OP STAP IN HET BOIS DE LA QUENIQUE IN COURT ST.ETIENNE MET GRAFHEUVELS EN LA PIERRE QUI TOURNE

mei 2021

Ernst Gülcher

contact: ernst.guelcher@telenet.be

De streek van Court St.Etienne in Waals Brabant ten zuiden van Ottignies biedt heel veel mogelijkheden om tochten te ondernemen op zoek naar mooie natuur en indrukwekkend erfgoed. Zoals je op de bijgevoegde kaart kan zien neem ik op deze luswandeling van ongeveer 6 km lengte als vertrekpunt de gratis parkeerplaats onder aan de afrit van de N25 naar Beaurieux. Ik ga onder het viaduct over de Orne door en sla dan rechtsaf het bospad in. Op de kaart heet het bos Bois de Lausau maar het is beter bekend als het ‘Bois de la Quenique’ omdat er prehistorische grafheuvels gevonden zijn en die gaan we ook zien.

Het bos zelf is privé-bezit zoals alle bossen in de streek. Het is echter niet rechtstreeks van de familie Boël maar van de aanverwante familie Goblet-d’Alviella. Dat wil zeggen dat er zoals altijd veel paden zijn maar slechts enkele waar je als gewone sterveling langs mag en de weg wijst zich dus eigenlijk vanzelf. Na een kwartiertje stappen boven het moerasvalleitje in het geluid van de autoweg stijgen we linksaf het bos in op weg naar die grafheuvels.

Vandaar dalen we af naar Court St.Etienne en komen aan het Parc Goblet opnieuw aan de Orne. In dat park komt dat riviertje aan op la Thyle maar jammer genoeg kunnen we daar niet bij want hoewel de eigenaar van het park de burgemeester van het stadje is houdt hij zijn mooie domein voor het publiek gesloten. Van hier kan je langs de voormalige watermolen rechtstreeks terug naar Beaurieux. In feite zou er hier een heel mooi voetpad langs de Orne kunnen zijn maar aangezien dat er niet is moet je een eindje langs de smalle autoweg en dan kan je het fietspad volgen.

Op deze wandeling zoek ik echter Chemin 24 op die recht naar het zuiden gaat, passeert langs het Chateau de Beau Regard  en dan kruist met  Chemin 9 (de Nivelles). Via die laatste steken we de N25 over en gaan dan via de Chemin nr.12 noordwaarts richting Beaurieux (al die ‘chemins’ en ‘sentiers’ staan op de kaart aangegeven). Onderweg komen we de ‘pierre qui tourne’ tegen maar daar ga ik nog meer over vertellen.

In Beaurieux raad ik je absoluut aan om de Ferme en de Moulin te bezoeken. Over beiden maakte ik al enkele reportages (zie de link). Alles bij elkaar is dit een gemakkelijke wandeling met enkele hellingen, veel afwisseling en ondanks de nabijheid van de snelweg nog tamelijk rustig.

Court St.Etienne – bois des Queniques. Als je het niet weet zie je ze niet maar langs je pad staan tussen de dennenbomen tientallen prehistorische grafheuvels uit de ‘Nieuwe Steentijd’ (2600 – 1600 voor onze jaartelling), het Bronzen tijdperk (1600-650), de eerste IJzertijd  (de ‘Hallstatt-cultuur van 800 – 400) en de tweede IJzertijd (de Kelten – la Tène, 450 – 51). Sinds het einde van de 18de eeuw is er op deze plek al van alles opgegraven waarbij er heel veel vernietigd en geplunderd is.

