BEAUVECHAIN – OP BEZOEK IN LA FERME DE LA GRANDE GRAYETTE

Uitgelicht

 

Ernst Gülcher

April 2021

Contact : ernst.guelcher (at) telenet.be

Beauvechain – la Ferme de la Grande Grayette aan de Rue des Anges 67. Ik heb nogal vaak last met mijn computer maar soms ben ik dankbaar omdat hij mijn geheugen veel beter weet vast te houden dan mijn verwarde hersenen.

Van deze monumentale historische vierkantshoeve helemaal op de uiterste oostrand van de gemeente Beauvechain op de grens van het voormalige oorlogsvliegveld Les Burettes (zie de link naar mijn reportage) heb ik al eens een keer uitvoerig foto’s mogen maken in november 2014 ter gelegenheid van de 52ste Fêtes de Saint Martin. Ik kwam daar terecht vanwege de magnifieke beelden-tentoonstelling van onze Leuvense Gerdi Fonk en de gedichten van Joost Tresignie uit Bierbeek.

Die foto’s zijn onder de titel ‘fluidum tussen vorm, vormeloosheid en poezie’ allemaal nog terug te vinden op Facebook (zie de link). Bij die gelegenheid heb ik ook de hoeve zelf al een beetje in beeld gebracht.

Kort geleden ben ik terug geweest om kennis maken met de bewoners van nu en ik heb gezien dat er veel veranderd is maar eigenlijk zijn de gebouwen nog helemaal hetzelfde wat ik in onze tijd van supersnelle en dikwijls stresserende veranderingen best wel eens leuk vind. Sinds enkele jaren wordt de hoeve gekoesterd door een groep van jonge mensen die er aan werken om er een paradijsje van de biologische tuinbouw van te maken en tegelijkertijd allerlei culturele activiteiten organiseren hoewel die laatste wel tijdelijk een beetje stil lijken te liggen vanwege de corona-crisis.

Een van hen, Lucia Ab Out, reageerde op mijn reportage over Tourinnes-la-Grosse met de vraag of er iemand weet wat de oorsprong en betekenis is van de naam Grayette en omdat ik hou van zulke vragen heb ik aangeboden om te helpen zoeken en tegelijkertijd nog eens werk te maken van het verhaal over de geschiedenis van deze hoeve die teruggaat tot de vroege middeleeuwen.

Op de Ferrariskaart van 1777 en de Villaretkaart van 1745 staat de hoeve aangeduid als Cense de la Graette. Op die kaarten zie je ook het grote plateau ‘les Burettes’ en de Arbre de Ermelinde aan de ‘Grand Chemin’ tussen Beauvechain en Meldert.

De hoeve maakt deel uit van de enclave van het (voormalige) Prinsbisdom Luik binnen het Hertogdom Brabant en op de kaart zie je grens op enkele honderden meters ten oosten van de hoeve. Honderd jaar later staat hij op de kaart Vandermaelen van 1846 aangeduid als ‘Ferme de la Grande Gregette’ samen met (in dezelfde straat) la ‘Ferme de la Petite Gregette’.

Op mijn vraag van gisteren naar gegevens over zijn geschiedenis hebben al enkele vrienden in Beauvechain heel behulpzaam gereageerd met als gevolg dat ik nu beschik over de pagina’s over deze hoeve in het boek ‘Les sentiers de l’histoire à Beauvechain et environs’ van Joseph Schayes.

Ik moet het allemaal nog eens goed lezen maar is waarschijnlijk dat hij er al was rond 1200 als bezit van de Abdij van Gembloux. Hij wordt voor de eerst genoemd in 1474 als ‘Cense del Gret’ (pachthof Gret). In 1720 wordt hij verkocht aan ‘Le Grand Collège de Louvain’. Zoals zoveel hoeves in de streek is hij in de jaren daarvoor grotendeels verwoest door de plunderingen van de troepen die deze streek uitkozen om er hun godsdienst- en andere oorlogen op uit te vechten.

Een lezer vertelt dat Schayes een legende aanhaalt over een ‘onderaardse gang’ van de hoeve naar een plek die volgens J.Schayes in zijn boek ‘Tourinnes Beauvechain terres d’enclave de la Principauté de Liège en Brabant’ op een oud plan (dat ik niet heb) zou zijn aangeduid als ‘La cense d’Aulne’. Op mijn kaarten vind ik dat niet maar het zou een beetje naar het zuiden zijn ter hoogte van de Ruisseau de la Néthen. Zoek er maar niet naar want die tunnel bestaat niet meer. Dit soort ‘legendes’ verwijst naar het feit dat bewoners van hoeves, kastelen en abdijen altijd nood hadden aan een geheime snelle vluchtweg in geval van nood.

De universiteit bouwt alles weer op waaronder de grote boogpoort waarop een steen is ingemetseld met het jaartal 1734. De overige gebouwen zijn ook die tijd of van later datum. Er moet een heel grote schuur geweest zijn maar die is rond 1860 afgebroken. In 1776 wordt het goed verkocht aan Jean-Guillaume van Hamme.

In de 19de eeuw staat de hoeve bekend als ‘la Ferme Nélis’. Guillaume Nélis wordt hier geboren op 18 maart 1803 en ontwikkelt zich als een van de meest geniale industriëlen van het nieuwe België als de grondlegger van het latere ‘imperium Solvay’.

Het moet een heel grote hoeve geweest zijn want in 1680 bedraagt het grondbezit 76 bunders en honderd jaar later loopt dat op tot bijna 100 bunders. Een bunder is juist iets meer dan een hectare.

Over de oorsprong van de naam weten we nog niets zeker. De hoeve ligt aan de rand van een zeer grote vlakte met een ondergrond van zand en een vruchtbare toplaag van leemstof. Dat is een uitstekende basis om granen te verbouwen en uiteraard moeten die na de oogst onder dak worden opgeslagen. Totdat er iemand komt met een betere uitleg houd ik het er op dat ‘gre(t)’ of ‘gri(et) een vroege vorm is van ‘gra(in)’. De uitgang ‘in’ wijst op ‘huis (heim) om op te slaan’ en dat is later ‘grange’ geworden. Het naamsdeel ‘ette’ wijst ook op ‘verzamelen’. Alles bij elkaar heb je dan een Graette: een plek om het graan te bewaren. Wie biedt een waarschijnlijker scenario (graag!)?

Beauvechain, la Ferme de la Grayette. Soms (dikwijls) kom ik heel onverwacht terecht op opmerkelijke zaken. Zoals gezegd staat de hoeve begin 1800 bekend als ‘la Ferme Nélis’. De boer in kwestie is in 1796 Jean-Joseph Nélis die – gehuwd met Marie Catherine Constance Van Hamme – op zeer dynamische wijze de hoeve weer tot bloei brengt, de gronden ervan aanzienlijk uitbreidt en ook la Ferme des Burettes opricht, iets verderop.

Maar het is hun vijfde kind, Guillaume Joseph Nélis die in 1803 op de hoeve geboren wordt die zich zal ontwikkelen tot – dixit Ernest Solvay in hoogst eigen persoon in 1883 – een van de meest geniale industriëlen van het nieuwe België als de grondlegger van het latere ‘imperium Solvay’.

Over hem schrijft Schayes het volgende: “Guillaume fit ses études de médecins à l’Université de Bruxelles et s’installa comme médecin à Wavre. En 1837, il entra comme communautaire dans les Papeteries de Gastuche et cette société porte le nom de ‘Mathieu Nélis et Cie’. Elle a depuis pris une expansion continue. Aimant l’entreprise, en 1863, il fut un des commanditaires-fondateurs du procédé de fabrication de la soude à l’ammoniaque dit procédé Solvay qui exigea des années de recherche avant d’arriver au stade industriel, à tel point que Ernest et Alfred Solvay et leurs parentées de même que les bailleurs de fonds les Pirmez, Nélis, Lambert furent mis à rude épreuve. Leur tenacité et leur foi dans l’avenir les récompensa. En quelques années la fortune leur sourit par la rapide expansion des usines Solvay. Déjà en 1875, Guillaume Nélis fit un don de 200.000 fr à la Commission des Hospices de Jodoigne en vue de créer ‘L’orphelinat Nélis’ également pour les orphelins de Beauvechain. Plus tard, en 1893, il fit construire un hospice à Beauvechain qu’il dota d’un capital de 120.000 fr dont l’intérêt suffisait à assurer l’entretien, mais fut insuffisant pour le tenir ouvert après la guerre 1914-18. Entretemps, il acheta quantité de terres sur la campagne de Beauvechain et racheta la ferme des Burettes …

Il fut élu représentant de l’arrondissement de Nivelles. Il habitait Virginal-Samme où il fut bourgmestre et avait son château. Il avait épousé Thérèse Kumps mais ils n’eurent pas d’enfants. Il mourut à Bruxelles le 19.4.1896 laisant une importante fortune à ses neveux et nièces. Il fonda deux bourses d’études destinées aux étudiants du Canton de Jodoigne et de préférence aux descendants de sa famille. Ce fut un homme animé de profonds sentiments”. Joseph Toirdoir voegt er in een eigen studie aan toe: “Il fut un véritable self-made man. On estime que sa fortune dépassait très largement les 3 millions de francs. A savoir 600 millions de francs d’aujourd’hui.” Zoveel geld zullen de bewoners van de hoeve vast nooit bij elkaar zien maar toch werken ze aan een bij hen passende mooie eigentijdse toekomst.

Ik keer terug naar de tijd van nu. Van de grote vierkantshoeve met bijna 100 bunders grond in de tijd van de familie Nélis staan de gebouwen nog fier overeind maar de grond die er bij hoort is nog maar twee hectares. Zoals zoveel vierkantshoeves is het duidelijk geen klassieke hoeve meer die gerund wordt door een dynamische boer, laat staan een boer van nu met enorme machines met alles wat daarbij te pas komt.

Sinds enkele jaren heeft zich hier een groep van een zestal jonge mensen gevestigd die op hun manier een geheel nieuwe duurzame herbestemming aan de hoeve willen geven maar met de opbrengst van die bestemming er tegelijkertijd ook wel geheel of gedeeltelijk van moeten kunnen rondkomen.

Omdat het nog winter was als ik er was en ook vanwege de Covid-crisis heb ik ze er zelfs tijdens mijn bezoek er nog niet echt over kunnen aanspreken en ben ik even aangewezen op wat ik er zag en wat ik op het internet vind. Het is duidelijk een project van ‘cohousing’ met bewoners die investeren in een gezamenlijk project op de hoeve, daar ook eigen projecten ontwikkelen en die daarnaast ook een (halftijds) job hebben om te kunnen overleven.

In een bericht in mei 2017 lees ik dat zij – ‘Xavier, Delphine, Vincent, Adeline, Camille et Simon (et Capucine), alias les p’tits gras’ – op zoek zijn naar iemand die aan hun project wil deelnemen. Hun project: ‘Nous vivons dans une (ancienne) ferme située à Beauvechain et nous avons un grand potager, un élevage de chèvres (et une fromagerie), une grange pour stocker du foin et organiser des fêtes, un four à pain, des ateliers, des poules, des chiens, un chat, des souris et une jolie vue sur la campagne…’.

En een beetje verder in dezelfde zin: ‘Sur les deux hectares de terrain qui entourent la ferme, une partie a été mise en culture fruitière et légumière et une autre partie servira de pâturage pour les chèvres. La Grande Grayette est avant tout un lieu d’expérimentation, de partage de connaissances et d’apprentissage autour de l’agriculture et de la réappropriation de son alimentation.’

Het bericht dateert van 3 jaar geleden en ik heb van de week kennis gemaakt met een (de?) nieuwe bewoonster. Mijn gastvrouw Lucia is helemaal uit Zuid-Italië gekomen om zich hier te vestigen. De geiten, de honden en de kat heb ik niet gezien maar wel kippen en eenden en een boomgaard. Voor de groententeelt  ligt alles gereed.

Ik denk dat de op de hoeve geboren beroemde mede-oprichter van het Solvay-imperium er zijn ogen zou bij opentrekken maar de tijden veranderen en niet iedereen is nog geïnteresseerd in dikke aandelenportefeuilles en een kasteel om je levensdagen in te besluiten.

Ik lees ook dat er op 28 september open deur dagen gepland zijn maar dat op 28 juni de boerderij ook haar deuren opent met een markt van lokale producten, een ‘repas maison’ en activiteiten voor groot en klein. Blijkbaar vinden zulke evenementen er alle jaren plaats maar gezien de Covid en ook omdat de website niet helemaal duidelijk is over het jaartal moet je wel even nakijken of het inderdaad allemaal doorgaat voordat je er heen gaat denk ik. Ik vind ook info over muzikale en andere culturele activiteiten (jazz) maar ook daar ontbreken konkrete gegevens over toekomstige evenementen vooralsnog. Ik zou zeggen, ga er nu zelf maar eens een kijkje nemen want binnenkort staan de bloemen rond de hoeve open en dan ga ik er zelf ook terug.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+++

https://ernstguelcher.blogspot.com/ – trefwoorden: burettes, tourinnes

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0014-02

(ferme de la Grande Grayette)

+++

Tarlier & Wauters: Retranscription: Commune de Beauvechain

http://www.echarp.be › twcjod16

 +++

PORTRAIT DE GUILLAUME NELIS SOLVAY DOIT … – LeSoir.be

https://www.lesoir.be › art

+++

Les sentiers de l’histoire à Beauvechain et environs (Joseph …

https://nl.bibliomania.be › item › les…

door Joseph SchayesPaperback / 212 bladzijden / uitgave 1990

taal (talen) : frans

uitgever : Nauwelaerts Editions Historiques

https://nl.bibliomania.be › item › les…

https://www.habitat-groupe.be/petites-annonces/divers/autres-pays-regions/recherche-personne-desireuse-de-rejoindre-le-projet-a-la-grayette/

+++

https://www.kisskissbankbank.com/fr/projects/des-chevres-pour-faire-du-fromage

+++

https://www.jazzinbelgium.com/venue/ferme-de-la-grande-grayette

+++

https://gowork.fr/grayette-les-mees

+++

https://beauvechain.blogs.sudinfo.be/archive/2019/07/17/la-grayette-en-fete-283436.html

trefwoorden: Beauvechain, Ferme de la Grande Grayette, Guillaume Nélis, Solvay,

OP STAP IN TOURINNES-LA-GROSSE, LUSWANDELING LANGS DE KERK, TWEE KAPELLEN EN EEN MOLEN

Uitgelicht

Voorjaar 2021

Ernst Gülcher

Contact: Ernst.Guelcher (at) telenet.be

Ter inleiding bij een mooie luswandeling in Tourinnes-la-Grosse

Tourinnes-la-Grosse – luswandeling Eglise St.Martin, Chapelle du Rond Chêne, Chapelle Saint-Corneille, Moulin Wuyts – 6km

Dit is ter inleiding van mijn verkenning van een wandeling in Beauvechain, vooral in Tourinnes-La-Grosse en Mille. Ik vertrek op de Place Saint Martin waar ik niet alleen aandacht besteed aan het plein, de kerk, het kanon, de pastorie en het cultureel en parochiaal centrum maar ook aan het er achter gelegen oude voetbalterrein, nu een speelterrein voor jongeren en een parking met nogal krachtige muurschilderingen. In de kerk bewonder je ook de keramiek van Max Vanderlinden. Vandaar neem ik de Ruelle Collin en de Ruelle Sainte Barbe naar de Chapelle du Rond Chêne. Dat is een gekasseide veldweg met grootse uitzichten over het landschap maar ook met een afslag naar een fantastisch diepe holle weg die al héél oud moet zijn en aangeeft dat in de Romeinse tijd, in de middeleeuwen en nog lang daarna de mensen hier langs passeerden en zich minder waagden in de laaggelegen en dikwijls moerassige valleien. Vanaf de kapel du Rond Chêne – ooit een oord voor de melaatsen – ga ik naar La Chapelle Saint Corneille. Dat kan via het de Rue Jules Coisman door het gehucht Mille maar ik neem een paar veldwegen door het boerenlandschap ten noorden ervan. Aan de mooi gerestaureerde kapel St.Corneille staat ook de in ruïneuze staat verkerende hoeve vierkanthoeve Vercammen. De kerk en de kapellen waar we langs komen zijn erg bekend en ik heb er al veel over geschreven (zie de links) maar eigenlijk is de aanleiding van deze tocht de voormalige watermolen Wuyts (officieel le Moulin Crèvecoeur) op de kruising tussen de Rue du Grand Brou en de Rue du Moulin vlak bij het dorp.

Tourinnes-La-Grosse – Place Saint Martin met de oude waterpomp

Die aanleiding is het verhaal van Els Coremans uit Oud-Heverlee dat haar voorouders, de molenaarsfamilie Wuyts veel molens bezaten waaronder de Moedermeulen in Gelrode, een windmolen in St.Pieters Rode, de afgebroken windmolen van Bierbeek en dus ook Le Moulin Crèvecoeur op La Néthen in Tourinnes-la-Grosse. Het was mij al opgevallen dat de stiel van molenaar voorbehouden is aan families maar het grote gebouw aan de ingang van het dorp (vlakbij de camping) had ik zelfs nog niet herkend als een voormalige watermolen en dus besteed ik er op deze wandeling ruim aandacht aan. Het is een heel mooie tocht langs oude huizen en schitterende uitzichten in het boerenland van Beauvechain met zijn twee heel kleine beken, Le Ruisseau de La Néthen en de Mille en met zijn vriendelijke bewoners want bijna iedereen die je tegenkomt is best bereid om een praatje te maken en dat is ook wel leuk hoewel ik mijn oren goed moet openzetten want het plaatselijk dialect is hier nog de leidende melodie. Op de in het album bijgevoegde kaart zie je het traject en in totaal zou het toch niet langer zijn dan 6 km. Er zijn daar veel veldwegen dus wie wil kan de tocht naar wens inkorten of langer maken.

Tourinnes-la-Grosse

Tourinnes-la-Grosse in het dal van het riviertje ‘La Nethen’ is – volgens Wikipedia – sinds 1977 een deelgemeente van Beauvechain in Waals Brabant juist over de taalgrens. In het Vlaams zou het ‘Deurne’ heten maar dat zegt natuurlijk niemand en in het Waals ‘El Grosse Tourenne’ (en wie zegt dat nog?). ‘Deurne’ zou kunnen komen van het Germaanse woord ‘thurina’:  ‘braamstruik’ of ‘doornenhaag’. ‘La Grosse’ is aan Tourinnes in de 19de eeuw toegevoegd vanwege de imposante omvang van de toren van de  ‘Eglise Saint Martin’, een van de oudste kerken in onze streek.

Tourinnes-la-Grosse – dorpsplein, kerk en scheepskanon uit de eerste wereldoorlog

Samen met Beauvechain maakt Tourinnes tot aan het einde van de 10de eeuw deel uit van het kleine graafschap Brunerode. Gravin Alpayde van Hoegaarden schenkt beide dorpen (en omgeving) aan de Luikse Bisschop Notger en zo worden zij in de middeleeuwen een enclave van het prinsbisdom Luik in het hertogdom Brabant. Dat is tegen de zin van de hertogen die ettelijke keren en soms met geweld proberen om de enclave ten eigen bate op te doeken met telkens flink wat akelige gevolgen voor de dorpelingen. In 1635 valt het Frans-Hollandse leger de streek binnen en zowat heel de rest van die eeuw is een tijdperk van grote verpaupering en vernieling als gevolg van de strijd tussen de grootmachten van die tijd (net als heel de rest van de grote omgeving trouwens, het is overal hetzelfde verhaal). Het scheepskanon  aan de kerk dateert wel van enkele eeuwen later en wie kan al vertellen waarom dat er staat? Tijdens de Franse revolutie worden ze samengevoegd tot één gemeente om vervolgens in 1841 opnieuw gescheiden te worden. De plaatselijke Eglise Saint-Martin is een van de oudste kerken in onze streken en een van de weinig die nog dateert van het Karolingische tijdperk. Het schip wordt gebouwd in de 10de eeuw en het koor omstreeks 1250. De opvallende massieve maar niet erg hoge donjon-toren is van dezelfde periode maar een precieze bouwperiode heb ik nog niet kunnen vinden (wie helpt?). Gelegen bovenop een heuvel domineren de kerk en de omliggende historische gebouwen heel de omgeving (met soms merkwaardige effecten) en als er even niet veel auto’s op het dorpsplein staan kan je gemakkelijk verbeelden te zijn verplaatst naar een eeuwenoud verleden. Ik vind het heel jammer dat de mensen hier hun auto niet op de parking achter de kerk zetten want nu is het moeilijk om stijlvolle foto’s te nemen. Tot ver in de omgeving is het dorp bekend om zijn ‘fêtes de la Saint-Martin’ die alle jaren plaatsvinden in de maand november met theater- en muziekvoorstellingen tentoonstellingen bij honderden mensen in het dorp zelf en de omliggende dorpen.

Tourinnes-la-Grosse – de hertog van Brabant?

Sinds 1946 en nog eens extra in 2002 is heel het centrum beschermd als uitzonderlijk monument en gezien de absurde bouwwoede van de mensen van nu in onze regio is dat maar goed ook. Ik begrijp dat er sinds enkele jaren heftig plaatselijk protest is tegen plannen om achter de oude ‘vicarie’ het veld voor de schapen vol te bouwen (wie weet daar meer over? Zie de link). Met de auto kun je de kerk bereiken maar te voet kom je er best langs de stenen trap die vertrekt aan het café Relais St. Martin aan de Rue de Beauvechain 56, 1320 Tourinnes-la-Grosse. Overigens is niet alles nostalgie in dit dorp, op de parkeerplaats achter de kerk vind je zeer eigentijdse muurschilderingen die – mooi of aartslelijk is een kwestie van smaak – getuigen van de kunstzinnige aanwezigheid van een erg eigentijdse generatie. En midden op het plein staat naast de oude waterpomp een voor de toekomst geplante opvolger van de door beschadiging van de wortels gesneuvelde ‘marronnier’ met een wel heel eigentijds gedicht van Julos Beaucarne.

L’Eglise Saint-Martin

De ‘Eglise Saint-Martin’ in Tourinnes-la-Grosse kan je van bijna overal zien in de vallei van het riviertje ‘la Nethen’ en hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn wel heel dikke toren. De voordeur is in beginsel altijd open want de kerk is een ‘Eglise Ouverte’. De laatste keer dat ik kwam foto’s nemen was er juist een heel muzikaal koor aan het oefenen en er worden dikwijls concerten gegeven. Het interieur is opvallend sober en ademt om die reden een enorme rust uit. Sedert de bouw in de vroege middeleeuwen is heel de streek voortdurend geteisterd door onlusten maar de kerk heeft dat allemaal weten te overleven.

Tourinnes-la-Grosse – L’Eglise Saint-Martin


Voor zover ik kan nagaan is er alleen in 1640 een grote brand geweest waarna vooral de zijbeuken opnieuw moesten worden opgetrokken. Of bij die gelegenheid de toren ook door de arbeid van plaatselijke metselaars zijn dikke vorm gekregen heeft en sindsdien ‘la Grosse’ aan de dorpsnaam is toegevoegd is een verhaal waarvoor ik bevestiging zoek. Door de eeuwen heen zijn er wel een aantal verbouwingen en aanpassingen doorgevoerd maar in 1954 is onder leiding van Professor R. Lemaire bij een grote restauratiecampagne het gebouw opnieuw in zijn oorspronkelijke toestand gebracht. Als gevolg daarvan ziet alles er uit alsof het nog maar net gebouwd is, zeker de binnenzijde aan het imposante gewelfde metselwerk van de toren en de houten constructies in het middenschip. Achter de kerk sta je binnen de muren van de eeuwenoude begraafplaats waar alles ook zo goed als in perfecte staat wordt gehouden en het onderhoud op ecologische wijze gebeurt. De mooie brandschilderingen in de ramen staan symbool voor het feit dat Saint-Martin in zijn tijd opkomt voor de armen. Saint-Martin (Sint-Maarten) wordt rond het jaar 316 geboren in Tours waar hij later ook bisschop wordt en is een van de populairste middeleeuwse heiligen. Zijn sterf- en feestdag valt op 11 november en zijn leven staat in het teken van de liefdadigheid nadat hij als jong Romeins soldaat (de helft van) zijn mantel afstaat aan een blinde bedelaar. Als heilige is Sint-Maarten vooral belangrijk voor de boeren en zijn feestdag was vroeger de datum waarop de oogst binnengehaald moest zijn en het vee op stal ging. Op 11 november werden grote Sint-Maartensvuren ontstoken. Ironisch genoeg gaat dit gebruik terug op een Germaans feest ter ere van Wodan (maar dat geldt voor bijna alle christelijke feesten denk ik). De dorpelingen brachten dankoffers en brandden reinigende vuren om de vruchtbaarheid van het land en vee te bevorderen. Op die dag werden ganzen geslacht. Dat laatste gaat terug op de overlevering dat Saint-Martin zich niet waardig genoeg vond voor het ambt van bisschop en zich in een ganzenhok verstopte toen als zijn aanhangers hem komen ophalen om hem in Tours op de troon te doen zetelen. Maar omdat die dieren altijd veel laweit maken tegen verstoorders, werd zijn schuilplaats ontdekt en kon hij zijn roeping niet ontgaan. Ik denk niet dat ganzen zich ooit zullen laten bekeren en nederig zijn ze zeker niet, maar als je bewaking nodig hebt kan ik ze aanbevelen. Even iets rechtzetten: het kanon aan de voordeur is géén luchtafweer maar een Duits scheepskanon uit de eerste wereldoorlog dat als oorlogstrofee door Graaf de Hemricourt de Grunne aan de dorpelingen werd geschonken uit dank voor hun gastvrij onthaal tussen 1914 en -18.

Tourinnes-la-Grosse – de ‘bedelaarskist’ van Saint-Martin

Max van der Linden

Ben ik oneerbiedig door te stellen dat de echte heilige van Tourinnes la Grosse, Nodebais en de gemeente Beauvechain niet Saint-Martin is maar – naast Julos Beaucarne – Max van der Linden? Geboren in Nodebais op 1 juni 1922 op de familiehoeve d’Agbiermont en eveneens daar overleden op 25 november 1999, heeft hij met zijn persoonlijkheid en met zijn keramiek een enorm en blijvend stempel gedrukt op zowat de hele wijde omgeving. In zowat iedere kapel en kerk en in en aan talloze andere gebouwen in Beauvechain en buurgemeenten kom je zijn werken tegen en ik heb aan dit album een kaart toegevoegd met een typische ‘max-van-der-linden-wandeling’. Het eerste wat mij telkens opvalt is dat ze altijd zowel erg gedetailleerd-herkenbaar zijn als gebaseerd op de heel gewone zaken die er in het leven van mensen toe doen: het dagelijks leven op het platteland, de familie, de muziek, geboorte, huwelijk en dood, de hoop op beterschap en solidariteit en de angst voor eenzaamheid en chaotische verandering maar dat alles doordrongen van een diepe christelijke spiritualiteit die altijd weer leidt naar een onverwoestbaar optimistische kijk.

Tourinnes-la-Grosse – Max van der Linden – dit is een van mijn favoriete werken van de kunstenaar

Als mens is Max van der Linden zijn hele leven bewonderd door zijn vermogen om mensen bij elkaar te brengen en als zodanig is het logisch dat hij beschouwd wordt als de grondlegger en bezieler van de jaarlijkse Fêtes de la Saint-Martin (met in 2019 de 54ste editie). Tot in 2015 waren de meeste van zijn werken te bewonderen in zijn atelier in de Ferme D’Agbiermont maar na de verbouwing in meerdere woningen van de hoeve konden zij daar niet langer blijven en door het groot publiek bekeken worden. De VZW “Max van der Linden” die het werk beheert sloot in 2018 een overeenkomst met de gemeente Beauvechain en de plaatselijke kerkfabriek. Als gevolg daarvan zijn heel veel wereldse werken van de kunstenaar nu te zien in de zaal Vert Galant in het gemeentehuis van Beauvechain terwijl de meeste sacrale stukken te bewonderen zijn in de kerk Saint-Martin in Tourinnes la Grosse. Enkele werken zijn nog op de hoeve (zoals “La Maison de mes Amis) en niet vrij toegankelijk maar of daarvoor nog altijd een oplossing gezocht wordt weet ik niet. Er is een speciale website http://www.maxvanderlinden.be/ maar daar heb je niets aan omdat die al vele jaren op non-actief gezet is en volgens mij beter opgeheven zou worden als hij niet gedeblokkeerd kan worden. Als er iemand is die nog eens kan vertellen waar en hoe je info kan vinden over de betekenis van de afzonderlijke werken van de kunstenaar (of over het verhaal waarin ze passen), vooral die in de kerk, ben ik zeer dankbaar.

Tourinnes-la-Grosse – Rue de la Bruyère Saint-Martin

La Rue de la Bruyère

Tourinnes-La-Grosse. Om vanaf L’Eglise Saint Martin naar La Chapelle du Rond Chêne te gaan, volg ik vanaf het parochiale centrum ‘Le Beau Vignet’ (vroeger de pastorie), de begraafplaats, de beschilderde elektriciteitskast en het kruisbeeld op de hoek de kasseien van de Rue de la Bruyère Saint Martin in noordelijke richting. Op het plein staat nog de oude pomp van 1861 en ik vraag me af hoe diep die wel gaat om hier op de heuvel water op te halen. Sinds wanneer beschikt men hier over een eigentijdse waterleiding? De naam van de straat zie je op de kaart op veel plaatsen in het dorpscentrum en hij stelt me voor een raadsel want een ‘heideachtig landschap’ is hier nergens te zien maar wellicht was het hier in de oude tijd wel veel droger dan nu. In deze straat staan veel huizen op de erfgoedlijst waarvan we er op deze wandeling drie passeren. De oude ‘vicarie’ naast het kerkhof dateert uit het einde de 18e, begin 19 eeuw. Het is een statig maar een beetje vervallen gebouw, half verborgen achter zijn indrukwekkende omheiningsmuur maar er zijn grote restauratiewerken aan de gang en ik ben benieuwd wat daarvan het resultaat gaat zijn. Daarnaast staat een al even statig woonhuis, dat uit dezelfde tijd stamt en oorspronkelijk een boerderij was. Nu is het een privé-woning en kantoor en met stevige hekken afgesloten. Een beetje verderop staat een in dit dorp nogal uit de toom vallende grote begin 20ste eeuwse villa die je onmiddellijk herkent als een typisch doktershuis. Wie er nu woont weet ik niet maar het was lang de praktijk van dorpsdokter Duchesne lees ik in het erfgoeddossier. Ik kom altijd weer onder de indruk van de indrukwekkende rij monumentale bomen die aan de rechterkant staan aan de rand van de schapenweide. Ik dacht aan eiken maar een lezer zegt dat het lindes zijn.

Tourinnes-la-Grosse – Ruelle Sainte Barbe

Zoals ik al eerder verteld heb is het die wei die de projectontwikkelaars graag nog zouden willen volbouwen tegen het protest van de plaatselijke bevolking in. Zo’n project gaat inderdaad wel heel erg in tegen het landelijke erfgoedkarakter van dit dorpscentrum dus ik reken er op dat het niet doorgaat. Is er iemand die de laatste stand van zaken kan vertellen? Op de hoek van de weide slaan we rechtsaf de Ruelle Collin in en dan staan we onmiddellijk helemaal buiten de bebouwing tussen de akkers. Hierna volg ik vanaf hier de Ruelle Sainte Barbe om een heel eind verder buiten het dorp uit te komen bij la Chapelle du Rond Chêne. Dat die kapel zo ver verwijderd staat van het centrum is geen toeval maar aan dat verhaal kom ik nog toe.

Ruelle Sainte Barbe

Op deze etappe van onze verkenningstocht in Tourinnes-la-Grosse (Beauvechain) stappen we langs de Ruelle Sainte Barbe richting la Chapelle du Rond Chêne. Over die kapel kom ik nog uitgebreid te spreken. Je bent hier aan de zuidkant van het Meerdaalwoud op het plateau dat je op oude kaarten aangeduid ziet als de Keiberg (zie de link naar mijn reportage over de keiberg). Die keien zijn daar miljoenen jaren geleden achtergelaten door de grote rivieren van toen en ze bezorgen de boeren last bij het ploegen. Die boeren zijn hier tot mijn verwondering duidelijk nog van de zeer onecologische grootschalige industriële stempel want er zijn nauwelijks bomen te zien, geen enkele heg en op de akkers spelen mais, suikerbieten en aardappelen de hoofdrol. Naast de veldwegen is zelfs geen stukje groen overgelaten om te vermijden dat het slib van de akkers er op terecht komt en richting dorp vloeit.

