OP STAP IN TOURINNES-LA-GROSSE, LUSWANDELING LANGS DE KERK, TWEE KAPELLEN EN EEN MOLEN

Voorjaar 2021

Ernst Gülcher

Contact: Ernst.Guelcher (at) telenet.be

Ter inleiding bij een mooie luswandeling in Tourinnes-la-Grosse

Tourinnes-la-Grosse – luswandeling Eglise St.Martin, Chapelle du Rond Chêne, Chapelle Saint-Corneille, Moulin Wuyts – 6km

Dit is ter inleiding van mijn verkenning van een wandeling in Beauvechain, vooral in Tourinnes-La-Grosse en Mille. Ik vertrek op de Place Saint Martin waar ik niet alleen aandacht besteed aan het plein, de kerk, het kanon, de pastorie en het cultureel en parochiaal centrum maar ook aan het er achter gelegen oude voetbalterrein, nu een speelterrein voor jongeren en een parking met nogal krachtige muurschilderingen. In de kerk bewonder je ook de keramiek van Max Vanderlinden. Vandaar neem ik de Ruelle Collin en de Ruelle Sainte Barbe naar de Chapelle du Rond Chêne. Dat is een gekasseide veldweg met grootse uitzichten over het landschap maar ook met een afslag naar een fantastisch diepe holle weg die al héél oud moet zijn en aangeeft dat in de Romeinse tijd, in de middeleeuwen en nog lang daarna de mensen hier langs passeerden en zich minder waagden in de laaggelegen en dikwijls moerassige valleien. Vanaf de kapel du Rond Chêne – ooit een oord voor de melaatsen – ga ik naar La Chapelle Saint Corneille. Dat kan via het de Rue Jules Coisman door het gehucht Mille maar ik neem een paar veldwegen door het boerenlandschap ten noorden ervan. Aan de mooi gerestaureerde kapel St.Corneille staat ook de in ruïneuze staat verkerende hoeve vierkanthoeve Vercammen. De kerk en de kapellen waar we langs komen zijn erg bekend en ik heb er al veel over geschreven (zie de links) maar eigenlijk is de aanleiding van deze tocht de voormalige watermolen Wuyts (officieel le Moulin Crèvecoeur) op de kruising tussen de Rue du Grand Brou en de Rue du Moulin vlak bij het dorp.

Tourinnes-La-Grosse – Place Saint Martin met de oude waterpomp

Die aanleiding is het verhaal van Els Coremans uit Oud-Heverlee dat haar voorouders, de molenaarsfamilie Wuyts veel molens bezaten waaronder de Moedermeulen in Gelrode, een windmolen in St.Pieters Rode, de afgebroken windmolen van Bierbeek en dus ook Le Moulin Crèvecoeur op La Néthen in Tourinnes-la-Grosse. Het was mij al opgevallen dat de stiel van molenaar voorbehouden is aan families maar het grote gebouw aan de ingang van het dorp (vlakbij de camping) had ik zelfs nog niet herkend als een voormalige watermolen en dus besteed ik er op deze wandeling ruim aandacht aan. Het is een heel mooie tocht langs oude huizen en schitterende uitzichten in het boerenland van Beauvechain met zijn twee heel kleine beken, Le Ruisseau de La Néthen en de Mille en met zijn vriendelijke bewoners want bijna iedereen die je tegenkomt is best bereid om een praatje te maken en dat is ook wel leuk hoewel ik mijn oren goed moet openzetten want het plaatselijk dialect is hier nog de leidende melodie. Op de in het album bijgevoegde kaart zie je het traject en in totaal zou het toch niet langer zijn dan 6 km. Er zijn daar veel veldwegen dus wie wil kan de tocht naar wens inkorten of langer maken.

Tourinnes-la-Grosse

Tourinnes-la-Grosse in het dal van het riviertje ‘La Nethen’ is – volgens Wikipedia – sinds 1977 een deelgemeente van Beauvechain in Waals Brabant juist over de taalgrens. In het Vlaams zou het ‘Deurne’ heten maar dat zegt natuurlijk niemand en in het Waals ‘El Grosse Tourenne’ (en wie zegt dat nog?). ‘Deurne’ zou kunnen komen van het Germaanse woord ‘thurina’:  ‘braamstruik’ of ‘doornenhaag’. ‘La Grosse’ is aan Tourinnes in de 19de eeuw toegevoegd vanwege de imposante omvang van de toren van de  ‘Eglise Saint Martin’, een van de oudste kerken in onze streek.

Tourinnes-la-Grosse – dorpsplein, kerk en scheepskanon uit de eerste wereldoorlog

Samen met Beauvechain maakt Tourinnes tot aan het einde van de 10de eeuw deel uit van het kleine graafschap Brunerode. Gravin Alpayde van Hoegaarden schenkt beide dorpen (en omgeving) aan de Luikse Bisschop Notger en zo worden zij in de middeleeuwen een enclave van het prinsbisdom Luik in het hertogdom Brabant. Dat is tegen de zin van de hertogen die ettelijke keren en soms met geweld proberen om de enclave ten eigen bate op te doeken met telkens flink wat akelige gevolgen voor de dorpelingen. In 1635 valt het Frans-Hollandse leger de streek binnen en zowat heel de rest van die eeuw is een tijdperk van grote verpaupering en vernieling als gevolg van de strijd tussen de grootmachten van die tijd (net als heel de rest van de grote omgeving trouwens, het is overal hetzelfde verhaal). Het scheepskanon  aan de kerk dateert wel van enkele eeuwen later en wie kan al vertellen waarom dat er staat? Tijdens de Franse revolutie worden ze samengevoegd tot één gemeente om vervolgens in 1841 opnieuw gescheiden te worden. De plaatselijke Eglise Saint-Martin is een van de oudste kerken in onze streken en een van de weinig die nog dateert van het Karolingische tijdperk. Het schip wordt gebouwd in de 10de eeuw en het koor omstreeks 1250. De opvallende massieve maar niet erg hoge donjon-toren is van dezelfde periode maar een precieze bouwperiode heb ik nog niet kunnen vinden (wie helpt?). Gelegen bovenop een heuvel domineren de kerk en de omliggende historische gebouwen heel de omgeving (met soms merkwaardige effecten) en als er even niet veel auto’s op het dorpsplein staan kan je gemakkelijk verbeelden te zijn verplaatst naar een eeuwenoud verleden. Ik vind het heel jammer dat de mensen hier hun auto niet op de parking achter de kerk zetten want nu is het moeilijk om stijlvolle foto’s te nemen. Tot ver in de omgeving is het dorp bekend om zijn ‘fêtes de la Saint-Martin’ die alle jaren plaatsvinden in de maand november met theater- en muziekvoorstellingen tentoonstellingen bij honderden mensen in het dorp zelf en de omliggende dorpen.

