BERTEMBOS – ER IS MAAR EEN KOEHEIDE

Bertem – koeheide

Koeien of heide zal je er niet veel aantreffen maar het door Natuurpunt beheerde reservaatje Koeheide in Bertem op de helling naar Bertembos is zeker de moeite waard om alle seizoenen eens een bezoekje te brengen of – beter nog – mee te doen aan de werkdagen want zonder de onophoudelijke inzet van plaatselijke natuurliefhebbers-vrijwilligers zou het er hier heel anders uitzien. Het is een groen gebied dat aansluit op de zuidkant van Bertembos en de gemeentegrens met Herent en Leuven. Om het even voor te stellen met de woorden van Natuurpunt-Bertem:  “De Koeheide bekoort met haar mystieke holle wegen, indrukwekkende landschap met weidse vergezichten en de bloedmooie natuur. Het is een mozaïek van ontelbare verbluffend mooie landschapselementen zoals bv. de sleedoorn, hondsroos,… weelderig begroeide graften, holle wegen waar je ooit nog eens het gefluister zult horen van een das, struwelen met oeroude Spaanse aken, viltrozen waar een koppeltje grauwe klauwieren er zelfs even aan dacht hun nestje te bouwen. Tussen dit web van landschappelijke sieraden, zijn er heischrale graslanden, die je doen dromen van oude gloriën. Hier en daar die zie je nog een spoor van wat was en wat misschien ooit wel weer zal zijn.”

De holle wegen maken dat je er als wandelaar of fietser gemakkelijk terecht kan zolang je er niet tegen op ziet om helling op en af te gaan want echt vlak is het hier niet. Het hoogste punt is de Zwanenberg op 82 meter en vandaar uit heb je een grandioos uitzicht over heel de Dijlevallei en ook over de formidabele constructiewerken in de stad Leuven die tot nu toe gelukkig nog wat op afstand blijven. De grote autosnelwegen zijn best wel nabij maar je hoort daar op deze plek niets van en ook alle andere verkeer lijkt even te zijn buitengesloten.

Bertem – Koeheide – vroeg in de morgen op de Zwanenberg

Waarom het hier Zwanenberg heet weet ik niet (wie wel?) want je kan hier behalve kraaien, fazanten en patrijzen ook appelvinken, geelgorzen, leeuweriken en zelfs kiekendieven tegenkomen maar voor zwanen lijkt het mij een onherbergzame biotoop. In de documentatie lees ik dat er ook nog wilde hamsters zouden moeten zijn maar ik vrees dat die inmiddels toch zijn uitgestorven in het eigentijdse akkerlandschap. Toch heb ik hier in zomer al korenbloemen gevonden in de groenstroken tussen het reservaat en de bovenliggende akkers en die groeien alleen op plaatsen waar mest- en verdelgingsstoffen niet al teveel gebruikt worden.

Natuurpunt heeft hier een aantal hectares in beheer en probeert alle jaren het gebied van het natuurreservaat een beetje te vergroten. Zwarte schapen vertellen je waar het natuurbeheer het heeft overgenomen van de landbouw en hier en daar vind je borden met een beetje uitleg over dat beheer. De organisatie  wil een aantal bedreigde dier- en plantensoorten beschermen of terugkrijgen: onder andere de grauwe klauwier, een vogelsoort die op de Vlaamse rode lijst staat vermeld als uitgestorven en de wilde hamster, een Europees bedreigde soort. Op termijn wil Natuurpunt ook de das terug in de Koeheide krijgen. Ik vermoed dat de beheerders om die reden op de laaggelegen weide naast de Bertemse Heideweg een hoogstamboomgaard hebben aangelegd want dassen komen af op lekker fruit.

Verder herbergen een aantal graslanden planten-gemeenschappen die uniek zijn voor Vlaanderen. Nu in het najaar ga je tussen de vreedzaam toekijkende schapen op zoek  naar mossen (waaronder bekertjesmos) en allerlei zwammen zoals de parasolzwam maar ook zeldzame zoals wasplaten en knotszwammen. Net als de Hazenberg in Opvelp is de Koeberg een ‘wasplatengrasland’. Van de 39 bestaande soorten in ons land zouden er op de Koeheide een tiental voorkomen.

Bertem – Koeheide – Gele knotszwam die het een beetje koud heeft
Bertem – Koeheide – wasplaatje – papegaaizwammetje (?)

