OP VERKENNING ROND DE MUUR VAN SAVENEL IN NETHEN

Uitgelicht

februari 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher@telenet.be

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/?p=2879

Néthen – Savenel – de voorpoort

Rond de muur van Savenel in het Meerdaalwoud boven Néthen. Kort geleden heb ik een uitgebreid hoofdstuk met de geschiedenis van het domein van Savenel en zijn kasteel gepost in mijn Digiboek OP STAP IN HET LAND VAN DE DEMER EN DE DIJLE. Onderaan deze bijdrage vind je de link naar achtereenvolgens de Nederlandse en de Franse versie.

Binnen de domeinmuren mag je niet komen maar je kan er wel heel mooi omheen wandelen als je tenminste over een beetje conditie beschikt want de wandeling is niet lang maar wel nogal op en af met tenminste één flink steil stuk. In dit reeksje foto’s neem ik je mee vanaf La Place de Trementines met zijn prozaisch cultureel centrum en op de hoek met de muur het mooie voormalige buurttramstationnetje, nu een klein restaurant en chocolaterie.

Vandaar gaan we even richting Hamme-Mille (pas op voor de auto’s). Aan het bruggetje over de Ruisseau de la Néthen zie je het water onder de muur doorkomen en even verder staat de muur op de rand van een tuin. In de bocht staan enkele mooie huizen en het bronnetje ‘Fontaine Saint-Jean’

Néthen – muur Savenel – de holle weg steil naar boven

Even verder gaat een weggetje linksaf de helling op met de aanduiding ‘Promenade des Murs’ en een bord ‘verboden voor moto’s’. Van hier gaat het ongedacht steil omhoog zodat je binnen de kortst mogelijke tijd op het hoogste punt ben. De muur is aan je linkerkant en daar moet je naartoe.

Als je rechts gaat breng je een bezoek aan de voormalige zandgroeve La Bruyère, nu natuurreservaat en met prachtige uitzichten op de vallei. Over de zandgroeve vind je ook een hoofdstuk in mijn Digiboek OP STAP IN HET LAND VAN DE DIJLE EN DE DEMER.

Aan de muur gekomen gaat je wandeling naar rechts maar ga toch even naar links zover als je kan (tot waar de muur steil naar beneden gaat en er een draad gespannen is). Hier heb je ook uitzicht over de vallei maar kijk je ook over de muur tot in het kasteeldomein. Tussen de bomen zie je de kasteelvijver (in de winter toch) maar verder is alles bos. Val niet van de muur naar binnen want dan kan je alleen nog langs de voorpoort naar buiten. Onder de muur heeft de vos een hol dus misschien kan je er daar onderdoor?

Nethen – Savenel – van hier gaat de muur steil naar beneden

Voor de wandeling volg je de muur tot aan de akker. De hoeve die je in de verte ziet is La Ferme des Douze Bonniers en de boer heeft wel graag dat je het pad vlak langs de muur volgt en niet rondstampt op zijn ingezaaide veld. In het verleden was het wel eens moeilijk om hier langs te gaan vanwege de overhangende struiken aan de muur, maar iedereen in Néthen die er iets van kent zal je vertellen dat wel degelijk een openbare voetweg is dus laat je niet afschrikken.

Op verkenning rond deze muur kom ik telkens weer onder de indruk van de weerbarstige kwaliteit van het metselwerk dat eeuwenlang de verwoestende krachten van mens en natuur weet te weerstaan. De stevige bakstenen, gemaakt van klei uit putten op het domein en het gebruik van kalkcement dragen hier zeker toe bij. Dat zachte cement zorgt er voor dat de muur kan bewegen zonder te breken en als er stenen uit of afvallen kan dat feitelijk gemakkelijk hersteld worden.

We hebben al gezien dat aan de kant van de zandgroeve de grond met het dennenbos opgehoopt ligt tot aan de bovenrand. Op het veld van de Ferme des Douze Bonniers zie je ook de dikke steunberen. Over de vraag of klimop zo’n muur nu verwoest of juist omhoog houdt zijn de deskundigen het nog altijd niet eens maar op de duur dringen de wortels wel teveel in de voegen en moet de vegetatie gekortwiekt worden met soms kunstzinnige effecten als gevolg.

Néthen – Savenel – langs de muur van Savenel

Hier en daar staat de muur wel een beetje scheef en langs het veld is toch één stuk nog niet lang geleden omgevallen. Ik hoop dat de eigenaars dat toch weer eens zullen laten rechtzetten en dan wel met het originele bouwmateriaal (verderop zullen we zien wat het rampzalige effect is van herstellingen met eigentijdse stenen en hard cement).

Op dit traject zijn er twee poortjes (ik dacht lang maar één maar door het snoeiwerk is het tweede poortje zichtbaar gemaakt). Het kleinste is dichtgespijkerd maar het andere is meer een officiële achteringang tot het domein die ook al voorkomt op oude kaarten. Op mijn oude foto’s is er nog een traliehek maar nu ligt dat er als oud roest naast en een wankel rasterwerkje vertelt je dat het niet de bedoeling is om er door te gaan dus dat doen we dan maar niet. Maar ook hier zou het mooi zijn om het erfgoed te restaureren vind ik.

Het Meerdaalwoud waar je op kijkt is beschermd natuurgebied maar ik heb mij laten vertellen dat de akker van de hoeve eigendom zou zijn van de kasteelheer van Savenel en het onzeker is of die daar in de toekomst geen huizen zou willen bouwen. Ik hoop dat iemand ons kan geruststellen want het zou het uitzicht van de omgeving dramatisch aantasten vind ik.

Hoog boven Néthen langs de muur van Savenel – in de verte de Ferme de Douze Bonniers

Vanaf hier kan je ook richting boshuis Het Spoor met zijn vriendelijke bewoners (paalcamping op de taalgrens!) en op verkenning in het diepste ravijn van het woud, de merkwaardigste boom en zijn geheimzinnige Warandevijver.

Op dit traject van onze Savenel-verkenning kom je vast niet veel volk tegen. Er lijkt hier nauwelijks iemand te komen want het paadje ziet er een beetje wild uit. Vanaf de poort aan de kant van La Ferme des Douze Bonniers volg je de muur tussen enkele paaltjes door. Het pad is smal, op je rechterkant is alles bos en de bomen hangen hier en daar over je pad. Kijk ook maar eens naar boven naar de hoog oprijzende woudreuzen.

Op de hoek kom je tongvaren tegen, een varensoort die in het Meerdaalwoud en overal in de natuur alleen op plekken voorkomt waar het donker en vochtig is en waar de bodem heel zuiver is. Die varens houden van oude stenen en je ziet ze dikwijls in oude waterputten.

Even de helling af en dan kom je aan de officiële achterpoort. Dit is de oudste en oorspronkelijke toegang naar het voormalig klooster en hij ligt in het verlengde van de Nethensebaan die in die tijd de officiële openbare verbinding was dwars door het Meerdaalwoud tussen Leuven en Nethen. Door de bouw van het klooster werd hij afgesloten en dat is hij jammer genoeg nu nog altijd!

Vanaf de dag van de afsluiting moest iedereen altijd een heel eind omlopen om rond dat domein in Nethen of Leuven te komen en dat was erg vervelend voor zwaarbeladen reizigers zoals marktkramers, al dan niet met paard en wagen en voor kerkgangers. Daar waren de Nethenaars indertijd erg boos over en dat gevoel is altijd een beetje overgebleven.

Néthen – savenel – achterpoort van binnen naar buiten

Als deze weg weer zou opengaan kunnen wandelaars weer langs de oorspronkelijke dreef tot in het dorp komen maar wel een beetje langs het kasteel natuurlijk maar er ook niet vlak er langs om de bewoners niet te storen. Ik pleit ervoor om bij de eigenaar van het domein aan te dringen op de wederopenstelling van deze voetgangersverbinding.

Aan de binnenkant van de poort moet nog een poortgebouw met enkele verblijfsruimtes gestaan hebben maar daar is niets meer van te zien. Vanaf hier poort volg je het pad verder ofwel klim je omhoog langs de muur en ga je bovenaan naar links om altijd langs de muur in het bos te komen. Als je dat doet kom je nog een verrassing tegen maar loop je ook een klein eindje om voor de rest van de wandeling. Via het pad kom je direct bovenaan de steile holle weg naar beneden. Op het veld staan bijna altijd sporen van everzwijnen en reeën kom je er dikwijls tegen maar ze verbergen zich graag in het hoge gras.

Wie graag zaken ontdekt klimt nu  langs de muur de helling op om die in het bos even te volgen alvorens af te dalen langs een van de mooiste holle wegen van het Meerdaalwoud. Het officiële pad gaat een klein eindje van de muur vandaan door het bos en dan kan je ook volgen, geen probleem. In de zomer groeien en bloeien hier allerlei veldkruiden en tussen het hoge gras verbergen zich bijna altijd een paar reeën.

Meerdaalwoud – muur van Savenel – de boom probeert te ontsnappen

Hoog boven langs de muur in het bos kom je allerlei geheimzinnige zaken tegen zoals zwammen, houtstructuren, een geheim teken op een boom, een andere boom die probeert te ontsnappen  maar vooral een heel oud poortje dat nergens op de kaart staat. Ik hou van poortjes, liefst als ze open staan maar dit poortje was maar even open en is nu weer potdicht.

