvels van ijzerzandsteen heb ik een kleine uitleg gedaan in andere hoofdstukken. In de streek van Bertem zouden de steenbanken echter te broos zijn om als bouwsteen te dienen en exploitatie was alleen nuttig om de ijzererts en het zand te winnen. Over die hoogoven in Leefdaal – de eerste in Vlaanderen (!) – vind ik in het erfgoeddossier dat hij in 1840 of enkele jaren eerder moet zijn opgericht door F.lemaire en Jules Meunier en in 1848 al weer werd stilgelegd omdat het ijzergehalte van het erts niet hoog genoeg was maar ook omdat het zware materiaal (erts en brandstoffen) allemaal met paardenkarren over de weg aan- en afgevoerd moest worden, ook al wegens het ontbreken van een bevaarbare waterloop. In 1851 wordt de oven verkocht. In 1836 vraagt een zekere Jacques Verheyden uit Sint-Joost-ten-Node een concessie aan voor de ontginning van ijzererts in Leefdaal, Everberg, Meerbeek en Kortenberg maar of hij er ooit aan begonnen is weten we niet. In 1840 vraagt de heer Guilbert (Gilbert et Cie?) een concessie aan voor het ontginnen van ijzererts in Bertem. De gemeente verpacht hem een terrein van 3 ha tegen 400 frank per ha in het Gemeentebos (Bertembos) en de concessie wordt goedgekeurd bij K.B. van 22 juli 1840.

Groot Eikenbos – Bertembos – ijzerzandsteen

Dit erts was bestemd voor verwerking in Leefdaal. Het bij de bronnen vermelde artikel van Willy Brumagne over deze ijzerwinning heb ik nog niet maar dankzij zijn dochter Anne weten we er toch al wat meer over: “De hoogoven stond in het veld tussen de Everbergsesteenweg, de Tervuursesteenweg en de E40, op de plek waar nog lang een ruïne van een boerderij heeft gelegen, en er later een rugbyveld was. Ik ken die plek nog als ‘ ’t Fabriekske’. Mijn vader heeft het er over in zijn boek ‘Leefdaal 1780-1855. De moeilijke geboorte van een nieuwe tijd’. Het gietijzer werd langs het station van Leuven naar kanonnengieterijen in Luik en naar Frankrijk gestuurd. De belangrijkste reden van de teloorgang blijkt toch dat de markt voor gietijzer kleiner werd, over een gebrek aan een waterloop schrijft mijn vader niet. En er was de concurrentie van de Waalse industrie. Er was een concessie voor ontginning in het gemeentebos van Bertem, maar er werd ook in Leefdaal en in Winksele ontgonnen. In het boek ‘Terug naar Leefdaal’ dat mijn broer Jos vorig jaar schreef op basis van de teksten die mijn vader achterliet, staat een foto waarop mijn moeder als kind poseert in de weide achter hun boerderij op de Tervuursesteenweg. De boerderij die de fabriek verving, is op de achtergrond te zien.” Met deze aanwijzing ben ik zelf eens gaan kijken op de kaart en het terrein. En jawel: de plek van de fabriek is precies aangegeven op de NGI-kaarten van 1981 en 1989, op de OSM kaart vind je het ‘Fabriekspad’ en op de topografische kaart Bertem-Leuven staat er ook ‘Fabriek’; de fabriek zelf vind je als ‘Haut-Fourneau’ aangeduid op de kaart Vandermaelen van 1846 langs wat nu de Everbergsesteenweg heet. Op het terrein is het pad gemakkelijk te volgen en volgens mij kan de fabriek best gestaan hebben naast de vloedgroebe waar nu een wel charmant buitenhuis staat.

Leefdaal – zicht op de voormalige hoogoven om erts uit het Bertembos te bewerken

Wie in die tijd verantwoordelijk is voor de uitbating van groeves in het Groot Eikenbos is nog verborgen in de mist van de pre-internet (?) geschiedenis en ik denk dat er voor de KUL nog een mooie onderzoeks-uitdaging is.

Maar we hebben er in elk geval enkele van de mooiste diepe holle wegen in onze streek aan overgehouden hoewel ondankbare opvolgende generaties wel een aantal van die kommen en de wegen hebben gebruikt om hun afval te storten. Diezelfde wegen zijn natuurlijk ook gebruikt om het hout uit het bos weg te slepen maar tegenwoordig dienen ze alleen als natuurbiotopen.

Het Groot Eikenbos in Bertem herbergt niet alleen eiken en beuken maar het is ook een van de weinige bossen waar je nog een echt volwassen berkenbos vindt. Het slechte nieuws is dat je snel moet zijn als je er nog iets van wil zien want het is sterk in verval en ik heb de indruk dat de boswachters het ook aan het weghalen zijn. Uit het beheerplan begrijp ik dat de aanwezigheid van oude ruwe berken betekent dat de bodem extra droog en zanderig is en dat je daar ook bosbessen en struikheide moet verwachten. Eén ding weet ik zeker, mijn fototoestel vindt een berk de mooiste boom die er is.  Ik zag ooit adembenemende majesteitelijke berkenbossen in en rond Moskou en heel Scandinavië staat er vol mee. Bij ons groeien ze ook erg goed maar toch vind je hier nauwelijks echte berkenbossen.