Ook zonder dat geniet je hier gewoon van de hoog oprijzende bomen, de holle wegen, het mooie licht en de overweldigende stilte.

De Koeheide is gemakkelijk te bereiken. Aan het einde van de Oude Baan in Bertem sla je een vlak voor een nogal tegen de natuur afstekende eigentijdse recent gebouwde villa de veldweg met de naam ‘Bertemse Heideweg’ naar links in en dan sta je onmiddellijk in het natuurreservaat op de helling waar dankzij de plaatselijke afdeling van Natuurpunt het historische landschap in ere gehouden en waar nodig hersteld wordt. Volgens de info zou het reservaat nog altijd niet groter zijn dan 13 hectare maar volgens mij is het ondertussen toch wat aan het groeien. De nieuwe boomgaard links van de veldweg staat er een beetje winters bij, in het insectenhotel doen de bijen hun winterslaap, het nestkastje is niet bewoond maar de picknickbank zal zelfs bij een heftige klimaatstorm niet wegwaaien denk ik.

Ik wist het nog niet maar iedereen in Bertem weet natuurlijk dat op moedig initiatief van eigenaar Rudy Swings en zijn vrouw Kris Geysens de kleine oorlogsbunker aan de Bertemse Heideweg sinds juni 1919 onder zeer grote belangstelling omgebouwd en ingewijd is als een allerliefst buurtkapelletje. Voor het hele verhaal verwijs ik naar het hieronder gelinkte krantenartikel en dan loop je er op je volgende wandeling vast niet meer zomaar voorbij. Ik worstel een beetje met de symboliek van de nieuwe bunkerdeur die – vanwege het oorlogsverleden – wil uitdrukken dat ‘het slechte buiten is en het goede binnen’. Bij mijn laatste bezoek aan de Koeheide huppelde en werkte namelijk in het  natuurgebied een hele bende vrolijke en nieuwsgierige jonge natuurliefhebbers buiten in de vrieskoude tussen de paddenstoelen en de schapen en omdat het waar is dat de jeugd de toekomst is vind ik dat een goede zaak voor de natuur en de mensen.

Bertem – de bunker aan de Koeheide is omgetoverd in een kapelletje

Maar ik geef toe dat ik veel belang hecht aan deuren die opengaan en blijven en soms is dat niet gemakkelijk. Maar als we niet in onverkwikkelijke toestanden terecht willen komen zal het goede in de mens toch dwars zelfs door gepantserde deuren naar buiten moeten komen om het kwade te lijf te gaan.

Zoals je op oude kaarten kunt zien was de Koeheide samen met de verderop gelegen Schapenheide in het verleden inderdaad een heide, wat gezien de droge schrale zandbodem ook wel te verwachten is, maar toch een van de weinige echte heidegebieden tussen Leuven en Brussel. Heide is echter geen spontaan natuurlandschap maar het gevolg van menselijk ingrijpen en de Koeheide was een plek waarover de plaatselijke gemeenschap afspraken maakte voor het gezamenlijk gebruik en de instandhouding ervan. Onder een regeling van ‘vrijgeweide’ kon iedereen koeien of schapen laten grazen op de ‘gemene weide’. Tot op de dag vandaag is een groot deel van het gebied nog altijd eigendom van de gemeente (de plaatselijke gemeenschap). Om op die weiden te komen gebruikten de boeren de holle wegen die er nu nog altijd zijn.  Anders dan op andere plaatsen op het plateau worden de holle wegen nog niet overal voortdurend uitgeslepen door alsmaar bredere landbouwmachines. Maar, zegt Natuurpunt, “ook de Koeheide ontsnapte de laatste decennia niet aan het alom heersende principe om ‘er uit te halen wat er in zit’”. Door overbegrazing, overbemesting, intensief ploegen en het verwijderen van houtkanten verdwenen de heide en de rest van de kleurrijke natuurelementen uit het landschap en wat overbleef was een saai decor zonder natuurleven waarin dan nog meer en meer bouwwerken verschenen.

Bertem – Koeheide – de schapen zijn er min of meer gerust in

In het reservaat is de natuur ondertussen wel hersteld maar daarbuiten heerst nog de grootschalige industrielandbouw met zicht op een megastal en langs de Oude Baan vult de onvermijdelijke lintbebouwing alle groene ruimte op.

