BONLEZ-LONGUEVILLE – IN HET DAL VAN LE RUISSEAU DU GLABAIS

Uitgelicht

Januari 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher (at) telenet.be

Bonlez – Fort des Voiles – stroomversnelling in de Glabais

De streek rond het riviertje Le Glabais in Bonlez, Longueville en Gréz-Doiceau is uitermate geschikt om mooie natuurwandelingen te maken. Anders dan in Vlaanderen moet je er nog niet voor naar uitgezette afgezonderde en beschermde  natuurgebieden maar kan je terecht in het ‘gewone’ landschap zoals het er al eeuwen min of meer uitziet en nog niet te veel ingenomen is door huizen, wegen en andere infrastructuren. Bossen, water, hoeves en kapellen wisselen elkaar af en ieder afzonderlijk en allemaal samen vertellen ze het verhaal van hun geschiedenis sinds de vroegste tijden dat er hier mensen wonen en werken. Je komt er wel mensen tegen maar de recreatiedruk blijft tot nu toe beperkt dus je hoeft je nog niet te verwachten aan door menigten bezoekers vertrappelde paden en achtergelaten afval. De mensen die je tegenkomt zijn ook altijd heel vriendelijk en snel bereid om een praatje te maken.

Neem de kaart met de route er graag even bij. Ik laat deze wandeling beginnen aan de ingang van het dorp Longueville aan la Chapelle du Chêneau op de kruising tussen de Avenue Félix Lacourt en de Rue Roblet.

tussen Grez-Doiceau en Longueville – le Glabais – holen aan de bron

Vanaf die kapel kan je een aantal mooie verkenningstochten maken. Neem de kaart er maar bij. In feite kan je er zowat alle kanten uit, bijvoorbeeld naar Gréz-Doiceau via Hèze en Biez of een beetje meer naar het noorden naar Piètrebais en het Bois de Beausart. Met de fiets raak je gemakkelijk tot in Jodoigne (Mélin) of aan de voormalige steengroeves in Opprebais en Dongelberg. Over de meeste van die trajecten heb ik al reportages gemaakt. Toch gaat mijn voorkeur uit naar het Bois de Bonlez, La Réserve Domaniale de la Champtaine en naar het centrum van Chaumont Gistoux zelf. Mijn absolute topper is echter de vallei van le Ruisseau du Glabais en vooral de kloof in die beek tot aan zijn bron..

Op deze tocht daal ik af naar Le Ruisseau du Glabais en volg ik die stroomopwaarts door de bedding van de waterloop. Aan de bron ga ik de helling op richting Chaumont-Gistoux en door het Bois de Bonlez naar de Chemin de l’Aftia. Vandaar daal ik terug af naar de Glabais en keer via het Fort des Voiles terug naar de kapel. Dit is geen lange wandeling maar hij gaat wel flink op en af en je hebt rubberlaarzen nodig in het water van de beek.

Wie behoefte heeft aan een langere wandeling kan aan de kant van Chaumont-Gistoux ook de prehistorische Michelsberger site verkennen met zijn grafheuvels en nederzetting maar ik beschrijf die liever in een afzonderlijk hoofdstuk.

Longueville – zicht op de kerk

Eiken kunnen heel oud worden maar zijn vatbaar voor blikseminslag, zeker als ze op een hoog vrijstaand punt geplant worden naast het kapelletje dat naar hen genoemd wordt. In Longueville (Chaumont-Gistoux) zijn – net als in Beauvechain aan La Chapelle du Rond Chêne – de eiken al lang verdwenen aan La Chapelle du Chêneau (dit is de officiële naam in het erfgoeddossier!) die je vindt op een hoogte van 140 meter in de bocht juist aan de ingang van het dorp als je komt vanuit Grez-Doiceau.