Bertembos – berkenzwam

Omdat berken bekend staan als gemakkelijk en snel groeiende bomen die altijd als eersten een open plek veroveren, vraag ik mij af hoe dat komt, temeer omdat berken ook hoog en dik worden en heel mooi hout opleveren (en niet in het minst omdat ze ook van die fameuze ‘maserknollen’ ontwikkelen die bij kunstenaars-op-zoek-naar-fineerhout goud waard zijn). De verklaring is simpel: alle bosbouwers-van-bij-ons vertellen je dat het geen zin heeft om berken aan te planten want ‘er is geen markt voor’ tenzij je ze kweekt voor het brandhout maar  daar zul je geen geld aan overhouden. Met andere woorden, niemand plant ze en dus hebben wij geen berkenbossen. Wil je iets kopen in berkenhout, dan ga je best naar IKEA want die hebben allang door dat markten gemaakt worden door de reclame en prijzen berkenhout aan als hét rustgevend middel om in je huis- en slaapkamer duurzaam aan stress en haastigheid te ontkomen en het kost nog niet veel ook. Dus ik vrees dat we het in onze bossen voorlopig nog zullen doen met berken die door gebrek aan licht staan te kwijnen, omvallen, in fotogenieke stukken uiteen breken en een wonderbare voedingsbasis vormen voor allerhande mossen, zwammen en allerhande dieren met vleugels en/of poten. Ik hoop voor dat de boswachters in Bertembos toch maar eens een paar hectaren echt berkenbos aanplanten zodat onze kleinkinderen kunnen genieten van het verblindende licht van al die witte stammen. En misschien kan de gemeente Bertem  de berk een plaats als ‘koesterboom’ geven? Waar je berken ziet moet je ook zoeken naar vliegenzwammen.

Bertembos – Groot Eikenbos – wanneer de berken verdwijnen, vertrekken de vliegenzwammen ook

De draderige wortels  van de zwamschimmel vlechten zich om de al even draderige uiteinden van de wortels van de berk waardoor die meer voedsel en water kunnen opnemen uit de bodem. Als ‘beloning’ voedt de berk de vliegenzwam met suikers en dan groeit de zwam sneller. Ze hebben dus allebei iets aan deze verhouding en dat wordt ‘leven in symbiose’ genoemd. Berkenzwammen houden ook van berken maar maken ze helemaal  dood en eten ze op totdat er niets van over is. Dat heet parasitisme. Zo gaat dat in de natuur. Heel veel dieren ben ik in Bertembos nog niet tegengekomen maar in deze berkenwildernis struikelde ik bijna over een haastige moeder ree die zich met haar jong uit de voeten maakte.

Waar holen zijn verwacht je vossen maar op een grijze vriesochtend kom je in het Speelbos ‘Het Vossenhol’ in Bertem vooral veel vrolijk dravende honden tegen om samen met hun kuierende bazen van de natuur te genieten. Een van de bazinnen is een beetje bezorgd want ‘er is jacht zoals elke zaterdag’ en ik moet haar geruststellen dat je met statieven uitgeruste fototoestellen wel schiet maar niet op honden en andere levende wezens. Het speelbos en bijbehorende weide aan de zuidkant van het Bertembos dat ‘Eikenbos’ of ‘Grevensbos’ heet bestaan sinds 2012 als een gezamenlijk initiatief van de gemeente Bertem en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Op een oppervlakte van 5 hectaren is er voor alle soorten recreanten van alles te beleven in of rond de schuilhut.

Bertem – Bertembos – Grevensbos – ik kwam de fee in het vossenhol tegen

De door de plaatselijke jongeren zelf bedachte toestellen zijn toch wel vooral voor kinderen denk ik. Het verharde pad is dan weer toegankelijk voor rolstoelgebruikers en op de speelweide zijn enkele ecologische plekjes te vinden zoals struiken voor vogels en vlinders, een kleine fruitboomgaard en heuveltjes waar bloemen kunnen bloeien. Vanuit Bertem kom je er gemakkelijk te voet of met de fiets maar sinds maart van 2017 is er ook een kleine autoparking aan de ingang onder de radarinstallaties van Belgocontrol. Vooral op warme zomerdagen is het op de weide maar ook op de smalle toegangswegen erg druk. En terwijl de kinderen de klimtotempalen, het treintje, de klimdieren en de kwelgeesten uitproberen gaan de ouderen op verkenning in het bos naar de holle wegen, het naturistenkamp Helios, de radiomast op de Bovenberg en de Augustijnenhoeve.

