ORP-JAUCHE – LE PARADIS VAN KALKGROEVE TOT NATUURRESERVAAT

Uitgelicht

Januari 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Orp-Jauche – een vlinder in het Paradijs

Orp-Le-Grand vind je na zowat een kwartier rijden vanuit Leuven langs de E40 vanaf afrit 26. Het is samen met Orp-Le-Petit, Jauce en nog enkele dorpjes sinds 1977 deel van de fusiegemeente Orp-Jauche. Ooit was deze streek deel van het hertogdom Brabant en in de taal van die tijd stond ORP voor DORP en zoals in zoveel Brabantse dorpen bevond je in die tijd hier al in een toen al eeuwenlang grotendeels ontbost open golvend landschap met veel akkers en vierkantshoeves maar ook kerken, kloosters, kastelen, watermolens en zelfs een echte grot.

Over die rijke geschiedenis moet ik nog meer horen en zien, net als over het riviertje La Petite Gette dat dwars door het dorp kronkelt (met nog het klein vogelreservaat La Jaucière) op weg naar de Gette, de Demer en de Dijle.

In de 19de en 20ste eeuw heeft het dorp een industrieel aanzien gekregen, onder meer door de vestiging van een suikerfabriek en de aanleg van een spoorlijn

En toch kan je hier op zoek naar het paradijs. Sinds ik een jaar of wat geleden de ‘Réserve Naturelle Du Paradis’ in Orp-Jauche heb ontdekt ga ik er af en toe graag eens naar toe omdat het een bijzonder mooie plek is met als extra bijzonderheid dat het er niet meer om de paar maanden helemaal van uitzicht verandert omdat nijvere natuurinrichters er ‘iets anders’ van willen maken.

Orp-Jauche – Réserve Naturelle du Paradis – pak een krijtje uit de wal

Groot is deze voormalige industriële krijt- en mergelgroeve niet, ik denk niet meer dan zo’n 2,5 hectare.

Maar op de smalle paadjes langs de hoge steile wanden of aan het kleine meertje in de diepte ben je heel even wel erg verwijderd van de grote drukte in de rest van de wereld.

Tot 1899 was deze krater een heideachtige helling in de vallei van La Petite Gette en deel van de mooie natuur in die tijd. Op de Ferrariskaart van 1777 zie je die helling ingetekend. Maar vanaf dan werd er tot 1956 op  industriële schaal kalk uitgegraven als grondstof voor de cementindustrie en ging het er vele decennia heel wat minder paradijselijk aan toe.

Op de NGI-kaart van 1969 staat de groeve er overduidelijk op. In het dorp wordt aan bezoekers verteld dat de naam ‘Paradis’ ontstond doordat men de lijken van dode dieren in de kalk verbrandde, blijkbaar in een soort van geloof dat die dan op een goede plek in de hemel zouden belanden …. Of er ook mensen werden verbrand krijg ik niet te horen maar het zou hier dus evengoed de Hel of Vagevuur hebben kunnen heten.

Er worden door de plaatselijke jeugd nog wel stiekem vuurtjes gestookt maar de natuur heeft al lang komaf gemaakt met al dat menselijk gedoe.

Orp-le-Grand Réserve naturelle le Paradis (winters zicht op de vogelkijkhut)

Wat in de jaren zestig een stoffige witgrijze woestijn geweest moet zijn is nu prachtig bebost en vanuit de vogelkijkhut kan je het meertje bewonderen hoewel ook dat langzaam aan door de begroeiing dreigt te worden ingepalmd ware het niet dat de vrijwilligers van de Conservatoire Naturel de la Commune d’Orp-Jauche regelmatig op hun natuur-werkdagen de handen uit de mouwen steken om als die wildgroei een beetje in goede banen te leiden.

Dankzij deze vrijwilligers is de groeve nu een ‘ware oase in een regio met grootschalige landbouw’ en de beschrijvingsfiche waarmee dit paradijs officieel door het Waals Gewest wordt uitgeroepen als ‘Site de Grand Intéret Biologique’ somt op wat je er zo allemaal kunt vinden aan soorten vegetatie en uiteraard gaat het dus om alles wat het in ons klimaat wil doen op zuivere kalkgrond waaronder zeer zeldzame, zeker in de streek zelf. Daarnaast is er nog de indrukwekkende vliegende kruipende en zwemmende dierenwereld. Voor de kenners verwijs ik naar de inventaris die in de fiche is opgenomen. Om het zelf allemaal te ‘spotten’ is natuurlijk heel wat geduld nodig. Naar de twintig soorten aangetroffen mossen en korstmossen kan je wel nu al gaan zoeken en ik heb ook heel wat tongvaren gezien. In de winter is het een paradijs voor zwammen.