Tourinnes-la-Grosse – een wel zeer diepe holle weg

Zeldzame planten moet je hier dus niet verwachten en of er veel soorten dieren in dit landschap kunnen overleven betwijfel ik, ook al omdat het jagersgilde in deze streken nog wel erg opvallend actief is. De weg is hier en daar hol en op één plaats is er een indrukwekkende diepte geplaveid met kasseien. Dat duidt op zeer grote ouderdom en als je op de kaart kijkt zal je zien dat in de oude tijden de verbindingen vanuit Leuven met Jodoigne en Tienen hier over dit plateau gingen. In het verhaal over de Chapelle du Rond Chêne kom ik daar nog op terug. Ik hoop dat iemand van de streek me nog eens kan vertellen waarom deze veldweg genoemd is naar de heilige Barbara van Nicomedia. Deze schone Kleinaziatische dame leefde volgens de overlevering zo rond het jaar 300. Haar heidense pappa Dioscurus sloot haar op in een toren om haar te vrijwaren tegen de jonge mannen in de omgeving. Om haar helemaal aan de openbaarheid te onttrekken kreeg ze een eigen badhuis met twee ramen. Maar omdat ze zich in het geheim tot het christendom bekeerde vroeg ze om een derde raam om de heilige drievuldigheid te eren. Haar boze vader folterde haar vanwege die bekering maar als bij wonder genazen al haar letsels in de nacht. Wikipedia: “Uiteindelijk onthoofdde hij haar eigenhandig, maar werd daarop zelf door de bliksem dodelijk getroffen”. Blijkbaar gebeurde dat op 4 december want op die datum wordt ze als heilige gevierd door een hele reeks van uitoefenaars van gevaarlijk beroepen zoals brandweerlieden, geniesoldaten en wapensmeden, infanteriesoldaten en artilleristen, mijnwerkers, dakdekkers, bouwvakkers, steenhouwers, metaalgieters, telegrafisten maar ook van boeren, beiaardiers, hoedenmakers, gevangenen, stervenden en tenslotte ook van jonge meisjes. Op onze veldweg lijkt alleen haar bescherming van boeren en andere passanten tegen bliksem en storm van mogelijk belang te zijn want in die omstandigheden kan het op dit kale plateau wel gevaarlijk zijn denk ik.

Tourinnes-la-Grosse – Ruelle Sainte Barbe


La chapelle du Rond Chêne

Vanuit Tourinnes-la Grosse ben ik via la Ruelle Sainte Barbe aangekomen bij La Chapelle Du Rond Chêne helemaal op het einde van de Rue du Coulot op de kruising met de Rue du Stocquoi in het Waalsbrabantse dorpje Mille (deel van Hamme-Mille, Beauvechain). Daar staat zowat aan de bron en waterbekken van de Ruisseau ‘Le Mille een robuust maar sober gebouwde kapel met de naam ‘Chapelle Notre Dame du Rond-Chêne’. Over die kapel heb ik al veel geschreven, de laatste keer nog maar kort geleden in mijn verhaal over de wandeling op de Keiberg en het zuiden van het Meerdaalwoud (zie de link). Voor aandachtige lezers heb ik even weinig nieuws maar toch enkele vragen. Binnen lees je dat er hier al een kapel stond in 1358 en dat in die tijd op de kruising een dikke eik (Chesne) gestaan moet hebben. Het huidige gebouw in (ooit witte maar nu vuildonkere) Gobertange kalkzandsteen in klassieke stijl dateert van 1768 en dat staat ook (met enige moeite) te lezen in een steen in de boog boven de voordeur. Niet voor niets betekent ‘le Culot’ zoveel als ‘helemaal aan de rand’ want vanaf de 15de tot de 18de eeuw mochten de elders verdreven lepralijders uit het dorp hier hun geloof komen belijden vanuit hun ‘gesloten centrum’ met de naam ‘Cortil des Lattes’ (een met een schutting omheind terreintje) dat hier ergens in de buurt was (waarschijnlijk ten noordoosten van de kapel, maar het staat niet op de topografische kaarten die ik heb). Later werd deze kapel samen met de nabijgelegen ‘Chapelle de Saint-Corneille’ een belangrijk passeerpunt voor pelgrims.

Beauvechain – la Chapelle du Rond Chêne

Ter ere van de Heilige Maagd wordt er nog altijd elke zondag in de maand mei een rozenhoedje gebeden en op 15 augustus is er een hoogmis. Het oorspronkelijke Mariabeeld is in 1978 gestolen dus wat er nu staat is een kopie. De kapel wordt duidelijk in ere gehouden door de buurtbewoners want er staan bloemen en een harmonium. Sinds 1994 is hij beschermd als monument. Waarom veel van de ruitjes al jaren lang gebroken zijn en wanneer ook de binnenkant weer eens gerestaureerd wordt en aan de buitenkant het wit van de gobertange weer tevoorschijn zal worden gehaald zal worden weet ik niet. Waar de eik naar toe is me ook een raadsel.  Er staan wel twee esdoorns en op een foto van 2014 staat er nog derde maar die is sindsdien gesneuveld. Zo’n mooie eeuwenoude kapel verdient wel een staanplaats in een kring van robuuste eiken om de al dan niet devote voorbijganger de weg te wijzen. Ik stel voor dat er twee jonge eikjes geplant worden zodat die groot zijn tegen de tijd dat de esdoorns het laten afweten. Kan er niet iemand van het dorp een initiatief in die richting nemen? Maar dan zou de kapel ook wel op en iets groter stukje eigen terrein mogen staan want zoals het nu is lijkt hij wel erg slachtoffer te zijn van de behoefte aan akkergrond.

La ferme d’Evrard

Ik blijf nog even staan aan la Chapelle du Rond Chêne in Beauvechain. Enkele honderden meters verder staat nog de in de 18de eeuw gebouwde vierkantshoeve ‘Ferme du Rond-Chêne’ maar of dat nu hetzelfde is als de vroegere ‘Ferme de Stakenborg’ die al in 1356 vernoemd wordt, moet ik nog uitvinden.

Mollendaalbos – omgeving Brise Tout en Keiberg – zicht op la Chapelle du Chêne Rond en Ferme D’Evrard

Op de kaart Vandermaelen van 1856 zie ik wel op die plek “Château Sainte Barbe” en dat verwijst ook naar een versterkte woning. De kapel ligt aan de bron van de Ruisseau de Mille op de grens tussen het Hertogdom Brabant en het Prinsbisdom Luik waarvan Beauvechain in die tijd nog altijd een kleine enclave is (Parti du Pays de Liège). Heeft de Chemin Sainte Barbe zijn naam aan het château te danken of andersom? Zoals ik al vertelde beschermt deze heilige wel de soldaten maar blijkbaar niet de smokkelaars en ik vang geruchten op dat de enclave in die tijd juist voor hen een paradijs was tenzij je betrapt werd en dan wel in de misère kon belanden. Wie meer weet over al deze raadsels mag het graag zeggen Rond de kapel vind je infoborden over het belang van de ‘arbres isolés’ op het kruispunt van holle wegen in een open boerenlandschap en over het belang van die wegen voor de natuur. En als troost voor iedereen die altijd opnieuw problemen heeft met de juiste naam (ik verwar die met de ‘Chapelle au Chêneau’ in Longueville): op die kaart staat heel uitdrukkelijk ‘Chapelle du Rond Chêsne’. Als je aan de kapel de vriendelijke herdershond (Lara) tegenkomt geef hem dan een aaitje want daar houdt hij van. Hij is helaas wel erg oud geworden en hoort en ziet niet meer zo goed. Zijn baas is Paul Evrard van de hoeve die naast de kapel staat. Paul is ver over de tachtig en altijd in voor een praatje. Hij weet alles over deze streek en ik denk dat alle akkers rond de kapel van hem zijn. Zijn hoeve zie ik pas voor het eerst op de NGI-kaart van 1969. Een laatste raadsel: op oude kaarten, voor de eerste keer op die van Vandermaelen van 1846 zie ik dat het eigenlijk de streek iets ten noorden van La Chapelle Du Rond Chêne is die ‘misère’ heet en niet het gehucht zelf. Aan de Rue Mollendaal staan op die kaart twee hoeves aangeduid als Ferme de la Petite Misère en Ferme de la Grande Misère.

Beauvechain – zicht op de Rue de Mollendaal – ferme de la petite misère en ferme de la grande misère – gezien vanuit la Chapelle du Grand Chêne

Vanaf de kapel zie je beide hoeves staan. Het is van hier een heel mooi uitzicht die kant uit want aan de Rue de Mollendael (met kasseien) is er nog geen lintbebouwing en dat is zeldzaam tegenwoordig. Er is wel een aanvraag om nieuwe stallen te mogen bouwen dus ik vrees dat er verandering op komst is. Het woord ‘misère’ tref je in Waals-Brabant dikwijls aan op plaatsen waar in de oude tijd de oogsten gemakkelijk mislukten door droogte, vorst of een teveel aan water of waar er voortdurend plunderende troepen voorbij kwamen. Toch denk ik dat ‘la Misère’ aan La Chapelle du Rond Chêne vooral slaat op de leprozenkolonie en het ‘cortil des lattes’ waarbinnen die zieken moesten blijven. Op  het infobord zie je waar dat cortil geweest moet zijn.

La Mille et ces inondations

Beauvechain. Om van la Chapelle du Rond-Chêne naar la Chapelle Saint-Corneille te stappen zijn er twee mogelijkheden. Neem de kaart (in het fotoalbum) er maar bij en dan zie je dat de eerste en kortste gaat langs  la Ruisseau de Mille en dan via de Rue Jules Coisman rechtstreeks naar de kapel. Langs die straat staan nog wel enkele oude boerderijen maar nieuwe huizen en de auto’s nemen het straatbeeld over en om die reden neem ik liever enkele veldwegen iets noordelijker, de Rue de Stocquoy, Rue(elle) Jules Coisman en de Ruelle Simon dwars door het akkerlandVlakbij la Chapelle du Rond Chêne sta je echter in de Rue du Culot aan een tamelijk nieuw uitziend ‘bassin d’orage’ en daar wil ik het even over hebben. Dat bekken maakt me nieuwgierig want de bron van het kleine beekje Le Mille is op deze plek dus hoe kan je daar nu al wateroverlast verwachten?

mille – bassin d’orage

In de infofolder van het Contrat de Rivière Dyle-Gette lees ik dat de naam van het gehucht en het beekje Mille afstammen van de combinatie van het oude Frankische woord ‘haima’ dat ‘woning’ betekent en het Germaanse woord ‘Melna’ dat staat voor ‘fijn zand’. Dus de mensen wonen hier op een ondergrond van fijn zand en geologisch is dat volstrekt juist want het hele plateau bestaat uit oud zeezand met een toplaag van fijne leemstof. Op de Villaretkaart van 1745 zie je dat er alleen aan de rechterkant van het stroompje enkele hoeves zijn en verder overal weiden. Boven de bron was er in die tijd nog wel een en ander aan bos. Op de kaarten van vandaag zie dat de oevers aan beide kant helemaal volgebouwd zijn en het bos is nergens meer te bekennen. Bij heftige regenval kan het water niet anders dan tussen de gekanaliseerde smalle en dikwijls gebetonneerde kanten op grote snelheid naar beneden stromen en dat doet het dan ook. Er zijn elk jaar overstromingen op de laagste punten en met de klimaatverandering hebben die eerder de neiging om te verergeren dan te verbeteren. Hier en daar zijn er nog wel plekken om het teveel aan water op natuurlijke wijze over de weiden te laten uitvloeien maar als ik de berichten goed begrijp zien de overheden als belangrijkste oplossing om op een aantal plaatsen ‘bassins d’orage’ aan te leggen en die aan de bron van de Mille is daar blijkbaar  een van de eerste van hoewel het denk ik tot 2017 geduurd heeft om plannen van 1998 te voltooien. Dergelijke bassins kosten veel om aan te leggen en stuiten bijna altijd op onteigeningsproblemen met de omwonenden. Bovendien is het niet alleen water dat meekomt bij onweer maar ook erg veel achtergelaten afval en slib van de hoger gelegen akkers. Dat slib komt ook terecht in de ondergrondse rioleringssystemen en dat zorgt voor extra moeilijkheden. De installatie waarvan ik je enkele foto’s toon is in feite bedoeld om vooral dat slib tegen te houden en moet dus ook regelmatig gereinigd worden.

zicht op Le Mille aan de Ferme de Rond Chêne

Maar als ik zie dat de hellingen van de omringende akkers overal nog zeker tien meter hoger liggen dan de beekbedding en dan ook zie hoe de akkers geploegd worden denk ik dat de strijd tegen de erosie hier nog lang niet gewonnen is.

De Keiberg

Beauvechain – Tourinnes-La-Grosse. Ik ben op weg van La Chapelle du Rond Chêne naar La Chapelle Saint-Corneille. Ik kies er voor om niet via de lintbebouwing in het gehucht Mille te gaan maar via enkele veldwegen iets noordelijker, de Rue de Stocquoy, Rue(elle) Jules Coisman en de Ruelle Simon dwars door het akkerlandEen deel van dit traject heb ik al beschreven in mijn reportage over de Keiberg en het bosreservaat ‘le Renissart’ (zie de link). Het is een (naar mijn goesting veel te) open akker-landschap dat veel aan aantrekkelijkheid voor mens en dier zou winnen als de boer van de verderop gelegen Ferme des Biches zich zou laten overhalen om groen- en bloemstroken langs het pad aan te leggen, hagen te laten groeien zoals in de oude tijd en rijen bomen zou hebben langs de randen van zijn grote percelen met hier en daar een echte hoogstamboomgaard. Ik vind het moeilijk om te begrijpen waarom moderne bedrijfsgerichte boeren van nu zoals op deze plek dat niet doen want het gaat om de aanleg van zogenoemde ‘kleine landschapselementen’ en je hoeft er zelfs helemaal niet je grootschalige aanpak voor te wijzigen naar kleinschalige biologische landbouw. Voor aanleg en onderhoud krijg je premies (nog afgezien dat er tegenwoordig heel wat natuurorganisaties zijn met vrijwilligers om een handje toe te steken). Ik vrees dat het gebruik van grote hoeveelheden insecten- en onkruidverdelgers op dit plateau wel nogal zware gevolgen heeft voor de waterkwaliteit van het kleine riviertje Le Mille waarover ik het gisteren heb gehad.

een bloempje op de Keiberg

Zeldzame planten kom je hier niet tegen maar gelukkig wel hier en daar bloempjes die erg goed tegen grote hoeveelheden stikstof kunnen en zelfs als bemesters worden gezaaid. Reeën zie je wel uit de verte (nooit dichtbij want daarvoor wordt er teveel gejaagd) maar hazen zie ik nooit meer in deze omgeving, die worden systematisch afgeschoten. Zwarte kraaien zie je hier massaal en in de zomer kan je veldleeuweriken spotten. Veel andere soorten zie ik hier niet. Mais, suikerbieten en andere veevoedergewassen zijn toonaangevend naast aardappelen en af en toe vlas. Dat laatste kleurt de akkers tijdens de bloei wel heel mooi blauw. In mijn Keiberg-reportage vertel ik ook over onze voorouders die hier woonden en werkten in het stenen tijdperk en over de meteoriet die in 1863 in deze omgeving ergens ‘op de straatstenen’ is ingeslagen. Het ging om een brok van 14,5 kilo en dat moet een flinke knal gegeven hebben. Het waren echter niet die van de Rue de Culot maar van de Chemin de Ramiers een beetje verderop richting Beauvechain.

La Chapelle Saint-Corneille

La Chapelle Saint Corneille staat op het grondgebied van Beauvechain. Maar als je niet door de mand wil vallen als vreemdeling moet je wel weten dat de mooie holle weg ‘La Ruelle de la Chapelle Saint-Cornélis’ behoort tot het gehucht Mille. Neem de kaart er even bij en dan zie je dat je er als voetganger komt vanaf het domein Valduc in Hamme-Mille of vanuit het Meerdaalwoud langs de Milsebaan langs de Ferme des Biches. Lang voor de bouw van de kapel moet hier in de Romeinse tijd de weg naar Tienen gelopen hebben die in het Meerdaalwoud bekend staat als de ‘Tiense Groef’ maar daar zie je nu niets meer van.

Mille – La Chapelle Saint-Corneille

De Milsebaan is ook zeer oud. Die gaat dwars door het Meerdaalwoud en dan langs het kerkhof en de kerk van Blanden richting Leuven waar je hem opnieuw tegenkomt als holle weg ter hoogte van het Parkveld. Langs deze weg gingen de edelen, de kooplieden en de pelgrims. Hij is een belangrijke verbinding totdat in 1757 de steenweg tussen Namen en Leuven wordt aangelegd. De kapel wordt in 1460 gebouwd door Heer Willem van Bierbeek en zijn echtgenote Elisabeth de Berchimont en is sindsdien meermaals gerenoveerd. Op de Villaretkaart van 1745 zie je hem staan maar de naam zie ik pas op de op de kaart Vandermaelen van 1854. Hij staat op de kruising met de Rue Jules Coisman (gefusilleerd vrijheidstrijder) en is gewijd aan de heilige Cornelis die het tot Paus bracht maar toch in de woelige tijden van toen in 253 aan zijn einde kwam door onthoofding of ontbering. Cornelius betekent ‘zo sterk als een hoorn’ en op het platteland wordt hij vereerd als de beschermheilige voor de grote en kleine dieren met horens maar ook tegen epilepsie (de Corneliusziekte), krampen en zenuw- en oorkwalen. In Brabant noemt de volksmond hem ook Sint Knillis en zijn gedenkdag is op 16 september. Elk jaar gaat in Mille op initiatief van alle omliggende parochies op de 4de zondag na Pasen een kleurrijke processie uit om Sint Corneille te vieren en op andere zondagen worden de deuren geopend zodat je de binnenzijde kunt bewonderen. De keramiekwerken in de kapel zijn duidelijk van de hand van eigentijds devoot kunstenaar Max van der Linden. Sinds 1990 is de kapel beschermd als monument. Aan de kapel kan je onder een enorme linde op een bankje je dagelijkse beslommeringen even opzij zetten. Of die linde ook beschermd is weet ik niet maar ik hoop van wel.

Beauvechain – Mille – Chapelle St-Corneille

Hof Ter Cammen

De gemeente Beauvechain is bekend om zijn mooie oude Brabantse vierkantshoeves. De bekendste en grootste daarvan zijn la Ferme de Grayette en de Ferme de Wahenges maar er zijn er veel meer tot in het centrum van het dorp en de verschillende deelgemeenten zoals Tourinnes-la-Grosse en Nodebais. Hoeveel er zijn in Hamme-Mille zou ik niet precies weten (wie helpt?). Een ervan staat recht tegenover la Chapelle Saint Corneille: het Hof ter Cammen. In het erfgoeddossier lees ik dat de hoeve gebouwd wordt in 1665 en dat er in 17de en 18de eeuw belangrijke verbouwingen zijn geweest. Wie hem gebouwd heeft wordt niet vermeld en over de eigenaar(s) vind ik ook niets. Het was een pachthoeve (métairie) maar waarom hij zo heet blijft duister. Werd er bier gebrouwen (het woord ‘Cammen’ wijst daarop), werd er vlas ‘gekamd’ of heeft het te maken met de manier van bouwen van de topgevel in het schuurdak (een houten ‘kamstructuur’ opgevuld met kalk)? Wie er meer over weet mag het graag zeggen. Sinds het jaar 2000 (?) is de hoeve ‘inscrit comme monument’ op de Waalse inventaris van waardenvol bouwkundig erfgoed. Maar terwijl la Chapelle Saint Corneille in  zeer goede staat verkeert is de boerderij er uiterst slecht aan toe. Blijkbaar waren de gebouwen in de 17de en 18de eeuw nog helemaal in orde en zelfs op een oude foto van 1981 ziet het hoofdgebouw er nog in redelijk goede staat uit. Ik heb lang gedacht dat er niemand meer woont maar dat is blijkbaar nog wel het geval. De troosteloze staat van de hoeve getuigt van de noodzaak om na bescherming als monument ook toe te zien op restauratie en daarvoor ook de nodige publieke middelen te verschaffen. Op een foto die ik vijf jaar geleden nam zie je dat het dak van de schuur naar beneden hangt en diezelfde foto kan je vandaag ook nemen, zij het dat alles nog verder vervallen is.

Mille – Hof Ter Cammen – de binnenkoer met de oude pomp en mesthoopplek

Daar staat tegenover dat je nog kan zien dat in vroeger tijden de mesthoop en de drinkwaterput en pomp op dergelijke hoeves zich gebroederlijk naast elkaar op de binnenplaats bevonden. Die schilderachtige maar niet erg gezonde toestand wordt meestal na eigentijdse restauratie al dan niet decoratief weggewerkt door de nieuwe eigenaars-van-nu (niet-boeren) die liever geen onhygiënische toestanden recht aan hun voordeur hebben. Van de traditionele notelaar die op dergelijke plekken werd geplant om de insecten weg te houden is op deze plek dan weer niets meer te bespeuren. Ik pleit ervoor dat de diensten verantwoordelijk voor de erfgoedbescherming wat meer initiatief zouden tonen om te vermijden dat Hof ter Cammen binnenkort alleen nog op foto’s te zien is. Misschien kan de gemeente er ook eens wat aandacht aan besteden? het zou toch wel leuk zijn als hoeve en kapel samen voor de komende generaties bewaard blijven en eventueel zelfs met een gezamenlijke bestemming. Wie heeft een oplossing?

Le moulin Crèvecoeur – Wuyts

Ik kom toe aan het laatste aandachtspunt in deze luswandeling in Tourinnes-la-Grosse en zoals beloofd gaat deze over de voormalige watermolen Crèvecoeur (Wuyts) op de kruising tussen de Rue de Grand Brou en Rue du Moulin juist aan de ingang van het dorp vanuit Hamme-Mille. Vanaf  het pleintje met de kasseien en op de Open Streep Map is de tot een smalle goot gekanaliseerde Le Ruisseau de la Néthen nauwelijks meer te zien maar dat is wel nog het geval op de NGI-kaart van 1989.

Tourinnes-la-Grosse – Moulin Wuyts

De molen zelf zie ik voor de eerste keer aangeduid op de Villaretkaart van 1745 dus die kan best heel veel ouder zijn. In de databank van Molenechos wordt hij beschreven als een bovenslagrad watermolen om koren te malen en dat betekent dat er in die tijd ter plekke een groot verval moet zijn geweest wat je op de oude kaart kan vermoeden omdat stroomopwaarts La Néthen dan al rechtgelegd is om te kunnen stuwen terwijl de beek stroomafwaarts nog in vele kronkels verder stroomt. In 1884 en 1901 werd hij nog flink vergroot. In 1907 kwam er een petroleummotor gevolgd door een armgasmoter (‘gaz pauvre’) in 1920 maar in die tijd werd er ook nog gemalen met waterkracht. Waarom hij de naam draagt van ‘moulin Crèvecoeur’ weet ik niet want bij de eigenaars-molenaars vanaf 1834 vind ik alleen de naam van de plaatselijke familie Maisin en Wuyts. Hubert Joseph Napoléon Wuyts-Sallets – molenaar te Haasrode – koopt de molen in 1932 en ik denk dat Joseph Evarist Anastasia Wuyts-Steeno vanaf 1950 de laatste molenaar was want hij wordt aangeduid als ‘molenaar te Tourinnes-la-Grosse’. Wanneer hij er mee opgehouden is weet ik niet maar sindsdien is het bovenslagrad en binnenwerk verwijderd en het grote bakstenen gebouw omgebouwd tot privéwoning met verscheidene appartementen. Als je het weet herken je het gebouw wel als een voormalige molen maar ik moet eerlijk toegeven dat ik er al vele jaren passeer en maar pas sinds kort weet dat het vroeger een molen was en wel dankzij Els Coremans, telg van een bekende molenaarsfamilie (Vertessens) die in het verleden goed bevriend was en nog is met de familie Wuyts en we samen eens een kijkje zijn gaan nemen. Dankzij een heel oude maar nog springlevende en heel vriendelijke dame in het huis tegenover de molen weten we nu dat ‘Wuyts’ in Tourinnes-La-Grosse wordt uitgesproken als ‘Wiets’ en dat hij als zodanig nog leeft in de herinnering.

Tourinnes-la-Grosse – Moulin Wuyts

Met Els ga ik binnenkort nog andere molens bezoeken je gaat er nog van horen. Le Ruisseau de la Néthen is maar heel kleine beek. Ik heb even geteld hoeveel watermolens er gebouwd zijn en ik kom tot zes (!): Sint-Joris Weert (Molens Vanden Bempt), Néthen (domein Savenel), Hamme-Mille (Les Claines), Hamme-Mille (Valduc), Tourinnes-la-Grosse (Crèvecoeur-Wuyts) en Beauvechain (Moulin de Robermont). Ze zijn er nog allemaal maar alleen die in Sint Joris Weert is nog in bedrijf. In die van Valduc zijn alle installaties er nog maar de nieuwe eigenaar houdt niet van bezoekers op zijn domein en heeft alles ferm afgesloten wat ik helemaal niet meer van deze tijd vind. De molen in Tourinnes is niet echt beschermd maar hij staat wel ‘inscrit comme monument’ in de Waalse inventaris van het waardenvol bouwkundig erfgoed. Einde van het verhaal op deze tocht.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche (Place Saint Martin, Rue de la Bruyère Saint-Martin, Rue de La Haye – Tourinnes-la-Grosse)

+++

http://tourinnes-lotissement.org/ NON au lotissement à côté de l’église de Tourinnes-la-Grosse tourinnes-lotissement.org (Réagissez au permis d’urbanisation introduit pour un lotissement de 17 maisons dans le coeur du village de Tourinnes-la-Grosse)!

Tourinnes-la-Grosse – L’Eglise Saint Martin in kerststemming

+++

Over de Eglise St.Martin’ met een beschrijving van het interieur:

Inventaire du patrimoine culturel immobilier

spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/…/25005-INV-0060-02

+++

Saint-Martin : https://nl.wikipedia.org/wiki/Martinus_van_Tours

+++

Max van der Linden – Fêtes de la Saint-Martin tourinnes.be/oeuvres-max-van-der-linden-nl/?lang=nl

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0126-02 (pomp)

+++

Tourinnes-la-Grosse – het dorpsplein

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0062-02 (Parochiaal centrum, Place Saint-Martin 1)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0180-01 (doktershuis Duchesne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0181-01

(Rue de la Bruyère Saint-Martin 25)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0084-02 (ancienne vicairie, Rue de la Bruyère – Saint Martin)

+++

Tourinnes-la-Grosse – zicht op de pastorie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbara_van_Nicomedi%C3%AB

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0061-02 (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

la Chapelle du Rond Chêne met de hond Lara

Pieter Evers

(intérieur de la Chapelle du Rond Chêne)

+++

+++

https://www.tijd.be/dossiers/nergens-zonder-weg/nergens-zonder-weg-in-tourinnes-la-grosse/10232185.html (ferme Evrard)

+++

La Nethen – Protégeons notre rivière ! www.crdg.eu 

+++

De Mille op de grens tussen (Hamme)Mille en Tourinnes-la-Grosse

Expropriations contre les inondations – La Libre www.lalibre.be › Régions › Brabant

+++

«Marre d’être inondés depuis vingt ans» (Beauvechain) www.lavenir.net › cnt › marre-d-etr..

+++

Beauvechain Le deuxième des trois bassins d’orage … www.lesoir.be › art › beauvechain-l…

+++

Beauvechain : “On en a marre des inondations” – DH Les … www.dhnet.be › … › Brabant wallon

+++

Mille – Hof Ter Cammen

COMMUNE DE BEAUVECHAIN www.beauvechain.be › form_pcdn_bilan_actions

+++

BEAUVECHAIN Enquête publique à Hamme-Mille Le bassin … www.lesoir.be › art › beauvechain-e…

+++

Beauvechain : “On en a marre des inondations” – DH Les … www.dhnet.be › … › Brabant wallon

++++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25005-INV-0023-02?fbclid=IwAR2mPmzOT1x6xEoOAToHeUpyVA79GRrvjAqO4mM8EQ4RlVUC8Q8jHX712Tw (Chapelle Saint-Corneille)

+++

Mille – la Chapelle Saint Corneille

http://www.hesbayebrabanconne.be/sites/default/files/b2_promenade_dame_et_mlin.pdf

+++

http://walloniebelgietoerisme.be/nl/content/processie-saint-corneille

+++

https://www.destinationbw.be/fr/procession-saint-corneille-hamme-mille-1

+++

http://www.heiligen.net/heiligen/09/16/09-16-0253-cornelius.php

+++

http://spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25005-INV-0024-02 (hof ter cammen)

+++

Molenechos: https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=2153 (moulin Crèvecoeur-Wuyts)

Tourinnes-la-Grosse – Le Moulin Wuyts

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0194-01 (moulin Crèvecoeur-Wuyts)

+++

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/2020/12/13/verkenning-over-de-keiberg-ten-zuiden-van-het-meerdaalwoud-mollendaalbos-van-la-chapelle-du-rond-chene-in-tourinnes-naar-het-bosreservaat-le-renissart-en-dan-terug-via-brise-tout-de-rachierhoeve-en-d/ +++ https://www.lpi.usra.edu/meteor/metbull.php?code=24038&fbclid=IwAR0fHkkcGz77fX2cWzoucM5zemw_csVq1jyQiZmdK0MDHe9kQb_VYpecf1w

trefwoorden :

beauvechain, tourinnes, chapelle du rond chêne, chapelle saint-corneille,  saint-martin, bierbeek, waterwandeling, brunerode, église, max van der linden, nodebais, chapelle gosin, keramiek, keiberg, mille, culot, hof ter cammen, moulin wuyts, crèvecoeur, evrard,

Tourinnes-la-Grosse – de lammeren worden al groot

BOMMEN, GRANATEN EN SUIKERBIETEN, HET VOORMALIGE OORLOGSVLIEGVELD LES BURETTES TUSSEN BEAUVECHAIN, MELDERT EN BIERBEEK (OPVELP)

Uitgelicht

december 2020

Ernst Guelcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Les Burettes – een oologsmonument van pleindraad

Om het oude oorlogsvliegveld Les Burettes tussen Beauvechain, Bierbeek  en Meldert te verkennen heb ik gelukkig hulp gekregen van twee deskundige gidsen, Koen Herregods van Opvelp en Eddy Stas van Meldert. Zonder hen zou ik het nog altijd niet goed weten te vinden.

Les Burettes is de al heel oude naam van een tamelijk nieuwe woonwijk in Beauvechain ten oosten van de Sint Sulpiciuskerk en ten zuiden van de Rue des Anges. Die Engelenweg eindigt aan de hele mooie grote vierkantshoeve ‘La  Grande Gayette’ op de splitsing met de Rue de Louvain.

De naam zie ik al op de Ferrariskaart van 1777 en de Villaretkaart van 1745 (‘aux 3 burettes’) en het kan zoiets betekenen als ‘kannetjes’ voor wijn of smeerolie dus misschien was er toen een café.

Les Burettes, een verrassing dankzij facebook. Op zoek naar herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog maakt een lezer uit Beauvechain mij attent op ‘la Bataille des 3 Burettes’. En inderdaad is er een veldslag met die naam maar het was wel in de tijd dat er nog lang geen vliegtuigen waren maar tijdens de boerenopstand tegen de Franse bezetting.

Les Burettes

Wikipedia: “Op 27 november 1798 verlaat een sterke Republikeinse colonne van infanterie en cavalerie Leuven en gaat een troep Waalse opstandelingen ontmoeten die in Hamme-Mille zijn gemeld. De strijd vond plaats op het kruispunt van Trois Burettes, in Beauvechain, de opstandelingen werden neergeslagen”. Daarbij zouden er tussen de 60 en 150 doden zijn gevallen.

Oorlogen volgen elkaar op omdat mensen niet leren maar hoeveel slachtoffers de Tweede Wereldoorlog in deze streek gemaakt heeft en hoeveel van hen burgers waren weet ik niet maar ik vrees dat het er nog een pak meer zullen zijn geweest als gevolg van het strategisch belang van maar liefst twee militaire vliegvelden.

Vanaf Les Burettes  gaan er twee verharde veldwegen richting taalgrens. Die aan de noordkant is de Bevekomstraat, De naam van het zuidelijke baantje staat niet op de Open Street Map maar staat in de streek bekend als de Stenenkruisstraat.

Heel de vlakte is tot aan de horizon een boom- en haagloos akkerland met in het najaar bergen mais en suikerbieten maar in de verte zie je tussen die veldwegen een klein bosje en daar moeten we naar toe.

