OP STAP IN HET LAND VAN DE GOBERTANGE – OP VERKENNING IN MELIN EN SAINT REMY GEEST

Uitgelicht

Januari 2021 

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher@telenet.be

Mélin – Eglise Notre Dame de Visitation

Het dorpje Mélin vlak over de taalgrens vind je op de kaart een klein beetje ten noorden van de Chaussée de Wavre tussen de luchtmacht basis Beauvechain en Jodoigne. Je kan het niet missen want het rijst als een rots van witte gobertange-kalksteen op uit een zee van akkers. Als de zon zijn licht laat schijnen op ‘L’église Notre-Dame de la Visitation’  en de enorme vierkantshoeve La Hesserée kan je je al goed voorstellen dat het dorp sinds september 2020 officieel is uitgeroepen als ‘het mooiste dorp van Wallonië’. Om het daarmee wel of niet eens te zijn moet je er natuurlijk naar toe. Zeker is dat zeer veel en ook gewone huizen gebouwd zijn met de plaatselijk gedolven gobertange en dat is uniek.

Hoewel ik op het internet een overvloed vind aan toeristische aanbevelingen met een wijnfeest, een tuinfeest, ambachtelijke tentoonstellingen en fietstochten, krijg ik toch de indruk dat het in Vlaanderen niet erg gekend is want veel toeristen ben ik er nog niet tegengekomen. Op het mooie dorpspleintje met mooie lantaarns rond het oorlogsmonument staat zelfs geen op de dorpelingen zelf gerichte winkel en slechts één café. Het kleine Atelier Mélin (niet in gobertangesteen) ging blijkbaar open in juli 2020 als een culturele boerenbistro en ontmoetingsplaats voor dorpelingen en bezoekers. Ik zag lovende opmerkingen voorbijkomen maar ik ben er nog niet binnen geweest.

Saint Remy Geest – de Gobertange

Van mij mag het massatoerisme hier wel wegblijven want erg groot is het dorp niet en mijn ervaring leert dat een overmaat van op vermaak gerichte bezoekers al snel leidt tot een verstikkende verzadiging die het historisch en landelijk karakter van zo’n plek naar de knoppen helpt. Zo te zien aan de huizen en hoeves hebben de inwoners ook niet echt aanvullende inkomsten nodig. Ik vind niet uit hoeveel inwoners deze deelgemeente van Jodoigne heeft maar ik denk ergens tussen de duizend en tweeduizend maar van het beperkt aantal gebouwen in het dorp zijn er maar liefst 115 openomen op de Waalse lijst van het Waardenvol Bouwkundig Erfgoed. Ik denk wel dat er in onze tijd veel nieuwe huizen bijkomen dus ik hoop dat er een lezer is die over het inwonersgetal iets meer weet (dank!).

De nogal afgesloten poel in het dorp onder de historische Ferme Blondeau (Ferme du Tilleul) is volgens de kaart een van de bronnen van de Ruisseau de Gobertange, een bijna droogstaand en aan de bron ingebuisd waterloopje dat een beetje naar het noordoosten zo’n 2,2 km verder tussen Saint-Remy Geest en Zétrud-Lumay uitmondt in la Grande Gette (Grote Gete) richting Hoegaarden. Een andere bron is iets naar het zuiden in het dorp in een wei aan de al even historische Ferme de Risbais (Rue des Beaux Prés 4).

Mélin – Ferme de Risbais

Mélin maakte lang deel uit van het Graafschap Leuven, later het Hertogdom Brabant, werd dikwijls geplunderd en verwoest tijdens de godsdienstoorlogen en had tussen 1568 en 1576 zelfs een protestantse seigneur, Thierry Bouton. Volgens sommigen verwijst de naam Mélin naar het feit dat het vroeger een plek was waar rechtszittingen werden gehouden ofwel ‘mâls’ (Mallum) en in het Vlaams wordt het dorp daarom – door sommigen nogal koppig – Malen genoemd hoewel ik niet denk dat er nog maar iemand uit de streek is die deze naam gebruikt.

Aan die oude tijd herinneren in Mélin nog zijn ‘Arbre de la Justice’ op het ‘Champ de Justice’. Neem de kaart er even bij en dan zie je dat je van de Ferme de Wahenge in Beauvechain aan de zuidkant van de rand van het ‘Bois en Haut’ op een splitsing komt met paden naar ‘Maison du Bois’ naar het zuiden (Sart-Mélin) en door het bos terug naar L’Ecluse in het noorden. Mijn aandacht wordt echter getrokken door een aanduiding ‘Champ de la Justice’ recht naar het oosten richting Mélin. Bij zo’n term hoort een ‘arbre’ en jawel, op een wat oudere kaart, die van 1873 staat er een ‘arbre de la justice’ en als je dan toch bezig bent met kaarten zie je hem ook op de kaart van Ferraris van 1777 (Arbre de la Justice de Mellain).

van de Ferme de Wahenge naar de Arbre de la Justice in Mélin

Ook zonder die bij je te hebben zie je hem al uitsteken in het verder zo goed als haag- en boomloze landschap vanaf de veldweg door de akker vlak na het bos als een baken voor de reiziger dus je kan het niet missen. Naarmate je dichterbij komt worden de contouren steeds duidelijker en tenslotte sta je er onder op de kruising tussen de Rue de Sclimpré en de Chemin des Hoegardiers. Zoals gebruikelijk bij een eeuwenoude alleenstaande bakenboom ziet hij er zo grillig en grimmig uit als het maar kan met takken die naar alle kanten uitsteken en sporen van blikseminslagen op verscheidene plaatsen. In de top hangt een grote maretak. Alleen lindes overleven zo’n groeiplek en deze wordt al in 1873 beschreven door Tarlier en Wauters  in hun boek ‘Géographie et histoire des communes belges’ als een ‘Tilleul (Tilia europaea) …. Appelé du pendu’.

Volgens een andere bron ‘Il a ombragé la potence et abrité les colonies de corbeaux chargés de dépecer les cadavres des condamnés balancés au bout de la corde.(…)A Mélin, de ces arbres élus comme divinités, chez les Gaulois et les Germains, appropriées ensuite par la religion chrétienne pour chasser les anciens cultes, le tilleul de la ‘Justice’ est le seul arbre qui reste (…).’ (Mélin, son histoire, ses légendes, ses vieilles pierres,T1-A.Lefevre). Hoe oud deze boom is weet ik niet en hoeveel mensen er in hebben gehangen en wie het recht had over de ‘haute justice’ in de streek en tot wanneer daar ben ik ook nog niet helemaal achter.