Voor een deskundige gids op dit erg zorgvuldig beheerde natuurreservaat kan je terecht bij de vzw ‘la Petite Jauce’ waar je je ook kan aanmelden voor de werkdagen. Er moet ook honing te verkrijgen zijn denk ik van zowel solidaire als honingbijen want er staat een bijenhotel aan de ingang en een imkershut een beetje verderop met een mooie totem erbij.

In geologische opzicht gaat het hier om de krijtbodem van een ondiepe tropisch warme zee met de respectabele ouderdom (op mensenmaat, want geologisch is het niets) van 100 miljoen jaar geleden in de periode die de geologen het ‘(Laat-)Krijt’ noemen.

Orp-Jauce – Le Petit Paradis – de wand van de groeve is nauwelijks nog te zien

Dat is de derde fase van het  ‘Secundair’ (Mesosoïcum) na het ‘Trias’  en ‘Jura’ (achtereenvolgens 250 miljoen en 210 miljoen jaar geleden).

Het materiaal bestaat uit de veelsoortige en veelkleurige samengedrukte stoffelijke kalkresten van de schelpdieren van die tijd. Onder dat krijt ligt een sokkel van vulkanisch stollingsgesteente uit het ‘Primair’ (Paleozoïcum) van 500-250 miljoen jaar geleden. In feite is die sokkel de helling van een oeroud ooit opgestuwd maar daarna afgesleten gebergte en dat maakt dat ons land ruwweg de vorm heeft van een schuine schotel met de hoge kant in het oosten en de lage kant aan het strand.

Het krijt ligt op dat gesteente en in de regio Leuven vind je dat dus diep onder de grond en wordt er drinkwater uit opgepompt terwijl het in hoog-Limburg boven de grond komt en uitgegraven is in de beroemde mergelgrotten in de heuvels rond Maastricht.

In Orp komt de kalk juist niet aan de oppervlakte maar is afgedekt door niet heel dikke lagen zand uit latere geologische tijden waarin de zee nog enkele malen terugkwam en een laagje vruchtbare leemstof dat door de wind vanuit de Noordzee werd aangevoerd in de laatste ijstijden. In de kalk zit van alles, bijvoorbeeld vuursteen en mineraal glauconiet. Klompen vuursteen of silex komen dikwijls voor in kalksteen en bestaat uit cryptokristallijn siliciumdioxide (kwarts) en veel (chemisch gebonden) water. Het is erg hard, laat zich gemakkelijk splijten maar in poedervorm kan het leiden tot stoflongen wat in een groeve uiteraard erg gevaarlijk is. Mineraal glauconiet vormt zich in ondiep warm zeewater door langzame verwering van klei tot een blauwgroen gesteente. Het wordt tot de mica’s gerekend en is perfect splijtbaar langs de kristalvlakken.

Orp-le-Grand – la reserve naturelle du Paradis – vuurstenen in de wand van krijt

Er zijn veel minerale fossielen gevonden in de groeve en de eerste mensen in deze omgeving waren de eersten om er werktuigen (en sierraden?) van te maken.

Sinds onheugelijke tijden is dit een streek met een vruchtbare bodem met krijt en splijtbare vuurstenen in de ondergrond en een riviertje in de vallei. Dat trekt mensen aan en in de regio zijn dan ook veel sporen gevonden. De archeologen weten al lang dat in de nabijheid van de kalkgroeve in het laatste deel van  het stenen tijdperk – zo’n 4000 jaar geleden – mensen gewoond hebben van de stam van de ‘Michelsbergers’.

In deelgemeente Enines is een wal opgegraven waarin men vuurstenen voorwerpen gevonden heeft en ook scherven van potten die typisch zijn voor deze cultuur. Vondsten van dit volk zijn niet zeldzaam in onze streken want er zijn ook Michelsbergersites in het Meerdaalwoud, Ottenburg en Chaumont-Gistoux.