Les Burettes – Bevekomstraat

De snelste weg is langs de Bevekomstraat die je volgt tot aan een kruising. Daar sta je precies op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië. Als je nog een stap verder zet kom je in Willebringen (Boutersem) maar inplaats daarvan ga je naar rechts in de richting van het bosje dat dus nog net op het grondgebied van Beauvechain ligt.

Als je links zou gaan kom je aan het natuurgebied de Hazenberg van Natuurpunt en het Remmelenbos en -veld. Beiden zijn belangrijk voor dit verhaal maar dat komt nog ter sprake.

De veldweg richting bosje is niet verhard maar het zal je opvallen dat aan de rand een hele rij brokken beton ligt met hier en daar een bloempje ertussen en overal afval van allerlei aard. Dat beton is het opgebroken restant van een landingsbaan van het vliegveld Les Burettes dat tijdens de tweede wereldoorlog door de Duitse luchtmacht gebruikt werd samen met het terrein van de huidige luchtmachtbasis Le Culot een beetje naar het zuidoosten bij Beauvechain-La Bruyère.

Beide bases werden als een kleine hulpvliegvelden in 1936 ingericht door de Belgische Luchtmacht in het kader van de verdediging tegen een mogelijke Duitse inval.

Les Burettes – de vroegere piste

De eerste was die waar je nu staat, op het Sint-Ermelindusveld (Epine Ste-Ermeline) tussen Meldert en Beauvechain. De tweede was en is nog altijd die aan de Ferme l’Espinette nabij de Chaussée de Wavre in La Bruyère en kreeg de naam ‘Le Culot’.

Hoe het eerste vliegveld er precies heeft uitgezien kan je op het terrein niet meer goed zien maar met behulp van de bijgevoegde kaarten en een luchtfoto kan je toch een idee van krijgen.

Op de topografische kaart van 1939 staat het vliegveld er nog helemaal niet op. Op de kaart van 1969 zijn er nog enkel een paar aanduidingen en op latere kaarten verdwijnt het helemaal, blijkbaar vooral omdat de boeren alles wat na de oorlog nog boven de grond uitstak hebben opgebroken om hun akkers te kunnen gebruiken. Maar als ik het goed begrijp moet het zowat het hele terrein tussen het Remmelenbos en Meldert in beslag hebben genomen.

Dat er om de vliegbases van Beauvechain zwaar gevochten is in de Tweede Wereldoorlog zullen de oudere mensen in de streek nog wel weten.

Les Burettes tussen Beauvechain en Meldert

Het bosje dat je op de foto’s ziet werd in 1936 aangeduid als “Les Burettes”. Na het begin van de oorlog wordt er naar verwezen als ‘Le Culot-East’ en ‘Y-10’.

Voor de voorgeschiedenis en het oorlogsgebeuren haal ik er de tekst bij die Eddy Stas voor Natuurpunt schreef in het kader van de Ruilverkaveling van Willebringen: “Na de economisch goede en voorspoedige jaren twintig, voorspelden de jaren dertig van vorige eeuw weinig goeds. Hitler was aan de macht gekomen in Duitsland en keek begerig richting Frankrijk, België , Nederland, Luxemburg en de rest van West Europa.

Het was bang afwachten in het kleine België. Alhoewel de Belgische generale staven qua oorlogsstrategie nog erg veel aanleunden bij een statische oorlogsvoering met forten en zwaar bewapende linies net zoals de Franse en Engelse staven trouwens, bleven ook zij niet geheel blind voor de realiteit. Veel te laat zo zou blijken.

Met een regelmaat van een klok werd het Belgische luchtruim overvlogen door Duitse verkenningsvliegtuigen. Een interceptie van deze moderne vliegtuigen was allerminst evident voor onze luchtmacht die slechts over verouderde toestellen  beschikte die geeneens zo snel en zo hoog konden vliegen. Met de introductie van de Hawker Hurricane  kwam hierin verandering en konden ook onze toestellen deze Duitse spionagetoestellen onderscheppen. Niet zonder gevaar zo moet blijken uit een aantal verslagen.

Les Burettes – tussen Beauvechain en Meldert – hier loopt de weg dood in de wildernis

De Belgische generale staf was er uiteraard van overtuigd dat de positie van onze vliegvelden (zoals Goetsenhoven) nu wel erg goed bekend waren bij de vijand en bedacht een plan waarbij in het geheim noodvliegvelden werden opgericht waar bij de eerste uitbraak van de oorlog onze operationele toestellen naar toe zouden kunnen vluchten om op die manier aan vernietiging op de grond door een bombardement te ontsnappen.

Er werd daarom in wijde omgeving gezocht naar terreinen die hiervoor in aanmerking kwamen. Eigenaardig genoeg werden op het plateau van Bevekom twee verschillende hulpvliegvelden opgericht. Ongeveer in het verlengde van elkaar en op erg korte afstand van elkaar. Het eerste vliegveld werd opgericht ter hoogte van het gehucht “le culot” tussen La Bruyere en Beauvechain, een tweede werd opgericht tussen Beauvechain en Honsem en Meldert, ter hoogte van het gehucht ‘les Burettes’.

Deze vliegvelden waren niet meer dan een grasstrook die mooi geïntegreerd werd in de omliggende landbouwpercelen , kwestie om niet op te vallen vanuit de lucht. Om de nodige camouflage te voorzien ‘in geval van’ werden er bosjes en groene stroken voorzien onder dewelke de vliegtuigen en ander materiaal konden verscholen worden in tijd van oorlog. Regelmatig werden deze vliegvelden gebruikt tijdens oefeningen en vooral tijdens de vele alarmen die er werden geslagen. …

Les Burettes – tussen Beauvechain en Meldert – nee dit is niet achtergelaten door de soldaten

De start tot uitbouw van deze vliegvelden werd reeds gegeven in de late jaren 30. Rond 1935 werden de vliegvelden van “Le Culot” en “ Les Burettes” ingericht en in gebruik genomen. De keuze van deze locaties was niet geheel onschuldig. Het terrein was erg open en zonder al te vele obstakels, bovendien waren de vliegvelden erg goed bereikbaar door een druk netwerk van wegen; De centrale ligging, in het midden van het land tussen de belangrijkste Belgische steden, was ideaal. De uitbouw van deze vliegvelden begon rond 1934 en werd voltooid tijdens de mobilisatie in 1938 en 1939.

Het huidige vliegveld “le culot” noemde gewoon terrein nr 25 en “les burettes” gewoon terrein nr 21; Voor de aanleg van deze vliegvelden moesten soms erg historisch waardevolle artefacten verdwijnen. Zo moest de Ermelindis boom verdwijnen.

Ter verdediging van de oprukkende vijandige troepen werd er ook een antitank linie opgetrokken. Deze linie bestond uit zogenaamde “cointet” elementen. Dit waren metalen obstakels die de doortocht van vijandige tanks moesten vertragen of voorkomen. Zij maakten deel uit van de zogenaamde KW-linie (Koningshooikt-waver linie). Resten hiervan vind je nog steeds in de weidse omgeving.”

Les Burettes – antitankelement aan de Rue de Louvain in Beauvechain

Tijdens de Belgische mobilisatie bezochten de 1/I/2 (Gloster Gladiator) en 2/1/2 (Hawker Hurricane) het vliegveld. “In geval van aanval zouden de elf Hawker Hurricane toestellen van Schaffen zich naar Les Burettes begeven. Ook de vijftien Gloster Gladiators van dezelfde basis zouden volgen. Op 10 mei 1940 werd Schaffen daadwerkelijk gebombardeerd. Slechts twee Hawker Hurricanes en twaalf Gloster Gladiators konden ontsnappen en landen op Les Burettes.

Op 10 mei 1940 begon de tweede wereldoorlog voor België…. Schaffen werd gebombardeerd , slechts 2 Hawker Hurricane en 12 Gloster Gladiator konden ontsnappen en landen veilig op “les Burettes”.

Later op de dag kwam er nog een derde herstelde Hawker vanuit Schaffen toe op het vliegveld. Waren de Belgische toestellen aan het ergste ontsnapt en was hun positie ongekend voor de vijand? Op 11 mei iets na de noen kwamen Duitse jagers de klein plein bestoken. De verwoesting was groot. Bijna alle vliegtuigen waren vernield… later in de namiddag kwamen de Duitsers terug en werden ook de laatste resterende vliegtuigen vernield.”

gloster gladiator – bron: https://www.belgian-wings.be/gloster-gladiator Belgian Air Force, past and present. The Aeronautical Reference Site – De Luchtvaart Referentie Site – Le site référence de l’Aéronautique
Hawker-Hurricane bron Wikipedia

Op 14 mei 1940 wordt de streek door de Duitse troepen bezet op en p 17 mei landen de eerste Me 109 E gevechtsvliegtuigen van het Luftwaffe-eskader III/JG 26 op” les burettes”. De bevelhebber van deze eenheid was Gotthard Handrick, atleet met gouden medaille penhatlon Olympische spelen 1936.(https://en.wikipedia.org/wiki/Jagdgeschwader_26 en http://en.wikipedia.org/wiki/Gotthard_Handrick). 

Die eenheid verbleef op Les Burettes tot 27 mei 1940 maar koos, gezien de betere bodemgesteldheid, voor de uitbouw van La Bruyère (ook “Le Culot” genoemd, naar de plaatsnaam). Les Burettes bleef gebruikt als schijnvliegveld, 

Eigenaardig genoeg werden alle installaties en infrastructuur onderhouden, maar niet gebruikt. Eddy Stas: “Er hing een vreemde zweem van geheimzinnigheid rond het vliegveld van ‘ les burettes’. In juli 1942 werd het vliegveld ‘bezet’ door houten junker 188 vliegtuigen, vermoedelijk als afleidingsmanoeuvre voor het nabijgelegen operationele vliegveld. Er werden obstakels voorzien op de landingspiste, dit om mogelijke landingen van vijandelijke vliegtuigen en  commandoaanvallen te verijdelen. Als obstakel gebruikten de Duitse troepen gerecupereerde Belgische cointet elementen en Friese ruiters. De camouflage werd geperfectioneerd en verder uitgebouwd. In 1942 werden er 3 vliegtuighangars gebouwd en tegen de Waverse Steenweg kwamen 7 gecamoufleerde gebouwen, tegenover het vliegveld kwam een reserve van brandstof bedoeld voor de bevoorrading van de lokale bezetter .

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/3/37/Bundesarchiv_Bild_101I-337-0036-02A%2C_Im_Westen%2C_Feldflugplatz_mit_Me_109.jpg
Junkers Ju 188 E-1, Kampfflugzeug Werkfoto Junkers (MBB) 188/6

Vanaf datzelfde jaar werden er regelmatig een paar nachtjagers van II./NJG 1 gestationeerd. Omdat de Duitse bezetter steeds meer en meer problemen kreeg met bombardementen door geallieerde vliegtuigen ontwikkelden de Duitsers een antwoord hierop. Omdat de geallieerde bommenwerpers steeds beter en beter bewapend werden was het niet meer evident om tijdens de dag deze toestellen aan te vallen. Door de ontwikkeling en perfectionering van de radar  ontwikkelde de Duitse oorlogsindustrie de ‘nachtjager’. Deze maakte zoals de naam reeds vermeld gebruik van de nacht. In het donker en met behulp van de radar konden de Duitse nachtjagers ongemerkt naderbij sluipen en de geallieerde vliegtuigen aanvallen en vernietigen. 

In de lente van 1944 werd de luchtmachtbasis “ le culot” zwaar beschadigd door geallieerde bombardementen. Onmiddellijk werd het zuster vliegveld van  ‘les burettes’ dat niet beschadigd werd in gebruik genomen.  Tijdens en na het bombardement van ‘le culot’ in de lente van 1944 werd het vliegveld dus gebruikt als operationele basis door de eenheden die niet meer van ‘le culot’ konden opereren. Er werden betonnen taxi banen aangelegd en verschillende schuilplaatsen voor vliegtuigen. Delen van deze banen bestaan nog steeds. … Tot half augustus 1944 bleven de Duitse nachtjagers en bombardementsvliegtuigen op beide vliegvelden gestationeerd. Vanaf half augustus (18 augustus) werden deze eenheden om tactische redenen teruggetrokken en vervangen door snelle gevechtsvliegtuigen  van I/SKG.10 met FW 190A gevechtsvliegtuigen

Bundesarchiv, Bild 101I-659-6436-12 / Grosse, Helmut / CC-BY-SA 3.0 – afbeelding van nachtjager zoals gestationeerd in Les Burettes

Op 6 september 1944 werden Beauvechain en Meldert bevrijd door het  82ste regiment van de 2de geblindeerde divisie van het Amerikaanse leger. In het verslag van deze eenheid lezen we dat ze hun opmars startten vanuit hanne nille? Vermoedelijk Hamme Mille richting Beauvechain. Lichte gepantserde verkenningseenheden kwamen al vrij snel in Beauvechain. Voorzichtig trokken ze verder op richting opwelp? Opvelp allicht, maar de Duitse troepen gelegerd in de omgeving van Beauvechain waren nog niet geheel teruggetrokken.

Het kwam tot een handgemeen met twee mitrailleurnesten op de weg Bevekom Opvelp. Twee Duitse soldaten sneuvelden hier. Ook te Meldert sneuvelde een Duitse soldaat in een mitrailleurnest gelegen aan de Waverse Steenweg. Deze stelling bevond zich … amper 50 meter hogerop van de afslag van de Bosbergstraat. Een lichte Amerikaanse tank vuurde richting mitrailleurnest en raakte een betonnen elektriciteitspaal . De betonnen stomp steekt nog steeds in de grond…. De Amerikanen trokken zich snel terug en gaven de Duitse soldaten de kans om zich terug te trekken. Twee Duitse soldaten werden voorlopig begraven op de Meldertse begraafplaats. Later werden ze overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats van Lommel.

Ondertussen hadden de Duitsers het vliegveld met mijnen bezaaid”. Koen Herregods voegt hieraan toe: in de ochtend van 3 september 1944 gaan de soldaten rond in Opvelp om de dorpelingen in een straal van drie kilometer aan te raden om hun ramen te openen en de omgeving te verlaten. In de namiddag weerklinken een twintigtal explosies en daarna verlaten de troepen de streek met al de mogelijke transportmiddelen.

Opnieuw Eddy Stas: “Het vliegveld was grotendeels onbruikbaar voor de geallieerden, ook al omdat de startbaan uit gras bestond. Het  846ste  en 852ste ‘engineer aviation battallion’ herstelden en maakten “’Les Burette’ nu Y-10 of le Culot East terug operationeel. Herstel en constructiewerken starten op 05 oktober  1944 en werden uitgevoerd door 846 EAB en op 18 oktober van datzelfde jaar startte 852 EAB aan de werken aan de landingsbaan. Het was een landingsbaan van 3600 feet ofwel 1097,28 meter die parallel liep met het huidige Beauvechainbos op de oude Duitse piste. Er werd tevens een parallelle taxibaan aangelegd en een aantal standplaatsen voor vliegtuigen. Er werden tenten opgezet waarin het personeel kon schuilen slapen eten enz.

Er was geen brandstofdepot, alles werd aangevoerd met tankwagens. Er werd een kleine controletoren gebouwd die tot in onze tijd in het midden van een akker stond en toen door een landbouwer afgebroken werd.  Op 26 oktober 1944 was het vliegveld terug operationeel verklaard en op 02 november waren de werken afgelopen. Reeds na enige dagen moest 852 EAB opnieuw een compagnie sturen naar le Culot East…..de landingsbaan voldeed niet voor intensief gebruik..

De eerste gevechtsvliegtuigen die op het vliegveld toekwamen  op 29/10/1944 waren van het 160 TRS ( 363 TRG) . Het waren verkenningsvliegtuigen van het type F-6 Mustang

Op 31/10/1944 lande het 161 TRS eveneens met F-6 Mustang. Op 30/10/1944 landen de F-5 lightning vliegtuigen van het 155 PRS en op 05/11/1944 landde het 33 PRS eveneens met F-5 lightning.  Er werden nu F-6 (mustang) en F-5 (lightning) gevechts- en verkenningsvliegtuigen gestationeerd. Tijdens de slag om de Ardennen werden deze toestellen massaal ingezet. Velen vertrokken van op deze grond en kwamen nooit meer terug….. De laatste eenheden verlieten Y-10 op 11/03/1945”.

Tot zover Eddy’s relaas. Op nieuwjaarsochtend 1945, na de bevrijding, viel de Duitse Luftwaffe voor het laatst massaal vliegvelden in België en Nederland aan. Honderden vliegtuigen op zestien vliegvelden werden vernield. De eenheid JG4 diende met 18 toestellen Le Culot en Les Burettes te bombarderen maar ze raakte boven de Ardennen de richting kwijt, vooral omdat de piloten jong en onervaren waren.

bronUnited States Army Air Forces – United States Army Air Forces via https://www.flickr.com/photos/18532986@N07/4480010899/in/photostream

Sommige toestellen belandden boven Sint-Truiden, andere vlogen door naar Melsbroek, waar er vijf uit de lucht werden geschoten. In februari 1946 werd de status als vliegveld definitief opgeheven en werd de landbouwactiviteit hervat.

Blijkbaar waren er nooit meer dan zo’n dertig tot veertig vliegtuigen tegelijk gestationeerd. Op 23 oktober 1940 om 16.23 landt Adolf Hitler op Les Burettes op weg naar een ontmoeting met Franco.

Maar blijkbaar hielp al dat camoufleren en verstoppen wel want deze basis is nooit gebombardeerd door de geallieerden en al die banen zijn lang bewaard gebleven en zijn er voor een groot deel nog altijd. Er zijn oude foto’s maar blijkbaar mogen die nog altijd niet publiek verspreid worden wegens ‘geheim’ of ‘copyright’  dus ik moet het aan je verbeelding overlaten.

Met behulp van de kaart kan je die banen ook volgen op je wandeling en een aantal maken trouwens deel uit van het plaatselijk wandelnetwerk.

In het vervolg van deze tekst vertel ik vooral  wat je er nog allemaal van ziet maar onderdelen van vliegtuigen zijn daar niet bij. En daarbij ga ik ook na waarom Natuurpunt zich inzet voor het behoud van dit natuurerfgoed.

Vandaag liggen de velden er vredig en verlaten bij en dat geldt ook voor het weggetje naar het bosje. Op de kaart zie ik dat die weg in 1936 speciaal is aangelegd voor het vliegveld op het traject tussen het Remmelenbos en Les Burettes en aangezien hij vandaag op de Open Street Map staat en naar ik aanneem op het terrein dus al sinds 1945 vrij toegankelijk is, denk ik niet dat je er niet zou mogen komen zolang je geen verstoring teweegbrengt.

Les Burettes – veldweg naar het bosje

Ik schenk hier aandacht aan omdat er verhalen zijn over ontmoetingen met de boze eigenaar van dit bos die beweert dat alles met wegen en al van hem is en ‘dus’ verboden toegang. 

Aan het begin van het noordelijke bosdeel staat wel een bordje verboden toegang bij een duidelijk afgebakend privé-perceel met een houtstapel dus daar blijf je beter weg denk ik.

Het weggetje loopt dood in het zuidelijke deel van het bos en eigenlijk is er niets zomaar te zien behalve overal nogal wat overgroeide landbouwafval (vaten, plastiek, resten van voertuigen, banden, steenslag maar ook hopen gebroken eternietplaten). Veel van dat afval is biologisch niet afbreekbaar en gevaarlijk voor het milieu. Dat eterniet bevat ongetwijfeld nog asbest.

Omdat ik niet moet weten van privé-vuilstorten in de natuur vind ik dat er voor de milieudienst van de gemeente Beauvechain een uitdaging is om de eigenaar daarop aan te spreken. Ondertussen heeft die dienst laten weten dat ze ‘op de hoogte’ zijn maar aangezien het terrein privé is het moeilijk is om de vervuiling officieel te laten ‘vaststellen’ maar ze beloven dat ze het dossier zullen opvolgen. Dat doet mij denken dat er wel nog wat burgerprotest zal nodig zijn om het stort te laten opruimen.

Les Burettes – tussen Beauvechain en Meldert – dit is niet door de soldaten achtergelaten denk ik

Sporen van vliegtuigen of gebouwtjes zie je nergens maar zoals we al weten hebben de Duitsers bij hun vertrek alles wat er was aan bovengrondse infrastructuur verwoest.

Het echte geheim ontdek je door even een klein paadje te volgen tot tussen de donkere schaduw van de bomen. Dan besef je dat er hier inderdaad vroeger iets is geweest dat je in  je in een gewoon bos niet verwacht. Plotseling verdwijnt alle wilde begroeiing en sta je op een soort bebladerde ‘dansvloer’. Zo’n vlakke bosbodem heb ik nooit gezien. Of er onder die bladeren beton ligt kan ik niet zeggen want ik ben niet beginnen graven maar ik denk het wel, anders had de boer het wel in beslag genomen.

Maar het is echt wel een ervaring om te beleven wat de natuur doet met mensenwerk als de mensen zich terugtrekken en de zaak onbeheerd achter laten. Binnen de kortst mogelijke tijd kruipen de bomen door ieder gaatje of spleetje naar buiten en maken van een verharde vlakte een natuurbos. En omdat dit blijkbaar al aan de gang is sinds 1945 zijn de bomen ondertussen ook al wel flink opgegroeid, hoewel hier en daar met vreemde vormen en nogal wat dood hout dat in het rond ligt. Hier komen alleen nog herten en jagers ook wel denk ik.

Les Burettes

Dankzij Koen Herregods van Opvelp die heel het dossier al een tijd bestudeert weet ik ondertussen dat dit bosje de in feite geen vliegtuigen herbergde maar dat het de kampplaats was voor de bemanningen en dat er van alles gestaan moet hebben waarvan je nu niets meer ziet. Er moet ook een munitieopslagbunker geweest zijn en ik lees dat er zelfs een nep-begraafplaats was om het geheel te camoufleren. 

Het vliegveld zelf was aan de zuidkant van dit bosje en strekte zich uit zover je kan zien op deze vlakte tot aan de bomen op de horizon.

Alles aan de noordkant tot het Remmelenveld en in het oosten tot in Meldert diende om vliegtuigen te kunnen verplaatsen en te kunnen verbergen. Aan die zuidkant is niets meer te zien maar van de noordkant heb ik ondertussen wat foto’s. Ik lees dat de betonbanen niet gefundeerd waren maar gewoon op de grond gelegd werden. Op die manier kostte het minder tijd en moeite om ze weer te herstellen na een bombardement. Om diezelfde reden bestonden sommige pistes blijkbaar gewoon uit op de grond gelegde stalen rasters.

Les Burettes – bomput

Op sommige open plekken in het bosje groeien massa’s bramen hoog op en na een tijdje begin je te vermoeden dat je hier misschien naar ‘avioles’ kijkt, dat zijn aarden of betonnen wallen die de Duitsers als een soort open bunkers (zonder dak) opwierpen om hun vliegtuigen en bunkers te beschermen tegen de luchtdruk van exploderende afgeworpen bommen of. Over die avioles ga ik het nog uitgebreid hebben. 

Op het einde van hun verblijf zouden ze ook structuren hebben opgericht om de geallieerden te beletten om op het vliegveld te landen maar die zijn niet meer te zien. Op een paar plaatsen kom ik diepe kuilen tegen waarvan ik vermoed dat het bomkraters zijn. Maar ook daar groeien de bomen ondertussen welig. Tussen de bomen ligt geen afval en eigenlijk is het een bijzondere natuurbeleving, zij het op kleine schaal want het bosje is maar klein.

Les Burettes

Ik pleit er voor om dit perceel te beschermen als erfgoed en er verder niet te veel aan te doen. Van mijn gidsen hoor ik ondertussen dat de Duitse vliegtuigen van hieruit in het begin van de oorlog Nederland bombardeerden (Rotterdam?) en later deelnamen aan de bombardementen op Londen. Dat was de afstand die gevechtsvliegtuigen van die tijd juist op en neer konden vliegen. Dankzij Koen kan ik je nu ook twee kaartjes laten zien waar je kan zien waar die basis precies was. Ik begin mij af te vragen of er aan dit bosje eigenlijk niet een gedenkteken zou moeten staan. Wat denk jij daarvan?

Om op missie te vertrekken stegen de vliegtuigen op vanuit het gras of vanaf stalen roosters op de bodem. Beton kwam er zelfs niet aan pas. Aan de noord- en oostkant liggen (of lagen) er betonbanen tot aan de Hazenberg in Opvelp en het kapelletje aan de Stenenkruisstraat in Meldert. Dat beton was niet gefundeerd en is op veel plaatsen opgeruimd door de boeren (en het ijzerwerk is door hen hergebruikt als afrastering) maar er is toch nog veel van overgebleven en zichtbaar op het terrein als je het weet zijn.

Les Burettes – op weg naar de Aviole – rechts de taxibaan

Tussen Les Burettes en het Remmelenbos bevindt zich nog een van de twee laatst overgebleven zichtbare ‘avioles’. Op de foto zie je naast een overduidelijke piste nog de wallen, veel steenslag en alweer veel afval. Het zijn gewoon plekken om de vliegtuigen te verstoppen en te beschermen met aarden wallen en een camouflagenet als dak. Er moeten er heel veel geweest zijn en wijd verspreid over het terrein om aanvallers te misleiden en om te voorkomen dat bij een bombardement meerdere geparkeerde vliegtuigen tegelijk konden worden bestookt. En zoals gezegd werden er ook houten namaakvliegtuigen aangevoerd om voor nog meer misleiding te zorgen. Alle nadruk lag op de misleiding zoals het zetten van namaakgebouwen, kleureffecten in het landschap en dus ook een namaak begraafplaats om een munitie-opslagplaats in het bosje van Les Burettes te verbergen.

Les Burettes – de aviole op weg naar de Remmelenberg

Vanaf  hier vervolg ik deze tocht langs overgroeide taxibanen en puinhopen naar Opvelp om opnieuw foto’s te maken van zaken die er ooit waren maar die je als gewone bezoeker niet meer ziet. Erg fotogeniek is dat niet maar samen met het verhaal heb je er misschien toch iets aan.

In Opvelp ken je natuurlijk het natuurgebied De Hazenberg van Natuurpunt waar in het najaar de orchideeën onder de paddenstoelen, de Wasplaatjes, in bloei zouden moeten staan.

Les Burettes – een ‘oorlogsmnument’ bovenop de aviole

Vlak ten westen daarvan zie je op de kaart het Remmelenbos en het Remmelenveld. Op het terrein staat een torenhoge radiomast en daar moeten we heen. Het bos is privé en stond in Opvelp vele jaren bekend om zijn boze eigenaar die mogelijke indringers luidruchtig bedreigde met zijn jachtgeweer en zijn gebied volkomen ontoegankelijk maakte met alle mogelijke hekken, andere obstakels en verbodsborden.

Ik hoor dat niet lang geleden het terrein is overgenomen door de eigenaar van de vierkantshoeve Berkenhof. Die komt zeker niet af met bedreigingen maar de versperringen zijn er niet minder door geworden. Het goede nieuws is wel dat tegenwoordig vanaf de Hazenberg het paadje aan de noordkant langs de bosrand open en toegankelijk is en dat is een flinke uitbreiding van de officiële Holle Wegen wandeling in dit gebied.

Op weg naar het bos kom je bij een bordje nog een grote geheimzinnige steen in de grond tegen waarvan ik de betekenis nog niet ken.

Les Burettes – pad met geheimzinnige steen op weg naar het Remmelenveld

In het bos legden de Duitsers – vooral rond 1943 – verschillende vliegtuigparkings aan en in het veld moeten er ondergrondse werkplaatsen geweest zijn. Aan het einde van de oorlog is dat allemaal vernield en sinds 2011 is alles wat nog aan fundamenten zichtbaar was (blokken beton) met dikke lagen grond bedekt om opnieuw landbouw mogelijk te maken.

Het enige wat je nu nog ziet zijn drie gebetonneerde stroken waarvan één in het bos (en dus niet toegankelijk) en twee op het pad.

Bij dit verhaal hoort nog een anecdote (met dank aan lezer Pieter Evers): “op het moment dat de Amerikaanse tanks binnenrolden in Opvelp de laatste SS ers achterhoede te paard wegtrok (en nog een man doodschoten die al de Belgische driekleur had uitgehangen) waren de schelmen boerkes van Opvelp al met hun paard op het vliegplein om de draad weg te halen (in rollen om later als omheining te gebruiken) en het hout uit de geschutsputten. Daarna kwam de Belgische overheid rond om de rollen te tellen want de boerkes moesten … betalen … en dus gingen die dan die rollen verstoppen  …”.

Les Burettes – betonnen hangarvloer in het Remmelenbos

Er bestaan zelfs nog foto’s van zulke rollen ‘pleindraad’ (in het Opvelps: “Plaandrood”)  maar die heb ik nog niet gezien. Pieter vertelt erbij dat tijdens de oorlog de boeren dikwijls met hun paarden werden opgevorderd om te gaan werken en dan van alles meepikten zoals werktuigen en cement en dat er veel gebouwd werd in Opvelp in die tijd. Misschien zijn er lezers die ook nog herinneringen hebben in dezelfde richting? 

Eddy Stas heeft me meegenomen naar de Melderse kant van het oude oorlogsvliegveld. Eddy staat bekend als dé grote kenner van heel deze site en nu ik hem heb ontmoet denk ik dat dit terecht is. Omdat dit deel van de site op Vlaams grondgebied ligt is zijn de resten ervan het meest van belang voor Natuurpunt.

Les Burettes – het Remmelenbos is verboden toegang

Daarover ga ik het nog hebben maar we zien we toch al een heel gezelschap zilverreigers die hier blijkbaar alle jaren in deze tijd verblijven hoewel er helemaal geen water te zien is. Eddy vertelt me dat ondanks de kaalheid van deze agro-industriële akkers er altijd zeer veel trekvogels gezien worden, waaronder ook ooievaars. Kraaien vliegen natuurlijk overal rond maar in de lucht cirkelt ook een kiekendief en vliegt een sperwer uit het aviole-bosje op waarnaar we op weg zijn.

Langs een statig kasteel met ijzeren hek en de al even statige vierkantshoeve Hof Ter Meren komen we langs een charmant privé-bijenhotel aan de winterlinde op de kruising tussen de Stenenkruisstraat en de Overhemstraat. Die is de oudste en dikste van Meldert en staat om die reden samen met het nieuw gerestaureerd OLV kapelletje op de erfgoedlijst en wordt daar geprezen worden om zijn speciale vorm. Eigenlijk ziet hij er afschuwelijk toegetakeld uit als een ondeskundige gesnoeide knotwilg maar er staat wel een leuk bankje voor. 

Het is een wonder dat zo’n boom waarvan de dikke takken zo afgezaagd zijn (gekandelaard heet dat, dat wordt dikwijls bij stadsbomen gedaan in te smalle straten) toch een leeftijd van meer dan 350 jaar heeft kunnen bereiken.

Meldert – de erfgoedlinde aan de Stenenkruisstraat

Het kapelletje werd in 1809 gezet door dankbare ouders van een pasgeboren gezond kind. Begin jaren 80 van de vorige eeuw werd het omver gereden tijdens de suikerbietenoogst en nadien in met moderne materialen terug opgebouwd.  Eddy vertelt me dat hier in de buurt ook nog de resten zijn gevonden van een Romeinse villa waarvan de contouren terug zichtbaar gemaakt zullen worden met een groenbeplanting.

Op die Stenenkruisstraat kom ik nog terug omdat daarlangs stukken taxibaan behouden zullen blijven maar eerst gaan we naar het noorden richting Bevekomstraat. Op de kaart zie je daar nog een reeksje van vier knobbels in het landschap, allemaal resten van de vroegere avioles ofwel de bunkers voor de Duitse gevechtsvliegtuigen. Onderweg kom je nog op een paar plaatsen stroken tegen die bij nader inzien oude taxibanen zijn waar hier en daar het beton nog doorschemert. 

Aan een bord met een gele affiche met de bekendmaking van een ‘beslissing van een omgevingsvergunning’ staan we bij een aan zijn U-vorm nog helemaal herkenbare Aviole die in het kader van de ruiverkaveling van Willebringen zal gerestaureerd worden en voorzien worden van de nodige uitleg en zelfs een namaakvliegtuig tussen de wallen. Voorlopig ziet hij er echter nog uit als al de andere overblijfselen van de site: begroeid, verwaarloosd en met afval bezaaid hoewel Eddy me vertelt dat er al veel zou zijn opgeruimd.

Meldert – de aviole die gerestaureerd gaat worden

Het roept bij mij opnieuw de vraag op waarom er al die jaren op deze reusachtige oorlogssite nooit gedenktekens zijn geplaatst.

