MECHELEN LEEFT

Mechelen leeft

Wie als natuurfotograaf het land van de Dijle in beeld brengt komt uiteraard ook vroeg of laat in Mechelen terecht. Hoewel Leuven net nog iets meer inwoners heeft, is Mechelen als Dijlestad een zeer goede tweede en in de provincie Antwerpen onbetwist nummer één. Totdat in 1763 de Leuvense Vaart geopend werd konden trekschuiten en andere schepen op de Dijle niet verder varen dan tot hier. De rivier is uiteraard vanaf de oorsprong van de stad rond het jaar 1000 van zeer grote betekenis voor Mechelen en er is nog altijd een haven. Hun bijnaam ‘Maneblussers’ hebben de Mechelaars eveneens aan hun rivier te danken sinds ze zich ergens in de 17de eeuw op een nacht met een volle maan bij lage bewolking – gealarmeerd door een dronken stadsgenoot – massaal lieten optrommelen om met emmers Dijlewater de Romboutstoren te blussen omdat ze dachten dat die in brand stond.

Het eerste wat vandaag de dag opvalt is dat net als in andere steden de rivier op grote schaal opgewaardeerd wordt omwille van de levenssfeer voor de bewoners maar duidelijk ook om het toerisme te bevorderen. Je kunt al heel lang boottochtjes maken op het echt in de binnenstad gelegen deel van de Binnendijle maar vanaf 2018 kan het ook ten oosten van de Zandpoortvest om even verder aan te sluiten op de Buitendijle (of Omleidingsdijle, in 1904 gegraven om de binnenstad te ontlasten) aan de Nekkerspoel.

Mechelen, langs het Dijlepad – kijk, de Dijeleend komt er aan

Bij de her-aanleg van de Kleine Ring op het einde van de jaren 1970 werd dit deel van de Binnendijle ingekokerd voor de aanleg van de weg en een parking maar nu wordt dat alles weer opengemaakt om er een groene omgeving van te maken.

Sinds enkele jaren is vanaf de Kruidtuin tot aan de oude bierbouwerij Lamot (sinds 2005 een congres en erfgoedcentrum) aan de Haverwerf het ‘Dijlepad’ aangelegd, een houten wandelpad over het water langs waar je op je gemak door de binnenstad kuiert langs de dikwijls eeuwenoude huizen en bruggen maar ook langs moderne gedurfde architecturale hoogstandjes met veel glasramen, ongetwijfeld voor de wat beter gesitueerde stadsgenoten.

Op de plattegrond van de stad Mechelen zie je onmiddellijk dat deze Dijlestad een rijk nijverheidsverleden heeft. De Ferrariskaart van 1779 toont wel wat meer grachten dan dat er tegenwoordig nog zijn. De talrijke waterlopen die de stad doorkruisten, worden aan het begin van de 20e eeuw overwelfd om besmettelijke ziekten te bestrijden. Onder invloed van de getijden van het Scheldebekken is er immers altijd gevaar voor overstromingen. De meeste van deze vlieten worden gedempt, uiteraard ook om koning auto te verwelkomen.

Heel veel straten verwijzen nog naar de beroepen of andere activiteiten die er ooit werden uitgeoefend en langs het Dijlepad zelf ga je van de Zoutwerf naar de Haverwerf (of omgekeerd).

Mechelen – Ferariskaart 1777

Ik denk dat veel mensen dit een beetje vergeten zijn maar de glorietijd van Mechelen ligt in de Middeleeuwen. Op 12 december 1008 wordt Mechelen voor het eerst officieel vermeld en wel in een oorkonde van Keizer Hendrik II ‘de Heilige’ van het Rooms-Duitse rijk. Maar al in het jaar 500 woonden er mensen in deze streek en ergens in de 6de tot de 8de eeuw sticht de Ierse monnik Rombout een abdij in Mechelen en naar hem is later de Sint-Rombouts kathedraal genoemd.

Op 13 december 1301 krijgt Mechelen stadsrechten van hertog Jan II van Brabant. In die tijd bloeit de lakenindustrie en rust de stad zich uit met stadswallen met twaalf poorten, een lakenhalle met belfort en het schepenhuis tussen de IJzerenleen en de Grote Markt. Onder het bewind van Karel de Stoute beleeft Mechelen zijn grootste bloeitijd. Met de installatie van de Grote Raad op 3 januari 1474 wordt hij de hoofdstad van de Nederlanden en is de stad belangrijker dan Brussel. Die glans wordt nog versterkt met de komst van Margaretha van Oostenrijk in 1507 die de Nederlanden bestuurt vanuit Mechelen.

Maar na haar overlijden in 1530 begint het belang van Mechelen snel te tanen ondanks het feit dat haar broer Filips de Schone ook al een flink deel van zijn opvoeding in deze stad genoot. Op 6 augustus 1546 verandert de ontploffing van een kruitmagazijn in de Zandpoort de Mechelse geschiedenis. Er vallen meer dan 200 doden en 600 gewonden. Door de kracht van de ontploffing wordt het water op een afstand van 300 meter uit de stadsgracht geslingerd en vliegen de verbrande dode vissen overal in het rond (NB: er zat dus toen nog vis!).