Bertembos is bekend om zijn wilde kersenbomen en vlak aan de ingang van het Vossenhol staat een heel bos van die bomen op een perceel dat in het verleden blijkbaar flink is opgehoogd.  Er zijn dikke en hoge exemplaren bij maar er zou volgens het beheerplan ook een bij moeten zijn met een monumentale stamomvang van meer dan drie meter en een hoogte van 32 meter. Of het die op de foto is ben ik echter niet zo zeker van.

Bertem – Groot Eikenbos – wilde kers groeit tot in de hemel

Vanuit het speelbos kijk je uit op een staaltje indrukwekkende luchtvaart-technologie. De twee enorme altijd draaiende installaties zijn hier in 1985 op deze hoogte van 94 meter geplaatst door Belgocontrol, het autonoom overheidsbedrijf dat sinds 1998 belast is met de luchtverkeersleiding en de opleiding van luchtverkeersleiders en technisch personeel dat zorg draagt voor installatie en onderhoud van de luchtvaart-infrastructuur. Belgocontrol veranderde in 2018 van naam in Skyes, voor zover ik zien vooral met de bedoeling zich op een meer eigentijdse manier aan het grote publiek voor te stellen. Maar essentieel is de taak hetzelfde gebleven: de maatschappij staat samen met Eurocontrol en de militaire luchtvaartautoriteiten in voor de veiligheid in het Belgisch luchtruim en op de luchthavens en controleert alle vliegbewegingen rondom Brussels Airport. Het hoofdkwartier is in het CANAC (Computer Assisted National Air Traffic Control Center) in Steenokkerzeel en wat je in Bertem ziet zijn de twee radartorens op 350 meter van elkaar. De ene (grote) is de hoofdtoren en de andere dient als ‘back-up’. Samen bestrijken ze een gebied met een straal van 260 km (Parijs-Dover-Leeuwarden-Frankfurt) tot op een hoogte van ongeveer 20 km (60.000 voet). De primaire radar verschaft informatie over de afstand, de vliegrichting en de snelheid van het vliegtuig. De secundaire radar zendt pulsen uit die door een transponder aan boord van het vliegtuig worden beantwoord met gegevens over de hoogte, over de identiteit en bijzonderheden zoals eventuele alarmmeldingen.

Bertembos – Groot Eikenbos – op deze plek geen vliegtuig te zien of te horen

Aan de voet van deze radar met slechts het geluid van een boerentractor in je rug besef je dat niet maar tussen 1988 en 2018 ging het om ongeveer 20 miljoen vluchten en dat aantal lijkt niet af te nemen want ik lees dat in 2018 alleen al er weer meer dan een miljoen vluchtbewegingen bij kwamen. Tegen einde 2019 zou het bedrijf ongeveer 900 mensen tewerkstellen. In de woelige tijden van nu met aanslagen en andere problemen waaronder niet in het minst de protesten tegen de lawaaioverlast,  is het niet verwonderlijk dat de maatschappij moeilijke tijden doormaakt maar dankzij de technische knowhow en het engagement van de verkeersleiders is er in al die tijd geen enkel vliegtuigongeluk gebeurd. Met behulp van deze radarinstallaties wordt sinds enige tijd ook het weer voorspeld maar hoe dat dan in zijn werk gaat weet ik nog niet (wie helpt?) en of je sindsdien als natuurgids ook beter op die voorspellingen kunt afgaan dan in de goede oude tijd betwijfel ik een beetje. Nogal belangrijk in deze tijd van energie opwekking anders dan met fossiele brandstoffen is dat tot kilometers verwijderd van deze radar-installaties geen windturbines mogen gebouwd worden omdat die zouden kunnen interfereren met de werking van de radar. Ondertussen valt het mij op dat het rond de radartorens opvallend stil is terwijl overal in de omgeving de vliegtuigen luidruchtig heen en weer vliegen. Twintig miljoen vluchten is voor de een reden tot grote fierheid maar voor anderen is het een levensechte nachtmerrie en voor ons klimaat moet er dringend gezocht worden naar andere vervoersmiddelen, zoveel heb ik er toch al van begrepen.

Met deze opmerkelijke bedenking vanuit het stille natuurspeelbos Vossenhol sluit ik dit hoofdstuk over Bertembos af maar het spreekt vanzelf dat ik hier binnenkort wel weer terugkeer.