Is het omdat hij aan beide zijden van de taalgrens ligt en er geen overschrijdend en zelfs geen intergemeentelijk overleg is (de afwezigheid daarvan valt op)?

Is het omdat de boeren op deze verder haag- en boomloze agro-industriële vlakte eigenlijk vooral en hardnekkig willen dat heel dit zaakje wordt opgekraamd en dat ook overal aan het doen zijn met hun grote machines als er even niet wordt opgelet?

Is het omdat in het begin van de oorlog alles (beter: het weinige) wat er in deze omgeving was aan slecht voorbereide Belgische luchtmacht door de Duitsers is weggebombardeerd en men liever daar niet aan herinnerd wordt?

De precieze restauratieplannen heb ik nog niet gezien maar blijkbaar werkt er een bureau aan een project waarbij ook aandacht zal worden besteed aan de vliegtuigen die hier gestaan hebben. Ik hoop dat ze er ook een gedetailleerd plan zullen bijvoegen van al die pistes en opslagplekken die er hier geweest zijn en gedeeltelijk nog zijn en waarvoor het allemaal gediend heeft, want tot zover heb ik er zelf toch nog maar vaag zicht op. 

Op deze aviole komen we toch iets konkreets tegen in de vorm van een groot blok beton met een ijzeren bevestigingsmechanisme. Waarvoor het gediend heeft staat er niet bij. Misschien maakte men de vleugels van de vliegtuigen hieraan vast om te zorgen dat de wind er geen vat op zou krijgen? Misschien hoorde er een lier bij om de toestellen uit de bunker te trekken?

Les Burettes – deze aviole zal worden gerestaureerd

Ook deze aviole heeft een vloer van beton maar ondertussen vertelt weer iemand mij dat in de tijd van de Duitsers er nog gewerkt werd met vloeren van aangestampte aarde en dat de betonnering pas nadien door de geallieerden is aangebracht. Wie kan zeggen wat de juiste toedracht is? Al de rest van mijn verzameld materiaal spreekt dit tegen maar dat zegt niets want de een schrijft het over van de ander heb ik zo de indruk.

In de verte zien we nog andere avioles. Even denken we dat er jagers bij staan en dat het dus niet verstandig is om er naar toe te gaan maar dan blijkt het te gaan om reusachtige vogelverschrikkers en daar hoeven wij ons niets van aan te trekken. Wat er hier voor jagers te beleven is versta ik eigenlijk niet maar blijkbaar worden er nog elk jaar fazanten uitgezet ondanks het verbod om dat te doen.

Van hier verkennen we de aviole die op termijn in beheer zal komen van Natuurpunt als gevolg van de besluiten over de ruilverkaveling van Willebringen als een eiland van natuur op deze verder boom- en haagloze akkervlakte.

Les Burettes – zicht op een toekomstig natuurgebiedje (een aviole)

Voorlopig is het nog een wild bosje in het landschap. Pas als je tussen de wildgroeiende struiken doordringt zie je aarden wallen opduiken in de voor dit soort vliegtuigbunkers kenmerkende U-vorm. Deze aviole is nog helemaal in zijn geheel, er is in al die jaren zelfs geen stukje van afgegraven.

Wanneer het natuurbeheer zal beginnen weet ik niet en voorlopig ziet het er nog niet als topnatuur uit. Op veel plaatsen ligt de gebruikelijk afval en groen bemoste stukken beton schemeren onder de takken door. Drukbezocht is de plek niet maar het jagershutje is toch nog niet vervallen. Er rond staan kooien rond waarvan we vermoeden dat die nog wel eens gebruikt zouden kunnen zijn om ondanks het verbod kraaien te lokken of om er uit te zetten fazanten in te bewaren want konijnen zal je op deze plek toch niet willen houden denken we. Een verroeste jagersladder lijkt te vergroeien met de boom waar hij tegen staat.

Plotseling stuiten we op een opvallend groot hol in een van de wallen. Dat moet van een das zijn maar er zijn geen poot- of andere sporen te zien dus de bewoner is er kennelijk niet meer. Maar dat opent uiteraard vooruitzichten op een echte dassenburcht.

Les Burettes – een verlaten dassenhol in de aviole

Wat heeft zo’n oude bunker met natuur te doen? Ik laat Natuurpunt aan het woord: “In dit uitgestrekte plateau waren deze oude bunkers, graften en betonstroken jarenlang braakgrond, sommige evolueerde tot ruige stroken, andere tot kleine struwelen. En net deze zaken maken het verschil in deze grote uitgestrekte plateaus. Deze natuuroases geven de sterk bedreigde akkervogels een vaste broedstek. Dat het niet goed gaat met de akkerfauna is geen eufemisme. Met een achteruitgang van meer dan 80 tot 90 % verdwijnen de akkervogels zoals veldleeuweriken, geelgorzen, grauwe gorzen, patrijzen en kiekendieven als sneeuw voor de zon. Naast het aanbieden van graan voor gorzen en tijdelijke natuur infractructuur met beheerovereenkomsten is er ook nood aan een vaste natuurinfrastructuur. Doornstruwelen voor de gorzen als ideaal zangpost of schuiloord als de jagende kiekendieven op strooptocht is. Deze stroken krijgen ook een belangrijke rust functie… daar waar dit plateau jaren lang enkel werd ontsloten door trage wegen zijn deze vervangen door betonwegen, hierdoor zijn rustgebieden en belangrijk aandachtspunt voor deze grondbroeders en de akkerfauna. Dit noemen we vaste natuurinfrastructuur en dit kan op deze plaats met een knipoog naar het verleden door deze stroken en oude beton te verbinden, niet als oorlogsinfrastructuur maar als natuurinfrastructuur.”

Les Burettes – dit is een aviole maar wel goed vermomd

Stilaan kom ik aan het einde van mijn verkenning van dit oude oorlogsvliegveld. Vanaf de voor Natuurpunt bestemde ‘aviole’ gaan we terug langs het centrale kampement van deze basis, nu het bosje waarover ik het al had. 

Terwijl we langs het puin van een vroegere piste stappen davert er een F-16 over ons heen voor een ‘stop-and-go’ trainingsvlucht naar de basis van Beauvechain. De militaire technologie is toch wel veel veranderd sinds de tijd van de Tweede Wereldoorlog en eigenlijk vind ik dat nogal verontrustend want je moet er niet aan denken dat we met dàt soort technologie een oorlog boven Beauvechain gaan uitvechten en toch gebeurt dat sinds vele jaren in vele delen van de wereld. Het kleine ‘Marchetti’-toestel dat volgt op de F-16 ziet er toch al meer uit als die oude jagers en bommenwerpers maar het is ook alleen maar goed om te leren vliegen.

Voor de eerste keer zie ik ook een stapel ‘pleindraad’ uitsteken boven de betonbrokken, je weet wel dat ijzer dat de boeren kwamen plunderen zodra de Duitsers wegwaren. Let op de ijzeren staaf waarmee dat in de grond was vastgemaakt. Als je hier een herdenkingsbordje aan zou ophangen heb je direct het monument van deze site dat nu ontbreekt.

Eddy toont me de plaats van de startbaan op ijzeren platen die de Amerikanen bij hun komst hebben aangelegd. De commandanten vestigden zich in het kasteel van Meldert (zie de foto) terwijl de manschappen in de sneeuw mochten toekijken vanuit hun tenten in het bosje.

Les Burettes – zicht op het kasteel van Meldert

Om de landingsbaan te maken werd al in 1936 de eeuwenoude ‘Arbre’ van de ‘Epine Hermeline’ omgehakt. Sinds 2017 staat er een nieuwe Meidoorn maar heel vrolijk is hij niet. Dit verhaal zal ik nog een andere keer vertellen (maar zie een van de links).

Het laatste stuk van deze tocht gaat langs de aan Vlaamse kant  al gebetonneerde Stenenkruisstraat richting Meldert waar het blijkbaar de bedoeling is om aan een holle weg een eindje van een piste te bewaren en opnieuw zichtbaar te maken.

Les Burettes – de Ermelindis doornstruik

Ik ben benieuwd, voorlopig is er vooral veel puin te zien en het probleem is ook dat de nieuw gebetonneerde veldweg voor een deel de piste doorkruist. Het te bewaren deel zou zich moeten bevinden op een plek waar de weg een beetje hol wordt.

Ondertussen reageert er een lezer uit de streek een beetje nijdig omdat ik ‘zijn’ landschap beschrijf als boom- en haagloos en er aan toevoeg dat het er vroeger veel charmanter en gezonder moet hebben uitgezien. Hij zegt dat het plateau al sinds de Romeinse tijd in gebruik is voor de landbouw, dat we nu eenmaal niet meer in de 19de eeuw leven en dat de landbouwmethoden gelukkig gemoderniseerd zijn.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het eigenlijk wel treurig vindt dat de biodiversiteit op deze plek het uitsluitend moet hebben van die paar overgebleven bultjes/bosjes en overgroeide pistes van dat vroegere oorlogsvliegveld die dan ook nog stuk voor stuk tot privé-stortplaatsen zijn gedegradeerd. Als de moderne tijd dat soort landbouw oplevert vind ik dat niet positief en ook absoluut niet duurzaam.

Er zijn ondertussen heel wat mooie en ook erg moderne alternatieven ontwikkeld om de voedselproduktie te verzekeren maar je moet daar natuurlijk voor openstaan. Gelukkig is dat op veel plaatsen het geval en tussen Beauvechain en Meldert  ligt er dus een enorme uitdaging te wachten. Met deze positieve bedenking kom ik aan het einde van deze reportage maar ik neem me voor om hier nog dikwijls terug te komen.

Les Burettes – oorlogskaartje van de militaire basis (bron Koen Herregods)

Les Burettes – topografische kaart met de contouren van de militaire basis (bron Koen Herregods)

Les Burettes – googlemaps – luchtfoto

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eddy Stas – Kleine monografie van “ le culot east” – Niet gepubliceerde tekst over Les Burettes voor Natuurpunt naar aanleiding van de Ruilverkaveling van Willebringen. Ongedateerd, na 1991.

+++

Parkeerplaatsen vliegtuigen (Opvelp) | Hangar Flying

www.hangarflying.eu › Erfgoedsites

citeert een artikel uit het Laatste Nieuws van 10 juni 2017

+++

https://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/les-burettes-vliegveld#:~:text=Les%20Burettes%20werd%20gebruikt%20als,geallieerde%20luchtlanding%20onmogelijk%20te%20maken.

Les Burettes – vliegveld | Luchtvaartgeschiedenis.be | Historie …

www.luchtvaartgeschiedenis.be › content › les-burettes-vli…

Les Burettes – in de aviole – nee, dit is niet van een bombardement

+++

https://www.natuurpunt.be/nieuws/%E2%80%9Cles-burettes%E2%80%9D-een-vergeten-stukje-geschiedenis-20200401

“LES BURETTES” EEN VERGETEN STUKJE GESCHIEDENIS …

www.natuurpunt.be › nieuws › “les-burettes”-een-verge…

+++

https://www.encyclopedie.fr/definition/burette

+++

https://fr.wikipedia.org/wiki/Combat_de_Beauvechain

Combat de Beauvechain — Wikipédia

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/130931

 +++

(over de meidoorn van Sint Ermelindis)

Les Burettes – Een F-16 op weg naar Beauvechain

Trefwoorden : beauvechain, tweede wereldoorlog, luftwaffe, opvelp, meldert, natuurpunt, natuurgebied, aviole, gevechtsvliegtuig, tweede wereldoorlog, erfgoed, ermelindis, afval, stort,

Verkenning over de Keiberg ten zuiden van het Meerdaalwoud/Mollendaalbos van La Chapelle du Rond Chêne in Tourinnes naar het bosreservaat Le Renissart en dan terug via Brise Tout, de Rachierhoeve en de Sint Bernarduskapel aan de Oude Geldenaaksebaan.

Uitgelicht

December 2020 – Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Keiberg – toch nog een vogeltje

De aanduiding ‘Keiberg’ of ‘Cayberg’ zie ik voor het eerst op de topografische kaart van 1904 juist aan de rand van het bos op de hoogtelijn van 100m maar eigenlijk dekt de naam het hele plateau tussen Bierbeek-Mollendaal en Tourinnes-la-Grosse. Die keien zijn daar  zo’n 25 miljoen jaar geleden (mioceen) achtergelaten door de grote rivier die daar in die tijd stroomde in de tijd dat het land nog veel lager lag en het klimaat veel warmer (op zijn Spaans).

De wind en de wolken zijn gebleven maar van die rivier is vandaag de Mille er nog met de Ruisseau de la Néthen en in wijder perspectief Le Train en de keien hinderen de boeren bij het ploegen van hun door het veel later tijdens de ijstijden neergedaalde leemstof vruchtbaar gemaakte akkers. En dus heet het hier Keiberg, zo simpel is dat.

Kenners van de prehistorie zoeken hier ook nog naar heel andere keien, namelijk de vuurstenen ‘artefacten’ die onze voorouders uit het stenen tijdperk hier na gebruik als afval hebben achtergelaten zoals speerpunten, bijlen en voorgevormde stenen om dierenvellen zacht te maken door de vezels te ‘schrabben’. Op je wandeling op de hierboven genoemde veldwegen kom je op het laagste punt vlak voor een hol weggetje nog door een diepte die het overblijfsel is van een ongeveer vijfduizend jaar geleden put waaruit de boeren van toen hun kalk en leem haalden als om hun zure bosakkertjes vruchtbaar te maken om gewassen te kunnen kweken.

beauvechain – keiberg – de boer aan het werk – is dit nu de landbouw van de toekomst?

In die tijd was dat nog niet de grootschalig en industrieel geteelde mais, de suikerbieten, de patatten  en de huidige granen maar vooral groenten en vruchten om in de eigen nederzetting te kunnen overleven. Hofdieren liepen nog vrij rond en het gebruik van onkruidverdelgers en chemische meststoffen was nog niet uitgevonden. Er moeten toen heel wat meer dieren en planten geweest zijn dan nu. Misschien kweekten ze toen ook al wel vlas.

Nu ziet het er allemaal nogal kaal uit. Maar dankzij de in opkomst zijnde moderne duurzame biolandbouw-cultuur komt de natuur misschien wel weer terug. Kwestie verandering van geest en van tijd voor zover we die nog hebben denk ik.

Sinds de Middeleeuwen vielen grote delen van dit plateau onder het gezag van de Abdij van Valduc in Hamme-Mille maar in de 19de eeuw kocht de Hertog van Arenberg grote delen van dit bezit op en in de poort van de even verderop zichtbare Ferme des Biches – voor zover ik weet zowat het enige boerenbedrijf in deze omgeving aan de Franstalige kant – zie je nog een steen die daaraan herinnert. In de weekends zie je soms wel wat auto’s aan het vliegpleintje voor miniatuurvliegtuigen van de Aéroclub de Wavre.

Keiberg – zicht van Chapelle du Rond Chêne op Stocquoi

De Keiberg, het uitgestrekt open boerenlandschap ten zuiden van het Meerdaalwoud en de Rue de Mollendael op de taalgrens tussen Bierbeek en Beauvechain biedt alle mogelijkheden voor spannende verkenningstochten.

Deze laat ik beginnen aan het einde van de Rue du Culot op de kruising met de Rue du Stocquoi in het Waalsbrabantse dorpje Mille (deel van Hamme-Mille, Beauvechain). Daar staat zowat aan de bron van de Ruisseau ‘Le Mille een robuust maar sober gebouwde kapel met de naam ‘Chapelle Notre Dame du Rond-Chêne’.

Binnen lees je dat er hier al een kapel stond in 1358 en dat in die tijd op de kruising een dikke eik (Chesne) gestaan moet hebben. Het huidige gebouw in (ooit witte maar nu vuildonkere) Gobertange kalkzandsteen in klassieke stijl dateert van 1768 en dat staat ook (met enige moeite) te lezen in een steen in de boog boven de voordeur.

Niet voor niets betekent ‘le Culot’ zoveel als ‘helemaal aan de rand’ want vanaf de 15de tot de 18de eeuw mochten de elders verdreven lepralijders uit het dorp hier hun geloof komen belijden vanuit hun ‘gesloten centrum’ met de naam ‘Cortil des Lattes’ (een met een schutting omheind terreintje) dat hier ergens in de buurt was (waarschijnlijk ten noordoosten van de kapel, maar het staat niet op de topografische kaarten die ik heb).

Beauvechain-Mille – la Chapelle du Chêne Rond chapelle du rond chêne

Zoals veel kapellen op belangrijke kruispunten was deze kapel samen met de nabijgelegen ‘Chapelle de Saint-Corneille’ een belangrijk passeerpunt voor pelgrims. Ter ere van de Heilige Maagd wordt er nog altijd elke zondag in de maand mei een rozenhoedje gebeden en op 15 augustus is er een hoogmis. Het oorspronkelijke Mariabeeld is in 1978 gestolen dus wat er nu staat is een kopie.

De kapel wordt duidelijk in ere gehouden door de buurtbewoners want er staan bloemen en een harmonium. Sinds 1994 is hij beschermd als monument. Waarom veel van de ruitjes gebroken zijn weet ik niet en waar de eik naar toe is me ook een raadsel.  Er staan wel twee esdoorns maar zo’n mooie eeuwenoude kapel verdient wel een staanplaats in een kring van robuuste eiken om de al dan niet devote voorbijganger de weg te wijzen.

Ik stel voor dat er twee jonge eikjes geplant worden zodat die groot zijn tegen de tijd dat de esdoorns het laten afweten. Bovendien lijkt het mij wel een goed idee om de kapel een stuk meer ruimte te even tussen al die akkers.

Wie de eigenaar van de kapel is weet ik nog altijd niet maar het is blijkbaar niet de gemeente Beauvechain. Het probleem is dat het bouwwerk dringend een grondige onderhouds- en opknapbeurt nodig heeft.

Beauvechain – La Chapelle du Rond Chêne – de torenspits is aan het verweren

Niet alleen dat de ruiten gebroken zijn maar aan de binnenkant zijn er  barsten in de muur en problemen met het hout in het dak. Maar of er al een restauratiedossier is heb ik nog niet achterhaald.

Zelf nam ik ook nog een foto van de spits en daar zie je dat onder het kruis het zinkwerk weg is en de houten paal staat te rotten. Dat kruis gaat het niet lang meer volhouden vrees ik.

En als ze dan toch werken gaan doen is het de moeite waard om de donkere verweringslaag van de witte gobertange aan de buitenkant te verwijderen, dan komt die ook weer beter tot zijn recht.

Enkele honderden meters verder staat nog de in de 18de eeuw gebouwde vierkantshoeve ‘Ferme du Rond-Chêne’ maar of dat nu hetzelfde is als de vroegere ‘Ferme de Stakenborg’ die al in 1356 vernoemd wordt, moet ik nog uitvinden.

Op de kaart Vandermaelen van 1856 zie ik wel op die plek de aanduiding  “Château Sainte Barbe” en dat verwijst ook naar een versterkte woning. De kapel ligt op de grens tussen het Hertogdom Brabant en het Prinsbisdom Luik waarvan Beauvechain in die tijd altijd een kleine enclave is gebleven (Parti du Pays de Liège).

Beauvechain – la Ferme du Rond Chêne

Rond de kapel vind je infoborden over het belang van de ‘arbres isolés’ op het kruispunt van holle wegen in een open boerenlandschap en over het belang van die wegen voor de natuur.

En dit nog: ‘Stocquoi(y)’ is een oud woord voor kapvlakte waarin de wortels van de bomen nog aanwezig zijn. De kapel staat op de Ferrariskaart van 1771 samen met het sindsdien (bijna) verdwenen Bois de Stocquoy waarover ik het later op deze verkenning nog even zal hebben.

En als troost voor iedereen die altijd opnieuw problemen heeft met de juiste naam (ik verwar die met de ‘Chapelle au Chêneau’ in Longueville): op die kaart staat heel uitdrukkelijk ‘Chapelle du Rond Chêsne’ en diezelfde naam staat op de deur (zij het zonder de ouderwetse ‘s’).

Als je aan de kapel de vriendelijke herdershond (Lara) tegenkomt geef hem dan graag een aaitje want daar houdt hij van maar hij is helaas wel erg oud geworden en hoort en ziet niet meer zo goed. De eigenaar van Lara is de ook al niet meer zo jonge boer Paul Evrard van de naar hem noemende Ferme Evrard aan de kapel, een vierkantshoeve van recenter datum.

Mollendaalbos – omgeving Brise Tout en Keiberg – zicht op la Chapelle du Chêne Rond en Ferme D’Evrard en de hond Lara

Officieel staat de kapel juist op het grondgebied van Tourinnes-la-Grosse maar in de omgeving staat het gehucht rond de kapel al sinds mensenheugenis ‘La Misère’. Die naam komt dikwijls voor op landbouwplateau’s in Wallonië en wijst waarschijnlijk naar een verleden waarin de mensen voor hun overleving afhankelijk waren van het klimaat waarin de oogst goed of slecht kon zijn. Op zulke plekken (bijvoorbeeld op het plateau van Bossut-Pécrot) zijn dikwijls kapellen en pelgrimswegen waarin en waarlangs de mensen boete konden doen voor hun zonden.

Op oude kaarten, voor de eerste keer op die van Vandermaelen van 1846, zie ik dat het eigenlijk de streek iets ten noorden van La Chapelle du rond Chêne is die ‘misère’ heet en niet het gehucht zelf. Aan de Rue Mollendaal staan op die kaart twee hoeves aangeduid als Ferme de la Petite Misère en Ferme de la Grande Misère. Vanaf de kapel zie je op het terrein de straat en een heel aantal boerderijen maar of die ‘ongeluks’-hoeves daarbij zijn moet ik nog uitvinden (of woont er een lezer in een hoeve met die naam?).

Het is van hier wel en mooi uitzicht die kant uit want aan de Rue de Mollendael (met kasseien) is er nog geen lintbebouwing en dat is zeldzaam tegenwoordig. Jammer genoeg is er een aanvraag in de maak om nieuwe stallen te mogen bouwen dus ik vrees dat er verandering op komst is.

Beauvechain – Keiberg – de ree voelt zich thuis in het boerengrasland

Toch denk ik dat ‘la Misère’ aan La Chapelle du Rond Chêne vooral slaat op de leprozenkolonie en het ‘cortil des lattes’ waarbinnen die zieken moesten blijven.

Op diezelfde kaart (Vandermaelen) staan nog opvallende aanduidingen: de kapel wordt vermeld als ‘Chapelle de Notre Dame du Culot’ en de ferme du Rond Chêne heet op oude kaarten ‘Château Sainte Barbe’. Ten oosten van de hoeve ligt het Champ de Ste Barbe en aan die kant ligt ook de Ruelle Ste Barbe. In een oude toeristische tekst lees ik dat dit een eerbetoon is aan deze heilige die door haar vader onthoofd werd en de patrones is van de kanonniers, de genietroepen en de brandweerlieden. Er is veel gevochten in deze streek maar of dat er iets mee te maken heeft weet ik nog niet. ‘Culot’ betekent niet alleen ‘uithoek’ maar is ook de achterzijde (kulas) van een kanon.

Beauvechain – Bierbeek – Mollendaalbos – ingang van het bosreservaat veldkant van de Renissart

De wandelaar staat er niet bij stil maar sinds 1995 is het bos-complex Meerdaalwoud aangewezen als ‘bosreservaat’ met 7 deelreservaten waarvan die in het Mollendaalbos getooid zijn met de namen ‘Pruikenmakers’, ‘Mommedeel’ en ‘Veldkant van de Renissart’. De Renissart is 19 ha groot en het ligt aan de rand van de akkers op de Keiberg ten noordoosten van de ‘Ferme des Biches’ (haal de kaart er maar bij). Je mag en kan er niet in maar vanaf de modderige dreef op de Keiberg en het padje langs en dwars door de bomen zie je dat het steil afdaalt vanaf het plateau.

Er staan vooral beuken van meer dan 100 jaar oud maar ook veel andere inheemse en uitheemse bomen waarvan sommige bijzonder zijn zoals Wilde appels. Het bosbeheerplan van 2007 spreekt ook over een perceeltje oude olmen (iepen) maar ik denk niet dat die er nu nog zijn.

Het reservaat is ook een goede biotoop voor salamanders zegt het beheerplan maar pogingen om een poel aan te leggen zijn blijkbaar mislukt omdat bij het graven de water ondoorlatende bodemlaag beschadigd is dus het water blijft niet meer staan.

Het is een ‘integraal’ reservaat, dat wil zeggen dat het bos na een ‘inleidend beheer’ voortaan aan zichzelf wordt overgelaten. Er wordt wel nog gejaagd vanaf de jachtkansels die je vanuit het veld ziet staan aan de bosrand, vooral op reeën maar tegenwoordig ook op everzwijnen, zelf met drukjachten in het bos wat ik eigenlijk geen goed idee vind met het oog op de rust in het bos maar ook op alle passanten op zoek naar een vreedzame natuurbeleving.

Mollendaalbos – bosreservaat veldkant van de Renissart – de beuk is geveld door de storm en keert terug naar de natuur

In het Meerdaalwoud werd het laatste everzwijn in 1957 afgeschoten maar sinds enkele jaren zijn ze terug – en zeker in dit afgelegen reservaatje dat zo lekker dicht tegen de mais gelegen is – en het voorwerp van heftige discussie tussen voor- en tegenstanders van wildbeheer door middel van afschieten (je kan ze ook vrij gemakkelijk vangen, ik heb hier al eens een vangkooi gezien).

In het bos moet nog een oude dassenburcht zijn maar ik denk niet dat die alweer bevolkt is. Tip aan de boswandelaar: hou in deze omgeving toch echt je hond aan de lijn want anders kan je wel in moeilijkheden komen want wilde varkens en honden is geen goede combinatie.

Het reservaat heeft last van de industriële boerenbedrijvigheid op het plateau want er sijpelen op grote schaal meststoffen, pesticiden en herbiciden in. Pogingen om een deel van die velden terug in het bos op te nemen zorgden enkele jaren geleden voor grote spanningen op dit deel van de taalgrens en ik denk dat er niets van komt.

De boer – ik neem aan die van la Ferme des Biches – is zelfs niet bereid om tussen de bosrand en zijn akkers de ondertussen gebruikelijke groene strook aan te houden en dat wijst op de nood aan aanvullende wetgeving om het ecologisch potentieel van het reservaat echt tot ontwikkeling te brengen. Aan de Vlaamse Mollendaalkant zijn die groenstroken er wel.

Mollendaalbos – vanaf Brise Tout kan je de zon in het water zien schijnen

In het bos kom je ten noorden tegen het bosreservaat uit op een brede dreef. Die volg je tot op de hoek van het bos totdat je aan een bareel en een picknictafel komt. Aan de zuidkant kant kijkt je uit op Beauvechain (in de verte zie je de toren van de Sint Sulpiciuskerk), naar het noorden vertrekt een brede bosdreef naar het voormalige boswachtershuis Brise Tout van de Hertog van Arenberg met de kleine bosparking.

Het is een héél mooie beukendreef die lang nog vrij rustig was maar tegenwoordig wel is ontdekt door ruiters (die hebben wel een afgezonderd spoor) , joggers en mountainbikers en  op zaterdagmorgen kan je zelfs een heel hondengezelschap tegenkomen.

Niet voor niets heet het hier op de boskaart (de omheining)  ’Schoonzicht’ want tussen de hoge beuken heb je een prachtig zicht op de open vlakte. Even verder kom je aan de (omheining en bosperceel) Luikergrens wat je er opnieuw aan herinnert dat in de oude tijd hier een echte grens was, namelijk die tussen Brabant en de enclave van Beauvechain-Tourinnes van het Prinsbisdom Luik.

Tegenwoordig heeft de dreef blijkbaar geen naam meer maar op de Kaart Vandermaelen van 1846 heet hij Route de la Frontière de Liège.

Mollendaalbos – Luikergrensweg – zicht op Keiberg en Beauvechain

De huidige taalgrens steek je over aan oosteinde van de dreef waar de picknicbank staat.  Vroeger was dit het ‘Rendez-vous des Pauvres’ en nu is het de gemeentegrens van Bierbeek naar Beauvechain. Soms kan je het ook horen aan het gebrul van jagers aan de Franstalige kant. Als je mensen tegenkomt kun je altijd kiezen uit ‘goedendag’ en/of ‘bonjour’ en dat is in deze omgeving trouwens de goede gewoonte die stedelingen een beetje uit het oog hebben verloren.

De stammen van een aantal beuken langs de bosdreef lijken wel een beetje gedraaid te zijn in de lengterichting. Dit heet ‘torsie’ en je kom het vaak tegen in het Meerdaalwoud. Tot nu toe heb ik er nog geen goede verklaring over gehoord. Volgens sommigen komt het van de wind maar anderen spreken dat tegen en zeggen dat het genetisch bepaald is. Als zo’n grote beuk wordt afgezaagd komt soms plotseling aan het licht dat de reus van nu begonnen is als een bundel van wel tien kleine boompjes die in de loop der jaren tot één stam zijn vergroeid.

De dreef kan behoorlijk drassig zijn maar ook stralen in het vroege zonlicht. In de winter staan de kanten vol zwammen.

Over het boswachtershuis weet ik eigenlijk niets behalve dat het in de tijd van de hertog van Arenberg een van de vele ‘maisons de garde’ was en mooi gerestaureerd is door de huidige privé-bewoners. Maar er is dus veel meer over te zeggen en misschien is er een lezer die kan helpen?

Mollendaalbos – het voormalige boswachtershuis Brise Tout – nu privéwoning en mooi gerestaureerd

Vanaf Brise Tout ga je via de Sint-Joris Weertstraat naar de Oude Geldenaaksebaan. Aangekomen op de kruising voorbij de nogal prozaische betonnen boerenstallen met ganzen, een paard in de wei en een groot bord ‘frietjesmachine’ geef je er rekenschap van dat je hier staat aan een holle weg die in de oude tijd de officiële verbinding was tussen Leuven en Jodoigne. In Leuven vind je hem terug als de holle weg ten westen van het Parkveld.

Op de kaarten zie ik hem voor het eerst op die van Villaret (1745) en van Ferraris (1771) maar daar ligt de Nieuwe Geldenaaksebaan met aansluiting op de Bevekomstraat/Rue de Mollendael  er al vlak naast. Beide wegen passeren de historische grens tussen het Hertogdom Brabant en enclave Beauvechain van het Prinsbisdom Luik, nu de gemeentegrens én officiële gewest- en taalgrens. Of de kasseien uit die tijd zijn weet ik niet.

Het Rachierhof staat ook al op de Ferrariskaart. Het stond er vele jaren bij als een ruïne, naar ik me heb laten vertellen door een koppig volgehouden herbestemmings- en restauratie-conflict tussen de erfgoeddiensten en de eigenaars (onbevestigd).

Maar sinds 2017 is die restauratie dan toch begonnen en tegenwoordig ziet het er uit als nieuw.

Bierbeek-Mollendaal – Oude Geldenaaksebaan – Rachierhof

Ik vind het wel mooi gedaan maar het gaat wel honderd jaar duren voordat het weer wat lijkt op een oude vierkantshoeve denk ik en het is natuurlijk ook duidelijk geen boerderij meer. Het gebouw straalt voor mij de spanning uit tussen het behoud van waardenvol erfgoed en woonbehoeften van onze tijd.

Op de website van de gemeente Bierbeek lees ik het volgende: “Aan de rand van het Mollendaalbos ligt een heel oude boerderij, het Rachierhof. Van deze boerderij dateren de eerste gegevens reeds van 1401. Toen was ze eigendom van de (Cisterciëncer) abdij van Valduc (Hamme-Mille). Lange tijd bestond het Rachierhof uit lemen gebouwen met bakstenen onderbouw. In 1753 werd een nieuw witgekalkt woonhuis gebouwd, de schuur is 80 jaar jonger (1832). Ondanks enkele nieuwere gebouwen is het grondplan van de hoeve sinds 250 jaar ongewijzigd gebleven. Het pachthof maakte tot 1918 deel uit van het bezit van de hertogen van Arenberg. De boerderij werd uitgebaat door de familie Wackers, tot een tiental jaar geleden.”

Sinds 1999 is de hoeve beschermd als monument, in het beschermingsbesluit wordt gesproken over ‘de hoeve Denonville’ maar of dit slaat op de huidige eigenaar(s) weet ik niet. In de oude tijd moet het landschap er hier heel charmant hebben uitgezien met hagen en boomgaarden. Misschien komen die nog terug want ik zie nog enkele bomen en de aanzet van een tuin in de omgeving wordt het uitzicht toch gedomineerd door de mais.