Tourinnes-la-Grosse – de hertog van Brabant?

Sinds 1946 en nog eens extra in 2002 is heel het centrum beschermd als uitzonderlijk monument en gezien de absurde bouwwoede van de mensen van nu in onze regio is dat maar goed ook. Ik begrijp dat er sinds enkele jaren heftig plaatselijk protest is tegen plannen om achter de oude ‘vicarie’ het veld voor de schapen vol te bouwen (wie weet daar meer over? Zie de link). Met de auto kun je de kerk bereiken maar te voet kom je er best langs de stenen trap die vertrekt aan het café Relais St. Martin aan de Rue de Beauvechain 56, 1320 Tourinnes-la-Grosse. Overigens is niet alles nostalgie in dit dorp, op de parkeerplaats achter de kerk vind je zeer eigentijdse muurschilderingen die – mooi of aartslelijk is een kwestie van smaak – getuigen van de kunstzinnige aanwezigheid van een erg eigentijdse generatie. En midden op het plein staat naast de oude waterpomp een voor de toekomst geplante opvolger van de door beschadiging van de wortels gesneuvelde ‘marronnier’ met een wel heel eigentijds gedicht van Julos Beaucarne.

L’Eglise Saint-Martin

De ‘Eglise Saint-Martin’ in Tourinnes-la-Grosse kan je van bijna overal zien in de vallei van het riviertje ‘la Nethen’ en hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn wel heel dikke toren. De voordeur is in beginsel altijd open want de kerk is een ‘Eglise Ouverte’. De laatste keer dat ik kwam foto’s nemen was er juist een heel muzikaal koor aan het oefenen en er worden dikwijls concerten gegeven. Het interieur is opvallend sober en ademt om die reden een enorme rust uit. Sedert de bouw in de vroege middeleeuwen is heel de streek voortdurend geteisterd door onlusten maar de kerk heeft dat allemaal weten te overleven.

Tourinnes-la-Grosse – L’Eglise Saint-Martin


Voor zover ik kan nagaan is er alleen in 1640 een grote brand geweest waarna vooral de zijbeuken opnieuw moesten worden opgetrokken. Of bij die gelegenheid de toren ook door de arbeid van plaatselijke metselaars zijn dikke vorm gekregen heeft en sindsdien ‘la Grosse’ aan de dorpsnaam is toegevoegd is een verhaal waarvoor ik bevestiging zoek. Door de eeuwen heen zijn er wel een aantal verbouwingen en aanpassingen doorgevoerd maar in 1954 is onder leiding van Professor R. Lemaire bij een grote restauratiecampagne het gebouw opnieuw in zijn oorspronkelijke toestand gebracht. Als gevolg daarvan ziet alles er uit alsof het nog maar net gebouwd is, zeker de binnenzijde aan het imposante gewelfde metselwerk van de toren en de houten constructies in het middenschip. Achter de kerk sta je binnen de muren van de eeuwenoude begraafplaats waar alles ook zo goed als in perfecte staat wordt gehouden en het onderhoud op ecologische wijze gebeurt. De mooie brandschilderingen in de ramen staan symbool voor het feit dat Saint-Martin in zijn tijd opkomt voor de armen. Saint-Martin (Sint-Maarten) wordt rond het jaar 316 geboren in Tours waar hij later ook bisschop wordt en is een van de populairste middeleeuwse heiligen. Zijn sterf- en feestdag valt op 11 november en zijn leven staat in het teken van de liefdadigheid nadat hij als jong Romeins soldaat (de helft van) zijn mantel afstaat aan een blinde bedelaar. Als heilige is Sint-Maarten vooral belangrijk voor de boeren en zijn feestdag was vroeger de datum waarop de oogst binnengehaald moest zijn en het vee op stal ging. Op 11 november werden grote Sint-Maartensvuren ontstoken. Ironisch genoeg gaat dit gebruik terug op een Germaans feest ter ere van Wodan (maar dat geldt voor bijna alle christelijke feesten denk ik). De dorpelingen brachten dankoffers en brandden reinigende vuren om de vruchtbaarheid van het land en vee te bevorderen. Op die dag werden ganzen geslacht. Dat laatste gaat terug op de overlevering dat Saint-Martin zich niet waardig genoeg vond voor het ambt van bisschop en zich in een ganzenhok verstopte toen als zijn aanhangers hem komen ophalen om hem in Tours op de troon te doen zetelen. Maar omdat die dieren altijd veel laweit maken tegen verstoorders, werd zijn schuilplaats ontdekt en kon hij zijn roeping niet ontgaan. Ik denk niet dat ganzen zich ooit zullen laten bekeren en nederig zijn ze zeker niet, maar als je bewaking nodig hebt kan ik ze aanbevelen. Even iets rechtzetten: het kanon aan de voordeur is géén luchtafweer maar een Duits scheepskanon uit de eerste wereldoorlog dat als oorlogstrofee door Graaf de Hemricourt de Grunne aan de dorpelingen werd geschonken uit dank voor hun gastvrij onthaal tussen 1914 en -18.