Hoeveel poorten zijn er eigenlijk in deze muur? Iemand in Néthen zou dat toch moeten kunnen vertellen. Behalve de voorpoort en de zijpoort (met de Engelse zuilen) tel ik nog twee grotere poorten en twee kleintjes. Maar volgens mij moeten er langs de Rue de Hamme Mille nog meer zijn maar die kan je niet zien vanaf de straat. Om te weten waarvoor die poorten allemaal gediend hebben kan ik je aanbevelen om de onderstaande links te openen en het verhaal te lezen want ze hadden allemaal een specifieke betekenis voor de kloosterlingen en wie door zo’n poort naar binnen en naar buiten mocht gaan. Alles hing van de wereldlijke status maar ook van de krachtigheid van je geloof.

Op het volgende traject komen we uit op de hoek van de Nethensebaan en de holle weg naar beneden.

Recht naar het noorden kom je direct op de historische dreef met die naam die in een rechte lijn richting Leuven gaat. Zodra je in de modderplassen aan het begin staat ben je de taalgrens overgestoken en is het zaak de bandensporen te volgen van de grote machines waarmee de houtvesters de gevelde bomen weghalen.

Meerdaalwoud – Muur van Savenel – de holle weg er langs

Als je nog denkt dat het Meerdaalwoud een groot bos is, dan moet ik je een beetje teleurstellen. Van hier is het minder dan twee uur stappen naar de andere kant en dan sta je aan de autosnelweg E40 en het arboretum in Heverlee. Je bent dan ook nog aan het Zoet Water de gemeente Oud-Heverlee tegengekomen en daar is ook heel wat bos al lang verdwenen en het wordt er niet beter op met de lintbebouwing. In Heverlee ging het bos nog niet zo heel lang geleden tot aan het Heilig Hart aan de Naamsesteenweg maar veel bomen zal je aan die kant nu niet meer aantreffen.

Deze etappe van onze verkenningstocht rondom de muur van Savenel vind ik bijzonder spectaculair. We staan op de hoek van de muur boven de holle weg waarlangs we over een afstand van zo’n 200 meter moeten afdalen van een hoogte van 80 meter tot de volgende hoek op minder dan 50 meter boven de zeespiegel. Op mijn kaart heet alles hier Nethensebaan maar in het bos is dat uiteraard niet aangeduid (sorry stadsmensen: ik ben tégen naamsaanduidingen op paden in een bos!).

Wij gaan echter naar het westen en volgen altijd de muur. Het is een heel diepe holle weg en de stenen rijzen hoog boven je uit. De helling is zo steil dat ik altijd weer onder de indruk ben dat die muur daar al die eeuwen is blijven staan zonder in de kloof te zakken of vallen. Bovendien zie je hier ook hele reeksen woudreuzen die van de andere kant van de weg zijn omgevallen en boven op die muur hangen. Af en toe wordt er wel eens een weggehaald maar toch niet dikwijls. Hier en daar zie je een muurschildering. Is er iemand die Jozefien en Willem kent en weet of ze nog altijd van elkaar houden?

off Savenel – op de muur vereeuwigd

Het pad wordt veel gebruikt door ruiters en dat maakt dat er wel af en toe nieuw zand wordt aangevoerd waardoor het niet al te modderig is. Mountainbikers komen er natuurlijk ook door en ik heb gezien dat de helling aan de boskant meer en meer aangetast wordt doordat deze sportieve jongens het nu eenmaal nodig vinden om hoog uit het bos langs de steilste weg naar onder af te dalen met een akelige erosie en kaalslag als gevolg. Gezien het feit dat die helling nog juist op Franstalig grondgebied ligt is het de verantwoordelijkheid van de gardiens aan die kant om aan dit soort praktijken een einde te maken en ze zouden dat beter doen ook want anders gaat het bos hier binnenkort verloren.

Als het hard begint te regenen met je op dit pad een beetje oppassen want ik heb al meegemaakt dat het binnen de vijf minuten in een woeste watermassa verandert alsof al het water met modder en al uit met Meerdaalwoud hierlangs moet worden afgevoerd. Op de hoek beneden staat we opnieuw aan de rand van een veld maar als je rechtsaf gaat kom je weer in een heel mooie beetje wilde bosvallei. Wij gaan linksaf voor de volgende etappe.

We staan weer onder aan de muur van Savenel in Néthen en wel op de hoek aan het veld richting Sint joris Weert en het Meerdaalwoud. Als je hier even verder stapt vind je bij een dikke beuk een infobord met uitzicht op de muur.

Meerdaalwoud – Nethen – de muur van Savenel – de klimop staat vol bessen en de bomen plukken er van

Op de hoek zelf vind je nog stenen die misschien herinneren aan de palissade die de hertog van Arenberg van Weert tot aan de Naamsesteenweg liet zetten om de boeren te verhinderen om hun vee in zijn bos te laten grazen en omgekeerd zijn wild tegen te houden om op de weiden akkers tegoed te doen. Van die palissade is nauwelijk nog iets te zien op het terrein maar op oude kadasterkaarten staat hij aangeduid.

Het pad is rustiek en net te doen voor voetgangers en paarden maar op dit stuk  zou het voor mountainbikers verboden moeten zijn omdat het smal en modderig is en voetgangers niet kunnen uitwijken vanwege de hoge zijkanten.

Hoogtepunt van dit deel van de wandeling is uiteraard de ‘engelse poort’. Van wanneer die is en waarom die zo heet zoek je graag maar eens op in het verhaal over het domein (zie de links). De statige populierendreef komt uit op het kasteel dat je van hier niet ziet en uiteindelijk op de voorpoort die we nog zullen zien.

Binnen de poort zie je op de heuvel een nieuwgebouwde villa staan met heel vriendelijke bewoners maar die daar volgens mij toch nogal ‘zonevreemd’ gebouwd is, dat wil zeggen niet in overeenstemming met het verleden van het als erfgoed beschermde domein en met de natuur.

Savenel – La Porte Saint Pierre Engelse stijl

De poort is een van de doorgangen waarvan ik pleit dat dat die voor het voetgangerspubliek toegankelijk zou worden gemaakt om de mensen toch enig zicht op het domein te gunnen. Ik vind eigenlijk dat de volledige ontoegankelijke privatisering van zulke grote domeinen tegenwoordig niet meer zo eigentijds is en dat er hier en daar wel een publiek ‘sentier’ mag zijn, zeker als je weet dat heel dat bezit officieel geklasseerd is en de overheid en dus de belastingbetaler vast wel heeft bijgedragen aan de restauratie.

In het najaar kan je op de akker aan de zijpoort van de muur van Savenel in Néthen wel op luid gebrul en geknal stuiten want dan is het jachtseizoen en moeten de reeën op Waalse wijze (dat is met drijfjacht) geschoten en opgegeten worden. Ik vermoed dat er hier ook op everzwijnen wordt gejaagd. Het is een erg storende macho-manier van jagen maar op een bepaalde manier vind ik het veiliger dan de stille jacht door eenzame schutters vanuit hoge jachtstoelen zoals het aan Vlaamse kant gedaan wordt omdat je het van mijlen ver al hoort en dus weet dat je er niet tussen moet geraken.

Even verder kom je aan La Néthen en als je moed hebt kan je ook even aan de onderkant van de brug gaan kijken. Van hier stroomt het water rechtstreeks naar watermolen Vandenbempt in Sint Joris Weert en op de taalgrens verderop verandert de naam ter hoogte van het opgestuwde water in Molenbeek.

Het mooie kleine huis dat er naast staat zie ik voor het eerst op de topografische kaart van 1939 dus het is van relatief recente datum.

Nethen – langs de muur van Savenel – hier komt de molenbeek onder de muur vandaan

De domeinmuur is aan deze kant gerestaureerd met eigentijdse bakstenen en je ziet wel dat je zoiets beter niet doet want het doet eerder slecht dan goed.

Voor plantenspotters is deze muur trouwens wel een paradijsje want in de voegen vind je allerlei soorten varens en mossen en kostmossen die heel erg van kalk houden. Bekermossen zijn geen mossen hoewel ze daar wel op lijken maar korstmossen, dat wil zeggen een samenlevingsvorm van een wier en een schimmel.. Je herkent ze gemakkelijk aan hun vorm. De bekertjes zijn de dragertjes van de vruchtlichamen (sporen). Iedere keer dat er een druppel invalt spatten die weg en zo kunnen ze zich voortplanten.

Samen met de rendiermossen en de heidestaartje worden ze botanisch ingedeeld bij het geslacht van de Cladonia dat wel 350 soorten telt in vele soorten kleuren. Ze zijn wel tamelijk zeldzaam en een aantal ervan staat op de zogenoemde Rode Lijst van bedreigde soorten vooral omdat in onze streken de lucht niet zuiver genoeg meer is. Ze groeien op de grond, rottend hout, op daken maar ook op stenen zoals die in de muur van Savenel. Ik ben geen held in determinatie maar volgens mij groeit daar het Frietzakbekermos (Cladonia humilis): “Friet- of patatzakbekermos komt voor op de grond en op steen. De bekers zijn fijnsoredieus <korrelig> en plomp, de grondschubben groot. De overgang van steel naar beker verloopt geleidelijk en niet zo duidelijk afgescheiden als bij C. Fimbriata. Hierdoor lijkt de beker wat op een puntzak. Opvallend is de lichtere kleur van de sorediën (lichter dan het thallus). De kleur van de grondschubben <plaatjes, te vergelijken met bladeren> is groen tot grijsgroen. Ze staan altijd rechtop en ze zijn vaak bedekt met sorediën, de onderzijde is wit” (www.yavannah.nl , Bekermos herkennen (korstmos) – Leven in het duin). Kijk graag eens naar de foto en vertel me wat je er van denkt.