Mélin Ferme Blondeau – Ferme du Tilleul

Over de geschiedenis van Mélin maak ik even gebruik van een tweetal bronnen (zie de link). Het dorp Mélin ontstond in een zeer oude tijd, op de plaats waar het pad van Jodoigne naar Leuven de rivier de Gobertange kruist. Dankzij zijn ligging op het vruchtbare leemplateau heeft het dorp een zeer rijke geschiedenis.  In 1834 werden twee skeletten uit de Merovingische periode gevonden. Tegen het jaar 800 worden op initiatief van de Abdij van Kornelimünster bij Aken grote delen van het plateau tot zover als Hoegaarden ontbost en omgevormd voor de landbouw. Op wereldlijk vlak wordt vanaf 953 het dorp Mélin als gevolg van de splitsing van Lotharingen deel van het Graafschap Leuven. In 1219 staat de Akense Abdij een deel van de omgeving af aan de Abdij van Ramée in Jodoigne die dan al een domein bezit in Sart-Mélin. In 1284 verkopen de graven van Leuven – sinds 1106 de hertogen van Brabant – het dorp Mélin met alles er op en er aan – met inbegrip van alle niveaus van rechtspraak – aan Gerard van Luxemburg die in ruil afstand doet van het hertogdom Limburg.

Vanaf dan is de streek van Mélin een leen waarvan de eigendom van generatie tot generatie overerft van de ene grote familie naar de andere tot aan de Franse Revolutie. Tussen 1349 en 1351 woedde de zwarte pest in het dorp.

Mélin – Atelier Mélin

Van 1568 tot 1576 heeft Mélin zwaar te lijden van de godsdienstoorlogen, vooral omdat Thierry Bouton, de Seigneur  van die tijd zich tot het protestantse geloof bekeert. De kerk en de Curie worden afgebrand. De eeuw daarna wordt het dorp gedecimeerd als gevolg van de oorlogen van de Franse Koning Lodewijk XIV. Daaraan komt een einde met het verdrag van La Barrière van 1715 waarbij al onze gewesten onder Oostenrijkse heerschappij worden gebracht. Wat volgt is een periode van vrede, bloei en heropbouw die ten einde komt in 1793 met de komst van de Fransen.

Al die tijd tot op heden wordt het dorp en de streek gekenmerkt door de landbouw met grote akkers, pachtovereenkomsten en vierkantshoeves. Maar daarnaast komt ook de mijnbouw tot bloei met de uitbating van de Gobertange kalksteen. In een gebied van ongeveer 2500 hectare tussen Mélin en Saint-Remy Geest ontstaan talloze groeves en wie daar alles over wil weten, schaft zich best het in 2019 uitgebrachte boek ‘La Pierre de Gobertange’ aan van Joseph Tordoir en zijn team (zie de link).

Ik had graag nog wat meer willen vertellen over de eigentijdse geschiedenis na de komst van de industriële revolutie, de landbouwhervormingen als gevolg van de massaproductie, de concurrentie van de ‘Franse steen’, de wereldoorlogen, de uittocht naar de Verenigde Staten, de aanleg van de grote wegen en de betekenis van de ‘vicinal’ voor het dorp maar dat zal moeten wachten.

Place Mélin

Mélin is zeker een mooi dorp. De witheid van de gobertangesteen waarmee de huizen gebouwd zijn draagt daaraan natuurlijk bij. Uit wat ik lees en zie op oude foto’s was dat in het verleden helemaal niet het geval en waren de huizen en hoeves ook niet zo mooi gerestaureerd. Blijkbaar is het vooral door de komst van nieuwe bewoners in onze eigen tijd die met hun geld en behoefte aan decoratie het uiterlijk van het dorp hebben opgekrikt tot wat je nu ziet.

Met Gobertangesteen zijn overal in Europa fantastische werken tot stand gebracht maar het verhaal van de groeves in deze streek en hun arbeiders is niet uitsluitend een successtory.

Feit is dat de steen in de streek al door de Romeinen werd ontgonnen als bouwmateriaal voor villa’s en kasseien maar ook voor decoratie, vooral omdat het ondanks zijn hardheid relatief gemakkelijk te bewerken is. Sinds de middeleeuwen wordt de steen gebruikt voor kerkelijke en wereldlijke gebouwen van aanzien en vanwege deze enorme vraag is heel de streek bezaaid met ondergrondse en bovengrondse groeves. Gobertange wordt met de hand gewonnen en op oude foto’s zie je wel dat dit een kwestie van vaardigheid is maar ook van gevaar en stof voor de werklieden die tegen een schaarse beloning in de nauwe putten tot 15 meter diep moesten zwoegen om de steen uit te breken en aan de oppervlakte te brengen.

De Franse revolutie veroorzaakt een eerste crisis door het ineenstorten van de markt van prestigieuze gebouwen zoals kloosters en paleizen. Nadien herstelt de sector zich wel maar door de opkomst van de industriële revolutie komen de eigenaars van de betrekkelijk kleine en arbeidsintensieve groeves in de streek onder druk te staan met veel faillissementen tot gevolg waarbij kleinere groeves worden opgeslorpt door de grotere.

Mélin – ook de gewone huizen zijn in gobertange

Naar ik begrijp is het vooral de concurrentie van ‘Franse Steen’ die problemen veroorzaakt. Met de aanleg van spoorwegen wordt die vanuit Frankrijk op grote schaal ingevoerd – onder meer uit de streek van Lyon –  aan goedkopere prijzen en die heeft ook het natuur-voordeel dat het in veel grotere brokken kan bewerkt worden dan de steen uit de ondergrond van Jodoigne.

In de 19de eeuw telt Mélin nog een vijftigtal gobertange-bedrijven. Halverwege die eeuw is er een ware uittocht van steenhouwers naar de VS, met name naar Chicago om daar aan de wederopbouw na een enorme stadsbrand mee te helpen. Het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw brengt sociale spanningen maar ook de concurrentie van moderne niet-natuurlijke bouwmaterialen zoals beton.  In 1947 zijn er nog maar zes ‘putten’ en in onze eigen tijd is er nog maar één bovengrondse groeve actief, de ‘Carrière de Gobertange’ van de in 1998 gevormde (familiale) S.A. Bernard Pierrot en Fils aan de Rue du Hussompont. Op het terrein van de vroegere Ferme Binard – de vierkantshoeve wordt gerestaureerd – legt de onderneming zich toe op de productie van stenen voor de restauratie van oude gebouwen, met name ook voor het vervaardigen van beeldhouwwerken en andere kunstzinnige toepassingen. Op foto’s en vanuit de lucht ziet de groeve er indrukwekkend en diep uit maar ik hoop nog op een intro om hem eens te bezoeken voor een reportage. Maar ondertussen is de belangstelling voor Gobertange-steen aan een ferme opleving toe dus het ziet er naar uit dat er een nieuwe glorietijd aanbreekt. Bovendien zie ik berichten dat delen van de groeve een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenen op allerlei zeldzame kalkminnende planten en dat zou ik ook weleens willen zien.

Mélin – Carrière de Gobertange – ferme Binard

Van alle bezienswaardigheden is de dorpskerk ongetwijfeld de bekendste, al was het maar omdat je het statige gebouw al van ver op zijn heuvel kan zien staan. Je raakt zeker onder de indruk als je voor de poort onder aan de trappen staat en hem ziet oprijzen tussen de muren van het er omheen gelegen kerkhof en de opvallende Lourdesgrot aan de linkerkant. Op het bordje aan de ingang lees je (met wat aanvulling) dat de parochiekerk ‘Notre Dame de la Visitation’ samen met de pastorie en ‘la Cense du Seigneur’ (dat is nu de ernaast gelegen Ferme de Risbais) het hart was van het vroegere leengoed Mélin. Het huidige gebouw in baksteen en met een toren in Gobertange is de opvolger van de kerk die beschouwd werd als een van de mooiste in de omgeving die hier stond totdat hij in 1543 in brand gestoken werd door de plaatselijke Seigneur die zich tot het protestants geloof had bekeerd.