Tourinnes-la-Grosse – de ‘bedelaarskist’ van Saint-Martin

Max van der Linden

Ben ik oneerbiedig door te stellen dat de echte heilige van Tourinnes la Grosse, Nodebais en de gemeente Beauvechain niet Saint-Martin is maar – naast Julos Beaucarne – Max van der Linden? Geboren in Nodebais op 1 juni 1922 op de familiehoeve d’Agbiermont en eveneens daar overleden op 25 november 1999, heeft hij met zijn persoonlijkheid en met zijn keramiek een enorm en blijvend stempel gedrukt op zowat de hele wijde omgeving. In zowat iedere kapel en kerk en in en aan talloze andere gebouwen in Beauvechain en buurgemeenten kom je zijn werken tegen en ik heb aan dit album een kaart toegevoegd met een typische ‘max-van-der-linden-wandeling’. Het eerste wat mij telkens opvalt is dat ze altijd zowel erg gedetailleerd-herkenbaar zijn als gebaseerd op de heel gewone zaken die er in het leven van mensen toe doen: het dagelijks leven op het platteland, de familie, de muziek, geboorte, huwelijk en dood, de hoop op beterschap en solidariteit en de angst voor eenzaamheid en chaotische verandering maar dat alles doordrongen van een diepe christelijke spiritualiteit die altijd weer leidt naar een onverwoestbaar optimistische kijk.

Tourinnes-la-Grosse – Max van der Linden – dit is een van mijn favoriete werken van de kunstenaar

Als mens is Max van der Linden zijn hele leven bewonderd door zijn vermogen om mensen bij elkaar te brengen en als zodanig is het logisch dat hij beschouwd wordt als de grondlegger en bezieler van de jaarlijkse Fêtes de la Saint-Martin (met in 2019 de 54ste editie). Tot in 2015 waren de meeste van zijn werken te bewonderen in zijn atelier in de Ferme D’Agbiermont maar na de verbouwing in meerdere woningen van de hoeve konden zij daar niet langer blijven en door het groot publiek bekeken worden. De VZW “Max van der Linden” die het werk beheert sloot in 2018 een overeenkomst met de gemeente Beauvechain en de plaatselijke kerkfabriek. Als gevolg daarvan zijn heel veel wereldse werken van de kunstenaar nu te zien in de zaal Vert Galant in het gemeentehuis van Beauvechain terwijl de meeste sacrale stukken te bewonderen zijn in de kerk Saint-Martin in Tourinnes la Grosse. Enkele werken zijn nog op de hoeve (zoals “La Maison de mes Amis) en niet vrij toegankelijk maar of daarvoor nog altijd een oplossing gezocht wordt weet ik niet. Er is een speciale website http://www.maxvanderlinden.be/ maar daar heb je niets aan omdat die al vele jaren op non-actief gezet is en volgens mij beter opgeheven zou worden als hij niet gedeblokkeerd kan worden. Als er iemand is die nog eens kan vertellen waar en hoe je info kan vinden over de betekenis van de afzonderlijke werken van de kunstenaar (of over het verhaal waarin ze passen), vooral die in de kerk, ben ik zeer dankbaar.

Tourinnes-la-Grosse – Rue de la Bruyère Saint-Martin

La Rue de la Bruyère

Tourinnes-La-Grosse. Om vanaf L’Eglise Saint Martin naar La Chapelle du Rond Chêne te gaan, volg ik vanaf het parochiale centrum ‘Le Beau Vignet’ (vroeger de pastorie), de begraafplaats, de beschilderde elektriciteitskast en het kruisbeeld op de hoek de kasseien van de Rue de la Bruyère Saint Martin in noordelijke richting. Op het plein staat nog de oude pomp van 1861 en ik vraag me af hoe diep die wel gaat om hier op de heuvel water op te halen. Sinds wanneer beschikt men hier over een eigentijdse waterleiding? De naam van de straat zie je op de kaart op veel plaatsen in het dorpscentrum en hij stelt me voor een raadsel want een ‘heideachtig landschap’ is hier nergens te zien maar wellicht was het hier in de oude tijd wel veel droger dan nu. In deze straat staan veel huizen op de erfgoedlijst waarvan we er op deze wandeling drie passeren. De oude ‘vicarie’ naast het kerkhof dateert uit het einde de 18e, begin 19 eeuw. Het is een statig maar een beetje vervallen gebouw, half verborgen achter zijn indrukwekkende omheiningsmuur maar er zijn grote restauratiewerken aan de gang en ik ben benieuwd wat daarvan het resultaat gaat zijn. Daarnaast staat een al even statig woonhuis, dat uit dezelfde tijd stamt en oorspronkelijk een boerderij was. Nu is het een privé-woning en kantoor en met stevige hekken afgesloten. Een beetje verderop staat een in dit dorp nogal uit de toom vallende grote begin 20ste eeuwse villa die je onmiddellijk herkent als een typisch doktershuis. Wie er nu woont weet ik niet maar het was lang de praktijk van dorpsdokter Duchesne lees ik in het erfgoeddossier. Ik kom altijd weer onder de indruk van de indrukwekkende rij monumentale bomen die aan de rechterkant staan aan de rand van de schapenweide. Ik dacht aan eiken maar een lezer zegt dat het lindes zijn.

Tourinnes-la-Grosse – Ruelle Sainte Barbe

Zoals ik al eerder verteld heb is het die wei die de projectontwikkelaars graag nog zouden willen volbouwen tegen het protest van de plaatselijke bevolking in. Zo’n project gaat inderdaad wel heel erg in tegen het landelijke erfgoedkarakter van dit dorpscentrum dus ik reken er op dat het niet doorgaat. Is er iemand die de laatste stand van zaken kan vertellen? Op de hoek van de weide slaan we rechtsaf de Ruelle Collin in en dan staan we onmiddellijk helemaal buiten de bebouwing tussen de akkers. Hierna volg ik vanaf hier de Ruelle Sainte Barbe om een heel eind verder buiten het dorp uit te komen bij la Chapelle du Rond Chêne. Dat die kapel zo ver verwijderd staat van het centrum is geen toeval maar aan dat verhaal kom ik nog toe.

Ruelle Sainte Barbe

Op deze etappe van onze verkenningstocht in Tourinnes-la-Grosse (Beauvechain) stappen we langs de Ruelle Sainte Barbe richting la Chapelle du Rond Chêne. Over die kapel kom ik nog uitgebreid te spreken. Je bent hier aan de zuidkant van het Meerdaalwoud op het plateau dat je op oude kaarten aangeduid ziet als de Keiberg (zie de link naar mijn reportage over de keiberg). Die keien zijn daar miljoenen jaren geleden achtergelaten door de grote rivieren van toen en ze bezorgen de boeren last bij het ploegen. Die boeren zijn hier tot mijn verwondering duidelijk nog van de zeer onecologische grootschalige industriële stempel want er zijn nauwelijks bomen te zien, geen enkele heg en op de akkers spelen mais, suikerbieten en aardappelen de hoofdrol. Naast de veldwegen is zelfs geen stukje groen overgelaten om te vermijden dat het slib van de akkers er op terecht komt en richting dorp vloeit.