Savenel – bekertjesmos op de muur

Op de bodem aan de muur maar ook aan de rand van de akker groeien reuzenpaardenstaarten en ook die zie je niet vaak in onze streken. 

Néthen – de Chemin de Savenel staat op de Villaretkaart van 1745 met muur en al maar ik neem aan dat de weg er al veel eerder was. Hier stap je over de kasseien langs de muur langs de hoofdpoort van het domein met het poortgebouw en de grote zuilen. Helemaal aan het eind van de dreef zie je het kasteel met daarvoor de poort waarin nog glasresten moeten zijn ingemetseld als herinnering aan het glasatelier.

Sinds wanneer er kasseien zijn gelegd weet ik niet maar ze liggen prachtig vlak. Ik heb er nog geen foto van en er is niets meer van te zien maar in de eerste helft van de vorige eeuw reed hier buurttram Zwarte Jean tussen Néthen en Sint-Joris Weert. Het stationnetje staat op de hoek van de muur.

Heeft de kasteelheer ooit de tram genomen om naar Tervuren te rijden? In een al wat ouder maar pas recent op het internet geplaatst artikel lees ik dat dat de familie van Overbeke, de eigenaar van het kasteeldomein, op hun eigendom aan het station een wachtzaal met twee ruimten lieten neerzetten voor hun persoonlijk gebruik. Nadien werd dit gebouwtje in akkoord met de SNVC ingericht met een bar en en een kaartjesloket voor reizigers. Nog later werd het – als gevolg van de noodzaak aan paketten te kunnen opslaan – in verschillende fasen uitgebreid als woonhuis met verdieping met op de begane grond een ijzerhandel, boekhandel, café en goederenopslagplaats. Nog later diende het als het plaatselijk postkantoor. Nu is het wachten op oude foto’s denk ik om die verschillende fasen te kunnen zien (zie op facebook de pagina OP STAP MET ZWARTE JEAN TUSSEN VOSSEM EN TIENEN)..

Nethen – langs de muur van Savenel – de voorpoort

In dit stuk van de muur zijn hier en daar de steunberen mooi gerestaureerd maar er is ook een stuk omgevallen en een beetje verder is hij terug opgemetseld met stenen en cement van deze tijd en dat valt een beetje uit de toom vind ik. Tegenover de poort staat het schooltje Saint Jean Baptiste een beetje verscholen tussen de bomen maar voordat je daar langs komt passeer je de manege van het Centre Equestre de Néthen.

Ik kijk graag naar de paarden maar de manege staat wel een beetje heel erg in het zicht met moderne functionele gebouwen, altijd wel een lading afval en nog geen enkele poging om het geheel een beetje met groen af te dekken. Dat zou toch veel mooier zijn in deze grotendeels als erfgoed geklasseerde omgeving of zie ik dat verkeerd en zoveel moeite en geld kost dat nu toch ook weer niet? In het weekend kan het hier vol staan met vrolijk ruitervolk met hun auto’s en paarden en dan kan je er nauwelijks langs.

Al vlakbij het station gekomen zie je aan de kerk de historische ‘motte’ van Nethen maar die zie je beter vanaf het oude kerkhof. Het kerkhof zelf is ook een bezoek waard.

Langs de kasseibaan zijn wel grote graafwerken aan de gang, kennelijk voor et leggen van kabels en buizen. Dat zal wel weer in orde komen maar daarbij is een hele strook van bomen opgeofferd waardoor de straat een stuk minder charmant geworden is.

savenel – miradalbord met zicht op de muur

Helemaal aan het eind stuit ik nog op een raadsel want wie kan me vertellen waar het aanduidingsbordje Pissinte Ermeline op slaat? Het woord pissinte staat voor voetweg (‘sentier’) maar Sinte Ermeline en bijbehorende legende associeer ik tot nu toe met Meldert en niet met Néthen.

Op de parking hoop ik dat de gemeente de mooie berken zal behouden bij de geplande herinrichting. Wist je dat dit vroeger een zogenaamde ‘(al)gemene weide’ was (Al’ vèwâye)?

Daarmee ben ik aan het eind van deze wandeling. Aanvullingen en opmerkingen altijd welkom.

Savenel – plan du livre de Robert Van den Haute (zie de bronvermeldingen)
Savenel – Néthen – rond de muur – wandeling – kaart OSM

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/?s=savenel

https://ernstguelcher.blogspot.com/2020/12/le-mur-de-savenel-le-saint-desert-de.html

Miradal, Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud – Davidsfonds/Leuven 2009

(nog verkrijgbaar bij de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud)

Robert Van den Haute – Néthen Le « Saint Désert » de Savenel – Histoire du domaine des origines à nos jours ; WAVRIENSIA, bulletin du Cercle Historique et Archéologique de Wavre et de la Région, Tome XXXIV 1985, No 1-2-3

http://amisdenethen.be/wp-content/uploads/2016/02/Le-Tram-%C3%A0-N%C3%A9then.pdf?fbclid=IwAR1SLmcIrrQkn529gXD6t0QwKPoJK3T9kCTa_I02P0JV4HRfQsXxhJRmg60 (over de vicinal)

https://veluwezoominbeeld.nl/natuurinfo/korstmossen/algemene-informatie- blabs over-korstmossen/

Nethen – de muur aan de Chemin de Savenel

Trefwoorden: meerdaalwoud, savenel, néthen, muur, wandeling,

Advertentie

SAVENEL, KASTEELDOMEIN EN HEILIGE WOESTIJN IN NETHEN

Uitgelicht

Augustus 2020, Ernst Gülcher (ernst.guelcher <at> telenet.be)

EEN BEETJE GESCHIEDENIS

Savenel – de muur gezien vanaf de kant van Sint Joris Weert

De muur van Savenel in Néthen aan de zuidkant van het Meerdaalwoud is bekend bij iedere sportieve wandelaar in de streek tussen Leuven en Waver als een van die wandeltochten die je minstens één keer in je leven gedaan moet hebben. Afgezien van de hier en daar steile hellingen die je op of af moet is de ‘Promenade des Murs’ niet moeilijk. Je hebt er zelfs geen kaart voor nodig want vanaf de ‘Espace Culturelle’ en het vroegere buurttramstation volg je de stenen maar gewoon vier kilometer lang totdat je weer terug bent op je vertrekpunt. Wat je op die heel mooie tocht allemaal tegenkomt ga ik je ook nog vertellen maar in deze bijdrage besteed ik aandacht aan het domein waar die muur omheen staat en wanneer en waarom die daar ooit gezet is. Een heel groot mysterie is het niet want dankzij het eersteklas onderzoekswerk van Robert Van den Haute, samengebracht onder de titel ‘Néthen, le “Saint Désert” de Savenel – Histoire du domaine des origines à nos jours’ en in 1985 gepubliceerd als boekje door ‘Wavrensia – Cercle Historique et Archéologique de Wavre et de la Région’ weten we er zowat alles van hoewel het wel altijd een beetje een raadsel zal blijven waarom mensen behoefte hebben aan een woestijn aan de rand van een zo mooi boslandschap als het Meerdaalwoud.

Néthen – langs de muur van Savenel

Het dorp Néthen kwam in 990 onder het kapittel van Saint-Jean L’Evangéliste de Liège en dat plaatste het dorp onder de wereldlijke bescherming van de hertogen van Brabant en van Aarschot en na hen tot aan het einde van het ancien régime de heren van Sint Agatha Rode. In een document van 1226 is sprake van ene Jean le Savelineal, inwoner van Nethen die een stuk grond met de naam ‘Sart’ (gerooid) in zijn bezit krijgt op voorwaarde dat hij en zijn opvolgers een aantal belastingen (rentes) betalen.

Of die naam iets te maken heeft met mogelijke zand- of zavelgerichte activiteiten van deze Jean is niet bekend. Feit is dat geologisch gezien he Meerdaalwoud één groot historisch duinenlandschap is waar langs de rand overal zand(zavel)groeves zijn of geweest zijn, zelfs tot vlak naast het domein van Savenel (la Sablière).

Tot in de zestiende eeuw duikt de naam Saven(i)el voortdurend op waarbij het domein herhaaldelijk uitgebreid wordt. Al in de 14de eeuw is er sprake van een ‘toren’ ofwel donjon met bijgebouwen maar pas rond 1530 wordt een echt kasteel rond die toren gebouwd door dame Gertrude Savenel en haar echtgenoot Augustin van den Berghe. Van dat kasteel bestaan uitgebreide afbeeldingen. Het diende als ‘Château de Plaisance’ ofwel buitenhuis en ik begrijp dat het huidige kasteel in feite een goede restauratie is van dat oude bouwwerk.