In de 17de eeuw werd op kosten van de cistercienzerabdijen van Ramée en Florival – in die tijd de kerkelijke gezagsdragers – een nieuwe kerk gebouwd. Deze raakte in verval en werd in tussen 1771 en 1780 en opgevolgd door de huidige neoklassieke kerk zoals ontworpen door de Franse (?) architect Jaumotte. Bij de bouw speelden de bewoners en vooral de boeren een grote rol doordat zij de arbeid en de bouwmaterialen aanleverden.

Mélin – L’Eglise Notre Dame de Visitation


In de eeuwen daarna werd hij verscheidene malen vergroot en gerestaureerd. De wijzerplaten werden nog in 2005 vernieuwd. Hij is sinds ingeschreven als monument en in het dossier vind je een beschrijving van de binnen- en buitenkant.

Zoals veel kerken in Wallonië is het een ‘Eglise Ouverte’ en kan je er op je gemak binnengaan om het interieur te bewonderen. Daarbij valt vooral het Renaissance orgel op dat al dateert uit 1616 en dus veel ouder is dan de kerk en een van de oudste orgels in Waals Brabant. In 1990 is het instrument afzonderlijk als monument beschermd.  In het portaal vind je de namen van de vijftig pastoors die elkaar sinds 1290 zijn opgevolgd. Boven het altaar hangt een schilderij op hout van Léon Herbot uit 1874. Het mooi bewerkte eikenhouten kerkmeubilair is volgens de stijl van Lodewijk XV.

Mélin – Eglise Notre Dame de la Visitation – interieur

De Lourdesgrot is van recenter datum en op het kerkhof vind je graven van de plaatselijke steenhouwers. Buiten zie je aan de trappen een goed voorbeeld van kasseien van Gobertange. De statige pastorie die links naast de kerkstaat dateert uit de eerste helft van de 18de eeuw en is eveneens als monument geklasseerd hoewel hij zijn originele functie verloren heeft en als privéwoning dient.

Ik kan je aanraden ook een kijkje te nemen op het kerkhof en in de kleine maar mooie Lourdesgrot aan de ingang. Mensen van nu zijn het een beetje vergeten maar een Lourdesgrot of Mariagrot is een kopie van de grot van Massabielle bij de Franse stad Lourdes, waar op 11 februari 1858 Maria zou zijn verschenen aan Bernadette Soubirous. Wikipedia: “Er zijn in vele landen kopieën gebouwd voor de verering van Onze Lieve Vrouwe van Lourdes, vooral nadat het Vaticaan in 1907 aan deze verschijning de dag 11 februari in de liturgische kalender heeft verbonden. Het gaat om nabootsingen van wat zich bij de grot zou hebben afgespeeld. In de grot kan een altaar geplaatst zijn. Schuin boven de grot (voor de kijker rechts) bevindt zich een nis met daarin een wit Mariabeeld met een blauwe sjerp en een rozenkrans. Voor de grot staat een beeld van een omhoog kijkende, knielende Bernadette in gebed. Zo’n Lourdesgrot staat er in combinatie met een kapel of kerk.”

Mélin – kerk – Lourdesgrot

De grot in Mélin lijkt vast niet op het Franse origineel al was het maar omdat het altaar en het biddende meisje ontbreken, maar is wel bijzonder omdat hij helemaal gebouwd is in Gobertangesteen. Waarom precies en door wie hij in het begin van de twintigste eeuw is opgericht kan ik niet direct uitvinden – bij de plaatselijke bezienswaardigheden wordt de grot niet of nauwelijks vermeld laat staan beschreven – en of hij vandaag de dag nog dikwijls bezocht wordt waag ik te betwijfelen want de kaartjes aan de muur hangen er al een tijd zo te zien. Toch wordt hij goed verzorgd.  Dergelijke grotten houden dikwijls verband met gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog maar de grafsteen op de grond herinnert niet aan burgemeester Joseph Jamar die door de Duitsers bij hun intocht 8 augustus 1914  aan de deur van zijn woning aan Rue du Bois (de Ferme Blondeau of Tilleul) werd gefusilleerd, maar aan pastoor Noberth Joseph Janmart, geboren in 1802 en overleden in 1883.

off Mélin – kerk – Kerkhof Mélin – graftombe in gobertange van een steenhouwer (familie Glaude)

Op het kerkhof herinneren verscheidene grafzerken aan het verleden, bijvoorbeeld dat in Gobertangesteen  van een ‘tailleur’ van de familie Glaude  of anderen zoals dat van de familie Parys waar de afbeeldingen van werktuigen in de zerk zijn afgebeeld.

Van de vele vierkantshoeves in Mélin is de Ferme de Hesserée ongetwijfeld de meest in het oog vallende, vooral omdat hij een beetje buiten het dorp staat op de invalsweg vanaf de Chaussée de Wavre. Of het nog altijd een echte boerderij is betwijfel ik sterk want op het internet prijzen de eigenaars hun domein uitsluitend aan als ‘un endroit idéal et calme pour vos fêtes privées et événements professionnels’ en ook als je voor de indrukwekkende poort staat is er geen enkel teken van boerenactiviteiten. Het complexs is wel heel mooi gerestaureerd. In feite ziet een en ander er nogal gesloten uit (met een bord: ‘verboden toegang’) en de website is ook niet recent aangevuld.

Van de straat kan je het niet zien maar op foto’s en op de kaart zie je nog twee vijvers achter een bosje die duidelijk een bron zijn van de Ruisseau de Gobertange. Er moeten er in de oude tijd nog meer geweest zijn. De geschiedenis van de hoeve gaat blijkbaar terug tot in de 13de eeuw en het moet altijd een grote ‘ferme signeuriale’ geweest zijn.

Mélin – Ferme de la Hesserée

Begin 1700 verandert ze van pachter en beschikt dan over ongeveer 50 ha akkers en weiden. Als deel van de ‘Cense de Mélin’  wordt de hoeve in de loop van de eeuwen aangeduid als ‘Hasserie’, ‘Heyserie’ en nog andere variaties. Tegenover de hoeve moet in de 18de eeuw nog een brouwerij gestaan hebben maar die is nergens meer te zien. De Donjon met poort dateert nog uit de 15de – 16de eeuw maar de schuur en het woonhuis zijn achtereenvolgens in het begin en het einde van de 18de eeuw gebouwd. Niet zichtbaar van de straat moeten er ook nog enkele eigentijdse gebouwen zijn maar zelfs op de luchtfoto zie ik die niet. Het geheel is ‘inscrit comme monument’ op de Waalse lijst van Waardenvol Bouwkundig erfgoed en het dossier bevat de gebruikelijke puur technische beschrijving zonder enige geschiedkundige duiding. Bij de foto’s post ik er ook een van La Ferme Fortemps aan de Place de Mélin met de link naar het erfgoeddossier.