Nu staan er zes monumentale esdoorns en één al even eerbiedwaardige linde. Wie die geplant heeft en wanneer moet ik nog uitvinden maar ze zijn stuk voor stuk met de kapel als monument geklasseerd als beschermd erfgoed. Volgens de Cercle Histoire de Chaumont-Gistoux is het ondertussen waarschijnlijk dat in de tijd dat de kapel gebouwd werd, hij omgeven was door eikenbossen. Op de Villaretkaart van 1745 staat de kapel er mooi op maar de bossen hebben dan al lang plaats gemaakt voor akkers. De kapel is een stevig maar sober bouwwerk met één beuk met een breedte van 6 meter en een lengte van 8 meter en opgemetseld met dikke ijzerzandstenen en lichtgekleurde Gobertange kalkstenen.

Longueville – la chapelle du Chêneau

Hij ziet er oud uit en dat is hij ook hoewel blijkbaar niemand precies weet van wanneer er een eerste kapel stond. Volgens sommigen staat er al een heiligdom in de Romeinse tijd. Volgens andere legenden hebben Keltische druïden op deze plek hun erediensten gehouden en offers gebracht aan de Noorse dondergod Thor om deze gunstig te stemmen wat betreft de bliksem en op hoop van weldoende regen. Gezien de openheid en droogheid van deze hoogvlakte is dat zelfs niet onwaarschijnlijk. Een echte kapel zou zijn gebouwd in opdracht of ter ere van Gravin Alpaïde, moeder van Karel Martel en de minnares van Pepijn van Herstal die zich rond het jaar 700 terugtrok in het klooster van Orp-le-Grand om daar in een atmosfeer van heiligheid te overlijden waarna haar stoffelijke resten in de kapel werden begraven.

Anderen beweren dat het daarbij gaat over Gravin Alpaide die de laatste heerser was over het Graafschap Brunerode en dat zij dat graafschap had gekregen van haar Pepijn om veilig te zijn voor de wraak van zijn wettige echtgenote. In die tijd was Hoegaarden de hoofdstad van dat graafschap en maakte Chaumont-Gistoux er deel van uit. Maar tenzij het gaat over een oudere en een jongere vrouwe Alpaide levert deze visie problemen op want Brunerode kwam pas in het jaar 1000 in handen van het Prinsbisdom Luik. In de kapel zouden nog de stoffelijke resten begraven zijn van de zoon die Alpaide en Pepijn samen hadden.

Longueville – La Chapelle du Chêneau

In de volksmond wordt deze legende ‘uiteraard’ gekoppeld aan een enorme goudschat die in de kapel verborgen zou zijn. In 1977 worden ter gelegenheid van de restauratie van de dan in vervallen staat verkerende kapel opgravingen verricht om die schat en andere zaken te vinden maar tevergeefs. Gezien het feit dat op dat ogenblik de vloer van de kapel al opgebroken is kan het natuurlijk zeer goed zijn dat eerdere schatzoekers hier hebben proberen hun slag te slaan. Tot zover de legenden.

La Chapelle du Chêneau in Longueville is dus al vele eeuwen een plek van heiligheid, heldhaftigheid en legendes rondom een geheimzinnige goudschat. Maar het gebouwtje dat er nu staat dateert toch pas van de 17de eeuw. Dat staat toch in het erfgoeddossier maar door wie en waarom staat er niet bij en geen van mijn andere bronnen zegt er iets over. Op oude foto’s zie je dat het dak vroeger verder naar voren uitstak en in de 19de eeuw is er een nieuwe voorgevel gezet. In 1977 wordt het geklasseerd als beschermd erfgoed maar op dat ogenblik verkeert de kapel al in een bouwvallige toestand.

Na nog twintig jaar nadenken besluit de gemeente Chaumont-Gistoux om de bijna-ruïne te restaureren en daarvoor wordt 3,5 miljoen euro uitgetrokken (is dat niet erg veel voor de restauratie van een toch maar kleine kapel?). Daarna heeft het nog enkele jaren geduurd voordat alle vergunningen en fondsen bij elkaar gesprokkeld waren maar nu staat het gebouwtje er toch prachtig bij.