Savenel – het kasteel gezien vanuit de lucht – Op de licht gekleurde plek aan de rechterkant bevond zich het klooster – dit beeld correspondeert opvallend goed met de afbeelding van het ‘Château de Plaisance’ in het boek van Robert Van den Haute (p.38)

In de jaren daarna wordt het domein nog verder uitgebreid door elkaar opvolgende erfgenamen-eigenaars maar stilaan komen er financiële problemen opdagen, als ik het goed begrijp onder meer door conflicten tussen erfgenamen maar vooral door tegenvallende oogsten, zware belastingen en hoge kosten om in die troebele tijden langskomende strijdende partijen tevreden te stellen.

In 1685 eindigt deze periode doordat bij een gedwongen verkoop het goed met alles er op en er aan de eigendom wordt van François de Stembor. Hij bewoont zijn kasteel twee jaar lang maar verkoopt het dan door aan de uit Lotharingen afkomstige ridder Jean-Baptiste de Martel, als ik het goed begrijp om af te geraken van de schuldenlast die dan nog altijd op het goed rust. 

Met die verkoop is de tijd van het ‘Château de Plaisance’ voorbij en begint een eeuw waarin het domein dient als een ‘heilige woestijn’ van de orde van de ‘ongeschoeide Karmelieten’ om zich uit te wereld terug te trekken voor geestelijke herbronning, meditatie en boetedoening. Maar voor dat ik dat verhaal begin vertel ik eerst over het glasfabriekje dat in die tijd – het begin van de 17de eeuw – op het domein gevestigd was en dat niet door katholieken werd opgezet maar door uit Frankrijk uitgeweken protestanten, de hugenoten.

Néthen – langs de muur van Savenel – de poort naar de Fermes les Douze Bonniers

HET VARENGLAS VAN SAVENEL

Hoe het precies in elkaar zit kan je lezen in het boek ‘The excavation of a seventeenth-century furnace at Savenel’ geschreven door A.M.Terlinden en D.W.Crossley in 1981 en nog altijd via het internet te bestellen. Alexis Michel Terlinden is op dat ogenblik samen met zijn echtgenote Anne-Marie van Overbeke de fiere eigenaar van het domein en hij laat tussen 1974 en 1977 een reeks systematische opgravingen doen waarbij op de rand van het Meerdaalwoud juist binnen de domeinmuren de resten gevonden worden van een woudglasoven met bijbehorende pottenbakkerij.

De aanleiding voor die opgravingen zijn blijkbaar de plaatselijke vondst van een Filipsdaalder, dat is een zilveren muntstuk met de beeltenis van de Spaanse koning Philips II dat tussen 1557 en 1598 in gebruik was in de Bourgondische Nederlanden en het opduiken van een document waarin gesproken wordt over een glasoven in de bossen van ‘Mordail’ bij Leuven. Die bossen zijn in die tijd de eigendom van het Bourgondische huis van Croÿ en op een kaart van 1598 uit hun collectie staat er vanuit het hertogelijk Meerdaalwoud een weg naar wat dan nog het ‘Saveneel’ heet.

De glasoven die zich – hoogstwaarschijnlijk in hertogelijke opdracht en onder zijn waakzaam toezicht – op dat domein bevond is een type dat vooral in Engeland is teruggevonden: een holglasoven met vier vleugels. Met de term holglas worden vooral glazen en flessen bedoeld. Een van de kleurige glazen vondsten in Savenel is een paddenstoelvormig strijkglas, bedoeld om linnen te strijken.

Savenel – stukken gevonden glas – bron: Hans Baeté

Om glas te maken heb je zand nodig als grondstof en een kaliumzout – voornamelijk kaliumcarbonaat – als smeltmiddel. Dat zand komt in Savenel aan de oppervlakte en het kaliumzout komt uit de ‘potas’ van varens, zoals adelaarsvaren, die door de eeuwen heen in het bos constant in grote hoeveelheden voorkwamen. Potas verkrijgt men door de as van planten in water op te lossen, te filteren en droog te koken. Samen met het zand, houtskool en de ambachtelijke stielkennis maakte adelaarsvarenglas van Savenel een markante speler in de Belgische glasgeschiedenis. Zwartkleurige glasresten – slakken – zijn gebruikt als versiering in het stenen poortgebouw van het kasdeeldomein Savenel. De analyse ervan situeert de plaatselijke glasproduktie in drie perioden: kort voor 1605, van 1622-1625 en van 1769-1784.

Wie verantwoordelijk waren voor de glasproductie in de tijd van het streng katholieke regime in de tijd van de Heilige Woestijn van Savenel is mij onduidelijk. Uit de archieven blijkt dat de vroege glasproductie op punt gezet werd door Franse hugenoten. In die tijd kwam in Frankrijk de strijd tussen het katholicisme en het calvinisme op een dieptepunt waarbij in 1572 de katholieken de strijd probeerden te beslechten met een massale moordpartij op calvinistische leidende personen en hun volgelingen in Parijs. Deze massamoord op naar schatting ten minste 10.000 hugenoten wordt sindsdien de Bartholomeüsnacht genoemd. Ondanks de godsdienstvrede door het Edict van Nantes in 1598 onder koning Hendrik IV ging het calvinisme in Frankrijk in de 17de eeuw onder de contrareformatie zo goed als verloren.

Savenel -glasoven – bron Hans Baeté

Hugenoten vluchtten in grote aantallen uit Frankrijk weg en zo ook de leden van een bekend glasmakersgeslacht, de Colnets of Colinets en samen met hen ook andere glasproducenten zoals de familie Ferry en Hennezel. Dat velen van hen zich gevestigd hebben in het stroomgebied van La Dyle in het hun taal sprekende Waals-Brabant is uiteraard niet te verwonderen. Water is overal aanwezig maar ook de noodzakelijke grondstoffen zoals zand, vuurvaste klei en een overvloed van bos om de oven te stoken. Daarnaast groeit in onze streken ook de adelaarsvaren uitbundig en die is nodig om het glas zijn groenige kleur te geven.

Behalve in Néthen zijn glassites gevonden in Rixensart, Moriensart (Céroux-Mousty), Limal, Bousval, Ways en Thy. Maar de dichtstbijzijnde bevindt zich in Bonlez diep in de vallei van de Glabais, een zijriviertje van Le Train. In 1624 opende Jean Colnet een glasatelier in de buurt van het plaatselijke kasteel en vijf jaar later huurde hij samen met zijn echtgenote een terreintje aan de overkant van de rivier waar tegenwoordig de Ferme du Fort des Voiles is. Op dezelfde plek stond vanaf 1834 de watermolen van ene Hubert Wigy. ‘Fort des Voiles’ is niet een onder  sluiers verborgen versterking maar de in plaatselijk dialect verbasterde herinnering aan de ‘four à verre’ (glasoven).

Al met al moeten we blij zijn dat die glasactiviteiten in het Meerdaalwoud beperkt zijn gebleven want anders hadden we misschien nog minder bos dan nu al het geval is. Het model oven dat werkzaam was in Savenel is een echte brandhoutvreter. Volgens Alexis Michel Terlinden heb je 12 stère beukenhout per dag nodig om zo’n oven te gebruiken en daarvoor moet je een hele hectare bos omkappen per week ofwel zo’n 50 hectare per jaar. Of dat klopt weet ik niet maar als het zo is raak je je bossen wel in erg hoog tempo kwijt.

Waar al dat glas gebleven is weet ik eigenlijk niet. Een aantal voorwerpen zouden nog op het kasteel zijn en in het oude poortgebouw zijn enkele stukken ingemetseld.

Savenel – gebruik van glas om te strijken – bron Hans Baeté

DE OPRICHTING VAN DE HEILIGE WOESTIJN

In de 14de eeuw beleeft de orde van de Karmelieten haar grote bloeitijd. In 1586 gaat zij door een diepgaande hervorming. Op impuls van twee beroemde mystieke heiligen Sainte Thérèse d’Avila en Saint Jean de la Croix splitst zich de nog strengere  ‘Orde van de Ongeschoeide Karmelieten’ (ook genoemd ‘les Petits Carmes) zich van de hoofdorde af en verkrijgt van Paus Clement VIII in 1593 haar volle onafhankelijkheid.

In onze streken stichten de ongeschoeide karmelieten een heel aantal vestigingen – zowel huizen als kloosters – onder meer in Brussel, Leuven, Antwerpen en Visé.

Vanaf begin 1600 richt de orde zich op het inrichten van zogenoemde ‘Heilige Woestijnen’. De eerste daarvan in de Zuidelijke Nederlanden vestigt zich in 1619 in Marlagne in Wépion (deelgemeente van Namen).  Bij de splitsing in 1665 tussen een Wallo-Belgische en een Franco-Belgische provincie maar ook  vanwege het groeiend aantal aanvragen werd een tweede woestijn nodig en dat wordt in 1689 die van Néthen.

Meerdaalwoud – Néthen – de muur van Savenel – de klimop staat vol bessen

Wat is zo’n ‘woestijn’? In de eerste plaats moet het een oord zijn dat verwijderd is van wereldse dorpen en steden en van het menselijk gewoel waar de kluizenaar zich ongehinderd in alle eenzaamheid kan richten op zijn Schepper. Tegelijkertijd moet dat oord zich dicht genoeg bij de bewoonde wereld bevinden dat de kluizenaar die ziek wordt naar een klooster kan worden gebracht voor verzorging. Het moet ook groot genoeg zijn om rondom een in de woestijn gebouwd klooster een aantal kleine kluizenaarsvestigingen te bouwen en om groenten, fruit en zuivel produkten te produceren voor de vervulling van de dagelijkse levensbehoeften.