Mechelen – door God’s bliksem getroffen? aan de Sint-Romboutskathedraal – Het bronzen beeld voor het stadhuis van Mechelen toont de pop Opsinjoorke op een gooilaken. De originele pop is gemaakt in 1647. Opsinjoorke wordt meegedragen in praalstoeten en ommegangen. Opsinjoorke wordt in een groot lijnwaden doek omhoog gegooid. Oorspronkelijk heet ze Sotscop of Vuilen Bruidegom, een verwijzing naar dronken echtgenoten die hun vrouw slecht behandelden. Daarom wordt de pop symbolisch gestraft (omhoog gegooid). De pop krijgt haar huidige naam op 4 juli 1775. Tijdens de stoet ter ere van duizend jaar Sint-Romboutsverering valt ze naast het doek tussen de menigte. Een Antwerpse toeschouwer steekt zijn armen uit om de pop af te weren, maar wordt ervan beschuldigd de Sotscop te willen roven. Enkele heethoofden slaan hem in elkaar. Het slachtoffer bepleit in een protestbrief aan de Mechelse rechter zijn onschuld en eist schadevergoeding. Omdat de Sotscop op een sinjoor (bijnaam voor de Antwerpenaren) terechtkomt, wordt hij sindsdien Opsinjoorke genoemd. (Bron: dienst toerisme stad Mechelen)

De politieke gevolgen zijn dramatisch: het hof van landvoogdes Maria van Hongarije verhuist naar Brussel en dat is het einde van het internationaal belang van deze Dijlestad. Deze periode heeft wel geleid tot een uitgebreid kunstbezit en een hele reeks opmerkelijke gebouwen. Mechelen heeft het op een na hoogste aantal beschermde gebouwen van Vlaanderen waarvan vier UNESCO-vermeldingen.

In de jaren en eeuwen daarna beleeft de stad nog heel wat hoogte- en laagtepunten zoals de beeldenstorm (1566), de Spaanse furie ((1572), de Engelse furie (1580), een groot sociaal oproer (1718), Napoleon Bonaparte (1803) en grote schade door de twee wereldoorlogen. Maar blijkbaar zijn Mechelaars fiere burgers die na iedere ramp weer overeind komen.

Van de drukte op zaterdagmarkt op de Grote Markt in Mechelen trek ik naar de stilte van de Sinte Mettetuin. De voormalige kloostertuin van het klooster van O.L.V. van Leliendaal aan de Bruul ligt verborgen op wandelafstand van de Sint Romboutskathedraal en op de kaart zie je dat er drie ingangen zijn, aan de Schaalstraat, Lange Schipstraat en de Bruul. In het klooster is al jarenlang het Mechelse Sociaal Huis gevestigd maar de tuin was tot 2016  een wat verloren gegane groenplek. Dankzij het studiewerk van het vormgevingsbureau Stramien is het nu herschapen in een weelderige en zeer afwisselende publieke binnentuin met allerlei soorten bij- en vlinderminnende planten. Om het romantische karakter van de tuin echt te ervaren kom ik beter in de zomer eens terug want in deze tijd van het jaar komt dat niet echt tot zijn recht – ook al omdat alles nog erg nieuw is denk ik.

Mechelen – Sinte Mettentuin en het voormalige klooster

Bovendien lijkt een deel van de tuin in het weekend gesloten te zijn, in elk geval heb ik het paviljoen voor de mobiele beiaard, de volière, de waterpartij en de fontein niet gezien. Maar het is zeker een oase van rust waarvan er in een drukke stad niet genoeg kunnen zijn. De echt verborgen plek is een oude vliet onder de tuin die niet werd open gelegd. Pronkstuk van de tuin vind ik wel de rode beuk die er zo te zien al heel wat jaartjes heeft opzitten. Op 11 november vieren de kinderen uit de regio Mechelen het feest van Sinte Mette. Verkleed met een bisschopsmijter en een lange mantel trekken ze van deur tot deur om een Sinte Mettelied te zingen. Dit oude gebruik herinnert aan Sint Maarten – in het Mechels Sinte Mette – die zijn mantel in twee sneed om deze te delen met een bedelaar. Of ze dat in Mechelen ook (nog) doen weet ik niet (ik hoor van wél) maar op de hieronder vermelde website lees ik dat er tijdens de avond van 10 of 11 november tochten zijn “met fakkels, lampions, lantaarns en uitgeholde bieten met daarin een lichtje.

Kinderen zingen liedjes van deur tot deur in ruil voor snoep of geld. Sint-Maartensvuren, een opeenstapeling van stro en takken en vaak vergezeld van een strooien pop, worden ontstoken. Net als bij Sinterklaas zetten kinderen ook hun schoen. Ook het zogenaamde ‘grielen’ (graaien, grijpen, grabbelen, maar ook bedélen, uitdelen) is gelinkt aan Sint-Maarten”. Of er dan ook Zwarte Pieten aan te pas komen heb ik (gelukkig want anders krijg ik meteen op mijn kop) niet gelezen. Waar dat gebruik nu echt vandaan komt moet ik toch nog eens uitzoeken maar waarom die kinderen het doen is duidelijk want na het zingen van het lied krijgen ze een beloning, vroeger in snoep, tegenwoordig met wat muntstukken.