In de bocht van de Rue de la Croix Ste-Barbe bevindt zich op nummer 8 nog een uitermate statige woning. Tot mijn verrassing vind ik deze niet terug op de officiële erfgoedlijst.

Mélin – Ferme de Fortemps

Het kleine kapelletje in Gobertangesteen en gewijd aan Ste Barbe aan de Rue de la Croix de Sainte Barbe is het voorportaal van het er achter gelegen Champs des Fosses.  In vroeger dagen kwamen de steenhouwers hier dagelijks voorbij op weg naar hun steengroeven in dit boomloze en naar mijn goesting veel te troosteloze kale landschap. In het boek over de Gobertange door Joseph Tordoir lees ik (p.305) dat Sainte-Barbe de patroonheilige is voor de architecten, de werkmannen in de bouw, de metselaars, de meubelmakers, mijnwerkers, de brandweerlieden, de kanonniers en vergelijkbare meestal gevaarlijke beroepen. In haar eigen tijd was het zijn van vrouw al een gevaarlijk beroep  want ze werd door haar vader onthoofd omdat ze niet wilde trouwen met de koningszoon die hij voor haar op het oog had. Pa werd na zijn daad wel gestraft met de dood door een blikseminslag.  Ste Barbe biedt bescherming tegen blikseminslag en onweer, brand, straffeloosheid, sterven zonder confessie en plotselinge dood. Haar feest wordt op 4 december gevierd. In Mélin werd dat georganiseerd door de Société Sainte Barbe waarvan zowel de patroons als de werklieden lid waren met een mis en bloemen aan de voet van de kapel.

La chapelle Ste Barbe

Het kapelletje stond er al in 1718 maar werd rond 1890 vernield door dronken arbeiders. Na heropbouw werd de kapel opnieuw vernield door enkele Duitse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het huidige bouwwerk werd in 1973 op ongeveer dezelfde plek door steenhouwer Albert Pierre, in Mélin geboren maar woonachtig in Jodoigne. Wees er voorzichtig mee want ik vind het niet terug op de erfgoedlijst dus het is niet beschermd, toch niet op wereldlijk vlak en omdat de groeves ondertussen gesloten zijn en de oudste generatie steenhouwers ook ten einde loopt is het niet zeker dat iemand het nog eens zou heropbouwen vrees ik. Het vogeltje op de kapel bleef net lang genoeg zitten voor mijn fototoestel en enkele andere foto’s laten ook een stukje van de omgeving zien.

Niet ver hier vandaan kom je op de hoek van de Rue de Gobertange met de Rue de la Cloche nog langs La Chapelle Sainte Marie Madeleine. Het gebouwtje in laat-gotische stijl staat op een kleine heuvel tegen een groene achtergrond maar het huis er naast staat er iets te dicht tegen aan. Het dateert uit de 15de en 16de eeuw en werd in 1856 gerestaureerd. Daarna verviel het langzaam tot een ruïne en dat werd pas in 1973 afgestopt door wederopbouw. Sinds 1982 is het beschermd als monument.

Mélin – een statige woning aan de Rue de la Croix Ste Barbe 8 – niet vermeld op de erfgoedlijst

Mélin is zeker een heel mooi dorp, vooral door de eenheid van het bouwmateriaal (bijna overal mooi gepoetste Gobertange-kalksteen), de verzorgde schikking van de huizen rond een dorpspleintje, de kerk en zijn centrale ligging, de statige vierkantshoeves en de mooie tuinen en – niet in het minst – de afwezigheid van een zich snel uitbreidende volgebouwde omgeving in alle denkbare stijlen en modes. Op het internet zie je wel dat de plaatselijke toeristische diensten heel erg hun best doen om het dorp op te waarderen als een toeristische trekpleister in de hoop en verwachting dat er bezoekers van alle kanten op af komen. Of dat zo’n goed idee is weet ik niet, mijn ervaring met historische authentieke dorpjes is dat je al snel een toeloop krijgt van op vertier beluste stedelingen en dan kan dat karakter snel verloren gaan, zeker als de commerciële sector er zich van meester maakt.

Voorlopig is het dorp in historisch opzicht eigenlijk een openlucht-museum maar dan een zonder enige poging tot uitleg over verleden en heden en auto’s op alle plekken waar je een foto zou willen nemen. In vergelijking met naburige dorpen zoals Beauvechain, Tourinnes-La-Grosse, Nodebais en Gottechain is het er even stil maar het mist het aan levendigheid, zelfs voor de eigen bewoners denk ik. Je kan er geen krant kopen, er is geen echt dorpscafé, geen winkeltje, zelfs geen bakker, geen café-terras en ik zie geen aankondigingen voor activiteiten.

Mélin – dorpslandbouw

In de vierkantshoeves en andere huizen wonen geen boeren meer maar mensen die ofwel conferentie-activiteiten aanbieden ofwel voor hun werk op en neer pendelen naar Jodoigne en verder. Hier en daar is er uiting van kunst maar erg uitbundig ziet het er niet uit. De mensen zijn vriendelijk maar toch zeker erg gesteld op hun privé zo te zien aan de borden verboden toegang op zowat elke plek waar je wat dichterbij zou kunnen komen of naar binnen kijken. Begrijpelijk want niet alle bezoekers zijn even braaf en het is ook hinderlijk om voortdurend nieuwsgierige mensen voor je venster te hebben. De plaatselijke fontein is afgesloten en rond de dorpsvijver staat een afrastering.

Zelf heb ik problemen met de landschappelijke omgeving. Het dorp is een rotsachtig eiland in een oceaan van agro-industriële bedrijvigheid. Het was altijd een landbouwland maar het moderne boerenbedrijf heeft al zijn charme verloren en de boeren in deze streek geven daar kennelijk ook niet meer om. Er zijn nergens hof- of andere dieren te zien (behalve enkele rijpaarden en honden), de veldwegen zijn kaal, zelfs als ze hol zijn. Hagen zijn er niet en de dichtstbijzijnde monumentale boom buiten het dorp lijkt wel die eenzame ‘Arbre de Justice’ te zijn en dan ben je al halverwege L’Ecluse. Voor fietsers kan dat plezierig zijn maar voor veel wandelaars en zeker voor vakantiegangers is zo’n landschap uiterst onaantrekkelijk, zeker bij slechter weer. Ik heb één hoeve gezien die groenten en vruchten aanbiedt van ‘boer tot verbruiker’ maar zelfs die lijkt niet afgestemd te zijn op de herinrichting van de natuur er rond.

Mélin – zicht over het Champ des Fosses

Misschien dat men eens kan gaan kijken op het plateau tussen Pécrot en Bossut waar de laatste tijd heel wat inspanningen zijn gedaan om het landschap zowel aantrekkelijker als bio-diverser te maken? Of men kan eens gaan kijken tussen Beauvechain en Hoegaarden waar er in het landbouwgebied verschillende prachtige natuurgebieden zijn zoal de Jordaan en het Rosdel. Nu trek ik nog even naar Sart-Mélin een beetje verderop.