Longueville (Chaumont-Gistoux) – La Chapelle du Chêneau

 Ik heb wel gezien dat er al weer nood is aan het vervangen van gebroken glas in enkele vensters heb ik gezien. Dit is een beetje een eeuwigdurend verhaal. Restauratie van erfgoed kost fortuinen en als je daarna niet plant om aan regelmatig onderhoud te doen, dan begint het verval de dag nadat je klaar denkt te zijn. Bij woonhuizen zorgen de bewoners daar noodgedwongen zelf wel voor maar bij erfgoed hebben overheidsdiensten zoals gemeentes daar dikwijls de grootst mogelijke moeite mee.

De betonnige banken die er bijgezet zijn vind ik wel totaal uit stijl (die horen meer bij een oorlogsmonument). Ik weet niet wie daarvan de bedenker is maar ik pleit er voor om ze te vervangen door meer bij de kapel aangepast meubilair met eventueel zelfs een gewone picknicktafel.

Bijna waren de bomen gesneuveld omdat gevreesd werd dat die het dak zouden kunnen beschadigen (lees ik ergens) maar gelukkig is dat niet doorgegaan, waarschijnlijk omdat ze ook beschermd zijn. Het vellen van historische bomen aan historische kapellen ter gelegenheid van de restauratie van het erfgoedgebouw uit vrees voor beschadiging door vallende takken is een probleem dat vaak voorkomt en maakt dat veel gerestaureerd erfgoed er vervolgens kaaltjes bijstaat.

Longueville – la Chapelle du Chêneau – een zicht op de hemel

Dikwijls is er ook te weinig ruimte meer rond zo’n kapel om nieuwe bomen op veilige afstand te planten en dan laat men het maar zo. Ik ben daar tegen want bij iedere historische kapel horen monumentale bomen, in het verleden ook dienend als bakenbomen en zulke bomen zijn geen gewone stukken hout maar wel degelijk eveneens te respecteren erfgoed.

Bij de restauratie is er ook gezocht naar voorwerpen (schatten) uit het verleden maar er is blijkbaar niets gevonden. De kapel is zoals een heel aantal van dit soort kapelletjes in België en Frankrijk gewijd aan ‘Notre-Dame des Affligés’, dat is zij die zich wijdt aan de bescherming van diegenen die ‘geteisterd’ worden door allerlei kwalen maar vooral mensen die lijden aan letsels aan de benen. Meer in het bijzonder zorgt zij voor de kleine kinderen die moeite hebben om te leren stappen. Of er in Longueville ook echt een processie aan gewijd wordt (zoals in Villers-la-Ville) weet ik nog niet maar er is blijkbaar wel ieder jaar begin maart een ‘kindercarnaval’ aan de kapel.

Er is toch blijkbaar dikwijls veel te doen in de omgeving van de kapel maar vanuit fotogeniek standpunt is het jammer dat er in het veld naast de kapel altijd het geraamte staat van een feesttent en als achtergrond is dat nogal storend. Bovendien moet je ook oppassen om niet omver te worden gereden door de auto’s die op hoge snelheid de bocht nemen.

Longueville – musée de l’Horlogerie

Vanaf La Chapelle du Chêneau  ga je loodrecht naar het zuiden langs de Rue du Roblet. De kerk van Longueville hou je aan je linkerkant. Op de kruising met de Chemin de la Coquière sla je rechtsaf. Op nummer 5 kom je het kleurige en ietwat religieus-sprookjesachtige gebouw tegen van het Musée de l’Horlogerie. Op afspraak kan je daar binnen om een prestigieuze verzameling van antieke en hedendaagse klokken te bewonderen en een atelier voor precisiemechaniek waar je ook je eigen antieke klok kan laten restaureren (zie de website).  Vlak na het museum ga je schuin links een mooie veldweg in en dan ben je meteen uit de bebouwing (hoewel aan de rechterkant van de straat de lintbebouwing opdringt). Volg het pad met de bosrand op links en de akkers van het Champ de la Coquière op rechts. Hoe dat al zeer oude veld aan zijn naam komt heb ik nog niet uitgevonden. Aan het einde kom je aan een mooie (voormalige) vierkantshoeve vanwaar je afdaalt tot je aan een houten pijl naar ‘Fort des Voiles’. Naar dat ‘fort’ – een voormalige viskwekerij met ooit een glasoven – gaan we later op deze verkenningstocht. Eerst volgen we linksaf het pad dat al meteen onder water staat als een echte beek met een bordje erbij ‘Le Glabais’.