Bertembos en Grevensbos-Eikenbos – NGI-kaart 1989 met namen van de bospercelen in het Gemeentebos en het Groot Eikenbos; ontbreken Mutsenbos en Cruyningenbos

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Over het Bertemboscomplex en zijn verleden:

http://onroerenderfgoed.github.io/la2001/ankerplaatsen/a20041.html

Over het ijzerzandsteen:

https://aow.kuleuven.be/geografie/toekomstigestudenten/onderzoek/gillijns/index.html

98351_Relicta 13_01_Yzerzandsteen.indd – OAR https://oar.onroerenderfgoed.be › publicaties › RELT › RELT013-001

Beschermingsdossier – Openbare Onderzoeken | Onroerend …https://openbareonderzoeken.onroerenderfgoed.be › bijlagen

IJzerontginning te Leefdaal – Willy Brumagne (auteur), Eigen Schoon en de Brabander, Jrg. 56 (1973) nr. 11-12, p. 425-428

Over de Augustijnenhoeve: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/211165

het bosbeheerplan:

Klik om toegang te krijgen tot ubp_bertem_rapport.pdf

http://www.bomeninfo.nl/berk.htm

Vliegenzwam | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be › files › vliegenzwam

Bertembos – Groot Eikenbos – kom dat tegen in de natuur …!

https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=22576 (over de berkenzwam)

www.speelbosvossenhol.blogspot.com.

Voor een plannetje:

Speelbos ’t Vossenhol – plannetje – Gemeente Bertem

https://www.bertem.be › Vrije tijd › Spelen in Bertem

Over de kersenboom:

http://www.monumentaltrees.com/nl/bel/vlaamsbrabant/kortenberg/8731_hetvossenholinbertembos/

Over Belgocontrol: https://www.belgocontrol.be/nl/

https://www.belgocontrol.be/documents/10180/11113/Annual-report-2016_NL.pdf/c0702f24-1b29-4b89-bb65-1dc95071f717

https://ops.skeyes.be/belgocontrolbecomesskeyes

https://ops.skeyes.be/meteo-catalog;jsessionid=FthpyXFbStFBqIZW3QGPXwhd.undefined

Over de interferentie van windturbines met radarinstallatie:

windturbines & vliegtuigen – awacss

www.awacss.be/2008_04_27_windmolen_vliegtuigen.htm

om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Bertembos – het Groot Eikenbos – deze eik herken je van ver

trefwoorden: bertem, bertembos, groot eikenbos, grevensbos, natuurbeheer, natuurgebied, geschiedenis, erfgoed, ijzernijverheid, vossenhol, eurocontrol

BERTEMBOS

Bertem – Bertembos – een oude holle weg

Vanaf de Koeheide aan het einde van de Oude Baan in Bertem kom je te voet (of met de fiets) via de Bertemse Heideweg via heel mooie en diepe holle wegen heel snel omhoog naar het er achter gelegen Bertembos. Vanuit Leuven kom je er ook vanaf de Terbankstraat in Heverlee maar dan moet je langs de Gasthuisberg over de E314 en dan het pad vinden naar en door de mooie door het Regionaal Landschap Dijleland gerestaureerde en door Natuurpunt beheerde holle weg.

Zomer of winter, het maakt niet uit, ik hou in ieder seizoen van de bossen in Bertem. Jammer genoeg is het grote Bertemboscomplexs sinds vele jaren in tweeën gesplitst door de (Bertem)Bosstraat, een drukke baan tussen Veltem en Bertem en zijn er maar weinig mogelijkheden om over te steken en weer direct tussen de bomen te komen. Wie niet heel grote afstanden in één keer wil afstappen doet er goed aan om eerst de ene kant verkennen en de volgende keer de overzijde te doen.

Anders dan het Groot Eikenbos (Eikenbos samen met Grevensbos) aan de andere kant van de Bosstraat was Bertembos eeuwenlang een gemeentebos waar de mensen er zorg voor droegen dat het aan hun houtbehoeften moest blijven voldoen. Het is een oud bos waar landbouwactiviteiten beperkt zijn gebleven en de bosbodem dus niet verstoord is. In het voorjaar zie je dat goed aan de voorjaarsbloeiers, in het najaar herinneren de Salomonszegel en de vele soorten zwammen je hier aan. De ontginningen ten zuidoosten van het bos op de plekken die je op de kaart ziet met de namen Bertembosveld en Koeheide dateren van de late middeleeuwen. De noordoostelijke grens – nu op de kaart te zien als de Zwanenberg –  is in 1661 en 1780 afgebakend met de grens van de Vrijheid of ‘Kuip’ van Leuven tijdens het ‘Ancien Régime’. Ongeveer op de hoogtelijn van 80m op de topografische kaart stuit je nog op één van de weinige arduinen grenspalen met (misschien, want niet meer herkenbaar) het wapenschild van Leuven.