Tourinnes-la-Grosse – een wel zeer diepe holle weg

Zeldzame planten moet je hier dus niet verwachten en of er veel soorten dieren in dit landschap kunnen overleven betwijfel ik, ook al omdat het jagersgilde in deze streken nog wel erg opvallend actief is. De weg is hier en daar hol en op één plaats is er een indrukwekkende diepte geplaveid met kasseien. Dat duidt op zeer grote ouderdom en als je op de kaart kijkt zal je zien dat in de oude tijden de verbindingen vanuit Leuven met Jodoigne en Tienen hier over dit plateau gingen. In het verhaal over de Chapelle du Rond Chêne kom ik daar nog op terug. Ik hoop dat iemand van de streek me nog eens kan vertellen waarom deze veldweg genoemd is naar de heilige Barbara van Nicomedia. Deze schone Kleinaziatische dame leefde volgens de overlevering zo rond het jaar 300. Haar heidense pappa Dioscurus sloot haar op in een toren om haar te vrijwaren tegen de jonge mannen in de omgeving. Om haar helemaal aan de openbaarheid te onttrekken kreeg ze een eigen badhuis met twee ramen. Maar omdat ze zich in het geheim tot het christendom bekeerde vroeg ze om een derde raam om de heilige drievuldigheid te eren. Haar boze vader folterde haar vanwege die bekering maar als bij wonder genazen al haar letsels in de nacht. Wikipedia: “Uiteindelijk onthoofdde hij haar eigenhandig, maar werd daarop zelf door de bliksem dodelijk getroffen”. Blijkbaar gebeurde dat op 4 december want op die datum wordt ze als heilige gevierd door een hele reeks van uitoefenaars van gevaarlijk beroepen zoals brandweerlieden, geniesoldaten en wapensmeden, infanteriesoldaten en artilleristen, mijnwerkers, dakdekkers, bouwvakkers, steenhouwers, metaalgieters, telegrafisten maar ook van boeren, beiaardiers, hoedenmakers, gevangenen, stervenden en tenslotte ook van jonge meisjes. Op onze veldweg lijkt alleen haar bescherming van boeren en andere passanten tegen bliksem en storm van mogelijk belang te zijn want in die omstandigheden kan het op dit kale plateau wel gevaarlijk zijn denk ik.

Tourinnes-la-Grosse – Ruelle Sainte Barbe


La chapelle du Rond Chêne

Vanuit Tourinnes-la Grosse ben ik via la Ruelle Sainte Barbe aangekomen bij La Chapelle Du Rond Chêne helemaal op het einde van de Rue du Coulot op de kruising met de Rue du Stocquoi in het Waalsbrabantse dorpje Mille (deel van Hamme-Mille, Beauvechain). Daar staat zowat aan de bron en waterbekken van de Ruisseau ‘Le Mille een robuust maar sober gebouwde kapel met de naam ‘Chapelle Notre Dame du Rond-Chêne’. Over die kapel heb ik al veel geschreven, de laatste keer nog maar kort geleden in mijn verhaal over de wandeling op de Keiberg en het zuiden van het Meerdaalwoud (zie de link). Voor aandachtige lezers heb ik even weinig nieuws maar toch enkele vragen. Binnen lees je dat er hier al een kapel stond in 1358 en dat in die tijd op de kruising een dikke eik (Chesne) gestaan moet hebben. Het huidige gebouw in (ooit witte maar nu vuildonkere) Gobertange kalkzandsteen in klassieke stijl dateert van 1768 en dat staat ook (met enige moeite) te lezen in een steen in de boog boven de voordeur. Niet voor niets betekent ‘le Culot’ zoveel als ‘helemaal aan de rand’ want vanaf de 15de tot de 18de eeuw mochten de elders verdreven lepralijders uit het dorp hier hun geloof komen belijden vanuit hun ‘gesloten centrum’ met de naam ‘Cortil des Lattes’ (een met een schutting omheind terreintje) dat hier ergens in de buurt was (waarschijnlijk ten noordoosten van de kapel, maar het staat niet op de topografische kaarten die ik heb). Later werd deze kapel samen met de nabijgelegen ‘Chapelle de Saint-Corneille’ een belangrijk passeerpunt voor pelgrims.

Beauvechain – la Chapelle du Rond Chêne

Ter ere van de Heilige Maagd wordt er nog altijd elke zondag in de maand mei een rozenhoedje gebeden en op 15 augustus is er een hoogmis. Het oorspronkelijke Mariabeeld is in 1978 gestolen dus wat er nu staat is een kopie. De kapel wordt duidelijk in ere gehouden door de buurtbewoners want er staan bloemen en een harmonium. Sinds 1994 is hij beschermd als monument. Waarom veel van de ruitjes al jaren lang gebroken zijn en wanneer ook de binnenkant weer eens gerestaureerd wordt en aan de buitenkant het wit van de gobertange weer tevoorschijn zal worden gehaald zal worden weet ik niet. Waar de eik naar toe is me ook een raadsel.  Er staan wel twee esdoorns en op een foto van 2014 staat er nog derde maar die is sindsdien gesneuveld. Zo’n mooie eeuwenoude kapel verdient wel een staanplaats in een kring van robuuste eiken om de al dan niet devote voorbijganger de weg te wijzen. Ik stel voor dat er twee jonge eikjes geplant worden zodat die groot zijn tegen de tijd dat de esdoorns het laten afweten. Kan er niet iemand van het dorp een initiatief in die richting nemen? Maar dan zou de kapel ook wel op en iets groter stukje eigen terrein mogen staan want zoals het nu is lijkt hij wel erg slachtoffer te zijn van de behoefte aan akkergrond.

La ferme d’Evrard

Ik blijf nog even staan aan la Chapelle du Rond Chêne in Beauvechain. Enkele honderden meters verder staat nog de in de 18de eeuw gebouwde vierkantshoeve ‘Ferme du Rond-Chêne’ maar of dat nu hetzelfde is als de vroegere ‘Ferme de Stakenborg’ die al in 1356 vernoemd wordt, moet ik nog uitvinden.