Longueville – het laatste huis aan de Chemin de la Coquière voor je afdaalt naar de Glabais

Wie op zoek naar nog een echte natuurbeleving dicht-bij-huis kan ik dit traject aanbevelen maar trek je rubberlaarzen aan want je moet een beetje (soms enkeldiep) door het water.  Pak de kaart er even bij en dan zie je het waterloopje een zijbeek is van Le Train waar hij iets ten zuiden van Grez-Doiceau op uitkomt (precies op de grens met Chaumont-Gistoux). Stroomopwaarts volgt de beek de vallei tussen soms steile hellingen waar nog altijd veel bos op staat: het Bois de L’Etoile en het Bois de Bonlez ten zuiden van de beek en het Bois de Glabais aan de noordkant.

Het is allemaal heel mooi wandelgebied met een lange en eerbiedwaardige geschiedenis maar je kan pas na het Fort de Voiles vlak langs het water komen. De kloof is nog een beetje verder en daar gaan we nu in. Zelfs boven deze duistere beek geeft de zon een beetje licht. Op de bodem kleuren de stenen in het stromende water. Boven het ravijn torenen reusachtige kersenbomen uit. Om aan de kersen te raken heb je wel de brandweer nodig denk ik. Overal hangen bomen boven het water. In de zomer zien de wanden er tamelijk droog uit maar nu in de winter is het allemaal druipend nat.

Voor geologen moet dit trajectje een paradijs zijn want de bodem is bezaaid met alle mogelijke stenen en in de hier en daar loodrechte wand van zand en kiezel kan je de in de tijd gevormde lagen nog heel mooi zien.

Longueville – het pad door Le Glabais

Voor de niet gespecialiseerde natuurliefhebber zijn er de holen van dieren, de mossen en de zwammen. Behalve het geluid van stromend water is het op deze plek doodstil.

Even verder is het feest alweer afgelopen. De beek eindigt aan een buis en het pad gaat er rechts langs naar boven.

Rechts staan alweer wat huizen met geiten in de tuin. Links omhoog zie je vaag een levensgroot waterzuiveringsstation, prozaischer kan het niet. In feite moet de bron dus nog wat verder zijn en wordt al het water door de buis naar het station gevoerd. Op de kaart kan je zien dat zowat heel Longueville zijn afvalwater naar dit station loost maar in de beek merk je daar gelukkig niet veel van. Het riekt soms een beetje, drink er toch maar niet van, ik hoorde dat de toestand van het water vooral verslechtert bij overmatige neerslag omdat dan de installatie het niet aankan en het overstromingsmechanisme in werking treedt waardoor er tijdelijk ongezuiverd water doorkomt.

Chaumont – Gistoux – Longueville – in de Glabais

Door de hoge ligging (140 m.) heeft het dorp tot 1930 moeten wachten voordat de dorpelingen voor hun kraantjeswater konden aansluiten op de mooie Art-Deco watertoren van Chaumont-Gistoux. Tot die tijd putten ze hun (grond)water vanaf een diepte van 40 meter. Verder stroomafwaarts zitten er in de helling boven Le Glabais een aantal plaatsen om zuiver water op te pompen maar daar raak je zonder toestemming niet bij.

Om van hier direct terug in Longueville te geraken kan je rechtdoor de Rue du Try in of je gaat hoog langs het bospad links voor het waterzuiveringsstation. Op deze tocht wil ik echter nog een beetje verder richting Chaumont-Gistoux en daarvoor moet ik naar rechts het pad in dat mij zal brengen op het plateau met de naam La Bruyère maar ook  (intrigerend) aangeduid wordt als La Folle France.