Vanaf de kerk kom je aan Rue des Beaux Prés (nr.60) nog een klein kapelletje tegen op een veldje met bomen en een bankje. Er staat van alles op dat maar moeilijk leesbaar is maar in het erfgoeddossier lees je dat gaat om La Chapelle Notre Dame du Bâti die opgericht werd in 1652 door pastoor Antoine Beauclef uit Mélin en gerestaureerd is in 1919. De opschriften luiden als volgt: “nostre dame/de la paix/concorde/et repos/1652 » en « ch.rebatie par Jules Paul  …. 1919 ». De kapel is gesloten maar het altaar is versierd met keramiek van Max Van der Linden.

Mélin – La Chapelle du Bâti

Vanaf deze kapel maar ook vanaf de andere kant op weg vanuit Leuven naar Mélin of Jodoigne kom je vlak na de afslag naar de luchtmachtbasis van Beauvechain aan de afslag naar Sart-Mélin een heel grote vierkantshoeve tegen en als je goed kijkt zie je ook een kleine kapel. De hoeve is de Ferme D’Awans, ook wel bekend als Sart le Couvert, en is genoemd naar de familie die hem liet bouwen in de tweede helft van de 18de eeuw in de periode dat zij de laatste seigneurs waren van L’Ecluse en in Mélin een zevental ‘bunders’ goederen bezaten zoals La Cense de Sart (of Sartage). Hun wapenschild is samen met het jaartal 1754 aangebracht boven de ingangspoort. Op de Ferrariskaart van 1777 zie je hem staan maar nog niet op de Villaretkaart van 1745. In die tijd stond er blijkbaar ook een boomgaard rond. Hij valt op door het hele grote woonhuis (corps de logis) maar ook door de statige toegangsdreef. Op aandringen van de familie Michotte-De Boeckont die sinds honderd jaar de eigenaar is, werd de hoeve in 2017 als monument geklasseerd en eigentijds gerestaureerd. Dat wil zeggen dat de stallingen in gebruik blijven voor de landbouw maar dat enkele vleugels een publieke herbestemming krijgen als feestzaal en als ‘gîte de la ferme’ om ook uit de kosten te geraken. In oktober van dit jaar waren er een paar concerten.

Sart-Mélin – Ferme d’Awans

Ik denk wel dat de werken nog aan de gang zijn want aan de achterzijde staat de binnenkoer nog vol met machines, vrachtwagen en materialen heb ik gezien.

Aan de kapel lees je dat  la Chapelle Saint-Antoine meer dan vier eeuwen oud is en dat hij zou zijn gebouwd in de nabijheid van een vroegere gesloten leprozenkolonie. Wat dat betreft is hij dus te vergelijken met La Chapelle du Rond-Chêne in Tourinnes-la-Grosse want de melaatsen mochten niet in het dorp komen maar kregen wel de mogelijkheid om in hun onderhoud te voorzien door te bedelen langs de grote wegen waar de voor hen bestemde kapelletjes werden neergezet. Er zou ook een klein kerkhof geweest zijn. Het achterste deel, het koor, is in Gotische stijl en in baksteen en dateert nog uit de 16de eeuw, het voorste gedeelte in Gobertangesteen in barokke stijl is volgens het opschrift boven de poort ingewijd in 1724. Het gebouwtje is samen met de naaste omgeving ook als monument geklasseerd. Die bescherming is denkelijk ook nodig om te voorkomen dat de recente eigentijdse lintbebouwing langs de Rue du Sart en de Rue Saint-Antoine zich verder doorzet.

Sart – Mélin – kapel St.Antoine

Als je het niet weet zal het je niet opvallen maar hier vlak in de buurt kwam tot in de jaren vijftig de buurttram ‘Zwarte Jean’ vanuit Beauvechain-La Bruyère de Chaussée de Wavre oprijden richting Jodoigne. Stukken van die bedding zijn bij lage avondzon nog te zien langs de Rue de la Grande Lecke en ik vermoed dat het sterk gerestaureerde gebouw aan de Chaussée de Wavre nr.562 (foto googlemaps) het voormalige stationsgebouw is met een stelplaats aan de straatkant (zie NGI kaart 1939).

Sart – Mélin – kapel St.Antoine

Van Mélin en Gobertange is het niet ver naar Saint Remy Geest. Je ziet de kerktoren al van verre boven het landschap uitsteken en om het meest typische deel van het dorp te verkennen moet je daar ook naar toe. Op de kaart maar ook op het terrein zie je onmiddellijk dat het gebouwd is op de scheidingslijn tussen in het westen het hoge plateau van het Champs des Fosses en het Champ du Grand Arbre en aan de oostkant de vallei van het riviertje de Grande Gette. Op dat plateau zal je nauwelijks nog een boom aantreffen en van de oude gobertange-groeves (fosses) heb ik niets meer teruggevonden want de boeren hebben dat volgens mij allemaal hardnekkig omgeploegd. De westkant ziet er veel lieflijker uit, ook al omdat er aan die kant nog een hele reeks beekjes te zien zijn zoals de Ruisseau de la Fontaine, le Chebais en niet te vergeten de Ruisseau de Gobertange.

Het naamsdeel ‘Geest’ (hoe je dat uitspreekt in het Frans of Waals is me een raadsel) zie je op andere plaatsen staan in Saint Marie Geest, Saint Jean’s Geest en Mont le Geest en ik begrijp dat dit de historische aanduiding is voor de rivier de Gete en niets te maken heeft met de heiligen in de andere naamsdelen.

In de omgeving zijn er Romeinse grafheuvels aangetroffen op een plek met de naam Champ du Tombe maar ik vind noch het veld noch de heuvels terug. De geschiedenis van het dorp zelf gaat terug tot het jaar 1000. In die tijd hoort het toe aan het Graafschap Leuven maar in 1034 wordt het overgedragen aan het Prinsbisdom Luik en vervolgens in leen gegeven aan de benedictijner Abdij de Saint-Laurent, ook in Luik.

Mélin – een landelijke gemeente

Het noordoostelijke deel van het dorp waar we nu nog Le Moulin de Genville aantreffen wordt in het midden van de 12de eeuw door de broers Arnoul en Jean de Geest afgestaan aan de Abdij de Saint Nicaise in Reims. De broers dragen ook hun bezittingen in Hamme-(Mille) over en sindsdien heet die kant van het Meerdaalwoud het ‘plateau van Nicaise’ (zie mijn hoofdstuk over dat plateau).

In 1278 is het dorp  kennelijk weer van kamp veranderd want Hertog Henrik I van Brabant bevrijdt de dorpelingen van  hun ‘servitudes’ (onderhorigheden) in ruil voor een jaarlijks te betalen belasting. In 1657 komt het Genville-dorpsdeel in het bezit van Seigneur De Lantwijck en in dezelfde eeuw wordt Saint-Remy een zelfstandig leen met het statuut van Graafschap. Tijdens de Franse bezetting worden beide dorpsdelen toegevoegd aan het kanton Jodoigne.