Bertembos – de grenspaal met Leuven – de beeltenis kan ik niet meer lezen maar in het stadsarchief heb ik een soortgelijke afbeelding gevonden

Ten oosten daarvan kom je op enkele plaatsen oeroude diepe in onbruik geraakte holle wegen tegen en ook een primitieve ’boswal’. Met dat soort wallen bakenden onze Karolingische en Middeleeuwse voorouders de percelen af waarop hun vee in het bos mochten komen grazen. Het beweiden van bossen is samen met het recht van sprokkelen een zeer oud gebruiksrecht, van belang voor de arme boeren/dorpelingen om aan extra inkomsten te geraken. Maar zo’n recht druist uiteraard tegen de belangen van de adellijke bos bezittende families omdat het zowel de houtproductie als de jacht stoort en in een hertogelijk ‘vrijwoud’ zoals het Meerdaalwoud is het dan ook al vroeg afgeschaft. Om in Bertembos de sporen te zien van dit soort relicten volg je best de wat kronkeliger paadjes die vooral het gevolg zijn van de activiteit van mountainbikers, maar zolang je je hond bij je houdt en zelf op die paadjes blijft denk ik dat het voor de natuur weinig kwaad kan.

De ondergrond van het plateau van Bertembos (en van het gehele Bertemboscomplex) waarvan de hoogste gedeelten tot zo’n 95m reiken bestaat uit glauconiethoudende lagen van grof zand die in onze streken zo’n twintig tot drie miljoen jaar geleden werden afgezet door de zee bovenop (of met daartussen) een nog veel oudere water-ondoordringbare laag (of lagen) zeeklei. Glauconiet is een groen mineraal, een waterhoudende verbinding tussen ijzer en kiezel met vier tot tien procent kali of kalihydroxyde. Het vormt zich alleen in warm ondiep zeewater in de nabijheid van de kust.

Bertem – Bertembos – van oude wallen

Het betekent vooral dat de zanden ijzerhoudend zijn. Ze zijn meestal roestig geoxideerd en dikwijls aaneengekit tot de ijzerzandsteenbanken die zo kenmerkend zijn voor het Hageland. Het plateau staat in onze tijd bekend als de Diestiaanse heuvelrug die tussen Leuven en Sterrebeek de noordrand vormt van het Brabants leemplateau.  Het leem is als fijn stof door de wind aangevoerd tijdens de laatste ijstijd zo’n 15.000 jaar geleden maar in Bertembos is de leemlaag meestal beperkt gebleven tot minder dan één meter. Het bos ligt op de waterscheiding tussen Voer (naar het zuiden), de Molenbeek en de Weesbeek  (naar het noorden) en de Woluwe (verder naar het westen).  In de loop van de tijden is de leem van de hellingen de vallei in gespoeld. Waar nog leem te vinden is groeien meestal loofbomen, op de droge zanderige stukken zal je meer naaldbomen aantreffen. In het bos zelf zijn er geen natuurlijke waterlopen of bronnen. Water wordt wel afgevoerd via erosiegeulen (vloedgroebes) en de vele holle wegen maar die laatste zijn niet door de natuur maar door de mensen gemaakt. Wat de bosbomen betreft behoort het Bertems Gemeentebos zowel qua soorten als leeftijdsopbouw van de boométages (de boomkruinen) tot de rijkste en meest gevarieerde in de hele streek. Zomereiken, wintereiken, beuken en haagbeuken tref je in alle maten aan en hier en daar ook linde. Zelfs als je niets van bomen weet zal je zien dat het bos volstaat met wilde kersenbomen (boskers, zoete kers).

Bertembos – kerselaars – onmiskenbaar vanwege hun dwarse bast

Ze vallen erg op door hun dwarsgestreepte bast. Dit soort bomen werd vroeger heel veel aangeplant maar omdat ze alleen gedijen bij veel licht, hebben ze het in onze huidige hooghoutbossen nogal moeilijk en dat kan je in Bertembos ook wel zien omdat er veel tegen de grond liggen of staande aan het sterven zijn. Samen met het aan de andere kant van de Bosstraat gelegen Grevens/Eikenbos wordt het Bertembos door de Vlaamse overheid beheerd. Daarvoor heeft het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in samenwerking met de gemeente Bertem in 2007 een uitgebreid beheerplan uitgewerkt. In dat plan vind je alles tot in details. Het is een zeer uitgebreid document dat bijzonder veel informatie bevat over het verleden en heden en over alle maatregelen die de beheerders nemen om het bos duurzaam in stand te houden maar de hoofdlijn is dat men zo weinig mogelijk ingrijpt. Bij mijn laatste bezoek valt het mij wel op dat er toch wel veel gezaagd is en wordt en krijg ik de indruk dat de hoeveelheid dood hout vermindert, toch buiten het bosreservaatgebied aan de oostkant (maar ik kan mis zijn).

Ik zoek altijd naar die beheerplannen op het internet en gelukkig kan je dat over Bertembos gemakkelijk vinden. Er staat in dat Bertembos is opgedeeld in 10 bospercelen (bestanden) en dat elk van die bestanden een eigen karakter heeft (zoals voor bodem en bostype/begroeiing) en dienovereenkomstig beheerd wordt: Bedellenbos, Remken Pantgat, Waeroyveld, Hooiweg, Korenmonster, Paviljoen en Heide.