Vanuit de kloof van de Glabais in Longueville klim ik omhoog naar het plateau van Chaumont-Gistoux om uit te komen op de hoek van de Rue Folle France. Waarop dat slaat weet ik niet want nergens is Parijs verder af dan hier denk ik met al die drassige akkers, plassen en in de zomer grazende koeien en velden met zonnebloemen.

Chaumont-Gistoux – de watertoren

Op oude kaarten heet het hier Les Bruyères en dat vertelt dat het in de oude tijd een droog heidelandschap moet zijn geweest en op de Ferrariskaart van 1777 kan je dat ook nog zien hoewel er toen ook al wel akkers waren.

Recht voor je zie je in de verte de watertoren van Chaumont-Gistoux. Dat heel mooie Art-deco gebouw dateert van 1923 en is niet lang geleden nog eens herschilderd. Het maakt deel uit van de Waalse Watermaatschappij SDWE, een intercommunale voor de watervoorziening die al in 1914 werd opgericht wat in die tijd een publieke plattelandsinvestering van heel wat visie vergde.

We gaan rechtsaf de veldweg waar je wel veel nummers en tekens ziet waar je zonder kaart niets mee bent maar die op de kaart Sentier de la Grange du Sart heet. Op diezelfde kaart zie je een eindje verderop allerlei tekens die je vertellen dat je je bevindt op een prehistorische site met grafheuvels, wallen en een nederzetting in de omgeving van de Voie d’Inchebroux en de Voix des Tombelles. Dat is voor een andere wandeling.

De échte geheimen van deze omgeving blijven echter voor de bezoeker verborgen (tenzij je een gids weet te vinden die ze weet te vinden en er iets over kan vertellen). ‘Ergens’ in het bos aan de rechterzijde staan op een hoge plek in een privébos drie ‘keibergen’ waarvan niemand weet hoe oud die zijn, wie ze heeft opgericht en waar ze voor hebben gediend.

Tussen Grez-Doiceau en Longueville – keibergen op de helling langs Le Glabais

Het enige wat zeker is dat het geen stenen zijn die de boeren van hun akkers hebben verwijderd want daarvoor liggen ze te hoog en zijn ze te duidelijk niet zomaar op elkaar gestapeld maar in een bepaalde vorm. Waarschijnlijk zijn het oude bakens. Daar ga ik ook nog wel eens een keer langs maar ik laat je er al vast een foto van zien.

En om dit verhaal compleet te maken vertel ik je ook nog dat een beetje verderop een hele reeks megalieten in een veld liggen waarvan er één recht gezet is met de naam ‘Cheval de Godde’. Maar dat is ook al weer stof voor een afzonderlijk verhaal.

Reden genoeg om hier nog dikwijls terug te komen! Ik vervolg onze tocht in de richting van het dorp Bonlez en het domein AFTIA.

Longueville-Bonlez. Met de kaart in de hand kom je vanaf Le Glabais in Longueville hoog op de rand van het dal via het Sentier de la Grange du Sart bovenlangs het Bois de Bonlez en de rand van een afgesloten privébos tot op de kruising met de Chemin de l’Aftia. Rechtdoor gaat naar de kerk van Bonlez maar wij slaan rechts af de veldweg in. Tot voor kort stonden hier nog paarden en ezels in een weide bij een leuk oud boerderijtje maar nu is heel het terrein opgegraven en ik denk dat er een sportterrein moet komen. Er is in de omgeving veel gebouwd de laatste jaren en waar mensen gaan wonen vragen die ook om eigentijdse mogelijkheden om zich te vermaken en dat gaat dikwijls ten koste van de plaatselijke natuur. Waar het woord ‘Aftia’ op slaat heb ik tot nu toe niet kunnen uitvinden. Het woord staat op een hek met ‘verboden toegang’ en daarover vertelt de Gouden Gids me dat Aftia-Services een bedrijf is dat levert aan restaurants en winkels en ook doet in vastgoed.