Rondom de woestijn moet een muur gebouwd worden om iedereen te weren die niet tot de gemeenschap behoort. De kluizenaars – allen mannen – zelf moeten sterk genoeg zijn om een leven van uiterste versobering te kunnen doorstaan zonder gezondheidsschade op te lopen. Wie ziek is, te oud of te jong wordt niet toegelaten. Een verblijf in de woestijn mag niet langer duren dan één jaar, alleen enkele allersterksten mogen wat langer blijven, alle anderen keren na een jaar terug naar hun klooster van oorsprong hoewel ze nadien wel opnieuw een verblijf in de woestijn kunnen aanvragen.

Bezoek was niet toegelaten, de bewoners mochten hun ouders één maal per jaar zien maar briefwisseling was verboden. In de woestijn zelf heerste absolute stilte tenzij bij speciale religieuze bijeenkomsten. Onder elkaar mochten de broeders slechts met handgebaren communiceren indien absoluut noodzakelijk. Maaltijden waren uiterst sober en vonden plaats tussendoor de talrijke erediensten en gebeden. Een deel van de dag werd in de tuin gewerkt en voor het overige brachten de kloosterlingen de tijd in absolute eenzaamheid door.

Néthen – Savenel – de muur op het hoogste punt

De keuze om een heilige woestijn op te richten in het domein van Savenel in Néthen is bepaald door de gezamelijke wil van drie mannen van aanzien: Jean-Baptiste-Jacques de Gavarelle, Prins van Lotharingen Charles-Henri de Vaudémont en ridder Jean-Baptiste de Martel.

Gavarelle – ofwel Père Maximilien de Sainte-Marie – is in die tijd het provinciale hoofd van de orde van de Ongeschoeide Karmelieten met blijkbaar een bijzondere voorliefde voor de streek van Leuven. Het geslacht de Vaudémont hoort tot het huis van Lotharingen. De vader van Charles-Henri geraakt in conflict met de Franse koning Lodewijk XIII en maakt een avontuurlijke-romantische carrière als Spaansgezind veldheer in de Nederlanden. Zoon Charles-Henri zet het avontuurlijke leven van zijn vader succesrijk verder maar ontwikkelt zich tegelijkertijd als een fervent beschermer en financierder van de orde van de Karmelieten en hun kloosters.

Van Jean-Baptiste de Martel’s afkomst is niet veel geweten anders dan dat hij ook van Lotharingen was en dienst deed als kapitein in de garde van de prins. Ook hij leidt een avontuurlijk en welstand brengend leven maar na het verlies van twee echtgenotes besluit hij op zijn oude dag het wereldse in te ruilen voor een verblijf in een klooster en in de geest van zijn meester kiest hij voor de Karmelieten.

Néthen – Savenel – van hier gaat de muur steil naar beneden tot in het dorp

Op 30 juni 1687 koopt hij het domein van Savenel en daarna wordt het zijn eerste taak om de nodige geldmiddelen te verzamelen om de kloosterdroom te verwezenlijken. Het domein gaat bij de aankoop nog altijd gebukt onder aanzienlijke hypothecaire lasten (‘rentes’) opgedaan in het verleden. Met hulp van de Prins en van Père Maximilien (Gavarelle) worden een aantal van die rentes afgekocht. In september 1987  wordt bij decreet van de Spaanse Koning Charles II de goedkeuring afgekondigd om op het domein van Savenel een kerk en een klooster te bouwen om maximaal twintig ongeschoeide karmelieten te huisvesten op voorwaarde dat zij in hun eigen levensonderhoud zouden voorzien. In datzelfde decreet wordt ook de toestemming verleend om rond het domein een muur te bouwen.

Aangezien bij de aanvraag voor dit decreet ook een gedetailleerd plan werd gevoegd van de bestaande en toekomstige toestand van het domein beschikken we vandaag over gedetailleerde afbeeldingen maar daarvoor verwijs ik naar het boek van Robert Van den Haute. Bij de afronding van al de onderhandelingen verkreeg Jean-Baptiste de Martel het recht om – na van zijn domein afstand te hebben gedaan – er zich voor de rest van zijn leven op te vestigen. Aangezien er blijkbaar al meteen protesten rezen tegen die afstand van de kant van zijn toekomstige erfgenamen, werden wel de nodige papieren opgemaakt met maatregelen om te verhinderen dat die of andere schuldeisers op een kwade dag zouden komen opdagen om hun rechten op te eisen.

Néthen – Savenel – poort aan het einde van de Nethensebaan – je staat met je rug naar het Meerdaalwoud – het kasteel en Néthen zijn rechts vooruit

Naast Martel kreeg ook Baron van Attenrode Jean-Baptiste Daneels, de erfgenaam van de eerste echtgenoot van Martel’s eerste echtgenote, het recht om zich op het domein te vestigen op voorwaarde dat hij enkele grote op het domein rustende ‘rentes’ zou aflossen. Beiden zijn na hun dood in Néthen begraven.

De officiële opening van de Heilige Woestijn vond plaats op 14 september 1689 na de voltooiing van de eerste nieuwe gebouwen, te weten een poortgebouw met een kleine (voorlopige?) kapel en hospicium.  Dat  bevond zich niet op de plek van de huidige hoofdingang aan de Rue du Convent maar helemaal aan de andere kant van de muur waar in het Meerdaalwoud nu het einde is van het kaarsrechte gedeelte van de Nethense baan. Op die plaats zie je vandaag een kluwen van boswegen maar in die tijd was hier blijkbaar de officiële weg tussen Leuven en Waver en als je grote kaart erbij pakt klopt dat inderdaad want Waver ligt pal naar het zuiden vanaf Leuven en de Nethensebaan volgt die richting. Als je die poort doorgaat kom je rechtstreeks bij het kasteel. Verborgen in het bos is er al eerder in de muur nog altijd een klein afgesloten poortje waarvan ik niet weet hoe oud het is en waarvoor het gediend heeft maar van de kapel en hospicium is niets meer te zien.

Die achterpoort is tot op dag vandaag niet toegankelijk maar het is boeiend om te weten dat de afsluiting van deze doorgang de oorzaak is geweest van een honderd jaar lang durend scherp conflict tussen de kloosterlingen en de dorpelingen van Nethen.

Meerdaalwoud – Muur van Savenel – even koekeloeren of ik geen everzwijn zie

De weg ging voor hen niet alleen langs het kasteel maar ook verder naar hun dorp en naar de kerk. Het was een belangrijke route tussen Nethen en Leuven en in tijden van nood was het ook de snelste vluchtweg richting bos. Door de afsluiting van het domein (en nadien de bouw van de muur) om religieuze redenen moesten ze er in het vervolg maar omheen zien te geraken, hetzij langs de steile bovenkant of door het moeras aan de lage kant. Nadien zijn er nog allerlei conflicten komen opdraven, vooral over het al dan niet houden van religieuze plechtigheden en wie dan de mis moest opdragen en op welk uur. Al met al met eindigde het geruzie pas met de sluiting van Saint Désertdoor de Fransen maar blijkbaar is er tot op de dag van vandaag iets van blijven hangen.

Na de opening in 1689 duurde het nog tot 1698 voordat de eerste prior kon worden benoemd, Père Sérapion de Sainte-Catherine. En tegen die tijd was de ‘kluizenaarsvrede’ ver te zoeken vanwege het conflict met de dorpelingen maar ook vanwege problemen met de bouw van het klooster.

Aan de muur was men toen zelfs nog niet begonnen, de eerste steen daarvan werd in 1712 gelegd en hij was pas vijf jaar later gereed. Ik kom daar nog op terug.

Volgens de oprichtingsacte mochten er 20 monniken verblijven met een onbepaald aantal lekenbroeders om hen te verzorgen. Dit cijfer is nooit bereikt, in 1754 waren er vier, in 1784 elf en in 1789 waren er tien op het ogenblik dat de Fransen het klooster kwamen sluiten.

Néthen – Savenel – langs de muur van Savenel

Hun levenswijze was inderdaad heel erg sober. Hun kleding bestond uit simpele pijen en – zoals hun naam aangeeft – droegen ze zomer en winter sandalen aan hun blote voeten. Om die te repareren moesten er wel af en toe een kleermaker en een  ‘sandalimaker’ langskomen. Voor de hygiëne werd gebruik gemaakt van ‘Tonnekens zeep’ uit Mechelen. De maaltijden waren eveneens zeer sober hoewel er wel af en toe wat zoete lekkernijen en bier het klooster binnenkwamen.