Bierbeek-Beauvechain – Oude Geldenaaksebaan – Sint Bernarduskapel

Waar even verder de Oude Geldenaaksebaan een holle weg wordt kan je met een trappetje met 20 treden naar links naar een tussen de bomen nauwelijks zichtbare kleine kapel. Merkwaardig genoeg vind ik hem niet op de toch heel uitgebreide lijst met waardenvol bouwkundig erfgoed in Bierbeek.

Hij wordt wel goed verzorgd (beter dan La Chapelle du Rond Chêne in elk geval).  De kapel is – om mij nog onbekende redenen – gebouwd door Remy Bosmans in 1896, dan de eigenaar van het Rachierhof en dat ook blijkt uit het opschrift op de gevelsteen “RBM / CLW / 1896” (wat CLW betekent weet ik niet).

Op de website van de gemeente Bierbeek lees ik dat de huidige eigenaar de familie Denonville is. In de kapel staan ook beelden van Sint-Antonius en het Heilig Hart. De beelden van St-Egidius en H.Rita zijn ontvreemd. Aan de muur hangt een tekst van Jos Beel i.v.m. herdenking van 900 jaar St-Bernardus.

De heilige Bernardus van Clairveaux werd in 1090 geboren als telg van een hoogadellijke uiterst christelijke familie, was lang een Franse abt en is – samen met zijn broers – de belangrijkste vertegenwoordiger van de orde van de Cisterciëncers.

Hij was een van de machtigste geestelijken uit zijn tijd, moet een enorme overtuigingskracht in stem en geschrift hebben gehad, gekoppeld aan een onvermoeibare zin voor actie, speelde een grote rol als rondreizend diplomaat in het bijleggen van Pauselijke schisma’s binnen de kerk en was zelfs voor zijn tijdgenoten een niet altijd onbesproken fundi in zijn diep-mystieke soberheid predikende geloofsovertuiging.

Beauvechain – zicht op de Rue de Mollendaal – ferme de la petite misère en ferme de la grande misère – gezien vanuit la Chapelle du Rond Chêne

Uit liefde voor de Maagd Maria trad hij onverbiddellijk (zij het niet wreedaardig voor zover ik het lees) op tegen ketters maar ook tegen mede-priesters die probeerden om in de verklaring van het Christelijke geloof enige argument van de rede en het verstand in te bouwen.

Op oudere leeftijd predikte hij energiek de Tweede Kruistocht en hoewel zijn oproep massaal gevolgd werd maakte dat bijna een einde aan zijn loopbaan want al de verantwoordelijkheid voor de mislukking van dat avontuur werd in zijn schoenen geschoven.

Voor het gewone hardwerkende sobere godvrezende kerk- en boerenvolk dat van al dat gedoe van de machtigen niet veel goeds te verwachten heeft, is hij door zijn acetische vurigheid de hoeder geworden van de oogst en van de hof en weidedieren. Ik zie dat er sinds mijn laatste bezoek een bezoeker is langsgekomen die dat op het bord aan de deur heeft afgebeeld met een varken en een kip.

Vanwege de honingzoetheid van zijn stem is hij de patroonheilige voor de bijenteelt. Maar pas op: hoewel hij dikwijls met een wit hondje wordt afgebeeld is hij is niet de Bernardus waar de sint-bernardshonden naar genoemd zijn: dat was Bernardus van Menthon, een kluizenaar in de Alpen († 1081; feest 28 mei). Je kunt als heilige niet alles hebben. Zijn feest is op 20 augustus.

tussen Bierbeek en Beauvechain – de Oude Geldenaakse baan

Langs de Oudegeldenaakse baan zet ik mijn tocht voort naar La Chapelle du Rond Chêne in Beauvechain. De holle weg is een van de mooiste die ik ken in de wijde omgeving. De bermen zijn onlangs nog eens gemaaid en gesnoeid, naar mijn gevoel zelfs een beetje te veel en te kaal. Ik vermoed dat hij beschermd is en door de gemeente Bierbeek onderhouden wordt.

Maar volgens mij rijden er nog altijd tamelijk brede landbouwvoertuigen door om op het plateau te komen. Bovendien ploegen de boeren aan beide kanten tot tegen de bermrand aan en de afwezigheid van groene grasranden geeft zowel erosie als een instroming van chemische produkten.

Eenmaal dat je aan het einde van de donkere tunnel op het plateau komt merk je dat de de Rachierhoeve zijn naam niet gestolen heeft want ‘rachier’ betekent ‘rooien om te ontginnen’ (lees ik).

Je staat in een totaal open landschap waar buiten de bosrand van het Mollendaalbos zowat geen één nabije boom meer te bespeuren valt en dat in de winter één grote lappendeken is van keurige mechanisch aangeharkte akkers en in de zomer één grote verzameling van suikerbieten, maïs en granen.

Bij mooi weer is het wel fotogeniek maar het mist natuurlijkheid. In het begin van de vorige eeuw waren die akkers er ook maar waren ze veel kleiner en omgeven door hagen denk ik en ik zou daar wel eens prenten van willen zien want die moeten volgens mij bestaan.

tussen Bierbeek en Beauvechain – de Oude Geldenaakse baan

Nu valt het landschap op door enorme waterplassen op de wegen en uitzichten tot op alle kerktorens in de omgeving maar ook de afwezigheid van vogels en vogelgeluiden anders dan kraaien. Het is er onnatuurlijk stil afgezien van het gebrom van grote landbouwmachines en het overvliegen van grote en kleine vliegtuigen van de luchtmachtbasis Beauvechain.

Reeën zie je hier wel maar everzwijnensporen al bijna niet meer want de boeren hebben zo’n hekel aan die dieren dat ze alles wat jager is hebben gemobiliseerd om er korte metten mee te maken.

Ondertussen zijn we opnieuw de grens overstoken en gaan we dwars door het eind 19de eeuw verdwenen Bois de Stocquoi in de richting van de kapel. Van dat bos rest alleen nog een heel klein en er nogal onplezant en afgerasterd uitziend privébosje van hoofdzakelijk dode sparren. Het is ferm afgesloten en ik heb gehoord dat er tussen de bomen al tientallen vallen zijn aangetroffen om vossen te vangen, iets dat ook in Wallonië illegaal is maar natuurlijk wel nodig als je zelf wilt jagen op je de tamme patrijzen en fazanten die je even eerder illegaal zelf hebt losgelaten.

Op de horizon zie je de Rue de Mollendael met zijn beroemde kasseien. Ik heb al gewezen over de bezorgdheid over de mogelijke bouw van nieuwe stallen en uiteindelijk lintbebouwing. Voorlopig wordt het uitzicht alleen belemmerd door een enorme berg van suikerbieten.

Daarmee ben ik terug aan La Chapelle du Rond Chêne en aan het einde van deze verkenningstocht.

Keibergwandeling tussen Beauvechain en Mollendaal – kaart OSM

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

bronnen

Algemeen

Meerdaalwoud – Heverleebos – Egenhovenbos – Natuur en Bos

www.natuurenbos.be › sites › default › files › beheerplan…

PDF

Het beheerplan is ook raadpleegbaar via www.meerdaalwoud.be.

+++

Miradal, Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud, Davidsfonds/Leuven 2009, nog verkrijgbaar via infocentrum@vhm.be of te raadplegen in iedere goede bibliotheek rond het Meerdaalwoud

Chapelle du Rond Chêne

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true

(la Chapelle du Rond Chêne)

Beauvechain – La Chapelle du Rond Chêne aan het einde van la Rue du Culot – daarachter begint La Misère

+++

(la Chapelle du Rond Chêne)

+++

Pieter Evers

+++

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbara_van_Nicomedi%C3%AB

Rachierhof

Rachierhof

https://www.bierbeek.be/rachierhof

Het Rachierhof – Gemeente Bierbeek

http://www.bierbeek.be › … › Boerderijen in Bierbeek

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200115

Hoeve Rachierhof | Inventaris Onroerend Erfgoed

inventaris.onroerenderfgoed.be › erfgoedobjecten

+++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/468

Hoeve Rachierhof | Inventaris Onroerend Erfgoed

inventaris.onroerenderfgoed.be › aanduidingsobjecten

Kapel Sint Bernardus

http://www.heiligen.net/heiligen/08/20/08-20-1153-bernardus.php)

https://www.bierbeek.be/kapel-van-sint-bernardus

Bierbeek – Oude Geldenaaksebaan – Sint Bernardus-kapel

trefwoorden: Meerdaalwoud, Mollendaalbos, Keiberg, Bierbeek, Beauvechain, Rachierhof, Kapel Sint Bernardus, La Chapelle du Rond Chêne, Oude Geldenaaksebaan, erfgoed,

OP STAP IN NODEBAIS

Uitgelicht

KUNST, NATUUR EN HET GOEDE LEVEN

Ernst Gülcher

Oktober 2020 

ernst.guelcher (at) telenet.be

klik op de foto om de originele versie te zien

Version Francaise à suivre

Nodebais, in het Natuurreservaatje Le Grand Brou – hij of zij wacht op de tram

Nodebais, deel van Beauvechain en vlak over de taalgrens gelegen. Vlakbij en toch niet zo erg bekend bij Vlamingen. Misschien is dat maar goed ook want als er te veel vermoeide stedelingen van-bij-ons daar zouden willen gaan wonen denk ik dat het landelijke en artistieke karakter van dit mooie dorp wel snel in de verdrukking zou kunnen raken.  Tot nu valt het nog wel mee, je hoort er wel veel Vlaams maar dat komt toch vooral voor bij huizen die aansluiten op het behoud van het historische landelijke patrimonium met veel natuur rond de woning, respect voor een wat meer schilderachtige manier van bouwen en ook heel veel groene ruimte met dieren en bomen in de bebouwde kom.

Ik kom er echt heel graag om vanaf de vijver met reigers midden in het dorp (waar vind je dat nog?) op zoek te gaan naar het kapelletje Gosin, La Ferme d’Agbiermont, een hele reeks andere klassieke oude vierkanthoeves, het kerkje met pastorie en kapel, de watermolen, maar ook naar de tramdijk van Zwarte Jean met het mooie  gerestaureerde tramstation en het natuurreservaatje met ‘bassin d’orage’ Le Grand Brou. Nodebais ligt vlak aan de drukke Chaussée de Namur maar omdat het verscholen ligt in het valleitje van de beek waarnaar het genoemd is merk je daar niets van en ik geniet er altijd van de rustige stilte die in de dorpen aan de Vlaamse kant van de taalgrens bijna overal verloren is gegaan.

Nodebais – Max Van der Linden

Het woord ‘Node’ is blijkbaar een oud Frans woord voor ‘weide’ en in Nodebais is er nog veel weidegrond tussen de huizen en voorlopig zonder bordje ‘bouwgrond te koop’. Het woord ‘Bais’ staat natuurlijk voor het beekje dat slecht enkele honderden meters stroomopwaarts niet ver ten zuiden van het dorp uit de helling tevoorschijn komt, met een kanaaltje langs de Chemin des Soeurs naar de molenvijver stroomt en dan als een echte beek richting Ruisseau de la Néthen en het ‘bassin d’orage’ gaat.

Een beetje geschiedenis

Een beetje geschiedenis. Nodebais bestaat al in het jaar 1000 wanneer Gravin Alpaïde, de laatste heerseres over het Graafschapje Brunerode en stichtster van het chapiter van Hoegaarden al haar bezittingen in deze omgeving afstaat (met Nodebais inbegrepen) aan de abdij van Hastière (Waulsort), dat wil zeggen juist binnen het Prinsbisdom Luik. Daar zijn oorlogszuchtige moeilijkheden van gekomen tussen de heren van Luik en die van Leuven waarbij uiteindelijk heel het Brunerodegebied in handen komt van de Hertog van Brabant op een paar enclaves na zoals Hoegaarden zelf maar ook Chaumont en Beauvechain. Vandaag is Nodebais samen met Tourinnes en Hamme-Mille deel van Beauvechain. Maar op de Ferrariskaart van 1777 zie je de grenzen van die enclave en wat blijkt: Beauvechain en Tourinnes liggen er juist binnen maar Nodebais valt er net buiten (zie de afbeelding). Daaruit begrijp ik dat de Hertog van Brabant zich vanuit Leuven de wereldlijke heerschappij over Nodebais heeft toegeëigend terwijl de geestelijke overheid het in die tijd vanuit Luik/Waulsort voor het zeggen had met zetel in het plaatselijke bijgebouw van de abdij, nu de Ferme d’Agbiermont.

Nodebais (Beauvechain) – het licht gaat aan voor de paarden

De naam Nodebais wordt ook gebruikt door enkele leden van het geslacht de Tilborg die tijdens het bewind van de Hertog van Brabant Henri I in deze omgeving blijkbaar grote bezittingen hadden. In 1230 was er dan ook nog een ridder Gilbert die van Nodebais kwam. In 1371 wordt het dorp met de naam ‘Nodebeke’ vermeld op een lijst van steden die van de Hertog van Brabant een hele reeks privileges verkregen en om die te krijgen moeten de dorpelingen de hertog gesteund hebben in belangrijke economische en krijgszuchtige zaken. Als je dus bij de volgende bezoek in Nodebais langs de Ferme des Vignes door de Rue de la Justice komt, weet dan dat in de middeleeuwen daar op de driesprong misschien een eik of linde stond waaraan je op last van de Hertog van Brabant ter afschrikking kon worden opgehangen na te zijn terechtgesteld op het schavot in Leuven. Maar ik geef toe dat ik hiervoor geen enkel bewijs of getuigenis heb gevonden en op oude kaarten is ook niets te zien.

De onafhankelijke “République Royale Libre d’Oultre Nodebay”

Alles bij elkaar heeft dit alles de bewoners van dit dorp van kunstenaars niet tegengehouden om een ferm onafhankelijkheidsbewustzijn te koesteren waarbij nog in 1976 een groepje burgers op initiatief van het kunstenaarsechtpaar Kira en Claude Rahir samen met kunstenaar-vrienden zoals Max Van der Linden, Lucienne Camus en André Kersten unilateraal de onafhankelijkheid van het dorp uitroept door de oprichting van de République Royale Libre d’Oultre Nodebay’. Het moet een gezellige republiek geweest zijn met jaarlijkse feesten en een rabarberwijn met geheim recept als bindmiddel voor verdraagzaamheid tussen mensen van alle culturen en opvattingen als motto. De wapenspreuk van de republiek lees je op het dak van het huis van Kersten aan de Chemin des Soeurs: ‘Rian todi tin qu’ l’est co timps’ ofwel ‘laten we lachen nu het nog kan’. Die wapenspreuk is nog altijd overduidelijk te lezen en ik vind hem eigenlijk in onze tijd nog meer toepasselijk dan in de jaren dat hij bedacht werd.

Nodebais – hoeve Kerstens

Vandaag de dag is het in Nodebais toch wel iets gekalmeerd denk ik want het ziet er overal erg braaf uit (misschien wel iets té braaf), vooral denk ik omdat de oude generatie er ondertussen niet meer is en er ook wel veel nieuwe mensen van buitenaf in het dorp zijn komen wonen met andere gewoonten en tradities. Het valt me ook op dat er geen enkele dorpskroeg te zien is en blijkbaar ook nooit geweest is. Het is allemaal wel erg gemoedelijk, de mensen groeten je vriendelijk, kijken niet wantrouwig en geen aanstalten om de politie te roepen als je huizen en tuinen fotografeert. En dat is fijn want het dorp staat vol met fotogenieke huizen, tuinen en er zijn overal grote en kleine dikwijls aan de natuur gebonden kunstwerken te zien. Zelfs de openbare vuilbakken zijn mooi beschilderd. Op de jaarlijkse november-feesten van Saint-Martin kan je op veel adressen ook een en ander gaan bekijken.

Claude en Kera Rahir, Lucienne Camus, de bio ferme D’Evrard

Het begint al meteen in het centrum waar achter het schooltje – het vroegere gemeentehuis – een atelier staat voor het maken van nestkasten met vlak daarnaast een tuin waarin de meest merkwaardige voorwerpen zijn opgesteld.

Het schooltje zelf heeft trouwens een zijgevel met een verrassende eigentijdse architectonisch uitzicht  verrassing in de vorm van een aangebouwd trappenhuis dat helemaal met hout is afgewerkt. Ik vind het wel mooi passen bij het verder heel klassieke gebouw.

Aan de voorkant van de school is een enorme fresco gemaakt in 1995 door de schoolkinderen onder de leiding van Claude Rahir en rond het dorpscentrum tref je op vele plaatsen keramiek aan van Max Van der Linden. In de wortels van de rode beuk op het pleintje zou op initiatief van Claude Rahor een brief van de schoolkinderen aan hun nazaten verborgen zijn maar niemand weet wat er in staat (en helemaal geloven kan ik het niet want de boom is vast een stuk ouder dan 1995). Het wachten is op een lezer die er het fijne van kent.

Op de hoek van de Rue de L’Etang met de Chemin du Jacotia staat op het eerste huis ook een fresco van Rahir, in dit geval door de meester zelf gemaakt.

Nodebais – Claude Rahir

Op Max Van der Linden kom ik nog terug. Beeldhouwer Claude Rahir wordt in 1937 in Verviers geboren maar woont en werkt in Nodebais tot zijn dood in 2007. Zijn vrouw en actieve geestesgenoot Kira overleed in 2014. Hun huisje en atelier staan in de Chemin du Jacotia op nr.15 en hoewel het wel een verfje nodig heeft kun je het niet missen vanwege de Komeet Hale-Bob die op de gevel is ingeslagen.

Claude Rahir heeft de wereld een monumentaal kunstpatrimonium nagelaten in de vorm van muur mozaïeken, bas-reliëfs, beelden, tuindecor in steen maar ook monumentale muurschilderingen. Typerend voor Rahir is zijn zoektocht naar nieuwe materialen en technieken en de wil om die te integreren in datgene wat de mens al sinds de prehistorie heeft ontdekt en gebruikt. Er zijn nog alle jaren tentoonstellingen met zijn werk dat permanent te zien in vele Belgische steden maar ook in Zuid-Korea, Japan, Bolivia, Jamaica en in Guyana.

Een klein beetje eerder in dezelfde straat kom je op nr.9 al het heel schilderachtige en charmante huis en atelier van Lucienne Camus tegengekomen, bekend om haar beeldhouwwerk. Zij nam nog in 2019 deel aan de Fêtes de Saint Martin en nu de editie van 2020 is uitgesteld naar 2021 zul je wellicht bij haar moeten aankloppen om haar mooie werken van het jaar nog te zien.

De kasseien van de Chemin de Jacotia maken plaats voor een wandelpad en langs het enorm grote groene grasplein met ponies en fruitbomen (met aan de overkant het dak met de hierboven genoemde republeinse slagzin) kom je op de hoek van de Chemin du Vivier de Saint Laurent een mooi gemetseld bronnetje tegen met de mededeling ‘aqua non potable’.

Je staat aan de ingang van een er heel gewoon uitziende grote boerderij. Als toevallig voorbijganger zal je er niet snel binnengaan maar dit is de Ferme Evrard, als familiebedrijf sinds 25 jaar alom in de streek bekend voor de teelt van aardappelen. Maar in de huidige moeilijke tijden is de hoeve duidelijk een aanvullende en veelbelovende weg ingeslagen als bioboerderij voor het kweken van allerhande soorten groenten en fruit die vooral gericht zijn op de verkoop ‘direct du producteur au consommateur’, dat wil zeggen voor de ‘landbouw voor de  korte keten’ inplaats van voor de grote agro-industriële markt.

Nodebais (Beauvechain – non-potable maar toch een bronnetje midden in het dorp

In de winkel op het terrein kan je hun produkten aankopen lees ik op de zeer uitgebreide website en facebookpagina. Kortom, je komt hier dus opnieuw boeren tegen die niet klagen en zich laten doen door de agro-industrie maar die resoluut kiezen voor de toekomst van duurzame biolandbouw.

In de Rue Vivier- Saint Laurent vind je op nr. 5 nog een hoevetje uit de 18de eeuw met originele deur met lijst van witte gobertange zandsteen. Je herkent het onmiddellijk aan de mooi geschilderde brievenbus.

Domein d’Agbiermont

Neem kaart er maar even bij en dat zie je dat deze kasseiweg met de naam ‘Vieux Chemin de Namur’  inderdaad in de oude tijd – dat wil zeggen voor de bouw van de militaire basis – rechtstreeks aankwam op de huidige Chaussée de Namur

Het Domein van D’Agbiermont aan deze oude weg neemt in het dorp Nodebais een zeer speciale plaats in. De naam komt waarschijnlijk van ‘Dagobert-Mont’ wat kan wijzen op een Merovingische oorsprong ergens tussen het jaar 500 en 800. Op het domein bevinden zich zowel het landhuis als de ferme d’Agbiermont. Dat landhuis is de opvolger van een kasteel in Vlaamse nereniassancestijl  dat in het bos gebouwd werd 1853 door architect Edouard Laverne uit Leuven op vraag van Baron Maximilien Michaux. De baron was een beroemd geneesheer aan de Leuvense universiteit. In 1849 treedt hij in het huwelijk met Marie Thérèse Gosin, de dochter van de familie Gosin die op de naast het kasteel gelegen hoeve woont. Zij is de in 1907 overleden overgrootmoeder van Max Vanderlinden en de stichtster van de kleine kapel die iedereen kent als ‘La petite Chapelle Gosin’ vlak buiten het dorp. Over die kapel vertel ik hierna. Het kasteel brandt in 1945 af. Nadien  werd het grotendeels met de oorspronkelijke materialen als een grote villa terug opgebouwd. Het ligt volledig afgesloten in een park met beroemde bomen, alleen in de winter kan je er iets van zien.

Nodebais – kasteel d’Agbiermont – oude foto

Nodebais (Beauvechain) – Chateau d’Agbiermont

De boerderij wordt al vermeld in de 14de eeuw en is dan in het bezit van de Abdij van Waulsort-Hastière. Op de Ferrariskaart van 1777 heet het ‘Waulsor’. Deze periode eindigt met de Franse Revolutie hoewel er zich nadien opnieuw kloosterlingen van de orde van de Benedictijners gevestigd hebben.

De indrukwekkende gebouwen die je nu ziet dateren vooral van het midden van de 18de eeuw. De vierkantshoeve is merkwaardig door zijn ‘normale’ uitzicht aan de voorkant in de Vieux Chemin de Namur en de steile wand aan de ‘Chemin de la Petite Chapelle’ met de enorme recent gerestaureerde steunberen. De hoeve is sinds 1952 het hoofdkwartier van de familie Vanderlinden die zich in de streek vooral toelegt op de fruitteelt. De boomgaarden tref je hoog op de helling aan de overkant van de Chemin d’Agbiermont naast een recent gebouwde villa die naar ik denk het huidige centrum is van de tuinders-activiteiten van de familie en daartoe hoort sinds enkele jaren ook de productie van wijndruiven. Maar dat is voor later.

Zowel het kasteel als de hoeve zijn op de Waalse lijst van Waardevol Bouwkundig Erfgoed ingeschreven ‘comme monument’ maar toch denk ik niet dat ze echt als zodanig beschermd zijn want hij staat niet op de lijst van ‘monuments classé). In hoevere er gerestaureerd wordt kan je van de buitenkant niet zien en de foto in het beschermingsdossier van de hoeve toont niet de indrukwekkende muur met de grote peilers maar de aan de zijkant hoger gelegen toegang tot de vierkanthoeve. Die peilers zijn altijd een boeiende bron van discussie over het restaureren van oude gebouwen door de aanwending van nieuwe technieken en eigentijdse stijlen.

Tegenover de ferme D’Agbiermont staat de Ferme Delchay, een 18de vierkantshoeve die eveneens ingeschreven is als ‘monument’. Met de steun van de zeer katholieke bewoners van de Ferme d’Agbiermont werd in dit gebouw na de oprichting van de gemengde gemeenteschool aan de vijver de vrije meisjesschool voor basisonderwijs Saint Charles ingericht. De Delchay-school werd geleid door de zusters Annunciaden. Van hier ging men naar de mis in de parochiekerk via de naamtoepasselijke  ‘Chemin des Soeurs’. Om die reden heet de hoeve nog altijd ‘l’école’.

Nodebais – Ferme Delchay ‘l’Ecole’

Max Van der Linden

De oude hoeve is het geboortehuis van de internationaal erkende keramiekkunstenaar Max Van der Linden. Hij woonde en werkte er van 1922 tot aan zijn overlijden in 1999. Hij moet een uiterst vriendelijk en kleurrijke mens geweest zijn die zich vooral toelegde op religieuze kleurrijke keramiek. Zijn thema’s zijn de muziek, eenzaamheid en dood en hij inspireerde zich op het dagelijkse boerenleven in zijn dorp en de primitieve kunst. Zijn werk kan je op veel plaatsen in het dorp nog zien (in de kerk, het nabijgelegen grafkapelletje, het oorlogsmonument aan de vijver, aan vele huizen in het dorp en op evenzoveel kapellen en andere plekken in de omgeving.

Over de kunstenaar, vind je van alles (zijn persoon en werk, vrienden, les Fetes de la Saint-Martin, de VZW met zijn naam) op de aan hem gewijde website http://www.maxvanderlinden.be/. Daar staat wel al een paar jaar op dat zijn werken pas weer aan het publiek getoond zullen worden als men een goede expositieruimte gevonden heeft in het dorp. Die website is vanwege ‘hacking’ niet meer bijgewerkt maar inderdaad waren tot 2015 zijn atelier en werken nog op de hoeve te zien. Maar sindsdien is de hoeve verbouwd tot privé-appartementen waarin nog lang en naar ik denk nog steeds leden van de familie wonen. Een van hen, Stéphane Terlinden (neef van Max) is bekend door zijn prachtige keramieken en schilderijen. Let op de naamsverandering: Stéphane is de zoon van de zuster van Max. Die zuster huwde een echtgenoot met de naam Terlinden (van het kasteel in Nethen-Savenel) en zo gaan de namen Van der Linden en Terlinden harmonisch samen.

Zijn werken zijn sindsdien niet meer tentoongesteld in Nodebais, behalve dan in La petite Chapelle Gosin, maar in L’Eglise Saint Martin in Tourinnes – la Grosse wat betreft het sacrale werk en in het vroegere gemeentehuis van Beauvechain in la Salle du Vert Galant met de meer wereldlijke stukken. Zijn werken zijn zouden ook te zien zijn in het universitaire museum in Louvain-la-Neuve.

Nodebais – la Ferme d’Agbiermont – mooi of niet mooi – altijd even stevig

Ter nagedachtenis worden sinds 2015 ook ieder jaar in maart in Beauvechain het internationale Max Van der Linden muziekfestival georganiseerd

La Petite Chapelle Gosin

Helemaal aan het einde van de dorp Nodebais in Waals Brabant stuit je op de grens met de militaire luchthaven van Beauvechain aan het achterhek van het domein van d’Agbiermont op de Chemin de la Petite Chapelle op een allerliefst kapelletje waarvan de deur (bijna) altijd open is en dat helemaal versierd is met keramiekwerk.  De kapel is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstand, en beter bekend als de Gosin-kapel. De afbeeldingen bracht Max Van der Linden aan tussen 1950 en -65 en allemaal samen vertellen ze het verhaal van zijn overgrootmoeder Marie-Thérèse.

Wie zich verwondert dat dit kwetsbare kapelletje altijd open, staat mag bedenken dat het ferm bewaakt wordt. Het personeel van de First Wing Bevekom zorgt voor het onderhoud en het schilderwerk en om die reden staat hun insigne op de zijkant (audeo aciem = ik durf te vechten, Tacitus).

Aan beide zijden van de ingang vertellen mozaïeken je “dat in 1831 op de ferme d’Agbiermont in Nodebais, Jean Charles Gosin en zijn echtgenote hun eerste kindje verwachten. Zij doen een gelofte aan Onze Lieve-Vrouw dat zij deze kapel zullen bouwen ter erkenning van deze heuglijke gebeurtenis. Op 2 oktober komt een klein meisje ter wereld met de naam Marie Thérèse. Maar helaas, kort na de viering van deze geboorte, luiden de klokken voor de jonge moeder die door God wordt teruggeroepen. Men besluit om de kapel te bouwen maar kort daarna verlaat de vader op zijn beurt deze wereld en laat zijn kind als wees achter.

Nodebais – kapel Gosin

In 1836 legt de kleine Marie Thérese Gosin op 5-jarige leeftijd de eerste steen van deze kapel, zoals beloofd aan de koningin van de Hemel door haar ouders bij haar geboorte. Zoals we al zagen huwt zij in 1849 met kasteelheer baon Maximilien Michaux

Zij overlijdt in 1907 en laat ons deze kapel na die haar naam draagt. De benedictijner monniken die sinds de Franse revolutie verblijven op de ferme d’Agbiermont hebben deel aan de bloei op deze plaats van de cultus van Onze Lieve-Vrouw van Goede Bijstand.

Iedereen in Nodebais zal je vertellen dat Marie Thérèse Gosin de overgrootmoeder is van de verteller van dit verhaal en de maker van de mozaïeken.

En dat blijkt nog waar te zijn ook als we weten dat zijn vader Ernest een zoon is van Caroline Michaux die op haar beurt de dochter is van Ernestine Gosin. In die stamboom komt de naam Marie-Thérèse echter maar eenmaal voor als de naam van de moeder en dus niet de overgrootmoeder van de kunstenaar. Maar ondertussen kreeg ik van een aandachtige lezer een doodsprentje toegestuurd en daar staat op te lezen dat Ernestine Gosin in werkelijkheid Marie Thérèse Caroline Gosin heet en met deze kennis lijkt dit raadsel opgelost, waarvoor grote dank. Om de afstamming helemaal rond te krijgen moet je weten dat Max Van der Linden de zoon is van Ernest Van der Linden die op zijn beurt de zoon is van Caroline Michaux. Caroline is de dochter van Ernestine Gosin die op een doodsprentje Marie Thérèse Caroline Gosin genoemd wordt (en zij is dus gehuwd met Baron Maximilien Michaux).

Nodebais (Beauvechain) – kapel Gosin

Nodebais – Gosin – doodsprentje Marie Thérèse – oude foto


La Verte Voie, de vijver in het dorp

Vanaf de kapel en het monumentale achterhek van het Château d’Agbiermont volg ik de kasseien van de Chemin de la Petite Chapelle onderlangs het bosrijke kasteeldomein. Heel in de verte zie je de Chaussée de Namur en op de weiden grazen de koeien langs het begin van de Nodebais zou kunnen zijn maar hier een greppel is. Jammer genoeg zijn langs deze weg de majestueuze en schaduwgevende populieren allemaal gekapt. Je ziet de stronken nog staan en ik zou willen dat er nieuwe exemplaren zouden worden aangeplant maar de boer lijkt dat niet van plan te zijn. Bij wijze van schrale troost kan je op de zanderige helling dichtbij de kapel in de zomer het mooie zeldzame blauwe zandblauwtje aantreffen als je het verschil weet met de al even blauwe maar helemaal niet zeldzame beemdkroon die hier welig groeit.

Onderweg naar het dorp kom ik een groot bord  ‘la Verte Voie’ tegen. Op weg op Franstalige wandelpaden stuit ik dikwijls op die uitdrukking en aangezien mijn vrienden natuurgidsen me niet kunnen vertellen wat hier achter steekt heb ik het zelf maar eens opgezocht. Op de website http://www.vertevoie.be/ lees ik het volgende: « La Verte Voie est une équipe de professionnels indépendants ayant comme objectif commun l’aide à l’enfant/adolescent en difficulté et à sa famille …. Cet Espace Pluridisciplinaire a la volonté de collaborer étroitement avec les structures scolaires et médicales avoisinantes et lie, depuis sa création en 2006, des contacts avec les écoles, les centres psycho-médico-sociaux, les pédiatres et neuro-pédiatres de la région ainsi qu’avec les thérapeutes extérieurs. »

nodebais – Une mosaïque orne le muret del’ancienne maison communale(AU N°7 DE LA PLACE). Elle a étéréalisée en 1995 par les enfantsde l’école, dans le cadre d’unatelier avec le sculpteur ClaudeRahir, que vous découvrirez aufil de la promenade.

Op die website kan je alle contactadressen en activiteiten vinden en lees je ook dat er in Nodebais een consultatiebureau is aan de Rue de L’Etang in of naast het schooltje.

Daarmee ben ik terug aan de vijver. Die werd in het begin van de 19de eeuw uitgegraven om de molen van water te voorzien. Daarover ga ik het nog hebben maar eerst blijf ik even onder de prachtige platanen staan op het dorpsplein langs het water. Vanaf het bankje kan je de reiger bewonderen die er bijna altijd is en enkele meters verder is een echte Barbecue plek voor wie van het dorp is. Zoals in ieder dorp staat op het pleintje ook het oorlogsmonument maar in Nodebais is die sombere zuil gedecoreerd door Max Van der Linden en dat geeft hem een aparte allure.