Bertembos – kant van de Eikentop

Drie percelen vormen samen een bosreservaat: Eikentap, Koeienbos en Vossenkuil. Het zijn historische namen die dikwijls verwijzen naar de vroegere eigenaar of naar historisch gebruik van het bos. Boswachters onder elkaar kennen en gebruiken die namen, maar als geïnteresseerde bezoeker is het moeilijk om te weten waar die percelen zich bevinden want op de wandelkaart (al dan niet topografisch) komen ze niet voor wat ik absoluut betreur, zeker nu zelfs de namen van de voetwegen staan aangeduid. Zelfs in het beheerplan vind ik geen actuele kaart met die percelen. We moeten het doen met een tamelijk primitief handgetekend kaartje van omstreeks 1960 waar ze niet allemaal opstaan en het zelfs niet zeker is of ze allemaal nog bestaan (een groot stuk van het perceel Korenmonster ligt nu onder de villawijk Schoonzicht denk ik). Om die reden voeg ik naast dat historische kaartje aan de reeks foto’s in dit hoofdstuk een aangepaste kaart toe waarop ik de namen naar beste weten duidelijk vermeld heb. Alleen het perceel ‘Heide’ heb ik niet kunnen vinden maar ik vermoed dat dit verwijst naar de ‘Schapenheide’ tussen Bertembos en de Bosstraat en niet naar de Koeheide want die wordt in het beheerplan afzonderlijk behandeld. Met deze kaart heb je iets aan de wetenschap dat Bertembos (dus de oostkant van de Bosstraat) in 2007 in totaal een omvang heeft van 105 ha en dat het bijna helemaal de eigendom is van de Gemeente Bertem. Alleen een deel van het Waeroyveld is eigendom van de Kerkfabriek van Herent en de Vlaamse Watermaatschappij is eigenaar van het omheinde perceeltje binnen het Hooiveld waarop de watertoren staat. Voor het jachtpaviljoen geldt een recht van opstal en de woning is verhuurd aan een privé-persoon.

Bertembos – voormalig jachthuis en watertoren

Wie in Bertem wil meedoen aan de veilingen voor de aankoop van brandhout in Bertembos moet ook weten waar de vergunde kaplocaties in het bos zijn denk ik666 en als je als natuurliefhebber op zoek bent naar en getipt wordt over de locatie van speciale planten, zwammen of bomen moet je de perceelsnamen zeker ook kennen. Of mijn kaartje wel helemaal overeenstemt met de werkelijkheid moet ook nog wat onderzocht worden. Klopt het dat er op de Schapenheide nu populieren en koeien kunnen staan en waarom zijn er twee Augustijnenstraten? Ik doe een beroep op de deskundigen in Bertem zoals Tony Hulst en Eric Malfait om licht in de bospercelenduisternis te brengen. We kunnen het natuurlijk ook aan de boswachters vragen.

Deze kwestie is bijvoorbeeld van belang om te weten welk delen van het Bertemboscomplexs sinds 2002 als een van de 40 in ons land uitgekozen  ‘speciale beschermingszones’ afgebakend zijn onder de Habitatrichtlijn 92/43/EEG  (deel van het Europese Natura 2000-netwerk). Die richtlijn ‘beoogt het behoud van de biodiversiteit en streeft naar de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken’. Die van Bertem hebben reden om fier te zijn op hun bos want in het beheerplan lees ik dat Bertembos (dus het historische gemeenschapsbos) er helemaal onder valt.  Aan de overkant van de Bosstraat is in de voormalige privébossen de natuurtoestand ook heel goed maar vallen enkele percelen toch niet (meer) onder het Europese niveau van topnatuur (vooral de delen die op het grondgebied van Kortenberg liggen).

Bertem – Bertembos – koeien tussen de populieren op de Schapenheide

Niet alleen is heel de streek landschappelijk waardenvol maar Bertembos scoort ecologisch bijzonder goed. Het is een oud ongestoord bos met ongeschonden leembodems. Het bevat allerlei soorten bomen van ongelijke leeftijd en omvang met Zomereiken, Wintereiken, Beuken maar ook Linden en de dikste en oudste Zoete Kerselaars van ons land (met stamomtrekken van 3,5 meter oa in Koeienbos en Remken Pantgat). Ondanks de afwezigheid van bronnen zijn 260 plantensoorten gevonden (natuurplanten, tip: probeer dat graag in je tuin!) waaronder enkele zeldzame en minder vaak voorkomende soorten zoals Vleugeltjesbloem, Eénbes en Dubbelloof. Daar hoort een bloempje bij en daarvoor kom je best in de lente wanneer grote delen van Bertembos (maar vooral de Eikentap) wit en roze gekleurd zijn door de massaal bloeiende bosanemonen.