Het woord ‘woestijn’ suggereert een droog en zonnig klimaat maar in onze koude vochtige streken en met name zo diep in de moerassige vallei van de altijd maar weer overstromende Ruisseau de la Néthen was het ascetische verblijf ook nog eens zeer ongezond en de plaatselijke  ‘barbier-chirurgijn’ werd dikwijls geroepen om longontstekingen en reumatiek te bestrijden en ook daarvoor mochten soms wat luxueuzer voedingsmiddelen worden gebruikt om sterfgevallen tegen te gaan. Wie ziek was werd vrijgesteld van het kluizenaarsbestaan maar dikwijls overleefden de patiënten de behandelingen niet, zelfs niet na het inroepen van de hulp van heiligen zoals Sainte Pharaïlde tegen buikloop, tandpijn en andere ongelukkigheden. Soms werden zwaar zieken afgevoerd naar het Saint-Albert klooster in Louvain. Doden werden begraven in de kloosterkerk of in hun kluizenaarscellen en vanaf 1792 ook op een klein kerkhof in de kloostertuin binnen de muur.

Robert Van den Haute geeft een uitvoerige beschrijving van de gebouwen op het domein en hoe alles ligt ten opzichte van elkaar en wat er nog van over is. Op pagina 6 van zijn boek vind je daar ook een plattegrond van.

Daar kan je zien dat er nog poorten zijn zoals die in de richting van de Ferme des Douze Bonniers. Er is of was (kan het niet zien op het terrein) ook nog een poort aan de kant van Néthen. Misschien was dat de ‘pagan poort’, de enige toegang voor wie niet van de juiste leer was?

Van de gebouwen is uiteraard het kasteel met voorhof het belangrijkste. Zoals we al weten is het gebouwd rond de massieve middeleeuwse donjon die in die tijd duidelijk een verdedigingsfunctie had zoals op oude tekeningen  blijkt uit de aanwezigheid van kantelen en aan de noord-kant een uitbouw waarvan projectielen geschoten of geworpen konden worden. Kantelen en uitbouw verdwenen nadat de toren rond 1530 in het landhuis met verlies van de bovenverdieping geïntegreerd werd en bij de laatste restauratie is de verdieping wel terug opgebouwd maar afgedekt met een fraai puntdak. Het kasteel heeft de eeuwen min of meer doorstaan. Volgens de auteur moeten er nog heel mooie muurschilderingen zijn maar die heb ik nog niet gezien. De monniken gebruikten het landhuis blijkbaar alleen om hoge gasten – vooral geestelijken maar ook militairen en magistraten – te ontvangen maar hadden het blijkbaar moeilijk om de hoge kosten te betalen die nodig zijn om een gebouw van dergelijke omvang en allure te onderhouden. Sommige van die gasten brachten meer dan een jaar in het domein door, zij waren niet onderworpen aan het soberheidsregime en namen het er dan ook goed van. Door het gebrek aan onderhoud en de leegstand onder de Franse bezetting is het toch in verval geraakt en nog in het begin van de 19de eeuw is de tweede verdieping blijkbaar afgebroken.

Néthen – langs de muur van Savenel

De eerste steen van de kerk – gewijd aan Saint Jean de la Croix – werd op 14 november 1689 gelegd door de Prinses de Vaudémont. Het moest een heel sober bouwwerk worden – zowel van buiten als van binnen – maar de voltooiing nam meer dan tien jaar in beslag, vooral wegens financiële problemen. De toren bevatte tot 1792 één klok, daarna nog enkele jaren twee die door daarvoor betaalde dorpelingen werden geluid. Van Den Haute geeft een beschrijving van het interieur maar in 1798, drie jaar na de sluiting van de Saint Désert werd het oratorium afgebroken en de rest verviel tot een ruïne door gebrek aan onderhoud en plundering door de plaatselijke bevolking.

Het klooster was een rechthoekig gebouw in traditionele stijl en bevatte een conferentie-zaal en waarschijnlijk een soort van keuken. Voor de rest waren er cellen, allemaal zo sober mogelijk ingericht. Wie er sliep beschikte zomer of winter over één deken en dat moet in de winter heel onvoldoende zijn geweest. Er was een zeer bescheiden bibiotheek (lezen werd afgeraden) en wat er was is door de Fransen in beslag genomen en bevindt zich nu in de Koninklijke bibiotheek. Uit de administratie blijkt dat er een abonnement was op de ‘Gazetten van Antwerpen’ maar wie dat las is niet geweten. Het klooster zelf is samen met de sacristie in de Franse tijd afgebroken

De eetzaal is het enige bewaard gebleven deel van het klooster en is sinds het vertrek van de geestelijken er zelfs beter op geworden. Hij maakte dan ook niet deel uit van het kloostergebouw maar is een klein bouwwerk in het verlengde van het landhuis. In de toegang bevinden zich blijkbaar nog een aantal opschriften om de monniken aan te sporen om ook tijdens de maaltijd hun geestelijke opdracht in acht te nemen. De maaltijden werden bereid door de leken-broeders.

Néthen – Muur van Savenel

Er moeten in totaal acht kluizenaarswoninkjes of cellen zijn geweest verspreid over het domein. Ze waren ieder gewijd aan een andere heilige maar ze zijn allemaal verdwenen op één na. In de buurt van de vijver zijn nog resten van een gebouwtje dat in de annalen benoemd en afgebeeld wordt als ‘grot’ maar niet meer als zodanig herkenbaar is.

De grote en vorstelijke toegangsdreef tussen de Chemin de Savenel en het kasteel is door de kloosterlingen aangelegd rond 1719 ter gelegenheid van de voltooiing van de muur. De oudste afbeelding van die muur staat op een kopergravure van 1692 maar toen was hij er nog lang niet. De bouw begon pas in 1712 en het moet een geweldig werk zijn geweest om hem te bouwen hoewel we daarover in het boek van Robert Van den Haute nauwelijks iets vinden behalve dat om de stenen en andere materialen aan te voeren de karmelieten hun enkele koeien en vier paarden inspanden die ze eigenlijk tegelijkertijd nodig hadden om hun akkertjes te bewerken.

Ik ben nog altijd op zoek naar een antwoord op de vraag hoeveel stenen er nodig waren om die muur van vier kilometer lang neer te zetten met steunberen en al. Volgens het boek ‘Miradal, erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud’ (p.15) waren er 10.000 kubieke meter klei en ongeveer dezelfde hoeveelheid houtskool nodig maar andere bronnen spreken over 5.000 kubieke meter klei dus iemand moet het nog eens precies narekenen. Er was natuurlijk ook zo ongeveer een zelfde hoeveelheid zand nodig. Al dat materiaal kwam uit het Meerdaalwoud, alleen de ongebluste kalk voor het cement in de voegen, in totaal 100 ton, moest ergens anders vandaan komen. Op het domein was er een steenbakkerij en er zouden zich nog negen kleiputten bevinden,  op oude kaarten staat de aanduiding ‘Ronde des Carmes’.  

langs de muur van Savenel

Wie langs de muur stapt kan zich verbazen over de duurzaamheid van het metselwerk en de vakbekwaamheid van de metselaars van die tijd. Gezet zonder fundering op een dikwijls steil hellend en ook beweeglijk zanderig terrein in een vochtige bosomgeving heeft de muur zich drie eeuwen lang opmerkelijk goed gehouden. Het gebruik van kalkcement maakt dat de muur meebeweegt met het terrein en niet breekt. Waar hij omvalt kunnen de stenen verzameld worden en opnieuw worden gemetseld. Hier en daar is hij met modern hard cement hersteld maar dat is overduidelijk geen groot succes. Vooral aan de kant van de zandgroeve La Sablière is de grond aan de buitenkant er tegen opgehoopt wat een enorme druk naar binnen moet geven maar hij staat er nog altijd. Op twee plaatsen zijn er stroken verdwenen maar technisch is er geen reden om die niet terug op te zetten. Vooral in de holle weg langs de muur vallen er volwassen bomen op de bovenkant en dat geeft wel beschadigingen. De bovenkant van de muur ziet er over het algemeen wel nogal ‘rafelig’ uit. Aangezien de natuur zin rechten opeist moet de muur wel af en toe weer eens ontdaan worden van woekerende klimop hoewel die klimplant misschien ook een stabiliserende werking heeft. Waar het klimop weggehaald wordt slaan onvermijdelijk de graffiti-minnaars toe en dat moet dan ook weer verwijderd worden ondanks de soms spectaculaire muurschilderingen. Voor liefhebbers van typische muurplantjes is de muur één groot avontuur.

Savenel cartel graffiti

Uit het bovenstaande kan je al afleiden dat de uitvoering en instandhouding een kloosterproject van deze omvang onmogelijk zou zijn geweest met alleen maar een paar kluizenaars en lekenbroeders. Om alle werken de baas te kunnen werden een aantal werklieden uit het dorp ingehuurd  die voor een deel ook op het domein zelf verbleven in speciaal gebouwde ‘knechthuyskens’. Onder hen waren tuinlieden en boomkappers en -verzorgers, een paardenknecht en een met geweer uitgeruste boswachter. Nog in 1786 kwam er een nieuwe paardenstal en er was naast de boomgaard ook een wijngaard, een brouwerij, een smid, een bakoven en een watermolen op het terrein. In hoeverre van al die zaken nog iets te zien is weet ik niet maar het is zeker dat de watermolen op het ogenblik van de komst van de Fransen al helemaal verdwenen was onder het geweld van de overstromende beek en – bij wijze van detail – de monniken hun graan lieten malen in de watermolen van Sint Joris Weert (de huidige molen Vandenbempt). Daarnaast waren er visvijvers om de bevoorrading van die kant veilig te stellen. De opbrengsten dienden blijkbaar niet alleen voor de eigen voorziening maar werden ook plaatselijk op de markt gebracht.