Mollendaalbos – omgeving Brise Tout en Keiberg – zicht op la Chapelle du Chêne Rond en Ferme D’Evrard

Op de kaart Vandermaelen van 1856 zie ik wel op die plek “Château Sainte Barbe” en dat verwijst ook naar een versterkte woning. De kapel ligt aan de bron van de Ruisseau de Mille op de grens tussen het Hertogdom Brabant en het Prinsbisdom Luik waarvan Beauvechain in die tijd nog altijd een kleine enclave is (Parti du Pays de Liège). Heeft de Chemin Sainte Barbe zijn naam aan het château te danken of andersom? Zoals ik al vertelde beschermt deze heilige wel de soldaten maar blijkbaar niet de smokkelaars en ik vang geruchten op dat de enclave in die tijd juist voor hen een paradijs was tenzij je betrapt werd en dan wel in de misère kon belanden. Wie meer weet over al deze raadsels mag het graag zeggen Rond de kapel vind je infoborden over het belang van de ‘arbres isolés’ op het kruispunt van holle wegen in een open boerenlandschap en over het belang van die wegen voor de natuur. En als troost voor iedereen die altijd opnieuw problemen heeft met de juiste naam (ik verwar die met de ‘Chapelle au Chêneau’ in Longueville): op die kaart staat heel uitdrukkelijk ‘Chapelle du Rond Chêsne’. Als je aan de kapel de vriendelijke herdershond (Lara) tegenkomt geef hem dan een aaitje want daar houdt hij van. Hij is helaas wel erg oud geworden en hoort en ziet niet meer zo goed. Zijn baas is Paul Evrard van de hoeve die naast de kapel staat. Paul is ver over de tachtig en altijd in voor een praatje. Hij weet alles over deze streek en ik denk dat alle akkers rond de kapel van hem zijn. Zijn hoeve zie ik pas voor het eerst op de NGI-kaart van 1969. Een laatste raadsel: op oude kaarten, voor de eerste keer op die van Vandermaelen van 1846 zie ik dat het eigenlijk de streek iets ten noorden van La Chapelle Du Rond Chêne is die ‘misère’ heet en niet het gehucht zelf. Aan de Rue Mollendaal staan op die kaart twee hoeves aangeduid als Ferme de la Petite Misère en Ferme de la Grande Misère.

Beauvechain – zicht op de Rue de Mollendaal – ferme de la petite misère en ferme de la grande misère – gezien vanuit la Chapelle du Grand Chêne

Vanaf de kapel zie je beide hoeves staan. Het is van hier een heel mooi uitzicht die kant uit want aan de Rue de Mollendael (met kasseien) is er nog geen lintbebouwing en dat is zeldzaam tegenwoordig. Er is wel een aanvraag om nieuwe stallen te mogen bouwen dus ik vrees dat er verandering op komst is. Het woord ‘misère’ tref je in Waals-Brabant dikwijls aan op plaatsen waar in de oude tijd de oogsten gemakkelijk mislukten door droogte, vorst of een teveel aan water of waar er voortdurend plunderende troepen voorbij kwamen. Toch denk ik dat ‘la Misère’ aan La Chapelle du Rond Chêne vooral slaat op de leprozenkolonie en het ‘cortil des lattes’ waarbinnen die zieken moesten blijven. Op  het infobord zie je waar dat cortil geweest moet zijn.

La Mille et ces inondations

Beauvechain. Om van la Chapelle du Rond-Chêne naar la Chapelle Saint-Corneille te stappen zijn er twee mogelijkheden. Neem de kaart (in het fotoalbum) er maar bij en dan zie je dat de eerste en kortste gaat langs  la Ruisseau de Mille en dan via de Rue Jules Coisman rechtstreeks naar de kapel. Langs die straat staan nog wel enkele oude boerderijen maar nieuwe huizen en de auto’s nemen het straatbeeld over en om die reden neem ik liever enkele veldwegen iets noordelijker, de Rue de Stocquoy, Rue(elle) Jules Coisman en de Ruelle Simon dwars door het akkerlandVlakbij la Chapelle du Rond Chêne sta je echter in de Rue du Culot aan een tamelijk nieuw uitziend ‘bassin d’orage’ en daar wil ik het even over hebben. Dat bekken maakt me nieuwgierig want de bron van het kleine beekje Le Mille is op deze plek dus hoe kan je daar nu al wateroverlast verwachten?

mille – bassin d’orage

In de infofolder van het Contrat de Rivière Dyle-Gette lees ik dat de naam van het gehucht en het beekje Mille afstammen van de combinatie van het oude Frankische woord ‘haima’ dat ‘woning’ betekent en het Germaanse woord ‘Melna’ dat staat voor ‘fijn zand’. Dus de mensen wonen hier op een ondergrond van fijn zand en geologisch is dat volstrekt juist want het hele plateau bestaat uit oud zeezand met een toplaag van fijne leemstof. Op de Villaretkaart van 1745 zie je dat er alleen aan de rechterkant van het stroompje enkele hoeves zijn en verder overal weiden. Boven de bron was er in die tijd nog wel een en ander aan bos. Op de kaarten van vandaag zie dat de oevers aan beide kant helemaal volgebouwd zijn en het bos is nergens meer te bekennen. Bij heftige regenval kan het water niet anders dan tussen de gekanaliseerde smalle en dikwijls gebetonneerde kanten op grote snelheid naar beneden stromen en dat doet het dan ook. Er zijn elk jaar overstromingen op de laagste punten en met de klimaatverandering hebben die eerder de neiging om te verergeren dan te verbeteren. Hier en daar zijn er nog wel plekken om het teveel aan water op natuurlijke wijze over de weiden te laten uitvloeien maar als ik de berichten goed begrijp zien de overheden als belangrijkste oplossing om op een aantal plaatsen ‘bassins d’orage’ aan te leggen en die aan de bron van de Mille is daar blijkbaar  een van de eerste van hoewel het denk ik tot 2017 geduurd heeft om plannen van 1998 te voltooien. Dergelijke bassins kosten veel om aan te leggen en stuiten bijna altijd op onteigeningsproblemen met de omwonenden. Bovendien is het niet alleen water dat meekomt bij onweer maar ook erg veel achtergelaten afval en slib van de hoger gelegen akkers. Dat slib komt ook terecht in de ondergrondse rioleringssystemen en dat zorgt voor extra moeilijkheden. De installatie waarvan ik je enkele foto’s toon is in feite bedoeld om vooral dat slib tegen te houden en moet dus ook regelmatig gereinigd worden.

zicht op Le Mille aan de Ferme de Rond Chêne

Maar als ik zie dat de hellingen van de omringende akkers overal nog zeker tien meter hoger liggen dan de beekbedding en dan ook zie hoe de akkers geploegd worden denk ik dat de strijd tegen de erosie hier nog lang niet gewonnen is.