In het bosbeheerplan staat een tabel met alle types topnatuurgebieden die voorkomen in de ‘valleien van Dijle, Laan en IJse met aangrenzende bos- en moerasgebieden’. Elk type heeft een nummer met een beschrijving en ook een overzicht van de ‘bedreigingen, beheermogelijkheden en de herstel- en ontwikkelingskansen’. In Bertembos komen officieel twee bostypes voor: type 9120 en 9160. Het eerste staat voor ‘Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex (hulst) of soms Taxus’. Het tweede omvat ‘Eikenbossen van het type Stellario-Carpinetum’.

Bertembos – bosanemonen

Voor de gewone bosbezoeker zegt zulk vakjargon niet veel maar als je moet weten wat er in het Bertembos zou kunnen groeien als je de natuur zijn gang laat gaan moet je iets weten over de aard en staat van de bodem.

Type 9120 komt voor op tamelijk droge voedselrijke zand- en leemgrond. Dat vind je op de hogere delen. Voor type 9160 mag het wel wat natter zijn en dat vind je in laaggelegen delen zoals de valleien en in de buurt van waterlopen. Voor beide typen is erg belangrijk dat er een flinke stabiele vochtige humuslaag aan de oppervlakte ligt. Het soort bomen dat je dan kan verwachten zijn (na Boswilgen en Berken die er altijd het eerste doorkomen) Zomereiken en Wintereiken, Beuken, Esdoorn, Es, Boskers, Haagbeuk, Linde, Hazelaar, Gelderse roos en – niet te vergeten – Hulst. Omdat in onze bossen de volwassen bomen bijna nooit spontaan opkwamen maar aangeplant zijn herken je een natuurlijk bostype echter het beste aan de bosplanten die er onder groeien. In Bertembos kijk je dan in de zomer maar eens uit naar Adelaarsvaren, Blauwe bosbes, Kamperfoelie, Valse Salie, Meiklokjes en Dalkruid voor bostype 9120 en voor type 9160 naar Grote muur, Salomonszegel, Slanke Sleutelbloem, Gele dovenetel en Bosanemonen. Maar naarmate de natuur verstoord is als gevolg van menselijk gewroet, ontwatering en door luchtvervuiling zullen die allemaal verdrongen worden door Bramen en Brandnetels en die dragen dan nog niet eens vruchten (te donker onder de bomen) maar stekelen ferm. Ik houd niet van bramen maar reeën blijkbaar wel wordt me verteld. Over de kwetsbaarheid van Bertembos voor natuurverstoring en wat er tegen te doen ga ik het nog hebben.

Bertem – toegang tot de Koeheide via de holle weg vanuit Leuven

Bertembos is erkend als Europese topnatuur en dat is historisch gezien eigenlijk een klein wonder, ook al omdat de grote stad Leuven met al zijn woonbehoeften zo nabij is. In het beheerplan en op andere plaatsen lees ik dat het bos ‘uiterst gevoelig is’ voor verzuring vanuit de lucht en voor vermesting door inspoeling vanuit ‘hoger gelegen plateau en aangrenzende akkers’. Het kan ook verloren gaan door verdroging door waterwinning en drainage en verarming door intensieve recreatie, begrazing, erosie, overexploitatie of door voortschrijdende klimaatverandering. Die kwetsbaarheid geldt niet in de eerste plaats voor de bomen want die kunnen wel wat hebben zolang ze niet onoordeelkundig gekapt worden, bijvoorbeeld om plaats te maken voor monotone aanplantingen met naaldhout, beuken of amerikaanse eik, of door de omzettting van bospercelen in akkers, huizen of wegen waardoor het bos ontboomd of versnipperd wordt. De degradatie laat zich vooral zien bij alles wat er onder groeit omdat de typische natuurplanten verdwijnen als er zware machines over rijden of als ze overwoekerd worden door bramen of door agressieve struiksoorten zoals Amerikaanse vogelkers. Als bezoeker-wandelaar (en mountainbiker) is dit een erg goede reden om op de paden te blijven, vooral geen nieuwe padsporen bij te maken en geen vuilnis achter te laten. Om schade te voorkomen en om historische schade te herstellen beveelt het beheerplan over Bertembos aan om in het kader van zogenoemd ‘nulbeheer’ zo weinig mogelijk in te grijpen en zoveel mogelijk ‘spontaan herstel’ de beste kansen te geven.

Bertembos – als je me aanraakt grijp ik je vast

Maar in het beheerplan wordt ook uitgelegd dat dit in de praktijk toch heel wat bedrijvigheid met zich zal meebrengen, bijvoorbeeld om de vogelkers en het overtal van amerikaanse eiken te bedwingen en om te vermijden dat beuken niet een te grote duisternis op de bosbodem veroorzaken. Bij vorige bezoeken had ik de indruk dat er in Bertembos niet veel bomen geveld meer worden voor de houtopbrengst (vroeger was dat wel degelijk het geval) en dat de beheerders alle dood hout laten liggen. Maar dit jaar vinden er wel degelijk grote vellingswerken plaats zo te zien (horen) aan de machines en de aantallen bomen die op stapels liggen. Het zou dus wel kunnen zijn dat men de terugdringing van amerikaanse eik en beuken probeert te versnellen. Of er ook echt open gras- of heideplekken gemaakt worden zoals in Heverleebos kan ik niet zien maar ik denk het eigenlijk niet want ik zie nergens van die grote geplagde oppervlakten. Wel zie ik wat minder dood hout liggen dan een tijd geleden (maar ik kan dat mis hebben).