Mechelen – de Rode Beuk in de Sinte Mettetuin

Ik ben geen Mechelaar en ik weet niet hoe het vroeger was. Maar zoals ik al zei in het begin is er volgens mij is de laatste jaren hard gewerkt om het centrum leefbaarder – dat is mooier, stiller en gezelliger – te maken. Er zijn veel straten autovrij of toch autoluw gemaakt en ik heb voor de eerste keer het bord ‘fietsstraat’ gezien met de vermelding dat het de auto’s verboden is om fietsers voorbij te rijden. Tijdens mijn bezoek was het overvol maar dat heb je natuurlijk als er markt is.

Er is duidelijk grote aandacht voor natuur in de stad en natuurlijk geeft de mooie rivier de Dijle daarvoor heel wat mogelijkheden. Je kan op veel plaatsen langs de rivier wandelen of de plankenboulevard verkennen in het water. Op mijn foto’s zie ik dat het water opmerkelijk proper is. De duiven wonen nog altijd overal en de stadseenden komen zelfs honderden meters achter je aan in de hoop op resten van de menselijke picknick.

Ik zie ook overal kunstvoorwerpen staan zoals de wondermooie en een beetje mysterieuze beeldengroep ‘de Drie Gratiën’ van Ernest Wijnants (Mechelen, 1878-1964) aan de Lange Schipstraat. De naam van de kunstenaar staat er niet bij en ook niet wat het betekent, er staat alleen een bord Phlips Metaalbewerking NV bij maar erg gratieus ziet dat er toch niet uit.

Mechelen – Lange Schipstraat – De Drie Gratiën van Ernest Wijnants

Ernest Wijnants is al op zeer jonge leeftijd beroemd geworden als talentvol houtsnijder. “Zijn hele oevre is een ode aan de vrouw. Hij bezingt haar slankheid, sensualiteit, weelde, vruchtbaarheid. Hij bekommert zich minder om het detail dan om de esthetische vormgeving, soms met een vleugje exotisme”. Waarom een van de drie een eigentijds slotje in haar hand heeft weet ik niet maar er zijn vast lezers die het wél weten.

Het burgerhuis achter de beeldengroep is sinds begin 2019 vastgesteld als bouwkundig erfgoed. Waarom enkele vensters dichtgemetseld zijn weet ik ook al niet, misschien is het nog een aandenken aan de tijd dat er een belasting op vensters geheven werd.

De Hoogbrug over de Dijle tussen de Guldenstraat en de Bruul is volgens mij de belangrijkste historische rivieroversteek van de stad. De brug verbindt de Guldenstraat met de IJzerenleen die uitkomt op de Korenmarkt. Die straat is zowat de belangrijkste van heel Mechelen met een hele reeks van 18de -eeuwse gevels. Nu zijn dit meestal winkels maar oorspronkelijk stonden hier enkele brouwerijen en een aantal huizen van ambachten of gilden zoals de kleermakers, schermers, brouwers en kuipers.

De Hoogbrug wordt gebouwd in de 13de eeuw. Hij is gebouwd met zandsteen (en niet in ijzerzandsteen) en in de oude tijd staan er kantelen op omdat hij deel uitmaakt van het verdedigingssysteem van de stad.

Mechelen – Hoogbrug

 Het is een boogbrug met 4 gewelven met een lengte van achtereenvolgens 6, 1, 7 en 5 meter. Heel hoog is hij niet, ik schat zo’n drie meter boven het water wat meteen een idee geeft van de beperkte omvang van de schepen die eronderdoor konden en kunnen varen.

Aan de kant van de Guldenstraat staat – of beter: hangt boven de rivier – er naast de brug een klein tolhuis, dat door de Mechelaars het Overschotje wordt genoemd maar waarom ze dat doen moet ik nog uitvinden (wie biedt?). Het wordt al vermeld in 1292 maar het huidige bouwwerk is tot stand gekomen in de periode tussen de 15de en 18de eeuw. Zowel brug als tolhuis zijn als monument beschermd. Tol wordt er thans niet meer geheven op de schepen maar wel als je je auto ergens in de stad wil parkeren en zo heeft iedere tijd zijn eigen kenmerken.

Op de kade noemt het hier Zoutwerf maar ik volg het Dijlepad door de rivier. Deze drijvende voetweg door de zogenoemde Binnendijle werd geopend in mei 2010 en is uiteraard sindsdien een zeer populaire toeristische attractie. In Diest is er ook zo’n pad maar merkwaardig genoeg in Leuven nog niet voor zover ik weet. Het pad leidt je langs en over de Dijle tussen de Haverwerf, het Lamot Congres en het Erfgoedcentrum  in het westen langs de Vismarkt en de Zoutwerf naar de Fonteinbrug en de Kruidtuin aan de oostkant van de binnenstad. Vooral ’s avonds moet het er zeer romantisch zijn want dan is het verlicht.

Mechelen – langs het Dijlepad

Je gaat onder de Hoogbrug door en passeert een aantal prachtige gevels die er opnieuw aan herinneren dat Mechelen in de 15de en de eerste helft van de 16de eeuw een Gouden Eeuw kende. Hier en daar stuit je echter ook op de restanten van fabrieken en brouwerijen uit een veel recenter tijdperk maar de meesten daarvan zijn ondertussen omgebouwd om er in te wonen.