De ‘Saint Désert’ was niet alleen een oord voor armoedig maar vreedzaam kluizenaarsschap, het diende ook als schuilplaats tegen oorlogsgeweld. In de korte periode van hun bestaan – iets meer dan een eeuw – was dit deel van de wereld het sombere toneel van de oorlogen van koning Lodewijk XIV en alles wat daarbij kwam kijken.

Meerdaalwoud – muur van Savenel

In beginsel waren kloosters door de hoge wereldlijke autoriteiten vrijgesteld van militaire eisen van allerlei aard maar in de praktijk was het niet gemakkelijk om van belastingen, plunderingen en gedwongen huisvesting gespaard te blijven. Begin juni kwam de koning met zijn troepen als eens op doortocht in Nethen. In 1693 deed hij dat nog eens dunnetjes over en plunderde bij die gelegenheid het dorp zowat leeg. Of daarbij de kloostergemeenschap gespaard bleef vertelt de geschiedenis niet maar Robert Van den Haute wijst er op dat het kasteel van Savenel in die tijd zowat de enige plek was waar je zo’n hoge gast kon huisvesten en hem en zijn hofhouding van het nodige voorzien. In 1700 waren er opnieuw eisen om militairen te huisvesten op het domein. In 1705 plunderden de Hollandse troepen zowel Nethen als Bossut helemaal kaal en in 1706 stonden de Fransen alweer aan de grenzen maar deze keer ontsnapte Savenel aan hun aanwezigheid. De vreugde moet van korte duur geweest zijn want in 1707 kampeerden de Hollanders 17 weken lang in de omgeving van Néthen en plunderden in die tijd alles wat opgegeten kon worden door mens en dier, met inbegrip van wat zich aan granen, koeien en paarden binnen het domein bevond. Daarbij moet worden aangetekend dat waar de katholieke Franse troepen zich al te buiten gingen, er uiteraard van de Lutherse Hollandse soldaten geen respect voor de kloostergemeenschap te verwachten viel. In 1752 was het opnieuw raak met Franse plunderingen en brandschattingen van zowel het dorp als het domein maar blijkbaar was er in die tijd niet meer veel te halen.

Desondanks overleefde de kloostergemeenschap al deze catastrofes wel en blijkbaar minder door te bidden en boete te doen dan door al haar invloed te gebruiken om haar grondgebied uit te breiden, onder meer door erfenissen en daarbij op alle mogelijke manieren de erfrechtbelasting en andere fiscale lasten te ontwijken.

Néthen – langs de muur van Savenel

DE EVERZWIJNEN VAN DE HERTOG

Wellicht kan ook het volgende merkwaardige verhaal gezien worden als een methode van de kloosterlingen om aan inkomsten te geraken en goede relaties te onderhouden met machtige buren.

De blinde hertog Lodewijk Engelberg van Arenberg (1750-1820) staat bekend om vele kwaliteiten maar een daarvan was dat hij dol was op de jacht op everzwijnen. Om zoveel mogelijk van deze dieren in zijn bossen te krijgen kruiste hij ze blijkbaar zelfs met gewone varkens. Daarmee kreeg hij het onvermijdelijk aan de stok met de boeren en tuinlieden in Néthen omdat al die varkens regelmatig buiten kwamen en zich op hun eigendommen tegoed deden aan de gewassen en ook schade toebrachten aan de bodem door alles om te woelen.

Hoe meer zwijnen er kwamen hoe sterker de protesten opklonken en op de duur spanden de dorpelingen het ene proces na het andere in om de dieren weg te krijgen.

De hertogelijke macht was eeuwenlang absoluut, maar de feodale tijd liep op zijn einde en de tegenstanders haalden uiteindelijk hun slag thuis. De dorpelingen trokken naar Wenen en vonden gehoor bij keizer Jozef II.

Een keizerlijke ordonnantie uit 1781 verbood loslopende everzwijnen in heel de Oostenrijkse Nederlanden en dus ook in het Meerdaalwoud. Engelbert sloot dan maar een overeenkomst met de kloosterlingen om zijn evers binnen de muren van hun domein te drijven.

Wat hij voor deze overeenkomst betaald heeft en wat de voorwaarden waren is blijkbaar niet geweten maar in het kader van ervan liet hij het domein in 1781 naar waarde schatten. Hij gebruikte hiervoor een opmeting uit 1760 en liet een schatter van de stad Leuven komen. De gebruikte maat was de Leuvense bunder van 18,33 voet: iets minder dan 1,1 hectare, ofwel 26 bunder van de ommuurde oppervlakte werd als bos beschouwd en dat zou een stuk meer zijn dan vandaag. Woudmeester Deloftes berichtte op 11 juli 1782 dat men druk bezig was om palissaden te maken om de ‘sangliers’ te vangen. Van het binnendrijven is geen afbeelding bekend en we weten ook niet om hoeveel dieren het ging.

Néthen – langs de muur van Savenel

Het droevige einde van dit verhaal is dat ze in 1790 allemaal afgemaakt zijn door 35 gewapende vrijwilligers in dienst van de Confederatie der Belgische Staten. Die waren blijkbaar bang dat de Keizer de onafhankelijkheidsstrijd  van zijn Nederlandse gewesten zou verliezen en de macht van de Hertog van Arenberg opnieuw tot het kweken van everzwijnen zou leiden. Van de ongetwijfeld uitbundige barbecue achteraf zijn geen verslagen. Sindsdien zijn er lang geen evers meer in onze bossen te bespeuren geweest, hoewel er hier en daar wel namen aan herinneren, zoals de Enceinte des Marcassins/Everzwijnbad en La Course du Sanglier.

HET EINDE VAN DE HEILIGE WOESTIJN

Een eerste echte bedreiging voor de gemeenschap kwam er met de troonsbestijging van diezelfde keizer Jozef II van Oostenrijk door zijn edict van 1783 op de sluiting en openbare verkoop van de contemplatieve “onnuttige” kloosters. In een eerste ronde werden 600 kloosters opgeheven. De Karmelieten van Savenel ontsnapten die dans maar niet voor lang.

In 1794  kwamen de Franse republikeinse soldaten in de streek aan en een jaar later bezetten ze het domein en maakten een uitgebreide inventaris van al wat zich daar bevond. Dankzij die lijst weten we dat er op dat ogenblik 5 kluizenaars-monniken en 5 lekenbroeders waren. Alle goederen werden in beslag genomen als ‘bien national’ en vrij onmiddellijk volgde hun gedwongen verdrijving.

Begin 1797 volgde een eerste openbare verkoop en merkwaardig genoeg – maar niet uniek – kwam een voormalige ongeschoeide karmeliet van het Placet-klooster in Leuven als nieuwe eigenaar uit de bus door bij ‘het uitgaan van de kaars’ 200.000 ponden op tafel te leggen. Waarom ‘burger’ Théodore Salens uit Antwerpen op zijn leeftijd van 46 jaar zich geroepen voelde om actief te worden op de immobiliënmarkt in Nethen is niet geweten. Het kan zijn dat hij hoopte dat de Fransen spoedig de aftocht zouden blazen en de oude orde hersteld zou kunnen worden.

Néthen – de muur van Savenel

Om het klooster in ere te herstellen had hij toch alles wat van religieuze aard was terug moeten kopen zoals de klokken, de altaren, de beelden, de kandelaars, de banken, de schilderijen, de orgels, de ramen en verder alle voorwerpen van kunstzinnige aard want die werden allemaal afgevoerd onder beslag en er is nooit meer iets van teruggezien.

Omdat de Fransen op het domein alles wegsleepten of vernielden dat maar ergens als een godsdienstig voorwerp of teken kon worden beschouwd maar ook omdat tussen het verdrijven van de monniken in oktober 1795 en de verkoop in januari 1797 de gebouwen meer dan een jaar leegstonden raakte alles snel in verval, vooral omdat de buurtbewoners er binnendrongen om zich met van alles aan bouwmaterialen te bevoorraden om hun door de oorlog beschadigde eigendommen te herstellen of om nieuwe huizen te zetten.

Théodore Salens moet al snel de hoop hebben opgegeven om de oude orde te herstellen want hij ging op zoek naar een overnemer terwijl hij een periodieke houtverkoop deed om uit de kosten te geraken en wachtposten plaatste om verdere plunderingen te voorkomen.

Hij stelde een zaakwaarnemer aan, een zekere Pierre Huttebize, van beroep leerlooier en vooraanstaand handelaar in het Leuvense. Deze maakte fortuin, vooral door de levering van laarzen aan de republikeinse troepen. Met dat geld kocht hij een hele reeks hoeves en gronden in de regio op.

In oktober 1798 kocht hij ook het domein van Savenel en deed de nodige herstellingen aan het door de kloostergemeenschap erg verwaarloosde landhuis zodat het opnieuw kon dienen als ‘chateau de plaisance’ hoewel het sindsdien wel met een verdieping minder moet stellen.