Het is absoluut de moeite om rond de vijver te wandelen want aan de overzijde zijn er enkele heel mooie kunstenaarswoningen. Naast het schooltje staat opnieuw een kleine kapel. Het is een nogal onopvallend sober bakstenen neo-gotisch gebouwtje, gewijd aan Notre Dame de Lourdes en gebouwd in 1910. Jammer genoeg is het altijd gesloten en kan je nauwelijks de door Max Van der Linden gedecoreerde binnenkant zien.

Nodebais – de vijver – het vroegere reservoir voor de watermolen

De watermolen Le Doyen en de Ferme de la Brasserie

De vijver is er nog maar de molen maalt niet meer. Tussen de beiden ligt de boogbrug, gebouwd in de 19de eeuw en aan beide kanten een steen in gobertange met de naam van de brug (J.P.Doyen) en van de beek. In ‘Molenechos’ lees ik dat de Moulin Le Doyen in 1802 gebouwd werd bovenop de Nodebeek in een langwerpig gebouwtje aan de Rue de l’Etang.Met een verrekijker lees je de inscriptie op de steen in de gevel van het onopvallende gebouwtje: SIMON JOSEPH – LE DOYEN – FIT LA FOLIE – EN 1802. Mijn Franstalige vrienden kunnen me niet vertellen of de molenaar hier nu touw maakte of dwaasheden uithaalde. Ergens lees ik dat hij altijd een goed humeur had en de wapenspreuk leverde voor de in 1976 geproclameerde “République royale libre d’Oultre Nodebais”: “laten we lachen nu het nog kan”. De molen diende om graan en draft (gerst?) te malen; rond 1870 zijn er één waterrad en twee steenkoppels en staat naast de molen een brouwerij met twee stoommachines met elk een vermogen van 10 PK. Rad en binnenwerk zijn verwijderd en het geheel ziet er een beetje treurig uit.

Dat laatste kan je niet zeggen van de mooie en opvallend grote witte vierkantshoeve naast de molen die nog echt een boerderij is. In het erfgoeddossier lees ik (met een uitvoerige beschrijving) dat dit de 18de/19de eeuwse ‘Ferme de la Brasserie’ is.

 Zo’n brouwerij hoort uiteraard bij elke watermolen en werd hier ook samen met de molen in 1802 neergezet. Overal in ons land gaan die oude brouwerijen samen met de molens  weer open maar in Nodebais heb ik nog geen geluiden in die richting opgevangen.

Nodebais – alles wat er nog over is van de watermolen Doyen

Het elegante neoklassieke herenhuis met schilddak aan de overkant op nummer 12 tegenover de kerk was vroeger het woongebouw van een boerderij. Het erfgoeddossier vertelt dat de voorgevel symmetrisch opgetrokken is rond de centrale as van de ingang. In de tegel boven de deur zijn een origineel motief – een bijenkorf – en een inscriptie gehouwen met de naam van de opdrachtgever en de datum waarop het gebouw werd opgericht: ˝SIMON DOYEN / ANNO 1831˝. De familie Doyen deed kennelijk niet alleen in bier maar ook in honing tenzij die bijenkorf een andere betekenis heeft die ik nog niet ken. In hun tijd moeten de Doyens een invloedrijke familie geweest zijn in Nodebais maar zijn er nog nazaten die hier wonen en er meer over kunnen vertellen?

Nodebais – herenhuis, in 1831 gebouwd door SIMON DOYEN – Rue de l’Etang 12 – eertijds de herberg van een boerderij

Het kleine Sint Waltrudis kerkje met pastorie, kapel en kerkhof

Ik vind het jammer dat alle gebouwen in deze omgeving zo dicht en ontoegankelijk zijn want het straatje met de pastorie, de kerk, et kapelletje en het kerhof is echt van de meest charmante plekken in het dorp. De pastorie in witgekalkte baksteen en gobertange dateert uit het einde van de 17de eeuw en is sindsdien door de elkaar opvolgende pastoors telkens vergroot, verhoogd en uitgebreid en de details daarover lees je ook in het erfgoeddossier.

Vlak daarnaast en daarachter staan de neoklassieke Sint Waldetrudiskerk (opgericht in 1837 door architect Antoine Moreau, voor een beschrijving zie het erfgoeddossier). Anders dan l’Eglise de Saint Martin in Tourinnes-la-Grosse is de kerk geen ‘eglise ouverte’ en zijn de deuren dus gesloten tenzij er een plechtigheid is.

Daarentegen is het neogotische kapelletje aan de ingang van het ommuurde kerkhof wel open, toch om er binnen te kijken want zo groot is het niet. Het is rond 1900 in witte steen gebouwd door de familie Van der Linden. Aan de binnenzijde is het in onze tijd versierd door Max Van der Linden en zijn ook twee stenen aangebracht met de namen van de voornaamste familieleden.

Als de zon er op schijnt is het grote witte kruisbeeld juist voorbij de pastorie heel fotogeniek. Het werd in 1930 door de dankbare parochieleden aan hun pastoor aangeboden (en dat staat er ook op) en stond lang achter de muur van het kerkhof een beetje verscholen tussen het groen.  Sinds wanneer het naar de straat verplaatst is weet ik niet maar je kan het niet missen op je wandeling.

Nodebais – De Sint Waltrudiskerk en de pastorie

Ferme des Vignes

Nog even verder kom je kruising tussen de Rue Draye en de Chemin de la Justice.

Als je hier links gaat naar de Rue Draye kom je op je linkerhant langs de achterzijde van een zeer mooi huis met een tuin als van een klein park en een wandelpad geflankeerd met knotwilgen dat je terugvoert naar de dorpsvijver, absoluut de moeite waard!

Als je rechts gaat naar de Chemin de la Justice kom je eerst op de hoek de indrukwekkende witgekalkte vierkantshoeve ‘Des Vignes’ tegen. De deuren zijn altijd potdicht en ik denk niet dat het nog een boerderij is maar het huis met zijn opvallend grote schuur dateert uit het midden van de 18de eeuw. Het erfgoeddossier geeft een omvangrijke beschrijving maar vertelt niets over de aanwezigheid van wijngaarden in deze omgeving die er toch moeten geweest zijn.  Ik zie hier nergens wijnstruiken maar met een beetje zoeken ontdek ik de je dichtstbijzijnde wijngaard zou moeten kunnen vinden op de – hoe kan het anders –  Ferme d’Agbiermont waar Pierre Van der Linden al enkele jaren een droge witte wijn ‘Fonds des Loups’ (Rivaner, Pinot Auxerrois) bottelt. Afhankelijk van het jaar levert de oogst 1000 tot 2000 flessen op en “alles gebeurt op de boerderij: druiventeelt, oogst, bottelen en rechtstreekse verkoop. U kunt de wijn ook drinken in de Relais-Saint Martin (Tourinnes-la-Grosse) en hij is in depot in de Ferme de la Chise (Beauvechain) en de Ferme Evrard (Nodebais).” Dat is dus alweer een goede reden om Nodebais een bezoekje te brengen wanneer je in de buurt bent.

Nodebais – ferme des Vignes

De veldweg brengt je naar een splitsing waar ooit de gerechtsboom zou kunnen hebben gestaan maar omdat oude en nieuwe kaarten er niets over zeggen gaan we hier rechtsaf en komen dan via een andere veldweg zowat uit op de bocht tussen de Rue de Tourinnes en de Rue du Grand Brou.

La Réserve Naturelle Domaniale Le Grand Brou en het bassin d’orage

Hier moet je opnieuw naar rechts over een veldweg die zelfs voor niet-kenners de bedding is van de oude buurtspoorweg ofwel de Vicinal tussen Hamme-Mille en Beauvechain, bij uitbreiding tussen Tervuren en Tienen/Jodoigne. Over die buurtspoorweg kan je alles lezen op een andere plaats. In deze reportage richt ik mijn schijnwerper alleen even op het voormalige tramstation in Nodebais.

Voordat we daar zijn nemen we even kijkje in enkele opmerkelijk plaatselijke natuurprestaties. Vlak voordat je aan de achterkant van de grote camping komt sla je een onopvallend paadje in en dan sta je plotseling in het 8 ha grote natuurgebiedje ‘Le Grand Brou’ aan een houten kijkwand met zicht op een kleine vijver omgeven met een overvloed van plantengroei.

Je bent hier zowat op de plek waar de Nodebeek (Ruisseau de Nodebais) stroomafwaarts van de watermolen Le Doyen in de moerassige vlakte aankomt en met kleine waterstroompjes via de Ruisseau de Nethen naar de Dijle afwatert. Het slib dat de beek hier door de jaren heen afzet zorgt volgens mijn bronnen voor »une mosaïque de milieux intéressants (prairies humides, plans d’eau, roselières, fourrés, saulaies, etc.) riches d’un point de vue botanique et faunistique.

Nodebais – le Grand Brou – zicht over het water op de kijkwand

L’endroit est surtout connu pour son avifaune très diversifiée, notamment durant les migrations qui sont suivies par une station de baguage». Om die reden is dit stukje natuur dan ook sinds 2002 als ‘Réserve Naturelle Domaniale’ beschermd. Vogels komen hier zeker aan hun trekken – er zijn al meer dan 100 soorten waargenomen – en regelmatig zijn er acties om ze te ‘ringen’.

De begroeiing vind ik echter wel mooi maar veel te uitbundig om goed te zijn. Zo te zien aan de vele brandnetels, balsemienen en andere woekerplanten is dit het soort ruigte dat je krijgt als gevolg van een overdaad van voedingstoffen in het water. De nabijheid van het dorp, de camping, akkers en een er vlak naast gelegen recent wel opgeheven boomkwekerij zal daar wel de historische oorzaak van zijn. Vlak ernaast is ook nog een heel groot wachtbekken wat er op wijst dat de omgeving bij tijd en wijle wel eens helemaal onder water kan komen te staan zoals dat overal in onze streken het geval is waar beken aankomen op andere beken of op ‘flessenhalzen’.

Het in 1998 gegraven ‘bassin d’orage’ tegenover het natuurreservaat heeft een oppervlakte van maar liefst 85.305 vierkante meter en is een van de drie op het grondgebied van Beauvechain. Wat ik er interessant aan vind is dat het zo is aangelegd dat het is ingericht als een natuurlijke plek met rietvelden en niet als een kale betonnen bak en op die manier sluit het volkomen aan op het natuurreservaatje zelf. Het water moet tamelijk zuiver zijn want er komen allerlei soorten vogels voor waaronder de ijsvogel en er is ook een ‘station de baguage’ gevestigd om vogels te vangen om ze te kunnen ‘ringen’ en daarna weer vrij te laten.

Nodebais – zicht op het bassin d’Orage an de vroegere trambedding

Blijkbaar zal men in de toekomst nog meer van dergelijke systemen nodig hebben want ik lees dat ondanks de optimistische verwachtingen er toch nog altijd overstromingen voorkomen, bijvoorbeeld in Hamme-Mille en over de oevers van de Ruisseau de Néthen en de Mille. Maar als je de kaart erbij pakt zie je ook wel dat er op veel plaatsen de beken tot rechte goten herleid zijn en  de huizen veel te dicht langs het water zijn gebouwd en er lijken er altijd nog bij te komen. Als je dat combineert met de heftiger neerslag als gevolg van de klimatologische verandering dan lijken de problemen me alleen oplosbaar door meer water-ruimte te maken in de vallei maar dat valt buiten het bestek van dit verhaal.

Het station van buurtram Zwarte Jean

Van buurttramstation Nodebais vind ik nauwelijks oude foto’s. Ik vind dat merkwaardig want na het grote station in Sint Joris Weert is dat van Nodebais volgens mij het mooiste in zijn soort. Ik vind er ook weinig informatie over. Op pagina 99 van het boek van René Hallet zie je een spoorauto AR 185 in dit Nodebais en daar wordt terloops aan toegevoegd dat dit station waterbevoorrading had. In het boek van Marc Deconinck staat op p.109 en 110 een foto van de Rue de la Station en het stationsgebouw zelf. Het station « comportait, outre l’habitation dont jouissaient le préposé et sa famille, une salle d’attente qui servait également de café ainsi qu’un magasin-entrepôt où étaient stockés matériels ferroviares et marchandises. A l’époque du tramway à vapeur, la présence à proximité de la gare, comme c’était le cas à Nodebais, d’un réservoir d’eau conférait à celle-ci une relative importance ». De stationsstraat, tegenwoordig de Rue de la Liberté ziet er op de oude foto heel wat drukker uit dan tegenwoordig en op het witte huis tegenover het station – met de merkwaardige gevelsteen – staat de vermelding ‘Delhaise et Cie’.

Nodebais – station

Het stationsgebouw staat in het verlengde van de Chemin des Prés, de straat gaat nog even verder tussen de bomen en loopt dan onverbiddellijk dood op een altijd groene haag van de privétuin die over de spoorbedding is aangelegd. Om naar het allercharmantste stationnetje van Tourinnes-la-Grosse te komen moet je een beetje omlopen en van hier tot in La Bruyère is de bedding nergens meer rechtstreeks te volgen maar gelukkig nog wel via een mooi wandelparcours. Sinds 2006 is het gebouw ‘inscrit comme monument’  en dat verdient het ook ten volle. Ik ben er nog niet binnen geweest maar ik weet dat de eigenaar van het ernaast gelegen Aquiflor ook de eigenaar is van het nu als woonhuis ingerichte station en het is werkelijk onberispelijk gerestaureerd. Het moet een tijdlang helemaal wit geschilderd zijn maar al die kleur is er weer af en de bakstenen en opschriften zijn weer zichtbaar gemaakt zoals in de tijd dat het voor Zwarte Jean dienst deed. Ook het houtwerk aan de gevel en de dakgoten zien er als nieuw uit in de originele staat. Alleen staan er op de oude foto geen bomen en die zijn er nu wel en zelfs in indrukwekkende omvang. Wie hier woont moet wel een echte liefhebber zijn! Ik denk dat ik nog wel eens zal durven aanbellen om er meer over te weten te komen. Ik heb in elk geval al gehoord dat het gebouw neergezet is boven op een bron met heel zuiver water dus ik vermoed dat de vestiging van de handelszaak op deze plek niet toevallig is.

Van hier keer ik terug naar het dorpscentrum via de Le Petit Champ en de Chemin des Prés en onderweg kom ik zowaar nog een kapelletje van Max Van der Linden tegen. Maar daarmee kom ik dan toch onherroepelijk aan het einde van deze verkenning. Op de bijgevoegde kaart heb ik alle plekken aangeduid waar ik ben langsgegaan.

Nodebais – kaart OSM met aanduidingen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://www.beauvechain.eu/ma-commune/presentation/les-localites/nodebais

‘biens inscrit comme monument’ in Nodebais : (zowat alle in deze tekst genoemde gebouwen kan je hier vinden en daarom heb ik ze niet allemaal apart nog eens opgegeven):

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche

Over Claude Rahir :  http://www.clauderahir.be/  (La galerie planétaire de Claude Rahir)

Over Lucienne Camus : https://tourinnes.be/parcours/lucienne-camus-6/

Over de ferme evrard: http://ferme-evrard.be/

https://www.lesoir.be/art/republique-royale-d-oultre-nodebay-rire-pendant-qu-il-e_t-19910118-Z03HXP.html

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?codeInt=25005-INV-0055-02 (château en ferme d’Agbiermont)

http://www.maxvanderlinden.org/fr/main.php?idban=2&idprinc=10

http://gw.geneanet.org/lard?lang=fr&pz=jean+charles&nz=terlinden&ocz=0&p=maximilien&n=van+der+linden

Max van der Linden – Tourinnes.be

tourinnes.be › parcours › max-van-…

https://www.lavenir.net/cnt/dmf20130724_00339335

Le « Fond des loups », cru de Nodebais – Lavenir.net

www.lavenir.net › cnt › dmf201307…

https://www.destinationbw.be/nl/ontdekken/de-terroir/wijnen-en-sterkedranken/

www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=6399.

http://biodiversite.wallonie.be/fr/1770-le-grand-brou.html?IDD=251660948&IDC=1881

https://www.rtbf.be/info/regions/brabant-wallon/detail_beauvechain-le-martin-pecheur-se-plait-dans-le-bassin-d-orage-de-nodebais?id=9683760

Nodebais – het schooltje

https://www.lesoir.be/art/beauvechain-le-deuxieme-des-trois-bassins-d-orage-domes_t-20010602-Z0KJE5.html

https://www.rtbf.be/info/regions/brabant-wallon/detail_beauvechain-le-martin-pecheur-se-plait-dans-le-bassin-d-orage-de-nodebais?id=9683760

https://www.dhnet.be/archive/beauvechain-presque-sauvee-des-eaux-51b86a63e4b0de6db9a4e883 – Beauvechain presque sauvée des eaux

https://www.dhnet.be/regions/brabant/beauvechain-on-en-a-marre-des-inondations-5838a7b8cd7035613076c380

http://www.hesbayebrabanconne.be/sites/default/files/b4_promenade_de_nodebay.pdf

Nodebais – aan de school kom je deze tegen

Trefwoorden: nodebais, beauvechain, d’agbiermont, van der linden, rahir, doyen, watermolen, grand brou, station, vicinal, erfgoed, geschiedenis,

MET BUURTTRAM ZWARTE JEAN OP STAP TUSSEN SINT JORIS WEERT EN BEAUVECHAIN-LA BRUYERE

Uitgelicht
Zwarte Jean – Sint Joris Weert – onder het treinviaduct op weg naar Nethen – tram onder de spoordijk op weg naar Nethen – foto Frits van Dam in 1958
Zwarte Jean – Nethen – station du tram vicinal oude foto (rijtuigen op de place des trémentines)

TER INLEIDING

In Nethen en Beauvechain mogen de mensen van nu wel een beetje fier zijn over ‘hun’ buurttram Zwarte Jean. Van de maar liefst zes (!) stationsgebouwen op de korte afstand tussen Sint Joris Weert en Beauvechain-La-Bruyère zijn er nog altijd vijf overgebleven en meer dan dat, in prima staat van restauratie en bewoning.

Alleen het station van Hamme-Mille is prijsgegeven aan de moderne tijd en dat is wel jammer want het was zowat de ‘spin in het web’ van de tramlijnen tussen Jodoigne en Leuven en die tussen Vossem en Tienen. De eerste lijn trad in werking 1892 en de tweede opende vanaf 1903 maar het traject tussen Sint Joris Weert en Vossem ging pas in 1905 van start. Net als op de lijn tussen Weert en Vossem is het heel jammer dat dit hele mooie openbare vervoerssysteem met een eigen bedding na zo’n zestig jaar dag na dag dienst te hebben gedaan, in de jaren zestig zowat ‘stoemmelings’ is opgedoekt, het materiaal als oud ijzer verkocht en bedding zelf zoveel mogelijk uit het landschap verwijderd lijkt te zijn.

Met een klein beetje meer lange termijnvisie had men toch de huidige verkeersproblemen wel kunnen zien aankomen en had men minstens de trambedding zelf moeten sparen met het oog op een toekomst, bijvoorbeeld als net van regionale autovrije en hellingvrije fiets- en wandelpaden. Maar wie de volgende tekst leest zal merken dat deze historische vergissing er nog heel wat herstelmogelijkheden zijn, niet meer voor de tram maar wel voor het toerisme, de wandelaar en fietser en ook voor de sportievelingen die met de fiets naar hun werk willen om opstoppingen en files te vermijden.

Wez – het traject van Zwarte Jean vanaf de brug over la Nethen – volg het pad aan de linkerkant tot aan het waterzuiveringsstation – dit is echt een plek om de bedding als fiets of wandelpad in te richten

En misschien komen dan ook wel een aantal van de vroegere café’s weer tot leven want de streek van Beauvechain en Grez-Doiceau staat bekend om zijn schoonheid en mensen zoeken naar mogelijkheden om daarvan te genieten. In afwachting van maatregelen om zo’n toekomst te verwezenlijken kan je vast al eens meereizen en een beetje meer te weten komen over dit merkwaardige historische vervoersysteem dat oneerbiedig ‘Zwette Jean’ genoemd werd zelf toen de rookpluimen al lang hadden plaatsgemaakt voor dieselmotoren.

Dankzij de hulp van velen heb ik een heel aantal oude foto’s kunnen toevoegen en er zijn er vast nog veel meer. Meestal staan de naam van de fotograaf en het jaartal er niet bij en ik reken graag op de hulp van alle lezers om hieraan te verhelpen. Daarvoor bij voorbaat grote dank!

VAN SINT JORIS WEERT NAAR NETHEN

Vanuit Sint Joris Weert ging buurttram Zwarte Jean onder het treinviaduct door op weg naar het iets verder maar over de taalgrens gelegen dorpje Nethen (Grez-Doiceau). De rails langs de Rue de Weert St.Georges zijn al lang verdwenen onder het fietspad en nergens is nog een verwijzing te zien naar dit tramverleden. Er gaat wel een lijnbus de grens over maar hoe vaak weet ik niet. Je kan de baan volgen tot aan de kasseien van de Chemin de Savenel waar de tram naar links gaat. Je kan echter ook het mooie bospad opzoeken dat aan de overkant van de Ruisseau La Néthen (plaatselijk de Molenbeek) boven de watermolen Vandenbempt evenwijdig in dezelfde richting gaat en dan kom je daar ook.

Sint Joris Weert – watermolen Vandenbempt – de tram ging er vlak langs

Op deze plaats is de beek rechtgetrokken maar verderop moet de buurttram opnieuw het grillige verloop in het landschap volgen totdat hij in Beauvechain naar Tienen of Jodoigne afbuigt. Of de molen klant was bij de NMVB weet ik niet maar ik vermoed van wel. Hij is nog altijd vol in bedrijf met een nieuw waterrad. Hoog in het bos verborgen is het scoutscentrum De Kluis. Daar wordt verteld dat hier vlak in de buurt op de heuvel Kijkverre lang een wagon stond die gebruikt werd om te kamperen maar het was er wel een van de trein en niet van de tram. Er is niets meer van te zien maar wie heeft daar nog een foto van?

Een beetje verder kom je langs de Hertebron aan de ingang van het Paddenpoeldal en de voormalige camping La Hêtraie. Die bron was al in gebruik in de prehistorie en de stilaan leeglopende camping zal er wel al geweest zijn in de tijd van Zwarte Jean maar is nu een deel van het natuurgebied. Het water van het bron is zowat het zuiverste in Vlaanderen dus je mag er gerust van drinken of je bidons vullen. Aan de andere kant van de straatweg kan je de heuvel op naar Beaumont en dan kom je langs een mooi kapelletje naar het dorp Pécrot met de mooie vijver. Dan sta je opnieuw in de Dijlevallei en kan je de trein nemen. Al deze plekken hebben hun eigen verhaal en zijn echt de moeite waard om eens uitvoerig te verkennen.

Zwarte Jean – Nethen oude foto – twee trams aan de Chemin de Savenel
Nethen – langs de muur van Savenel – de voorpoort

Van hier gaan we langs het kasteeldomein Savenel naar het buurtram station Nethen, nog altijd een van de charmantste plekjes op deze route.

De kasseien van de Chemin de Savenel zijn er nog altijd maar de rails is er niet meer. Maar toch  moet het er in de tijd van buurttram Zwarte Jean hier ongeveer zo uitgezien hebben als nu. De tram reed langs de muur van het domein en langs de fraaie ingangspoort. Het kasteel is een privéwoning en jammer genoeg is het domein niet toegankelijk. De muur met zijn lengte van 5 km is rond 1689 gebouwd door de karmelieten om zich van de wereld te kunnen terugtrekken in hun klooster. Bij de voltooiing in 1710 was daarvoor 5000 kubieke meter klei en dezelfde hoeveelheden zand en houtskool uit het Meerdaalwoud gehaald. Alleen voor het cement moest 100 ton ongebluste kalk van elders worden aangevoerd. Ik ben iedereen dankbaar die kan vertellen hoeveel stenen er in deze muur wel verwerkt zijn. Het moet in elk geval een hele klus geweest zijn want het was maar een kleine kloostergemeenschap en buurttram Zwarte Jean was er nog lang niet. Vlak voor de Franse revolutie zijn nog zowat alle everzwijnen van het Meerdaalwoud binnen die muren opgesloten opdat ze de boeren van Nethen geen last meer zouden bezorgen. In de tijd van de Franse hugenoten is er nog een tijdlang een ambachtelijk atelier op het domein gevestigd voor de produktie van groenachtig glas op basis van met adelaarsvaren gekleurd zand. Het klooster heeft de Franse revolutie niet overleefd maar de Nethenaars hebben hun door de muur afgesloten Nethensebaan naar Leuven door het woud niet meer teruggekregen.

Zwarte Jean – Nethen Station
Zwarte Jean Nethen – de tram ging niet via Rue Joseph Maisin maar tussen de huizen om verder Rue de la Prairie te volgen, je ziet het nog heel goed op Google Maps. Die volgde dus niet het fietspad

STATION NETHEN

Op de topografische kaart van 1939 zie je dat de reizigers nog zicht hadden op de middeleeuwse ‘Motte’ van het dorp maar nu is die verborgen achter het eigentijdse cultureel centrum op de Place des Trementines. Op een oude foto zie je dat er op die plek twee sporen waren zodat trams elkaar konden kruisen en goederen konden worden opgeladen. Het stationsgebouwtje staat aan de Rue de Hamme-Mille en het huisje er vlak naast was er ook al in die tijd maar had toen nog een mooi trapgeveltje boven de voordeur. Of het ook een café was weet ik niet.  Dat gebouw is nu een restaurant-epicérie, het station sinds kort een chocolaterie (was een kruidenier-krantenwinkel).

Het opschrift ‘Station de Nethen’ stelt mij voor een raadsel want vele andere stations op de lijn werden in het verleden aangeduid als ‘gare’ en zowel Grez-Doiceau als Beauvechain zijn vandaag Franstalig. Maar ik vermoed dat bij een ‘Gare’ een stelplaats hoort en een ‘station’ eigenlijk alleen was om op en af te stappen.

Op de voorgevel staat ook ‘Café’ geschilderd. Het bakstenen gebouw staat ingeschreven op de Waalse erfgoedinventaris (patrimoine culturel immobilier) als ‘monument’ maar of het echt als zodanig beschermd weet ik niet (het domein van Savenel wel). Van hier verkennen we het dorp en dat levert een erg plezierige wandeling op en blijkbaar is er een voorstel om dit deel van de tramroute te ‘reactiveren als RAVEL’ – fietspad.

Buurttram Zwarte Jean stak vanaf het plaatselijke ‘Station de Nethen’ de Rue de Hamme-Mille over om in een opmerkelijke flauwe rechte bocht door het dorp richting Beauvechain te rijden.

Zwarte Jean – Nethen , collection GdH – trein met kinderen Nethen – Paysage
Zwarte Jean – Nethen station – rue de Hamme-Mille en zicht op de Place des Trémentines

Wie de streek niet kent of er nog niet was in de tijd van de tram moet weten dat Grez-Doiceau tegenwoordig een erg grote gemeente is en dat er twee mogelijkheden waren om met de tram naar Jodoigne te komen: via de verbinding vanuit Vossem maar ook vanuit Waver. De tramhaltes in Grez, zoals Biez, Archennes, Gastuche liggen op de lijn Waver-Incourt-Jodoigne maar Nethen ligt op de Vossem-lijn. In deze bijdrage volg ik het spoor in Nethen.

Kijkend op de kaart dacht ik lang dat Zwarte Jean via de Rue Joseph Maisin (de in Nethen geboren beroemde radioloog is in de straat gezien het moerassig verleden van deze omgeving oneerbiedig aangeduid als ‘Dans le Cul de Sac – Dins l’kë d’Satch) aansloot op de Rue de la Prairie (oude naam voor de beek). Dat is inderdaad de enige passeermogelijkheid voor wie er vandaag via het fietspad langs gaat maar dankzij een lezer weet ik nu dat de tram een eigen bedding had tussen de huizen juist rechts van de Rue Joseph Maisin om op de Rue de la Prairie aan te komen. Op de kaart van 1939 is er op die bedding nog geen straat, tegenwoordig is er op die plek een doodlopend horizontaal stukje/zijweg van de Rue Joseph Toussaint. Als je het weet kan je het goed zien op de Googlemaps-luchtfoto. Vanaf de Rue de la Prairie volgt het spoor de Rue Emile Vandervelde tot aan een bocht in Rue de Hamme Mille waar de tram vroeger rechts van de weg rechtdoor ging naar het gehucht Wez maar dat deel van het tracé loopt nu dood in een weide.

Zwarte Jean Nethen – Emile Vandeveldstraat 36 – het huis is er nog en de tramhalte is een bushalte geworden, de Rue de Hamme-Mille is op links en het spoor naar Hamme-Mille loopt hier nu dood op de weide
Zwarte Jean Nethen 2020-06-03 4299 off Zwarte Jean – Nethen – hier ging Zwarte Jean in richting Hamme-Mille vanaf de Rue Emile Vandervelde 36 – vergelijk deze foto met de googlemapsfoto

Om er te komen en verder te gaan moet je even naar de vrijheidslinde ‘Arbre du Centenaire’ en enkele meters richting Hamme-Mille tot aan de bushaltes waar je op een veldweg opnieuw het tramspoor oppikt. De Ruisseau de Néthen is altijd vlakbij en het zou kunnen dat het pompstation langs de Rue de Prairie bovenop het tramspoor staat. Het is een heel plezierige wandel- of fietsroute, autoluw en grotendeels autovrij tussen de mooie huizen en weelderige tuinen van dit opmerkelijk zuiders aandoende dorp. Hier en daar zijn er nieuwe huizen maar ook die zijn bijna altijd ook heel charmant. Ik lees dat er plannen zijn om de tramroute in te richten als een RAVEL-fietspad en dat lijkt me een prima idee!

Het vroegere ‘Taverne de la Vallée vlakbij het station in de Rue Joseph Toussaint voorbij het oorlogsmonument is jammer genoeg wel een privéwoning geworden heb ik gezien. Even verder kom je langs het vroegere gemeentehuis, tegenwoordig de school met aan de overkant een mooi roodbruin geschilderd huis met een trapje ervoor. Verscholen tussen bomen en hoge muren aan de Rue de Tirlemont 77 kijk je door de spijlen van het toegangshek op een statig wit herenhuis. De ‘inventaire du patrimoine culturel immobilier’ geeft je er een beschrijving van en vertelt dat de in 1983 neergezette ‘habitation’ beschermd is als monument. Wie de bouwer was en wie er nu woont weet ik nog niet. Aan het huis op het einde van de Emile Vanderveldestraat 38 staat nog altijd een haltepaal waar vroeger de tram stopte en nu blijkbaar nog altijd de bus van de TEC. Op een oude foto zie je de rails links van het huis richting Hamme-Mille gaan en op een zelfde foto van nu staat daar nu het hek van de oprit. Het huis zelf is nog duidelijk herkenbaar. Van hier stap ik langs ‘la Néthen’ naar de Arbre de Centenaire en zet vandaar de verkenning verder.

Zwarte Jean – Nethen – l’Arbre du Centenaire

VAN NETHEN NAAR HAMME-MILLE

Met buurttram Zwarte Jean van Nethen naar Hamme-Mille. Omdat aan de Rue Emile Vandervelde het spoor doodloopt op een privé-hek en weide is het even omlopen via de Rue de Hamme-Mille naar de Arbre du Centenaire. Dat levert een mooi prentje op van de Ruisseau de la Néthen, de beek die we vanaf hier een heel eind moeten volgen. De Hollandse linde werd in 1930 aangeplant maar als hij de volgende honderd jaar wil overleven zal hij wel wat verzorging nodig hebben want de droogte tast hem tot bovenin aan. Ik denk dat de auto’s ook te dicht over zijn wortels rijden. De veldweg op links aan de bushaltes is het vroegere tramspoor en daar moeten we zijn. Hij volgt de bosrand onder de ingezaaide akker en eindigt vrij plotseling aan het waterzuiveringsstation. De beek stroomt meters diep langs aan de linkerkant. In de zomer zal je er niets van zien en mijn foto’s van het water zijn dan ook in januari genomen. De veldweg is in de winter nogal kaal maar in de zomer volop groen en om hem echt open en toegankelijk te houden zou hij beter wat vaker bewandeld worden. Het zuiveringsstation is een ferme barrière maar op de een of andere manier kan je er langs de afrastering altijd wel omheen.