Vooral aan de overkant van de rivier ga je onderlangs de over de rivier hangende balkons van luxeappartementen. Zo te zien door de grote glasramen zijn de bewoners geen arme mensen maar de nogal recht toe rechtaan manier van bouwen van al die lofts is niet echt mijn smaak vrees ik, ook al niet omdat er geen twee dezelfde zijn en het dus een rommelige indruk geeft. Hier en daar zie je ook wel mooie tuinen en in de stenen oeverwand groeit ook het een en ander.

Ik lees dat het er in de gietende regen met veel wind wel eens glad kan zijn maar over het algemeen is het echt een heel aangenaam pad met voor fotografen de ietwat hinderlijke eigenschap dat het altijd trilt door de voetstappen van de wandelaars. Dankzij die wandelaars zijn de eenden zo tam dat ze achter je aankomen in de stellige verwachting om iets eetbaars te krijgen. Hier en daar zie ik er zelfs een paar zitten die kennelijk op zoek zijn naar voor eenden betaalbaar vastgoed. En zoals altijd en overal is de hele rivier eigenlijk het bezit en woonplaats van de duiven en die trekken zich nergens iets van aan.

Mechelen, langs het Dijelapad kom je aan de Fonteinbrug aan de Kruidtuin

Vanaf het Dijlepad kom je aan de Fonteinbrug en dan zie je aan de overkant twee paviljoentjes aan de ingang van een park. Een daarvan is nu een kiosk.  Je staat hier op een stuk grond dat in 1220 in handen komt van de ‘Commanderij van Pitzemburg’, een Maltezer-Duitse orde van hospitaalridders van OLV der Duitsers in Jeruzalem. De orde bouwt hier een kapel en later een poortgebouw. Onder Nederlands bewind wordt de kapel in 1922 gesloopt en in 1836 wordt ook het poortgebouw afgebroken. Met het materiaal worden de twee paviljoentjes gebouwd.

De bij Franse confiscatie in 1794 overgebleven barokke woongebouwen worden door de Stad in 1827 gekocht, vanaf 1832 voor onderwijs benut en in 1881 in staatsbezit omgevormd tot Koninklijk Atheneum Pitzemburg. Die aankoop door de Stad omvat ook het acht hectaren grote domein, dat in bruikleen gegeven wordt aan de Société Royale d’Horticulture, die er in 1862 op ontwerp van Louis Fuchs een ‘Engelse tuin’ met vijvers en een bruggetje, dreven tussen een heel aantal uitheemse boomsoorten en een kruidentuin aanlegt en een orangerie met glazen serre opzet.

De aldus ontstane Botanique, nog altijd zo genoemd door veel Mechelaars, wordt na de Eerste Wereldoorlog een openbaar park. De orangerie verdwijnt in 1960. De serres die er nu staan dienen voor de Mechelse Groendienst om planten te kweken voor de bloembakken in de binnenstad. Er is ook nog een echte kleine kruidentuin met een standbeeld van de in 1517 geboren Mechelse kruidkundige en stadsgeneesheer Rembert Dodoens (door Joseph Tuerlinckx).

Mechelen – stadspark De Krudituin – om weg te dromen

De belangrijkste plant in de Dodoenstuin is de Hop klimplant, die ook vermeld is in het oude kruidenboek van Dodoens dat hij schrijft in 1554.

Op een wat sombere zaterdag in het najaar is het heel rustig in het park met hier en daar wat wandelaars, joggers en groepjes jongeren van diverse culturen. Maar zo te zien aan het versleten gras kan het op andere ogenblikken geweldig druk zijn en ik lees dat er tijdens de maanden juli en augustus iedere donderdagavond een Parkpopconcert is.

Het staat er niet bij maar je hebt al gezien aan het slotje aan de leuning van de mooie boogbrug in de Kruidtuin in Mechelen dat deze sinds de 19de eeuw bekend staat als een ‘brug van de liefde’. In 2004 wordt hij afgesloten omdat je er met je lief en al doorheen zou kunnen zakken maar sinds 2014 doet hij na restauratie dus wel weer degelijk dienst. In datzelfde jaar worden de vijvers heraangelegd. Naast de 250 kruiden die er in het Dodoens-gedeelte van het park zijn aangeplant bevat het park een 46-tal boomsoorten waarvan de esdoorns en de linde de meest voorkomende zijn.

Op het grasveld bij de ingang aan de Bruul staat een monumentale rode beuk van meer dan 150 jaar oud met een stamomtrek van 4 meter. Op andere plaatsen staan nog 4 rode beuken. Het park heeft meer behoorlijk dikke bomen maar  ik lees dat de biodiversiteit door de jaren heen flink is afgenomen. Bij de wat minder vaak voorkomende bomensoorten zijn de Paardenkastanje, de Ginkgo biloba, de Vleugelnootboom, een Mammoetboom en een Tulpenboom.

En op de website van de Kruidtuin staat ook nog dat “Een geluidstomograaf wordt ingezet bij bomen met ernstige gebreken aan stamvoet, stam of kroondelen.

Mechelen – Kruidtuin – ik ben een Rode beuk en meer dan 150 jaar jong, naar mij luisteren ze

Rond de stam van de boom worden twaalf geluidssensoren aangebracht. Deze sensoren tas12) ten de boom af met korte klopjes. Aantastingen of gebreken geven andere geluidssignalen dan gezonde houtdelen. Met behulp van een computerprogramma wordt de snelheid van de signalen vertaald naar een 2D-kleurweergave. De analyse van de meetresultaten geeft inzicht in de kwaliteit en samenstelling van het hout en brengt aantastingen en/of andere gebreken in de houtstructuur aan het licht. In tegenstelling tot traditioneel onderzoek brengt de geluidstomograaf geen schade toe aan bomen”.