Bonlez – hoge bomen vangen veel wind

Voor mij niet gelaten maar wat het dan doet midden in dit mooie bos en waarom dit dan helemaal afgesloten is ontgaat me. Aan de linkerkant van de veldweg is het ‘Bois de L’Etoile’ dat toebehoort aan het Château de Bonlez. Het ziet er heel mooi uit maar je mag er ook al niet in. Over het Château en zijn eigenaars schreef ik eerder dit jaar al eens een bijdrage. Van mij mogen er in al die bossen toch wel enkele ‘sentiers’ komen waarlangs  de wandelaar ook van de natuur kan genieten. Ik vrees dat de positie van deftige mensen met geld  en jagers met geweren in deze streek nog veel te dominant is en het gaat volgens mij zelfs een beetje de verkeerde richting uit met al die afsluitingen. In afwachting van de vervulling van deze toegangs-wensdroom geniet ik toch van de mooie bomen en de vele merkwaardige houtstructuren. Op de kruising met een bordje naar links naar ‘Centre Bonlez’ aan het begin van een hele mooie holle weg gaan wij naar rechts in de richting van Ferme en het Fort des Voiles en terug naar de Ruisseau le Glabais.

Tussen de hoeve en het ‘fort’ kom je aan een paadje links over de Glabais en als je daar ingaat kan je langs de overkant van de beek stroomopwaarts een mooie holle weg volgen en dan kom je ook terug naar La Chapelle du Chêneau. Dat is voor een andere verkenningstocht.

Bonlez – la Ferme du Fort des Voiles

Aan de andere kant van dat het bruggetje zie je echter ook een pad stroomafwaarts naar links dat jammer genoeg ferm is afgesloten met grote borden ‘privé-eigendom’ en ‘natura 2000’. Achter die borden verbergt zich een fantastisch mooi stukje vallei-natuurgebied dat enige tijd geleden door een groep mensen uit de omgeving is aangekocht om het te behoeden voor commerciële bosuitbating en kaalkap door een of andere grootgrutter die onder natuurbehoud iets anders verstaat dan jij en ik. Er staat een telefoonnummer en een email bij en als je die vriendelijk genoeg contacteert mag je misschien toch binnen als je belooft om heel braaf te zijn en met een heel kleine groep te komen.

Ik sta hier even bij stil om je te vertellen waar dat geheimzinnige ‘fort des voiles’ vandaan komt. Dat heeft niets te maken met een militair bastion of met sluiers maar met een historische glasoven, een ‘four à verre’ met een watermolen waarvan de bijna onzichtbare resten zich hier diep in de vallei verbergen.

Om glas te produceren heb je immens veel hout nodig wat verklaart dat glasateliers in onze streken nogal eens gevestigd werden op plekken met veel bos. Dat is het geval op het domein van Savenel in Néthen en dat is ook zo in de vallei van Le Glabais. In beide gevallen gaat het om ambachtelijke vestigingen van protestantse families die uit Frankrijk naar hier uitgeweken zijn omdat in hun thuisland de grond voor hugenoten te heet onder de voeten werd.

Bonlez – le Glabais ter hoogte van Fort des Voiles

In de streek van Bonlez betreft dit de  glasblazersfamilie met de naam Colnet die zich hier in de 17de eeuw vestigde. In 1624 opende Jean Colnet een glasatelier in de buurt van het kasteel van Bonlez en vijf jaar later huurde hij samen met zijn echtgenote een terreintje aan de Glabais aan de overkant van de rivier waar tegenwoordig de Ferme du Fort des Voiles is.

Op dezelfde plek moet vanaf 1834 de watermolen van ene Hubert Wigy hebben gestaan om graan te malen en in die tijd en nadien waren er in Bonlez ook meerdere fabriekjes.

Via het plaatselijk dialect is ‘four à verre’ nadien verbasterd tot ‘fort des voiles’. Om dit alles nog eens goed uit te zoeken is voer voor erfgoedspecialisten maar zeker is dat zich tegenover de boerderij een overduidelijke archeologische site bevindt met ophogingen en resten van muren die zo gevormd zijn dat indertijd de loop van de Glabais er door gewijzigd kan zijn. Tegelijkertijd kom je op deze plek nog eens onder de indruk van het smalle spoor dat de rivier in de harde steenlagen heeft moeten uitslijpen om zijn weg naar beneden te zoeken. De hellingen zijn voor Belgische begrippen behoorlijk stijl en ik vermoed dat er voor geologen hier ook nog veel te vinden is. Als je dan toch eens de toestemming krijgt om het pad te volgen geniet je als natuurliefhebber geniet van het uitzicht maar ook van de majestueuze bomen, de talrijke holen en de zwammen die hier in de winter overvloedig boven de grond komen.

