De Springputten in het Meerdaalwoud – Explosief Oorlogserfgoed

Juli 2021

Ernst Gülcher

contact : ernst.guelcher (at) telenet.be

Op zoek naar het pokdaligste (!) natuurreservaat(je) in ons land? Dan kun je terecht aan de springputten in het Meerdaalwoud. Dit is oorlogserfgoed. Pak de kaart van het bos er maar even bij en zoek te voet je weg naar de kruising tussen Prosperdreef en Walendreef op het grondgebied van de gemeente Oud-Heverlee.

Vlak achter een Miradal-paaltje, een grote beuk  een picknictafel en twee metalen ‘shelters’ is het terrein bezaaid met (dikwijls diepe) putten, de een na de ander, zo ver als je kan kijken tussen de bomen en hier en daar staat er water in. Over de geschiedenis van deze merkwaardige zaak vind ik tegenwoordig niet zoveel meer en zeker niet op het internet. Gelukkig heb ik een kopie vastgekregen van een gedetailleerd verslag uit 2007 van de hand van Joseph Verbist, en wat daarin staat te lezen maakt grotendeels deel uit van wat ik hierna vertel, zij het dat je bij zijn tekst moet zijn voor veel meer details over de werkwijze.

Onmiddellijk na het staken van de vijandelijkheden groeven Britse militairen een hele serie stockeerplaatsen langs de Kromme Dreef en maakten ze een tweetal diepe putten om de obussen te doen ontploffen om er van af te geraken. Die stockeerplaatsen zijn er nog en vooral in de winter goed te zien.

Al snel werd de aanvoer te groot en nog in 1944 viel de keuze op een door de Duitsers kaalgekapt terrein ten noordoosten van de kruising van de Walendreef en de Prosperdreef in de ‘Omheining van de Vergerée’. Dat terrein was eigendom van het Ministerie van Landbouw en werd aan Defensie overgedragen. Sindsdien heet dit stuk ‘Omheining van de Put’.

Langs de noordzijde van de Walendreef werd vanaf de Naamsesteenweg een smalle spoorweg aangelegd die doorliep tot in het midden van het nieuwe vernietigingsterrein. Op het terrein werden langs beide zijden van het spoor drie putten gemaakt, waarin munitie opgestapeld en met grond overdekt werd.

Langs de Walendreef kwamen twee schuilplaatsen. Ze werden gebouwd met metalen golfplaten en bedekt met grond. Aan de dreef werden ze afgeschermd door een wand van met zand gevulde munitiekisten.

De schuilplaatsen bestaan nog steeds, de wanden ervan werden einde jaren 70 verwijderd.

De munitie werd aangevoerd op vrachtwagens die dan op de Naamsesteenweg werden overgeladen op de spoorwagonnetjes die door de ontmijners tot aan de putten werden geduwd. In de periode 1944-1945 kwamen er op verzoek van het Amerikaanse ontmijningsteam van de basissen van Beauvechain en Melsbroek twee putten bij.om niet-ontplofte Duitse bommen rond en op de vliegvelden onschadelijk te maken

Op een luchtfoto uit 1948 zijn 6 putten goed herkenbaar. Het spoortje werd al snel niet meer gebruikt omdat de aangevoerde munitie te zwaar werd om over te laden (er waren obussen bij van 500 kg) en lange wachttijden ontstonden voor het verkeer en de trams op de Naamsesteenweg.

De munitie werd tweemaal per dag tot ontploffing gebracht vanaf een plek achter een dikke boom aan de overzijde van de Prosperdreef. Blijkbaar moest je als ontmijner maar niet al te dik zijn. De ontploffingen gingen tot 12 meter diep en eenmaal per jaar werd het terrein door bulldozers geëffend. Met de spade werden nieuwe putten gegraven, op het laatste waren dat er wel zeventig, de ene al wat groter en dieper dan de andere.