Dichter bij de groeve is echter ook een site gevonden van de zogenoemde ‘Magdaleners’. Het Magdalénien is een cultuur die 18.000 jaar geleden begon en 8.000 jaar later eindigde met het einde van de laatste ijstijd. De mensen leefden van de jacht op grotere zoogdieren en zijn bekend door hun ‘klingen’, dat wil zeggen kleine vuurstenen voorwerpen en later ook harpoenen van ivoor. Ze leefden in tenten maar ook in grotten en hun muurschilderingen zijn te vinden in Lascaux en Altamira. In België zijn er slecht twee sites van dit volk gevonden, in Kanne (Luik) en Orp-Jauche.

Sinds 2018  wijzen archeologische vondsten echter ook op het bestaan van een 200.000 jaar geleden door de Neanderthalers begonnen vuursteennijverheid want er is in de krijtrotsen niet ver van de groeve een site gevonden die lijkt op een ‘open mijn’.

Orp-Jauche – le Paradis

Behalve stenen voorwerpen  zijn daar ook dierlijke beenderen gevonden en er wordt nog gezocht naar menselijke overblijfselen. Om meer te weten over deze vondsten kon je tot 2013 terecht in Orp in het plaatselijke museum voor archeologie maar sindsdien is dit museum overgebracht naar het Provinciaal Domein van Hélécine.

In de omgeving van Orp-Jauche kan je ook de grotten van Folx-les-Caves bezoeken en daarover heb ik al een uitvoerig verhaal op mijn blog gepost.

Het industriële verleden van deze krijtgroeve en dat in dezelfde periode van de gemeente zijn ongetwijfeld goed gedocumenteerd. Maar het internet en de vriendelijke plaatselijke toeristische dienst tonen zich terughoudend voor wie naar gegevens zoekt om antwoorden te vinden of het in die niet zo oude tijd ook een paradijs was.

In 1865 veranderde met de opening van de spoorlijn tussen Landen en Tamines het dorp in ijltempo van een historische landbouwgemeenschap in een bruisend industrieterrein. Wie waren de uitbaters van de kalkgroeve, waar kwamen ze vandaan en met wiens geld werd de uitbating gefinancierd? Waar ging al die cement naar toe? Hoeveel mensen werden hier aan het werk gezet en wat kregen ze ervoor als beloning? In de groeve staat nog één geheimzinnige grenssteen met het opschrift DM maar wat dit betekent weet ik niet.

Naast de cimenterie kwamen er fabrieken om suiker, dakpannen, bier, melk, landbouwmachines en allerlei andere metaalproducten te vervaardigen.

Orp-le-Grand – in de industrie kijk je best vooruit: hier hangt al een boor voor het geval de zee opnieuw tot hier zou stijgen

Er is ongetwijfeld geld verdiend en hard gewerkt maar het geld is niet in het dorp gebleven denk ik want nog geen honderd jaar later zijn de fabrieken bijna allemaal gesloten en de eigenaars vertrokken en is de landbouw opnieuw zowat de enige werkgever naast vrije beroepen, lokale ambtenaren, winkeliers, caféhouders, ambachten, enig toerisme en een stroom van pendelaars naar Brussel, Luik of Namen. De 11de eeuwse Romaanse kerk Saints-Martin-et-Adèle heeft al de wisselingen van de tijd doorstaan en geldt als de grootste bezienswaardigheid.

Het stadje ziet er wel nog altijd uit als een industriële site. De nostalgie is tastbaar nog lang nadat alle grootgrutters hun fabrieken gesloten of verplaatst hebben. Midden door het dorp is nu een mooie groenzone rond het voormalige station langs de vroegere spoorweg en het riviertje La Petite Gette waar je rustig kan wandelen met of zonder hond. De treinsporen zijn er nog maar met de trein raak je er niet meer. De rails zijn nu een parkachtig fiets- en wandelroute (RAVEL).

Ik denk dat het in die ‘goede oude tijd’ hier een hels lawaai moet zijn geweest met een luchtkwaliteit die je je kunt verbeelden door de heftige uitstoot van schoorsteengassen te vermengen met het roet van stoomlocomotieven en wit krijtstof uit de groeve. Misschien zijn er nog foto’s van?