De Keiberg

Beauvechain – Tourinnes-La-Grosse. Ik ben op weg van La Chapelle du Rond Chêne naar La Chapelle Saint-Corneille. Ik kies er voor om niet via de lintbebouwing in het gehucht Mille te gaan maar via enkele veldwegen iets noordelijker, de Rue de Stocquoy, Rue(elle) Jules Coisman en de Ruelle Simon dwars door het akkerlandEen deel van dit traject heb ik al beschreven in mijn reportage over de Keiberg en het bosreservaat ‘le Renissart’ (zie de link). Het is een (naar mijn goesting veel te) open akker-landschap dat veel aan aantrekkelijkheid voor mens en dier zou winnen als de boer van de verderop gelegen Ferme des Biches zich zou laten overhalen om groen- en bloemstroken langs het pad aan te leggen, hagen te laten groeien zoals in de oude tijd en rijen bomen zou hebben langs de randen van zijn grote percelen met hier en daar een echte hoogstamboomgaard. Ik vind het moeilijk om te begrijpen waarom moderne bedrijfsgerichte boeren van nu zoals op deze plek dat niet doen want het gaat om de aanleg van zogenoemde ‘kleine landschapselementen’ en je hoeft er zelfs helemaal niet je grootschalige aanpak voor te wijzigen naar kleinschalige biologische landbouw. Voor aanleg en onderhoud krijg je premies (nog afgezien dat er tegenwoordig heel wat natuurorganisaties zijn met vrijwilligers om een handje toe te steken). Ik vrees dat het gebruik van grote hoeveelheden insecten- en onkruidverdelgers op dit plateau wel nogal zware gevolgen heeft voor de waterkwaliteit van het kleine riviertje Le Mille waarover ik het gisteren heb gehad.

een bloempje op de Keiberg

Zeldzame planten kom je hier niet tegen maar gelukkig wel hier en daar bloempjes die erg goed tegen grote hoeveelheden stikstof kunnen en zelfs als bemesters worden gezaaid. Reeën zie je wel uit de verte (nooit dichtbij want daarvoor wordt er teveel gejaagd) maar hazen zie ik nooit meer in deze omgeving, die worden systematisch afgeschoten. Zwarte kraaien zie je hier massaal en in de zomer kan je veldleeuweriken spotten. Veel andere soorten zie ik hier niet. Mais, suikerbieten en andere veevoedergewassen zijn toonaangevend naast aardappelen en af en toe vlas. Dat laatste kleurt de akkers tijdens de bloei wel heel mooi blauw. In mijn Keiberg-reportage vertel ik ook over onze voorouders die hier woonden en werkten in het stenen tijdperk en over de meteoriet die in 1863 in deze omgeving ergens ‘op de straatstenen’ is ingeslagen. Het ging om een brok van 14,5 kilo en dat moet een flinke knal gegeven hebben. Het waren echter niet die van de Rue de Culot maar van de Chemin de Ramiers een beetje verderop richting Beauvechain.

La Chapelle Saint-Corneille

La Chapelle Saint Corneille staat op het grondgebied van Beauvechain. Maar als je niet door de mand wil vallen als vreemdeling moet je wel weten dat de mooie holle weg ‘La Ruelle de la Chapelle Saint-Cornélis’ behoort tot het gehucht Mille. Neem de kaart er even bij en dan zie je dat je er als voetganger komt vanaf het domein Valduc in Hamme-Mille of vanuit het Meerdaalwoud langs de Milsebaan langs de Ferme des Biches. Lang voor de bouw van de kapel moet hier in de Romeinse tijd de weg naar Tienen gelopen hebben die in het Meerdaalwoud bekend staat als de ‘Tiense Groef’ maar daar zie je nu niets meer van.

Mille – La Chapelle Saint-Corneille

De Milsebaan is ook zeer oud. Die gaat dwars door het Meerdaalwoud en dan langs het kerkhof en de kerk van Blanden richting Leuven waar je hem opnieuw tegenkomt als holle weg ter hoogte van het Parkveld. Langs deze weg gingen de edelen, de kooplieden en de pelgrims. Hij is een belangrijke verbinding totdat in 1757 de steenweg tussen Namen en Leuven wordt aangelegd. De kapel wordt in 1460 gebouwd door Heer Willem van Bierbeek en zijn echtgenote Elisabeth de Berchimont en is sindsdien meermaals gerenoveerd. Op de Villaretkaart van 1745 zie je hem staan maar de naam zie ik pas op de op de kaart Vandermaelen van 1854. Hij staat op de kruising met de Rue Jules Coisman (gefusilleerd vrijheidstrijder) en is gewijd aan de heilige Cornelis die het tot Paus bracht maar toch in de woelige tijden van toen in 253 aan zijn einde kwam door onthoofding of ontbering. Cornelius betekent ‘zo sterk als een hoorn’ en op het platteland wordt hij vereerd als de beschermheilige voor de grote en kleine dieren met horens maar ook tegen epilepsie (de Corneliusziekte), krampen en zenuw- en oorkwalen. In Brabant noemt de volksmond hem ook Sint Knillis en zijn gedenkdag is op 16 september. Elk jaar gaat in Mille op initiatief van alle omliggende parochies op de 4de zondag na Pasen een kleurrijke processie uit om Sint Corneille te vieren en op andere zondagen worden de deuren geopend zodat je de binnenzijde kunt bewonderen. De keramiekwerken in de kapel zijn duidelijk van de hand van eigentijds devoot kunstenaar Max van der Linden. Sinds 1990 is de kapel beschermd als monument. Aan de kapel kan je onder een enorme linde op een bankje je dagelijkse beslommeringen even opzij zetten. Of die linde ook beschermd is weet ik niet maar ik hoop van wel.