Bonlez – Fort des Voiles – hoog boven de vroegere watermolen in de Glabais

Op een plekje vond ik naast elkaar een Geschubde inktzwam en een Spechtinktzwam en volgens mij komt die combinatie niet dikwijls voor.

Diep beneden je baant de Glabais zich met veel bochten een weg tussen harde steenlagen. Van het vroegere glasatelier is niets meer te zien maar halverwege stuit je op de gemetselde resten van wat ooit een van de vele molens in deze omgeving moet zijn geweest.

Het eerste wat opvalt als je in Bonlez aan het einde van de Chemin du Fort des Voiles komt zijn de rijen populieren met maretakken. Ik weet niet of de traditie nog leeft maar bij mijn ouders werd met Kerst en Nieuwjaar een twijgje maretak boven de deur gehangen en dan zorgden de dames wel om er op het juiste ogenblik onder te staan om door hun geliefde gekust te worden.

In de Noorse traditie speelt de Maretak een rol als het hout in de pijlpunt die de zogenaamd onkwetsbare alom beminde god van de liefde Baldur dodelijk in het hart treft dus dat is een heel ander verhaal waarbij jaloezie de hoogste rol speelt. Maretak is een altijd groene halfparasiet met voor mensen giftige bessen die graag groeit als er een kalkachtige bodem in de buurt is en als je hem ziet weet je dat de kans op zeldzame voorjaarsbloeiers in dat gebied wel groot is.

Bonlez – Fort des Voiles met koe en maretakken in de populieren

De luxueuze villa ‘Fort des Voiles’ of ‘villa rose’ dateert van 1935 en was tot voor kort het hoofdkwartier van de pisciculture Colette die met zijn forellenpoelen in het zuivere water van de beek lang een leidende rol speelde in de Franstalige visnijverheid totdat zijn viskweek last kreeg met de toenemende regelgeving in verband met voedselveiligheid, er klachten van de concurrentie kwamen en tot overmaat van ramp de bevers gaten groeven in de dammen tussen zijn vijvers zonder dat hij daar iets tegen kon beginnen. Bovendien loost bij heftige neerslag het zuiveringsstation stroomopwaarts af en toe ongezuiverd afvalwater via zijn ‘overstort’ en dat is niet goed voor vissen en mensen. De eigenaar ging dan maar op pensioen maar ondertussen woont hij er blijkbaar ook niet meer. Bij de foto’s is er nog een van zo’n vispoel.

De villa staat op de lijst van beschermd erfgoed en dat is ook het geval voor de twee kapelletjes die er in de buurt staan. Het witte stijlvolle gebouwtje hoort bij de villa maar het andere maar ik ben vergeten waarom de familie het daar gezet heeft en het erfgoeddossier vertelt het ook niet.

De andere, een wat sombere ‘potale’ een beetje verder min of meer verborgen langs het pad dateert al uit het begin van de 19de eeuw maar wie het daar gezet heeft en om welke reden weet ik niet en het erfgoeddossier zegt daar ook al niets over niets over. Het beeldje achter het traliewerk stelt  Saint Hubert voor en dat betekent dat de kapel gezet moet zijn door een liefhebber van de jacht want daarvan is hij de patroonheilige.

Waarom hij dat is ontgaat me volkomen. Hertog Hubertus van Aquitanië was een fanatiek jager in de Ardennen. Daaraan kwam abrupt een einde na een jachtpartij op Goede Vrijdag van het jaar 683.