Aan de voorkant volg je het asfalt tot aan de Rue des Claines en dan ben je in Beauvechain – Hamme-Mille. Maar als je aan de centrale door de weide naar links gaat kom je aan een houten brugje over de beek en dat geeft je rechtstreeks toegang tot het Bois de Nicaise dat er hoog boven op het gelijknamige plateau ligt.

Meerdaalwoud – brugje over La Ruisseau de la Nethen ter hoogte van het waterzuiveringsstation in Wez – langs hier ga je naar het plateau de Nicaise

Dat deel van het Meerdaalwoud is beroemd om zijn prehistorische grafheuvels en nederzetting uit het in onze streken vijfduizend jaar geleden nog stenen tijdperk en ik kan aanbevelen om die op een volgende keer ook te verkennen. De wallen van de nederzetting ga je niet zien tussen de bramen maar de grafheuvels wel, vooral in de winter. Het zou kunnen dat je het dal wel moet delen met een kuddetje everzwijnen want die gebruiken de beek onbeschaamd als hun favoriete bad- en modderplaats. Jammer genoeg heb ik nog geen foto van een buurttram op dit traject. Van hier gaan we richting Hamme-Mille via Les Claines en de Pré de Litrange.

Met buurttram Zwarte Jean op weg van Nethen naar Hamme-Mille ben ik aangekomen bij het waterzuiveringsstation langs de Ruisseau de Néthen en nu staan we op de kruising tussen de Rue Menada (het verlengde van de Rue de Hamme-Mille) en de Rue les Claines aan de brug over de beek. Op oude en nieuwe kaarten kan je het tramspoor zien gaan juist tussen de brug en de straat om dan met een wijde boog het natuurgebiedje ‘Le Pré de Litrange’ in te gaan op weg naar het dorp voor de aansluiting met de tramlijn tussen Leuven en Hamme-Mille – Jodoigne. Het woord ‘Claines’ zou verwijzen naar de appelblauwzeegroene stenen die hier in de grond zitten en die versteende slakken zijn uit de vlakbij gelegen voormalige smederij ‘Les Forges’.

Zwarte Jean – Hamme-Mille – zicht vanuit de tram op Le Moulin de Litrange

Links van de straat zie je de vroegere watermolen ‘les Forges de Litrange’. Dit is een uit de middeleeuwen stammende voormalige watermolen met een rad op de Nethen die eeuwenlang koren maalde maar sinds de intrede van de Hertogen van Aerschot van de familie De Croy en Arenberg ook enkele eeuwen diende als ijzersmederij waarbij ijzeren stukken op het rad werden gesmeed om het gloeiende smeltmateriaal in de juiste vorm te hameren: ‘Moulin de Fer’. Het moet iets heel bijzonder spectaculairs en luidruchtigs geweest zijn maar in 1957 werd de bedrijvigheid stilgelegd en in 1990 werd het rad verwijderd en zou de spaarvijver gedempt zijn (maar ik vind die op geen enkele oude kaart terug). Sindsdien worden de gebouwen als privé-woonhuis bewoond en de site is zelfs niet als monument beschermd wat ik eigenlijk wel beschamend vindt.

Je moet er in elk geval langs om het tramspoor terug op te pikken want het natuurgebied is totaal ontoegankelijk. Deze weide aan de oever van La Néthen is een bijzondere ecologische zone. Het is een moerasgebied met kalk in de bodem en als gevolg daarvan willen er allerlei planten groeien die elders zeldzaam zijn geworden. Op de kaart kan je wel zien dat het vroeger een stuk groter was maar sinds jaren deels opgeslokt door de grootwarenhuizen aan de steenweg en ook door de aanleg van een woonstraat in. Ik kom het niet tegen op de lijst van officieel erkende Waalse natuurgebieden, ik vermoed dat het thans eigendom is van de gemeente Beauvechain en uit betrouwbare bron heb ik de verzekeren gekregen dat het van verdere bebouwing gespaard zal blijven in ruil voor huizen op een stuk van de camping in Tourinnes-la-Grosse..

Zwarte Jean – Hamme-Mille – kruising Rue Bois Nicaise met Rue Delherse – zicht op de tramdijk naar Leuven (links) en de bosrand langs de Chaussée de Louvain

Maar de Rue les Claines is een boeiend passeer-alternatief met een klein kapelletje en mooie oude huizen. Tussen twee woningen aan de linkerkant gaat een kasseiwegeltje omhoog naar de Rue Delherse. Je volgt die tot aan de kruising met de Rue de Bois Nicaise en dan heb je langs de bosrand plotseling een prachtig uitzicht op de tramdijk richting Leuven. De huizen aan je rechterkant staan allemaal zowat boven op het gedeelte van de dijk dat vroeger naar Hamme-Mille leidde maar je hebt de kaart en de luchtfoto van Googlemaps nodig om het tracé helemaal te zien lopen. Als je aan de Chaussée de Louvain naar links kijkt zie je door de bomen de dijk ook gaan en tegenover het restaurant Valduc kom je aan het begin van het nieuwe gebetonneerde fietspad op de tramdijk richting Blanden naar de kazerne Meerdaal  en de Château de Namur. Als je aan dat begin de wildernis induikt kom je zelfs nog aan een heel mooi maar erg verborgen oud viaduct waar de tram vroeger onder door reed. Hier keer ik terug naar de Rue Les Claines naar de betonnen brug met daarachter een gloednieuw huis met trap bovenop de resten van de spoordijk. Dit is echt het Hamme-Mille van onze tijd.

Zwarte Jean – Hamme-Mille – het huis op de spoordijk

HAMME-MILLE

Hamme-Mille was een van de belangrijke knooppunten in de buurttramtrein van Zwarte Jean tussen Vossem en Tienen. Hier kwam de lijn samen met die tussen Leuven en Jodoigne. We hebben nog wel wat oude foto’s van het station  en we zoeken er nog méér – maar van heel dat spoorweggebeuren is er in het dorp zelf niet veel overgebleven. Alleen de ‘Taverne de la Gare’ staat nog overeind, al het andere is door de eigentijdse generatie afgegraven, volgebouwd met huizen of verdwenen onder de funderingen van de plaatselijke grootwarenhuizen. Er is zelfs nergens meer een bordje te zien dat aan dat tramverleden herinnert. Maar met hulp van de oude en nieuwe kaarten en vanuit de lucht wordt dat verleden toch snel zichtbaar en meer dan dat, je kan het traject zelfs (grotendeels) nog te voet of met de fiets volgen richting Tourinnes-la-Grosse.

Deze etappe begint bij het hypermoderne huis dat aan de Rue les Claines aan de overkant van de beek gebouwd is bovenop het restant van de tramdijk. Onder langs dat stukje dijk kom je aan een bruggetje en als je daar over bent moet je verder door de smalle passage tussen de LIDL en de Carrefour want de spoorweg liep vlak langs de gevel van de laatste, toch volgens de kaart. De aansluiting tussen de lijn Vossem-Tienen met die van Leuven-Jodoigne moet ergens verborgen zijn onder de parking van de Carrefour maar om daar nog overblijfselen van te vinden heb je een archeoloog nodig hoewel het ergens langs de rand van de parking nog een beetje te zien zou moeten zijn.

Zwarte Jean Hamme-Mille – de tram reed juist links van de fiets
Zwarte Jean – Hamme-Mille – stoomtram

Het spoor liep rechtdoor verder over (onder) de Rue des Epinoches naar de Rue René Menada en dan met een bocht schuin links naar het huidige busstation en de oude stationstaverne. Vandaar stak Zwarte Jean loodrecht de Avenue du Centenaire over en kruiste daarna de Chaussée de Namur. Het tramstation lag volgens de kaart van 1939 op de plek waar nu de lijnbussen stoppen maar bij gebrek aan een luchtfoto vind ik het niet gemakkelijk te zien hoe het er precies uitzag. Op oude foto’s zie je heel wat sporen naast elkaar verbonden met wissels. Je ziet ook die taverne met daarachter het eigenlijke stationsgebouwtje met zadeldak. Op een foto’s van voor WOII staan er nog korenschoven ten zuiden van de lijn, op naoorlogse foto’s zie je trams samen met de autobussen en zijn de akkers omgezet in gebouwen. Op het terrein en op de luchtfoto van Googlemaps staan er aan het busstation nog twee oudere gebouwtjes maar ik denk niet een van hen het oude stationsgebouw is hoewel ze misschien wel deel uitmaakten van de stelplaats en op de kaart van 1939 aangeduid zijn. Van hier steek ik de Chaussée de Namur over en volgen we het tramspoor naar Nodebais.

Hamme-Mille – Taverne de la Gare
Zwarte Jean – station Hamme-Mille
Zwarte Jean – Hamme-Mille oude foto jpg – tram steekt de baan over
Zwarte Jean – Hamme-Mille
Zwarte Jean – Hamme-Mille

VAN HAMME-MILLE NAAR NODEBAIS

Om Zwarte Jean verder te volgen naar Nodebais steek ik van het busstation in Hamme-Mille de Avenue du Cinquantenaire net zoals de tram vroeger deed. Het fietspad volgt echter niet het tramspoor maar buigt af naar het zuiden langs de woonwijk tot aan een speeltuintje. Vandaar kan je richting Chaussée de Namur. Je steekt die over en via de Rue Gabriel Marceller en de Rue du Brugeron vind je je je weg naar de Rue de Tourinnes. Het is een erg rustige maar een beetje saaie woonwijk die je door wandelt maar het tramspoor liep vroeger juist iets links ervan ter hoogte van de Rue des Oiseaux. Een klein paadje met bomen aan beide kanten ligt boven op de bedding. Aan de Rue de Tourinnes moet je NIET naar Nodebais maar de weg volgen naar de Rue du Grand Brou. Daar aangekomen sta je aan de lijnrechte veldweg met de toepasselijke naam  Chemin des Prés en ben je terug op de spoorbedding. Van mij zouden er wel wat bomen langs mogen maar hij is enkele jaren speciaal ingericht voor wandelaars en fietsers en de berm is ingezaaid met natuurplanten. Rechts heb je een mooi zicht op de Sainte Waltrude kerk van het dorp Nodebais en links zie je de kerktoren van l’Eglise Saint Martin van Tourinnes-la-Grosse.

Waar je de beek Nodebais oversteekt ligt links het natuurgebiedje Le Grand Brou en rechts het recent aangelegde ‘bassin d’orage’ dat er ook al flink als een ecologische zone begint uit te zien. Ik heb er nog geen water in zien staan maar ‘Brou’ betekent moeras en dat beekje kan bij hevige regenval voor flink wat wateroverlast zorgen.

Nodebais- Zwarte Jean – Natuurreservaatje Le Grand Brou – hij of zij wacht op de tram

Het natuurreservaat is sinds 2002 erkend als ‘Réserve Naturelle Domaniale’ en in het dossier lees ik :  « Le site du Grand Brou se trouve dans le Brabant wallon à l’ouest de Beauvechain, entre les villages de Hamme-Mille et de Tourinnes-la-Grosse. Il occupe la plaine alluviale du ruisseau de Nodebais, petit cours d’eau dépendant de la Dyle. On y rencontre une mosaïque de milieux intéressants (prairies humides, plans d’eau, roselières, fourrés, saulaies, etc.) riches d’un point de vue botanique et faunistique. L’endroit est surtout connu pour son avifaune très diversifiée, notamment durant les migrations qui sont suivies par une station de baguage. » Het is eigenlijk maar een zakdoek groot, zeker vergeleken met de enorme camping die er achter ligt en omdat het water erg voedselrijk is zal je er vooral een ruigte aantreffen en niet zoveel speciale planten  maar door de kijkwand aan het meertje kan je naar vogels speuren en soms kan je meedoen aan de sessies om (trek)vogels te ringen. Er zijn al meer dan 100 soorten vogels waargenomen maar als ik kom zie ik vooral eenden en reigers die volgens mij nog op de tram wachten. Van hier gaan we naar het station van Nodebais.

Zwarte Jean – Gare de Nodebais – oude foto
Zwarte Jean – Nodebais – station

STATION NODEBAIS

Van buurttramstation Nodebais vind ik nauwelijks oude foto’s. Ik vind dat merkwaardig want na het grote station in Sint Joris Weert is dat van Nodebais volgens mij het mooiste in zijn soort. Ik vind er ook weinig informatie over. Op pagina 99 van het boek van René Hallet zie je een spoorauto AR 185 in dit Nodebais en daar wordt terloops aan toegevoegd dat dit station waterbevoorrading had. In het boek van Marc Deconinck staat op p.109 en 110 een foto van de Rue de la Station en het stationsgebouw zelf. Het station « comportait, outre l’habitation dont jouissaient le préposé et sa famille, une salle d’attente qui servait également de café ainsi qu’un magasin-entrepôt où étaient stockés matériels ferroviares et marchandises. A l’époque du tramway à vapeur, la présence à proximité de la gare, comme c’était le cas à Nodebais, d’un réservoir d’eau conférait à celle-ci une relative importance ». De stationsstraat, tegenwoordig de Rue de la Liberté ziet er op de oude foto heel wat drukker uit dan tegenwoordig en op het witte huis tegenover het station – met de merkwaardige gevelsteen – staat de vermelding ‘Delhaise et Cie’.

Zwarte Jean – Nodebais – station – de voormalige winkel Delhaize et Cie

Het stationsgebouw staat in het verlengde van de Chemin des Prés, de straat loopt nog even verder tussen de bomen en loopt dan onverbiddellijk dood op een altijd groene haag van de privétuin die over de spoorbedding is aangelegd. Om naar het allercharmantste stationnetje van Tourinnes-la-Grosse te komen moet je een beetje omlopen en van hier tot in La Bruyère is de bedding nergens meer rechtstreeks te volgen maar gelukkig nog wel via een mooi wandelparcours. Sinds 2006 is het gebouw beschermd als monument en dat verdient het ook ten volle. Ik ben er nog niet binnen geweest en ik ben niet zeker dat de eigenaar van het ernaast gelegen Aquiflor ook de eigenaar is van het nu als woonhuis ingerichte station maar het is werkelijk onberispelijk gerestaureerd. Het moet een tijdlang helemaal wit geschilderd zijn maar al die kleur is er weer af en de bakstenen en opschriften zijn weer zichtbaar gemaakt zoals in de tijd dat het voor Zwarte Jean dienst deed. Ook het houtwerk aan de gevel en de dakgoten zien er als nieuw uit in de originele staat. Alleen staan er op de oude foto geen bomen en die zijn er nu wel en zelfs in indrukwekkende omvang. Wie hier woont moet wel een echte liefhebber zijn! Ik denk dat ik nog wel eens zal durven aanbellen om er meer over te weten te komen. Ik heb in elk geval al gehoord dat het gebouw neergezet is boven op een bron dus ik vermoed dat de vestiging van de handelszaak op deze plek niet toevallig is.

Zwarte Jean – Tourinnes-la-Grosse – zicht op de kerktoren en de relais met dezelfde naam
Zwarte Jean – Tourinnes-la-Grosse – zicht vanaf de Rue de Beauvechain op het vroegere tramspoor dat liep juist voor deze huizen langs

VAN NODEBAIS NAAR TOURINNES

Om van het tramstation van Nodebais naar dat van Tourinnes te komen moet je een beetje omlopen want de bedding kan je nergens meer volgen. Pak er graag even de kaart bij, zowel die van nu als die van 1939. Dan zie je dat Zwarte Jean een licht gebogen lijn volgde juist ten zuiden van en evenwijdig met de Ruisseau de Néthen die mooi aangelegd midden door het dorp stroomt. Het tramstationnetje staat een klein beetje verder aan de Rue Leeman. Tourinnes heeft een reputatie als erg gezellig dorp en blijkbaar wil iedereen er komen wonen want er worden hele wijken bijgebouwd. Dat maakt dat om aan het station te komen je in elk geval een klein stukje van de tamelijk drukke Rue de Beauvechain moet volgen tussen de Rue Deprez en de Ruelle Lambert. Vandaar kom je via de Chemin Goffin wel naar de Rue Leeman. Onderweg kom je zelfs een Rue de la Gare tegen maar waar dat op slaat weet ik niet want die loopt dood in heel die gloednieuw gebouwde omgeving en ze zijn er nog niet klaar zo te zien. Als je oplet zie je toch nog wel aan een groene rand waar de spoorbedding geweest moet zijn.

Er zijn nog wat leuke huisjes in Tourinnes vlak aan de Rue de Beauvechain die het station zouden kunnen zijn geweest maar uiteindelijk is het overduidelijk vanwege het opschrift op het gebouw: Station du Vicinal Tourinnes-la-Grosse. Het is nu een privéwoning van mensen die absoluut zorg dragen voor dit heel mooie als monument beschermde gebouwtje.

Zwarte Jean – Tourinnes-la-Grosse – station vicinal – oude foto
Zwarte Jean – Tourinnes-la-Grosse – station vicinal

Ik heb er een oude foto van gezien in het boek van Marc Deconinck (p.123) met het volgend commentaar: “  Le café Jadot, du nom de tenancier, abritait la station vicinale. Le patron était tour à tour cafetier, guichetier, agent de la sucrerie, marchand de charbon et agriculteur. Le bistrot était fréquenté en semaine par les navetteurs ou les agriculteurs utilisent les services des tramways vicinaux et le dimanche, surtout après la grand-messe, par les villageois pour boire un verre et jouer aux cartes. On y buvait de la bière, notamment la Forto brassée à la Franche-Comté voisine, mais aussi du genièvre ”. Vanuit Tourinnes kan je verder naar het station van Beauvechain langs de  straatweg maar ik verkies een veel meer in de natuur gelegen parcours via de zuidkant van de Ruisseau de la Nethen.  Ik verken beide routes.

VAN TOURINNES NAAR BEAUVECHAIN

De reis met buurttram Zwarte Jean gaat onvermoeibaar verder. Vanaf de stations Nodebais en Tourinnes-la-Grosse kan je de bedding niet meer volgen tot aan dat van Beauvechain maar je kan er wel een mooie wandeling van maken. De eerste mogelijkheid is om de Rue de Beauvechain, iets verder de Rue de La Nethen,  te blijven volgen tot aan Rue de la Station. Dan kom je heel wat bezienswaardigheden tegen, onder meer een mooi zicht op de kerktoren en de Relais St.Martin; een opvallend appartementsgebouw met ronde balkons; enkele kleinere oude huizen die best het stationsgebouw hadden kunnen zijn; een grote villa (des Roses); een hoog huis met duidelijk een industriële oorsprong en een opschrift DELTOUR – METAUX (wie vertelt daar de geschiedenis van?), de hoeve/conferentiecentrum France Comté en ongetwijfeld nog een aantal.

Zwarte Jean – Tourinnes-la-Grosse – wie kent de geschiedenis van dit huis?

Ze zijn (bijna) allemaal ‘inscrit comme monument’ met een erfgoeddossier met een technische beschrijving (en meestal een niet zo herkenbare foto) maar dat nooit iets vertelt over de geschiedenis van en de verhalen over deze gebouwen, waar ze ooit voor dienden en wie hun bewoners waren. Voor mij horen materieel en immaterieel erfgoed altijd samen en zo moeilijk moet het toch niet zijn om dat in beeld te brengen want je kan dat altijd opvragen bij de plaatselijke bewoners en heemkundige kringen. Ik beloof terug te komen in het dorp om meer van die verhalen te weten te komen.

Ter hoogte van de Rue de la Station stuit ik op een oude wegwijzer waarop je leest hoe je naar Bierbeek kan en naar Hamme-Mille maar de pijl richting Zwarte Jean is er (symbolisch correct) niet meer, want afgeroest. Hier gaan we naar rechts naar het stationsgebouw van Beauvechain op nr.13. Maar voordat ik daar ben kijk ik nog even binnen in een van de opmerkelijk vele oude vierkantshoeves die je in deze gemeente vindt: de helemaal ommuurde ‘Grande Cense de Gembloux” die vroeger aan de abdij van Gembloux toebehoorde maar nu als privéwoning dienst doet.  Aan de overkant van de hoeve staat een heel hoge villa waarvan je er in de streek hier en daar vindt. Hij dateert van de jaren 20 van de vorige eeuw en de eerste eigenaar was dokter Duchesne die ook burgemeester was. Dankzij Marc Deconinck kan ik een verhaal vertellen over het kleine huisje dat je op mijn foto bij toeval gedeeltelijk ziet aan de linkerkant (denk ik toch, heel duidelijk is het niet). Dat is blijkbaar zijn geboortehuis en familiale hoeve langs de niet meer bestaande ‘Ruelle Collin’:  « mes grands-parents affirmaient qu’elle (la ferme) avait été habitée par une sorcière du nom d’Odile ».

Zwarte Jean – Beauvechain – Rue de la Station – villa Duchesne

Wat er van die heks geworden is vertelt hij er niet bij maar blijkbaar zat in die tijd het dorp er vol mee. Hierna doe ik de wandeling langs de andere kant van de beek.

Om via de natuur van het tramstation van Nodebais en Tourinnes-la-Grosse naar dat van Beauvechain te komen haal je best ook de kaarten er even bij. Moeilijk is dat niet, aan het einde van de Chemin Goffin ga je links de Rue Leeman in en dan weer links naar de Rue de Wavre. Die volg je rechtdoor tot aan de kruising met de Rue de la Station. Vanuit de nieuwe wijk aan het begin stap je langs enkele hele mooie dikwijls holle veldwegen met kasseien en kom je hier en daar nog langs een historisch gebouw zoals de vierkantshoeve Ferme de Gerardmont aan de Rue Berward. Je passeert ook langs een atelier om je fiets te repareren en dat kan ook nuttig zijn op dit soort veld- en kasseiwegen. Het erfgoeddossier zegt over de vierkantshoeve onder meer het volgende:  « Ancienne ferme de Gérardmont. Signalée en 1404 comme fief de la principauté de Liège. Isolée à la limite du plateau et accessible par un long chemin creux partiellement pavé, ancienne ferme en quadrilatère de la 1re moitié du 18e siècle, remaniée au 19e siècle et restaurée au 20e siècle. Autour d’une cour pavée, bâtiments en brique et pierre blanche de Gobertange, peintes côté cour, sous bâtières de tuile. » Zoals zoveel vierkantshoeves in Wallonië heeft het oude goed een eigentijdse bestemming gekregen als manege en ruiterschool. Op de kaart staat hij vermeld als ‘Aquila Farm -Aurélie De Mévius Parelli Professional’.

Zwarte Jean – Beauvechain – Ferme de Gerardmont

Overal staan paarden en voertuigen om paarden te vervoeren en heel moderne sierlijke stallen waar de paarden ook buiten kunnen rondstappen. De hoeve zelf is duidelijk privé en ondanks de grote poort durf ik niet zomaar de koer op te stappen. Om bij het stationsgebouw van Beauvechain te komen moet je op de kruising na deze hoeve wel linksaf slaan want anders loop je de wijde wereld in waar geen enkel huis meer te zien is (ook zeldzaam). Je ziet het dan al snel in de verte aan je linkerkant aan de Rue de la Station. Hierna kom ik er effectief aan en verken ik ook al een beetje de volgende etappe, dat is naar La Bruyère en de militaire basis.

STATION BEAUVECHAIN

In het boek van Marc Deconinck staat een mooie foto van het stationsgebouw van Beauvechain mét een tram ervoor. Bij René Hallet vinden we nog soortgelijke foto’s en er circuleren er ook enkele vrij over het internet. Het gebouw is identiek aan dat van Nodebais dus eigenlijk tamelijk groot in een gemeente die vandaag toch al vijf (!) of zes wanneer je L’Ecluse meerekent, tramstations heeft op dezelfde lijn. Daar moeten dus toch massa’s mensen zijn op- en afgestapt in hun tijd om nog niet te spreken van het  goederenvervoer want op de kaarten zie je dat dit stationsgebouw ook een grote stelplaats moet zijn geweest. Marc’s boek verwijst naar ‘de goede oude tijd’ waarin de tram de plattelandsbewoners een horizon op de grote wereld opende.

off afb\Zwarte Jean – oude foto – station in Beauvechain met tram
Zwarte Jean in Beauvechain – oude foto aan station Beauvechain met tram
Zwarte Jean – Beauvechain – station Beauvechain

Maar het boek bevat ook een leerzame passage over de sociale functie van de stations:  «Au milieu du XIXe siècle, une grave crise agricole sévit avec la maladie de la pomme de terre, la rouille du seigle et la baisse de rendement des autres céréales. L’agriculture entre en phase de mécanisation et occupe de moins en moins de main-œuvre. Vers 1870, plus de 200 ouvriers, tels les maçons, paveurs, scieurs de long, élagueurs, quittent la commune pendant une partie de l’année pour aller au dehors exercer leur profession. Bientôt, la région de Charleroi, en plein essor industriel, attire, essentiellement dans les verreries et les charbonnages, un contingent important de … Beauvechain … à la recherche d’un salaire supérieur. Ils ne rentrent au village, par vicinal, qu’en fin de semaine». De tijden zijn erg veranderd maar ik moest even aan de jonge Vincent van Gogh denken en het probleem van ‘gast’arbeiders is een wereldwijd fenomeen gebleven waar we in ons rijke en overvloed uitstralende landje nooit erg goed mee overweg kunnen heb ik de indruk.

Het stationsgebouw is ook ‘inscrit comme monument’ en het is heel mooi opgeknapt, naar mijn mening wel een beetje té mooi (maar misschien is het wel gewoon héél recent herpleisterd en geschilderd) en voorzien van een poortachtige achterbouw die er volgens mij niet zo bij past. In elk geval vind ik het jammer dat alle opschriften weg zijn. Het dient als privéwoning voor zover ik kan zien maar of het ook een publieke of bedrijfsfunctie heeft staat er niet op.

Zwarte Jean – station Beauvechain – oude foto
Zwarte Jean – Beauvechain oude foto
afb\Zwarte Jean – Beauvechain – zicht op het station van Beauvechain vanaf de kapel aan de Rue de Wavre – je staat op de spoorbedding richting Vossem

In elk geval, door zijn typische stationsbouw en ook al het omdat het schuin staat in het open landschap en omgeven is met grote houten hekken,  valt het nogal op en kan je het al van ver zien. Vanuit de lucht zie je de bedding richting Tourinnes schuin door het veld gaan vlak langs de muur van het Dépôt Communal aan een akker. Richting La Bruyère gaat het overduidelijk de andere kant op naar de Rue de Wavre maar dat zie je beter vanaf de grond. hierna ga ik die kant uit.

OP WEG NAAR LA BRUYERE

Buurttram Zwarte Jean ging vanuit het station van Beauvechain naar dat van La Bruyère, tegenwoordig nog altijd deel van dezelfde gemeente. Dit traject is vandaag de dag zowat het moeilijkste stuk om opnieuw te volgen omdat voorbij de Rue de la Station aan de Rue de Wavre de lijn zich opsplitst in die naar L’Ecluse/ Tienen en die naar Mélin/Jodoigne en er nog maar weinig stukken toegankelijk zijn. Maar daarbovenop is de tweede verbinding geblokkeerd door de luchtmachtbasis in La Bruyère (en is ook het historische wegenpatroon daardoor veranderd). Vanuit de lucht kan je beide tracé’s hier en daar nog wel zien gaan als je lang genoeg getuurd hebt op de oude kaart van 1939 en 1969 maar gelukkig zijn er op het terrein ook wel enkele aanknopingspunten.

Zwarte Jean – heel oude foto van het station van Beauvechain
Zwarte Jean-Beauvechain – de kapel aan de Rue de Wavre staat juist naast het spoor – hij dateert van 1946 en staat nog niet op de kaart van 1939, wel op die van 1969

Vanuit het station van Beauvechain zie je in de verte een witte villa en die richting moet je uit tot aan een kapelletje. Daar ter plekke zie je plotseling tussen twee huizen een beetje een verwilderde veldweg in de richting van de basis en dan weet je dat het spoor daar verder loopt. Een klein beetje verder begin je bij een bomenrand aan de linkerkant te vermoeden dat op die plek de lijn naar Tienen zich met zijn schuine bocht moet hebben afgesplitst van die naar Jodoigne maar die richting kan je vanaf de veldweg niet meer volgen (afgesloten met draad). De veldweg loopt dood op een maisveld en een betonbaan naar de militaire basis. Die baan kan je naar links volgen tot aan de Avenue des Combattants maar ik ga liever terug naar de Rue de Wavre en neem nog even een kijkje bij de oude windmolen voordat ik op de kruising rechtsaf sla om via de Avenue des Combattants naar de Place de la Bruyère te stappen waar ik de oude stationsgebouwen in het dorp verwacht aan te treffen. Onderweg kom ik opnieuw langs die baan naar de basis en ongeveer op die plek kruis ik op een dwarse bomenrand de afgesplitste spoorbedding naar Tienen maar om dat te zien moet je wel erg goed weten waar je bent (staat heel precies aangegeven op de kaart van 1969).

Zwarte Jean – Beauvechain – le Moulin Haccourt aan de Rue de Wavre

De windmolen – genoemd naar zijn eerste eigenaar Jean Lambert Haccourt – is ‘inscrit comme monument’ maar of hij echt beschermd is weet ik niet. Hij dateert van 1895 als de opvolger in steen van een in 1780 opgerichte houten staakmolen en heeft dienst gedaan tot 1914. De wieken hebben de eerste wereldoorlog niet overleefd. Tot in de jaren 1990 was er het landbouwmuseum ‘notre passé agricole’ gevestigd. In het gebouw en in de hangar zouden nog allerlei werktuigen en machines moeten zijn om de landbouwtechnieken van de 19de en begin 20ste eeuw te tonen.  De databank van Molenechos meldt dat het museum ‘provisoirement fermé’ is. De sluitingsdatum en de reden staat er niet bij en het ziet er niet uit alsof het spoedig weer open zal gaan. De molen was in 2015 nog de eigendom van de familie De Streel maar of dat nog zo is weet ik evenmin. Morgen komen we met de tram aan bij de ingang aan die kant van de basis.

Op de kaart van 1904 en die van 1939 zie je de bedding van buurttram Zwarte Jean gaan een beetje links en evenwijdig met de Avenue des Combattants om met een bocht aan te komen op de Place de La Bruyère. Bij de eerste aanleg van de militaire basis in 1936 (of misschien later pas bij de uitbreiding) is die bocht een beetje verlegd naar rechts en reed de tram ten noorden van de Rue des Vallées naar de Place de la Bruyère.

Uit wat ik lees maak ik op dat in die tijd het dorpscentrum er een beetje moet hebben uitgezien als een klein stadje met veel café’s en handelaars en een druk vertier op dat dorpsplein en op dat bij de kerk. Zoals bijna overal was de stationschef tegelijkertijd caféhouder, winkelier en kolenhandelaar, ofwel ‘marchand d’ouye’.

Zwarte Jean – Beauvechain – La Bruyère – gare vicinal – heel oude foto
Zwarte Jean – Beauvechain – La Bruyère – la gare met stoomtram
Zwarte Jean – la Bruyère gare , entre Beauvechain et L’Ecluse , carte postée en 1948 Place de la Bruyère
Zwarte Jean – Beauvechain quartaire de La Bruyère – Place de la Bruyère
Zwarte Jean – La Bruyère – het stationsmagazijn op de Place de la bruyère – op deze foto zie je de ooievaar – het tramspoor richting Mélin liep op ongeveer die plek

De winkel, in plaatselijk taalgebruik ’le botêke’ was tegelijkertijd kruidenier, stoffenwinkel en ijzerhandel. Je kon er alles kopen wat in die tijd noodzakelijk was voor het dagelijks leven en, zegt Marc Deconinck: « l’ordinaire était assuré par les produits du potager et du verger, par les volailles de la basse-cour et par la viande du cochon que quasi chaque famille s’ingéniait à engraisser ». Het dorp ziet er nog altijd gezellig uit en ondanks de aanwezigheid van de 600 ha grote luchtmachtbasis domineert het leger het dorpszicht niet. De Belgische Militaire Luchtvaart begon in 1935 met de aanleg van twee vliegveldjes, dat in La Bruyère kreeg de naam Le Culot (en ook: Hamme Mille) en het andere, bij Beauvechain-Les Burettes, haastig opgericht bij het naderbij komen van de oorlog, werd door de geallieerden ‘Le Culot East’ genoemd.