De meeste huizen en hoeves zijn gebouwd met de plaatselijk gewonnen typische Gobertange kalksteen. De kerk is gebouwd in 1768 en domineert de hele omgeving. De straatjes en huizen rondom zijn mooi bewaard gebleven zoals ze een eeuw geleden of langer geleden werden gebouwd behalve dat er nu uiteraard geen steenhouwers meer wonen zoals vroeger en de huidige bewoners hun auto’s zowat aan de deur van iedere bezienswaardigheid parkeren wat het maken van een mooi foto mij wel dikwijls hindert. Het oude centrum van het dorp is veel kleiner dan dat van Mélin en aan de buitenkant wordt er veel gebouwd maar jammer genoeg niet meer in gobertange. Echte vierkantshoeves van omvang heb ik er nog niet (of niet meer) gezien, wel moderne betonnen stallen zonder enige charme.

Mélin-Gobertange – La Chapelle Marie Madeleine

Het dorp Saint Remy Geest ging in 1034 van het Graafschap Leuven met kerk en al over naar het Prinsbisdom Luik en kwam onder het gezag van de Luikse Abbaye Saint-Laurent die pastoor mocht benoemen en de opbrengsten inde maar daartegenover ook moest instaan voor het onderhoud. Later keerde het dorp terug naar het Hertogdom Brabant maar de abdij behield het geestelijk gezag. In de 18de eeuw raakte het gebouw zodanig in verval dat men besloot om een nieuwe kerk te bouwen. Dat gaf heel wat problemen met de plaatselijke bevolking over de bouwplannen, met name over de hoogte van de toren en wie daarvoor moest betalen.

Na een proces en vonnis voor de Raad van Brabant in 1760 kwam het tot een akkoord en op basis van de plannen van architect Bovesse kwam het huidige gebouw tot stand in 1768, ruim maar sober gebouwd zonder echt aan een bepaalde stijl te beantwoorden maar wel helemaal in Gobertange kalksteen. Ook het interieur is heel sober maar best de moeite waard om er een kijkje te nemen hoewel ik niet denk dat deze kerk een ‘Eglise Ouverte’ is en de deuren dus niet altijd open zijn.

Saint Remy Geest kerk

In de kerkhofmuur van het mooi verzorgde kerkhofje is een wapenschild afgebeeld. Het erfgoeddossier zegt er niets over maar als je goed kijkt zie je dat het een eerbetoon is aan Martin Toussaint Lamormainy, pastoor van Saint Remy-Geest, geboren in 1665 in Amonines en overleden in Saint Remy-Geest op 23 okober 1750 op 85jarige leeftijd. Het schild is getooid met een hostiekelk die de functie van de pastoor symboliseert, en met wijnranken en korenaren die herinneren aan de miswijn en de hostie (met dank aan Julien Debos).

Het gebouw heeft een heel mooi ingang met een trap, een ijzeren hek en een vloer in Gobertange-kasseien. Op het pleintje staan de gedenkstenen voor de gesneuvelden in de wereldoorlogen tegen de kerkmuur opgesteld maar die kunnen wel een poetsbeurt gebruiken vind ik. Dat men nu uitgerekend op deze fotogenieke plek een rode brievenbus heeft opgehangen vind ik wel jammer.

Saint Remy Geest – wapenschild van de pastoor aan de muur van het kerkhof

Dankzij haar hoge ligging, omvang en witte uitstraling kan je de hele omgeving op je gemak verkennen want van overal is de kerk zichtbaar als een waarlijk baken in het landschap.

Saint Rémy, beter bekend als Remigius van Reims zou in het jaar 458 op 18 jarige leeftijd verkozen zijn tot bisschop. Veertig jaar later zou hij op kerstdag 496 de Frankische koning Clovis gedoopt hebben samen met diens zusters en drieduizend Frankische krijgslieden. Dankzij deze daad wordt hij afgebeeld met een duif met een flesje in de snavel. Als ‘Apostel der Franken’ speelde hij een vooraanstaande rol in de kerk van die tijd maar aan welk wonder hij zijn statuut van Heilige van het Roomse Rijk te danken heeft weet ik nog niet.

Saint Rémy Geest. Je kan er heel mooi wandelen met een topervaring van natuur en (gobertange)erfgoed  maar je kan er ook helemaal de mist ingaan op een vreugdeloos boom- en haagloos landbouwplateau op modderige veldwegen tussen kale akkers. Het dorp weerspiegelt de perfecte spanning tussen authenticiteit en eigentijdse manieren om daar onaangepast mee om te gaan. De spanningslijn ligt op de Chemin des Carriers, de autoweg die het dorp in twee helften deelt. Met die weg is niets mis, de meeste huizen zijn in gobertange bewaard gebleven, de straat is smal met hier en daar nog de aloude kasseien en auto’s kunnen er slechts langzaam en met mondesjesmaat door.

Saint Remy Geest

Maar aan de noordkant sta je aan de Rue de la Pépinière direct buiten het dorp waar ijverig eigentijdse huizen en villa’s gebouwd zijn/worden in alle materialen maar gobertange is daar niet meer bij. Die hebben nog tuinen maar onmiddellijk daarachter beginnen er reeksen veldwegen die allemaal toegankelijk zijn maar waar ik het landschap volstrekt onaantrekkelijk vind tenzij als piste voor sportieve wielertoeristen. Als fotograaf toon je graag het mooie maar ik vind dat wat-niet-mooi-is ook zijn plaats heeft, al was het maar om een opening te maken naar mogelijkheden om er iets aan te doen.

Het boerenleven is altijd een moeizaam bestaan geweest maar ik zie absoluut niet in waarom de natuur het slachtoffer moet worden van onecologische eonomische opvattingen die ondertussen ook al weer totaal achterhaald zijn. De natuur op dit plateau heeft bomen, struiken, hagen, begroeide holle wegen, groenstroken en dieren nodig en natuurlijk ook het buiten gebruik stellen van het massaal rondstrooien van chemische produkten. In ieder geval, wie – zoals de gemeente Jodoigne – toeristen wil lokken naar deze mooie streek met mooie dorpen en vierkantshoeves doet er beter aan om iets aan de natuur op dit plateau te doen want van stenen alleen wil een mens niet leven.

Mélin – zicht op het Champ des Fosses vanuit Saint Remy Geest

Genoeg kritiek, de zuidkant van het dorp, dat wil zeggen de vallei van de Gobertange, de Chebais en La Grande Gette vind ik een absolute aanrader en vanaf het smalle straatje ‘Basse Voie’ aan de westkant achter het kerkpleintje heb je er een heel mooi zicht op.

Je kan ook naar het noordoosten met een klein paadje heel mooi naar de voormalig Moulin de Genville en vandaar naar het riviertje la Grande Gette en Saint Marie Geest en vandaar terug naar het dorp. Als je hem weet te vinden kom je dan ook nog door een nogal rustieke diepe holle weg. Ik ben daar toch al één hoeve tegengekomen met een aanbod van ‘vente directe de producteur au consommateur’.