Het werk was primitief en gevaarlijk. In feite is het een wonder dat er in de loop van de tijd aan de putten ‘slechts’ twee ongelukken zijn gebeurd. Op 15 januari 1946 ontplofte een zware 128mm granaat en daarbij vielen er twee doden, de soldaten Gerard Marchand en Marcel Vandermotten. Twee andere soldaten, August Berges en Fernand Carmois werden gewond. Op 29 augustus 1961 ontplofte er munitie bij het lossen van een vrachtwagen en maakte een eind aan het leven va de soldaten Armand Andries en Edmond Nuyts. Twee andere soldaten werden gewond: Louis Van Hauw en Désiré van Hove.

Om hen te gedenken staat er een monument aan de ingang van het militair Kwartier Meerdaal aan de Naamsesteenweg. Tot in 2004 stond het aan de ingang van de Walendreef maar bij de inrichting van het Ecoduct werd het verplaatst. Op het monument zijn de namen van de gedode slachtoffers gebeiteld zoals hierboven genoemd (bij J.Verbist luiden de namen een beetje anders).

Het ministerie van Defensie gebruikte dit terrein tot in de zestiger jaren. Tot in je jaren vijftig werden alle dagen grote hoeveelheden vernietigd in reeksen van twee ontploffingen, telkens op het einde van de voormiddag en de namiddag. Daarna gebeurde het nog om de twee of vier weken. Elke keer werd de Naamsesteenweg afgesloten, niet alleen voor de auto’s maar ook voor de tram. Hoeveel munitie er in totaal is vernietigd is nooit bekend gemaakt (misschien ook niet geweten) maar het moeten duizenden tonnen springstof geweest zijn.

Met het veranderen van de tijden kwamen er alsmaar meer klachten over de overlast (bij de ontploffingen rinkelden de ruiten tot in het centrum van Leuven en soms vlogen ze aan scherven) en bovendien moest er voortdurend wacht gehouden worden om dieven van lokale koper- en andere metaalverzamelaars uit het gebied weg te houden (de ‘Roemenen’ van toen).

Toen er dan ook nog grondig verschil van mening opdook tussen de diverse belanghebbende ministeries wie de aanvoerweg in het Meerdaalwoud moest onderhouden, droeg Defensie in maart 1967 het hele bijna cirkelvormige gebied met een doorsnede van ongeveer 150 meter en een oppervlakte van twee hectare over aan de overheidsdienst Waters en Bossen. De stilte in het bos keerde daarmee terug maar wat er overbleef leek in geen enkel opzicht nog op een bos.

Op een luchtfoto van 1969 ziet het springputtenterrein er uit als een maanlandschap. Op een andere foto in 1972 zie je dat er in bijna alle putten water staat en dat er hier en daar al berkjes en wilgjes beginnen te groeien terwijl een eerste plantendek de omgeving aarzelend groen begint te kleuren. Een tiental jaren trok het terrein heel wat biologen en botanici aan die tot hun verbazing ontdekten dat er in en rond de putten niet alleen heel veel soorten planten wilden groeien maar ook allerlei soorten die je elders in deze bosomgeving met zure bodem of zelfs in heel Vlaanderen niet snel zal vinden.

De oorzaak van die bijzondere begroeiing is de combinatie van water met al de uit de putten opgeworpen chemisch vervuilde leem- en kalkachtige grond. Meer details over alle inventarissen die toen zijn gemaakt vind je in het boek Miradal in het hoofdstuk ‘De Planten in de Springputten’ (pagina 216-218, geschreven door André Cresens).

Rond 1976 was de pret alweer afgelopen omdat de bomen en struiken het overnamen. Nadien werden die nog enkele keren weggekapt door vrijwilligers bij de scouts maar dat stopte in 1982 nadat bleek dat er zich in de putten hier en daar nog niet ontplofte munitie bevond. Het terrein werd afgesloten en tot officieus reservaat verklaard en sindsdien hebben de bomen en struiken het overgenomen en weten alleen de kenners nog in het  voorjaar de lentebloeiers te vinden voordat de bladeren aan de bomen komen.

Het beheerplan over het Meerdaalwoud van 2007 wijdt enkele pagina’s aan het gebied. Daarin vind je dat de putten, – ondertussen poelen geworden – erg geschikt zijn voor zeldzaam geworden amfibieën zoals salamanders: “de ‘Springputten’ vormen anno 2000 nog één van de interessantste plaatsen met zeer veel groene kikker en met de 4 salamandersoorten (kleine water-, kam-, vinpoot- en Alpenwatersalamander)”.