Beauvechain – Mille – Chapelle St-Corneille

Hof Ter Cammen

De gemeente Beauvechain is bekend om zijn mooie oude Brabantse vierkantshoeves. De bekendste en grootste daarvan zijn la Ferme de Grayette en de Ferme de Wahenges maar er zijn er veel meer tot in het centrum van het dorp en de verschillende deelgemeenten zoals Tourinnes-la-Grosse en Nodebais. Hoeveel er zijn in Hamme-Mille zou ik niet precies weten (wie helpt?). Een ervan staat recht tegenover la Chapelle Saint Corneille: het Hof ter Cammen. In het erfgoeddossier lees ik dat de hoeve gebouwd wordt in 1665 en dat er in 17de en 18de eeuw belangrijke verbouwingen zijn geweest. Wie hem gebouwd heeft wordt niet vermeld en over de eigenaar(s) vind ik ook niets. Het was een pachthoeve (métairie) maar waarom hij zo heet blijft duister. Werd er bier gebrouwen (het woord ‘Cammen’ wijst daarop), werd er vlas ‘gekamd’ of heeft het te maken met de manier van bouwen van de topgevel in het schuurdak (een houten ‘kamstructuur’ opgevuld met kalk)? Wie er meer over weet mag het graag zeggen. Sinds het jaar 2000 (?) is de hoeve ‘inscrit comme monument’ op de Waalse inventaris van waardenvol bouwkundig erfgoed. Maar terwijl la Chapelle Saint Corneille in  zeer goede staat verkeert is de boerderij er uiterst slecht aan toe. Blijkbaar waren de gebouwen in de 17de en 18de eeuw nog helemaal in orde en zelfs op een oude foto van 1981 ziet het hoofdgebouw er nog in redelijk goede staat uit. Ik heb lang gedacht dat er niemand meer woont maar dat is blijkbaar nog wel het geval. De troosteloze staat van de hoeve getuigt van de noodzaak om na bescherming als monument ook toe te zien op restauratie en daarvoor ook de nodige publieke middelen te verschaffen. Op een foto die ik vijf jaar geleden nam zie je dat het dak van de schuur naar beneden hangt en diezelfde foto kan je vandaag ook nemen, zij het dat alles nog verder vervallen is.

Mille – Hof Ter Cammen – de binnenkoer met de oude pomp en mesthoopplek

Daar staat tegenover dat je nog kan zien dat in vroeger tijden de mesthoop en de drinkwaterput en pomp op dergelijke hoeves zich gebroederlijk naast elkaar op de binnenplaats bevonden. Die schilderachtige maar niet erg gezonde toestand wordt meestal na eigentijdse restauratie al dan niet decoratief weggewerkt door de nieuwe eigenaars-van-nu (niet-boeren) die liever geen onhygiënische toestanden recht aan hun voordeur hebben. Van de traditionele notelaar die op dergelijke plekken werd geplant om de insecten weg te houden is op deze plek dan weer niets meer te bespeuren. Ik pleit ervoor dat de diensten verantwoordelijk voor de erfgoedbescherming wat meer initiatief zouden tonen om te vermijden dat Hof ter Cammen binnenkort alleen nog op foto’s te zien is. Misschien kan de gemeente er ook eens wat aandacht aan besteden? het zou toch wel leuk zijn als hoeve en kapel samen voor de komende generaties bewaard blijven en eventueel zelfs met een gezamenlijke bestemming. Wie heeft een oplossing?

Le moulin Crèvecoeur – Wuyts

Ik kom toe aan het laatste aandachtspunt in deze luswandeling in Tourinnes-la-Grosse en zoals beloofd gaat deze over de voormalige watermolen Crèvecoeur (Wuyts) op de kruising tussen de Rue de Grand Brou en Rue du Moulin juist aan de ingang van het dorp vanuit Hamme-Mille. Vanaf  het pleintje met de kasseien en op de Open Streep Map is de tot een smalle goot gekanaliseerde Le Ruisseau de la Néthen nauwelijks meer te zien maar dat is wel nog het geval op de NGI-kaart van 1989.

Tourinnes-la-Grosse – Moulin Wuyts

De molen zelf zie ik voor de eerste keer aangeduid op de Villaretkaart van 1745 dus die kan best heel veel ouder zijn. In de databank van Molenechos wordt hij beschreven als een bovenslagrad watermolen om koren te malen en dat betekent dat er in die tijd ter plekke een groot verval moet zijn geweest wat je op de oude kaart kan vermoeden omdat stroomopwaarts La Néthen dan al rechtgelegd is om te kunnen stuwen terwijl de beek stroomafwaarts nog in vele kronkels verder stroomt. In 1884 en 1901 werd hij nog flink vergroot. In 1907 kwam er een petroleummotor gevolgd door een armgasmoter (‘gaz pauvre’) in 1920 maar in die tijd werd er ook nog gemalen met waterkracht. Waarom hij de naam draagt van ‘moulin Crèvecoeur’ weet ik niet want bij de eigenaars-molenaars vanaf 1834 vind ik alleen de naam van de plaatselijke familie Maisin en Wuyts. Hubert Joseph Napoléon Wuyts-Sallets – molenaar te Haasrode – koopt de molen in 1932 en ik denk dat Joseph Evarist Anastasia Wuyts-Steeno vanaf 1950 de laatste molenaar was want hij wordt aangeduid als ‘molenaar te Tourinnes-la-Grosse’. Wanneer hij er mee opgehouden is weet ik niet maar sindsdien is het bovenslagrad en binnenwerk verwijderd en het grote bakstenen gebouw omgebouwd tot privéwoning met verscheidene appartementen. Als je het weet herken je het gebouw wel als een voormalige molen maar ik moet eerlijk toegeven dat ik er al vele jaren passeer en maar pas sinds kort weet dat het vroeger een molen was en wel dankzij Els Coremans, telg van een bekende molenaarsfamilie (Vertessens) die in het verleden goed bevriend was en nog is met de familie Wuyts en we samen eens een kijkje zijn gaan nemen. Dankzij een heel oude maar nog springlevende en heel vriendelijke dame in het huis tegenover de molen weten we nu dat ‘Wuyts’ in Tourinnes-La-Grosse wordt uitgesproken als ‘Wiets’ en dat hij als zodanig nog leeft in de herinnering.