Dankzij een schenking van de familie de Hemptinne aan de Sociale Dienst van Namen krijgt Orp in 1935 een sanatorium voor tuberculose-patiënten, ofwel mensen – zeker mijnwerkers – die stoflongen hebben opgedaan door het inademen van kiezelstof (silica, siliciumdioxide en kwarts) met longkanker als gevolg. Na het wegtrekken van de industrie en de uitvinding van de antibiotica wordt dit centrum in 1974 een verzorgingsthuis voor zwaar mentaal- en fysisch gehandicapten.

Orp-le-Grand – het voormalige stationsgebouw – nu het centrum in een groene zone

Orp-Jauche – la Réserve naturelle du Paradis – met de trein kom je er niet meer

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw doet de Tiense Suikerraffinaderij, dan eigenaar van de achtergelaten put, nog een ferme poging tot natuurbederf met een plan om op die plek haar bedrijfsafval te gaan storten. De tijden zijn echter veranderd en de nieuwe generatie dorpsgenoten besluit dat deze hel vermeden moet worden. Er wordt een vzw uit de grond gestampt ‘la Petite Jauce’ die er – ongetwijfeld na vele hoofdbrekens en slapeloze nachten – in slaagt om de gemeente de site te laten overnemen en er een natuurreservaat van te maken.

En zowaar, zoals in veel (alle?) oude groeves waar natuurbewuste buurtbewoners zich het lot van aantrekken wint het paradijs het op de hel want dit is het begin van het ‘Conservatoire Naturel d’Orp-Jauche’ dat bestaat uit de groeve, een achter het stationsgebouw gelegen moeraszone (reservaat La Jaucière naast de visvijver) en de brede treinstrook tussen de beiden. Dat reservaat moet ik ook nog bezoeken maar dat is voor een andere keer. De groeve is vrij toegankelijk zolang je de natuur niet stoort en op de paadjes blijft.

Mijn ervaring is dat je er zelden iemand tegenkomt tenzij je komt op een werkdag voor de beheerders. Dan worden de talrijke kalkrijke hooilandjes gemaaid,  de paden vrijgemaakt en rode kornoelje gesnoeid. Regelmatig worden ook de aanduidingsborden opgeknapt en de afval langs de vijver opgeruimd. Ik zag ook op hun werkprogramma dat de orchideeën worden vrijgemaakt. Die heb ik er nog niet gezien maar uiteraard past de orchis wel in deze biotoop.

In alle seizoenen is een bezoek de moeite waard. In de winter geniet je van spectaculaire uitzichten en in de zomer van het uitbundige groen. Trek wel goed schoeisel aan en zorg dat je in een beetje goede conditie bent want het pad is smal en er zijn steile stukjes met grote traptreden. Ik was er een keer bij sneeuw en vrieskoude en het was behoorlijk glad. Verdwalen zal je er niet want er is maar één pad en dat gaat heel de groeve rond.

Orp-Jauche – Le Paradis – kaart NGI 1969
Orp-Jauche – Le Paradis – kaart OSM

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://users.skynet.be/beauchamp/Velo/BPB/Folz-les-Caves.html (enkele cijfers en feiten uit het industrieel verleden)

Orp-Jauche – Rendez-vous au Paradis, pour un petit entretien – Vlan

https://www.vlan.be/…/b9712978170z-1-article_vlan-rendez-vous…

http://www.petitejauce.be

et sur la page Facebook «Petite Jauce :

https://www.facebook.com/PetiteJauce/

Orp Jauche – Réserve naturelle le Paradis

https://www.lesoir.be/art/orp-4-000-ans-avant-jesus-christ-le-michelsberg-periode_t-19940524-Z0831R.html

https://www.rtbf.be/info/regions/detail_l-homme-de-neandertal-taillait-la-pierre-a-orp-jauche-il-y-a-200-000-ans?id=9888883

http://domainehelecine.be/fr/le-chateau/le-musee-archelogique.html

Orp-Jauche – Réserve naturelle du Paradis – ogen in de wand

Trefwoorden: Orp-le-Grand, Orp-Jauche, petit paradis, groeve, mijnwerker, geologie, kalk, natuurbeheer, natuurreservaat, erfgoed, geschiedenis, industrie, station, la petite jauche, prehistorie, magdaleners, michelsbergers,

Advertentie