Zo leer je als natuurgids en -fotograaf altijd weer wat bij. Het klinkt nogal eigentijds maar is dit nu het ultieme bewijs of minstens een aanwijzing dat bomen een stem hebben en dat je alleen maar de juiste ‘oren’ moet hebben om ze te kunnen horen? Het is in elk geval voor mij de eerste keer dat er iemand op een technische manier naar een boom ‘luistert’.

In de Kruidtuin is ook nog de Dienst Archeologie van de stad Mechelen gevestigd en het beheer wordt in grote mate gedaan door de werkgroep van vrijwilligers met de naam Vrienden van de Kruidtuin.  En ter afsluiting: de ingangspaviljoenen langs de Bruul worden wel eens ‍’de aubetten’‍ genoemd, zoals in het interbellum soms ook krantenkiosken, naar een (verouderd) Frans woord voor een militaire wachtpost.

Mechelen bezoeken en niet binnengaan in de Sint-Rombouts kathedraal is een zonde van de eerste orde die ik niet op mijn geweten wil hebben. In december 2017 kwam ik binnen en heel de kerkruimte was gevuld met een melodieuze vrouwenstem die volop en live aan het zingen was. Psalmen waren er niet bij denk ik maar als je ooit de kans krijgt om daar te gaan luisteren, laat die dan maar niet voorbijgaan! Eind december 2019 was het de maan van Luke Jerram die me binnenlokte.

Mechelen – Sint Rombouts Kathedraal – de wijzerplaten ontbreken inderdaad

Officieel ingewijd in 1312 en verder uitgebouwd tijdens heel de bloeitijd van de stad Mechelen, is de kerk een fantastisch voorbeeld van het megalomane denken van die tijd waarbij maar weinig soortgelijke projecten in onze tijd het kunnen halen.

Met de toren waren de Mechelaars van plan om rechtstreeks in de hemel te komen op een hoogte van 167 meter (600 Mechelse voet). De eerste steen wordt gelegd op 22 mei 1452 en per jaar wordt ongeveer 1,5 meter hoogte bijgebouwd. Maar (zoals bij heel veel andere kerken) is in de eerste helft van de 16de eeuw de fut er uit. De godsdienstoorlogen zijn in volle gang, de bloeiperiode van Mechelen is voorbij,  het geld is op,  het buskruit in de Oude Zandpoort ontploft waardoor een derde van de stad vernield is en worden tot overmaat van ramp de gereed liggende stenen door de Hollanders geroofd (een te bevestigen verhaal)  wanneer ze net halverwege zijn. De toren blijft steken op rond 98 meter, nog altijd een hoogte waar onze oude vermoeide en soms geplaagde aartsbisschoppen vast niet bovenop geraken als ze de wenteltrap van 500 treden moeten nemen om de klokken en de beiaard(en) te bedienen.

Op die hoogte is de trans waar de torenwachter zijn ronde deed om branden in de stad op te sporen en alarm te slaan. In al de over Mechelen komende furies is hij dikwijls geplunderd maar dankzij de oplettendheid van de maanblussers is de kerk nooit afgebrand.

Mechelen – Sint-Romboutskathedraal

In het begin van de Eerste Wereldoorlog hebben nietsontziende Duitse militairen nog een poging gedaan om dat verzuim goed te maken met een artilleriebombardement toen onvoorzichtige Belgische militairen zelfs na een ultimatum bleven doorgaan met het geven van seinen vanuit de toren naar het fort van Walem. De toren bleef staan maar de wijzerplaten (de grootste ter wereld) werden vernield. Er is nog een brand geweest in 1972 maar sindsdien staat hij toch prachtig gerestaureerd hoog op de lijst van UNESCO-werelderfgoed. Moderne ingenieurs hebben uitgerekend dat de spits er nog altijd op kan want de ondergrond is sterk genoeg (geen koeienvellen in moeras zoals in Antwerpen maar een sterk gewelf op stevig zand). Iemand toonde me een met fotoshop bewerkte foto hoe dat er zou uitzien en er is toch enkele jaren stevig gepleit voor zo’n grootschalig overheids-gefinancierd infrastructuurwerk, ook al omdat het veel jobs zou opleveren.

Maar ondertussen hebben de Mechelaars in 2014 een referendum gehouden waarin ze die verhoging hebben afgewezen en zelfs tegen de idee gestemd hebben om na de volledige restauratie van het uurwerk opnieuw wijzerplaten in de toren te maken dus het zal er voorlopig wel niet van komen denk ik. Wat betekenen wijzerplaten op een klokkentoren nu ook nog in onze tijd van smartphones waar iedereen toch voortduren de tijd in de gaten houdt zullen ze gedacht hebben.