Maar het Meerdaalwoud bevat in die tijd ook een tamelijke groot volkje van de heel zeldzame vuursalamander en blijkbaar moet een groot deel daarvan zich in de Springputten hebben gevestigd. Ondertussen zijn we alweer 15 jaar verder en hoe de toestand nu is kan ik niet beoordelen. Na een excursie een tiental jaren geleden heb ik er niets meer over gehoord. Op zich zegt dat niets want het monitoren van zeldzame soorten (in dit geval door Natuurpunt) gebeurt om begrijpelijke reden in alle stilte en op ‘Waarnemingen’ zul je de locatie niet vinden.

Ik hoop dat een van degenen die het weten het tegendeel kunnen bevestigen maar ik vrees dat de vuursalamanders het slachtoffer geworden zijn van de gevreesde agressieve schimmelziekte Batrachochytrium salamandrivorans (Bs). Maar gezien de ontoegankelijkheid en de duisternis over en rondom de poelen denk ik ook dat de biotopwaarde voor amfibiën ook verloren is gegaan, al was het maar omdat er geen enkele open plek met een beetje zon meer is.

Na lang aandringen en veel discussie hebben bij de historische ontsluiting van het Meerdaalwoud de bosbeheerders de Springputten als te ontsluiten erfgoedrelict vrijgegeven en in de in 2013 gepubliceerde Miradalbrochure laten opnemen met bijbehorend paaltje en zelfs een paadje tussen de twee shelters.

Maar ik heb de indruk dat er niemand meer komt maar misschien is dat ook wel goed. Voor natuurliefhebbers is het een goede plek om te zien hoe een bos zich ontwikkelt tot een gemengd ‘oerbos’ als het totaal aan zichzelf wordt overgelaten. Al wat een bos te bieden heeft kun je hier vinden aan mossen, dood hout, zwammen, schimmels en voorjaarsbloeiers. Zelfs als je er in zou willen – wat niet aan te raden is want niet goed voor de natuur en wellicht nog altijd onveilig om in zo’n put af te dalen (er is echter nooit een ongeluk gebeurd) – houden al het kriskras door elkaar levende en dode hout en de bramen je wel tegen.

In de zomer wandel je er voorbij zonder iets te zien, in de winter kan je de putten tegenwoordig wel goed zien vanaf de Walendreef. En het hele jaar kan je natuurlijk je picknick opeten aan de monumentale tafel onder de al even eerbiedwaardige beuk aan de Walendreef en je de ietwat cynische vraag stellen of oorlog tussen mensen en volkeren nu wél of toch niet goed voor de natuur is. Op voorwaarde natuurlijk dat je achteraf je zakje ook graag weer meeneemt want menselijke afval in een bos heeft alleen maar slechte kanten …

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+++

https://www.natuurpunt.be/pagina/vuursalamander

+++

Universiteitsbibliotheek Gent Zoekresultaten

https://lib.ugent.be › catalog

Floristische en fytosociologische studie van de “Springputten” in Meerdaalwoud. Maria Dewit Submitted in 1979 in Leuven. Dienstverlening · Dienstverlening.

+++

Hans Baeté en anderen; Miradal Erfgoed in Heverleebos en Meerdaalwoud, Davidsfonds Leuven2009, ISBN 978-90-5826-642-8

+++

Springputten Meerdaalwoud. Zeer uitgebreide tekst uit 2007 (ook met de in deze tekst vermelde foto’s) geschreven door Joseph Verbist (maar waar deze gepubliceerd werd weet ik nog niet)

bron voor beide plattegronden: artikel Joseph Verbist
https://bel-memorial.org/cities/vlaams-brabant/meerdaal/meerdaal_mon_ontmijners.htm

Trefwoorden: Meerdaalwoud, springputten, tweede wereldoorlog, munitie, natuurreservaat, defensie, erfgoed, salamander,

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s