Saint Remy Geest. Gobertangesteen wordt niet dikwijls meer gebruikt om er muren mee te metselen maar zowel in Mélin als Saint Remy Geest zie je dat het toch nog wel gebeurt. Ik toon nog wel foto’s van helemaal nieuw gebouwde huizen maar eerst verken ik vanaf de kerk even de Rue Basse Voie. Het is een klein straatje naar het westen op de rand van de vallei van Le Ruisseau Le Chebais. Op de kaarten van Ferraris (1777) en Villaret (1745) zie je het aangeduid en zelfs de meeste huizen lijken er dan al te zijn. In die tijd liep het blijkbaar verder tot in Gobertange maar jammer genoeg loopt het tegenwoordig dood op een privéwoning en dat is wel jammer want daardoor kan je niet rondwandelen maar moet je gewoon terug.

Saint Remy Geest – Rue Basse Voie

Het straatje is absoluut de moeite waard want je kijkt overal ver uit over het dal en bovendien zijn de meeste huizen langs de straat ingeschreven als monument op de Waalse erfgoedinventaris, hetzij als ‘ferme’, dan wel als ‘habitation’ en dat kan je ook wel zien. Zoals overal wonen er vast geen boeren en steenhouwers meer binnen de gobertangemuren maar toch hebben de meeste huizen ondanks hun ferme restauratie nog hun basis-structuur behouden ondanks de eigentijdse soms wat uitbundige decoraties. Voor zover ik kan nagaan op de erfgoedlijst dateren ze (bijna) allemaal uit de 18de of het begin van de 19de eeuw met verbouwingen in het begin van de 20ste eeuw. Jammer genoeg vind ik helemaal geen informatie over de bewoners van vroeger of oude prenten. Zoals altijd bevatten de Franstalige erfgoeddossiers uitsluitend een technische beschrijving van het gebouw maar zonder bijkomende historische informatie om het geheel te verlevendigen ben ik daar eigenlijk niet veel mee.

Heel toeristisch ziet de straat er nog niet uit maar ik zie dat er wel een bread- and breakfast is (Maison de la Pierre op nr.9), een antiquair (op nr.11) en een software-zaak (op nr.10). Wie het charmante prieeltje aan het einde van de straat gebouwd heeft weet ik niet maar ik denk dat het van recenter datum is. Het is helemaal opgetrokken in gobertangesteen en overgroeid met klimop maar het is duidelijk niet de bedoeling dat je het hekje opendoet om van onder het dak op de vallei te kijken. Een stapel stenen op een perceeltje wijst er op dat er nog wel bouwplannen zijn.

Saint Remy Geest – Rue Basse Voie

Vanaf de kerk van Saint Remy-Geest volg je even de Rue de Basse Hollande richting richting Ruisseau de Gobertange (zegt het bord aan de molen, Chebais heet de beek op de kaart) en dan kom je via de Rue d’Ecole op een allercharmanst paadje vlak boven de beek dat je rechtstreeks brengt naar Le Moulin de Genville. De watermolen staat aangeduid op de Villaretkaart van 1745 maar hij dateert al van voor 1278 als banmolen van de Hertog van Brabant voor de bewoners van de streek tot aan de Ferme de Wahenges in l’Ecluse. Die hoeve was eigendom van de Abdij van Averbode en werd door hertoging Johanna van Brabant van de ban vrijgesteld.

De molen werd lang gepacht door de Seigneurs van Mélin maar rond 1577 werd de site verlaten nadat de installatie door oorlogsgeweld vernield was. Nadien werd hij hersteld op last van Dame Eléonore de Cordova, vrouwe van Mélin en door haar overgedragen aan de Spaanse regering die op haart beurt de site in 1650 verkocht aan de Seigneur van Jodoigne. Kort na 1731 werd de molen herbouwd tot een ‘dubbelmolen’: een oliemolen op de ene oever en een hennepbreekmolen op de andere. In 1852 worden beiden afgebroken en 1854 vervangen door een enkele korenmolen. De molenaars sinds de 19de eeuw zijn van de families Goes, Lesage en sinds 1879 Davidts. Rémy Davidts is de laatste molenaar tot de stopzetting in 1947. In 1978 werd de site beschermd samen met de omgeving ook als dorpsgezicht als monument.

Saint Remy Geest – Le Moulin de Genville

Eigenaar-architect Henri Lust liet het gebouw herstellen evenals het metalen bovenslagrad met houten schoepen onder een afdak. Sinds 2015 is de heer Bouriez de eigenaar.

Van buiten zie je niet veel van de installatie, ook al omdat een en ander hermetisch afgeschermd is met manshoge hagen, maar vanaf het waterbekken zou er een verval moeten zijn van 3,91 meter naar de beek. Maar om de waterval ‘aan te zetten’ moet het water dan wel over de sluis en over het rad worden geleid. Dat zou in beginsel moeten kunnen want heel de installatie is er nog maar de bedding van de beek bevat slechts heel weinig water. Om er meer over te vertellen zou ik er toch eerst eens dichterbij moeten kunnen kijken, misschien komt die gelegenheid nog wel. Aan de overkant van de straat is een zuiveringsstation en een heel klein natuurgebiedje waar ik nog niet geweest ben.

Van Le Moulin de Genville ga ik richting Sainte Marie Geest. Je kan het niet missen want de toren van de grote Sint Petrus Kerk steekt overal boven uit. De kerk wordt vermeld als bezienswaardigheid maar ik ben nog niet verder geraakt dan aan de brug over La Grande Gette waarnaar het dorp genoemd is. Anders dan de andere beken in de omgeving is de Gete hier al bijna een echt riviertje.

Sainte Marie Geest – zicht op de kerk

Op de kruising tussen de Rue Sainte Geneviève (verlengde van de Rue du Moulin de Genville) met de Rue Saint Marie vertelt de kaart me dat er van hier een mooie holle weg naar het zuid(westen) gaat met de naam ‘Haut Chemin’ en die moet ik hebben om terug in Saint Remy Geest te komen. Diep tussen de uitgestrekte akkers aan beide kanten volg ik een nogal modderig traject hellingopwaart dat kennelijk nogal in trek is bij plaatselijke motobendes maar vandaag komen er mij toch maar twee achterop.

Eenmaal aangeland op het weidse plateau draai ik mij om en ziet in de verte zowaar de kerktoren van Hoegaarden uitsteken met op de horizon ook de hoogbouw in Tienen. Voor mij doemen de buitenwijken van Jodoigne op en dichterbij het Bois Chebais. Maar aan de rechterkant zie ik de kerktoren van Saint Remy Geest en omdat ik daar naar toe wil, sla ik scherp rechtsaf de Rue Basse Hollande in. De naam Basse Hollande komt enkele keren voor in Wallonië maar waar het op slaat in dit heuvelachtige landschap weet ik niet. Blijkbaar is het genoemd naar een wijkje van gobertangehuizen aan de ingang van het dorp maar erg Hollands zien die er ook niet uit. Wel zie je hier huizen die heel recent nog met deze kalksteen gebouwd zijn.