Tourinnes-la-Grosse – Moulin Wuyts

Met Els ga ik binnenkort nog andere molens bezoeken je gaat er nog van horen. Le Ruisseau de la Néthen is maar heel kleine beek. Ik heb even geteld hoeveel watermolens er gebouwd zijn en ik kom tot zes (!): Sint-Joris Weert (Molens Vanden Bempt), Néthen (domein Savenel), Hamme-Mille (Les Claines), Hamme-Mille (Valduc), Tourinnes-la-Grosse (Crèvecoeur-Wuyts) en Beauvechain (Moulin de Robermont). Ze zijn er nog allemaal maar alleen die in Sint Joris Weert is nog in bedrijf. In die van Valduc zijn alle installaties er nog maar de nieuwe eigenaar houdt niet van bezoekers op zijn domein en heeft alles ferm afgesloten wat ik helemaal niet meer van deze tijd vind. De molen in Tourinnes is niet echt beschermd maar hij staat wel ‘inscrit comme monument’ in de Waalse inventaris van het waardenvol bouwkundig erfgoed. Einde van het verhaal op deze tocht.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/recherche/recherche (Place Saint Martin, Rue de la Bruyère Saint-Martin, Rue de La Haye – Tourinnes-la-Grosse)

+++

http://tourinnes-lotissement.org/ NON au lotissement à côté de l’église de Tourinnes-la-Grosse tourinnes-lotissement.org (Réagissez au permis d’urbanisation introduit pour un lotissement de 17 maisons dans le coeur du village de Tourinnes-la-Grosse)!

Tourinnes-la-Grosse – L’Eglise Saint Martin in kerststemming

+++

Over de Eglise St.Martin’ met een beschrijving van het interieur:

Inventaire du patrimoine culturel immobilier

spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/…/25005-INV-0060-02

+++

Saint-Martin : https://nl.wikipedia.org/wiki/Martinus_van_Tours

+++

Max van der Linden – Fêtes de la Saint-Martin tourinnes.be/oeuvres-max-van-der-linden-nl/?lang=nl

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0126-02 (pomp)

+++

Tourinnes-la-Grosse – het dorpsplein

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0062-02 (Parochiaal centrum, Place Saint-Martin 1)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0180-01 (doktershuis Duchesne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0181-01

(Rue de la Bruyère Saint-Martin 25)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0084-02 (ancienne vicairie, Rue de la Bruyère – Saint Martin)

+++

Tourinnes-la-Grosse – zicht op de pastorie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbara_van_Nicomedi%C3%AB

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0061-02 (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/viewpdf/BC_PAT/25005-CLT-0004-01/?printpdf=true (la Chapelle du Rond Chêne)

+++

la Chapelle du Rond Chêne met de hond Lara

Pieter Evers

(intérieur de la Chapelle du Rond Chêne)

+++

+++

https://www.tijd.be/dossiers/nergens-zonder-weg/nergens-zonder-weg-in-tourinnes-la-grosse/10232185.html (ferme Evrard)

+++

La Nethen – Protégeons notre rivière ! www.crdg.eu 

+++

De Mille op de grens tussen (Hamme)Mille en Tourinnes-la-Grosse

Expropriations contre les inondations – La Libre www.lalibre.be › Régions › Brabant

+++

«Marre d’être inondés depuis vingt ans» (Beauvechain) www.lavenir.net › cnt › marre-d-etr..

+++

Beauvechain Le deuxième des trois bassins d’orage … www.lesoir.be › art › beauvechain-l…

+++

Beauvechain : “On en a marre des inondations” – DH Les … www.dhnet.be › … › Brabant wallon

+++

Mille – Hof Ter Cammen

COMMUNE DE BEAUVECHAIN www.beauvechain.be › form_pcdn_bilan_actions

+++

BEAUVECHAIN Enquête publique à Hamme-Mille Le bassin … www.lesoir.be › art › beauvechain-e…

+++

Beauvechain : “On en a marre des inondations” – DH Les … www.dhnet.be › … › Brabant wallon

++++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25005-INV-0023-02?fbclid=IwAR2mPmzOT1x6xEoOAToHeUpyVA79GRrvjAqO4mM8EQ4RlVUC8Q8jHX712Tw (Chapelle Saint-Corneille)

+++

Mille – la Chapelle Saint Corneille

http://www.hesbayebrabanconne.be/sites/default/files/b2_promenade_dame_et_mlin.pdf

+++

http://walloniebelgietoerisme.be/nl/content/processie-saint-corneille

+++

https://www.destinationbw.be/fr/procession-saint-corneille-hamme-mille-1

+++

http://www.heiligen.net/heiligen/09/16/09-16-0253-cornelius.php

+++

http://spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25005-INV-0024-02 (hof ter cammen)

+++

Molenechos: https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=2153 (moulin Crèvecoeur-Wuyts)

Tourinnes-la-Grosse – Le Moulin Wuyts

+++

http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/fiche/index?sortCol=2&sortDir=asc&start=0&nbElemPage=10&filtre=&codeInt=25005-INV-0194-01 (moulin Crèvecoeur-Wuyts)

+++

https://opstapinhetlandvandedijleendedemer.home.blog/2020/12/13/verkenning-over-de-keiberg-ten-zuiden-van-het-meerdaalwoud-mollendaalbos-van-la-chapelle-du-rond-chene-in-tourinnes-naar-het-bosreservaat-le-renissart-en-dan-terug-via-brise-tout-de-rachierhoeve-en-d/ +++ https://www.lpi.usra.edu/meteor/metbull.php?code=24038&fbclid=IwAR0fHkkcGz77fX2cWzoucM5zemw_csVq1jyQiZmdK0MDHe9kQb_VYpecf1w

trefwoorden :

beauvechain, tourinnes, chapelle du rond chêne, chapelle saint-corneille,  saint-martin, bierbeek, waterwandeling, brunerode, église, max van der linden, nodebais, chapelle gosin, keramiek, keiberg, mille, culot, hof ter cammen, moulin wuyts, crèvecoeur, evrard,

Tourinnes-la-Grosse – de lammeren worden al groot

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s