Hij verpachtte het domein voor een langere termijn aan enkele geïnteresseerden. Of het kloostergebouw er in die tijd nog was is me niet helemaal duidelijk. In kadastrale aktes van 1826 en 1836 wordt gezegd dat het voormalige klooster van Nethen is omgevormd tot een pachthof en dat er nog maar één oud gebouw is. Dat wijst er op dat tegen die tijd alleen het kasteel er nog was en dat het klooster was afgebroken.

Château de Savenel – oude foto

Zoals vaker gebeurt kregen zijn erfgenamen na zijn dood in 1826 ruzie over de verdeling en in 1833 werd het domein opnieuw verkocht, ditmaal aan zakenman Jacques Walther-Joseph de Pierpont de Noest.

Deze ging op het kasteel wonen en vroeg en verkreeg in 1835 vergunning om op de plaats van de vroegere watermolen een ‘moulin à papier’ te installeren.  Op de kaart Vandermaelen van 1946 zie je deze als ‘papeterie’ staan op de kruising tussen de beek en de oprijdreef naar het kasteel. Om zijn molen aan te drijven bouwde hij ter plekke een stuw om op de beek een verval te creëren van maar liefst 4,07 meter.

Het gevolg daarvan was dat in het dorp de gemeenschappelijke ‘Veeweide’ en de aangrenzende tuinen voortdurend onder water kwamen te staan. Op hun klachten hierover reageerde hij met een aanvraag om het waterpeil nog 41 cm hoger te mogen laten stijgen.

Uiteindelijk was er een gerechtelijke uitspraak nodig om de heer Pierpont tot toegevingen te dwingen en vervolgens vroeg hij vergunning om een stoommachine te plaatsen en die vergunning kreeg hij op voorwaarde dat de bijbehorende schoorsteen hoog genoeg zou zijn om met zijn uitstoot geen problemen te veroorzaken voor de omwonenden. Waarschijnlijk gelukkig voor die van Néthen braken er slechte tijden aan voor de papeteries in de regio en tegen 1846 bestond die in Savenel niet meer.

DE TIJD VAN NU

In 1850 krijgt het domein opnieuw een andere eigenaar in de persoon van Elisa Wilson, de kleindochter van de Britse industrieel Thomas Wilson, gevestigd in Ukkel.

Samen met haar echtgenoot Louis van Overbeke maakt zij ernstig werk van de restauratie – misschien meer een grondige verfraaiingsverbouwing – van het kasteel en het domein.

Néhen – langs de muur van Savenel – de achterpoort in ‘Engelse’ stijl

De twee zuilen aan de huidige hoofdingang stammen uit die tijd hoewel de sfinxen die zij er op liet plaatsen ondertussen ook alweer een dertig jaar verwijderd zijn om veiligheidsredenen.

Op hun initiatief  wordt een nieuwe poort met dreef aangelegd tussen het kasteel en de muur naar de huidige Chemin de la Forêt in de richting van Sint Joris Weert. De poort kreeg de ietwat misleidende naam ‘Porte de Saint-Pierre’ maar valt vooral op door zijn hoge zuilen van baksteen die blijkbaar kenmerkend zijn voor sommige Britse landhuizen, vooral die in Lancashire, de geboortestreek van de Wilsons.

Rond het landhuis wordt een Engels pittoresk landschap aangelegd waarvoor een deel van het vroegere voorhof moest wijken. Alleen de merkwaardige ingangspoort van dat plein staat er nog altijd met ingemetseld enkele stukken glas als aandenken van de glasblazerij die er ooit was zal hebben.

Robert Van den Haute  sluit zijn boek af met de toch wel belangrijke vermelding dat het kasteel en het domein in oktober 1948 als monument werden geklasseerd maar dat in november 1961 het kasteel weer werd gedeclasseerd. Zonder verdere details kan ik dit niet begrijpen in het licht van de zorg waarmee de eigenaars in 1960 professor Simon Brigode, een bekend architect-specialist in de restauratie van middeleeuwse monumenten een verregaande restauratie hebben laten doorvoeren om het kasteelgebouw in zijn oorspronkelijke vorm te herbouwen op basis van een gravure uit 1692 en een plan opgemaakt in 1800. Daarbij heeft de donjon zijn derde verdieping teruggekregen met puntdak en spits.

Sindsdien valt er over Savenel een voor de buitenstaander opmerkelijke stilte. Het domein is sinds die tijd tot voor kort niet meer van eigenaar veranderd. Ik begrijp dat het nog altijd toebehoort aan de families van Overbeke en Terlinden. De Terlindens deden hun intrede in het kasteel ter gelegenheid van het huwelijk tussen Anne-Marie van Overbeke met Alexis Michel Terlinden in 1950.

Zwarte Jean – Néthen – Château de Savenel

Alex Michel Terlinden werd geboren op acht mei 1924 in Schaarbeek als de tweede zoon van Baron André Terlinden en Madeleine Hainquerlot. Hij overleed op 29 augustus 2016 op de gezegende leeftijd van 92 jaar om net zoals zijn voorgangers te worden bijgezet in de familiekelder op het domein van Savenel.

Heel veel vind ik over hem niet gemakkelijk maar het is duidelijk dat hij – samen met zijn echtgenote –  in Néthen een zeer actieve en geliefde persoonlijkheid was en volop betrokken bij het plaatselijk gemeenschapsleven. Wat dat betreft staat het tijdperk Wilson-Van Overbeke-Terlinden wel sterk in contrast met  de verhoudingen tussen het dorp met eigenaars van het domein van vroegere eeuwen. Voor zover ik kan zien geldt dat ook voor hun vier kinderen want hun namen (Béatrice, Marie-Caroline, Yves en Michel) duiken op vele plaatsen in het dorpsleven op.

Samen met enkele neven uit de lijn Van Overbeke hebben de kinderen het beheer over het domein en het kasteel ferm overgenomen zoals ik ook kan zien uit de samenstelling van de familie-onderneming ‘Savenel-Patrimoine’ NV, opgericht in 1992 en gevestigd op het domein en ingeschreven in de sectoren land- en bosbouw. Uit enkele excursieverslagen begrijp ik dat het vooral gaat om duurzame landbouw en de productie van duurzaam gecertifieerd hout en dat het domein is opgenomen in het Europese project Natura 2000 maar heel gedetailleerd is die informatie niet. Het domein vind ik niet vermeld op de Waalse databank met ‘Sites de Grand Intérêt Biologique’ (wel de nabijgelegen zandgroeve La Sablière).

Tot zover de openbare gegevens. Voor het overige houden de eigenaars-familieleden duidelijk aan het beginsel dat het gaat om hun privé-domein dat niet toegankelijk is voor het publiek en dat hetzelfde geldt voor hun activiteiten en wat hun eventuele plannen voor de toekomst zijn.

Om die reden zal je in deze bijdrage dan ook geen foto’s vinden van de binnenzijde van het domein, behalve enkele oude foto’s die vrij over het internet circuleren. Wat dat betreft reken ik nog eens  op een mogelijkheid om ook die binnenzijde eens te kunnen bewonderen en in beeld brengen om dit verhaal te vervolledigen.

De buitenstaander troost zich met de gedachte dat het domein kennelijk in goede handen is om de eerstvolgende eeuwen aan te kunnen en dat zelfs als je nooit de binnenzijde van de muur zult zien, je tenminste langs de buitenkant een van de mooiste wandelingen in het Meerdaalwoud kan maken.

Savenel – Néthen – Château de Savenel – luchtfoto googlemaps

Maar bij wijze van afsluiter heb ik toch één ongetwijfeld overmoedige aanbeveling: ooit zou die door de Karmelieten op zeer onheuse wijze afgesloten voetweg tussen Leuven en Néthen toch wel weer eens op een of andere manier kunnen worden opengesteld voor wandelaars, als was het maar om een woestijn-vete van 300 jaar oud definitief uit de wereld te helpen. Om dat te doen zijn er heel wat poorten beschikbaar heb ik gezien. En misschien is het ook het overwegen waard om af en toe eens open deur dagen te organiseren om mensen van het dorp en de streek te laten zien hoe mooi dit patrimonium is en hoe goed er voor gezorgd wordt door de mensen van nu.

Savenel kaart beschermingsdossier – http://geoapps.wallonie.be/webgisdgo4/#CTX=BC_PAT#CODECARTO||1=25037-CLT-0001-01#BBOX=170652.08531449662,173170.9236855067,163733.4314943104,164789.12110568964

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Voornaamste bronnen

Robert Van den Haute – Néthen – Le „Saint Désert » de Savenel – Histoire du domaine des origines à nos jours – Wavrensia, Cercle Historique et Archéogogique de Wavre et de la Région, 1985, Revue Trimestielle, Tome XXXIV No 1-2-3

Miradal – Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud – Hans Baeté, Marc De Bie, Martin Hermy, Paul Van den Brempt – Davidsfonds/Leuven  /2009/0240/43 ; ISBN 978-90-5826-624-8

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/view/BC_PAT/25037-CLT-0001-01

Revue d’histoire religieuse du Brabant wallon – NEPTUNneptun.unamur.be › files › original; https://neptun.unamur.be/files/original/bfc4a95aa8b5713027d0f06eadd961e1752639e7.pdf

Néthen – langs de muur van Savenel – de voorpoort
Néthen – langs de muur van Savenel

Trefwoorden: néthen, savenel, meerdaalwoud, muur, karmelieten, erfgoed, glas, everzwijn, van overbeke, terlinden,