Omdat de bodem er vrij droog is, beheert Natuurpunt het nu als een ‘heideschraal grasland’ en dat ga je in zomer wel aan de bijzondere planten zien. De Koeheide is een hotspot voor wilde bijen – er zouden zo’n 90 soorten moeten zijn – maar ook voor allerlei zon minnende andere dieren. Of de dassen ondertussen al terug zijn heb ik nog niet gehoord. Ondertussen zijn er nog altijd paarden, koeien en op veel plaatsen op de helling ook nogal wat kleine witte en zwarte schapen. Schapen worden nogal gemakkelijk gekruist dus het is niet altijd gemakkelijk om de juiste soort te herkennen. Bij de witte schapen zou het uiterlijk volgens herder Patrick Stubbe vooral teruggaan op Kameroen schaap, een klein Afrikaans haarschaap dat nogal dicht aanleunt tegen de veel grotere primitieve Aziatische steppe schapen. Door het te kruisen met een ander schapenras, de Wiltshire Horn win je aan volume maar blijft het schaap zelfruiend.

De zwarte dieren zijn ondanks hun kleine omvang géén Ouessantschapen maar Hebrideans. Er zijn ongeveer 500 schapenrassen waarvan zo’n 25 er in onze streken geschikt zijn voor landschapsbegrazing. Hebridean kortstaartschapen (Kildaschapen) zijn een ras dat eeuwenlang leefde als half gedomesticeerd schaap in de Schotse Highlands en op de Western Islands (Hebrideneilanden).  Ze lammeren regelmatig en gemakkelijk, kunnen tegen een stootje, overleven strenge en natte winters, zijn zeer zelfredzaam en hebben weinig last van allerlei vaak voorkomende schapenziektes. Het zijn ‘browsers’, dat wil zeggen dat ze niet alleen gras eten maar ook brandnetels, bramen, distels, zuring, varens en andere planten die bij ons gemakkelijk de heide verdrijven. Normaal moeten ze in de winter niet worden bijgevoederd. Het vlees heeft een wildsmaak. Over hun oorsprong zijn de specialisten het niet eens. Ze kunnen afstammen van een prehistorisch Schots meerhoornig ras maar anderen veronderstellen dat ze zijn meegebracht door de Noormannen. Heel wild zijn ze niet maar ze zullen niet naar je toe komen en laten zich ook niet paaien en voederen door hardnekkige bezoekers en fotografen. Zoals veel dieren die eeuwen geleden al bestonden zijn deze schapen geen eenvormig ras maar heb je duidelijke verschillen tussen de afzonderlijke dieren in één kudde. Ze zijn allemaal zwart, hebben dezelfde soort hoorns en dezelfde lichamelijke kwaliteiten maar ze verschillen van vorm, wol en gedrag. De veelzijdigheid aan genenpotentieel leidt tot een grote capaciteit om zich aan verschillende omstandigheden aan te passen. Ze zijn een tijdlang in vergetelheid geraakt omdat Schotse schapenkwekers de voorkeur gaven aan snellere groeiers met een grotere vleesopbrengst. Daardoor hebben ze hun oorspronkelijke kwaliteiten behouden en dat komt nu te pas bij het eigentijdse natuurbeheer. Ondanks hun indrukwekkende horens hebben ze als kleine dieren weinig verdedigingsmogelijkheden tegen honden dus daar moet je als wandelaar wel voor oppassen.

Bertem Koeheide
Bertem – Koeheide in het najaar – er wordt hard gewerkt
Bertem – Koeheide

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bertemse Koeheide webpagina

http://www.koeheide.be/

Koeheide | Natuurpunt

https://www.natuurpunt.be/natuurgebied/koeheide

Koeheide – Gemeente Bertem

https://www.bertem.be › Wonen en leven › Milieu en natuur

Koeheide Bertem door natuurbeheer Natuurpunt uitgegroeid tot …

www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170510_02875112

https://www.dgz.be/brochure-landschapsbeheer-met-schapen

Vlaamse Hobbyfokkers van Geiten en Schapen

users.skynet.be/vhgs/hebrid01.htm

Rudi (62) wilde een berghok maken van de oorlogsbunker …https://www.nieuwsblad.be › cnt › dmf20190624_04477058

Bertem – Koeheide – een gloednieuw bijenhotel

Trefwoorden: bertem koeheide, natuurreservaat, natuurbeheer, natuurpunt, erfgoed

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s