Beiden kennen een wat somber begin omdat ze al in het begin van de Tweede Wereldoorlog bezet en na een forse uitbreiding op grote schaal gebruikt werden door de Duitse Luftwaffe. Bij René Hallet lees ik dat de Duitse soldaten en hun Belgische Duitsgezinde collega’s gratis met de buurttram reisden. Uiteraard werden de vliegvelden en omgeving zwaar gebombardeerd door de geallieerden (en aan het einde ook weer door Luftwaffe) en daar heeft ook het dorp zware schade bij opgelopen. Vanaf 1948 wordt La Bruyère de thuishaven van de 1st Fighters Wing en sinds 1979 de vestigingsplaats voor de F-16 Fighting Falcon. Dat moet heel wat – dikwijls ook luidruchtige – bedrijvigheid hebben gegeven maar in 1996 zijn de gevechtsvliegtuigen overgebracht naar de Vliegbasis Kleine-Brogel en Florennes.

Zwarte Jean – La Bruyère 2020-06-16 5231 stationstraat en zicht op militaire basis

Sindsdien dient de basis om gevechtspiloten op te leiden, als weervoorspellingsstation, en voor de muziekkapel van de luchtmacht. Sinds 2010 dient de basis ook voor de huisvesting van de gevechtshelikopters van de luchtmacht. Er is ook een museum, het ‘First Wing Historical Center’ maar blijkbaar worden er sinds 2010 geen luchtshows meer georganiseerd.

Op de Place de la Bruyère zijn de stationsgebouwen en een aantal andere historische huizen nog altijd aanwezig maar de grote stelplaats van het verleden is een wat brave groene vlakte en parkeerplaats geworden. Voor zover ik weet is geen van de gebouwen hier ‘inscrit comme monument” wat ik wel merkwaardig vind. Van hier ging Zwarte Jean pal naar het zuiden naar Jodoigne en naar het oosten richting Tienen. Omdat in beide richtingen het tramspoor vooral gaat langs de grotere verkeerswegen houd ik het voorlopig even bekeken met deze reportage want die kant uit is het wel een mooi golvend akkerlandschap maar als voetganger of fietser is al dat verkeer wat minder aantrekkelijk. Zodra ik er meer over weet te zeggen beloof ik de tramreis voort te zetten.

Zwarte Jean – La Bruyère – komt dat tegen … een olifant aan de tramhalte

BESLUIT

De reis met buurttram Zwarte Jean door de vallei van de Ruisseau de la Néthen eindigt hier voorlopig voor de verkenner maar voor de lezer gaat hij nu pas beginnen. Ik heb zoveel mogelijk foto’s verzameld om tegelijkertijd het verleden en het heden te kunnen zien. Ik heb ook op veel plaatsen verteld waar je naar kan gaan kijken langs de vroegere spoorbedding en wie echt geïnteresseerd is kan op al die plaatsen ook de verhalen opzoeken die er bij horen. Sommige van die verhalen zijn veel ouder dan de tram maar andere zijn nog nauwelijks begonnen. Vanaf hier zal je je eigen reis moeten organiseren in  je eigen tijd en eigen tempo en ik vermoed dat je al doende nog heel wat meer zal ontdekken want het is een heel mooie en boeiende vallei en vergeet vooral niet om ‘bonjour’ te zeggen tegen iedereen die je tegenkomt want dat is in deze streek nog de goede gewoonte. Ik wens je daarbij minstens zoveel veel lees- en reisgenot toe als ik zelf heb opgedaan in het opzetting van deze verkenning!

Zwarte Jean – Sint Joris Weert – Hamme-Mille – de bedding ligt op de zwarte stippels
Zwarte Jean – Hamme-Mille – La Bruyère (en l’Ecluse) – de bedding ligt op de zwarte stippels

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Met Stoom en Mazout  “74 Jaar sporen tussen Tervuren en Tienen” – René Hallet; Heemkundige Kring Huldenberg, D/2010/4100/1  (en daar nog verkrijgbaar)

21/06/2015 PAR BRUNO VAN DE CASTEELE

Quand le tram roulait à Beauvechain … (1ère partie)

https://unregardsurbeauvechain.be/tag/tram/

7/06/2015 PAR BRUNO VAN DE CASTEELE

Quand le tram roulait à Beauvechain … (2eme partie)

02/04/2018 PAR BRUNO VAN DE CASTEELE

Il y a 125 ans, ouverture de la première ligne de tram désservant Hamme-Mille : Louvain-Hamme-Mille-Jodoigne

(Un article écrit par Jean-Luc Lecluse, habitant de Hamme-Mille. Cet article fut publié d’abord dans le Contact de la paroisse St Amand d’Hamme-Mille.)

Zwarte Jean – Hamme-Mille-
Zwarte Jean – Hamme-Mille oude foto

Beauvechain au fil du temps – Marc Deconinck – uitgegeven door de gemeente Beauvechain ter gelegenheid van de overgang naar het jaar 2000

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?codeInt=25037-INV-0260-01

Inventaire du patrimoine culturel immobilier – Wallonie

lampspw.wallonie.be › pdf › fiche van het station in Nethen

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/view/BC_PAT/25037-CLT-0001-01 (Savenel)

Robert Van den Haute – Néthen, le “Saint Désert’’ de Savenel – histoire du domaine des orgines à nos jours ; Wavrensia, Cercle Historique et Archéologique de Wavre et de la Région, 1985

Zwarte Jean – Nethen – station – de spoorlijn was er toen al niet meer
Zwarte Jean – Nethen – de spoorlijn was er al niet meer

Tarlier & Wauters: Retranscription: Commune de Néthen

www.echarp.be › twcwav18

http://www.echarp.be/twcwav18.php

Aménagement de la Place de Trémentines et de la traversée …

www.grez-doiceau.be › pcdr › view

PDF

3 okt. 2019 – Fiche : « Sécuriser la traversée de Nethen ». 2. Méthodologie. 3. Table 1 … Proposition de réactiver le trajet de l’ancien vicinal comme Ravel.

Compte-rendu de la réunion « Aménagement de la Place de Trémentines et de la traversée de Nethen » du jeudi 3 octobre 2019

https://www.pcdr.grez-doiceau.be/documents-en-ligne/annexes/liste-des-batiments-remarquables-monuments-et.pdf: (Rue Tirlement 77)

Zwarte Jean – Nethen oude foto – Place de Trémentines

Miradal, Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud, Davidsfonds/Leuven, D/2009/0240/43, ISBN: 978-90-5826-624-8  (nog verkrijgbaar bij Vrienden Van Heverleebos en Meerdaalwoud)

uitgebreid PDF -document over de Pré de Litrange

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=1025

Moulin de Litrange | Moulin de la Forge | Moulin de Fer …

www.molenechos.org › molen

http://ernstguelcher.blogspot.com/2013/04/les-forges-de-moulin.html

Nodebais – Le Grand Brou – zicht op het water vanaf de kijkwand zwarte jean

1770 – Le Grand Brou | Rechercher un site intéressant ou …

biodiversite.wallonie.be › 1770-le-g…

COMMUNE DE BEAUVECHAIN

www.beauvechain.be › view

https://www.rtbf.be/emission/les-ambassadeurs/detail_les-bons-plans-nature-de-philippe-soreil-a-beauvechain?id=9451432

Zwarte Jean – Nodebais – station

(station Nodebais)

(station Tourinnes-la-Grosse)

(stationsgebouw Beauvechain)

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0065-02 (ferme de gerardmont)

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0112-01 (ferme Grande Cense de Gembloux)

afb\zwarte jean beauvechain 2020-06-11 4626 off Zwarte Jean – Beauvechain – Rue de la Station – la ferme Grande Cense de Gembloux

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/presentation/index

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0081-02 (windmolen Haccourt)

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=703

Moulin Haccourt | Belgische Molendatabase | Molenecho’s

http://www.molenechos.org › mo

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/presentation/index

Zoom- en draaibare Googlemaps-link vanaf het spoorviaduct in Sint Joris Weert aan het brugje over La Néthen aan het begin van de weg naar Nethen (Rue Weert-Saint-Georges):

https://www.google.be/maps/@50.7965904,4.6509045,3a,75y,154.09h,85.01t/data=!3m6!1e1!3m4!1s73kvX5sSaGYLHKXo0b7ruA!2e0!7i16384!8i8192

Zwarte Jean – Nethen – je ziet dat het spoor niet doorgaat naar de Rue Maisin maar iets rechts daarvan op een eigen bedding tussen de huizen doorloopt (dank aan Philippe Coget en Karels Smets)
Zwarte Jean – Nethen – Rue de la Station (met bomen, rails en Brasserie des Carmes)

Zoom en draaibare link naar Nethen Station en Place des Trementines:

https://www.google.be/maps/@50.784054,4.6778839,3a,75y,347.62h,91.15t/data=!3m6!1e1!3m4!1sYGwcE8NZa9RzKvKj852jng!2e0!7i13312!8i6656

Draai- en zoombare Googlemapslink naar de Rue Emile Vandervelde 38 waar het tramspoor uitkomt op een weide. Op links zie je de Rue de Hamme-Mille

https://www.google.be/maps/@50.7817674,4.6898185,3a,37.5y,74.99h,86.16t/data=!3m6!1e1!3m4!1sbZS_IcGzmetEljkRvE5IbQ!2e0!7i13312!8i6656

Draai en zoombare link op Googlemaps naar de buurtspoorlijn Leuven-Hamme – Mille ter hoogte van de Rue Delherse (tussen restaurant Valduc en Carrefour Market): https://www.google.be/maps/@50.7849666,4.7200173,524a,35y,260.3h,44.81t/data=!3m1!1e3

Hamme-Mille – aan de Ruisseau de la Nethen -waterzuiveringssation station d’épuration de hamme-mille

Draai- en Zoombare Googlemaps link naar het station in Hamme-Mille:

https://www.google.be/maps/@50.778039,4.7163355,3a,37.5y,326.49h,92.8t/data=!3m6!1e1!3m4!1sd8kHgbOokxfMVCqgncdCZw!2e0!7i13312!8i6656

Googlemaps naar de kruising tussen de Rue de Tourinnes – Rue du Grand Brou en de Chemin des Prés (de veldweg links)

https://www.google.be/maps/@50.7782266,4.7303,3a,75y,168.97h,85.41t/data=!3m6!1e1!3m4!1s09yaw3AkpUZsJ6_TtWfx_Q!2e0!7i16384!8i8192

Draai- en Zoombare Googlemapslink naar het station van Nodebais:

https://www.google.be/maps/@50.7760949,4.7430102,3a,75y,122.16h,90.84t/data=!3m6!1e1!3m4!1sFWEAMs0p7xO982swy6Vsmg!2e0!7i13312!8i6656

Zwarte Jean – Nodebais – station

Draai- en Zoombare Googlemaps link naar het Station Vicinal de Tourinnes-la-Grosse:

https://www.google.be/maps/@50.7780096,4.7557863,3a,75y,108.12h,91.7t/data=!3m6!1e1!3m4!1s2H5ThdTasvG9kxADBHekSg!2e0!7i13312!8i6656

Draai- en Zoombare Googlemaps link naar het Station Vicinal de Tourinnes-la-Grosse:

https://www.google.be/maps/@50.7780096,4.7557863,3a,75y,108.12h,91.7t/data=!3m6!1e1!3m4!1s2H5ThdTasvG9kxADBHekSg!2e0!7i13312!8i6656

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/presentation/index

googlemapslink met luchtfoto van Ferme de Gerardmont:

https://www.google.com/maps/place/Aquila+Farm+-+Aur%C3%A9lie+De+M%C3%A9vius+Parelli+Professional/@50.7751969,4.7632744,169m/data=!3m1!1e3!4m5!3m4!1s0x47c1651084672449:0xccc46ed755bbf1a0!8m2!3d50.7753826!4d4.7626269?hl=nl

zoom- en draaibare googlemapslink naar het station van Beauvechain:

https://www.google.com/maps/@50.7757183,4.772233,3a,75y,67.6h,107.79t/data=!3m6!1e1!3m4!1sHmn27y5gOGza9ClxWkFmwg!2e0!7i13312!8i6656?hl=nl

Zoombare Googlemaps link naar Place de la Bruyère, je kan het spoor van Zwarte Jean nog wel zien links van de Avenue des Combattants ter hoogte van de militaire basis

https://www.google.be/maps/place/Place+de+la+Bruy%C3%A8re,+1320+Beauvechain/@50.7642411,4.7804689,1354m/data=!3m1!1e3!4m5!3m4!1s0x47c16544b45c22f9:0xb4a3afc4d42d0ca6!8m2!3d50.7619341!4d4.7838278

Hamme-Mille – Zwarte Jean – oude foto – trams en bussen vlak voor het stationsgebouw – je kijkt vanaf de taverne aan de Avenue du Centenaire richting Rue René Menada – jaar en fotograaf nog toe te voegen

Trefwoorden: zwarte jean, nethen, beauvechain, hamme-mille, nodebais, tourinnes, la bruyère, buurttram, savenel, nicaise, haccourt, le grand brou, erfgoed, geschiedenis,

DE PERREKAPEL IN BEAUVECHAIN OP DE GRENS MET BIERBEEK (OPVELP)

Beauvechain – de Perrekapel – hij bestaat echt of wat dacht je?

De Perrekapel op de grens tussen Beauvechain en Bierbeek/Opvelp). Net als de rest van Brabant staat de streek van Bierbeek en Beauvechain vol met kleine kapelletjes. Sommigen daarvan zijn zelfs beroemd zoals de Gosin-kapel in Nodebais vanwege de keramieken van Max Vanderlinden of alleszins heel bekend om hun ouderdom zoals la Chapelle Saint Corneille en la Chapelle au Rond Chêne in Mille. In diezelfde omgeving staat er ook nog de Sint-Bernarduskapel in de holle weg voorbij het gehucht Mollendaal en het Rachierhof. Minder bekend maar misschien belangrijk in het verhaal dat volgt is de heel charmante Kapel van het Heilige Aanschijn (ofwel Karmel-kapel) vlakbij de vroegere windmolen op de kruising tussen Oude Geldenaaksebaan en de Smisstraat in Bierbeek-dorp. En zo kan je nog wel even doorgaan en dat is ook de moeite waard want al deze kapellen lenen zich voor mooie natuurwandelingen en maken deel uit van verleden en heden van onze streek. Maar wie in Bierbeek of Beauvechain (laat staan daarbuiten) kent de Perrekapel? Lezer Wouter van den Bril stelde me deze week deze vraag en omdat ik er nog nooit van had gehoord ben ik uit nieuwsgierigheid maar eens snel op zoek gegaan om foto’s te maken en er iets meer over te weten te komen.

Even dacht ik met een compleet mysterie te maken te hebben maar al vrij snel zijn de sluiers opgelicht.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel

De kapel zelf heb ik gevonden. Hij staat aan de rand van het Perrebos tussen de bomen. Vanuit het veld zie je er niets van. Op oude kaarten zal je hem niet vinden maar op de Open Street Map (internet) en de meest recente gedrukte topografische kaarten van het NGI staat hij aangegeven met een kruisje zowat midden tussen de Perrestraat in Opvelp en de Rue de Mollendael in Beauvechain maar wel juist aan de Franstalige kant van de taalgrens. Op de kaart staat er geen enkele pad naartoe aangegeven maar op het terrein wandel je er wel gemakkelijk naar toe vanaf de Rue de Mollendael en daar stuit je zelfs op een verroest bordje ‘promenade vers la chapelle’ hoewel je op die plek een bramenveld zou in moeten gaan om er te geraken. Gelukkig wisten jagers me de juiste weg te wijzen. Je komt er ook te voet door het bos vanaf de Perrestraat maar dan moet je over privéterrein. De kapel ligt in een privébos en is overduidelijk een privé-kapel. Anders dan alle andere kapelletjes in de omgeving is het er een met een volledige kruisweg hoewel op het terrein al de mooie prenten met bramen overwoekerd zijn. Die kruisweg vind je op bijna geen enkele kaart aangegeven, alleen maar in een hoekje van de NGI-kaart Beauvechain-Tienen blad 32/7-8) waar je de kruisjes ziet staan in het ‘Bois de Peer’. Over de kapel zelf vind je zelfs na grondig zoekwerk slechts één verwijzing op het internet van een groepje hondenwandelaars in 2014 die er ook niets van weten en zich afvragen wat die kapel hier staat te doen en wie hem gezet heeft. In Beauvechain is hij zelfs helemaal onbekend.

Beauvechain – het eerste bewijs dat de Perrekapel inderdaad bestaat en dat je op de goede weg bent

Voordat ik verder inga op het  verleden en heden van de Perrekapel tussen Bierbeek en Beauvechain zoek ik nog naar een verklaring van het woord ‘Perre’. De kapel staat in het Perrebos. Historische namen in onze streken zijn altijd verbonden met het landschap, het gebruik of met de eigenaars en dat is op deze plek niet anders: achter Vuilenbos, Smisveld, Zwartenhoek, Stoquoi, Culot, Hazenberg en La Misére verbergen zich verhalen die de moeite waard zijn om te bewaren. Bossen worden dikwijls naar vroegere eigenaars genoemd zoals het nabijgelegen Remmelenbos dat op de kaart Vandermaelen van 1846 als ‘Bois Philippe’ ou ‘Reemelenbosch’  staat aangeduid. Hoewel de naam ‘Vandeperre’ tamelijk gebruikelijk is lijken Perrebos en Perreveld niet te verwijzen naar een historische meneer (of familie) Perre, Pierre of Peter (en ook niet naar een ‘peerd’ of ‘paard’) maar naar het vlak er boven gelegen gehucht Perre. De naam komt niet voor op de oude kaarten voor zover ik die kan raadplegen maar dankzij studiewerk van Opvelps natuurgids Rik Convents weten we dat het vermoedelijk zoiets betekent als ‘omheinde plaats’ of ‘afgesloten ruimte’, afkomstig van het Middelnederlandse ‘perrik’ en het Latijnse ‘parricus’ waaraan we ook het woord ‘park’ en ‘perk’ (en ‘beperkt’, ‘beperken’ en misschien ook ‘perceel’) te danken hebben. De naam ‘Vandeperre’ of ‘Perre’ ontstaat dan doordat de plaatselijke bevolking er dat van maakt door een verschijnsel dat taalkundigen ‘klinkerrekking’ noemen. Het Perreveld staat voor de eerste keer op de kaart Vandermaelen, de huizen in de buurt staan 100 jaar later op de NGI-kaart van 1969 vermeld als het gehucht Perre en op diezelfde kaart is het Perrebos verfranst tot ‘Bois de Peer’ (wat taalkundig op niets slaat).

Beauvechain op de grens met Bierbeek (Opvelp) – judaspenning aan de Perrekapel

Ongetwijfeld waren gehucht en veld in het verleden van een omheining voorzien (waarschijnlijk nog altijd) maar of dit ook zo was voor het bos weten we niet (nu niet meer in elk geval). Alle aanvullingen en andere bedenkingen welkom. Deze namiddag vertelde me iemand nog dat het woord perre in Bierbeek ook een draaihekje is om ergens binnen te geraken. Ik heb over die kapel ondertussen ook al wat andere aanwijzingen binnengekregen.

Mijn verhaal over de ‘geheimzinnige’ Perrekapel tussen Beauvechain en Opvelp (Bierbeek) levert vanuit Beauvechain niet zoveel geen inhoudelijke reactie op maar vanuit Bierbeek is krijg ik best wel veel commentaar waarvoor dank. Daaruit maak ik op dat de kapel met de kruisweg met zijn 14 fiere staties oorspronkelijk is opgericht in 1987 door Opvelpenaar en (naar ik vermoed) dan eigenaar van het Perrebos, Roger Branson, vermoedelijk bijgestaan door Omer Abts, eveneens van Opvelp, als dank voor de genezing van een dierbaar familielid. De kapel wordt toegewijd is aan ‘O-L-Vrouw-van-de-Wonderdadige-Medaille’, of ook wel de kapel van ‘Jezus en Maria’ genoemd. Haar beeld staat aan de voorkant van de kapel achter het glas. Je kan het niet heel goed meer zien maar het is mooi. Wie het gemaakt heeft weet ik niet. De beelden aan de achterkant zijn die van de patroonsheiligen Sint Antonis (Antonius van Padua) en Sainte Rita. Op stenen platen aan de zijmuur staat in een mooi handschrift ‘en souvenir de notre cher Doyen A.Englebert 1993’ en ‘medestichters Jeanne Ombelet, +12-02-1996 echtg. Jules Boogaarts’.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel – St.Antonius en Ste.Rita

Pastoor (l’Abbé) André Englebert was in die tijd deken van Beauvechain dus ik vermoed dat hij de kapel, gelegen op zijn grondgebied,  ingezegend heeft. De andere namen zijn in de streek bekend maar ik weet er nog niets over.

Het Christusbeeld in de glazen nis bovenop de kapel is een processie beeld dat in 1906 is aangekocht door de Opvelpse pastoordeken Camiel Weicherding. Zelfs vanaf de grond valt op dat het een heel mooi gelaat heeft met blonde haren en gekleed is in een lang wit gewaad. Op het hoofd staat een gouden stralenkrans en daarin zou de volgende inscriptie moeten staan ‘EENVOUD LIEFDE BETROUWEN’. Lezer Koen Herregodts vertelt dat het destijds op kermiszondag uitgedost werd “met een prachtig kleed in rode veloers, op een berrie geplaatst en door het dorp gedragen tijdens de kermisprocessies op Drievuldigheidszondag”, dat is ieder jaar op de eerste zondag na Pinksteren. Bij die gelegenheid werd de berrie gedragen op de schouders van de jongens van de Boeren Jeugd Bond (B.J.B.). Na de processie werd het altijd opgeborgen op de kleine zolder van de Opvelpse parochiezaal. Op een kwade dag is het bij die gelegenheid in stukken gebroken. De brokstukken hebben vele jaren lang op de zolder gelegen en zouden waarschijnlijk bij een opruiming verloren gegaan als Roger Branson niet had gevraagd aan en de toestemming had gekregen van de toenmalige kerkfabriek om het te mogen bewaren en te laten restaureren.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – de Perrekapel

Zo gebeurde en na de restauratie is het beeld in de speciaal aangebrachte dakkapel geplaatst tijdens een eucharistieviering ter gelegenheid van het hoogfeest van OLVrouw Hemelvaart op 15 augustus 1997. Bij die gelegenheid werd de vernieuwde kapel ingezegend door pastoordeken Fons D’Hoogh uit Bierbeek (overleden in 2013).

Een lezer met jachtrechten in het gebied wijst er in een wat onverwachte negatieve reactie op dat het Perrebos met delen van de omgeving de privé-eigendom is van de huidige eigenaar van de vierkantshoeve Berkenhof en dat je er dus niet zonder toestemming door mag wandelen en dat het zeker ongewenst is om daar in groep veel lawaai te komen maken (ik dacht niet daar al voor te hebben opgeroepen maar soit). Hij heeft natuurlijk een punt op het vlak van overlast maar dat is overal zo in de natuur. Maar aan de andere kant is het ook zo dat traditionele bospaden openbaar zijn zolang ze niet met de wettelijk voorgeschreven borden zijn afgesloten.

Het is een probleem dat je wel vaker tegenkomt met jagers: die hebben nu eenmaal niet zo graag pottenkijkers in hun jachtgebied en komen dan aandragen met de boodschap dat het ecologisch waardevol en kwetsbaar gebied is en dat er dus beter niemand komt.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – in het Perrebos – bij een kruisweg stel ik me toch iets anders voor

Wat betreft het Perrebos klopt deze redenering niet echt. Het is een bos van allemaal mooie dennen, een perceel met essen, nog een perceel met populieren en wat boskersen die daar ooit geplant zijn om hout op te leveren maar verder geen speciale natuurwaarde hebben. Op een paar stukjes van het bos staat wat gemengd loofhout en dat is op natuurvlak wel interessanter maar op zich niet kwetsbaar.

De ondergrond bestaat uit een woekergewas van bramen dus zo ecologisch is dat ook al niet. Het terrein is op zichzelf helemaal niet kwetsbaar, toch niet zolang je er niet met moto’s en quadsen doorrijdt en zelfs dan, het is nogal droog en kan best wel wat hebben. Er lopen dieren rond, vooral van het soort waar jagers op hun manier van houden zoals reeën en vossen (en eventueel everzwijnen). Er is geen bosrand en het bos is omringd door maisakkers en soortgelijke moderne landbouwbiotopen die ecologisch eigenlijk bedorven zijn.

Ik heb ze daar zien en horen jagen: de klassieke drijfjacht waarbij tientallen brullende en trappelende mannen op een lijn en vergezeld van hun voor de gelegenheid loslopende honden de weinige hazen die er nog zijn en wellicht ook vogels (fazanten? patrijzen?) moeten opjagen opdat andere mannen met geweren die op hun gemak kunnen afmaken.

In feit is deze manier van jagen geweldig verstorend voor de natuur om het alle dieren opjaagt en niet alleen degenen die ‘beheerd’ moeten worden. In feite is het merkwaardig dat het afsteken van vuurwerk op oudejaarsnacht op zo grote bezwaren stuit en het geknal van jachtgeweren nauwelijks.

 In feite zou het de moeite waard zijn om heel dit gebied over te laten aan een organisatie zoals Natuurpunt of – in dit geval Natagora – om er een echt natuurgebied van te maken. In de omgeving komen er hier en daar de dassen weer terug naar hun oude burchten en dat  is een belangrijke meerwaarde voor de natuur en waar die zich vestigen is bescherming ook echt wel nodig. Dat wil zeggen dat passerende wandelaars  hun honden ferm aan de moeten lijn houden (net als de jagers overigens).  Maar dassen moeten vooral beschermd worden tegen de kwade wil van boeren en buitenlui die dassen nog altijd als een kwaad beschouwen en ze vergiftigen of die tot taak hebben de holle wegen te ‘onderhouden’ en daarbij uit onachtzaamheid de dassenholen vernielen.

Maar in een natuurgebied kan er alleen nog eventueel eens gejaagd worden uit noodzaak in het kader van wildbeheer  en dat is lang zo leuk niet als de jaarlijkse sportjachtpartijen.

In elk geval is het Perrebos ontoegankelijk vanwege de bramen dus zonder pad kan je er in elk geval niet door en dat lijkt me ook een goed idee want het is waar dat bezoekers overlast bezorgen, ook al door hardnekkig hun afval achter te laten en door hun honden los te laten lopen.

Beauvechain op de grens met Opvelp – Een biovarkensbedrijfje vlak naast de Perrekapel

De kapel zelf ligt echter helemaal op een hoekje aan het eind van een kennelijk openbaar pad vanaf de Rue Du Mollendael  achter een bordje ‘Promenade de la Petite Chapelle’ voorbij een gloednieuw bio-varkensbedrijf(je) en is omringd door klassieke maisakkers dus ik zie niet goed wat je als rustige natuurliefhebber langs die kant kan misdoen als je er eens een kijkje gaat nemen. Er komt nauwelijks volk langs, er staat een vuilnisbak (met één doos met het opschrift patisserie) maar er is opvallend weinig afval te zien, er zijn geen sporen van vuurtjes en zelfs graffiti  kom je er nauwelijks tegen.

De oprichter van de kapel, Roger Branson is de zoon van Florent Branson, geboren in Opvelp. Florent had een bloeiende beenhouwerij in Leuven maar in Opvelp was hij bekend als jager ‘den duc’. Roger is zijn zoon (Den jonge Duc) en hij zal trouwen met Monique Leclercq de jongste dochter van Maurice Leclerq van de welbekende Opvelpse vierkantshoeve Berkenhof (lebecq). De familie Leclerq levert tot 1964 generatie na generatie de burgemeester voor het tot dat jaar zelfstandige Opvelp. Na de inzegening in 1997 zijn er nog tot in de jaren 2004-2005 regelmatig vieringen gehouden, telkens op 15 augustus maar ook wel bij andere gelegenheden. De bedoeling was om gelovigen van beide kanten aan de taalgrens bijeen te brengen en ik begrijp dat dit in beperkte mate ook wel is gelukt.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – vanit het Perrebos – zicht op het Remmelenbos

Roger Branson, ondertussen op de gezegende leeftijd van 81 jaar schrijft hierover zelf het volgende: “Er bestaan nog vele foto’s en dia’s en echte schilderingen van de kruisweg. Op 15 augustus kwamen mensen uit de streek bidden en de mis volgen. De mis werd zelfs geleid door drie pastoors. Mensen uit Bevekom en Opvelp kwamen de mis volgen. Na de viering werd een glas gedronken en wafels uitgedeeld die door Monique waren gebakken. Monique heeft zelf Jezus in de bovenkapel geplaatst met en in de schup van een bulldozer. Op de laatste viering hebben al de aanwezigen Maria op hun schoot genomen en omarmd, het was gelijk een afscheid van onze lieve vrouw. Het dagblad L’Avenir was ook telkens aanwezig met een verslag over het verloop. Na de mis bleven Walen en Vlamingen in gesprek met elkaar … En met kerst hing de verlichte komeet in de bomen en je kon de ster zien branden tot in Opvelp. Tijdens het opkuisen zijn we verjaagd geworden door een drietal jongeren met slechte bedoelingen en we zijn niet meer durven terug te gaan. En zo is er een einde aan gekomen.” Van andere kanten hoor ik dat het zingen tot op de Hazenberg te horen was en de hierboven aangehaalde op natuurbehoud gestelde jager klaagt zeer uitdrukkelijk over het ‘lawaai’ van deze openluchtvieringen. Dat lijkt me opnieuw nogal kort door de bocht en zeker als het gaat om vieringen die georganiseerd worden door en/of met toestemming van de eigenaar van het stuk natuur zelf, in dit geval het Perrebos. Of mag je nu zelfs in je eigen bos niet meer zingen?

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel

Aan die vieringen namen blijkbaar ook mensen deel die voordien betrokken waren bij Bohan-broederschap in de Karmel-kapel in Bierbeek maar dat moet ik nog eens verder uitzoeken.

Waarom na al die inspanning om zo’n groot bedevaartsoord te bouwen de actieve vieringen al weer zo snel verloren zijn gegaan is me niet duidelijk. Het kan toch niet alleen een kwade tussenkomst van jongeren zijn die de deelnemers zo heeft afgeschrikt? Tot nader orde houd ik het er op dat in de wisseling van de tijdsgeest de traditionele godsdienstuitoefeningen de jongere generaties niet meer op dezelfde wijze aanspreken. Aan de andere kant komen er rond de in de omgeving gelegen kapellen (Au Chêne-Rond, Corneille) nog alle jaren mensen samen. Misschien is het ook zo dat de taalgrens meer en meer een echte grens geworden is die mensen uit de naastgelegen gemeenten nog maar moeilijk oversteken, laat staan om contact te zoeken met bewoners aan de andere kant.

Hoe het ook zij, met het verloren gaan van de vieringen en met het ouder worden zijn Roger en zijn vrouw nog wel langs gekomen maar het onderhoud van de kapel was er teveel aan. Maar, zegt Roger “als het mag kan er terug een pareltje van gemaakt worden”. Monique is sinds 2014 overleden en ik denk dat Roger sindsdien hun kapel niet meer bezocht heeft. Dus er is geen andere mogelijkheid dan dat een volgende generatie het zou overnemen.

Beauvechain/Bierbeek (Opvelp) – Perrekapel (een van de staties)

Alleszins is het toch wel jammer dat het geheel er nu verloren en vervallen bijstaat. De kapel zelf zal het nog wel een tijd uithouden want die is opvallend robuust gebouwd op een soort rots van arduinen natuursteenbalken die nu allemaal zwaar bemost zijn. De prenten op de staties zijn nauwelijks meer zichtbaar maar ze zijn vastgemaakt aan stevige betonnen palen die wel voor de eeuwigheid lijken bedoeld te zijn. Het hout van de banken is verrot maar de betonnen draagsystemen trotseren probleemloos de tand des tijds. Onder de bramen bloeien nog de bloemen van de vroegere tuinaanleg. De beelden staan in hun glazen nissen alsof er toch af en toe eens iemand langs komt om ze schoon te maken. Ook als je niet gelovig bent en niets moet hebben van kapellen is het een plek waar je als voorbijganger kunt zitten en in de natuur even tot rust  komen. In elk geval, op deze plek in het bos stoor je daar helemaal niets en niemand mee. Misschien kunnen die van Beauvechain en van Bierbeek binnenkor eens samen een initiatief nemen om dit stukje recent verleden een zinvolle herbestemming te geven?

Beauvechain – Perrekapel met kruisweg op de topografische kaart Beauvechain-Tienen (blad 32/7-8)

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://www.dogsfriendly.be/mijnforum/index.php?topic=12485.0

link om oude en nieuwe kaarten op elkaar te leggen:

https://play.osm.be/historischekaart.html#9/51.0526/4.3616/osm

mijn reportages op facebook en de daarop binnengekomen reacties

Beauvechain – vanaf de Perrekapel kijk je op de Chapelle au Rond-chêne

Trefwoorden: opvelp, bierbeek, beauvechain, kapel, perrebos, roger branson