Mechelen – Sint Romboutskathedraal – Museum of the Moon

Wat gaat het worden in 2020? ‘Gaan we naar de maan’ of ‘Fly us to he Moon’? De kunstmaan in de Sint Romboutskathedraal is door al mijn vrienden en collega’s al zo veel en zo mooi in beeld gebracht dat ik mijn eigen fotootjes ervan nauwelijks nog durf te posten. Maar is het de maan wel of stelt het de aarde voor nadat wij mensen nog even verder deden met onze manier van doen? Het heelal er rond is ook wel prachtig blauw met al die heiligenbeelden en ik zie zelfs de zon voor in de kathedraal op het hoogaltaar schijnen geloof ik. Ondertussen is de maan al weer geblust door die van Mechelen begrijp ik (hun reputatie eer aandoend) en nu wil ik toch nog wel even weten wie en waarom hij (of zij?) daar met de kerstdagen heeft gehangen.

De ‘Museum of the Moon’ was na de kathedraal zelf de blikvanger in het winterprogramma van Mechelen Feest 2019. Het gaat om een opblaasbaar driedimensionaal kunstwerk van de Britse kunstenaar Luke Jerram. Hij heeft een diameter van 7 meter en is met de grootst mogelijke precisie samengesteld. Op een schaal van ongeveer 1:500.000 vertegenwoordigt iedere vierkante centimeter 5 kilometer van de oppervlakte van de maan en dat op basis van een 120dpi gedetailleerde NASA fotoserie van de oppervlakte.

De installatie is een samensmelting van hoogstaande fotografie, opgewekt maanlicht en alomgevende achtergrondmuziek van de hand van de Britse componist Dan Jones. Sinds 2016 reist het geheel de wereld rond om als ‘Museum of the Moon’ onderweg en telkens in een andere vorm tentoongesteld, een collectie te verzamelen over de maan en over al wat de mens zich in heden, verleden, in alle culturen en in alle wetenschappelijke disciplines door deze merkwaardige lichtgevende bol heeft laten inspireren.

Mechelen – Sint Romboutskathedraal – de trap op is een hele klus

Om even  Luke Jerram aan het woord te laten: “The moon has always inspired humanity, acting as a ‘cultural mirror’ to society, reflecting the ideas and beliefs of all people around the world. Over the centuries, the moon has been interpreted as a god and as a planet. It has been used as a timekeeper, calendar and been a source of light to aid nighttime navigation. Throughout history the moon has inspired artists, poets, scientists, writers and musicians the world over. The ethereal blue light cast by a full moon, the delicate crescent following the setting sun, or the mysterious dark side of the moon has evoked passion and exploration. Different cultures around the world have their own historical, cultural, scientific and religious relationships to the moon. And yet somehow, despite these differences, the moon connects us all.” Dat gezegd zijnde realiseer ik me dat ik er misschien toch niet zou willen wonen want het oppervlak ziet er van zo dichtbij gezien behoorlijk onbarmhartig uit ondanks al de welwillend toekijkende heiligen en de uitdrukking ‘naar de maan gaan’ is iets minder aanlokkelijk dan ‘fly me tot he moon’.

Luke Jerram lijkt een optimistische kunstenaar te zijn maar zijn laatste werk (1919)  is wel de ‘extincion-bell’ die iedere keer luidt als er wereldwijd weer een dier of plant is uitgeroeid en dat is bijna voortdurend: 150-200 keer per 24 uur. Maar als je weet wat er aan de hand is kan je er ook iets aan proberen te doen, dat is mijn gedacht.

Mechelen – zicht op de Dijle vanaf de Sint Romboutskathedraal

De toren van de Sint Rombouts kathedraal in Mechelen kan je tot bovenin beklimmen als je acht euro betaalt en voldoende energie en hartslag hebt om de 500 treden van de nauwe wenteltrap(pen) te overmeesteren. Wat er gebeurt als je ergens halverwege blijft steken weet ik niet maar misschien gebeurt dat nooit omdat het zo’n spectaculaire tocht is. Gelukkig kan je af en toe eens op adem komen op een van de zeven verdiepingen die gevuld zijn met allerlei merkwaardige voorwerpen die allemaal bedoeld lijken te zijn om zaken op te hijsen en de uurwerken en klokken te bedienen.

Drie van de zeven verdiepingen heten van onder naar boven de Klokkenkamer, de Uurwerkkamer en de Beiaardkamer. Over die kamers ga ik het hierna nog hebben. Helemaal boven kom je aan de glazen Skywalk van waaruit je sinds 2009 uitleg kan krijgen over wat je aan de horizon ziet zoals in het noorden de kathedraal van Antwerpen of in het zuiden het Atomium van Brussel (als je je adem en je richtingsgevoel heb hebt teruggevonden na al dat gedraai). Vlak daaronder zit de Askelder die zo heet omdat het de onderkant is van de nooit gebouwde torenspits en die moest dienen om de “assche” ofwel mortel op te slaan. Op het eerste verdiep sta je in de Smidsekamer die gebruikt werd om reparaties uit te voeren.

Mechelen – de Sint Romboutskathedraal – in de toren – de hijskraan van boven gezien

Vlak daarboven kom je in de Kraankamer. Daar valt vooral de enorme tredmolen op met een horizontale as met dik touw daarrond. Dit is de door negen mannen te bedienen (belopen) hijskraan om alle zware goederen omhoog te hijsen van de begane grond tot boven. Hij was in gebruik tot 1930. Tijdens de bouw moet men dus hiermee alle materialen naar boven getakeld hebben. Hoeveel kilo was dat dan per beurt? Ik heb begrepen dat in die tijd de toren elk jaar 1,5 meter hoger kwam maar nu ben ik nieuwsgierig hoeveel kilo’s of tonnen daarvoor opgehesen moesten worden. In de bezoekersbrochure lees ik dat de toren in totaal 42.000 ton weegt waarvan 31.500 ton metselwerk.