Een groot deel van het bos is sinds 2007 afgebakend als bosreservaat. Het gaat om de bospercelen Koeienbos, Vossenkuil en Eikentap  aan de oostkant (zie het kaartje). Samen hebben die een omvang van 86ha. Dat die percelen een hoge natuurwaarde hebben voel je als bezoeker ook wel als je er rondwandelt: hoge en dikke en dus oude bomen in veel soorten en allerlei bijzondere planten die je kan zien als je in het juiste seizoen komt. Voor vogelspotters is dit deel van het bos een paradijsje maar ook als niet-kenner hoor en zie je de spechten, bosuilen, buizerds, boomklevers en allerlei andere zangvogels.

Bertembos – koraalzwam of kroontjesknotszwam?

Het nattere gebiedje aan de zuidoostkant aan het begin van de herstelde holle weg naar Leuven (Natuurpunt) werd tot 1980 nog als stort gebruikt maar daar zie je niets meer van. Ik lees dat het hier in feite ging om de opvulling van een ‘bomput’, dat is in dit geval geen bomkrater na een bombardement maar een plek waar men na de oorlog de overtollige munitie onschadelijk maakte door gecontroleerde ontploffingen. In dat verband lees ik ook dat er bij zulke putten tijdens de Tweede Wereldoorlog afweergeschut stond opgesteld om de militaire luchthaven van Hever te beschermen en dat ze nadien ook door Sabena gebruikt werden om afval te storten, vaak ‘met verrassende technische vondsten’. Wie meer hierover weet mag het graag zeggen.

Ik ben nog altijd op zoek naar de oorsprong van de betekenis en naam van de Armenlosweg en de Bertemboslosweg. De eerste is met naam aangeduid met zijn rechthoekige vorm op de Openstreetmap. De naam van de tweede vind ik op geen enkele kaart maar hij wordt genoemd in het beheerplan en in het erfgoeddossier als deel van “het roerig microreliëf … in het zuiden van het bos (met) de oostwest gerichte ‘Bertemboslosweg’ … een niet meer gebruikte en verscheidene malen onderbroken holle weg, die zich naar het oosten toe in twee parallelle armen splitst die dicht bij elkaar blijven”. Op de OSM-kaart is hij duidelijk zichtbaar en op het terrein eveneens.

op weg naar Bertembos – de Armenlosweg

Het moeten oude holle wegen zijn want ze zijn hier en daar erg diep. De Bertemboslosweg begint aan het jachtpaviljoen en de Armenlosweg komt daar ook vlak langs. Dat is geen toeval want er moet daar een oude bronput zijn zo ongeveer op de plek waar nu de watertoren is. Vermoedelijk dienden beide wegen voor het uitslepen van bomen maar ze kunnen ook verband houden met een ijzerertsontginning waarvoor in 1840 door de gemeente Bertem aan ene Gilbert Cie een concessie werd gegeven. In eerste aanleg ging die concessie over 0,5 ha maar waar de juiste plek kan ik niet terugvinden op de kaart (wie helpt?). Maar waar het woord (Armen)losweg vandaan komt blijft voor mij een raadsel waarvan ik hoop dat iemand in Bertem dat kan oplossen (iets voor de Heemkundige kring?). En misschien kan die iemand dan ook vertellen waar de naam van de Warotweg vandaan komt? En als je dan toch op de kaart kijkt zie je dat de bosopslorpende villawijk Schoonzicht in de jaren zestig niet gezet is door die van Bertem maar juist over de gemeentegrens door die van Leuven (Herent-Winksele). Dat pleit dus voor het behoud van de gemeentelijke zelfstandigheid denk ik.

Bertembos en Grevensbos-Eikenbos – NGI-kaart 1989 met namen van de bospercelen in het Gemeentebos en het Groot Eikenbos; ontbreken Mutsenbos en Cruyningenbos

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Over Bertembos en zijn verleden:

http://onroerenderfgoed.github.io/la2001/ankerplaatsen/a20041.html

Over het ijzerzandsteen:

https://aow.kuleuven.be/geografie/toekomstigestudenten/onderzoek/gillijns/index.html

het bosbeheerplan:

Klik om toegang te krijgen tot ubp_bertem_rapport.pdf

om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

Bertembos – de centrale dreef en niet de Armenlosweg

Trefwoorden: bertem, bertembos, natuurbeheer, geschiedenis, erfgoed