Zelfs sinds het begin in de 20ste eeuw van systematische archeologische opzoekingen op initiatief van Graaf Eugène Goblet d’Alviella is er door het gebruik van onaangepaste graaftechnieken en vooral door een overgrote focus op voorwerpen zonder belangstelling voor de cultuur waarin ze pasten,  te weinig kennis van deze vroege beschavingen verzameld. Maar de vele in die tijd en nadien ontdekte voorwerpen zoals vuurstenen bijlen, pijlpunten, krabbers, sierraden, wapens, harnassen, paardentuigen en gebakken aardenwerk worden nu nog altijd bewaard in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Al die voorwerpen dienden om de overledenen te vergezellen naar het hiernamaals. Men heeft in de omgeving van de Ferme Rouge langs de Rue de la Quenique omvangrijke velden gevonden met netjes gerangschikte urnen met gecremeerde menselijke resten zo’n veertig centimeter onder het maaiveld waarbij de grafheuvels soms dienden voor de hele nederzetting en dan weer om vooral de leidende klasse bij te zetten.  Het moeten omvangrijke nederzettingen zijn geweest waarbij de culturen – van pro-keltisch tot keltisch  en van vreedzaam boerenvolk tot een volk van krijgslieden – in elkaar overliepen totdat ze rond het begin van de jaartelling door de Romeinen werden weggevaagd.

Ondanks uitvoerig eigentijds onderzoek weet men er blijkbaar eigenlijk nog altijd niet heel veel van behalve dat de streek heel geschikt is om zich te vestigen vanwege zijn steile en zanderige hellingen, verre uitzichten maar ook door de aanwezigheid van vruchtbare leemplateaus en diepe beekvalleien waar de mensen hun water konden halen. Omdat je op het terrein er niets van ziet stel ik voor dat de gemeente hier eens een geillustreerd infobord zou zetten.

Over de betekenis van het woord Quenique vertelt Le Patrimoine Stéphanois ons dat  “La Quenique doit provenir du mot dialectal « quinique » qui signifie « caillou » (steen). Il proviendrait soit de la présence de cailloux dans les sables formant le sous-sol du plateau ou de celle de nombreux outils de silex, vestiges des tribus paléolithiques et néolithiques qui l’ont occupé”.

Vanaf de grafheuvelsite op het hoge plateau gaan we door een diepe holle weg naar beneden in de richting van het stadscentrum. Hier komen drie rivieren samen, la Dyle, la Thyle en de Orne. Wellicht haalden de mensen van vroeger hier hun water en gingen ze daarvoor langs onze holle weg, wie zal het zeggen? Hier moet ooit nog een kapelletje gestaan hebben hoewel het op geen oude kaart staat aangegeven. Maar meer dan enkele resten is er niet meer van te zien.

Verscholen in het bos van de familie Goblet schemeren hellingafwaarts mooie vijvers en de contouren van een kasteel maar daar kunnen we niet naar toe.

Beneden aan de helling komen we uit op de Rue de la Tienne en even verder aan een hek met daarachter een dreef met monumentale moerascipressen. Aan onze rechterkant staat een hoge en lang muur met daarachter het parc Goblet. In dat park komen de Orne en La Thyle samen zegt de kaart maar dat is onbereikbaar buiten ons zicht.

Voor één keer pak ik Wikipedia er eens bij: De bewezen stamreeks begint met Albert Jean Goblet die in 1719 in Avesnelles overleed en wiens dochter op 28 oktober 1668 werd gedoopt, eerste vermelding van dit geslacht. Op 21 april 1838 werd Albert Goblet (1790-1873) door koningin Maria II van Portugal verheven tot graaf d’Alviella, nadat hij als buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van België aan het Hof te Lissabon in 1837 naar Portugal was getrokken om de koningin van raad te voorzien. Op 20 november 1838 werd hij ingelijfd in de Belgische adel onder de naam Goblet d’Alviella met de titel van graaf voor alle mannelijke afstammelingen. Hij werd de stamvader van de Belgische adellijke familie Goblet d’Alviella die ministers en andere bestuurders voortbracht. Door het huwelijk van zijn achterkleinzoon Félix met Eva Boël (1883-1956), dochter van senator Gustave Boël, ging de familie tot de rijkste families van België behoren met veel grond in Court-Saint-Étienne waar een afstammeling burgemeester is.”

Voor mij niet gelaten tijdens de boswandeling maar eigenlijk begrijp ik niet dat je als gekozen burgemeester (Michel Goblet d’Alviella) vandaag de dag nog alle bossen en parken in je gemeente als afgesloten privéterrein van je familie beschouwt en je zowat tienduizend mogelijke kiezers het moeten stellen met een paar wandelpaden er tussen door.