Met deze kraan werden ook de klokken naar boven gehesen, tenminste diegenen die niet te groot waren om langs binnen door het gat tussen de verdiepingen te passeren. De twee grootste klokken Karel en Salvator zijn langs buiten opgehesen en dat is een verhaal apart. Aan de buitenkant van de toren werd een stellage gebouwd om de klok van de torenmuur verwijderd te houden tijdens het hijsen. Drie dagen lang trokken paarden richting Katelijnenstraat en er was een speciaal blokkeringssysteem om te voorkomen dat de klok zou zakken tijdens de rustpauzes.

Mechelen – de klokken van de Sint Romboutskathedraal – wie vertelt wat hier staat te lezen?

In de Kraankamer hangt ook een merkwaardige stang, het zogenoemd ‘kanon’ met lood dat vroeger moest dienen om de ‘speeltrommel’ te bedienen, dat is het tandrad-mechaniek waarmee in de Uurwerkkamer met hamers een automatische klokkenmelodie kan worden afgespeeld. In de oude tijd moest dat handmatig worden opgewonden en dan moesten tegengewichten het ritme en de tijdsduur bepalen. Wie nog zo’n oude staande klok heeft staan en dagelijks de gewichten moet optrekken weet hoe dit werkt maar in de Romboutstoren kostte het de torenwachter iedere dag zeker een half uur voordat bij de vier zware gezichten voor de speeltrommel en de uur- en slagwerken handmatig omhoog te draaien en dat moet zware arbeid geweest zijn. Die loden (?) gewichten hangen ook in de Kraankamer.

De twee kisten met zand en dakpannen werden oorspronkelijk als tegengewicht gebruikt en op termijn wil men die ook weer in gebruik nemen lees ik. De touwen liggen er ook en zien er indrukwekkend uit. Of er ooit een gebroken is vertelt de geschiedenis niet. Om precies te weten hoe het werkt zal ik eens ergens een demonstratie moeten kunnen zien. Wie heeft een tip?

De indrukwekkende mechaniek in de uurwerkkamer van de Sint Romboutstoren is een 16de-eeuws uurwerk met slagwerken voor het hele en halve uur en een 18de eeuwse koperkleurige speeltrommel van 1700 kg. Die trommel is een grote cilinder met gaatjes. In die gaatjes passen pinnen die het mogelijk maken om de klokken een automatische melodie te laten afspelen.

Mechelen – Sint Romboutstoren – de speeltrommel

Door de pinnen te verplaatsen (versteken) kan een andere melodie worden afgespeeld. Om de trommel te laten draaien hangt er een half kanon aan dat gevuld is met lood. Ik heb geen foto van dat kanon maar ik lees dat het 2000 kg weegt.

De vier wijzerplaten boven in de toren zijn in de Eerste Wereldoorlog vernield en de resten in 1963 weggehaald. Het binnenwerk is echter perfect gerestaureerd. De pennen in de speeltrommel worden alle jaren door een beiaardier samen met de torenwachter verstoken in de stille week voor Pasen. Dat is een heel werk want er moet ook een ‘versteek-arrangement’ worden gemaakt om de gewenste melodie te kunnen laten klinken. Oude arangementen van hoge kwaliteit zoals die van Jef Denyn (1862-1941) en Staf Nees (1901-1965) worden nog altijd op de trommel geplaatst.

Na een zeer grondige restauratie is de trommel op 12 november 2019 weer feestelijk in gebruik genomen. Op het hele uur klinkt nu ruim drie minuten lang een melodie die door Staf Nees in 1958 is gecomponeerd. Op het halve uur hoor je de Rubensmars het beiaardlied van Peter Benoit (1834-1901). De automatische beiaard heeft zowel hamers voor de speeltrommel als een stokkenklavier dat de klepels in de klokken bedient. Normaal speelt de trommel acht keer per uur een melodie van 30 seconden die bij dat tijdstip hoort. Bijzonder in Mechelen is dat ook op de “halve” kwartieren wordt gespeeld, namelijk de Mechelse halfkes. In het verleden speelt de trommel 24 op 24 uur maar vanwege de gevoelige oren van de hedendaagse stedeling (voor ander dan motor-lawaai blijkbaar) heeft het stadsbestuur moeten besluiten om hem ’s nachts te laten zwijgen.

Mechelen – de klokken van de Sint Romboutskathedraal

Als je in de toren bent als er gespeeld wordt, is het inderdaad een oorverdovend lawaai moet ik toegeven.

In de Sint Romboutstoren is de Klokkekamer de eerste ruimte met klokken. In de grote klokkenstoel uit 1758 hangen de zes bronzen basklokken. De grootste is Salvator (1844, 8800kg), gevolgd door Karel (1696, 6000kg), Rumoldus (1861, 4235kg), Sint Jan Berchmans (1947, 3000kg), Magdalena (1697, 2145kg) en Libertus (1766, 1850kg). Met hamers zijn ze verbonden met de speeltrommel en de klepels sluiten aan op het beiaardvoetklavier (de pedalen). Ze kunnen ook alle zes luiden als de klepels van de pedalen worden losgekoppeld. In de oude tijd moesten de torenwachter en helpers boven op de klokken met de voeten de klokken in beweging brengen om ze te luiden. Dat werd gedaan voor de vieringen in de kathedraal en in noodsituaties zoals brand of oorlog.