Saint Remy Geest – holle weg

Voordat ik daar ben kom ik nog langs een hoeve met een bord waarop staat dat het hier ‘la Ferme du Bois Basset’ heet en dat je hier rechtstreeks je verse groenten, aardappelen en vleeswaren kan aankopen. De openingsuren staan er bij. De sector ‘vente directe de la ferme’ is in Waals Brabant aan een grote opmars toe en duidt dikwijls op de aanwezigheid van een hoeve in biocultuur. Deze hoeve is nog niet zover maar rekent zichzelf tot de ‘agriculture raisonnée’, dat wil zeggen een landbouwmethode die zich in het kader van de duurzame landbouw richt op het respect voor het welzijn van het dier, het milieu en de gezondheid en aan de hand van welbepaalde criteria zo weinig mogelijk gebruik maakt van chemische produkten bij het kweken. Op hun facebookpagina, in het filmpje en op het internet kan je alle bijzonderheden vinden en ook iets over de spanningen tussen de beide categorieën van landbouw. In elk geval denk ik dat ze heel lekker vers rundsvlees aanbieden want ze kweken Franse Limousine-koeien en die worden ook in veel natuurgebieden ingezet. En daarmee kom ik al weer aan het eind van deze reportage maar ik kom hier vast wel weer snel terug.

Saint Remy Geest – kerk

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

bronnen Mélin en Sart Mélin

http://www.echarp.be/twcjod17.php

Commune de Mélin-sur-Gobertange – echarp

http://www.echarp.be › twcjod17

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche

Inventaire du Patrimoine Immobillier Wallone – Mélin (entité de la Commune de Jodoigne)

+++

(L’Eglise Notre Dame de Visitation)

+++

(ferme de la Hesserée)

Saint Remy Geest – zicht op Hoegaarden en Tienen

+++

(Cense du Seigneur, Ferme de Risbais)

+++

(Ferme Blondeau (Tilleul, Malevé))

+++


AtelierMélin Cafe in Mélin, Brabant, Belgium – Facebook

www.facebook.com › … › Restaurant 

+++

https://www.villagemelin.be/promenades/

+++

https://www.villagemelin.be/historique/#:~:text=provient%20du%20verbe%20%22essarter%22%20qui,int%C3%A9gr%C3%A9%20au%20comt%C3%A9%20de%20Louvain.&text=De%201568%20%C3%A0%201576%2C%20M%C3%A9lin,adh%C3%A9rera%20%C3%A0%20la%20religion%20r%C3%A9form%C3%A9e.
Mélin, son histoire – Site de villagemelin ! – Village Mélin

Mélin, de paarden worden uitgelaten

+++

https://culturalite.be/?ArbreDitDuPendu

Arbre de Justice – Gal Culturalité

culturalite.be › ArbreDitDuPendu

 +++

https://fr.wikipedia.org/wiki/Abbaye_de_Kornelim%C3%BCnster

Abbaye de Kornelimünster — Wikipédia

fr.wikipedia.org › wiki › Abbaye_d…

L’abbaye de Kornelimünster, également appelée abbaye Saint-Corneille sur Inde, près d’Aix-la-Chapelle (Allemagne) était une abbaye d’Empire de 814 à 1804

+++

Abdij van Kornelimünster – Wikipedia

nl.wikipedia.org › wiki › Abdij_van_Kornelimünster

Deze plaats in de buurt van Aken heette oorspronkelijk Inda, naar het riviertje de Inde dat erlangs liep. Het klooster werd in 817 ingewijd

Mélin – la Ferme au Pic du Vent

+++

Abdij van La Ramée – Voorstelling – Abbaye de La Ramée

www.ramee.be › Presentation

+++ 

(de pastorie)

Melin – Eglise Notre Dame de Visitation – kerktoren en pastorie

+++

Jodoigne (Mélin) * 26/9/8 – https://lourdesgrotten.wordpress.com

lourdesgrotten.com › 2008/09/26 › jodoigne-melin-26-…

+++

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lourdesgrot

+++

https://www.facebook.com/fermedelahesseree/

+++

http://fermedelahesseree.be/

+++

(Ferme de la Hesserée)

Mélin – Ferme de la Hesserée

+++

(Ferme Fortemps – Place de Mélin) 

+++

Chapelle Notre-Dame du Bati

+++

La ferme d’Awans est classée (Jodoigne) – Lavenir.net

www.lavenir.net › cnt › la-ferme-d-… 

+++

Inventaire du patrimoine immobilier culturel – Wallonie

lampspw.wallonie.be › fiche › 25048-INV-0435-02

(Ferme d’Awans)

langs de Gobertange

+++

Ferme d’Awans | archis-paralleles

www.architecturesparalleles.com › f…

+++

Ferme d’Awans by Les Festivals de Wallonie – issuu

issuu.com › docs › ferme_d_awans…

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25048-INV-0321-02

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?codeInt=25048-INV-0275-02

(la Chapelle Sainte Marie Madeleine)

+++

J.Tordoir et autres – La Pierre de Gobertange – Deuxième Edition, Revue, Completé et Actualisée, 2019 La Gobertange, un Pierre, des Hommes, ASBL, D/2019/14.758/01

+++

les tailleurs de pierre de Gobertange

https://www.sonuma.be/archive/ce-pays-est-a-vous-du-15061968

Saint Remy Geest – vind je mij mooi?

Bronnen Saint Remy Geest

http://www.echarp.be/twcjod18.php

Saint Remy Geest

+++

Adresse principale : Rue de la Cense Bivort 1 (en face), Jodoigne – Saint-Remy-Geest

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche

(Rue Basse Voie)

+++

https://lamaisonenpierre.be/nl/gallerie-de-photos/

Saint Remy Geest – La maison en Pierre

+++

43https://www.hours.be/grenier-urbain/jodoigne/1
Grenier Urbain Saint-Remy-Geest (Jodoigne) Opening hours …
 

+++

https://www.goudengids.be/bedrijf/Jodoigne/L10794164/GHOZ-SOFTWARE/
GHOZ-SOFTWARE, Saint-Remy-Geest (Jodoigne) – Tel …

www.goudengids.be › bedrijf › GHOZ-SOFTWARE 

+++

https://www.routeyou.com/fr-be/location/walk/47408107/saint-remy-geest-a-pied-resume-de-toutes-les-itineraires-a-pied

+++

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=734

Saint Remy Geest – Le Moulin de Genville

+++

Moulin Genville

+++

https://www.geo.fr/environnement/quest-ce-que-lagriculture-raisonnee-193889
Qu’est-ce que l’agriculture raisonnée ? – Geo.fr

www.geo.fr › Environnement

+++

https://www.tvcom.be/video/info/economie/la-ferme-du-bois-basset-de-l-elevage-limousin-au-maraichage-_26698_89.html
La ferme du Bois Basset, de l’élevage limousin au maraîchage

www.tvcom.be › info › economie 

+++

https://www.facebook.com/lafermeduboisbasset/

La ferme du Bois Basset – Accueil | Facebook

fr-fr.facebook.com › … › Ferme

Mélin – kaart OSM
Saint Remy Geest – kaart OSM
Sart-Mélin – kaart OSM

Trefwoorden : mélin, saint remy-geest, gobertange, hesserée, moulin de genville, chapelle st.antoine, awans, arbre de justice, basse voie, église, chapelle, lourdes, saint barbe, basset, erfgoed, geschiedenis,

Advertentie