Hierna steken we aan de Moulin d’Haut de Orne over en gaan zuidwaarts richting Château Beau Regard. Vanuit het Bois de la Quenique zijn we aangekomen aan de achterkant van het Parc Goblet en staan we nu aan de brug over de Orne aan de Rue de Beaurieux.  Het opvallende witgegeschilderde gebouw aan de oever is de voormalige Moulin d’Haut. Het niet zo’n heel oude watermolen. Ik vind hem na enig zoekwerk voor de eerste keer op de ‘Carte du Dépôt de La Guerre’ van 1865 en volgens Molenechos is het een korenmolen geweest van voor 1880 met een bovenslag waterrad. Het rad is er niet meer maar het molenhuis zie je nog altijd boven de rivier. De binneninstallatie is verwijderd, het gebouw is niet beschermd, er is geen molenaar en het is niet toegankelijk tenzij je je auto er wil laten repareren want het is nu een garage. Daarvoor was het blijkbaar een tijd in gebruik als het gemeentelijk slachthuis.

Aan de overkant van de rivier staat ook nog de hoeve die er ooit bijhoorde maar ik begrijp dat die zal worden afgebroken om plaats te maken voor woningen. De bomen op het perceel zijn al gekapt. Heel blij word ik daar niet van en dus ga ik maar snel verder naar het zuiden langs een mooie groene holle veldweg (Chemin 24). Het mooie rose landhuis aan de rechterkant bevindt zich op het domein de Beauregard en om er meer over te weten kom ik al weer terecht bij de familie Boël: “Cette luxueuse demeure entourée d’un parc de 8 hectares est également située à Court-Saint-Etienne, pas loin du Chenoy. Elle est habitée aujourd’hui par Jacques Boël, son propriétaire. Jusqu’en 1975, elle l’était par son père Max (1901-1975) qui, ingénieur agronome et forestier, était le super-régisseur du Chenoy” (zie de link).

Op de kaart van 1989 zie je de contouren van het mooie domein zeer duidelijk. Maar zoals overal in deze streek is het voor de gewone sterveling-natuurliefhebber afgesloten met grote hekken en dus gaan we maar verder. Bij de kruising met de Chemin de Nivelles gaan we naar links richting van het geluid van de N25.

Na het tunneltje onder de weg komen we door een mooie holle weg terecht aan een beetje merkwaardige wand van kleine stenen met daartussen op de grond een grote zandsteen met een bord erbij dat je vertelt dat deze steen ronddraait als tijdens de kerstnacht in de kerktoren van Court St.Etienne de klok van twaalf slaat. Hoe oud dit verhaal is, of iemand de steen ooit heeft zien draaien en waarom dat nu precies gebeurt met kerstmis kan ik nergens vinden maar enig opzoekingswerk leert dat blijkbaar op veel plaatsen in Wallonië en Frankrijk eenzelfde verhaal de ronde doet, zeker als er toeristen in de buurt zijn.

De archeologen zijn het er ook nog niet helemaal over eens maar het lijkt toch waarschijnlijk dat deze brok  van vier ton, na door de natuur te zijn achtergelaten door water of ijs,  in de oude tijden door onze voorouders in de oude steentijd naar hier gebracht werd (op rollende boomstammen) als een dolmen of megaliet om rechtopgezet op een bijbehorende kleinere steen rituele plechtigheden te houden. Dat zou kunnen passen in het vermoeden dat deze holle weg al van heel oude datum is, zeker al lang voordat er nog maar iemand gehoord had van kerstnachten en zo en de kerkklokken ook nog niet waren uitgevonden. Een lezer vertelt me trouwens dat hij uit ervaring weet dat je vanaf de steen Court St.Etienne niet kan zien en de klokken niet hoort. Maar aangezien stenen toch geen ogen en oren hebben kan dat niet echt een probleem zijn denk ik.