In die tijd waren er geen touwen of luid-tandwiel naast de klok. Pas in 1915 komt er zo’n wiel naast de Salvator omdat vanaf dat jaar het technisch mogelijk wordt om elektrisch te luiden. Voor de andere klokken gebeurt dat pas na 1932. Iedere klok hangt aan een rechte as. Vanwege beschadigingen door ouderdom en verouderde klankeigenschappen zijn deze klokken tot 2011 alleen nog gebruikt als basklok voor de beiaard. Maar na restauratie kunnen ze nu ook weer echt als luidklok gebruikt worden, dat wil zeggen om melodieën ten gehore te brengen vanaf de speeltrommel en ook vanaf het handbediende beiaardklavier maar dat laatste gebeurt nog zelden. Het dagelijks luiden van het Angelus (om 6 uur, 12 uur en 18 uur) gebeurt in de vieringtoren op het dak van de kathedraal maar voor het kleppen van de 3 x 3 slagen die hier aan vooraf gaan worden de torenklokken gebruikt.

Mechelen – de klokken van de Sint Romboutskathedraal – het klavier van de oude beiaard (?)

In 1980 heeft men na lang nadenken boven de luidklokkenstoel een betonnen vloer gemaakt om er de klokkenstoel van de oude beiaard met het klavierhuis op te plaatsen. Die oude beiaard telt in totaal 49 historische klokken waarvan de oudste dateert uit 1480 en de meeste anderen gegoten zijn in 1674 door Pieter Hemony in Amsterdam. Dankzij Jef Denyn, beiaardier en de stichter en voormalig directeur van de Mechelse beiaardschool in het begin van de 20ste eeuw zijn ze beroemd geworden maar sinds de zestiger jaren werd het hoe langer hoe duidelijker dat ze niet meer voldoen aan de eisen van onze tijd en dat restauratie en muzikale aanpassing een bijzonder moeilijke en kostbare klus zou worden.

Om die reden heeft men besloten om een nieuwe concert-beiaard te laten gieten door André Lehr van de klokkengieterij Eijsbouts in het Nederlandse Asten. Dit nieuwe instrument telt eveneens 49 klokken en ze zijn gegoten in 1981 en dan geplaatst op een nieuwe betonnen vloer in de beiaardkamer.  De nieuwe beiaard is niet aangesloten op de speeltrommel en wordt alleen met de hand bespeeld op een stokkenklavier.

Mechelen – Sint Romboutstoren – dat zijn veel tandwielen voor zo’n klein klokje ….

De speeltrommel bedient dus alleen de oude beiaard die voor de rest vooral dienst doet als museum. Nu ik als volstrekte beiaard-leek hoop ongeveer begrepen te hebben wat je aan tandwielen, trommels, klavieren en klokken in de toren aantreft zal ik dringend terug moeten gaan om het allemaal nog eens te bekijken.

Ondertussen kan je natuurlijk met een gerust hart luisteren naar de concerten en de andere melodieën. Toch denk ik dat op de lange duur die wijzerplaten op de toren ook wel weer terug zouden moeten worden geplaatst om iedere Mechelaar te vertellen hoe laat het daar nu officieel precies is zoals dat eeuwen lang de traditie was. Ik vind ook wel dat het nuttig zou zijn als er in de toren hier en daar wat infoborden zouden worden opgehangen om de onaangekondigde maar nieuwsgierige bezoeker te vertellen wat er te zien is en hoe het werkt en dat het om méér gaat dan een historisch muzikaal rariteitenkabinet met een mooi uitzicht als beloning.  Het is toch een heel boeiend verhaal maar ik heb nu toch achteraf wat veel een beroep moeten doen op Wikipedia om het te kunnen vertellen en dat is een beetje tegen mijn gebruikelijke manier van doen.

Mechelen – het Dijlepad

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/50522

https://www.reisroutes.be/stadswandelingen/mechelen/wandelroute-mechelen/

https://www.mechelen.be/st-mettetuin

https://visit.mechelen.be/sinte-mettetuin

http://www.mechelen.be/natuur-en-groen

https://immaterieelerfgoed.be/nl/erfgoederen/sinterklaas-en-sint-maartensgebruiken

Mechelen – dit had ik nog niet gezien ….

.www.mechelen.traveltopper.eu/kruidtuin-te-mechelen/

https://www.kathedraalmechelen.be/beleving/torenbeklimming

https://plannen.onroerenderfgoed.be/plannen/723

(met een hele reeks als PDF te downloaden bijlagen, onder meer een bezoekersbrochure over de toren)

https://www.beiaard.org/site/node/46

Mechelen, langs het Dijlepad – zicht op de Kruidtuin

trefwoorden: mechelen, dijle, sint rombouts kathedraal, dijlepad, sinte metten tuin, geschiedenis, erfgoed, museum of the moon, de drie gratiën, kruidtuin; kruidentuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s