Bonlez – langs Le Glabais – Potale – kapelletje Saint Hubert

Dat was een zeer grote en oneerbiedige zonde in die tijd maar desondanks kwam er een groot hert op zijn pad en hij joeg het op met zijn honden. Toen het dier zich naar hem toekeerde wilde hij het neerschieten maar op dat moment verscheen er een lichtend kruis tussen het gewei en hoorde hij een stem die hem beval om naar Maastricht te gaan en zich te melden bij de plaatselijke bisschop, de heilige Lambertus. Hij volgde het bevel op en sindsdien heeft hij nooit meer gejaagd. Hij wordt afgebeeld als beschermer met een hert en een hond en ziet er inderdaad uit als een man die nooit een dier zal doodschieten maar juist om die reden kan ik niet begrijpen waarom uitgerekend de jagers hem vereren.

Wat de toekomst gaat zijn voor dit heel mooie gebiedje is onzeker want er zijn wel een aantal gebouwen gezet en er is kennelijk belangstelling om de omgeving nog verder in een manege om te vormen hoewel er op het terrein nog niet echt recente verandering te zien is. Voor zover ik weet is het hier ook wel natuurgebied dus het zou kunnen dat bouwplannen daardoor ook wel wat worden afgeremd.

Vanaf hier volgen we de weg door het Bois de Bonlez. Eerst stroomt de beek nog diep aan de linkerkant maar een eind verder komt hij plotseling echt op het pad te liggen en vandaar verloopt de tocht wat spannender maar uiteraard ook wel modderiger. Het is wel de moeite waard om even links de bedding naar beneden te volgen tot waar je in het bos een reeks grote stenen gaat zien.

Volg het pad gewoon verder. Vlak voordat je opnieuw de kloof zou binnengaan moet je linksaf om weer terug naar La Chapellu du Chêneau te komen, ons vertrekpunt voor deze luswandeling.

Bonlez-Longueville-Grez Doiceau – luswandeling dal van Le Glabais

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Het beschermingsdossier van la Chapelle du Chêneau(met oude foto’s):

http://spw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/view/BC_PAT/25018-CLT-0007-01

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25018-INV-0055-02

FEU VERT POUR LE SITE CLASSE DE LONGUEVILLE LA … – Le Soir

www.lesoir.be/feu-vert-pour-le-site-classe-de-longueville-la-chapel.

+++

Cercle d’Histoire de Chaumont-Gistoux:

https://www.facebook.com/Cercle-dHistoire-de-Chaumont-Gistoux-728916607240161/

Zie ook

C. CUMPS, la Chapelle au Chêneau, Bulletin du Cercle d’Histoire de Chaumont-Gistoux, Numéro 51, 2005

Bonlez – Fort des Voiles – de viskwekerij

+++

Over Alpaide zie ook https://fr.wikipedia.org/wiki/Alpa%C3%AFde

+++

beschermd erfgoed in de chemin du fort des voiles :

+++

Bonlez – la chapelle aan Fort des Voiles


+++

Over de glasnijverheid (four à verre):

http://archives.lesoir.be/un-ancien-quartier-chaud-a-bonlez-un-coin-de-notre-memo_t-19980717-Z0FJ10.html

+++

Musée de l’Horlogerie
Chemin de la Coquière, 5
1325 Longueville
Tél. : 010/88.94.14

Site internet : http://www.pateretfils.com

+++

Yvan Capouet – La Levée de terre du Michelsberg – un monument préhistorique à Chaumont-Gistoux ; Cercle d’Histoire de Chaumon-Gistoux asbl, Janvier 2020, ISBN : 978-2-8052-0566-8

+++

groupe sentiers Chaumont-Gistoux: http://www.groupesentiers.be/

+++

https://ernstguelcher.blogspot.com/2016/12/op-verkenning-in-bonlez_11.html

+++

Bonlez – Fort des Voiles – bochten in de Glabais

Trefwoorden : longueville, erfgoed, chapelle du chêneau, alpaide, legende, graafschap brunerode, bonlez, fort des voiles, aftia, michelsberg, erfgoed, geschiedenis, glas, keiberg, saint hubert,

Advertentie