Wel is het zo dat eind december de dagen weer langer beginnen te worden en dat is sinds de oudste tijden altijd overal gevierd in onze streken. Ik vind er niets over maar ik veronderstel dat deze wisseling van het seizoen wellicht de aanleiding is voor de mythe van het draaien van de steen hoewel ik ook een verhaal vind over de aanwezigheid van een schat onder zo’n steen die alleen gezien kan worden tijdens het draaien (maar als je die dan probeert te kapen krijg je de steen op je hoofd). De steen lag blijkbaar vroeger op de akker boven de weg en de huidige opstelling dateert van 2017. Op oude foto’s ziet ‘La Pierre qui Tourne’ (en Wallon ‘el pîre qui toûne’) er wel veel natuurlijker uit, nu vind ik het nogal kaal en weinig fotogeniek en het infobord maakt je niets wijzer.

Een lezer uit Mont Saint Guibert stelt zich de vraag hoe de druïden van vroeger precies wisten waar ze zo’n vanop afstand aangevoerde loodzware heilige steen rechtop wilden zetten en komt voor de dag met de theorie van Ernst Hartmann en Manfred Curry.

Volgens hen wordt deze besluitvorming bepaald door een aanvoelen van botsingen tussen de elektromagnetische golven van onze planeet aarde op bijzondere ondergrondse plekken waaraan dan door de ouden mythische eigenschappen werden toegekend. De theorie heeft fanatieke aanhangers maar stuit op evenzoveel sceptisme bij moderne wetenschappers die echter het tegendeel ook niet kunnen bewijzen noch een betere verklaring hebben kunnen geven in deze zaak die in het stenen tijdperk toch van vitaal belang moet zijn geweest. Overigens zijn veel van de latere tempels, kerken en kruisbeelden gebouwd op plekken waar zulke stenen stonden dus er moet toch iets van ‘vibratie’ te merken zijn geweest.

We laten het stenen tijdperk met rust en vervolgen onze weg naar het mooie dorp Beaurieux met zijn middeleeuwse  ‘ferme’ en ‘moulin’ en nog een handvol bezienswaardigheden. Om die te leren kennen verwijs ik je echter naar de reportage die ik hierover al eerder maakte (zie de link bij deze tekst).

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://www.patrimoine-stephanois.be/wp/

+++

http://www.patrimoine-stephanois.be/wp/les-promenades-2/

+++

Nécropoles celtes – Le Patrimoine stéphanois

http://www.patrimoine-stephanois.be › …

+++

http://biblio.naturalsciences.be/associated_publications/anthropologica-prehistorica/anthropologica-et-praehistorica/ap-114/ap114_113-137.pdf

+++

http://vandervaart-verschoof.com/archeology/findsfriday/court-st-etienne-la-ferme-rouge-tombelle-4/

+++

Mariën, M.-E., 1958, 142. Trouvailles du Champ d’Urnes et des Tombelles hallstattiennes de Court-Saint­Etienne (Monographies d’Archéologie Nationale 1), Brussels: Musées Royaux d’Art et d’Histoire.

+++

https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=1346 Moulin d’Haut

http://www.frerealbert.be/fortunes/boel/le-patrimoine-immobilier-des-bol/

 +++

La Pierre-qui-tourne ou « el pîre qui toûne » – Le Patrimoine …

http://www.patrimoine-stephanois.be ›

+++

https://fr.wikipedia.org/wiki/R%C3%A9seau_Hartmann

+++

Réseau Hartmann – Bienvenue dans le monde des Pierres

https://www.lithomaria.eu › reseau-…

 +++

https://www.blogger.com/ zoek op trefwoord: beaurieux, court st.etienne

Trefwoorden: 

Court St.Etienne, Beaurieux, moulin, moulin d’haut, château beauregard, boël, goblet d’alviella, tombelles, bois de la quenique, la pierre qui tourne,

Advertentie

Een gedachte over “OP STAP IN HET BOIS DE LA QUENIQUE IN COURT ST.ETIENNE MET GRAFHEUVELS EN LA PIERRE QUI TOURNE

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s